
69e boekjaar
Coöperatieve Inkoopvereniging
Superunie B.A.
Industrieweg 22 B 4153 BW Beesd
Kamer van Koophandel 11031811
![]()

69e boekjaar
Coöperatieve Inkoopvereniging
Superunie B.A.
Industrieweg 22 B 4153 BW Beesd
Kamer van Koophandel 11031811
01.5.

01.1. Voorwoord
2025 is het jaar waarin Superunie heeft laten zien dat richting bepalen belangrijker is dan afwachten. VerschillendeEuropese duurzaamheidswetgevingen zijn de afgelopen jaren aangepast of uitgesteld. Voorbeelden hiervan zijn het CSRD Omnibus-voorstel, dat als doel heeft regelgeving te vereenvoudigen en verplichtingen te versoepelen. Ook de Ontbossingsverordening (EUDR) is meermaalsuitgesteld en aangepast. De onduidelijkheid die hierdoor isontstaan werkte in de praktijk vertragend. Juist daarom kozen wij er bewust voor om onze duurzaamheidskoers onverminderd voort te zetten. We werken vanuit een helder en consistent intern beleid: een voorwaarde om vooruitgang te boeken.
Het duurzaamheidsbeleid 2025-2030, dat Superunie vorig jaar heeft vastgesteld, geeft richting aan deze koers. In 2025 lag de focus op uitvoering en verdieping. Duurzaamheid is inmiddels stevig verankerd binnen onze organisatie en geen losstaand thema meer, maar onderdeel van het dagelijks werk. De verantwoordelijkheid voor het behalen van de doelstellingen ligt bij onze inkopers, en dat bewijst zijn kracht. Duurzaamheid wordt steeds concreter meegewogen in inkoopbeslissingen, waarbij prijs en kwaliteit hand in hand gaan met sociale en milieucriteria.
In 2025 lag bij de uitvoering van onze duurzaamheidsstrategie een duidelijk accent op klimaat. De urgentie om onze uitstoot te verminderen neemt toe, evenals de noodzaak om keuzes te maken die verder reiken dan onze directe invloed. We hebben stappen gezet om onze klimaatimpact beter in kaart te brengen, met specifieke aandacht voor de productketens met de grootste CO₂-voetafdruk, zoals de zuivel-, varkensvlees-, granenketen en ketens van enkele grote A-merken. Daarnaast zijn we gestart met het ontwikkelen van reductieplannen die aansluiten bij onze klimaatdoelstellingen. Deze plannen vormen de brug tussen beleid en praktijk, in nauwe samenwerking met onze leden en leveranciers.
Naast klimaat hebben we ook op andere thema’s voortgang geboekt. Zo zetten we stappen in de eiwittransitie, de verpakkingsreductie en duurzame teelt. Dit krijgt onder meer vorm via de introductie van het 100% plantaardig logo, waarmee we consumenten ondersteunen bij het makkelijker maken van plantaardige keuzes. Daarnaast zijn inmiddels 93% van onze verpakkingen goed recyclebaar. Een resultaat dat laat zien dat we vooruitgang boeken, ook waar de lat hoog ligt. Ook hebben we ons gecommitteerd aan de Living Income Reference Price van Fairtrade Nederland, als belangrijke stap in het verduurzamen van de cacaoketen.
In dit jaarverslag laten wij zien hoe we samen met onze leden en partnersverder bouwen aanonze duurzaamheidskoers. Met vertrouwen kijken wij dan ook vooruit naar 2026.
Paul van Hooren Manager CSR & Beleidszaken


Tabel 1: De milieu doelstellingen van Superunie, inclusief bijbehorende resultaten van 2025

Tabel 2: De sociale doelstellingen van Superunie, inclusief bijbehorende resultaten van 2025
Certificering als basis

Tabel 3: De KPI’s van Superunie, inclusief de bijbehorende resultaten 2025
Duurzaamheidsregelgeving is de afgelopen jaren complexer en omvangrijker geworden. 2025 vormde daarin een overgangsjaar, gekenmerkt door uitstel binnen bestaande duurzaamheidsregelgeving, waaronder de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). In dat kader publiceerde de Europese Commissie het Omnibus-voorstel, met als doel om deze regelgeving te vereenvoudigen en de administratieve lasten te verlagen1 .
CSRD, ESG en DMA
In november 2022 nam de Europese Unie de CSRD aan. Deze richtlijn staat centraal inde Green Deal van de Europese Unie en moet zorgen voor meer transparantie en betere kwaliteit van duurzaamheidsinformatie. Het gaat daarbij om activiteiten die impact hebben op het gebied van milieu, mens en zakelijk gedrag (ESG; environment, social, governance). Samen met de leden bereidt Superunie zich voor op deze verslaglegging.
Als onderdeel van deze voorbereiding heeft Superunie eind 2023 een dubbele materialiteitsanalyse (DMA) uitgevoerd. De DMA vormt een cruciale stap in de naleving van de CSRD. Het woord ‘dubbel’ benadrukt dat de analyse twee uitkomsten oplevert:
• De impact van onze activiteiten op mens en milieu in de gehele keten.
• De impact van externe ontwikkelingen (zoals klimaatverandering) op Superunie.
Het gaat dus om de impact van Superunie, en de impact op Superunie. Dit wordt ook wel aangeduid als de impactmaterialiteit en de financiële materialiteit.
De DMA leidt tot een overzicht van materiële thema’s waarover we gaan rapporteren. De thema’s worden periodiek tegen het licht gehouden, om hun relevantie opnieuw te beoordelen.
Uitvoering DMA
Een duurzaamheidsonderwerp geldt als materieel (relevant) als wij als organisatie impact hebben, en/of als het -in de tweede dimensie- financiële kansen of risico’s oplevert. Dit betekent dat een onderwerp steeds op deze drie aspecten beoordeeld wordt: impact, risico en kansen (IRO; impacts, risks and opportunities). In het jaarverslag worden de Engelse termen gehanteerd. Uitvoering van een DMA maakt het mogelijk om de duurzaamheidsonderwerpen in kaart te brengen en prioriteit toe te kennen.
In ons DMA-proces hebben wij input verzameld van interne en externe belanghebbenden (stakeholders) waaronder leden van Superunie, NGO’s en Rabobank. Naast deze input heeft een analyse van interne documenten, internationale standaarden, materialiteitsanalyses van branchegenoten, sectortrends en media geresulteerd in een long list.
1 Dit verslag is opgesteld op basis van de informatie die beschikbaar was ten tijde van het schrijven. Op dat moment was er nog geen definitief uitsluitsel over de uitwerking van het CSRD-omnibusvoorstel. Eventuele latere ontwikkelingen en de invloed hiervan op Superunie zijn derhalve niet in dit verslag verwerkt.
Deze lijst is na toetsing aan CSRD-onderwerpen teruggebracht tot een shortlist van zestien relevante duurzaamheidsonderwerpen.

Figuur 1: De dubbele materialiteitsanalyse van Superunie
Uitleg van de IRO’s2
Tegelijkertijd is een IRO-register opgesteld, dat na interviews met belanghebbenden is verrijkt tot het definitieve IRO-register. Hierna vond prioritering plaats op basis van de ernst van de IRO’s op schaal, reikwijdte en onomkeerbaarheid. Ook is gekeken naar waarschijnlijkheid, de inhoudelijke impact, de omvang van de potentiële effecten en de waarschijnlijkheid van impact op Superunie.
Uit dit proces zijn negen duurzaamheidsonderwerpen gekomen die dermate hoog scoorden dat ze de drempelwaarde van 16 bereikten waarmee ze materieel zijn voor Superunie.
Na afstemming met de directie van Superunie zijn hier zeven materiële thema’s uitgekomen die gekoppeld zijn aan negen materiële onderwerpen, die de hoofdstukken vormen van dit jaarverslag.
2 Impacts, Risks and Opportunities volgens de richtlijn met betrekking tot duurzaamheidsrapportage door ondernemingen (CSRD – Corporate Sustainability Reporting Directive) en de Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage (ESRSEuropean Sustainability Reporting Standards).
Materieel onderwerp
01 Klimaatverandering
02 Watermanagement
03 Biodiversiteit
04 Duurzame verpakkingen Eigen Merken
05 Mensenrechten in de keten
06 Samenwerking in de keten
07 Gezondheid en veiligheid van klanten
08 Betaalbaarheid en zekerheid van producten
09 Corporate governance & ethiek
Materieel thema
E1 Klimaatverandering
E3 Water en mariene hulpbronnen
E4 Biodiversiteit en ecosystemen
E5 Materiaalgebruik en circulaire economie
S2 Werknemers in de waardeketen
S4 Consument en eindgebruiker
G1 Zakelijk gedrag
Tabel 4: De zeven materiële thema’s per duurzaamheidsonderwerp
In 2024 is na de DMA de volgende fase van start gegaan, waarbij we invulling geven aan de materiële thema’s en onderwerpen. Dat hebben we onder andere gedaan door de verantwoordelijkheden voor thema’s bij specifieke personen binnen de organisatie te beleggen, de betreffende afdelingen aan te haken en eventueel door bestaand beleid tegen het licht te houden. Ook is een begin gemaakt aan de implementatie van de rapportages die uit de CSRD voortkomen.
Duurzaamheidsbeleid 2025-2030
In 2025 is Superunie gestart met de uitrol van haar duurzaamheidsbeleid voor de periode 2025-2030. Dit beleid vormt een solide fundament voor de toekomst en omvat een heldere strategie, concrete doelstellingen en meetbare KPI’s. Rapportage hierover is terug te vinden in hoofdstuk 02.2. Resultaten.
Het duurzaamheidsbeleid is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met (interne) experts en onze leden. Gedurende het ontwikkelproces is het beleid afgestemd met diverse overlegorganen, waaronder het CEO- en CPO-overleg en de Stuurgroep Duurzame Handel. Om de implementatie binnen de organisatie te waarborgen, is het beleid tevens intern afgestemd met het inkoopteam en de directie. Hiermee wordt duurzaamheid stevig verankerd in onze organisatie en processen.
De duurzaamheidsmissie van het nieuwe beleid is een integraal onderdeel van Superunie:
Onze duurzaamheidsmissie richt zich op het stimuleren van duurzame teelt, productie, productsamenstelling en verpakking, met oog voor een leefbare wereld voor alle betrokkenen.
Voor onze leden en hun klanten spelen wij in op marktontwikkelingen en werken wij actief aan verduurzaming van de voedselketen door verantwoord inkoopgedrag en samenwerking met partners.
Risicomanagement
Op basis van een analyse door de gespecialiseerde bureaus Inclsve en Fair & Sustainable heeft Superunie in 2020 tien focusproducten geïdentificeerd: bananen, vruchtensappen, cacao, thee, rijst, cashewnoten, vis, tomatenconserven, kruiden en druiven. Dit zijn de productengroepen met de grootste potentiële risico’s binnen de keten.
In de afgelopen jaren is Superunie diverse projecten gestart om deze risico’s zoveel mogelijk te mitigeren. Rapportage over de voortgang van de focusproducten is te vinden in hoofdstuk 02.8 Sociaal S2: Werknemers in de waardeketen. De activiteiten op deze producten worden ook na 2025 voortgezet.
Due diligence 2.0
De CSRD verwacht van organisaties om te rapporteren over hun belangrijkste risico’s. Daarnaast verwacht de Corporate Sustainability Due Dilligence Directive (CS3D) dat plausibele aanwijzingen van negatieve impact in kaart worden gebracht.
Deze ontwikkelingen vormden voor Superunie aanleiding om een tool te ontwikkelen om op ingrediëntniveau risicoscores op het gebied van mensenrechten, biodiversiteit en water3 toe te kennen.
Deze risicoscoreskomen uit de externerisicodatabase van Maplecroft. Daarbij isrekening gehouden met zowel de sector als de herkomstlanden, zodat de risicoscores een zo realistisch mogelijk beeld geven van de situatie in de keten.
Aangezien veel ketens complex zijn, is certificering van producten en ingrediënten vaak een logische eerste stap om risico’s te verkleinen. In de risicoscores is daarom meegenomen in welke mate certificering bijdraagt aan het beperken van deze risico’s. Zo zijn voor gecertificeerde producten en ingrediënten de scores op thema’s als kinderarbeid en waterstress aangepast op basis van de sterkte van de desbetreffende standaard op dit gebied
We hebben de benchmarkingtool en methodologie van Sustainability Initiative Fruit and Vegetables (SIFAV) en de ITC Standards Map gebruikt om de sterkte van de standaarden te bepalen Daarbij is de maximale mitigerende impact van een certificering op een risicoscore 25%. Of dit behaald wordt is afhankelijk van de sterkte van de standaard.
We gaan aan de slag met de producten en ingrediënten met de hoogste ketenrisico’s. Daarbij is rekening gehouden met afgenomen volumes en of deze producten door een groot deel van onze leden worden gevoerd.
Op de volgende pagina is de nieuwe lijst met focusproducten opgenomen. Voor deze producten zullen gerichte acties worden ondernomen om de risico’s in de keten maximaal te mitigeren. Vanaf 2026 wordt over de voortgang gerapporteerd.
3 Voor deze drie thema’s verplicht de CSRD te rapporteren over de belangrijkste ketenrisico’s. Voor klimaat geldt eveneens deze verplichting maar is deze functioneel anders van aard waardoor klimaat hier buiten de scope is gehouden.
Focusproducten 2025-2030

