


![]()




Dit is het lesboek van:

En nu gaat het echt beginnen!
Een nieuwe school en een nieuwe klas. Eigenlijk is alles nieuw dit schooljaar. Je moet de docenten leren kennen, je moet de afspraken en regels weten die hier op school gelden. En dan moet je ook nog huiswerk maken en leren voor toetsen. Het is dan ook niet zo gek als je hoofd af en toe een beetje duizelt van al deze nieuwe informatie.
Om jou goed op weg te helpen, krijg je mentorlessen. Je leert daarin vooral hoe je het leren het beste kunt aanpakken, maar er komen ook andere onderwerpen aan de orde, zoals het met elkaar omgaan in de klas en hoe je het beste kunt communiceren met de docenten.
Dit werkboek kun je gebruiken als opzoekboek. Je vindt hier onder andere informatie over plannen, het organiseren van je huiswerk en de beste voorbereiding op toetsen.
Veel, maar niet alles wat behandeld is in de lessen staat ook in dit werkboek. Wil je iets weten en kun je het niet terugvinden in het werkboek? Stel je vraag dan aan je mentor. Hij of zij helpt je graag verder.



1
Hersenen
De leerrobot
Opnemen
Aantekeningen maken
Opdracht Woorden en begrippen leren 6
Begrijpen
Vragen over de tekst
Plannen en organiseren Het maken van huiswerk
2

Concept & redactie: Koala Educatie
Eindredactie: Monique Brussel
Vormgeving: Josta Bischoff Tulleken
Drukwerk: Damen Drukkers bv
Vierde druk: september 2025
© 2025
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.
3









Na het lezen van dit hoofdstuk weet je:
• Hoe leren werkt.
• Waarom het belangrijk is dat je goed oplet tijdens de les.
• Waarom het belangrijk is om de lesstof die je moet leren meerdere keren te herhalen.


Je hersenen worden ook wel je brein genoemd. Het brein is een klein stukje van je lichaam, maar het speelt een belangrijke rol bij alles wat je doet. Een heleboel dingen lijken vanzelf te gaan, zoals het knipperen met je ogen, lopen en ademen. Maar bij alles is je brein betrokken!
Als je bovenstaande leest, lijkt het er op dat je geen invloed hebt op je brein. Dit is onjuist. Net zoals je je lijf kunt trainen door veel te sporten, kun je ook je hersenen trainen. Als je traint voor een hardloopwedstrijd zal het lopen elke training iets makkelijker gaan. Je raakt minder snel buiten adem en wie weet ga je zelfs steeds sneller lopen. Op dezelfde manier gaat het met de hersenen. Door je brein goed te gebruiken word je slimmer. Leren gaat steeds makkelijker en wordt daardoor ook steeds leuker.
De hersenen van een volwassen persoon wegen gemiddeld iets minder dan anderhalve kilogram. Die hersenen bestaan uit wel 100 miljard hersencellen. Hersencellen zijn met elkaar verbonden door zenuwen. Dit zijn een soort weggetjes die boodschappen tussen de hersencellen kunnen sturen.
Als je iets leert maken je hersencellen via die zenuwen verbinding met elkaar. Leer je iets voor de eerste keer dan kun je die verbinding vergelijken met een dunne lijn. Ga je vaker aan de slag met dezelfde leerstof/ vaardigheid dan wordt die verbinding (het lijntje) steeds dikker en sterker. Het gevolg is dat informatie steeds sneller verzonden wordt tussen de hersencellen.
Door veel te oefenen krijg je uiteindelijk dus een snelle en sterke verbinding. Dit proces noem je leren. Op het plaatje rechts kun je die verbindingen mooi zien.

Door je hersenen te trainen word je slimmer
voorhoofdskwab grote hersenen
gehoor reuk smaak tastzin spraakcentrum denken zicht temporale kwab pariëtaalkwab
hersenstam slaapkwab

achterhoofdskwab
kleine hersenen
Als je herhaalt, onthoud je steeds meer en vergeet je steeds minder
Je hebt op de vorige pagina al kunnen lezen dat je je hersenen kunt trainen. Leerstof blijft helaas niet zomaar plakken aan je hersenen. Sterker nog, als je sterke verbindingen wilt aanleggen, moet je heel wat levels doorlopen, voordat de leerstof wordt opgeslagen in je langetermijngeheugen. Net als bij een game moet je een level eerst voltooien, voordat je door kunt naar het volgende level. Elk level kent zijn eigen moeilijkheden, maar tijdens deze les krijg je de tips die je nodig hebt om alle levels te doorlopen.
Leren lijkt wel een beetje op het programmeren van een robot. Als je een robot niet goed programmeert, dan doet hij niet wat jij wilt en moet je kijken waar het mis is gegaan in de programmeerfase. Zo gaat het ook bij leren. De voorbereiding is heel belangrijk.

In dit boek wordt gebruik gemaakt van de ROBOT als metafoor voor het leerproces. Elke letter van dit woord staat symbool voor een level dat je moet doorlopen in het leerproces. Elk level leggen we stap voor stap uit, zodat je precies weet wat belangrijk is bij het doorlopen van de levels.
De leerrobot staat voor:
R egie nemen
O pnemen van informatie
B egrijpen van de leerstof
O nthouden van de leerstof
T oepassen van wat je geleerd hebt
Door lesstof meerdere keren te herhalen creëer je dus je eigen snelle verbinding. Je kunt de lesstof dan snel terughalen uit je geheugen en dat is nodig als je een toets moet maken. Maar er zijn nog een heleboel stappen te zetten, voordat je de lesstof gaat herhalen. In deze les leer je waarom het belangrijk is om te snappen wat de docent vertelt in de les.
Jij bent zelf verantwoordelijk voor het leren. Dat betekent natuurlijk niet dat je geen hulp mag vragen hierbij, maar het betekent wel dat je zelf keuzes maakt waar het gaat om je leerhouding. Met andere woorden, je neemt zelf de regie over jouw leerproces. Een groot onderdeel van de regie nemen is het aannemen van een actieve leerhouding. Leerlingen die een actieve leerhouding aannemen leren veel meer dan leerlingen die dit niet doen. Maar wat is dat eigenlijk, een actieve leerhouding?
Als je een actieve leerhouding aanneemt in de klas, helpt dit om de informatie goed binnen te laten komen en te begrijpen.
• Ik heb mijn boeken mee en zorg ervoor dat ik de juiste spullen op tafel heb liggen.
• Ik richt mijn aandacht op het verhaal van de docent.
• Ik maak aantekeningen tijdens de les.
• Ik denk na over de lesstof en stel een vraag als ik iets niet begrijp.
• Ik laat me niet afleiden door anderen.
Zijn er punten die jij nog niet af kunt vinken? Dan weet je waar je aan moet werken!

