Skip to main content

250324 Jaarverslag 2024 - Duurzaamheidsverslag

Page 1


Duurzaamheidsverslag

Coöperatieve Inkoopvereniging

Superunie B.A.

Industrieweg 22 B 4153 BW Beesd

Kamer van Koophandel 11031811

Inhoudsopgave

01. Duurzaamheidsverslag

02.1. Voorwoord

02.2. Resultaten

02.3. Introductie & content CSRD

02.4. Milieu E1: Klimaatverandering

02.5. Milieu E3: Water en mariene hulpbronnen

02.6. Milieu E4: Biodiversiteit en ecosystemen

02.7. Milieu E5: Materiaalgebruik en circulaire economie

02.8. Sociaal S2: Werknemers in de waardeketen

02.9. Sociaal S4: Consument en eindgebruiker

02.10. Governance G1: Zakelijk gedrag

01.1. Voorwoord

Op het gebied van duurzaamheid is 2024 een bijzonder jaar geweest voor Superunie. Twee belangrijke ontwikkelingen bepaalden voor een groot deel onze focus.

In de eerste plaats hebben wij, samen met onze leden, een nieuw duurzaamheidsbeleid vastgesteld voor de periode 2025-2030. Een groot verschil met het beleid over de voorafgaande vijf jaar: duurzaamheid is niet langer voornamelijk een aangelegenheid van onze dedicated afdeling, maar van de gehele Superunie-organisatie. Het onderwerp wordt steeds breder gedragen. Hierbij is ook een grote rol weggelegd voor de tweede belangrijke ontwikkeling. Dat betreft de implementatie van de Corporate Social Responsibility Directive (CSRD).

Als Superunie zetten wij ons al vele jaren in voor het verduurzamen van ons assortiment. Bij de inkoop van producten hebben wij oog voor mens, dier en milieu. Waar nodig zetten wij, veelal met onze partners, concrete stappen om verbeteringen in onze productketens door te voeren. Met de komst van de CSRD zal onze rapportage op duurzaamheid in de nabije toekomst binnen bepaalde wettelijke kaders plaatsvinden. Dit jaar nemen we daar al een voorschot op. De ingangsdatum hangt af van hoe de door de Europese Commissie voorgestelde zogenaamde Omnibus-verordening in de praktijk gaat uitwerken. Deze verordening heeft met name als doel de duurzaamheidsregels te vereenvoudigen.

Eén van de vereisten van de CSRD is dat de verantwoordelijkheden voor duurzaamheid duidelijk belegd zijn. Daarom hebben wij in ons nieuwe duurzaamheidsbeleid een belangrijke verandering opgenomen. De eindverantwoordelijkheid voor het bereiken van onze doelstellingen komt te liggen bij onze inkopers. Een logische stap, omdat Superunie in de kern een inkooporganisatie is. Dáár moet het gebeuren. Waar voor onze inkopers traditioneel de nadruk ligt op prijs, kwaliteit en beschikbaarheid gaat het nu ook over eisen op het gebied van duurzaamheid.

Naast de implementatie van de CSRD en het formuleren van ons Duurzaamheidsbeleid 2025-2030 ging ons dagelijkse werk in 2024 natuurlijk gewoon door. We hebben een nieuw klimaatbeleid ontwikkeld en een actieplan voor de eiwittransitie opgesteld. Een goed voorbeeld om de eiwittransitie te bevorderen is de introductie van een productlijn voor vleesvervangers, onder de naam ‘Go Vega!’. Ook brachten we onder ons merk Melkan plantaardige zuivel en kaas naar de winkels van onze leden. Daarnaast maakten we een begin met het afdekken van waterrisico’s voor AGF (aardappelen, groente, fruit) in hoogwaterrisicogebieden door middel van certificering. Ook certificeerden we de basmatirijst met het SRP-keurmerk. Op het gebied van verpakkingen hebben we de verpakking van zuidvruchten lichter gemaakt, zodat er minder materiaal voor nodig is. Bovendien vervingen we de aluminium seals van smeerboters door plastic seals met minder impact op het milieu.

Extra aandacht besteedden we aan onze tien focusproducten, die in potentie de grootste risico’s op problemen in de keten dragen. Om die problemen op te lossen, is beter inzicht nodig in de vaak complexe ketens. Daarom zijn we in 2024 van start gegaan met de eerste Human Rights Impacts Assessment (HRIA), waarbij we gekozen hebben voor cashew uit Vietnam. Een herijking van de focusproducten staat op de rol voor 2025.

In dit jaarverslag leest u meer over de genoemde en al onze andere inspanningen, die ons helpen om de ambities uit ons nieuwe duurzaamheidsbeleid waar te maken. Onze doelstellingen reiken van een reductie van indirecte CO₂emissies in onder andere onze zuivel- en varkensvleesketens in 2030 en een leefbaar inkomen voor cacao-arbeiders in 2030 tot 20% minder verpakkingsmateriaal in 2025 en minimaal drie HRIA’s volgend jaar.

Met deze en onze overige doelstellingen helder voor ogen, zijn we samen met onze medewerkers en partners stap voor stap op weg richting een duurzame toekomst.

01.2. Resultaten

Begroting
Coöperatieve Inkoopvereniging Superunie B.A.

Certificering als basis

01.3. Introductie & content CSRD

In de loop der tijd is de regelgeving op het gebied van duurzaamheid toegenomen. Een ingrijpende, nieuwe Europese richtlijn Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) bepaalt dat bedrijven moeten rapporteren over duurzaamheid. De European Sustainability Reporting Standards (ESRS) specificeert de wijze waarop grote bedrijven rapporteren over de impact van hun activiteiten op milieu en maatschappij. Daar bereiden wij ons op voor. In 2024 leidde dit samen met de dubbele materialiteitsanalyse (DMA), tot een herijking van ons beleid als basis voor verdere stappen naar een steeds duurzamere bedrijfsvoering.

CSRD, ESG en DMA

In november 2022 nam de Europese Unie de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) aan. Deze richtlijn staat centraal in de Green Deal van de Europese Unie en moet zorgen voor meer transparantie en een betere kwaliteit van duurzaamheidsinformatie. Het gaat daarbij om activiteiten die impact hebben op het gebied van milieu, mens en zakelijk gedrag (ESG, ofwel: environment, social, governance). Samen met de lede bereidt Superunie zich voor op deze verslaglegging. Als onderdeel van deze voorbereiding heeft Superunie eind 2023 een dubbele materialiteitsanalyse (DMA) uitgevoerd. De DMA vormt een cruciale stap in de naleving van de CSRD. Het woord ‘dubbel’ benadrukt dat de analyse twee uitkomsten oplevert:

• De impact van onze activiteiten op mens en milieu in de gehele keten.

• De impact van externe ontwikkelingen (zoals klimaatverandering) op ons.

Het gaat dus om de impact van Superunie, en de impact op Superunie. Dit wordt ook wel aangeduid als de impactmaterialiteit en de financiële materialiteit.

De DMA leidt tot een overzicht van materiële thema’s waarover we gaan rapporteren. De thema’s worden periodiek tegen het licht gehouden, om hun relevantie opnieuw te beoordelen.

Uitvoering DMA

In 2023 voerde Superunie haar eerste DMA uit. Een duurzaamheidsonderwerp geldt als materieel (relevant) als wij als organisatie impact hebben, en/of als het -in de tweede dimensie- financiële kansen of risico’s oplevert. Dit betekent dat een onderwerp steeds op deze drie aspecten beoordeeld wordt: impact, risico en kansen (ook bekend als Impacts, Risks and Opportunities: IRO’s zie illustratie). In het jaarverslag worden de Engelse termen gehanteerd. Uitvoering van een DMA maakt het mogelijk om de duurzaamheidsonderwerpen in kaart te brengen en prioriteit toe te kennen.

In ons DMA-proces hebben wij input verzameld van interne en externe belanghebbenden (stakeholders) waaronder leden van Superunie, NGO’s en de Rabobank. Naast deze input heeft een analyse van interne documenten, internationale standaarden, materialiteitsanalyses van branchegenoten, sectortrends en media geresulteerd in een long list. Deze lijst is na toetsing aan CSRD-onderwerpen teruggebracht tot een shortlist van 16 relevante duurzaamheidsonderwerpen.

Uitleg van de IRO’s (Impacts, Risks, Opportunities)

Tegelijkertijd is een IRO-register opgesteld, dat na interviews met belanghebbenden, is verrijkt tot het definitieve IRO-register. Hierna vond prioritering plaats op basis van de ernst van de IRO’s op schaal, reikwijdte en onomkeerbaarheid. Ook is gekeken naar waarschijnlijkheid, de inhoudelijke impact, de omvang van de potentiële effecten en de waarschijnlijkheid van impact op Superunie. Uit dit proces zijn negen duurzaamheidsonderwerpen gekomen die dermate hoog scoorden dat ze de drempelwaarde van 16 bereikten waarmee ze materieel zijn voor Superunie. Na afstemming met de directie van Superunie zijn hier zeven materiele thema’s uitgekomen die gekoppeld zijn aan 9 materiele onderwerpen.

Materieel onderwerp

01 Klimaatverandering

02 Watermanagement

03 Biodiversiteit

04 Duurzame verpakkingen Eigen Merken

Materieel thema

E1 Klimaatverandering

E3 Water en mariene hulpbronnen

E4 Biodiversiteit en ecosystemen

E5 Materiaalgebruik en circulaire economie

Materieel onderwerp

05 Mensenrechten in de keten

06 Samenwerking in de keten

07 Gezondheid en veiligheid van klanten

08 Betaalbaarheid en zekerheid van producten

09 Corporate governance & ethiek

Materieel thema

S2 Werknemers in de waardeketen

S4 Consument en eindgebruiker

G1 Zakelijk gedrag

De negen materiële duurzaamheidsonderwerpen, ondergebracht in zeven materiële thema’s

In 2024 is na de DMA de volgende fase van start gegaan, waarbij we invulling geven aan de materiële thema’s en onderwerpen. Dat hebben we onder andere gedaan door de verantwoordelijkheden voor thema’s bij specifieke personen binnen de organisatie te beleggen, de betreffende afdelingen aan te haken en door eventueel bestaand beleid tegen het licht te houden. Ook is een begin gemaakt van de implementatie van de rapportages die uit de CSRD voortkomen.

De negen duurzaamheidsonderwerpen zijn ondergebracht in zeven materiële thema’s, die de hoofdstukken vormen van dit jaarverslag.

Duurzaamheidsbeleid 2025-2030

In 2024 hebben we, naast het opstellen en actualiseren van beleid op materiële thema’s, gewerkt aan een nieuw overkoepelend duurzaamheidsbeleid voor de periode 2025-2030. Dit beleid vormt een solide fundament voor de toekomst en omvat een heldere strategie, concrete doelstellingen en meetbare KPI’s.

Het duurzaamheidsbeleid is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met (interne) experts en onze leden. Gedurende het proces is het beleid afgestemd met diverse overlegorganen, waaronder het CEO- en CPO-overleg en de Stuurgroep Duurzame Handel. Om de implementatie binnen de organisatie te waarborgen, is het beleid tevens intern afgestemd met het inkoopteam en de directie. Hiermee wordt duurzaamheid stevig verankerd in onze organisatie en processen.