Tabel 5: De focusproducten voor de periode 2025-2030
Klachtenmechanisme & gedragscode
Naast versterkt risicomanagement vragen de CSRD en CS3D om de inrichting van een klachtenmechanisme voor medewerkers in de waardeketen. Dit is een complex onderwerp, waarvoor Superunie inzet op een gezamenlijke aanpak binnen het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL). In de praktijk blijkt het realiseren van een dergelijke gezamenlijke aanpak echter uitdagend.
In het Klimaatakkoord van Parijs is afgesproken dat verdere opwarming van de aarde moet worden beperkt tot onder de 1,5°C, door vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en verwijdering van CO₂ uit de atmosfeer. Deze internationale klimaatdoelstelling vormt ook het kader waarbinnen Superunie haar voetafdruk wil reduceren.
De voedselindustrie is verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van alle broeikasgasemissies wereldwijd. Superunie is een schakel in deze voedselindustrie. Vanuit die rol wil Superunie haar voetafdruk op het klimaat verkleinen, door vermindering van de CO₂-uitstoot in de eigen bedrijfsvoering en in haar keten. Dit doen wij niet alleen, maar samen met onze leveranciers en leden.
Materiële IRO
Het vrijkomen van broeikasgassen bij de productie van de producten die Superunie inkoopt.
Het vrijkomen van broeikasgassen bij het transport van de producten van leveranciers naar Superunie-leden.
Het verminderen van broeikasgassen door samenwerking in de keten met leveranciers en leden.
01.4.1. Beleid
Superunie wil haar klimaatvoetafdruk verkleinen door het terugdringen van haar CO₂-uitstoot. Bij de uitvoering van dit beleid hanteert Superunie het Green House Gas Protocol om haar voetafdruk te bepalen. Daarbij maken wij onderscheid tussen:
• De bedrijfsvoering van Superunie: directe emissies veroorzaakt binnen de eigen organisatie (scope 1) en indirecte emissies veroorzaakt door ingekochte energie (scope 2).
• De keten: overige relevante indirecte emissies uit de upstream keten (scope 3). Dit omvat de inkoop van producten, upstream transport, zakelijke reizen en privé woon-werkverkeer van onze medewerkers.
De winkels, distributiecentra en hoofdkantoren van onze leden vallen niet binnen onze scope. De leden zijn zelf verantwoordelijk voor de CO₂-reductie binnen hun eigen bedrijfsvoering en de inkoop van producten buiten Superunie om.
01.4.2. Doelstellingen
Science Based Targets initiative
Eind 2025 heeft Superunie haar CO₂-reductiedoelstellingen ingediend bij het Science Based Targets initiative (SBTi). Dat betekent dat een onafhankelijke wetenschappelijke standaard beoordeelt of onze doelstellingen in lijn zijn met het beperken van de mondiale temperatuurstijging tot 1,5°C, conform het Klimaatakkoord van Parijs.
Op basis van deze berekening streeft Superunie in 2025 de volgende klimaatdoelen na:
• 42% minder directe CO₂-emissies in onze eigen bedrijfsvoering (scope 1 en 2) in 2030 ten opzichte van 2021
• 30% minder indirecte CO₂-emissies in onze keten (scope 3) in 2030 ten opzichte van 2021
01.4.3. Uitvoering van het beleid: onze acties
Focus en prioritering in onze aanpak
In de uitvoering van haar klimaatbeleid maakt Superunie onderscheid tussen het terugdringen van uitstoot in de eigen bedrijfsvoering (scope 1 en 2) en in de keten (scope 3). De uitstoot in de eigen bedrijfsvoering is relatief beperkt in verhouding tot de totale voetafdruk. Deze emissies zijn altijd nog onderdeel van onze aanpak, maar vormen niet de primaire hefboom voor reductie.
Gezien de aard van onze organisatie ligt de grootste klimaatimpact bij de keten binnen scope 3. Daarom richt onze aanpak zich in eerste instantie op de productketens met de meeste uitstoot. Uit eerdere berekeningen blijkt dat meer dan 67% van de CO₂-uitstoot bij Superunie afkomstig is uit de zuivelketen, de varkensvleesketen, de granenketen en uit enkele grote A-merken
Onze aanpak bestaat uit twee sporen: door in te zetten op de eiwittransitie, en door samen te werken met leveranciers van de zuivel-, varkensvlees-, graanproductie en A-merkleveranciers op CO₂reductie in de keten.