Het opnemen van informatie begint wanneer de docent iets vertelt in de les. Als je wel hoort wat de docent zegt, maar er verder niet over nadenkt dan komt de informatie alleen even vluchtig binnen. De informatie gaat het ene oor in en bijna direct het andere oor weer uit. Dat is niet zo handig, want je wilt graag naar het volgende level; begrijpen. Je kunt informatie alleen goed opnemen als je nadenkt over wat de docent vertelt.
Probeer in je hoofd voorbeelden bij het verhaal van de docent te bedenken en schrijf mee als de docent belangrijke woorden of zinnen op het bord zet of laat zien in een presentatie. Het is heel belangrijk om vragen te stellen over de lesstof als je iets niet begrijpt, want anders doorloop je natuurlijk nooit level 3. Wees niet bang om ‘domme’ vragen te stellen. Domme vragen bestaan niet en het is juist slim om vragen te stellen als je iets niet begrijpt.
Lesstof die je niet begrijpt, kun je ook niet onthouden
Verbanden herkennen, verschil zien tussen hoofd- en bijzaken

Begrijpen is level 3 van de leerrobot. Als je de lesstof niet begrijpt, dan heeft het niet zoveel zin om verder te gaan. Je kunt niet door naar level 4. Je hersenen nemen informatie beter op wanneer je de structuur in de leerstof ziet. Wat kan helpen is om eerst de samenvatting aan het eind van het hoofdstuk te lezen, of eerst de vetgedrukte tussenkopjes te lezen.
Je hebt dan al een beetje het idee waar de tekst over gaat. Verdiep je daarna pas in de details. Als je het totaaloverzicht ontdekt hebt, zie je ook dat er tussen de hoofdzaken en de bijzaken allerlei verbanden te herkennen zijn. Het is voor je hersenen belangrijk dat je het verschil ziet tussen hoofd- en bijzaken en dat je verbanden herkent.
Waarom is herhalen van lesstof belangrijk?
Waarom is een actieve werkhouding tijdens de les zo belangrijk?
Welke van de vijf punten van de actieve werkhouding zijn nog lastig voor jou?
Hoe ga jij ervoor zorgen dat je alle vijf de punten van de checklist kunt afvinken?
Wie of wat kan jou daarbij helpen?

Een goede planning is het halve werk. Je laat met een goede planning zien dat je de regie neemt over je eigen leerproces.
Na het lezen van dit hoofdstuk weet je:
• Hoe je leerwerk inplant.
• Hoe je maakwerk inplant.
• Hoe je op een effectieve manier huiswerk maakt.


Als je veel wilt leren op school en goede cijfers wilt halen, dan is het belangrijk om je huiswerk goed te plannen. Kort van tevoren leren voor een toets is niet aan te raden, omdat je de leerstof dan misschien voor de korte termijn hebt opgeslagen, maar je daarna je kennis weer kwijt bent. En dat is zonde van je harde werk!
Een goede planning geeft je duidelijkheid, structuur en zorgt voor overzicht. Als je overzicht hebt, ontstaat er rust en ruimte om goed te leren. In het begin is het even wennen, een planning maken. Het kost je dan nog best veel tijd, maar je zal zien dat het steeds makkelijker gaat. Je gaat steeds beter zien waar je ruimte hebt en hoe je met je taken kunt schuiven.
Naast het plannen van je huiswerk, is het maken/leren van je huiswerk minstens zo belangrijk. Hoe effectiever je je tijd verdeelt, hoe meer je leert en hoe minder moeite het je kost. Daarom leer je niet alleen hoe je je huiswerk moet plannen, maar krijg je hier ook tips hoe je het maken van je huiswerk het best kunt aanpakken.

Een goede planning geeft je duidelijkheid, structuur en zorgt voor overzicht

Als je goed wilt plannen is het handig om twee agenda’s aan te schaffen:
• Eén agenda gebruik je op school om je huiswerk in te schrijven.
• Eén agenda gebruik je om thuis je planning in op te schrijven. Dit kan natuurlijk een goedkope agenda zijn, je gaat het tenslotte alleen gebruiken als planagenda. Je kunt in plaats van een planningsagenda ook een planformulier gebruiken. Een voorbeeld van zo’n formulier vind je na elke les in dit lesboek.
• In je planningsagenda staan standaard al je vaste afspraken, zoals sport, je bijbaantje etcetera. Hier plan je je huiswerk omheen. Vrije tijd is namelijk minstens zo belangrijk. En sporten is tevens gymnastiek voor je hersenen!

Neem als je thuiskomt van school, eerst even een korte pauze. Je lijf en brein hebben echt even de tijd nodig om te kunnen omschakelen. Eet/drink wat en ontspan, maar zorg ervoor dat je pauze niet langer duurt dan een half uurtje. Ga daarna gelijk aan de slag met het maken van je planning. Doe dit elke dag op dezelfde manier:

Kijk in je papieren agenda of op Magister welk huiswerk er nieuw is bijgekomen en houd dit naast je plan-agenda. Kijk hoeveel dagen je hebt om het huiswerk te maken. Zet het huiswerk (je kunt eventueel afkortingen gebruiken om niet te veel ruimte kwijt te zijn in je agenda) op de dag dat het klaar moet zijn in je plan-agenda.

Inschatten van de hoeveelheid werk
Maak per vak een inschatting hoeveel tijd je hieraan kwijt zal zijn. Beslis ook of je het werk gelijk kunt maken, of dat je het moet verdelen over meerdere dagen. Korte maakopdrachten kun je meestal op één dag plannen, terwijl de stelregel bij leerwerk moet zijn dat je dit over meerdere dagen verdeelt (je weet immers hoe belangrijk herhaling is voor je brein). Vervolgens schrijf je bij de dag dat je eraan gaat werken op:
• Wat je precies gaat doen (bijvoorbeeld: geschiedenis pagina’s 5 t/m 8 lezen en begrippen op flashcards schrijven).
• Hoeveel tijd je hieraan denkt kwijt te zijn (bijvoorbeeld: 25 minuten als je denkt dat het je 25 minuten kost). Dit helpt je namelijk om goed in te leren schatten hoeveel tijd je aan iets moet besteden. Als je bijvoorbeeld merkt dat je de stof niet in je hoofd krijgt in 25 minuten, dan weet je dat je dit dus bij een nieuwe planning anders moet organiseren.