De duurzaamheidsmissie van het nieuwe beleid maakt integraal onderdeel uit van Superunie:

Onze duurzaamheidsmissie richt zich op het stimuleren van duurzame teelt, productie, productsamenstelling en verpakking, met oog voor een leefbare wereld voor alle betrokkenen.

Wij spelen voor onze leden en hun klanten in op marktontwikkelingen en werken actief aan verduurzaming van de voedselketen door verantwoord inkoopgedrag en samenwerking met partners.

Risicomanagement

De CSRD en CS3D (Corporate Sustainability Due Diligence Directive) vragen om inzicht in de materiële impacts, risico’s en kansen (opportuniteiten) in de waardeketen. Op dit moment is risico-

identificatie gericht op de laatste productiestap (met uitzondering van AGF). Maar in de meeste gevallen doen de meest materiële risico’s zich voor aan het begin van de keten. In deze risico’s hebben we nu onvoldoende inzicht. Daarom werken we aan een nieuwe methodiek. Deze kent op ingrediëntniveau een risicoscore toe, op basis van land van herkomst, type industrie, volume en eventuele bestaande risicobeperking door middel van certificering. Met een dergelijke risicoscore kunnen we prioriteiten aanbrengen en onze tien focusproducten herijken. Ook helpt het ons om de risico’s in de ketens beter te mitigeren, bijvoorbeeld door in de toekomst voor ingrediënten of producten een minimum risicoscore te vragen.

Inkopers behouden de vrijheid om breed in te kopen, maar daar moeten wel voldoende mitigerende maatregelen tegenover staan om tot die minimum risicoscore te komen. Inzicht in bestaande risico’s biedt inkopers ook informatie om betere inkoopbeslissingen te nemen. Extreme weersomstandigheden als gevolg van klimaatverandering, droogte en vermindering van biodiversiteit zetten de voedselzekerheid in toenemende mate onder druk. Naar verwachting zal goed risicomanagement op dit gebied steeds belangrijker worden.

Klachtenmechanisme & gedragscode

Naast verbeterd risicomanagement vragen CSRD en CS3D om een klachtenmechanisme voor medewerkers in de waardeketen. Een complex onderwerp, waarbij we inzetten op een gezamenlijke aanpak vanuit het CBL, maar ook op een versnelling van onze eigen inspanningen. In 2025 staat verder het opstellen van een gedragscode voor leveranciers op de planning.

01.4. Milieu E1: Klimaatverandering

Het klimaat verandert. Extreme weersomstandigheden doen zich steeds vaker voor en leiden tot wijdverbreide en deels onomkeerbare gevolgen voor mens en natuur.

Miljoenen mensen worden blootgesteld aan acute voedselonzekerheid, overstromingen en afnemende biodiversiteit. In het Klimaatakkoord van Parijs is afgesproken dat verdere opwarming van de aarde moet worden beperkt tot onder de 1,5 graden Celsius, door vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en verwijdering van CO₂ uit de atmosfeer. Ook Superunie zet zich in voor het verminderen van de CO₂-uitstoot.

De voedselindustrie is verantwoordelijk voor ongeveer een kwart van alle broeikasgasemissies wereldwijd. Superunie is een schakel in deze voedselindustrie. Daarom wil Superunie haar voetdruk op het klimaat verkleinen, door vermindering van de CO₂-uitstoot in de eigen bedrijfsvoering en in haar toeleveringsketen. Dit doen wij niet alleen, maar samen met onze leveranciers en leden.

Materiële IRO*

Het vrijkomen van broeikasgassen bij de productie van de producten die Superunie inkoopt

Het vrijkomen van broeikasgassen bij het transport van de producten van leveranciers naar Superunie-leden.

Het verminderen van broeikasgassen door samenwerking in de keten met leveranciers en leden.

* Impacts, Risks and Opportunities volgens de richtlijn met betrekking tot duurzaamheidsrapportage door ondernemingen (CSRD – Corporate Sustainability Reporting Directive) en de Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage (ESRSEuropean Sustainability Reporting Standards).

01.4.1. Beleid

Superunie wil haar klimaatvoetafdruk verkleinen. Daarbij kijken wij naar onze eigen operationele activiteiten, maar ook naar de impact in onze toeleveringsketen. Superunie maakt gebruik van het Green House Gas Protocol om haar voetafdruk te bepalen en werkt daarbij met de volgende reikwijdte:

• De bedrijfsvoering van Superunie: directe emissies veroorzaakt binnen de eigen organisatie (scope 1) en indirecte emissies veroorzaakt door ingekochte energie (scope 2).

• De toeleveringsketen: de inkoop van producten (scope 3).

De winkels, distributiecentra en hoofdkantoren van onze leden vallen niet binnen onze scope. De leden zijn zelf verantwoordelijk voor de CO₂-reductie binnen hun eigen bedrijfsvoering en de inkoop van producten buiten Superunie om.

01.4.2. Doelstellingen

Superunie streeft de volgende klimaatdoelen na:

• 42% minder directe CO₂-emissies in onze eigen bedrijfsvoering in 2030 (ten opzichte van 2022).

• 30% minder indirecte CO₂-emissies in onze toeleveringsketen in 2030 (ten opzichte van 2022).

Voetafdruk basisjaar 2022

Om een beeld te krijgen van de totale uitstoot van emissies door Superunie activiteiten, hebben wij de CO₂-voetdruk van Superunie laten berekenen over 2022. In dat jaar bedroeg onze totale uitstoot 7,7 Mton CO₂eq. Voor vergelijkingen met volgende jaren geldt 2022 als basisjaar. De totale uitstoot van 7,7 Mton CO2eq is onder te verdelen in:

Scope 1: directe emissies van eigen Superunie organisatie: 72 ton CO2

De directe emissies van de eigen Superunie organisatie zijn afkomstig van de installatie voor koeling en de verbranding van gas voor verwarming van ons kantoor. Daarnaast komen directe emissies vrij door verbranding van brandstoffen door de leaseauto’s en privéauto’s voor woon-werkverkeer.

Scope 2: indirecte emissies van de eigen Superunie organisatie: 94 ton CO2

De indirecte emissies van de eigen Superunie organisatie zijn afkomstig van de inkoop van elektriciteit. Superunie kocht in 2022 ‘grijze’ stroom in.

Scope 3: indirecte emissies van de toeleveringsketen: 7.762.993 ton CO2

De emissies uit de toeleveringsketen zijn afkomstig van de producten die we collectief inkopen voor onze leden. Gedurende de hele levenscyclus van een product komen emissies vrij. Deze emissies vormen het leeuwendeel van onze CO₂-voetafdruk: ruim 99%.

Uit berekeningen blijkt dat de volgende productketens meer dan 67% van de uitstoot van CO₂ bij Superunie veroorzaken:

• De zuivelketen

• De varkensvleesketen

• De granenketen

• Enkele grote A-merken

Overzicht van CO₂-emissies in de gehele keten van Superunie

CO₂-voetafdruk van dagverse zuivel (ter illustratie)

01.4.3. Uitvoering van het beleid: onze acties

Superunie is in voorbereiding om haar doelen te laten valideren bij het Science Based Targets initiative (SBTi). SBTi doet dit in lijn met wat volgens de wetenschap nodig is om de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen.

Bedrijfsvoering Superunie

Binnen scope 1 emissies leveren de auto’s veruit de grootste bijdrage. Door het leasewagenpark te elektrificeren kan een groot deel van de CO₂-emissies van de eigen organisatie worden gereduceerd.

Binnen scope 2 emissies geldt dat Superunie in 2022 ‘grijze’ stroom inkocht. Overgaan op ‘groene’ stroom zorgt voor reductie van CO₂. Zowel de mogelijkheid om het leasewagenpark te elektrificeren als de overstap op groene stroom worden nog verder uitgewerkt.

Toeleveringsketen Superunie

Superunie wil de uitstoot in de toeleveringsketen op twee manieren verminderen. Enerzijds via de samenwerking met de leveranciers van zuivel, varkensvlees en graanproducten. Anderzijds door het aanbod van plantaardige alternatieven te vergroten.

Reductie in de productketens (scope 3)

Er zijn verschillende manieren om de CO2-uitstoot te verminderen op die plekken waar de uitstoot het grootst is: bij de productie van zuivel, varkensvlees en producten die graan bevatten. Mogelijke maatregelen zijn bijvoorbeeld: overstappen op duurzaam ontbossingsvrije soja in veevoer, duurzame mestverwerking en het vervangen van kunstmest dat wordt gemaakt met fossiele brandstoffen. Alleen door nauw samen te werken met onze leveranciers kunnen we daadwerkelijk impact maken in de keten.

Voor zuivel, varkensvlees en producten die graan bevatten, zijn er haalbaarheidsanalyses opgesteld. Die hebben wij getoetst bij onze inkopers en onze grootste leveranciers. Op deze manier ontstaat draagvlak bij voorgestelde reductiemaatregelen per keten. Het treffen van CO₂-reducerende maatregelen kan in bepaalde gevallen afhankelijk zijn van externe factoren. Denk aan de overheid bij het verstrekken van vergunningen voor bijvoorbeeld het aanpassen van stallen of het plaatsen van vergisters.

De inkopers van deze productketens krijgen een specifieke reductiedoelstelling mee, in de vorm van een KPI (kritieke prestatie-indicator) voor CO₂-reductie. Hierop dienen zij te sturen, om samen met de leveranciers de reductiedoelen in de betreffende productketens te realiseren. Op basis van de KPI’s en de haalbaarheidsanalyses worden in 2025 actieplannen ontwikkeld om maatregelen in te plannen.

Naast het opstarten van actieplannen voor reductiemaatregelen, wordt gewerkt aan dataverzameling en datavalidatie, als input voor de jaarlijkse CO₂-berekening van Superunie. Dit maakt het ook mogelijk om te monitoren waar we staan ten opzichte van onze doelen en tijdig bij te sturen.

Eiwittransitie

Een meer plantaardig voedingspatroon heeft een lagere CO₂-uitstoot dan een voedingspatroon met dierlijke producten. Voor de productie van dierlijke eiwitten is namelijk veel voer nodig. En voor de productie van dit voer moet veel land en water worden gebruikt, wat een aanzienlijke belasting voor het milieu vormt. Bovendien bevat dit voer veel plantaardige eiwitten die ook direct door mensen kunnen worden gegeten. De verschuiving naar meer plantaardige voeding vermindert de emissieuitstoot en het land- en waterverbruik, vergroot de energie-efficiëntie van onze voedselproductie en is beter voor de biodiversiteit. Bovendien is een meer plantaardig dieet goed voor de gezondheid van de meeste Nederlanders.

Superunie werkt aan een uitgebreid aanbod van plantaardige producten, waarmee de leden invulling kunnen geven aan de eiwittransitie en consumenten kunnen kiezen voor producten die minder CO2uitstoot veroorzaken. Superunie heeft beleid en een aanpak opgesteld over hoe we richting geven aan deze eiwittransitie. In 2025 werken we per belangrijke productgroep een voorstel uit voor productaanpassingen voor onze leden. Zij hebben een belangrijk aandeel in de eiwittransitie en kunnen hun klanten beïnvloeden en inspireren door middel van marketing en communicatie. Daarmee helpen zij hun klanten met de keuze van producten voor een duurzamer voedingspatroon.

01.4.4.