Uitvoering in de keten: transitie en reductie (scope 3)
Eiwittransitie als strategische hefboom
De overheid stimuleert een verschuiving in het voedingspatroon naar meer consumptie van plantaardige eiwitten. Een plantaardig voedingspatroon kan niet alleen bijdragen aan de volksgezondheid, maar heeft ook een lagere CO₂-uitstoot dan een voedingspatroon met dierlijke producten. De landelijke doelstelling vanuit de overheid is gericht op de verkoop van 50% plantaardige eiwitten in 2030. Superunie verkoopt zelf geen producten en kan hier daarom geen directe doelstellingen op formuleren.
Superunie neemt desalniettemin deel aan verschillende initiatieven rondom de eiwittransitie. Zo ondersteunt Superunie haar leden bij het behalen van hun eigen doelstellingen door een ruim assortiment plantaardige producten aan te bieden. Zo hebben we het Go Vega!-assortiment afgelopen jaar verder uitgebreid door de toevoeging van de Go Vega! blok tempeh, Go Vega! tempehblokjes ketjap en het BIO+ tofu blok. Meer voorbeelden zijn te vinden in paragraaf 02.4.5. Resultaten in de praktijk.
In 2025 is Superunie ook aangesloten bij Protein Action Consortium (PACT), een branchebreed initiatief om de eiwittransitie te versnellen. De eiwittransitie is bovendien een vast onderdeel van onze ketengesprekken met toeleveranciers, waarbij wij samen met partners de mogelijkheden verkennen en samenwerkingen zoeken die bijdragen aan het versnellen van de transitie.
Reductie in de productketens
Nu Superunie beter inzicht heeft in welke productcategorieën het meest emissie-intensief zijn, richten we ons op de samenwerking met ketenpartners om reductie te realiseren. We beschikken over kennis van mogelijke maatregelen en de bijbehorende CO₂-besparingen. Inkopers van deze productketens krijgen specifieke reductiedoelstellingen mee in de vorm van KPI’s voor CO₂reductie. Zij dienen aan te sturen op het behalen van de reductiedoelen in de betreffende productketens. Daarnaast streven we naar meer leverancier specifieke data, die Superunie kan ondersteunen bij optimalisatie van datakwaliteit en beter inzicht in de daadwerkelijke uitstoot. Dit maakt uiteindelijk gerichtere en robuustere sturing op reductie mogelijk.
Voortgang & klimaatvoetafdruk
Om inzicht te krijgen in de voortgang ten opzichte van deze doelstellingen, heeft Superunie haar totale CO₂-voetafdruk over de periode 2021–2025 in kaart gebracht. Hiervoor is een intern monitoringsysteem ingericht, gebaseerd op het Greenhouse Gas Protocol (GHG Protocol). De berekeningen zijn uitgevoerd aan de hand van productvolumes die zijn vermenigvuldigd met conversiefactoren uit publieke databases, die voor alle jaren consistent zijn toegepast.
Als basisjaar is 2021 gekozen, omdat we vanaf dat jaar beschikten over een volledigere dataset voor het inzicht in onze totale uitstoot. In dat jaar bedroeg onze totale uitstoot 6.014.375 ton CO₂-eq4. In 2025 bedroeg de totale uitstoot 4.779.433 ton CO₂-eq.
4 CO₂-eq: eenheid voor broeikasgasemissies, waarbij alle gassen zijn omgerekend naar CO₂ op basis van hun Global Warming Potential (GWP), conform GHG Protocol.
Tabel 6: De uitstoot van 2025 ten opzichte van 2021 (in ton CO₂-eq)
Analyse eigen bedrijfsvoering (scope 1 en 2)
De emissies uit de eigen bedrijfsvoering van Superunie omvatten zowel de directe als indirecte uitstoot die voortvloeit uit de activiteiten van de eigen organisatie. Deze emissies worden veroorzaakt door het gebruik van koelinstallaties en de verbranding van gas voor de verwarming van het kantoor. Daarnaast komen directe emissies vrij door het brandstof- en elektriciteitsverbruik van leaseauto’s.
De scope 1-emissies zijn in 2025 hoger dan in 2021, doordat het kantoor in 2021 als gevolg van COVID-19 vaker gesloten was. De indirecte uitstoot van scope 2 (ingekochte elektriciteit) is tevens gestegen in 2025 ten opzichte van 2021. Tegelijkertijd is alle ingekochte elektriciteit verduurzaamd. Waar in 2021 nog grijze stroom werd ingekocht, maakt Superunie sinds 2023 gebruik van Europese windenergie op basis van het daadwerkelijk verbruik.
Analyse keten (scope 3)
De emissies uit scope 3 hebben betrekking op de indirecte uitstoot die ontstaat buiten de eigen bedrijfsvoering van Superunie. Het grootste deel van deze emissies is afkomstig van de producten die Superunie collectief inkoopt voor haar leden. Over de volledige levenscyclus van deze producten komen emissies vrij, waardoor deze emissies uit de keten het merendeel van onze totale CO₂voetafdruk omvatten, namelijk ruim 95%. Uit eerdere berekeningen blijkt dat meer dan 67% van de CO₂-uitstoot bij Superunie afkomstig is uit de zuivelketen, de varkensvleesketen, de granenketen en uit enkele grote A-merken.
Ten opzichte van 2021 is in 2025 een daling zichtbaar in de emissies uit scope 3. Deze afname is onder andere toe te schrijven aan een daling van het aantal leden (Deen en Jan Linders), maar ook de afname van het aantal vestigingen waar Superunie voor inkoopt.
Naast product gerelateerde emissies maken ook andere vormen van uitstoot deel uit van de keten, zoals woon-werkverkeer met privéauto’s, zakelijke reizen en upstream transport. De uitstoot van deze categorieën is echter beperkt in vergelijking met de emissies die samenhangen met de ingekochte producten.
Duiding en datakwaliteit
Er is gebruikgemaakt van secundaire data op basis van nationale gemiddelde emissiefactoren. Hierdoor is het op dit moment alleen mogelijk om effecten van volumeveranderingen te duiden. Reducties als gevolg van specifieke maatregelen kunnen op basis van deze data nog niet afzonderlijk worden herleid.
2021 als basisjaar
In 2025 heeft Superunie haar totale broeikasgasvoetafdruk opnieuw geanalyseerd en aangescherpt in lijn met het GHG Protocol en de uitgangspunten van het SBTi. In dit kader is besloten het eerder gehanteerde basisjaar 2022 te herijken naar 2021.
Deze herijking is mogelijk doordat voor 2021 dezelfde berekeningsmethodiek kan worden toegepast als voor de andere jaren. Door het basisjaar te vervroegen, kunnen gerealiseerde verbeteringen en reductiemaatregelen sinds 2021 worden meegenomen in de voetafdruk en doelstellingen. Dit resulteert in een robuustere emissiebaseline, biedt beter inzicht in structurele emissietrends en maakt de toerekening en monitoring van keteninitiatieven consistenter. Dit versterkt de kwaliteit van de voortgangsrapportage en ondersteunt Superunie bij het behalen van haar klimaatdoelstellingen.
01.4.4. Resultaten 2025
In 2025 hebben we de volgende resultaten geboekt in onze ambitie om bij te dragen aan het tegengaan van de opwarming van de aarde door middel van CO₂-reductie:
• CO₂-reductiedoelstellingen ingediend bij het SBTi ter validatie
• Reductie van de uitstoot in 2025 ten opzichte van 2021
• Voorbereidingen getroffen met inkopers van relevante productketens, om te komen tot actieplannen per productketen
• Realisatie van een interne CO₂-monitoringtool
• Beleid en aanpak ontwikkeld voor de eiwittransitie en het aanbieden van een passend assortiment om leden te faciliteren in hun doelstellingen rondom de eiwittransitie
Op de volgende pagina’s zijn nog meer concrete voorbeelden te vinden van onze initiatieven in 2025.
01.4.5. Resultaten in de praktijk
Hieronder enkele voorbeelden van de stappen die wij in 2025 hebben gezet.
Uitbreiding 100% plantaardig-logo
In 2025 heeft Superunie het 100% plantaardig-logo ontwikkeld om onze volledig plantaardige producten herkenbaar te maken in het winkelschap. Het logo wordt gebruikt op meerdere merken en vergroot daarmee de herkenbaarheid voor de consument door de hele winkel heen, onder andere bij g’woon, Melkan, BIO+, Daily Chef of Go Vega!.
Het logo maakt onderdeel uit van de bredere inzet van Superunie op de eiwittransitie. Door het voor klanten eenvoudiger te maken om plantaardige producten te herkennen, stimuleren we plantaardige keuzes en dragen wij bij aan een verbeterde balans tussen dierlijke en plantaardige eiwitten. Eén eenduidig en herkenbaar symbool op verpakkingen en in communicatie verlaagt de keuze-drempel, nodigt uit om nieuwe producten te proberen en ondersteunt leden bij het beter zichtbaar maken van hun plantaardige assortiment. Naast het basislogo zijn twee aanvullende varianten ontwikkeld: 100% plantaardig volgens recept en 100% plantaardig, bron van eiwit en rijk aan eiwit. Inmiddels zijn ongeveer 100 producten met een van deze logo’s opgenomen in het assortiment van onze leden. Dit aantal zal het komende jaar verder worden uitgebreid.

Figuur 3: Voorbeelden van producten met verschillende varianten van het 100% plantaardig logo
Vegetarische receptinspiratie in Boodschappen.nl magazine
Via het eigen Boodschappen.nl magazine stimuleert Superunie consumenten om vegetarisch te eten. In 2025 bestond 32% van de receptinspiratie in Boodschappen.nl magazine uit 100% vegetarische recepten. Het septembernummer stond met het thema Veggie Power zelfs volledig in het teken van vegetarisch koken. Voor 2026 ligt de doelstelling op 35% vegetarische recepten, met een stapsgewijze groei naar 50% in 2030.

Figuur 4: Voorbeeld septembernummer Boodschappen.nl magazine, waarin vegetarisch koken centraal stond
Redesign verpakkingen peulvruchtenlijn
In 2025 zijn de verpakkingen van de volledige g’woon peulvruchtenlijn opnieuw vormgegeven. Als onderdeel van dit herontwerp isookhet 100% plantaardig-logo toegevoegd. De nieuwe verpakkingen zijn vanaf medio 2026 in het winkelschap te vinden. Het ontwerp is gericht op het inspireren van consumenten om een smakelijke en voedzame plantaardige maaltijd te bereiden. Op iedere verpakking staat een gerechtensuggestie en via een QR-code wordt de consument doorverwezen naar het Boodschappen.nl-platform voor het recept en meer gerechteninspiratie.