• Kies verschillende kleuren die wat aangeven, bijvoorbeeld: geel = maakwerk rood= leerwerk (markeer toetsen ook met een kleurtje, zodat het goed opvalt in je agenda). Als je een taak hebt afgerond, arceer je de taak in je planning met groen.
Als je je huiswerk gepland hebt staan in je agenda, dan komt het moeilijkste stuk: beginnen. Gelukkig is er veel onderzoek gedaan naar effectieve manieren om je huiswerk te maken.
Je hoeft dus niet zelf het wiel uit te vinden. Eén van de mensen, die onderzoek hebben gedaan naar het optimaal benutten van tijd, is Francesco Cirillo. Hij ontwikkelde de Pomodorotechniek.
Deze manier van werken is zó effectief, dat veel bedrijven deze manier ook gebruiken. Op de volgende pagina kun je lezen hoe je huiswerk maakt met behulp van deze techniek.

1 2 3 4
Probeer korte opdrachten (maakwerk) altijd op dezelfde dag te doen als je planning dit toelaat. De stof zit dan nog goed in je hoofd, waardoor je er minder tijd aan kwijt bent, dan wanneer je het voor de volgende dag plant.
Start met iets dat je makkelijk vindt. Zie het als een warming-up. Je zit er dan gelijk goed in en moeilijkere taken gaan je dan ook makkelijker af.
Wissel maak- en leerwerk af, zo houd je het beter vol.
Arceer het huiswerk dat je hebt afgerond. Het geeft overzicht, want je ziet in één oogopslag wat je nog moet doen, maar het is ook een soort beloning voor het brein.
Een planning maken voor een toets of proefwerkweek
• Zorg dat je ruim op tijd start met leren voor een toets. Het liefst twee weken van tevoren, want dan kun je genoeg herhaalmomenten inplannen.
• Verdeel het leerwerk in stukjes (bijvoorbeeld een paragraaf per keer).
• Zorg ervoor dat er minimaal drie herhaalmomenten gepland staan.
• Hieronder zie je een voorbeeld waar er anderhalve week vooruit is gepland:
ma di wo do vr za zo ma di wo
Par. Par. Herh. Par. Par. Herh. Herh. Herh. Herh. Herh.
Het moeilijkste is om te beginnen aan je huiswerk

• Verdeel je huiswerk in blokken van 25 minuten.
• Na elke 25 minuten werken neem je 5 minuten pauze. Zorg dat je ook van tevoren bedenkt wat je gaat doen in die pauze. Je kunt bijvoorbeeld even muziek luisteren, iets eten, TikTok of Snapchat checken.
• Je zet een wekker of timer op 25 minuten.
• Je werkt aan één stuk door, zonder afleiding, totdat de timer gaat (dus zorg er ook zelf voor dat je geen afleiding hebt van bijvoorbeeld je telefoon). Je zet een vinkje op een papier als teken dat je een blok hebt afgerond.
• Als de timer gaat, gaat je pauze in.
• Na deze pauze werk je opnieuw 25 minuten aan één stuk door.
• Na 4 blokken en de korte pauzes kun je een langere pauze nemen (maar misschien ben je dan ook wel klaar).
• Werk niet door in de pauzes. De pauzes zorgen er juist voor dat je 25 minuten onafgebroken kunt werken en ze houden je hersenen fit.
• Probeer te bewegen tijdens de pauzes. Dit stimuleert je concentratie.


Na het lezen van dit hoofdstuk weet je:
• Dat het maken van aantekeningen onderdeel is van een actieve leerhouding.
• Hoe je goede aantekeningen maakt tijdens de les.
• Welke leer strategieën je kunt gebruiken voor het leren van woorden en begrippen.



Aantekeningen maak je tijdens de les. Ze zorgen ervoor dat je de lesstof beter begrijpt en onthoudt.
Je kunt niet alles opschrijven wat je docent vertelt, dus je moet hierin keuzes maken. Je kunt ook geen hele zinnen opschrijven. Tijdens de les heb je een filmpje gezien over aantekeningen maken waar al veel tips gegeven zijn.
Om op een overzichtelijke manier aantekeningen te maken, kun je gebruik maken van bijvoorbeeld de Cornell methode. Als je aantekeningen maakt volgens deze methode, zie je in 1 oogopslag wat belangrijk is. De belangrijkste woorden (sleutelwoorden) komen bij elkaar te staan en ook je notities (uitwerking van de sleutelwoorden) staan bij elkaar. Daarnaast is er ruimte voor een samenvatting. Zo leer je goed wat hoofdzaken zijn en wat bijzaken. En je oefent met het samenvatten van wat je hebt gehoord in een paar zinnen.
Als je aantekeningen wilt maken volgens de Cornell methode, is het handig als je een A4 schrift gebruikt.
Je hebt dan voldoende ruimte om te schrijven in de verschillende vakken.
Hieronder lees je precies hoe je je schrift in moet delen.
Stap 1 (voorbereiding)
Aan de onderkant van je blad trek je op ongeveer 10 cm hoogte een lijn in de breedte. Je zet met potlood een lijn in de lengte op ongeveer 1 derde van je blad.
Stap 2 (voorbereiding)
Je schrijft aan de bovenkant van het blad het onderwerp en de datum van de les.
Boven het vak links schrijf je op ‘Begrippen’.
Boven het vak rechts schrijf je ‘Aantekeningen’.
Onderaan schrijf je ‘Samenvatting’.

• Gebruik afkortingen en steekwoorden in plaats van hele zinnen.
• Gebruik symbolen zoals pijlen en = tekens om betekenissen en verbanden aan te geven.
• Zorg voor overzicht door belangrijke begrippen te markeren of door te onderstrepen.
Tijdens de les schrijf je aan de linkerkant de belangrijke begrippen en sleutelwoorden en aan de rechterkant werk je ze uit. Ook noteer je in korte zinnen de uitleg van de docent. Maak gebruik van afkortingen en pijlenschema’s. Tips van de docent schrijf je ook in dit vak. Als de les bijna voorbij is, schrijf je in het onderste vak in een paar zinnen een samenvatting over wat er verteld is in de les.
Ga bij de volgende les aantekeningen maken volgens de Cornell methode. Je kunt hiervoor het blad gebruiken in dit werkboekje. Vergelijk je aantekeningen met een klasgenoot. Vaak kun je veel van elkaar leren.