Resultaten 2024

In 2024 hebben we de volgende resultaten geboekt in ons streven om bij te dragen aan het tegengaan van de opwarming van de aarde door middel van CO₂-reductie:

• CO₂-voetafdruk basisjaar Superunie bepaald.

• CO₂-targets bepaald.

• Klimaatdoelen Superunie voorbereid voor validatie bij SBTi.

• Voorbereidingen met inkopers van relevante productketens getroffen, om te komen tot actieplannen per productketen.

• Beleid en aanpak ontwikkeld voor de eiwittransitie.

• Op de volgende pagina’s lees je meer over Keten Duurzaam Vlees als voorbeeld van reductie in de productieketens. Hier lees je ook over de introductie van het 100% plantaardig logo, Go Vega! en de Melkan plantaardige zuivelproducten als voorbeelden van onze aanpak op de eiwittransitie.

01.4.5. Resultaten in de praktijk

Hieronder enkele voorbeelden van de stappen die wij in 2024 hebben gezet.

Keten Duurzaam Vlees

In 2024 tekenden de vier Superunie-leden Boon, Poiesz, Spar en Vomar een overeenkomst om vijf jaar lang vlees af te nemen van de Keten Duurzaam Vlees (KDV). Deze organisatie, met 250

aangesloten boerderijen, vleesverwerkers, slagers en retailers, staat voor duurzame varkenshouderij.

KDV werkt onder andere aan het verlagen van de CO₂-voetafdruk. Hierbij valt te denken aan maatregelen zoals het gebruik van ontbossingsvrije soja als eiwitbron in het varkensvoer, energiebesparing, dag-ontmesting en energieopwekking met verse mest. Ook heeft KDV een tool ontwikkeld voor het berekenen van de CO₂-voetafdruk van een stuk varkensvlees. Dit is inmiddels standaard onderdeel van de certificering voor Keten Duurzaam Varkensvlees.

Nieuw 100% plantaardig logo

Superunie heeft in het kader van eiwittransitie haar plantaardig assortiment beter zichtbaar gemaakt voor de consumenten van haar leden door introductie van een nieuw logo: 100% plantaardig.

Voorbeelden van 100% plantaardige producten met het nieuwe logo

Go Vega!

Superunie heeft het assortiment uitgebreid met negen plantaardige en vier vegetarische vleesvervangers, onder het nieuwe merk Go Vega! Zo bieden we de mogelijkheid om te kiezen voor een plantaardig of vegetarisch alternatief.

Melkan plantaardige zuivelproducten:

In de afgelopen jaren is de populariteit van plantaardige zuivelproducten sterk toegenomen, dankzij een toenemend bewustzijn rondom gezondheid, milieu en dierenwelzijn. Met het oog op de eiwittransitie zet Superunie concrete stappen. Zo zijn we al enige tijd bezig met alternatieven voor dierlijke producten, met de plantaardig lijn van Melkan als nieuwste resultaat. Het nieuwe assortiment bestaat uit 19 producten. De producten zijn sinds kort in de winkels van onze leden te vinden.

Voorbeelden van Melkan 100% plantaardige producten met het nieuwe logo

01.5. Milieu E3: Water en mariene hulpbronnen

Het grootste deel van het aardoppervlak is bedekt met water, maar slechts 1% daarvan is beschikbaar om menselijke en ecologische processen te ondersteunen. Dit ligt onder andere opgeslagen in waterbekkens, zoals stroomgebieden van rivieren en grondwater. Per jaar onttrekt de mens hieraan 4,3 miljoen kubieke meter zoet water. Daarvan wordt 70% gebruikt voor de landbouw, de basis van de voedselproductie.

Maar in de 20e eeuw is de wereldbevolking verviervoudigd, en het watergebruik verzesvoudigd. Tegelijkertijd daalt het aanbod in de bekkens tot 25% in 2050. In dat jaar woont, zo schat de VN, één van de vier mensen in een land dat te kampen heeft met een chronisch tekort aan zoet water. Daarnaast staan de kwaliteit van het drinkwater en de biodiversiteit onder druk door onder andere vervuiling via het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Superunie wil daarom de impact van haar productketens op het watergebruik en de verontreiniging verminderen, en de impact van waterschaarste op die ketens beheersbaar maken.

Materiële IRO*

Watergebruik bij de productie van Eigen Merken

De productie van voedsel is waterintensief. Dit betekent dat Superunie met de productie van Eigen Merk producten een behoorlijke watervoetafdruk heeft. Door toenemende waterschaarste wordt het steeds belangrijker de impact hierop te beperken.

Water- en bodemvervuiling door herbiciden en pesticiden

Om de groeiende wereldbevolking te kunnen voeden, is ingezet op hoogproductieve gewassen, geteeld in monoculturen in combinatie met meststoffen. Deze ontwikkeling heeft gewassen kwetsbaar gemaakt voor ziekten. Gewasbeschermingsmiddelen worden ingezet om deze te beheersen. Echter hebben deze middelen ook een onbedoelde nadelige impact op waterkwaliteit en biodiversiteit, die beide nodig zijn om voedselproductie in de toekomst mogelijk te blijven maken. Daarom is het voor Superunie van belang de negatieve impact hierop te reduceren.

* Impacts, Risks and Opportunities volgens de richtlijn met betrekking tot duurzaamheidsrapportage door ondernemingen (CSRD – Corporate Sustainability Reporting Directive) en de Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage (ESRSEuropean Sustainability Reporting Standards).

Ondersteuning bieden aan leveranciers op het gebied van watermanagement en toenemende droogte

Waterschaarste zal steeds vaker voorkomen. Nieuwe teelttechnieken en robotisering kunnen bijdragen aan een efficiënter watergebruik. Dit zal noodzakelijk zijn om de beschikbaarheid van producten te kunnen blijven garanderen. Superunie wil leveranciers hier waar mogelijk in ondersteunen.

01.5.1. Beleid

In 2023 is bepaald dat water en mariene hulpbronnen materieel is voor Superunie. Het beleid hierop is nog in ontwikkeling. Hierbij ervaren we de uitdaging dat het watergebruik en water- en bodemvervuiling vaak plaatsvinden aan het begin van een productketen. Hoewel we op ingrediëntenniveau weten wat de landen van herkomst zijn, hebben we beperkt zicht op de leveranciers en werkwijzen die hier aan de basis van staan. De transparantie en traceerbaarheid, die nodig zijn om te weten waar we kunnen verbeteren, is nog niet voor alle producten haalbaar.

Daarom rust ons beleid op dit moment op twee pijlers:

• Productcertificeringen

o Voor productketens waar transparantie een uitdaging is, sturen we op certificering zoals PlanetProof, Rainforest Alliance, Fairtrade, RSPO, RTRS en SRP, die het terugdringen van pesticiden- en watergebruik in hun certificering hebben opgenomen. Dit maakt het mogelijk om, ondanks het gebrek aan transparantie, verbeteringen aan het begin van de keten te realiseren.

• Verbeteringen op boerenniveau

o Voor productketens waarbij we het begin van de productketen inzichtelijk hebben, sturen we op verbetering op boerenniveau. Dit geldt voor productketens in groente en fruit. Als een boer zich in een hoogwater-risicoland bevindt, vragen wij om een auditrapport van een relevante waterstandaard. De SIFAV Basket of Water Standards vormt hiervoor de basis. Onderdeel van deze waterstandaard zijn het voldoen aan lokale wetgeving en het minimaliseren van de negatieve impact op watergebruik en -kwaliteit.

Tot nu toe hebben we producten gecertificeerd wanneer de kans zich voordeed om dit te doen, of als onderdeel van ons SIFAV-commitment. In de nabije toekomst hopen we dit structureler aan te pakken, op basis van een risicoanalyse die we in 2025 uitvoeren. Deze analyse brengt in kaart welke productketens de grootste waterrisico’s dragen.

01.5.2. Doelstellingen

• In 2026 heeft 100% van de groente- en fruitboeren in hoog waterrisico regio’s een relevante watercertificering.

• We hebben doelstellingen op keurmerken die watermanagement hebben opgenomen in hun standaard. Hiermee focussen we op de basis op orde brengen. Enkele voorbeelden van onze doelstellingen op keurmerken die water in hun eisen hebben opgenomen zijn:

o Palmolie: 100% RSPO gecertificeerd voor producten die meer dan 5% palmolie bevatten.

o Soja: in lijn met de CBL-ambitie uiterlijk in 2025 conversie- en ontbossingsvrije soja in onze dierlijke ketens (rood vlees, kip, eieren en zuivel inclusief kaas).

o 100% Fairtrade of Rainforest Alliance certificering voor producten met meer dan 5% hazelnoten, koffie, thee of cacao en voor bananen.

o Alle AGF uit Europa 100% Planet Proof of biologische certificering in 2025.

01.5.3. Uitvoering van het beleid: onze acties

Productcertificering vormt voor Superunie de basis en is al jaren onderdeel van de inkoopvoorwaarden. Voor de productketens van groente en fruit waren de acties in 2024 tweeledig. Allereerst stuurden we op verbeterde ketentransparantie. Denk hierbij aan het vastleggen van teeltregio’s om een betere risico-inschatting te kunnen maken. Omdat waterstroomgebieden en risico’s lokaal zijn en niet aan landsgrenzen gebonden, is deze stap noodzakelijk. Bovendien hebben we vastgesteld dat nog niet alle boeren in ons systeem zijn geregistreerd. Dit komt vaak doordat leveranciers bij het aangaan van langdurige contracten nog niet alle telers inzichtelijk hebben. Om dit te verbeteren, introduceren we een seizoenskalender. Hiermee bieden we leveranciers de mogelijkheid om, voor aanvang van een nieuw seizoen en herkomstgebied, telers te registreren. Het doel hiervan is een vollediger en actueel overzicht van de boeren die ons beleveren. Verder zijn we in 2024 gestart met het opvragen van watercertificeringen bij boeren in hoog waterrisico regio’s

01.5.4. Resultaten 2024

• 33% van de groente- en fruitboeren in hoogwater-risicoregio’s heeft een relevante watercertificering.

• Naast de resultaten op de doelstelling van water en mariene hulpbronnen hebben we nog meer bereikt op dit thema. Dit is te vinden bij de resultaten met het icoon voor water en mariene hulpbronnen.

01.6. Milieu E4: Biodiversiteit en ecosystemen

Een grote variatie aan planten, dieren en micro-organismen in verschillende omgevingen. Dat is waar biodiversiteit voor staat. Al die verschillende levende soorten hebben hun eigen functie en werken samen in een ecosysteem, om te zorgen voor balans in de natuur. Dat leidt tot schone lucht, fris water, een goede bodemkwaliteit en de bestuiving van gewassen. Daarmee is biodiversiteit essentieel als basis voor de productie van voedsel en, in het verlengde daarvan, voor Superunie als inkooporganisatie van voedingsmiddelen. Productie van voedsel kan, als het niet op de juiste manier plaatsvindt, een negatieve impact hebben op biodiversiteit. Daarom ziet Superunie dit als een belangrijk onderwerp, waarvoor wij onze verantwoordelijkheid nemen.

Materiële IRO*

Nauwe relaties aangaan met leveranciers om aan duurzamere landbouw te doen

Door een lange termijn relatie op te bouwen met leveranciers, verschaffen wij hen zekerheid over de afname van hun product. Dit maakt het voor hen gemakkelijker om te investeren in duurzamere productiemethodes die minder impact hebben op biodiversiteit.