De beschikbaarheid en kwaliteit van drinkwater staat onder druk, onder andere door vervuiling via het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Volgens de Verenigde Naties zal tegen 2025 een aanzienlijk deel van de wereldbevolking leven in gebieden met ernstige zoetwaterschaarste. Superunie wil daarom de impact van haar productketens op het watergebruik en de verontreiniging verminderen, en de impact van waterschaarste op die ketens beheersbaar maken.
Materiële IRO
Watergebruik bij de productie van Eigen Merken
De productie van voedsel is waterintensief. Dit betekent dat Superunie met de productie van Eigen Merken-producten een behoorlijke watervoetafdruk heeft. Door toenemende waterschaarste wordt het steeds belangrijker de impact hierop te beperken.
Water- en bodemvervuiling door herbiciden en pesticiden
Om de groeiende wereldbevolking te kunnen voeden, is ingezet op hoogproductieve gewassen, geteeld in monoculturen in combinatie met meststoffen. Deze ontwikkeling heeft gewassen kwetsbaar gemaakt voor ziekten. Gewasbeschermingsmiddelen worden ingezet om deze te beheersen. Echter hebben deze middelen ook een onbedoelde nadelige impact op waterkwaliteit en biodiversiteit, die beide nodig zijn om voedselproductie in de toekomst mogelijk te blijven maken. Daarom is het voor Superunie van belang de negatieve impact hierop te reduceren.
Ondersteuning bieden aan leveranciers op het gebied van watermanagement en toenemende droogte
Waterschaarste zal steeds vaker voorkomen. Nieuwe teelttechnieken en robotisering kunnen bijdragen aan een efficiënter watergebruik. Dit zal noodzakelijk zijn om de beschikbaarheid van producten te kunnen blijven garanderen. Superunie wil leveranciers hier waar mogelijk in ondersteunen.
01.5.1. Beleid
In 2023 is bepaald dat water en mariene hulpbronnen materieel zijn voor Superunie. Het beleid hierop is nog in ontwikkeling. Hierbij ervaren we de uitdaging dat watergebruik en water- en bodemvervuiling vaak plaatsvinden aan het begin van een productketen. Hoewel we op ingrediëntenniveau weten wat de landen van herkomst zijn, hebben we beperkt zicht op de leveranciers en hun werkwijzen in het begin van productketens. De transparantie en traceerbaarheid, die nodig zijn om te weten waar we kunnen verbeteren, zijn nog niet voor alle producten haalbaar. Daarom rust ons beleid op dit moment op twee pijlers:
• Productcertificeringen
o Voor productketens waar transparantie een uitdaging is, sturen we op certificeringen zoals PlanetProof, Rainforest Alliance, Fairtrade, RSPO, RTRS en SRP, die het terugdringen van pesticiden- en watergebruik in hun criteria hebben opgenomen. Dit maakt het mogelijk om, ondanks het gebrek aan transparantie, verbeteringen aan het begin van de keten te realiseren.
• Verbeteringen op boerenniveau
o Voor productketens waarbij we het begin van de productketen inzichtelijk hebben, sturen we op verbetering op boerenniveau. Dit geldt voor productketens in groente en fruit. Als een boer zich in een hoog-waterrisico regio bevindt, vragen wij om een auditrapport van een relevante waterstandaard. De SIFAV Basket of Water Standards vormt hiervoor de basis. Onderdeel van deze waterstandaard is het voldoen aan lokale wetgeving en het minimaliseren van de negatieve impact op watergebruik en -kwaliteit.
Tot nu toe hebben we producten gecertificeerd zodra de kans zich voordeed, of als onderdeel van ons SIFAV-commitment. In de nabije toekomst hopen we dit structureler aan te pakken, op basis van een risicoanalyse die we in 2025 hebben uitgevoerd. Deze analyse brengt onder andere in kaart welke productketens de grootste waterrisico’s dragen.
01.5.2.
De doelstelling eind 2026 is:
• 100% watercertificering voor groente- en fruitboeren in regio’s met een hoog-waterrisico aan het einde van 2026
Superunie hanteert in 2025 doelstellingen voor keurmerken waarin watermanagement expliciet is verankerd in de standaard. Hiermee richten wij ons op het borgen van de basisvoorwaarden binnen onze ketens. Voorbeelden van dergelijke doelstellingen zijn:
• Minimaal RSPO mass balance met voorkeur voor segregated voor producten die >5% palmolie bevatten
• Fairtrade of Rainforest Alliance voor producten die >5% hazelnoten, koffie of thee bevatten
• Fairtrade voor producten die >5% cacao bevatten.
• Voor alle AGF uit Europa 100% PlanetProof of biologische certificering in 2025
01.5.3. Uitvoering van het beleid: onze acties
Productcertificering vormt voor Superunie de basis en is al jaren onderdeel van de inkoopvoorwaarden. Voor de productketens van groente en fruit waren de acties in 2025 hoofdzakelijk gericht op het behalen van de doelstelling om in 2026 100% van de groente- en fruitboeren in hoog-waterrisico regio’s van een watercertificering te voorzien. We hebben gesprekken gevoerd met leveranciers die nog beperkt of niet voldeden, om erachter te komen welke uitdagingen zij ervaren en of zij denken de doelstelling te kunnen behalen.
01.5.4. Resultaten 2025
In 2025 hebben we het volgende resultaat geboekt in onze ambitie om watergebruik en de verontreiniging te verminderen:
• 80% van de groente- en fruitboeren in hoog-waterrisico regio’s heeft een relevante watercertificering
Naast de resultaten hebben we nogmeer bereikt op dit thema. Rapportage hierover is terugte vinden in het hoofdstuk 02.2. Resultaten – certificering als basis, met het icoon voor water en mariene hulpbronnen.
Biodiversiteit zorgt voor schone lucht, zuiver water, een goede bodemkwaliteit en de bestuiving van gewassen. Daarmee vormt het de essentiële basis voor voedselproductie. Tegelijkertijd kan voedselproductie, als deze niet op de juiste manier plaatsvindt, een negatieve impact hebben op biodiversiteit. Aangezien Superunie een inkooporganisatie is voor voornamelijk voedingsmiddelen ziet Superunie biodiversiteit, als basis voor voedselvoorziening, als een belangrijk onderwerp, waarvoor wij onze verantwoordelijkheid nemen.
Materiële IRO
Nauwe relaties aangaan met leveranciers om aan duurzamere landbouw te doen
Door een lange termijn relatie op te bouwen met leveranciers, verschaffen wij hen zekerheid over de afname van hun product. Dit maakt het voor hen gemakkelijker om te investeren in duurzamere productiemethodes die minder impact hebben op biodiversiteit.
01.6.1.
Het beleid van Superunie op biodiversiteit is nog in ontwikkeling. Biodiversiteit is een complex thema en bevindt zich binnen de organisatie in een onderzoeks- en leerfase. In 2025 heeft Superunie daarom onderzocht welke producten de grootste risico’s kennen op het gebied van biodiversiteit. Door de focus te leggen op deze productgroepen kan gericht worden gewerkt aan impact binnen de keten.
Naast de ontwikkeling van een nieuw beleid stuurt Superunie al langere tijd indirect op biodiversiteit. Daarbij richt zij zich in eerste instantie op certificeringen waarin biodiversiteit expliciet is opgenomen. Voorbeelden hiervan zijn On the way to PlanetProof, Rainforest Alliance en Forest Stewardship Council (FSC).
On the way to PlanetProof wordt ingezet voor zuivel- en AGF-producten en richt zich onder andere op natuurvriendelijk beheer van weidepercelen en de directe omgeving. Rainforest Alliance is een keurmerk voor bijvoorbeeld koffie en thee met onder meer een verbod op pesticiden die schadelijk zijn voor het milieu. FSC wordt gebruikt voor onze papieren en kartonnen verpakkingen en richt zich op het beschermen en herstellen van bossen.
Daarnaast zijn wij ons ervan bewust dat biodiversiteit niet op zichzelf staat. Biodiversiteit speelt een rol bij het beperken van de negatieve gevolgen van klimaatverandering. Gezonde ecosystemen fungeren als buffer, bijvoorbeeld door water op te nemen bij overstromingen of juist water vast te houden bij droogte. Bovendien nemen vitale graslanden, bossen, moerasland, bodems en oceanen
broeikasgassen op uit de atmosfeer. Andersom vormt klimaatverandering een bedreiging voor de biodiversiteit. De opwarming van de planeet, door de uitstoot van CO₂, bedreigt het voortbestaan van diersoorten en andere levende organismen. Het klimaatbeleid van Superunie, beschreven in hoofdstuk 02.4. Milieu E1: Klimaatverandering, richt zich op reductie van CO₂-uitstoot en draagt daarmee ook bij aan het behoud van biodiversiteit.
Hetzelfde geldt voor ons beleid op het gebied van water, zoals beschreven in hoofdstuk E3: Water en mariene hulpbronnen. In regio’s die als hoog-waterrisicoregio zijn aangemerkt, stuurt Superunie op watercertificering. Deze certificering richt zich onder andere op ecosystemen, wateropvang en waterzuivering. Voldoende en schoon water is immers cruciaal voor de natuur en het behoud van biodiversiteit.
01.6.2. Doelstellingen
Superunie hanteert doelstellingen voor keurmerken waarin biodiversiteit expliciet is verankerd in de standaard. Hiermee richten wij ons op het borgen van de basisvoorwaarden binnen onze ketens. Voorbeelden van dergelijke doelstellingen zijn:
• Minimaal RSPO mass balance met voorkeur voor segregated voor producten die >5% palmolie bevatten
• RTRS, EuropeSoja/Donau of Proterra certificering voor producten die >5% soja bevatten
• Fairtrade of Rainforest Alliance voor producten die >5% hazelnoten, koffie of thee bevatten
• Alle zuivelproducten (excl. Buitenlandse kaas) PlanetProof, Beter Leven of biologisch gecertificeerd in 2030
• Alle AGF uit Europa 100% PlanetProof of biologische gecertificeerd in 2025
01.6.3. Uitvoering van het beleid: onze acties
Omdat het biodiversiteitsbeleid nog in ontwikkeling is, zijn er tot op heden beperkt aanvullende acties uitgevoerd. Superunie stuurt structureel op certificering als basisinstrument. Wanneer blijkt dat producten niet gecertificeerd zijn, volgen wij dit op door hierover met leveranciers in gesprek te gaan.
01.6.4. Resultaten 2025
In 2025 zijn diverse resultaten behaald op het thema biodiversiteit via certificering. Rapportage hierover is terug te vinden in hoofdstuk 02.2. Resultaten – certificering als basis, met het icoon voor biodiversiteit.
Een circulaire economie richt zich op het zo lang mogelijk gebruiken en hergebruiken van producten en materialen, wat afval vermindert, grondstoffen spaart en CO₂uitstoot verlaagt. Aangezien Superunie enkel de inkoop verzorgt en zelf geen winkels heeft, vallen materialen op de winkelvloer buiten onze scope. Wij hebben wel invloed op de verpakkingen van producten en nemen hier onze verantwoordelijkheid voor. Daarom zetten wij in op het verduurzamen van verpakkingen en het bevorderen van circulariteit.
Materiële IRO
Verminderen en aanpassen van samenstelling van verpakkingsmateriaal
Superunie koopt ruim 5.000 Eigen Merken-producten in. Daarvan bepalen we de specificaties voor een groot deel zelf. Dat geeft ons de mogelijkheid om direct invloed uit te oefenen op de verpakkingen.
01.7.1.
Verpakkingen en duurzaamheid producten aankaarten in onderhandelingen
De mogelijkheden voor het verduurzamen van verpakkingen bespreken wij tijdens onze onderhandelingen met leveranciers, om het onderwerp ook bij hen op de agenda te zetten. Ook blijven wij hen zo prikkelen om suggesties te doen voor duurzamere verpakkingen.
Superunie heeft zich de afgelopen vijf jaar gericht op het verduurzamen van verpakkingen door minder materiaal te gebruiken, verpakkingen recyclebaar te maken en gerecycled materiaal te gebruiken. Dit doen we omdat we de potentiële positieve impact zien van de IRO ‘verminderen en aanpassen samenstelling van verpakkingsmateriaal’. Met minder instroom van verpakkingsmateriaal creëren we minder afval. Door verpakkingen zo goed mogelijk recyclebaar te maken, zijn deze materialen herbruikbaar en creëren we een nieuwe grondstof in plaats van afval.
Daarnaast sturen we op het gebruik van gerecycled materiaal om ervoor te zorgen dat er minder nieuwe grondstoffen nodig zijn. Superunie volgt hierbij de prioritering uit de zogeheten afvalhiërarchie. Daarin is ‘kan het minder’ het belangrijkste speerpunt dat bijdraagt aan preventie van afval. De speerpunten ‘kan het gerecycled worden’ en ‘kan het van gerecycled materiaal’ dragen bij aan recycling van afval.
We sturen eerst op preventie, voordat we op recycling sturen. We sturen op minder, recyclebaar en gerecycled materiaal door tijdens onderhandelingen naast prijs ook de verpakkingen en de duurzaamheid van producten aan te kaarten. We zien potentiële positieve impact door dit bespreekbaar te maken en leveranciers te stimuleren om duurzaamheid en verpakkingen te verbeteren.