Aantekeningen zorgen ervoor dat je de lesstof beter begrijpt en onthoudt

Datum:
Onderwerp:
Begrippen Aantekeningen
Samenvatting

Woorden en begrippen leer je echt goed uit je hoofd als je veel herhaalt. Door meerdere, korte leersessies in te plannen, sla je de betekenissen op in je langetermijngeheugen.


Gebruik flashcards
Flashcards zijn papieren kaartjes die je aan twee kanten kunt beschrijven. Aan de ene kant schrijf je het begrip of definitie en aan de andere de betekenis. Als je woorden leert, schrijf je aan de ene kant het woord in de taal die je moet leren en aan de andere kant de Nederlandse vertaling. Er bestaan ook uitwisbare flashcards die je kunt hergebruiken. Fijn als je lekker duurzaam bezig wilt zijn! Als je de flashcards beschreven hebt, dan kun je starten met leren.
• Je leest het woord op het kaartje en probeert in je hoofd de vertaling te geven.
• Je checkt op de achterkant van het kaartje wat het juiste antwoord is.
• Kaartjes van woorden die je na een paar leersessies al goed kent, doe je in een apart bakje. Zo kun je je focussen op de woorden die nog niet goed in je hoofd zitten.
• Pak na een paar dagen de woorden uit het ‘deze ken ik al’ bakje erbij om te controleren of je de woorden/begrippen nog steeds kent. Als je toch iets vergeten bent, dan doe je de kaartjes weer bij de stapel ‘deze moet ik nog leren’.
• Plan minimaal 3 leersessies in; je brein heeft deze herhalingen nodig om de woorden goed op te slaan in je langetermijngeheugen.
2Maak gebruik van apps om woorden te leren
Er bestaan heel veel verschillende apps om woorden mee te leren. De meeste apps kun je gratis gebruiken. Op veel van deze apps kun je de methode invoeren die jouw school gebruikt en staan de woordlijsten al ingevoerd. Dit scheelt je veel tijd! Neem even goed de tijd om te kijken welke app je het fijnst vindt werken.

3
Gebruik verschillende methoden door elkaar
Als je afwisselt door op verschillende manieren te leren, houd je het niet alleen leuk voor jezelf, maar je brein wordt hier ook blij van! Deze afwisseling zorgt er namelijk voor dat je de woorden of begrippen ook beter gaat onthouden.


4 5
Herhalen, herhalen, herhalen
Hoe meer je herhaalt, hoe beter en sneller je de woorden of begrippen terug kunt halen uit je langetermijngeheugen.
En dat is ook superhandig als de woorden en begrippen op een andere manier in de les of tijdens een toets terugkomen.
Maak gebruik van ezelsbruggetjes, woordtekeningen en woordcategorieën
Je onthoudt woorden en begrippen beter als je er actief mee aan de slag gaat. Door na te denken over ezelsbruggetjes, de woorden uit te tekenen of te groeperen in categorieën zoals kleuren, dagen van de week, voorzetsels, dieren, etc. sla je woorden makkelijker op in je geheugen. Je laat namelijk je linker- en rechterhersenhelft samenwerken.
In hoofdstuk 1 heb je al gelezen hoe belangrijk dat is!


In de vorige hoofdstukken heb je kunnen lezen dat een goede planning het halve werk is. Je weet nu ook hoe je begrippen en woorden kunt leren.
Na het lezen van dit hoofdstuk weet je:
• Welke strategieën je kunt inzetten om te leren voor vakken met lange teksten, zoals aardrijkskunde, biologie, geschiedenis en levensbeschouwing.
• Hoe je het beste kunt leren voor vakken zoals wiskunde, scheikunde en natuurkunde.

Er is veel onderzoek gedaan naar effectieve leerstrategieën. We weten dus heel goed wat wel en wat niet werkt. Wat heel slecht werkt is het heel vaak doorlezen van de tekst. Dit werkt niet, omdat je eigenlijk steeds hetzelfde leest en dan de lesstof niet goed opslaat in je langetermijngeheugen. Ook het markeren van grote stukken tekst is zonde van je tijd. In deze les leer je leer strategieën die wel heel goed werken en die ervoor zorgen dat je veel tijd bespaart als je ze goed onder de knie hebt.


Een mindmap is een samenvatting maken van de lesstof op een creatieve manier. Doordat je heel goed moet nadenken over wat je in je mindmap wilt zetten en de manier waarop je dat wilt doen, ben je bezig met actief leren. Hierdoor onthoud je de lesstof veel beter. Ook laat je beide hersenhelften goed samenwerken als je gaat mindmappen. Als je een mindmap wilt maken is het belangrijk om eerst alle informatie aandachtig door te lezen. Je moet namelijk goed nadenken over wat hoofdzaken zijn en welke details belangrijk zijn voor je mindmap. Een mindmap helpt je vooral bij het leren voor vakken als aardrijkskunde, biologie en geschiedenis, maar kun je ook gebruiken bij vakken zoals levensbeschouwing en economie.

Als je je mindmap hebt gemaakt kun je ermee gaan leren. Kijk er goed naar en vertel jezelf per tak het hele verhaal dat je hebt onthouden uit het lesboek over het onderwerp. Zie het als een spiekbrief voor je spreekbeurt. Als je niet meer weet welke informatie bij een bepaalde tak hoort, dan ga je weer op zoek in het boek, of moet je misschien nog wat meer informatie in je mindmap schrijven.

• Draai je A4 papier (zonder lijntjes of ruitjes; dat leidt af), zodat hij horizontaal komt te liggen. Hierdoor heb je meer ruimte om te tekenen en schrijven.
• In een mindmap staat het onderwerp altijd in het midden.

• Vanuit het onderwerp gaan er lijnen waarop je noteert wat je belangrijk vindt.
• Voor elk onderwerp gebruik je een andere kleur.
• Hoofdzaken staan dichtbij het onderwerp, terwijl de details steeds meer naar buiten staan.
• Aantekeningen maak je in een vaste volgorde. Je begint rechts bovenaan en werkt in de richting van de klok naar onderen en weer naar boven.
• Maak de lijnen licht gebogen. Je brein vindt dit prettiger dan rechte lijnen.
• Hoe dikker de lijnen, hoe belangrijker het onderwerp.
• Maak kleine tekeningen bij je aantekeningen om je verhaal te verduidelijken. Het is niet alleen leuk om naar te kijken (en daardoor makkelijker te leren), maar door zowel te tekenen als te schrijven, onthoud je het beter.