* Impacts, Risks and Opportunities volgens de richtlijn met betrekking tot duurzaamheidsrapportage door ondernemingen (CSRD – Corporate Sustainability Reporting Directive) en de Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage (ESRSEuropean Sustainability Reporting Standards).

01.6.1.

Beleid

Superunie wil op het gebied van biodiversiteit om te beginnen de basis op orde hebben. Daarom richten wij ons op keurmerken die biodiversiteit als onderdeel hebben. Enkele voorbeelden zijn On the way to PlanetProof, een keurmerk dat we inzetten voor zuivel- en AGF-producten. Dit keurmerk richt zich bijvoorbeeld op o.a. natuurvriendelijk beheer van weidepercelen en de directe omgeving. Het Rainforest Alliance keurmerk voor bijvoorbeeld koffie, thee, en cacao heeft een verbod op pesticiden die schadelijk zijn voor het milieu. En Forest Stewardship Council (FSC) wordt gebruikt voor onze papieren en kartonnen verpakkingen en richt zich op het beschermen en herstellen van bossen.

Ons beleid op biodiversiteit is nog in ontwikkeling. Als thema valt het lastig te vatten. Wij bevinden ons in de onderzoekende fase en zullen onze aanpak gebruiken om meer te leren over biodiversiteit. We willen eerst onderzoeken welke producten de meeste risico’s hebben op dit gebied. Want als we starten met beleid op producten waar grote risico’s spelen, kunnen we direct impact maken. Om te

bepalen welke producten de grootste risico’s kennen, werken we aan een methodiek die op ingrediëntniveau een risicoscore toekent. Dit doen we ook voor andere risico’s dan biodiversiteit. Daarmee behoort dit tot onze algemene aanpak, zoals eerder omschreven

Daarnaast zijn wij ons ervan bewust dat biodiversiteit niet op zichzelf staat. Biodiversiteit speelt een rol bij het beperken van de negatieve gevolgen van klimaatverandering. Gezonde ecosystemen fungeren als buffer, bijvoorbeeld door water op te nemen bij overstromingen of juist water vast te houden bij droogte. Bovendien nemen vitale graslanden, bossen, natte natuur, bodems en oceanen broeikasgassen op uit de atmosfeer. Andersom vormt klimaatverandering een bedreiging voor de biodiversiteit. De opwarming van de planeet, door de uitstoot van CO₂, bedreigt het voortbestaan van diersoorten en andere levende organismen. Ons klimaatbeleid, uiteengezet in het hoofdstuk E1: Klimaatverandering, richt zich op reductie van CO₂-uitstoot en draagt daarmee ook bij aan het behoud van biodiversiteit.

Hetzelfde geldt voor ons beleid op het gebied van water, waarvoor wordt verwezen naar hoofdstuk E3: Water en mariene hulpbronnen. In regio’s die gelden als ‘hoog waterrisicoregio’ sturen wij op watercertificering. Dat richt zich o.a. op wateropvang, ecosystemen en waterzuivering. Voldoende en schoon water is immers cruciaal voor de natuur en het behoud van biodiversiteit.

01.6.2. Doelstellingen

We hebben (nog) geen concrete doelstellingen op biodiversiteit. We zullen eerst beleid vormen, waar mogelijk ook doelstellingen uit voort komen. We hebben wel doelstellingen op keurmerken die biodiversiteit hebben opgenomen in hun standaard. Hiermee focussen we op de basis op orde brengen. Enkele voorbeelden van onze doelstellingen op keurmerken die biodiversiteit in hun eisen hebben opgenomen zijn:

• Palmolie: 100% RSPO gecertificeerd voor producten die meer dan 5% palmolie bevatten.

• Soja: in lijn met de CBL-ambitie uiterlijk in 2025 conversie- en ontbossingsvrije soja in onze dierlijke ketens (rood vlees, kip, eieren en zuivel inclusief kaas).

• Soja: 100% RTRS certificering voor producten die meer dan 5% soja bevatten.

• 100% Fairtrade of Rainforest Alliance certificering voor producten met meer dan 5% hazelnoten, koffie, thee of cacao en voor bananen.

• 75% van alle zuivelproducten (incl. binnenlandse kaas, maar excl. overige kaasproducten) Planet Proof gecertificeerd in 2025.

• Alle AGF uit Europa 100% Planet Proof of biologische certificering in 2025.

01.6.3. Uitvoering van het beleid: onze acties

Aangezien ons biodiversiteitsbeleid nog in ontwikkeling is, hebben we tot op heden weinig concrete acties uitgezet. Wat we wel doen, is structureel sturen op certificering. Zodra blijkt dat producten niet gecertifieerd zijn, geven we hier opvolging aan door er met leveranciers over in gesprek te gaan.

01.6.4. Resultaten 2024

• We hebben nog geen resultaten op doelstellingen op biodiversiteit omdat we nog geen doelstellingen opgesteld hebben. We hebben op het thema biodiversiteit wel resultaten

bereikt middels certificering. Dit is te vinden bij de resultaten met het icoon voor biodiversiteit.

• Op de volgende pagina’s lees je meer over de extra stappen die we zetten op biodiversiteit. Dit laat met voorbeelden zien hoe werken aan biodiversiteit er in de praktijk uitziet.

01.6.5. Resultaten in de praktijk

Duurzaamheidsvergoeding Planet Proof

Superunie heeft een duurzaamheidsvergoeding opgenomen in de inkoopprijs voor AGF. We doen dit omdat we het belangrijk vinden om boeren en tuinders te compenseren die extra stappen zetten voor duurzamere teelt en certificering. Superunie zorgt ervoor dat de duurzaamheidsvergoeding inzichtelijk is op inkoopcontracten en facturen. Hierdoor blijft door de keten heen zichtbaar wat de duurzaamheidsvergoeding is, en wordt deze uitbetaald aan boeren en tuinders. We voeren deze duurzaamheidsvergoeding door zodat boeren en tuinders kunnen blijven investeren in duurzamere teelt.

BIO+ assortiment

Bij de productie van biologische producten worden uitsluitend middelen van plantaardige, dierlijke of minerale oorsprong toegestaan. Door het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen te vermijden, wordt de impact op biodiversiteit gereduceerd. De rol van Superunie is het faciliteren van een goed, toekomstbestendig assortiment. Dit doen we onder andere met ons merk BIO+. Dit heeft A-merk kwaliteit, maar wordt verkocht tegen een toegankelijke Eigen Merk-prijs. Hiermee leveren we een bijdrage aan de keuze voor biologische producten. Het totale BIO+ assortiment omvat zo’n 350 producten en is vertegenwoordigd in vrijwel alle (food) categorieën in de supermarkt, in zowel vers als houdbaar. Het assortiment is altijd in ontwikkeling zodat het actueel en toekomstbestendig blijft. Recente introducties als BIO+ chiazaad en BIO+ geraspte rode biet zijn daar voorbeelden van. Net als de BIO+ Pindakaas, die als een van de eerste producten het nieuwe 100% plantaardig logo heeft gekregen. Lees meer over dit 100% plantaardig logo in hoofdstuk E1: Klimaatverandering. Inspanning van leveranciers

Wij zien dat onze leveranciers ook zelf stappen zetten op het gebied van biodiversiteit. Een voorbeeld hiervan is de druiventeler Silverlands in Namibië van onze leverancier Direct Source Ingredients. Zij zijn sinds 2019 intensief bezig met het Biologisch Gezond Bodemprogramma, waarin een gezonde

bodem de basis biedt. Dit doen zij met verschillende interventies, die micro-organismen en de gunstige schimmel mycorrhiza in de bodem ondersteunen. Een voorbeeld van zo’n interventie is grasgroei tussen de rijen, of andere bodembedekking van organisch materiaal. Dit zorgt ervoor dat de bodem water en voedingsstoffen beter kan vasthouden. De winst: een gezonde en betere bodem met een sterke plant, plus een sterke reductie van water en kunstmest. Zo wordt de planeet minder zwaar belast

Foto’s zonder bodembedekking en grasgroei (links) en met bodembedekking en grasgroei (rechts)

01.7. Milieu E5: Materiaalgebruik en circulaire

economie

Een circulaire economie is een economie waarin producten zo lang mogelijk worden gebruikt en steeds kunnen worden hergebruikt. Dat heeft drie voordelen. Ten eerste wordt het afval hiermee tot een minimum beperkt. Daarnaast wordt er zuiniger omgegaan met grondstoffen, zodat de aarde minder wordt uitgeput. Tot slot leidt een efficiënter gebruik van grondstoffen vaak tot minder CO₂-uitstoot, wat een gunstige impact heeft op klimaatverandering.

Materiaalgebruik betreft alle gebruikte materialen. Aangezien Superunie enkel de inkoop verzorgt en zelf geen winkels heeft, vallen materialen op de winkelvloer zoals meubels, kleding, apparatuur en verspilling buiten onze scope. Waar Superunie wel invloed heeft en verantwoordelijkheid neemt zijn de verpakkingen van producten. Wij willen onze verpakkingen verduurzamen en inzetten op circulariteit.

Materiële IRO*

Verminderen en aanpassen van samenstelling van verpakkingsmateriaal

Superunie koopt ruim 5.000 Eigen Merk producten in. Daarvan bepalen we de specificaties voor een groot deel zelf. Dat geeft ons de mogelijkheid om direct invloed uit te oefenen op de verpakkingen.

Verpakkingen en duurzaamheid producten aankaarten in onderhandelingen

De mogelijkheden voor het verduurzamen van verpakkingen bespreken wij tijdens onze onderhandelingen met leveranciers, om het onderwerp ook bij hen op de agenda te zetten. Ook blijven wij hen zo prikkelen om suggesties te doen voor duurzamere verpakkingen.

* Impacts, Risks and Opportunities volgens de richtlijn met betrekking tot duurzaamheidsrapportage door ondernemingen (CSRD – Corporate Sustainability Reporting Directive) en de Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage (ESRSEuropean Sustainability Reporting Standards).

01.7.1. Beleid

Superunie richt zich op het verduurzamen van verpakkingen door minder materiaal te gebruiken, verpakkingen recyclebaar te maken en gerecycled materiaal te gebruiken. Dit doen we omdat we de

potentiële positieve impact zien van de IRO ‘verminderen en aanpassen samenstelling van verpakkingsmateriaal’. Met minder instroom van verpakkingsmateriaal creëren we minder afval. Door verpakkingen zo goed mogelijk recyclebaar te maken, zijn deze materialen herbruikbaar en creëren we een nieuwe grondstof in plaats van afval.

Daarnaast sturen we op het gebruik van gerecycled materiaal om ervoor te zorgen dat er minder nieuwe grondstoffen nodig zijn. Superunie volgt hierbij de prioritering uit de zogeheten afvalhiërarchie. Daarin is ‘kan het minder’ het belangrijkste speerpunt dat bijdraagt aan preventie van afval. De speerpunten ‘kan het gerecycled worden’ en ‘kan het van gerecycled materiaal’ dragen bij aan recycling van afval.

We sturen eerst op preventie, voordat we op recycling sturen. We sturen op minder, recyclebaar en gerecycled materiaal door tijdens onderhandelingen naast prijs ook de verpakkingen en de duurzaamheid van producten aan te kaarten. We zien potentiële positieve impact door dit bespreekbaar te maken en leveranciers te stimuleren om duurzaamheid en verpakkingen te verbeteren.