01.7.2. Doelstellingen
In 2025 hebben we de volgende doelstellingen geformuleerd om verpakkingen te verduurzamen en circulariteit te bevorderen:
• 20% minder verpakkingsmateriaal ten opzichte van 2020
• 95% recyclebare verpakkingen
• 100% FSC, PEFC of gerecyclede karton en papier
• Plastic flessen en trays bestaan voor 50% uit gerecycled materiaal
• Overige plastic verpakkingen bestaan voor 35% uit gerecycled materiaal
01.7.3. Uitvoering van het beleid: onze acties
Superunie voert het beleid voor materiaalgebruik en circulaire economie uit met een aantal maatregelen en middelen, opgesteld door de afdeling Duurzaamheid. Deze maatregelen en middelen worden de afdelingen Marketing, Kwaliteit en Inkoop aangereikt. De afdeling Inkoop maakt met leveranciers uiteindelijk de afspraken over verpakkingen. Hiermee kunnen de doelstellingen daadwerkelijk gerealiseerd worden.
Voorbeelden van maatregelen en middelen
Training van nieuwe medewerkers over duurzame verpakkingen
Hierbij deelt de afdeling Duurzaamheid kennis met de afdelingen Kwaliteit, Marketing en Inkoop over verpakkingen, zodatdeze ingezet kan worden in overleggen met leveranciers. Deze kennishelpt onze medewerkers om te kiezen voor een duurzamere verpakking, en om leveranciers uit te dagen om duurzamere verpakkingsopties voor te stellen.
Ondersteuning van inkopers
Onze afdeling Duurzaamheid adviseert inkopers over lastige verpakkingskeuzes, zodat zij in overleg met leveranciers tot duurzamere verpakkingskeuzes kunnen komen. Ook wordt de mogelijkheid geboden om extra kennis in te zetten vanuit onze externe verpakkingsconsultant Searious Business.
Actief in gesprek met leveranciers
In samenspraak met onze afdelingen Inkoop en Duurzaamheid gaan we voor verpakkingen met een grote, negatieve impact actief in gesprek met leveranciers. Samen met hen onderzoeken we mogelijkheden om tot duurzamere oplossingen te komen.
Monitoring van de doelstellingen
Door de verpakkingsdoelstellingen nauwlettend te volgen, kunnen we actief sturen op resultaten die achterblijven en extra aandacht nodig hebben.
Richtlijnen verpakkingskeuzes
Superunie heeft in samenwerking met Searious Business richtlijnen opgesteld voor verpakkingskeuzes. Deze richtlijnen ondersteunen onze collega’s van de afdelingen Inkoop, Marketing en Kwaliteit om tot duurzamere verpakkingskeuzes te komen.
Een voorbeeld hiervan is verpakkingsstoplichten. Hiermee is in een oogopslag te zien wat de regels zijn voor de diverse verpakkingsmaterialen en producten. Ze zijn afgestemd op de richtlijnen van het KIDV (Kennisinstituut Duurzaam Verpakken). Daarnaast zijn er stroomschema’s opgesteld om duurzamere verpakkings- of materiaalkeuzes te stimuleren.
Levenscyclusanalyse (LCA)
Bij lastige verpakkingskeuzes laten we een analyse uitvoeren, om verpakkingsopties met elkaar te vergelijken en van daaruit de meest duurzame keuze te kunnen maken. Deze analyse evalueert de milieueffecten van een verpakking gedurende de gehele levenscyclus, wat een goed geïnformeerde keuze mogelijk maakt.
01.7.4. Resultaten 2025
In 2025 hebben we diverse resultaten geboekt in onze ambitie om verpakkingen te verduurzamen en circulariteit te bevorderen:
• 20% minder verpakkingsmateriaal ten opzichte van 2020 is niet behaald. Dit komt onder andere doordatveel verpakkingen al een optimaal gewicht hebben bereikt. Verdere reductie zou ten koste gaan van productbescherming of logistieke eisen, zoals stapelbaarheid tijdens transport. Daarnaast staat voor Superunie vast dat recyclebaarheid nooit ten koste
mag gaan door de reductie van verpakkingsmateriaal. Ondanks dit resultaat blijven we inzetten op verdere reductie.
• 95% recyclebare verpakkingen is nagenoeg behaald (93%). Superunie blijft aandacht geven aan recyclebaarheid, onder meer doordat de definitie ‘recyclebaar’ voortdurend in ontwikkeling is en afhankelijk is van veranderende regelgeving en inzamel- en verwerkingsmogelijkheden.
• 100% FSC, PEFC of gerecyclede karton en papier is nagenoeg behaald (98%). Gezien dit hoge resultaat wordt deze doelstelling nu opgenomen als vereiste in het verpakkingsbeleid.
• Plastic flessen en trays bestaan voor 50% uit gerecycled materiaal is niet behaald (44%). Dit laat zien dat verdere verbeteringen mogelijk en nodig zijn. Superunie blijft zich daarom inzetten op het verhogen van het aandeel gerecycled materiaal in vormvaste PETverpakkingen.
• Overige plastic verpakkingen bestaan voor 35% uit gerecycled materiaal is met 4% niet behaald. Dit is voornamelijk te verklaren doordat gerecycled PE en PP momenteel nog niet beschikbaar zijn als goedgekeurd, voedselveilig verpakkingsmateriaal. Hierdoor kan deze doelstelling uitsluitend worden gerealiseerd via non-food verpakkingen. De afzet binnen deze categorie is echter te beperkt om de doelstelling van 35% gerecycled materiaal te behalen, zelfs wanneer alle non-food verpakkingen volledig uit PE en PP zouden bestaan.

01.7.5. Vooruitblik
De resultaten laten zien dat de afgelopen jaren belangrijke stappen zijn gezet, maar ook dat technische, logistieke en wettelijke randvoorwaarden een grote rol spelen in het realiseren van onze ambities. Deze inzichten vormen de basis voor de verdere doorontwikkeling van het verpakkingsbeleid.
In 2025 heeft Superunie haar verpakkingsbeleid geactualiseerd en vastgelegd in een nieuw verpakkingsbeleid voor de periode 2025-2030. Het beleid blijft nadrukkelijk gericht op circulariteit. Daarbij kijkt Superunie naar de verschillende stappen binnen de verpakkingsketen en naar hoe onze keuzes kunnen bijdragen aan een meer circulair verpakkingssysteem. Daarnaast maken wij bewuste en slimme keuzes die niet alleen bijdragen aan verdere verduurzaming, maar ook aan het verlagen van de afvalbeheerbijdrage en het tijdig anticiperen op de aankomende PPWR-wetgeving (Packaging and Packaging Waste Regulation).
In Figuur 8 is onze focus op de verschillende stappen in de verpakkingsketen en hoe PPWR en ABB/SUP hierop aansluit gevisualiseerd.

Figuur 8: Het verpakkingsbeleid van 2025-2030
01.7.6. Resultaten in de praktijk

01.8. Sociaal S2: Werknemers in de waardeketen
Een substantieel deel van de Eigen Merken-producten die Superunie inkoopt, is afkomstig uit het buitenland. De levensmiddelenindustrie is sterk afhankelijk van de mensen die hier werkzaam zijn. In een paar landen doen zich ernstige misstanden voor, zoals dwang- en kinderarbeid. Ook falen regeringen hier in de bescherming van arbeidsrechten en worden vakbonden beperkt in hun activiteiten. Superunie zet zich in om, waar zij invloed heeft, risico’s te identificeren en verbeteringen te realiseren en neemt haar verantwoordelijkheid hierin zeer serieus.
Materiële IRO
Social compliance van leveranciers in risicolanden verbeteren door audits
De bescherming van mensenrechten is niet altijd vanzelfsprekend. Superunie wil het risico op mensenrechtenschendingen bij leveranciers in risicolanden beperken door te eisen dat zij regelmatig door een onafhankelijke derde partij ge-audit worden op het gebied van arbeidsomstandigheden.
Het garanderen van leefbaar loon in de waardeketen
Naast het verkleinen van potentiële negatieve impact, wil Superunie haar positieve impact maximaliseren. Een belangrijk onderdeel hiervan is het betalen van een leefbaar loon. Dit heeft ook een potentieel positief effect op andere sociale thema’s zoals kinderrechten, kinderarbeid, gedwongen arbeid, overwerk en (gender)discriminatie.
01.8.1. Beleid
Door ketens transparant te maken, brengen wij risico’s op het gebied van mensenrechten, arbeidsomstandigheden en milieu zo volledig mogelijk in kaart. Op deze manier kunnen we, waar we invloed hebben, oplossingen realiseren en positieve veranderingen stimuleren. Deze aanpak noemen wij Due Diligence of ketenverantwoordelijkheid.
Ons beleid is gebaseerd op de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, de ‘Guiding Principles on Business and Human Rights’ (UNGP) van de Verenigde naties en de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CS3D). In onze aanpak richten we ons op leveranciers uit risicolanden, waar bescherming van mensenrechten niet altijd vanzelfsprekend is.
01.8.2. Doelstellingen
In 2025 hebben we de volgende doelstellingen geformuleerd om risico’s voor werknemers te identificeren en verbeteringen te realiseren:
• Elke leverancier met een productielocatie in een hoog-risicoland (last stage of production before packaging) beschikt over een geldig social compliance-auditrapport dat inzicht geeft in het respecteren van arbeidsomstandigheden
• Voor AGF geldt deze verplichting tot aan de telerlocatie en is zij tevens van toepassing op midden-risicolanden
• Uitvoering van drie Human Rights Impact Assessments (HRIA’s)
01.8.3. Uitvoering van het beleid: onze acties
Maatregelen en verificatie
Voor onze Eigen Merken-producten stuurt Superunie op inzicht in de keten tot en met de laatste productiefase vóór het verpakken. Voor deze ‘last stage of production before packaging’ (LSOPBP) vragen wij een geldig social compliance auditrapport op bij producenten in landen die volgens de risicolandenlijst van het Business Social Compliance Initiative (BSCI) zijn aangemerkt als hoogrisicolanden.
Voor AGF-producten gaat Superunie een stap verder en streven wij naar inzicht in de pakhuizen en boerderijen die ons beleveren en vragen wij ook voor mediumrisicolanden een auditrapport op.
De ontvangen auditrapporten worden door een externe partij beoordeeld. Wanneer hieruit blijkt dat zaken niet op orde zijn, bijvoorbeeld als er sprake is van dwang- of kinderarbeid, gaan wij hierover in gesprek met de leverancier. Blijft tijdige verbetering uit, dan heeft dat gevolgen voor het voortzetten van de samenwerking.
Het spreekt voor zich dat Superunie de ketenverantwoordelijkheid niet alleen kan dragen. Daarom werken we intensief samen met onze leden, leveranciers, NGO’s, overheid, CBL en kennisinstellingen. Daarnaast zijn wij aangesloten bij het Dutch Initiative on Sustainable Cocoa (DISCO) en het Sustainability Initiative Fruit and Vegetables (SIFAV).
SIFAV
Onze aanpak op AGF is mede gevormd door het convenant SIFAV, dat zich richt op een gezamenlijke strategie voor duurzame groente en fruit voor wereldwijde ketens. Binnen SIFAV wordt gewerkt aan environment, social en due diligence.
Focusproducten
Certificering kan een belangrijke rol spelen bij het verbeteren van arbeidsomstandigheden. Voor een aantal producten is echter een aanvullende aanpak nodig. Op basis van een analyse uitgevoerd door deskundigen van de bureaus Inclsve en Fair & Sustainable heeft Superunie tien focusproducten vastgesteld. Dit zijn producten met de grootste potentiële risico’s in de keten.
De tien focusproducten in 2025 waren: thee, bananen, cacao, cashewnoten, rijst, tomatenconserven, vis, vruchtensappen, druiven en kruiden5. De afgelopen vijf jaar hebben wij per product een aanpak op maat ontwikkeld. De bijbehorende ketens zijn vaak complex en worden beïnvloed door lokale omstandigheden.
01.8.4. Resultaten 2025
In 2025 hebben we de volgende resultaten geboekt in onze ambitie om risico’s voor werknemers te identificeren en verbeteringen te realiseren:
• 95% van de productielocaties in risicolanden heeft een geldig social complianceauditrapport aangeleverd
• Voor de resterende 5% is de status van het social compliance-auditproces bekend en wordt actief toegewerkt naar certificering
• In 2025 hebben we een HRIA afgerond voor de cashewketen in Vietnam
Naast deze resultaten hebben we nog meer bereikt op dit thema. Rapportage hierover is terug te vinden in hoofdstuk 02.2. Resultaten – certificering als basis, met het icoon voor werknemers in de keten. Op de volgende pagina’s wordt meer inzicht gegeven in de voortgang op onze focusproducten en de praktische toepassing van onze aanpak.
01.8.5. Resultaten in de praktijk
Al twintig jaar koopt Superunie jaarlijks ruim 6 miljoen pakjes thee direct in bij leverancier Bogawantalawa in Sri Lanka. Deze hechte en langdurige samenwerking maakt het mogelijkom concreet tewerken aande verbeteringvan de arbeidsomstandigheden van de medewerkers op de theeplantages.