Deze methode laat je steeds nadenken over 6 vragen:
1. Wie (Over wie gaat de tekst, wat zijn de belangrijkste personen?)
2. Wat (Wat gebeurt er? Wat is er aan de hand?)
3. Waar (Waar gebeurt het? Denk aan locaties in de geschiedenis, landen, maar ook bijvoorbeeld een plaats in een machine of een organisme)
4. Wanneer (Op welk tijdstip? Welk jaartal? Denk ook aan oorzaak en gevolg. Als er dit gebeurt, dan…)
5. Waarom (Waarom vindt/vond iets plaats. Denk ook weer aan oorzaak en gevolg)
6. Hoe (Kun je beschrijven wat er precies gebeurt of gebeurde?)
Door deze vragen over de lesstof voor jezelf te beantwoorden, ben je bezig met actief leren. Uit onderzoek is gebleken dat actief leren ervoor zorgt dat je de lesstof beter onthoudt. Leerlingen die actief met de lesstof bezig zijn, halen hogere cijfers. En wie wil dat nu niet? WIE


Als je deze stappen hebt doorlopen kun je starten met het maken van je toetsvragen. Ga heel gestructureerd aan de gang. Vaak is een paragraaf opgedeeld in alinea’s of subparagrafen. Je herkent de subparagrafen aan de tussenkopjes. Maak je vragen per subparagraaf. In die kleine stukjes tekst kun je ook vaak makkelijker de kern

Als je toetsvragen maakt let je erop dat je:
• Vragen stelt over verklaringen (Hoe komt het dat? Waarom gingen ze…)
• Vragen stelt over betekenissen (Wat houdt … in?)
Je kunt met de 6Q methode ook op een overzichtelijke manier een goede samenvatting maken. Je denkt dan niet alleen na over deze vragen, maar zet de vragen om in toetsvragen. Je bedenkt wat de docent zou kunnen vragen op de toets. Hieronder staat precies beschreven welke stappen je moet doorlopen om te komen tot een goede samenvatting met 6Q toetsvragen.
1. Je hebt twee blaadjes nodig met lijntjes. Het ene blad ga je gebruiken om de toetsvragen op te schrijven en op het andere blad ga je de antwoorden opschrijven.
2. Je bekijkt de leerdoelen in je leerboek. Zo zie je wat je in ieder geval moet weten na het leren van de tekst in het boek. Je weet nu welke leerdoelen je moet verwerken in je samenvatting (toetsvragen)
3. Je bekijkt je aantekeningen. De docent geeft les over de belangrijkste onderwerpen. Hier heb jij aantekeningen over gemaakt. Deze zijn ook heel belangrijk voor je samenvatting.
4. Je bekijkt de samenvatting van de tekst als die er is. Meestal staat die aan het eind van de paragraaf of een hoofdstuk. Uit de samenvatting kun je al de belangrijkste onderwerpen (hoofdzaken) halen. Erg handig als je zelf de tekst wilt gaan samenvatten.
5. Je bekijkt alle vetgedrukte woorden. Dit zijn de begrippen. Check of deze al uitgewerkt zijn in het boek, of dat jij er toetsvragen van zou kunnen maken.
6. Je bekijkt alle bronnen (plaatjes en extra tekst) in het boek goed. Op de toets krijgt je ook regelmatig ‘bronvragen’. Door de bronnen alvast te bekijken en na te denken over welke vragen de docent zou kunnen stellen, bereid je je hier goed op voor.
7. Je bekijkt je huiswerk; welke vragen heb ik moeten maken over de lesstof? Vaak komen deze vragen (soms wat anders geformuleerd) weer terug op de toets.
• Vragen stelt over een opeenvolging van gebeurtenissen (Hoe ging het … in zijn werk?)
Als je de antwoorden gaat opschrijven let je erop dat je:
• Duidelijk en volledig antwoordt, zoals je ook op de toets zou gaan doen.
• Voorbeelden en een duidelijke uitleg geeft als dat nodig is om de vraag duidelijk te beantwoorden.

Leren voor wiskunde, scheikunde en natuurkunde gaat net even anders dan voor de hierboven beschreven vakken. Bij vakken waar sommen, formules en uitwerkingen maken een grote rol spelen, moet je het leren anders aanpakken. Je neemt dan de volgende stappen:
1. Bekijk de leerdoelen van de te leren lesstof. Zijn er begrippen die je moet weten? Is er een theoriedeel? Als dat zo is, dan kun je voor dit deel dezelfde leerstrategie toepassen als die je gebruikt bij aardrijkskunde, biologie, geschiedenis en levensbeschouwing.
2. Kijk welke formules of begrippen je moet kennen. Kun je flashcards gebruiken?
3. Plan oefentijd in om te oefenen met bewerkingen, sommen en formules.
4. Ook hier is herhaling belangrijk. Hoe meer je herhaalt, hoe beter je de lesstof gaat beheersen.
5. Analyseer je foute antwoorden tijdens het oefenen. Welke stappen heb je doorlopen?


Je weet nu op welke manieren je kunt leren. De grote vraag is of het je lukt om dat wat je hebt geleerd op de goede manier op papier te zetten tijdens de toets. Hoe zorg je ervoor dat je antwoord duidelijk is?
Na het lezen van dit hoofdstuk weet je:
• Welke soorten vragen je kunt verwachten op een toets.
• Hoe je op een duidelijke manier antwoord geeft op een toets.
• Hoe je kunt leren van je fouten.
• Wat je kunt doen als je last hebt van spanning voor toetsen.
RTTI staat voor Reproductie, Toepassing 1/Toepassing 2 en Inzicht. Vragen die op de toetsen worden gesteld, vallen binnen deze categorieën.
Reproductie
Bij reproductievragen gaat het om het beantwoorden van vragen die gaan over wat er letterlijk in de tekst staat. Je kunt definities geven van begrippen, je kunt woorden vertalen en vertellen welke grammaticaregels er zijn. Je kunt vragen beantwoorden over jaartallen en kunt formules geven.
Toepassingsvragen 1 en 2
T1 vragen zijn vragen waarbij je je geleerde kennis kunt toepassen op dezelfde manier zoals je dat ook in de les hebt geleerd. Je kunt bijvoorbeeld een formule gebruiken bij wiskunde of je kunt een grammaticaregel toepassen bij Engels of Frans.
Toepassingsvragen op niveau 2 vragen net even wat meer van je. Je kunt de lesstof dan ook toepassen in een situatie die net weer even anders is, dan hoe je het in de les hebt geoefend. De vraag en de leerstof zijn gegeven, maar je moet zelf beslissen welke methode je gaat gebruiken. Als je goed scoort op toepassingsniveau 2, dan kan de docent zien dat je de lesstof helemaal onder de knie hebt en goed kunt toepassen op verschillende niveaus.