Ladder van Lansink - de Afvalhiërarchie - Powered by Revycling.nl

In 2024 is Superunie begonnen met het ontwikkelen van verpakkingsbeleid voor de periode 20252030. Het beleid tot 2025 is in lijn met het huidige Brancheplan Duurzaam Verpakken van het CBL, dat breed gedragen wordt door veel retailers in Nederland. Dit zorgt voor slagkracht en maakt het behapbaar voor leveranciers. Of er een gezamenlijk Brancheplan Duurzaam Verpakken komt voor de periode 2025-2030 is nog niet bekend.

01.7.2. Doelstellingen

• 20% minder verpakkingsmateriaal

• 95% recyclebare verpakkingen

• 100% FSC, PEFC of gerecyclede karton en papier

• Plastic flessen en trays bestaan voor 50% uit gerecycled materiaal

• Overige plastic verpakkingen bestaan voor 35% uit gerecycled materiaal

01.7.3. Uitvoering van het beleid: onze acties

Superunie voert het beleid voor materiaalgebruik en circulaire economie uit met een aantal maatregelen en middelen, opgesteld door de afdeling Duurzaamheid. Deze maatregelen en middelen worden de afdelingen Marketing, Kwaliteit en Inkoop aangereikt. De afdeling Inkoop maakt met leveranciers uiteindelijk de afspraken over verpakkingen. Hiermee kunnen de doelstellingen daadwerkelijk gerealiseerd worden.

Voorbeelden van maatregelen en middelen

Training van nieuwe medewerkers over duurzame verpakkingen

Hierbij deelt de afdeling Duurzaamheid kennis met de afdelingen Kwaliteit, Marketing en Inkoop over verpakkingen, zodat deze ingezet kan worden tijdens onderhandelingen. Deze kennis helpt onze medewerkers om te kiezen voor een duurzamere verpakking, en om leveranciers uit te dagen om duurzamere verpakkingsopties voor te stellen.

Ondersteuning van inkopers

Onze afdeling Duurzaamheid adviseert inkopers over lastige verpakkingskeuzes, zodat zij in onderhandelingen met leveranciers tot duurzamere verpakkingskeuzes kunnen komen. Ook wordt de mogelijkheid geboden om extra kennis in te zetten vanuit onze externe verpakkingsconsultant

Searious Business.

Actief in gesprek met leveranciers

In samenspraak met onze afdelingen Inkoop en Duurzaamheid gaan we voor verpakkingen met een grote, negatieve impact actief in gesprek met leveranciers. Samen met hen onderzoeken we mogelijkheden om tot duurzamere oplossingen te komen.

Monitoring van de doelstellingen

Door de verpakkingsdoelstellingen nauwlettend te volgen, kunnen we actief sturen op resultaten die achterblijven en extra aandacht nodig hebben.

Middelen

Richtlijnen verpakkingskeuzes

Deze richtlijnen ondersteunen onze collega’s van de afdelingen Inkoop, Marketing en Kwaliteit om in tendertrajecten tot duurzamere verpakkingskeuzes te komen.

Een voorbeeld hiervan zijn de verpakkingsstoplichten. Hiermee is in één oogopslag te zien wat de do’s & don’ts zijn voor de diverse verpakkingsmaterialen en producten. Ze zijn afgestemd op de richtlijnen van het KIDV (Kennisinstituut Duurzaam Verpakken). Ook zijn er stroomschema’s opgesteld, die helpen in het maken van duurzamere verpakkings- of materiaalkeuzes.

Levenscyclusanalyse (LCA)

Bij lastige verpakkingskeuzes laten we een analyse uitvoeren, om verpakkingsopties met elkaar te vergelijken en van daaruit de meest duurzame keuze te kunnen maken. Deze analyse evalueert de milieueffecten van een verpakking gedurende de gehele levenscyclus, wat een goed geïnformeerde keuze mogelijk maakt.

01.7.4. Resultaten 2024

In onderstaande afbeelding zijn de resultaten van de verpakkingsdoelstellingen voor gevisualiseerd.

Op de doelstelling ‘overig plastic verpakkingen bestaan voor 35% uit gerecycled materiaal’ lopen we achter. Dit is te verklaren doordat gerecycled PE en PP nog niet beschikbaar zijn als goedgekeurd, voedselveilig verpakkingsmateriaal. Deze doelstelling kan dus alleen behaald worden door het gebruik van gerecycled PE en PP in onze non-food verpakkingen. De afzet op deze categorie is te klein om deze doelstelling van 35% gerecycled materiaal te behalen als we dit enkel door gerecycled materiaal in non-food kunnen invullen.

01.7.5. Resultaten in de praktijk

01.8. Sociaal S2: Werknemers in de waardeketen

Een substantieel deel van de Eigen Merk producten die Superunie inkoopt, is afkomstig uit andere landen. Dat brengt een verantwoordelijkheid met zich mee ten aanzien van de mensen die werkzaam zijn in de bijbehorende productieketens. Door ketens transparant te maken, proberen wij zoveel mogelijk risico’s rondom mensenrechten en milieu te identificeren. Dat geeft ons de mogelijkheid om daar waar we invloed hebben tot oplossingen te komen en waar mogelijk positieve veranderingen op gang te brengen, bijvoorbeeld met onze inzet voor leefbaar loon. Dit noemen wij due diligence of ketenverantwoordelijkheid. Hierbij baseren wij ons beleid op de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, de ‘Guiding Principles on Business and Human Rights’ van de Verenigde Naties (UNGP) en de CS3D.

Materiële IRO*

Social compliance van leveranciers in risicolanden verbeteren door audits

De bescherming van mensenrechten is niet altijd vanzelfsprekend. Superunie wil het risico op mensenrechtenschendingen bij leveranciers in risicolanden beperken door te eisen dat zij regelmatig door een onafhankelijke derde partij ge-audit worden op het gebied van arbeidsomstandigheden.

Het garanderen van leefbaar loon in de waardeketen

Naast het verkleinen van potentiële negatieve impact, wil Superunie haar positieve impact maximaliseren. Een belangrijk onderdeel hiervan is het betalen van een leefbaar loon. Dit heeft ook een potentieel positief effect op andere sociale thema’s zoals kinderrechten, kinderarbeid, gedwongen arbeid, overwerk en (gender)discriminatie.

* Impacts, Risks and Opportunities volgens de richtlijn met betrekking tot duurzaamheidsrapportage door ondernemingen (CSRD – Corporate Sustainability Reporting Directive) en de Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage (ESRSEuropean Sustainability Reporting Standards).

01.8.1. Beleid

We streven naar kortere en transparante ketens. Dat helpt ons om de risico’s op het gebied van milieu, mensenrechten en arbeidsomstandigheden beter in kaart te brengen. In onze aanpak richten we ons op leveranciers uit risicolanden, waar bescherming van mensenrechten niet altijd

vanzelfsprekend is. In deze landen doen zich de meest ernstige misstanden voor, zoals dwang- en kinderarbeid. Ook falen regeringen hier om de rechten van werknemers te beschermen en worden vakbonden beperkt in hun activiteiten.

01.8.2. Doelstellingen

• Een geldig social compliance auditrapport van iedere leverancier met een productielocatie (LSOBPB) in een risicoland.

• Uitvoering van drie HRIA’s voor het einde van 2025.

01.8.3. Uitvoering van het beleid

Maatregelen en verificatie

Voor onze Eigen Merk producten sturen wij op inzicht in de keten tot en met de laatste productiefase voor het verpakken. Voor deze ‘last stage of production before packaging’ (LSOPBP) vragen we een geldig sociaal auditrapport op voor producenten uit landen die volgens de risicolandenlijst van het Business Social Compliance Initiative (BSCI) behoren tot de hoog-risicolanden.

Voor AGF-producten gaan we een stapje verder en willen we ook inzicht in de pakhuizen en boeren die ons beleveren. Voor locaties in medium en hoog risicolanden volgens het BSCI vragen we een geldig auditrapport op. Een externe partij beoordeelt de ontvangen auditrapporten. Als daaruit naar voren komt dat zaken niet op orde zijn, bijvoorbeeld op het gebied van dwang- en kinderarbeid, gaan we daarover het gesprek aan met de leverancier. Wanneer tijdige verbetering uitblijft, heeft dat gevolgen voor het voortzetten van de samenwerking.

Het spreekt voor zich dat Superunie de ketenverantwoordelijkheid niet alleen kan dragen. Daarom werken we intensief samen met onze leden, leveranciers, NGO’s, overheid, Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) en kennisinstellingen. Daarnaast zijn wij aangesloten bij het Dutch Initiative on Sustainable Cocoa (DISCO) en het Sustainability Initiative Fruit and Vegetables (SIFAV).

SIFAV

Onze aanpak op AGF is mede gevormd door het convenant Sustainable Initiative Fruit and Vegetables (SIFAV), dat zich richt op een gezamenlijke strategie voor duurzame groente en fruit voor wereldwijde ketens. Onderwerpen zijn Environment, Social en Due Diligence. Een van de doelstellingen is bijvoorbeeld om 90% van het volume uit hoog- en medium risicolanden social gecertificeerd te hebben. In 2022 en ook in 2023 hebben we hard gewerkt aan de implementatie hiervan in onze systemen. Sinds 2023 is Superunie vertegenwoordigd in de SIFAV-stuurgroep. Dit is het hoogste bestuursorgaan van SIFAV. De leden van de stuurgroep worden gekozen door de SIFAVpartners en vertegenwoordigen de verschillende lidmaatschapscategorieën. Ze komen vier keer per jaar bijeen en nemen strategische beslissingen over de SIFAV-programma's.

Focusproducten

Certificering kan een belangrijke rol spelen in het bevorderen van betere arbeidsomstandigheden. Voor een aantal producten is echter meer nodig. Op basis van een analyse van de deskundigen van de bureaus Inclsve en Fair & Sustainable heeft Superunie tien focusproducten benoemd. Dit zijn de producten met de grootste potentiële risico’s in de keten. Onze tien focusproducten tot 2025 zijn: bananen, tomatenconserven, thee, vruchtensappen, cashewnoten, cacao, rijst, druiven, kruiden en

vis. We werken stap voor stap, met een aanpak op maat per focusproduct. Ketens zijn vaak complex en worden beïnvloed door specifieke lokale omstandigheden. Om hier beter inzicht in te krijgen is Superunie in 2024 van start gegaan met het uitvoeren van Human Rights Impacts Assessments (HRIA’s), beginnend bij onze cashewketen in Vietnam en Cambodja. Daarnaast gaan in 2025 nog twee HRIA’s van start.

01.8.4. Resultaten 2024

• 91% van onze producenten in risicolanden heeft een geldig auditrapport aangeleverd. Van de overige 9% zijn we op de hoogte van de status van hun social compliance auditproces en doen we ons best deze ook gecertificeerd te krijgen.

• In 2024 zijn we gestart met 1 HRIA op cashew uit Vietnam en Cambodja.

• Naast de resultaten op de doelstellingen van werknemers in de waardeketen hebben we nog meer bereikt op dit thema. Dit is te vinden in het hoofdstuk met de resultaten bij het icoon voor werknemers in de waardeketen. Hier lees je meer over de voortgang op sociale certificering op verschillende producten.