Ambitie
De vastgestelde kloof tussen huidig loon en leefbaar loon volledig dichten voor de arbeiders op de theeplantages voor ons theevolume
Leefbaar loon
Ondanks certificering is wereldwijd in verschillende theeteeltregio’s vastgesteld dat theeplukkers niet genoeg verdienen om te voorzien in hun levensonderhoud. Daarom zijn wij met onze theeleverancier in 2021 begonnen met het leefbaar loonproject.
5 Kruiden maken deel uit van de focusproducten in 2025. Vanwege de complexiteit van de keten is het tot op heden niet gelukt om hier concrete voortgang op te boeken. Bij de herijking van de focusproducten voor 2025–2030 is kruiden, rekening houdend met risico’s en mogelijke impact, niet opnieuw geselecteerd als focusproduct.
Een leefbaar loon is de vergoeding die een arbeider op een bepaalde plek krijgt die voldoende toereikend is voor een fatsoenlijke levenstandaard voor hem/haar zelf en zijn/haar familie. Een fatsoenlijke levensstandaard omvat voedsel, water, woning, onderwijs, gezondheidszorg, vervoer en andere essentiële behoeften, inclusief reserves voor onvoorziene situaties.
Aanpak en resultaten
Theeleverancier Bogawantalawa in Sri Lanka levert na afronding van ieder jaar salarisdata aan. Met behulp van de salarismatrixtool van IDH wordt het verschil berekend tussen het huidige loon en een leefbaar loon. In 2024 bedroeg de gemiddelde leefbaar-loonkloof voor verschillende functiegroepen tussen de 20 en 30%. Met het Sri Lankaanse nieuwjaar dicht Superunie voor het door haar afgenomen volume de leefbaar-loonkloof op de plantages van Bogawantalawa. Via een werknemersconsultatie is vastgesteld op welke wijze de uitbetaling plaatsvindt. Per functiegroep wordt op basis van aanwezigheid een bonus uitbetaald.
Bananen
Superunie koopt bananen in bij Tropical Fruit Export in Ecuador en Fyffes in Colombia en Costa Rica. De bananenketen brengtveel uitdagingen met zich mee, zoals hoge productiekosten, lage lonen voor arbeiders, klimaatverandering en plantziektes. Alle bananen die Superunie inkoopt, zijn Fairtrade en/of Rainforest Alliance gecertificeerd. Samen met alle betrokken partijen willen wij echter méér doen.

Ambitie
Per 2025 wordt het verschil tussen huidig en leefbaar loon met ten minste 75% verminderd voor de arbeiders in de bananenteelt voor ons bananenvolume
Bananenproject
Samen met enkele andere Nederlandse supermarkten startte Superunie in 2019 het Leefbaar Loon Bananenproject, dat tot en met 2025 liep. Het doel: een leefbaar loon voor de mensen die op de bananenplantages van onze leveranciers werken. Hoewel arbeiders tenminste het lokale minimumloon verdienen, ligt dit in sommige gevallen onder de norm voor een leefbaar loon. De deelnemende supermarkten erkenden dit probleem en zetten zich actief in voor verandering Deze unieke samenwerking heeft internationale aandacht getrokken en is inmiddels ook in andere Europese landen opgepakt.
Daarnaast wordt onder de naam ‘Better Together’ gekeken op welke onderdelen Europese retailers kunnen samenwerken op dit vlak. Zo hebben we het afgelopen jaar onderzocht of we op Europees niveau onze werkwijze meer kunnen uniformeren. Dit omdat leveranciers aangaven dat de verschillende eisen en aanpakken van retailers extra complexiteit toevoegde. Over een groot aantal punten hebben we overeenstemming bereikt, op een aantal punten niet. Op basis van deze input gaan IDH en GIZ een guideline opstellen.
Aanpak en resultaten
Superunie koopt bananen in bij Tropical Fruit Export in Ecuador en Fyffes in Colombiaen Costa Rica. Deze leveranciers leveren elk jaar salarisdata6 aan. Met behulp van de salarismatrixtool van IDH wordt het verschil berekend tussen het huidige loon en een leefbaar loon. In Ecuador heeft de overheid een leefbaar loon vastgesteld. Alle medewerkers in Ecuador die werken op de plantages waar wij onze bananen vandaan halen, ontvangen dit leefbare loon.
Voor het volume bananen dat we inkopen in Colombia en Costa Rica is op basis van salarisdata sprake van een loonverschil ten opzichte van een leefbaar loon. Op basis van de meest recente cijfers (2024) was het aandeel medewerkers met een leefbaar-loonkloof vergelijkbaar met 2023 (34% versus 35%). De gemiddelde leefbaar-loonkloof nam af van 16% naar 14%.
Begin 2026 zal Superunie voor het door haar afgenomen volume Fairtrade en biologische bananen de leefbaar-loonkloof volledig dichten. Dit omvat 63% van ons volume. Begin 2026 zullen we de kloof voor het afgenomen volume Rainforest Alliance bananen met tenminste 75% verminderen.
In Colombia gebeurt dit door middel van voedselbonnen. Een deel van ons volume uit Costa Rica is afkomstig van de eigen boerderijen van leverancier Fyffes. Ook daar zullen medewerkers een voedselbon ontvangen. Onze volumes met herkomst Costa Rica zijn echter relatief laag. Hierdoor komt het benodigde bedrag om de loonkloof te verminderen uit op slechts 0,77 tot 1 dollar per medewerker. Een dergelijke uitbetaling kan mogelijk als een belediging worden ervaren. Daarom wordt het resterende bedrag dat voor Costa Rica is gereserveerd, ingezet voor een community project.
Jaarlijks koopt Superunie ongeveer 4 miljoen kilogram cacaobonen in voor haar Eigen Merken-producten. Deze worden verwerkt tot diverse cacao-houdende producten, van hagelslag tot de stracciatellavlokken in ijs. In de landen van herkomst bestaan veel sociale en milieu uitdagingen. Met ons nieuwe commitment willen wij bijdragen aan het verminderen van deze risico’s.

Ambitie
Superunie wil dat de producten die meer dan 5% cacao bevatten, voldoen aan de vereisten van DISCO:
• Het tegengaan van ontbossing en conversie van land en bos per 2025
6 Deze salarisdata is inclusief cesantías In Colombia houdt dit in dat werkgevers verplicht zijn jaarlijks een bedrag te sparen voor een wettelijke ontslag- of werkloosheidsvergoeding voor hun werknemers. Idealiter leveren leveranciers salarisdata aan exclusief cesantías, omdat deze vergoeding alleen mag worden opgenomen in specifieke situaties. In de praktijk levert echter echter het merendeel van de plantages de salarisdata inclusief cesantías aan.
• Het nemen van effectieve maatregelen en noodzakelijke acties die bijdragen aan het beëindigen van alle vormen van kinderarbeid per 2025
• Het mogelijk maken van leefbaar inkomen voor cacao producerende boerenfamilies per 2030
Problemen in de landen van herkomst
In de landen van herkomst ontbreekt het vaak aan een leefbaar inkomen. In combinatie met de huidige onzekerheden in de markt leidt dit tot het ontbreken van prikkels voor cacaoboeren om te investeren in duurzame en goede landbouwpraktijken. Dit zorgt voor een dalende opbrengst van het meerjarige cacaogewas en werkt ontbossing deels in de hand. Het ontbreken van leefbaar inkomen kan ook kinderarbeid in de hand werken. De inrichting van een cacaosector die economisch levensvatbaar, milieuvriendelijk en sociaal aanvaardbaar is, blijft daarom uitdagend.
Superunie heeft extra focus op het verminderen van de hoge risico’s die de cacaoketen kent. Dit doen wij in de eerste plaats door middel van certificering. Alle producten die meer dan 5% cacao bevatten, zijn Fairtrade of Rainforest Alliance gecertificeerd. Daarnaast hebben wij het sector brede convenant DISCO ondertekend (Dutch Initiative on Sustainable Cocoa). Binnen dit initiatief sturen we op drie doelstellingen zoals benoemd in onze ambitie.
Aanpak en resultaten
Ontbossing
Wat ontbossing betreft, laten de certificeringen Rainforest Alliance en Fairtrade zien al goed op weg te zijn om dit probleem tegen te gaan. Daarnaast gaat op 30 december 2026 de ontbossingswetgeving European Deforestation Regulation (EUDR) in. Hierin is opgenomen dat grondstoffen als cacao, palmolie, soja, hout, rund, koffie, rubber en afgeleiden niet mogen bijdragen aan ontbossing vanaf de ‘cut-off date’ van 31 december 2020. De producten moeten traceerbaar zijn naar productielocatie, met geolocatie-vereisten. Ook dit zal ontbossing in de cacaoketen tegengaan.
Kinderarbeid
De certificeringen Rainforest Alliance en Fairtrade sturen op het minimaliseren van kinderarbeid. Dit doen zij door middel van controles en audits. Daarnaast verplichten beide certificeringen de cacao producerende coöperaties in het land van herkomst tot het invoeren van een Child Labour Monitoring and Remediation System (CLMRS). Dit systeem brengt kinderarbeid in kaart en biedt ondersteuning om het probleem op te lossen of te voorkomen. Ook verhoogt een CLMRS het bewustzijn rondom dit onderwerp.
Leefbaar inkomen
Op het gebied van leefbaar inkomen blijkt dat de huidige certificeringen Rainforest Alliance of Fairtrade niet voldoende zijn. Superunie moet extra stappen zetten om hier verbetering in te realiseren. Hiervoor is een nieuwe aanpak opgesteld, met als doel om in 2030 richting een leefbaar inkomen te bewegen.
Deze aanpak is in samenwerking met onze inkoopafdeling ontwikkeld, zodat wij een gedragen en realistische strategie formuleren die ons in staat stelt naar een leefbaar inkomen toe te werken.
Superunie heeft zich gecommitteerd aan de volgende acties:
• Fairtrade-transitie: uiterlijk eind 2026 wil Superunie alle Eigen Merken-artikelen met meer dan 5% cacao omzetten naar Fairtrade. Dat betekent dat een Fairtrade-premie van $240 per ton cacao, rechtstreeks naar gecertificeerde Fairtrade coöperaties gaat.
• LIRP-betaling: in 2027 start Superunie met de betaling van het Living Income Reference Price (LIRP) voor een deel van het volume (1.100 MT) en dit breiden we in 2030 uit naar het hele Eigen Merken-assortiment met >5% cacao.
• Boerenprogramma’s: investeren in programma’s die cacaoboeren ondersteunen bij het verhogen van hun productiviteit en het verbeteren van kinderwelzijn, om zo richting een leefbaar inkomen te bewegen.
Per jaar koopt Superunie ruim 1,5 miljoen kilogram cashewnoten in voor de Eigen Merken snack cashewnoten en notenmixen die cashewnoten bevatten. De keten voor deze producten is complex en kent verschillende risico’s en impactgebieden, zoals watergebruik, C leefbaarinkomen en kinderarbeid. Certificeringvormtvoor Superunie de basis voor risicomitigatie. Gecertificeerde cashewnoten zijn echter zeer beperkt beschikbaar.