De lesstof moet je goed kunnen toepassen
Inzicht
Inzichtsvragen zijn vragen waarbij je helemaal zelfstandig moet bepalen hoe je de vraag of het probleem dat gegeven wordt tijdens de toets, gaat aanpakken. Alleen de vraag staat er. Voor de rest moet je het zelf bedenken: over welk deel van de leerstof het gaat, wat voor antwoord hoort hierbij. Welke methodes, formules of stappenplannen ga ik gebruiken? Bij het maken van inzichtsvragen wordt er echt wat gevraagd van je inzicht; kun je dat wat je geleerd hebt in de les ook omzetten naar een stappenplan?


Het is je inmiddels wel duidelijk geworden; er wordt meer van je verwacht dan simpelweg uit je hoofd leren wat er in je boek staat. Om ook goed de toepassingsvragen en inzichtsvragen te kunnen beantwoorden op een toets is het nodig dat je goed nadenkt over wat je moet leren. Zelf al goed nadenken over wat toepassingsvragen en inzichtsvragen kunnen zijn bij bepaalde leerstof, helpt je echt om deze vragen beter te kunnen beantwoorden. Nu snap je gelijk waarom de 6Q methode zo effectief is!

Je moet goed nadenken over wat je moet leren

Een goed antwoord is het halve werk. Als je de lesstof prima in je hoofd hebt, maar je bent niet sterk in het verwoorden van je antwoord, dan kan het zomaar zijn dat je onnodig een onvoldoende haalt. Zonde van je harde werk! Als je ervoor zorgt dat je jezelf onderstaande manieren van antwoorden eigen maakt, dan komt het helemaal goed!
De HOUD methode kun je bij alle soorten vragen gebruiken waarbij het nodig is om je antwoord uit te leggen.
H= Herhaal; herhaal de vraag. Door een deel van de vraag te herhalen in je antwoord, laat je zien dat je de goede vraag eruit hebt gehaald.
O= Omdat; je gebruikt het woord omdat, om te laten zien dat er een uitleg komt.
U= Uitleg; vervolgens leg je met behulp van de theorie uit het boek uit waarom dit het juiste antwoord is.
D= Dus; je besluit je antwoord met een conclusie, waarbij je zo nodig het antwoord nog samenvat.
De ABBC-methode kun je gebruiken bij bronvragen.
A= Je geeft antwoord op de vraag (denk ook aan het herhalen van een deel van de vraag in je antwoord, net zoals bij de HOUD methode.
B= Beargumenteren; je legt met een of meerdere argumenten uit waarom dit het enige juiste antwoord is.
B= Bron; je beschrijft wat je ziet in de bron.
C= Concluderen; je besluit je antwoord met een conclusie, waarbij je zo nodig het antwoord nog samenvat.


EEN GOED ANTWOORD IS HET HALVE WERK!
Fouten maken is enorm nuttig!

Fouten maken is helemaal niet erg. Je bent namelijk op school om iets te leren niet om alles al perfect te kunnen. Fouten zorgen er ook juist voor dat je echt wat leert.
Vaak weet je namelijk na een toets nog precies welke vragen je fout had of niet wist te beantwoorden en vergeet je al snel de vragen die je goed had. Fouten zijn dus enorm nuttig!
Toch is het uiteindelijk natuurlijk wel de bedoeling dat je steeds handiger wordt in het leren voor toetsen en het goed beantwoorden van de vragen op de toets.
Om steeds beter te worden, moet je veel oefenen. Wat ook helpt is om terug te kijken naar wat er nog niet zo goed ging en om een plan maken om dit in de toekomst anders te gaan doen.
Stel jezelf de volgende ja/nee vragen na een toets. De vragen die je met nee beantwoordt, zijn de punten waar je aandacht aan zou kunnen besteden en waar misschien winst te behalen valt.
• Heb ik aantekeningen gemaakt tijdens de les?
• Heb ik vragen gesteld als ik de lesstof niet begreep tijdens de les?
• Heb ik mijn huiswerkopdrachten gemaakt?
• Had ik een actieve houding tijdens de les?
• Heb ik de juiste leerstrategie ingezet?
• Heb ik op een actieve manier geleerd?
• Heb ik genoeg tijd ingepland om te leren?
• Heb ik de lesstof minimaal drie keer herhaald?
• Begreep ik de vragen die gesteld werden?
• Had ik genoeg tijd tijdens de toets?
• Heb ik de juiste methodes toegepast bij het beantwoorden van de vragen?
• Heb ik uitgebreid genoeg de vragen beantwoord?
Kijk dus altijd aandachtig naar waar het mis is gegaan. Je kunt het een volgende keer dan anders aanpakken. Er zijn altijd vakken die je makkelijk afgaan en er zullen ook vakken zijn waarbij het lastiger gaat. Kijk dus goed hoe je je tijd verdeelt.
Een keer een onvoldoende halen is geen enkel probleem natuurlijk, maar het is wel een signaal dat je meer aandacht moet besteden aan een vak. Dit hoeft niet altijd langer leren te zijn, maar kan ook betekenen dat je juist meer gaat doen tijdens de les op school.