• Op de volgende pagina’s lees je meer over de voortgang op onze focusproducten. Dit laat zien hoe onze aanpak op werknemers in de waardeketen er in de praktijk uitziet.

01.8.5. Resultaten in de praktijk

Thee

Al bijna 20 jaar koopt Superunie jaarlijks ruim 6 miljoen pakjes thee direct in bij leverancier Bogawantalawa in Sri Lanka. Deze goede en langdurige samenwerking maakt het mogelijk om concreet te werken aan de arbeidsomstandigheden van de medewerkers op de plantages.

Ambitie

De vastgestelde kloof tussen huidig loon en leefbaar loon dichten.

Leefbaar loon

Ondanks certificering is wereldwijd in verschillende theeteeltregio’s vastgesteld dat theeplukkers niet genoeg verdienen om te voorzien in hun levensonderhoud. Daarom zijn wij met onze theeleverancier in 2021 begonnen met het leefbaar loon project.

Uitdaging: gevalideerde berekening leefbaar loon

De afgelopen jaren heeft een veelheid aan uitdagingen ons pad gekruist. Enerzijds zijn deze gelinkt aan de lokale context. Zo bepaalt sinds 2021 de Sri Lankaanse overheid het loon van theeplukkers. Dit beperkt de invloed die onze leverancier op loon kan uitoefenen. Daarbij kende Sri Lanka in 2022 een inflatie tot wel 70% en werden de lonen hier niet voor gecorrigeerd. Anderzijds is een leefbaar loon, of een traject om daar te komen, nog niet de standaard in de markt. Het is een proces van de lange adem, maar ieder jaar komen we een stap verder.

Op dit moment lopen we tegen een nieuwe grens aan: de borging van leefbaar loon door het ontbreken van een gevalideerde berekening voor leefbaar loon van theeleveranciers, anders dan onze vaste leverancier. Superunie koopt thee direct van de eigen theeplantages van leverancier Bogawantalawa. De smaak van thee wordt onder andere beïnvloed door de hoogte waarop de thee groeit. Om tot een bepaald smaakprofiel te komen, is thee nodig die op verschillende hoogtes is geproduceerd. Onze leverancier is daarom genoodzaakt om ongeveer 30% van de thee die nodig is voor onze producten, van de veiling te kopen. Dit zorgt voor een uitdaging in de borging van leefbaar loon.

Idealiter stelt onze leverancier als inkoopvoorwaarde dat de partijen van wie hij inkoopt een gevalideerde berekening hebben van het eventuele verschil tussen huidig loon en een leefbaar loon. Dit is een belangrijke voorwaarde om een eventuele kloof te kunnen dichten. Er is in de gehele markt nog geen partij die een dergelijke gevalideerde berekening als service aanbiedt. Daarom is tot die tijd een nauwe samenwerking en hoge mate van transparantie bij de uitvragende partij en de leverende partij nodig. Omdat onze leverancier van zijn concurrenten inkoopt, is het overleggen van salarisdata geen realistisch scenario.

Draagvlak groeit

In 2024 is IDH met een pilot gestart waarin thee inkopende partijen zijn verenigd. Het doel is om te bepalen wat de meerprijs is per kilo thee, per producent, om een leefbaar loon te faciliteren. Daarbij is een wijze en frequentie van uitbetaling vastgesteld en is er een proces opgetuigd om de uitbetaling te verifiëren. Concreet betekent dit voor onze leverancier Bogawantalawa dat er naast Superunie nog twee andere partijen geïnteresseerd zijn om een meerprijs te betalen om een leefbaar loon voor hun medewerkers te realiseren. Dit is goed nieuws!

Bananen

De banaan is in Nederland het meest verkochte fruitsoort. Achter deze populaire vrucht schuilt echter een markt vol uitdagingen, zoals hoge productiekosten, lage lonen voor arbeiders, klimaatverandering en plantziektes. Alle bananen die Superunie inkoopt, zijn Fairtrade en/of Rainforest Alliance gecertificeerd. Maar wij willen, samen met alle betrokken partijen, méér doen.

Ambitie

Per 2025 wordt het verschil tussen huidig en leefbaar loon met ten minste 75% verminderd voor de arbeiders in de bananenteelt voor ons bananenvolume. Een leefbaar loon is de vergoeding die een arbeider op een bepaalde plek krijgt die voldoende toereikend is voor een fatsoenlijke levenstandaard voor hem/haar zelf en zijn/haar familie. Een fatsoenlijke levensstandaard omvat

voedsel, water, woning, onderwijs, gezondheidszorg, vervoer en andere essentiële behoeften, inclusief reserves voor onvoorziene situaties.

Bananenproject

Samen met enkele andere Nederlandse supermarkten startte Superunie in 2019 het Leefbaar Loon Bananenproject, dat loopt tot en met 2025. Het doel: een leefbaar loon voor de mensen die op de bananenplantages van onze leveranciers werken. Hoewel arbeiders tenminste het lokale minimumloon verdienen, ligt dit in sommige gevallen onder de norm voor een leefbaar loon. De deelnemende supermarkten erkennen dit probleem en zetten zich actief in voor verandering. Deze unieke samenwerking heeft internationale aandacht getrokken en wordt inmiddels ook in andere Europese landen opgepakt onder de naam ‘Better Together’. Dit zorgt voor een nog grotere impact. Een voorbeeld van deze samenwerking is de gezamenlijke Europese auditronde voor het valideren van salarisdata.

Europese audit pilot

De IDH-salarismatrix is het format waarmee producenten data ontsluiten met betrekking tot de aan hun medewerkers betaalde salarissen. Op basis van een ingevulde matrix kan getoetst worden of er wel of geen sprake is van een leefbaar loon. Superunie en retailers uit Nederland, Duitsland, België en Groot-Brittannië hebben de onafhankelijke auditor FLOCERT ingeschakeld om steekproefsgewijs de betrouwbaarheid van ingevulde IDH-salarismatrices te controleren. Dit betreft salarisgegevens van bananenplantages binnen de toeleveringsketens van onze leveranciers, met focus op de jaren 2022 en 2023.

Bij 92 plantages is een controle volgens de IDH Auditing Guidelines uitgevoerd. Hierbij werd feedback verzameld voor zowel accountants als plantagevertegenwoordigers. De belangrijkste bevindingen zijn:

• 70% van de plantages heeft de salarismatrix juist en volledig ingevuld.

• 78% van de salarismatrices in deze steekproef geven een kloof aan met een leefbaar loon.

• 34% van alle plantagearbeiders verdient een salaris onder een leefbaar loon, met een aanzienlijk verschil tussen landen van herkomst.

• Van de in totaal 243 plantages waar Superunie bananen inkoopt, werd ongeveer 8% geaudit, waarbij één plantage een negatief resultaat behaalde op de verificatie.

Resultaten leveranciers Superunie

Superunie koopt bananen in bij Tropical Fruit Export in Ecuador en Fyffes in Colombia. Deze leveranciers leveren elk jaar salarisdata aan. Met behulp van de salarismatrixtool van IDH wordt het verschil tussen het huidige loon en een leefbaar loon berekend. In Ecuador heeft de overheid een leefbaar loon vastgesteld. Alle 207 medewerkers die werken op de acht plantages in Ecuador waar wij onze bananen vandaan halen, ontvangen dit leefbare loon. Voor het volume bananen dat we inkopen uit Colombia is er op basis van salarisdata nog een loonverschil ten opzichte van een leefbaar loon. Voor de Fairtrade en Biologische bananen die we inkopen is de gap tot 100% gesloten. Dit omvat 69% van ons volume. Voor de Rainforest Alliance

bananen nog niet. In 2025 zullen we de gap voor de Rainforest Alliance bananen verminderen met tenminste 75%.

Actieplan

In 2024 voerden we veel gesprekken met diverse betrokken partijen, waaronder onze leverancier Fyffes, Fairtrade, Rainforest Alliance, deelnemers aan het Bananenproject en het Better Togetherinitiatief, het World Banana Forum en andere bananenleveranciers. Daarbij proberen we in kaart te brengen welke opties er zijn om de loonkloof verder te dichten. Dat is een complexe uitdaging, omdat er nog geen bewezen goede schaalbare voorbeelden zijn voor de lange termijn. Onze ambitie om leefbaar loon in de bananensector te realiseren vraagt blijvende inzet. Daarom blijven we samenwerken met onze partners en zoeken we naar concrete stappen om deze doelstelling verder te verankeren.

Jaarlijks is de inkoop van Superunie voor haar Eigen Merk producten goed voor ongeveer 3.5 miljoen kilogram aan cacaobonen. Deze worden verwerkt tot diverse cacao houdende producten, van hagelslag tot de stracciatellavlokken in ijs. Alle producten die meer dan 5% cacao bevatten, zijn Fairtrade of Rainforest Alliance gecertificeerd. Daarnaast hebben we het sectorbrede convenant DISCO ondertekend (Dutch Initiative on Sustainable Cocoa). Helaas doen zich in de landen van herkomst nog altijd sociale - en milieurisico’s voor. Superunie probeert een rol te spelen in het verminderen van deze risico’s.

Ambitie

Superunie wil dat de producten die meer dan 5% cacao bevatten, voldoen aan de vereisten van DISCO.

Problemen in de landen van herkomst

Voordat producten met cacao verwerkt worden, leggen de cacaobonen vaak een lange en moeilijk in kaart te brengen reis af. Het kan dat de cacao meerdere landen van herkomst kent en een blend is, of dat de herkomst niet bekend is. Het transparant maken van deze keten vormt daarom een uitdaging. Wel is bekend dat de meeste cacao uit West-Afrika komt. In de landen van herkomst ontbreekt het vaak aan een leefbaar inkomen. In combinatie met de huidige onzekerheden in de markt leidt dit tot het ontbreken van prikkels voor cacaoboeren om te investeren in duurzame en goede landbouwpraktijken. Dit zorgt voor een dalende opbrengst van het meerjarige cacaogewas en werkt ontbossing deels in de hand. Het ontbreken van leefbaar inkomen kan ook kinderarbeid in de hand werken. De inrichting van een cacaosector die economisch levensvatbaar, milieuvriendelijk en sociaal aanvaardbaar is, blijft daarom uitdagend.

Voor Superunie geldt cacao als focusproduct. Dit houdt in dat de cacaoketen hoge risico’s kent en dat Superunie extra focus heeft op het verminderen van deze risico’s in de keten. Dit doen we in de eerste plaats door middel van certificering. Alle producten die meer dan 5% cacao bevatten, zijn

Cacao

Fairtrade of Rainforest Alliance gecertificeerd. Daarnaast hebben we het sector brede convenant DISCO ondertekend (Dutch Initiative on Sustainable Cocoa). Binnen dit initiatief sturen we op drie doelstellingen:

• Het tegengaan van ontbossing en conversie van land en bos per 2025.

• Het nemen van effectieve maatregelen en noodzakelijke acties die bijdragen aan het beëindigen van alle vormen van kinderarbeid per 2025.

• Het creëren van leefbaar inkomen voor cacao producerende boerenfamilies per 2030.