Ambitie
Superunie streeft ernaar om in 2030 alle Eigen Merken snack cashewnoten 100% duurzaam gecertificeerd hebben
Gezamenlijke doelstelling
Om het aandeel gecertificeerde cashewnoten te vergroten en als eerste stap richting risicomitigatie, hebben de supermarkten binnen het CBL afgesproken dat per 2030 de Eigen Merken snack cashewnoten duurzaam gecertificeerd zullen zijn. Cashewnoten worden als duurzaam gecertificeerd beschouwd wanneer deze voldoen aan de certificeringsvereisten van de ‘Cashew Basket of Standards’ voor boeren en verwerkers. Dit omvat certificeringen zoals Rainforest Alliance, Fairtrade, Sustainability Grown Certified of een equivalent.
Human rights impact assessment
Om inzicht te krijgen in de specifieke risico’s in de keten, heeft Superunie in 2025 een HRIA uit laten voeren. Het doel was het in kaart brengen van de belangrijkste risico’s en impacts op het gebied van mensenrechten, als basis voor verdere verbeteringen. De belangrijkste risico’s bevinden zich rondom de oogst, op de droogplaatsen en tijdens de processing. De volledige HRIA is te vinden op de website van Superunie.
Aanpak en resultaten
Eerder hebben we ervoor gezorgd dat de cashewnoten in sta-zak uit Vietnam en Cambodja ook ter plaatse worden gepeld. In 2025 is bovendien afgesproken dat deze cashewnoten in 2026 Fairtrade
gecertificeerd zullen zijn. Daarmee zal ruim 60% van de Eigen Merken snack cashewnoten duurzaam gecertificeerd zijn en maakt Superunie een grote stap richting het behalen van haar 2030commitment.
Daarnaast zijn we in 2025 gestart met het vergroten van ons inzicht in de cashewketens. Dit is noodzakelijk om uiteindelijk samen met ketenpartners risicobeperkende maatregelen te kunnen nemen. Transparantie in de cashewketens is echter complex: de noten worden voornamelijk door kleine boeren verbouwd, de productie is vaak informeel georganiseerd en de oogst passeert meerdere tussenhandelaren. Daarom starten we in 2026 samen met Fairtrade en FLOCERT een traject om het inzicht verder te maximaliseren.
Naast thee, bananen, cacao en cashewnoten heeft Superunie zes andere focusproducten benoemd: producten met de grootste potentiële risico’s in de keten, waarvoor we stap voor stap verbeteringen doorvoeren met een aanpak op maat.

Rijst
Superunie koopt haarrijst in bij boeren inIndiaen Pakistan. Sinds2024kopen wij alle basmatirijst SRP-gecertificeerd in. SRP (Sustainable Rice Platform) draagt bij aan een gezondere rijstketen door de levens- en werkomstandigheden van kleine boeren te verbeteren en hen ondersteunen bij de overstap naar duurzamere landbouwpraktijken. De nadruk ligt op minder watergebruik via innovatieve landbouwtechnieken en op het reduceren van methaan en CO₂-uitstoot. Daarnaast is al onze biologische rijst Fairtrade gecertificeerd. Zo sturen we op duurzame productiemethoden zonder pesticide, maar ook op sociale risico’s en werkomstandigheden voor boeren.
Tomatenconserven
Bij de productie van Italiaanse tomatenconserven bestaat het potentiële risico op het inzetten van ongedocumenteerde arbeidsmigranten, met mogelijke schending van mensenrechten zoals uitbuiting en illegale arbeid. Om dit tegen te gaan, heeft Superunie samen met haar leveranciers actieplannen opgesteld om goede arbeidsomstandigheden te waarborgen. In 2023 zijn deze plannen uitgevoerd bij onze lange termijn leveranciers SAC SPA, La Doria, Sugal Group en La Contadina in Italië. Superunie blijft hun naleving van de eisen nauwlettend monitoren.
Vis
Voor producten die meer dan 5% vis bevatten, stuurt Superunie op certificeringen zoals ASC, MSC, GGN en/of biologisch, zodat de basis duurzaamheidscriteria gewaarborgd zijn. Daarnaast kopen wij collectief geen vis in die rood scoort op de viswijzer, om vissoorten te vermijden waarvoor meerdere duurzaamheidsproblemen gelden, zoals overbevissing en negatieve effecten op het ecosysteem bij wildvangst of op de omgeving bij kweek. Een voorbeeld hiervan is makreel, dat sinds 2025 op rood staat. Superunie maakt haar bestaande contractverplichting af, maar koopt daarna geen makreel meer in zolang makreel rood blijft op de viswijzer.
Vruchtensappen
Al sinds 2017 koopt Superunie duurzame sappen in. Dit betekent dat boeren FSA Brons of hoger gecertificeerd zijn en dat de verwerkers (blenders en bottelaars) ETI SMETA pillar 4 of SA8000 gecertificeerd moeten zijn, om goede werkomstandigheden te waarborgen. Voor ons Vers assortiment is 80% duurzaam gecertificeerd ingekocht. Dit is mogelijk dankzij leverancier FruityLine, die voor de meeste grondstoffen een directe en langdurige relatie heeft met de pakhuizen en hun telers. De leverancier biedt hiermee afnamezekerheid aan de telers, zodat zij weten dat een investering in certificering de moeite waard is. Ook met leverancier Refresco uit Nederland werken wij aan verduurzaming van sappen. Het volume van appel en sinaasappel is al verduurzaamd. Voor overige fruitsoorten is dit nog een uitdaging vanwege jaarlijkse inkoopmomenten, beperkte duurzame beschikbaarheid of kwaliteits- en volumeverschillen.
Druiven
Al meer dan tien jaar werkt Superunie samen met leveranciers DSI en Olympic Fruit in India. DSI-exporteurs zijn ambitieus, duurzaam en digitaal vooruitstrevend. Zo worden de druiven direct op locatie verpakt. Door de introductie van digitale hulpmiddelen is iedereen in de keten goed geïnformeerd en wordt met sterk gereduceerd watergebruik een mooie en lekkere druif geteeld. Daarnaast stuurt Superunie op een geldig social compliance auditrapport voor telers in risicolanden, waarin zij verantwoording afleggen over de arbeidsomstandigheden.
Superunie en haar leden vinden het belangrijk om producten voor de consument beschikbaar en betaalbaar te houden. Maar ook dat de klant in de winkel bewuste keuzes kan maken. Superunie ziet het als haar verantwoordelijkheid om de voedselveiligheid te borgen en de consument en de eindgebruiker te voorzien van correcte productinformatie. Dat stelt de klant in staat om gezondheidsrisico’s af te wegen. Daarnaast hebben wij consumentenrechten en eerlijke marketing hoog in het vaandel staan, om misleiding te voorkomen.
Materiële IRO
Aanpassing samenstelling eigen producten
Superunie kan hierop sturen doordat we ruim 5.000 Eigen Merken-producten inkopen. Daarvoor bepalen we de specificaties grotendeels zelf. Door onze producten zo verantwoord mogelijk te ontwikkelen en op de markt te brengen, verminderen we de hoeveelheden suiker, zout en verzadigd vet en volgen we daarbij de normen van de Nationale Aanpak Productverbetering (NAPV) van de Nederlandse overheid.
Schaarste grondstoffen zorgen voor hoge prijzen
Superunie vindt het belangrijk om producten voor de consument beschikbaar en betaalbaar te houden. Wij zien prijsverhoging door schaarste als een risico.
Inzetten op eiwittransitie
Superunie wil de consumentgraagbewuste keuzeslaten maken. Vanuithet oogpunt van klimaat en gezondheid hoort de eiwittransitie hier ook bij. Wij kunnen invloed uitoefenen door plantaardige alternatieven voor dierlijke producten te bieden.
01.9.1. Beleid
Wij zetten ons actief in voor de ontwikkeling van gezondere producten binnen ons assortiment. Dat betekent: een kritische evaluatie van de samenstelling van onze producten en waar mogelijk een aanpassing om de voedingswaarde te verbeteren. Leidraad hiervoor zijn de criteria van de Schijf van Vijf, de Nutri-Score en de Nationale Aanpak Productverbetering (NAPV).
Superunie wil gezonde opties toegankelijker en aantrekkelijker maken voor de consument, door voortdurend te werken aan de verbetering van onze producten. Daarnaast willen we een gezondere levensstijl bevorderen door in te spelen op veranderende behoeften en maatschappelijke trends rondom voeding en welzijn. Daarbij besteden we speciale aandacht aan het aanbod van verse groenten en fruit en de introductie van plantaardige producten.
Superunie zet in op de eiwittransitie omdat een meer plantaardig dieet goed voor de gezondheid van de meeste Nederlanders is. Zo verlaagt het eten van meer plantaardige producten (zoals volkoren granen, groente, fruit, noten en peulvruchten) het risico op chronische ziekten. Minder rood vlees en bewerkt vlees eten heeft hetzelfde effect. Met een meer plantaardig voedingspatroon krijgen mensen bovendien meer vezels en minder verzadigd vet binnen.
01.9.2. Doelstellingen
In 2025 hebben we de volgende doelstellingen geformuleerd om consumenten te ondersteunen bij het maken van bewuste keuzes:
• Uiterlijk eind 2026 zijn alle Eigen Merken-producten van Superunie op de verpakking voorzien van een Nutri-Score
• In 2030 behoort per productgroep minimaal 50% van de producten tot de beste categorie en maximaal 10% tot de slechtste categorie, conform de NAPV-indeling
01.9.3. Uitvoering van het beleid: onze acties
Superunie zet het beleid op verschillende manieren om in concrete acties. Enkele voorbeelden:
Nutri-Score
In 2024 zijn we gestart met het opnemen van de Nutri-Score op alle Eigen Merken van Superunie. Dit eenvoudig leesbare logo met informatie over de gezondheidswaarde van een product helpt consumenten om bewuste keuzes te maken. In 2025 hebben we veel verpakkingen voorzien van deze Nutri-score. In 2026 ronden we dit project af. Superunie past op basis van beschikbare data waar mogelijk producten aan om een betere Nutri-Score voor een product te realiseren.
NAPV
Naast de Nutri-Score is er de Nationale Aanpak Productverbetering (NAPV). Retailers, fabrikanten, NGO’s en overheid werken hierin samen om de hoeveelheden suikers, zout en verzadigde vetten in producten te verminderen. In 2023 werden de eerste productgroepen uitgerold, waaronder vleesvervangers. Samen met de industrie en andere retailers zet Superunie hier verdere stappen in, naar verwachting in toenemend tempo. De uitdaging is om zoveel mogelijk synergie te behalen, zodat NAPV-verbeteringen kunnen leiden tot een betere Nutri-Score. In 2025 hebben we deze aanpak voortgezet.
Dialoog met consumenten
Superunie heeft zelf geen winkels en heeft daardoor weinig direct contact met consumenten. Desondanks hecht Superunie veel waarde aan de input van consumenten om ons assortiment te verbeteren. Wij vergaren deze input door onze dialoog met verschillende NGO’s, via meldingen van consumenten bij onze Consumentenservice en via de beoordeling van producten in ons
consumentenonderzoek. De opvolging van deze uitkomsten heeft geleid tot concrete acties, zoals het aanpassen van recepturen en ons assortiment plantaardige producten. De feedback heeft directe invloed op ons inkoopbeleid. Door actief te reageren op de wensen van onze consumenten, versterken we onze marktpositie en de reputatie van onze Eigen Merken. Bovendien dragen deze aanpassingen bij aanons streven naarduurzame groei en verhoogde consumententevredenheid. Op lange termijn levert dit financieel voordeel op voor Superunie en haar leden.
Nieuwe recepturen
Bij de ontwikkeling van nieuwe recepturen beoordelen wij naast de reguliere varianten ook gezondere alternatieven. Als gezondere varianten net zo goed zijn in smaak en textuur, kiezen wij voor de gezondere variant.
Fair share voor AGF
Superunie en haar leden willen de productcategorie AGF (aardappelen, groente en fruit) laten groeien, omdat deze categorie gezonde producten omvat en een gezondere leefstijl van de consument bevordert. Daarbij richten wij ons op prijs, beschikbaarheid en kwaliteit. De consumenten moeten, op het moment dat zij dat verwachten, het juiste AGF-product in de winkel vinden, tegen een aantrekkelijke prijs en van goede kwaliteit. Onze inkopers maken hierover duidelijke afspraken met onze leveranciers. We hebben een uitgebreid monitoringssysteem om de hoge kwaliteit van de producten te waarborgen.
Eiwittransitie
Rapportage over de aanpak van Superunie op de eiwittransitie is terug te vinden in hoofdstuk 02.4. Milieu E1: Klimaatverandering, omdat deze transitie naast gezondheidsvoordelen ook een belangrijke bijdrage levert aan het terugdringen van onze CO₂-uitstoot. Meer informatie over het 100% plantaardig-logo en receptinspiratie is beschikbaar in het Boodschappen.nl magazine, om de consument beter te informeren.
De doelstellingen in dit hoofdstuk hebben een langere looptijd en kunnen in 2025 nog niet volledig worden beoordeeld. In het onderstaande overzicht zijn voorbeelden opgenomen van de stappen die in 2025 zijn gezet op het gebied van zoutreductie.