Als je veel onvoldoendes hebt gehaald en goede cijfers ineens belangrijk worden om over te kunnen gaan, kan er toetsstress ontstaan. Toetsstress is helemaal niet handig, want het zorgt er juist voor dat je slechter gaat presteren. Ervaar je heel veel spanning tijdens een toets, probeer er dan gelijk wat aan te doen. Hoe eerder je met je toetsstress aan de gang gaat, hoe beter het is. Je kunt dan voorkomen dat de toetsstress zich ontwikkelt tot faalangst.
Een beetje spanning voor een toets is juist goed. Het zorgt ervoor dat je geconcentreerd en alert bent, wat nodig is om je te focussen op de vragen en de antwoorden die je moet geven. Als je echter te zenuwachtig bent, zorgt dit ervoor dat je juist slechter gaat presteren.
Je hersenen krijgen door spanning te weinig zuurstof en kan je niet meer goed nadenken

Je kunt voorkomen dat de toetsstress zich ontwikkelt tot faalangst


Als je heel gespannen bent, dan adem je niet ontspannen, maar oppervlakkig. Je ademhaling zit vaak hoog, in plaats van laag zoals bij een rustige ademhaling het geval is. Hierdoor krijgen je te hersenen te weinig zuurstof en kun je niet meer goed nadenken. Dat veroorzaakt nog meer stress natuurlijk!
Als je merkt dat je gespannen bent en je niet meer goed kunt nadenken, zet dan je voeten stevig op de grond en probeer je ademhaling onder controle te krijgen. Probeer adem te halen door je buik. Pas als je je ademhaling onder controle hebt, ga je weer verder met het maken van de toetsvragen. De kans is groot dat het gelijk een stuk beter gaat!

Wanneer je merkt dat je echt veel te gespannen bent voor en tijdens toetsen, bespreek dit dan met je mentor. Je mentor kan je vast goede tips geven of ervoor zorgen dat je hulp hierbij krijgt.





Plannen en organiseren zijn steeds terugkerende thema’s in de lessen en dat is niet voor niks. Je bent er namelijk nog niet als je weet hoe je een planning moet maken. Het moeilijkste van alles is om je ook te houden aan je planning. In de puberteit gebeurt er veel met je lijf en zijn delen van je hersenen volop in ontwikkeling. Juist die delen die gaan over plannen.

Je weet dat ook jij eraan zal moeten geloven; vanaf ongeveer je 12e tot aan je 20e levensjaar, doorloop je een fase die de puberteit genoemd wordt. Dit is niet een term die bedacht is door ouders die hun kinderen vervelend vonden, maar het is echt een fase in je leven waarin je gedrag verandert door de invloed van hormonen en de groei van je hersenen. In de puberteit produceren de hersenen een hormoon dat ervoor zorgt dat je je gaat losmaken van je ouders. Dit is niet omdat je ze stom vindt (al kunnen ze af en toe wel enorm stom doen), maar het heeft allemaal te maken met de veranderingen die je lijf doormaakt.
Je lichaam maakt in de puberteit een stofje aan (geslachtshormoon) dat voorkomt dat je je gaat voortplanten binnen je eigen familie (alsof je dat van plan was, haha). Maar door dat stofje ga je ook je


Het geslachtshormoon maakt dat je je losmaakt van je ouders
ouders soms stom vinden. Dat losmaken van je ouders komt eigenlijk dus door dat hormoon en is volkomen natuurlijk. Hormonen hebben ook invloed op de manier waarop je hersenen werken.
Een bepaald deel in je hersenen (de prefrontale cortex) is nog niet helemaal ontwikkeld, wat ervoor zorgt dat je moeite hebt met plannen en organiseren. Je kunt de gevolgen op de lange termijn niet overzien. Het lijkt soms wel alsof je hersenen helemaal niet werken, maar er gebeurt binnenin je hoofd een heleboel. Het is dus enorm belangrijk dat je zuinig bent op je brein, juist in deze fase. Bij tip 6 staan wat tips op een rij, om je hersenen zonder schade door de puberteit te loodsen!
Het is enorm belangrijk dat je zuinig bent op je brein



• Zorg voor voldoende nachtrust (8 uur). Als je slaapt herstellen je hersencellen zich, waardoor het leren overdag beter gaat.
• Zorg goed voor je oren! Je oren gebruik je om informatie over te brengen naar je hersenen. Het is soms heerlijk om naar muziek te luisteren, maar als je het geluid op je koptelefoon te hard zet, leidt dit echt tot gehoorschade.
• Drink geen alcohol voordat je 18 bent. Al zie je het anderen doen, maak zelf een verstandige keuze. Alcohol is schadelijk voor je brein, omdat deze nog volop in ontwikkeling is. Leren kost je dan dus nog meer tijd (als het al lukt) en dat wil je natuurlijk niet.
• Drink geen energiedrankjes. Ze lijken op het eerste gezicht niet ongezond, maar het hoge cafeïnegehalte in deze dranken zorgt voor schade aan je hersenen en zenuwstelsel.


Soms is het moeilijk om jezelf te motiveren aan inspannende bezigheden te beginnen zoals hardlopen of huiswerk maken. Vaak hoef je jezelf niet te motiveren om iets te doen wat je heel erg leuk vindt. De truc is dus, om huiswerk zo leuk mogelijk te maken! Dat kun je op verschillende manieren doen. Wat natuurlijk helpt is het volgen van deze training. Hoe meer je weet over hoe je hersenen werken en hoe je het beste kunt leren, hoe makkelijker het wordt. En als iets makkelijk is, is het ook niet zo vervelend.
Het helpt om de moeilijkste of vervelendste onderdelen als eerste te doen en jezelf te belonen als je hiermee klaar bent. Je brein is gevoelig voor straffen en belonen. Als je jezelf beloont na een vervelend klusje, dan gaat je brein deze klus op den duur minder vervelend vinden. Het klinkt misschien raar, maar het is echt zo.
Om jezelf te motiveren, is het ook goed om doelen te stellen. Als je een doel hebt, weet je waarvoor je iets doet, waardoor je vanzelf gemotiveerd raakt.
Ga bijvoorbeeld voor een 8 op je rapport voor Engels, Frans of wiskunde. Of spreek met jezelf af dat je elke les minimaal twee vragen stelt om de lesstof nog beter te begrijpen. Daag jezelf uit en ga voor iets waar je echt moeite voor moet doen. Je mag ook best fouten maken, daar leer je van!