Binnen DISCO hebben onafhankelijke consultants en experts bestaande (certificering)standaarden en leveranciersprogramma’s beoordeeld op de mate waarin zij de DISCO-doelstellingen zullen behalen. Dit inzicht helpt ons om in te schatten of een certificering bijvoorbeeld voldoende is om een risico af te dekken en daarmee een doelstelling te behalen. De resultaten van de analyse zijn begin 2024 gepresenteerd. Dat biedt ons handvaten om te bepalen hoe wij op de drie doelstellingen kunnen sturen en hoe onze cacaostrategie eruit moet zien.

Aanpak ontbossing

Wat ontbossing betreft, laat de analyse zien dat de certificeringen Rainforest Alliance en Fairtrade al goed op weg zijn dit probleem tegen te gaan. Daarnaast gaat op 30 december 2025 de ontbossingswetgeving European Deforestation Regulation (EUDR) in. Hierin is opgenomen dat grondstoffen als cacao, palmolie, soja, hout, rund, koffie, rubber en afgeleiden niet mogen bijdragen aan ontbossing vanaf de ‘cut-off date’ van 31 december 2020. De producten moeten traceerbaar zijn naar productielocatie, met geolocatie-vereisten. Ook dit zal ontbossing in de cacaoketen tegengaan.

Aanpak kinderarbeid

Uit de analyse blijkt dat de certificeringen Rainforest Alliance en Fairtrade beide sturen op het minimaliseren van kinderarbeid. Dit doen zij door middel van controles en audits. Daarnaast verplichten beide certificeringen de cacao producerende coöperaties in het land van herkomst tot het invoeren van een Child Labour Monitoring and Remediation System (CLMRS). Een CLMRS is een systeem dat kinderarbeid in kaart brengt en ondersteuning biedt om het op te lossen of te voorkomen. Ook verhoogt een CLMRS het bewustzijn rondom dit onderwerp.

Aanpak leefbaar inkomen

Op het gebied van leefbaar inkomen blijkt uit de analyse dat de huidige certificeringen Rainforest Alliance of Fairtrade niet voldoende zijn. We moeten extra stappen zetten om op dit vlak te verbeteren. Daarom werken we aan een nieuw beleid op cacao, om per 2030 toch aan deze doelstelling te voldoen. Dit beleid stellen we samen op met onze inkoopafdeling. Daarmee willen we een gedragen en realistische strategie formuleren, die ons in staat stelt om naar een leefbaar inkomen toe te werken.

Actieplan

Binnen DISCO hebben de deelnemende partijen afgesproken om ieder een individueel actieplan te schrijven. De deelnemers laten hiermee zien dat zij concreet nadenken over de doelstellingen, en een

strategie bepalen om eraan te voldoen. Ook Superunie heeft een actieplan geschreven. Alle actieplannen zijn te lezen op de website van DISCO

Cashewnoten

Per jaar koopt Superunie ruim 1,5 miljoen kilogram cashewnoten in voor de Eigen Merk snack cashewnoten en de Eigen Merk notenmixen die cashewnoten bevatten. De keten voor deze producten is complex. Er zijn meerdere risico’s en impacts, bijvoorbeeld op het gebied van watergebruik, CO₂-uitstoot, leefbaar inkomen en kinderarbeid. Certificering vormt voor Superunie de basis als het gaat om risicomitigatie. Gecertificeerde cashewnoten zijn echter zeer beperkt beschikbaar.

Ambitie

Superunie wil alle Eigen Merk snack cashewnoten 100% duurzaam gecertificeerd hebben in 2030.

Gezamenlijke doelstelling

Om de hoeveelheid gecertificeerde cashewnoten te vergroten, en als eerste stap richting risicomitigatie, hebben de supermarkten binnen het CBL afgesproken dat per 2030 de Eigen Merk snack cashewnoten duurzaam gecertificeerd zullen zijn.

Cashewnoten zijn duurzaam gecertificeerd als zij voldoen aan de certificeringsvereisten van de ‘Cashew Basket of Standards’ voor boeren en verwerkers. Hierbij valt te denken aan certificeringen zoals Rainforest Alliance, Fairtrade, Sustainability Grown Certified, of een equivalent hiervan.

Teelt en verwerking dichter bij elkaar

In de cashewnotenindustrie is het gangbaar dat de teelt plaatsvindt in Afrika. De noten worden vervolgens gepeld in Azië waarna ze onder andere in Nederland worden verpakt. In de ideale situatie worden de cashewnoten gepeld in het land van herkomst, zodat daar waarde aan het product wordt toegevoegd, meer geld wordt verdiend en minder CO₂-uitstoot wordt veroorzaakt.

Pilot: cashewnoten in sta-zak

De cashewnoten in de sta-zak zijn een voorbeeld van het snack cashewnoten assortiment van Superunie en afkomstig uit Vietnam en Cambodja. In 2024 hebben we de afspraak kunnen maken dat de cashewnoten ook daar gepeld worden. Hiermee verminderen wij transportkilometers en CO₂uitstoot. De cashewnoten die onder deze afspraak vallen, stromen vanaf 2025 de winkels van onze leden in.

Superunie wil graag zo volledig mogelijk inzicht hebben in de specifieke risico’s in deze keten. Daarom is in 2024 een Human Rights Impact Assessment opgestart voor cashewnoten in de sta-zak, afkomstig uit Vietnam en Cambodja. Het doel hiervan is om de belangrijkste risico’s en impacts op het gebied van mensenrechten in kaart te brengen, als basis voor verdere verbeteringen.

Overige focusproducten

Behalve thee, cacao, bananen en cashewnoten heeft Superunie nog andere focusproducten benoemd: producten met de grootste potentiële risico’s in de keten, waar we stap voor stap werken aan verbetering met een aanpak op maat.

Rijst uit Pakistan en India

Sinds 2024 kopen we alle basmatirijst SRP-gecertificeerd in. SRP staat voor Sustainable Rice Platform en wil als keurmerk een bijdrage leveren aan een gezondere rijstketen. Er wordt ingezet op verbetering van de levens- en werkomstandigheden van kleine boeren, en begeleiding bij hun overstap naar duurzamere landbouwpraktijken. Hierbij ligt de focus op minder watergebruik door innovatieve landbouwtechnieken en de vermindering van methaan en CO₂-uitstoot. Daarnaast is al onze biologische rijst Fairtrade gecertificeerd. Zo sturen we naast de productiemethode zonder pesticide ook op sociale risico’s en werkomstandigheden voor boeren.

Tomatenconserven uit Italië

Bij tomatenconserven uit Italië geldt het potentiële risico dat er gebruik wordt gemaakt van ongedocumenteerde arbeidsmigranten. Dit leidt tot risico’s op het gebied van schending van mensenrechten zoals uitbuiting en illegale arbeid. Om deze risico’s aan te pakken, hebben we samen met leveranciers actieplannen opgezet om de goede arbeidsomstandigheden van arbeiders te waarborgen. Deze actieplannen zijn in 2023 met onze lange termijn leveranciers uitgevoerd. We blijven monitoren of onze bestaande leveranciers SAC SPA en La Doria nog steeds aan de eisen voldoen. Dezelfde eisen gelden voor de nieuwe leverancier Sugal Group, waarmee we in 2024 de samenwerking zijn aangegaan, en voor alle toekomstige leveranciers. Zo kunnen ook daar goede arbeidsomstandigheden worden geborgd.

Voor producten die meer dan 5% vis bevatten, sturen we op certificeringen zoals ASC, MSC, GGN en/of Biologisch. Dit zorgt ervoor dat we de basis op orde hebben. Daarnaast kopen we collectief geen vis in die rood scoort op de viswijzer. Dit betekent dat we vissoorten vermijden waarvoor meerdere duurzaamheidsproblemen gelden, zoals overbevissing en negatief effect op het ecosysteem bij wildvangst of op de omgeving bij kweek.

Sappen

Al sinds 2017 stuurt Superunie op duurzame sappen. Dat wil zeggen dat boeren FSA Brons of hoger gecertificeerd zijn. De verwerkers (die blenden en bottelen) moeten ETI SMETA pillar 4 of SA8000 gecertificeerd te zijn. Dit zijn sociale certificeringen die goede werkomstandigheden borgen. Voor ons Vers assortiment is 82% duurzaam gecertificeerd ingekocht. Dit lukt doordat onze leverancier FruityLine voor de meeste grondstoffen een directe en langdurige relatie heeft met depackhouses en hun telers. De leverancier biedt hiermee afnamezekerheid aan de telers, die daarmee weten dat een investering in certificering de moeite waard is. Ook met onze leverancier Refresco werken we aan verduurzaming van sappen. Het volume voor sinaasappel was al verduurzaamd, en sinds 2024 het volume voor appel eveneens. Voor overige fruitsoorten is dit nog niet gelukt. De uitdaging ligt vooral in het feit dat inkoop voor deze fruit- en sapsoorten maar 1x per jaar plaatsvindt, daarnaast worden sommige fruitsoorten nog niet duurzaam geteeld. Indien dit wel het geval is, is de kwaliteit soms minder, of het volume te laag waardoor het risico op tekorten erg hoog is.

Druiven uit India

In 2024 is onze senior inkoper samen met onze druivenleveranciers DSI (Direct Source International) en Olympic Fruit afgereisd naar India. Zij bezochten daar de telers en pakhuizen van onze partners en gingen met hen in gesprek over watergebruik, digitale innovatie en arbeidsomstandigheden.

Superunie werkt al meer dan tien jaar met deze leveranciers samen. Exporteurs van DSI zijn ambitieus, duurzaam en digitaal vooruitstrevend. Dit hebben we tijdens dit bezoek aan India met eigen ogen kunnen zien. Zo worden de druiven op locatie direct verpakt. Door de introductie van digitale hulpmiddelen is iedereen in de keten goed geïnformeerd en wordt met sterk gereduceerd watergebruik een mooie en lekkere druif geteeld. Daarnaast sturen we op een geldig social compliance auditrapport voor telers in risicolanden. Hierin moet een teler transparantie geven over het respecteren van de arbeidsomstandigheden.

01.9. Sociaal S4: Consument en eindgebruiker

Superunie en haar leden vinden het belangrijk om producten voor de consument beschikbaar en betaalbaar te houden. Maar ook dat de klant in de winkel bewuste keuzes kan maken. Wij zien het als onze verantwoordelijkheid om de voedselveiligheid te borgen en de consument en de eindgebruiker te voorzien van correcte productinformatie. Dat stelt de klant in staat om gezondheidsrisico’s af te wegen. Daarnaast hebben wij consumentenrechten en eerlijke marketing hoog in het vaandel staan, om misleiding te voorkomen.

Aanpassing samenstelling eigen producten

Superunie kan hierop sturen doordat we ruim 5.000 Eigen Merk producten inkopen. Daarvoor bepalen we de specificaties grotendeels zelf. Door onze producten zo verantwoord mogelijk te ontwikkelen en op de markt te brengen, verminderen we de hoeveelheden suiker, zout en verzadigd vet en volgen we daarbij de normen van de Nationale Aanpak Productverbetering (NAPV) van de Nederlandse overheid.

Schaarste grondstoffen zorgen voor hoge prijzen

Superunie vindt het belangrijk om producten voor de consument beschikbaar en betaalbaar te houden. Wij zien prijsverhoging door schaarste als een risico.

