CONFESSIONEEL CREDO
pag 2 Theologische bloedarmoede pag 4 Actualiteit van Romeinen 13 pag 6 De roots van Freek de Jonge
134e jaargang nr. 4 24 februari 2022
BETAMELIJK De vrijheid van meningsuiting is een groot goed in Nederland. De rechter vindt wel, dat er grenzen zijn aan die vrijheid. Verheerlijken van zaken die mensenrechten bedreigen gaat over de schreef. Beledigen en aanzetten tot haat mag ook niet. Echter, mensen neerzetten als lustobject is een onsmakelijke, niet-strafbare uiting.
I
n de rechtszaal is het soms schuifelen op de vierkante millimeter om exact te laten zien wat wel en niet kan. In de morele sfeer geeft het woord ‘betamelijk’ een weldadige ruimte. Je wilt niet graag ‘onbetamelijk’ overkomen, dus wil je je betamelijk gedragen. Na alle commotie over de losbandigheid op “Het Gooische Matras” en de “The Voice of Holland” met openbare schuldbelijdenissen van mannen over hun gedragingen en de demonstraties tegen straatintimidatie (sissen), denk ik aan dat woord ‘betamelijk’.
BETAMELIJK ALS KOMPAS
Ik heb dat woord ooit voor het eerst gelezen in de Bijbel: “Laat alles betamelijk en in goede orde geschieden.” Dat is de tekst van 1 Korintiërs 14:40, waarmee het belang van een kerkorde is gemotiveerd. Later ontdekte ik dat
Paulus het heeft over betamelijk, als het gaat over de omgang tussen man en vrouw (1 Korintiërs 7). Dat is ander koek dan ‘MeToo’. En psalm 147 zingt, dat een lofzang betamelijk is. Dat is allemaal te vinden in de NBG-vertaling van 1951. Het woord ‘betamelijk’ is in de nieuwere vertaling minder betamelijk geworden. Het is een ‘vergeet-woord’ geworden. Ik zou het liever als een ‘onvergetelijk woord’ willen zien. Omdat het ergens een kompas is. Het laat je merken dat er grenzen zijn, die je tot schade van een ander en jezelf zou kunnen overschrijden. En het woord ‘betamelijk’ ervaar ik als een wacht voor mijn lippen, mijn handen en voeten.
TIJDGEBONDEN
Ik zeg er meteen maar bij, dat de inhoud van het woord ‘betamelijk’ na-
tuurlijk tijdgebonden is. Zo is er nog niet zo lang geleden een tijd geweest, dat het een punt was of dames een lange broek mochten dragen of een korte rok. Of is betamelijk tuttig? Ik denk het niet, want steeds merk je in de loop van de geschiedenis, dat de waardigheid van de mens er mee te maken heeft. Hoe gaan we waardig met elkaar om? Hoe laten we elkaar in de waarde? Dat zijn vragen die er toe doen. Want als de waardigheid mist, wordt het een potje puinhoop.
WAARDIGHEID VAN DE MENS
Huub Oosterhuis, die een vriendelijke brief van de paus ontving, noemt de waardigheid van de mens “een voortdurend terugkerend thema” in de Bijbel (ND, 29/1’22). Wat je wel en niet met je naaste mag doen, staat centraal in de Thora en bij de profeten, dat is de kern, zegt hij. Ik denk dat Oosterhuis gelijk heeft, waarbij we elkaar tot een getuige mogen zijn om elkaar bij de les te houden. En God is de hoofdgetuige. Ook dat is Thora. Om scherp en mild tegelijk te blijven is de Bijbel een prachtig instrument. Ach, nu nog wat: oordelen is een secuur werkje, twee getuigen zijn volgens de Bijbel nodig en Jezus vult nog aan op een niet mis te verstane manier: wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. Huichelarij is niet betamelijk. Als je zo met de Bijbel om kunt gaan, raak je geïnspireerd om het goede te doen voor het aangezicht van de Here God. Ook om daarbij bescheiden te blijven omdat je weet, dat de grens tussen betamelijk en onbetamelijk altijd verleidelijk op de loer ligt om je te misleiden en om recht te praten wat krom is. Daarom is het handig om in rustig vaarwater het betamelijke bij je zelf op te laden, zodat het kompas niet lijkt op een leeggelopen Smartphone. ds. Wim Scheltens