Skip to main content

Confessioneel-Credo 5-2022

Page 1

CONFESSIONEEL CREDO

pag 2 Bidden is onmisbaar, juist nu pag 4 Actualiteit van het derde Woord pag 6 Dienstbare kerk in Costa Rica

134e jaargang nr. 5 10 maart 2022

DAT KONINKRIJK VAN U… Hoeveel slachtoffers zijn door de oorlog in Oekraïne inmiddels niet gevallen? Ze zijn al niet meer te tellen. Zoals elke oorlog talloze slachtoffers kent.

O

orlogen roepen veel vragen op. Een daarvan is die naar Gods Koninkrijk en Zijn gerechtigheid. Ooit schreef Gerard Reve het gedicht ‘Graf te Blauwhuis’, waarin hij die vraag ook stelt.

Hij rende weg, maar ontkwam niet, en werd getroffen, en stierf, achttien jaar oud. Een strijdbaar opschrift roept van alles, maar uit het bruin geëmaljeerd portret kijkt een bedrukt en stil gezicht. Een kind nog. Dag lieve jongen. Gij, die Koning zijt, dit en dat, wat niet al, ja ja, kom er eens om, Gij weet waarom het is, ik niet. Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat? Reve droeg ‘Graf te Blauwhuis’ op aan zijn buurvrouw Sjiuwke Hofmeijer-Rijp-

ma in Greonterp, waar hij jarenlang gewoond heeft, te midden van de stille wateren en de grazige weiden van de Friese Zuidwesthoek. De naamloze jongeman waar ‘Graf te Blauwhuis’ over gaat, was de jongste broer Gerrit van die Sjiuwke Hofmeijer-Rijpma. Kort voor het einde van de Duitse bezetting vond hij de dood, na een inval van landwachters in de boerderij van het gezin. (De literaire pelgrim zal het graf van Gerrit Rijpma tevergeefs zoeken. Eind jaren tachtig zijn ‘de stoffelijke resten’ van de jongeman herbegraven op Ereveld Loenen, bij Apeldoorn. De gedenkplaquette met zijn beeltenis op porselein, in sepiakleur, zijn toen teruggegaan naar de familie.) Het gaat mij nu om de slotzin van ‘Graf te Blauwhuis’, die vraag ‘Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?’ Is dat een vraag van meer dan

alleen twijfel en aanvechting, namelijk een vraag van spot en hoon, tot en met heiligschennis en godslastering? Misschien wel, maar het is ook een vraag die christelijk, gelovig gesteld kan worden. Zoals we met Gez. 294 / Lied 757: 2 wel zingen: Waar blijft het overlang beloofde land van God, waar liefd’ en lofgezang verdrijven leed en dood? Wij stellen die vraag ook, christelijk, gelovig als we zijn. Vanwege de ellende in de wereld, vanwege het leed in het leven van mensen, nu in het bijzonder in Oekraïne. Nee, die vraag ‘Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?’, dat is niet perse een vraag die sceptisch, cynisch naar voren komt. Dat Koninkrijk, dat wordt nog wat. Omwille van het volbrachte werk van het slachtoffer bij uitstek, Jezus Christus. Slachtoffer van mensen en machten, van duivel en demonen. Ook van ‘moeten’ van Godswege. Juist in deze tijd van het kerkelijk jaar staan wij daar bij stil. Ik had het over ‘Gods Koninkrijk en Zijn gerechtigheid’. Bij die gerechtigheid moet ik altijd denken aan een Friese vertaling van een zinsnede uit de geloofsbelijdenis; van deze: dat Jezus zal wederkomen om te oordelen de levenden en de doden. Een weergave luidt dat Hij zal wederkomen ‘om rjocht te dwaan de libbenen en de deaden’ / ‘om de levenden en de doden recht te doen’. Naar 2 Petrus 3: 13: ‘(…) wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.’ Daar is geen rouw, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij (Openbaring 21: 4). dr. Jan Dirk Wassenaar


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Confessioneel-Credo 5-2022 by BDUmedia - Issuu