Inzetten op eiwittransitie

Superunie wil de consument graag bewuste keuzes laten maken. Vanuit het oogpunt van klimaat en gezondheid hoort de eiwittransitie hier ook bij. Wij kunnen invloed uitoefenen door plantaardige alternatieven voor dierlijke producten te bieden

* Impacts, Risks and Opportunities volgens de richtlijn met betrekking tot duurzaamheidsrapportage door ondernemingen (CSRD – Corporate Sustainability Reporting Directive) en de Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage (ESRSEuropean Sustainability Reporting Standards).

Materiële IRO*

01.9.1. Beleid

Wij zetten ons actief in voor de ontwikkeling van gezondere producten binnen ons assortiment. Dat betekent: een kritische evaluatie van de samenstelling van onze producten en waar mogelijk een aanpassing om de voedingswaarde te verbeteren. Leidraad hiervoor zijn de criteria van de Schijf van Vijf, de Nutri-Score en de Nationale Aanpak Productverbetering (NAPV).

Superunie wil gezonde opties toegankelijker en aantrekkelijker maken voor de consument, door voortdurend te werken aan de verbetering van onze producten. Daarnaast willen we een gezondere levensstijl bevorderen door in te spelen op veranderende behoeften en maatschappelijke trends rondom voeding en welzijn. Daarbij besteden we speciale aandacht aan het aanbod van verse groenten en fruit en de introductie van plantaardige producten.

Superunie zet in op de eiwittransitie omdat een meer plantaardig dieet goed voor de gezondheid van de meeste Nederlanders is. Zo verlaagt het eten van meer plantaardige producten (zoals volkoren granen, groente, fruit, noten en peulvruchten) het risico op chronische ziekten. Minder rood vlees en bewerkt vlees eten heeft hetzelfde effect. Met een meer plantaardig voedingspatroon krijgen mensen bovendien meer vezels en minder verzadigd vet binnen.

01.9.2. Doelstellingen

• 2026: alle Eigen Merken van Superunie zijn op de verpakking voorzien van een Nutri-Score.

• 2030: per productgroep behoort de helft van de producten tot de beste categorie en maximaal 10% tot de slechtste categorie uit de NAPV.

01.9.3. Uitvoering van het beleid

Superunie zet het beleid op verschillende manieren om in concrete acties. Enkele voorbeelden:

Nutri-Score

In 2024 zijn we gestart met het opnemen van de Nutri-Score op alle Eigen Merken van Superunie. Deze eenvoudig leesbare gezondheidslogo met informatie over de gezondheidswaarde van een product helpt consumenten om bewuste keuzes te maken. In 2026 zullen we dit project afronden.

NAPV

Naast de Nutri-Score is er de NAPV, de Nationale Aanpak Productverbetering. Retailers, fabrikanten, NGO’s en overheid werken hierin samen om de hoeveelheden suikers, zout en verzadigde vetten in producten te verminderen. In 2023 vond de uitrol plaats van de eerste productgroepen, waaronder vleesvervangers. Samen met de industrie en andere retailers zet Superunie hier verdere stappen in, naar verwachting in steeds hoger tempo. De uitdaging is om zoveel mogelijk synergie te behalen, zodat NAPV-verbeteringen kunnen leiden tot een betere Nutri-Score.

Dialoog met consumenten

Superunie heeft zelf geen winkels. Daardoor is er weinig direct contact met consumenten. De input van consumenten om ons assortiment te verbeteren vinden wij wel belangrijk. Wij vergaren deze input door onze dialoog met verschillende NGO’s, via meldingen van consumenten bij onze consumentenservice en via de beoordeling van producten in ons consumentenonderzoek. De

opvolging van de uitkomsten hiervan hebben geleid tot concrete acties, zoals het aanpassen van recepturen en ons assortiment plantaardige producten. De feedback heeft directe invloed op ons inkoopbeleid. Door actief te reageren op de wensen van onze consumenten, versterken we onze marktpositie en de reputatie van onze Eigen Merken. Daarnaast dragen deze aanpassingen bij aan ons streven naar duurzame groei en verhoogde consumententevredenheid. Op lange termijn levert dit financieel voordeel op voor Superunie en haar leden.

Nieuwe recepturen

Bij de ontwikkeling van nieuwe recepturen beoordelen wij naast de reguliere varianten ook gezondere alternatieven. Als gezondere varianten net zo goed zijn in smaak en textuur, kiezen wij voor de gezondere variant.

Fair share voor AGF

Superunie en haar leden willen de productcategorie AGF (aardappelen, groente en fruit) laten groeien, omdat deze categorie gezonde producten omvat en een gezondere leefstijl van de consument bevordert. Daarbij richten wij ons op prijs, beschikbaarheid en kwaliteit. De consumenten moeten, op het moment dat zij dat verwachten, het juiste AGF-product in de winkel vinden, tegen een aantrekkelijke prijs en van goede kwaliteit. Onze inkopers maken hierover duidelijke afspraken met onze leveranciers. We hebben een uitgebreid monitoringssysteem om de kwaliteit van de producten op een hoog niveau te houden.

Eiwittransitie

Over de aanpak van Superunie op de eiwittransitie kun je meer lezen in hoofdstuk E1: Klimaatverandering, omdat dit naast gezondheidsvoordelen vooral ook een grote invloed heeft op onze CO₂-uitstoot. Je leest hier over de introductie van plantaardige vleesvervangers, plantaardige zuivel en het ontwikkelen van een 100% plantaardig logo om de consument beter te informeren.

01.9.4. Resultaten 2024

Enkele voorbeelden van de stappen op het gebied van zout- of vetreductie

01.10. Governance G1: Zakelijk gedrag

Eerlijke praktijken, meer transparantie, toezicht op misstanden en een anticorruptiebeleid zowel intern als extern. Dat is waarop verantwoorde bedrijfsvoering, ofwel zakelijk gedrag, gericht is. Voor Superunie en haar leden is het belangrijk, mede vanwege haar aard en omvang, om eerlijke handelspraktijken in de productieketens te erkennen als basis voor fatsoenlijk zakendoen. Wij nemen ethisch waarden mee in ons zakelijk gedrag, waarbij we kijken naar individuen en de organisatie als geheel. Hierbij spelen onderwerpen een rol zoals bestrijding van fraude en omkoping, duurzaamheid en milieu, discriminatie en bedrijfsbestuur.

Materiële IRO*

Aankomende wetgeving voor duurzaamheid voor organisaties

Superunie heeft een belangrijke rol en verantwoordelijkheid richting de leden om hen te informeren over wijzigingen in wettelijke eisen en kan de leden ondersteunen bij de implementatie hiervan.

Verbeterde mensenrechten

Superunie koopt ruim 5.000 Eigen Merkproducten in. Dat geeft ons de mogelijkheid om direct invloed uit te oefenen op de productieketen. Superunie kan impact hebben op verbeterde naleving van mensenrechten door zich te richten op betere arbeidsomstandigheden, eerlijke lonen en het voorkomen van kinder- en dwangarbeid.

* Impacts, Risks and Opportunities volgens de richtlijn met betrekking tot duurzaamheidsrapportage door ondernemingen (CSRD – Corporate Sustainability Reporting Directive) en de Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage (ESRSEuropean Sustainability Reporting Standards).

01.10.1. Beleid

Gedragscode

Superunie hanteert een gedragscode. Deze is bedoeld om intern en extern verantwoordelijkheden op het gebied van bedrijfsethiek expliciet te maken, zodat ze voor onze medewerkers, onze leden en hun medewerkers, leveranciers en overige zakenpartners helder zijn. Wanneer zij een inbreuk op één of meer gedragsregels ervaren, worden zij uitdrukkelijk verzocht zich te wenden tot de directie van

Superunie, of hun direct leidinggevende. De meldingen worden vertrouwelijk behandeld. De identiteit van de melder wordt niet openbaar gemaakt, tenzij de melder daarvoor toestemming geeft of wanneer de openbaarmaking verplicht is op grond van wet- of regelgeving in verband met een juridische procedure.

Onze gedragscode delen we met onze nieuwe medewerkers als zij in dienst komen bij Superunie. Daarnaast is de gedragscode beschikbaar voor externen op onze openbare website. De inkoopvoorwaarden van Superunie verwijzen er ook naar. Voor het komende jaar toetsen we of de gedragscode nog actueel is en voldoet aan de eisen van deze tijd. Op basis van deze uitkomsten bepalen we de vervolgstappen.

BSCI Code of Conduct

Superunie onderschrijft de Business Social Compliance Initiative (BSCI) Code of Conduct. BSCI is een brancheonafhankelijke organisatie voor monitoring, onderzoek en controle op het gebied van ketenverantwoordelijkheid. Het gaat hierbij om verbetering van de sociale standaarden (o.a. de arbeidsomstandigheden) in de productieketen van Europese handelaren. Van haar leveranciers verwacht en verlangt Superunie (contractueel) dat deze zich eveneens aan de bepalingen van de BSCI Code of Conduct houden. We verwijzen hiernaar in ons leveranciershandboek en in onze inkoopvoorwaarden.

Hiernaast stuurt Superunie op het verbeteren naleving van mensenrechten door het uitvragen van auditrapporten. Dit minimaliseert de risico’s op kinderarbeid en dwangarbeid. Daarnaast zetten we in op certificering voor het bevorderen van betere arbeidsomstandigheden en hebben we voor enkele focusproducten een project om te werken naar leefbaar inkomen of leefbaar loon. Lees hier meer over in hoofdstuk S2: Werknemers in de waardeketen.

Wet Oneerlijke Handelspraktijken

We zorgen ervoor dat onze medewerkers goed op de hoogte zijn van aankomende wetgeving. Zo is in het inwerktraject voor onze nieuwe inkopers is een cursus OHP opgenomen. Op 1 november 2021 is de Wet Oneerlijke Handelspraktijken (OHP) ingevoerd, die de onderhandelingspositie van boeren, tuinders en vissers in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen moet versterken tegenover grotere en geconcentreerde marktpartijen. Bijvoorbeeld wanneer zij door afnemers te laat betaald worden voor bederfelijke producten of wanneer bestellingen van deze producten kort van tevoren geannuleerd worden.

In opdracht de van Autoriteit Consument & Markt (ACM) voerde I&O Research onderzoek uit naar kennis, houding en gedrag bij voedselproducenten en leveranciers ten aanzien van deze wet. Daarnaast zijn intern diverse controleprocessen opgezet, zodat naleving van de wetgeving gehandhaafd wordt.

01.10.2. Doelstellingen

• Er zijn voor zakelijk gedrag nog geen doelstellingen geformuleerd.

• Binnen het thema Werknemers in de waardeketen raakt een doelstelling aan het onderwerp Governance, namelijk: geldig social compliance auditrapport van iedere leverancier met een productielocatie (LSOBPB) in een risicoland.

01.10.3. Uitvoering van het beleid

De gedragscode van Superunie, het gebruik van BSCI Code of Conduct en de uitvoer van Wet Oneerlijke Handelpraktijken zijn lopende processen. Met deze rede is er geen verdere toelichting op uitvoering van het beleid.

01.10.4. Resultaten 2024

• Doordat de gedragscode en onze aanpak op OHP een doorlopend proces vormen, zijn er geen specifieke resultaten te melden.

• Voor het resultaat op de doelstelling die ook geldt voor Werknemers in de waardeketen verwijzen wij naar hoofdstuk S2: Werknemers in de waardeketen.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
250324 Jaarverslag 2024 - Duurzaamheidsverslag by Boodschappen - Issuu