Figuur 10: Voorbeelden van zoutreductie in producten
Eerlijke praktijken, transparantie, toezicht op misstanden en een helder anticorruptiebeleid vormen de basis van verantwoord zakelijk gedrag. Voor Superunie is het, gezien haar aard en omvang, essentieel om eerlijke handelspraktijken in de productieketens te borgen. Daarbij laten wij ons leiden door ethische waarden en houden wij oog voor zowel individuen als de organisatie als geheel. Thema’s als omkopings- en fraudebestrijding, duurzaamheid, milieu, discriminatie en goed bestuur zijn hierin richtinggevend.
Materiële IRO
Aankomende wetgeving voor duurzaamheid voor organisaties
Superunie heeft een belangrijke rol en verantwoordelijkheid richting de leden om hen te informeren over wijzigingen in wettelijke eisen en kan de leden ondersteunen bij de implementatie hiervan.
Verbeterde mensenrechten
Superunie koopt ruim 5.000 Eigen Merken-producten in. Dat geeft ons de mogelijkheid om direct invloed uit te oefenen op de productieketen. Superunie kan impact hebben op verbeterde naleving van mensenrechten door zich te richten op betere arbeidsomstandigheden, eerlijke lonen en het voorkomen van kinder- en dwangarbeid.
01.10.1. Beleid
Gedragscode
Superunie hanteert een gedragscode. Deze is bedoeld om intern en extern verantwoordelijkheden op het gebied van bedrijfsethiek expliciet te maken, zodat ze voor onze medewerkers, onze leden en hun medewerkers, leveranciers en overige zakenpartners helder zijn. Wanneer zij een inbreuk op één of meer gedragsregels ervaren, worden zij nadrukkelijk verzocht dit te melden bij de directie van Superunie, of hun direct leidinggevende. Alle meldingen worden vertrouwelijk behandeld. De identiteit van de melder wordt niet openbaar gemaakt, tenzij de melder hier toestemming voor geeft of wanneer de openbaarmaking verplicht is op grond van wet- of regelgeving in het kader van een juridische procedure.
Onze gedragscode delen we met nieuwe medewerkers op het moment dat zij in dienst treden bij Superunie. Daarnaast is de gedragscode beschikbaar voor externen via onze openbare website. In 2025 hebben we de gedragscode geactualiseerd.
BSCI Code of Conduct
Superunie onderschrijft de Business Social Compliance Initiative (BSCI) Code of Conduct. BSCI is een brancheonafhankelijke organisatie voor monitoring, onderzoek en controle op het gebied van ketenverantwoordelijkheid. Het gaat hierbij om verbetering van de sociale standaarden, waaronder arbeidsomstandigheden, in de productieketen van Europese handelaren. Van haar leveranciers verwacht en verlangt Superunie (contractueel) dat zij zich eveneens aan de bepalingen van de BSCI Code of Conduct houden. We verwijzen in onze inkoopvoorwaarden naar de gedragscode waarin is opgenomen dat wij van leveranciers verwachten dat zij zich houden aan de BSCI Code of Conduct. In 2025 zijn we gestart met het opstellen van een eigen gedragscode voor leveranciers.
Daarnaast stimuleert Superunie de borging van mensenrechten door het opvragen en inhoudelijk beoordelen van auditrapporten, waarmee we onder andere de risico’s op kinderarbeid en dwangarbeid reduceren. Ook zetten we in op certificering ter bevordering van betere arbeidsomstandigheden en hebben we voor enkele focusproducten een project lopen om te werken naar leefbaar inkomen of leefbaar loon. Rapportage hierover is terug te vinden in hoofdstuk 02.8. Sociaal S2: Werknemers in de waardeketen.
Wet Oneerlijke Handelspraktijken
We zorgen ervoor dat onze medewerkers goed op de hoogte zijn van aankomende wetgeving. Zo is in het inwerktraject voor onze nieuwe inkopers een cursus over de Wet Oneerlijke Handelspraktijken (OHP) opgenomen.
Deze wet, die in 2021 van kracht is gegaan, is bedoeld om de onderhandelingspositie van boeren, tuinders en vissers in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen te versterken ten opzichte van grotere en geconcentreerde marktpartijen. Bijvoorbeeld in situaties waarin afnemers te laat betalen voor bederfelijke producten of bestellingen van dergelijke producten op korte termijn annuleren.
In opdracht de van Autoriteit Consument & Markt (ACM) voerde I&O Research onderzoek uit naar de kennis, houding en het gedrag bij voedselproducenten en leveranciers ten aanzien van deze wet. Daarnaast zijn intern diverse controleprocessen opgezet om de naleving van de wetgeving te waarborgen.
01.10.2. Uitvoering van het beleid: onze acties
De gedragscode van Superunie, het gebruik van BSCI Code of Conduct en de uitvoer van Wet Oneerlijke Handelpraktijken zijn doorlopende processen. Doordat deze elementen zijn geïntegreerd in onze dagelijkse werkwijze, worden eerlijke handelspraktijken zo goed mogelijk gewaarborgd.
01.10.3. Vooruitblik
Komend jaar gaan we aan de slag met het opstellen van een eigen Supplier Code of Conduct. Deze Supplier Code of Conduct zal naar verwachting op naleving van de BSCI Code of Conduct vervangen. De BSCI Code of Conduct heeft een sterke focus op mensenrechten. In onze eigen Supplier Code of Conduct willen we naast mensenrechten ook onze ander materiële onderwerpen als biodiversiteit en klimaat verwerken.

Coöperatieve Inkoopvereniging Superunie B.A. Industrieweg 22 B 4153 BW Beesd Kamer van Koophandel 11031811 www.superunie.nl