Als je tijd wilt overhouden voor ontspanning kun je beter één ding tegelijkertijd doen


Onze hersenen zijn niet geschikt om te multitasken. Als je denkt dat je makkelijk tegelijkertijd kunt snapchatten, YouTubefilmpjes kunt kijken én huiswerk kunt maken, dan kom je toch echt bedrogen uit. Terwijl jij denkt dat je meerdere dingen doet, is je brein steeds maar met één van die taken bezig. De andere taken worden als het ware geparkeerd. Het kost tijd en breinenergie om die taken steeds terug te halen van het parkeerterrein. Helemaal niet efficiënt dus. Als je tijd wilt overhouden voor ontspanning kun je dus beter één ding tegelijkertijd doen.
Welk onderdeel van de hersenen is nog niet goed ontwikkeld bij pubers? 1
2
Zoek op internet op waar de prefrontale cortex verantwoordelijk voor is.
3
Leg uit waarom je beter niet kunt multitasken?

zaterdag
vrijdag
donderdag
woensdag
dinsdag
zondag
maandag
donderdag
vrijdag
zondag
zaterdag
zaterdag
vrijdag
donderdag
woensdag
dinsdag
zondag
maandag
donderdag
vrijdag
zondag
zaterdag
zaterdag
vrijdag
donderdag
woensdag
dinsdag
zondag
maandag
donderdag
vrijdag
zondag
zaterdag

Je weet nu al heel veel over leren. Als je actief de aan de slag gaat met de effectieve leerstrategieën en je de lesstof meerdere keren herhaalt, dan komt het helemaal goed. Je kunt dan met zelfvertrouwen je toetsen gaan maken. Blijf je goed voorbereiden op je toetsen, in de les door goed mee te doen en vragen te stellen en thuis door je huiswerk te maken en actief te leren.
Maak elke week een goede planning, waardoor je een goed overzicht hebt en houdt. Dit zorgt voor rust in je hoofd. Als je rust in je hoofd hebt, kun je beter leren. Kijk na elke toets kritisch naar je aanpak. Je weet dan op welke punten je je aanpak kunt verbeteren. En mocht je toch vastlopen, kijk dan nog eens in dit boek bij de tips over leren. Het helpt echt om het leren op deze manier aan te pakken.
Gebruikte literatuur
Dweck, Carol S., Mindset, SWP (2018)
Endres, Wolfgang e.a., Leren kun je leren, Panta Rei (2004)
Endres, Wolfgang e.a., Zo is leren leuk, Panta Rei (2002)
Arnold, Nick, Je briljante brein, Kluitman (2007)
Cliteur, John, Leer leren, Purple Monkey Publishing (2017)
Bijsterveld van, Sandra, Leren Leren, Eduforce (2012)
Adema, Tea, Ik leer leren, Centrum w Adema (2013) Groeneveld, Annemieke, Snel leren= leuk leren, Koopmans Zwanenburg (2013) Jong de, Wouter, Superkrachten voor je hoofd, Maven Publishing (2019) Dawson, Peg en Guare, Richard, Executieve functies bij kinderen en adolescenten, Hogreve Uitgevers bv (2019)
Dawson, Peg en Guare, Richard, Slim maar…, Hogreve Uitgevers bv (2009)
Dijkstra, Pieternel, Zelfregulerend leren, Boom (2018)
Drost, Marinka en Verra, Petra Slimmer leren, RTTI, Uitgeverijplus Bv (2014)
Brugman, Ineke en Bazen, Lenneke, Ik leer beter leren, Maklu Uitgever (2010) Opgenhaffen, Tommy, Leren hoe? Zo!, Lannoo Campus (2020)
Met dank aan Luka Hodak, docent geschiedenis Rowdy de Visser, leerkracht groep 8
Als je even vastloopt, kijk dan nog eens in dit lesboek bij de tips over leren. Het helpt je echt om het op deze manier te doen:
• Let goed op in de les en maak aantekeningen. De les krijg je niet voor niets. Als je alleen uit het boek zou moeten leren, dan hoef je ook geen les te krijgen. Wat de docent vertelt in de les, geeft eigenlijk al aan wat je moet weten.
• Doe je maakwerk zo snel mogelijk na de les, het liefst dezelfde dag. Het kost je dan minder moeite, omdat je nog veel weet uit de les.
• Zorg bij het maken van een planning voor voldoende ontspanningsmomenten.
• Leer actief! Dus niet alleen de tekst lezen, maar de leerstof ook verwerken zoals je tijdens de lessen hebt geleerd.
• Verdeel je leerwerk over meerdere momenten en zorg dat je minimaal drie keer herhaalt na de eerste keer leren.
• Een mindmap maken lijkt veel werk, maar tijdens het maken, ben je eigenlijk al aan het leren. Door je linker- en rechterhersenhelft te gebruiken, onthoud je de lesstof ook beter.
• Bekijk eerst de tekst goed, voordat je hem gaat leren. Waar staan de leerdoelen? Welke toetsvragen kun je bedenken? Welke belangrijke begrippen staan vetgedrukt?
• Zorg voor een rustige werkplek en laat je niet afleiden door je telefoon.
• Vraag om hulp! Ouders willen vaak graag helpen en je kunt best wel wat hulp gebruiken. Door je te laten overhoren, check je of je de lesstof weet. En als je moet vertellen over de lesstof, zorgt dit er ook voor dat je beter onthoudt wat je geleerd hebt.

KOALA EDUCATIE
Monique Brussel
06 51 70 63 17 monique@koalaeducatie.nl

lerenophetvo.nl koalaeducatie

Monique Brussel is de grondlegger van Leren op het VO; hét platform dat leerlingen ondersteunt bij het leren. Ze begeleidt leerlingen individueel en in groepsverband waar het gaat om sociale weerbaarheid en ‘Leren leren’.
Zij richt zich daarbij vooral op het vergroten van het zelfvertrouwen, zodat leerlingen met plezier naar school gaan en gemotiveerd zijn om te leren.
Over Leren op het VO
Monique is leerkracht én moeder. Hierdoor weet zij uit eigen ervaring dat de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs groot is. Heel groot.
Niet alleen krijg je als brugklasser te maken met nieuwe vakken en heten leerkrachten ineens docenten, ook wordt er veel meer zelfstandigheid van je verwacht. Zo moet je leren plannen, elke dag huiswerk maken en ook nog je plekje zien te vinden in je nieuwe klas en op school. Om deze grote overgang wat soepeler te laten verlopen en ervoor te zorgen dat je met zelfvertrouwen kunt starten op jouw nieuwe school is Leren op het VO ontwikkeld.
Tijdens deze lessen leer je niet alleen hoe je moet plannen en hoe je het beste kunt leren voor toetsen, maar krijg je ook andere tools, om jouw middelbare schoolperiode tot een groot succes te maken.
