Skip to main content

Confessioneel-Credo 15-2022

Page 1

De komende weken verschijnt Confessioneel-Credo in de zomerse driewekenfrequentie!

CONFESSIONEEL CREDO

pag 2 De watertoevoer van Jebus pag 4 Je meten met de Messias pag 8 Kerk en universiteit

134e jaargang nr. 15 1 september 2022

‘BROEDER ZON’ Wat heeft de zon in augustus veel geschenen! De zonaanbidders hebben wat dat betreft een fantastische maand gehad. Over ‘zonaanbidders’ gesproken: wij moeten de zon niet aanbidden.

I

n de ogen van de schrijvers van de bijbel is de zon een schepping van God: Genesis 1: 14-19 laat overduidelijk weten dat de hemellichamen door Hem gemaakt zijn. De zon en de maan, voorgesteld als grote lichten, zijn ooit als lampen aan het hemelgewelf opgehangen om licht te geven op de aarde. Het genoemde gedeelte uit Genesis geldt als kritiek op het toenmalige aanbidding van de zon in het Nabije Oosten. Daartegenover zegt de auteur van Genesis: de zon is een schepping van God. Niet meer. Ook niet minder trouwens. Men moet dus voor God neerknielen, niet voor de zon (Deut. 17: 3; Ez. 8: 16). Toen Israël toch een vorm van zonnecultus ging aanhangen, brak de profetische oppositie los (2 Kon. 23: 5-11). Wel zong Israël zonneliederen, maar steeds ter ere van de Schepper (Ps. 19: 5-7; 104: 1; vgl. 1 Kor. 15: 41). De dichter

van Psalm 84 gebruikt aan het slot van zijn lied de zon als metafoor voor God, wat in de bijbel uniek is. Hij spreekt over zijn verlangen naar de Zon, die warmte en licht geeft. Vermoedelijk vermeed men aanvankelijk deze zon-metafoor, vanwege het gevaar van de zonnecultus. In later tijd lag dit wellicht minder gevoelig, zoals de schrijver van Oden van Salomo, een verzameling christelijke gebeden en liederen uit ongeveer 80 tot 120 na Christus, laat zien: hij spreekt over de Heer als zijn zon. De zon is onder meer beeld van het hemelse licht. Let wel: beeld. Ze verwijst naar het Licht dat het zonlicht overstijgt. Haar taak houdt dan ook op aan het einde der tijden, wanneer Gods heerlijkheid alles en allen zal omgeven (Jes. 60: 19; Op. 8: 12, 9: 2) In de beschrijving van het nieuwe Jeruzalem is de zon overbodig; alle licht dat nodig

is, geeft God zelf (Op. 21: 23; 22: 5). De zon leent zich er ook voor om aan te geven wie Jezus Christus is: bij de verheerlijking op de berg straalt Zijn gelaat als de zon. Prachtig is de omschrijving van het gelaat van de mensenzoon dat Johannes in Openbaring aanschouwt: ‘Zijn gezicht schitterde als de felle zon.’ (1: 16; vgl. 10: 1) Nog iets: de rechtvaardigen zullen in het Koninkrijk van God stralen als de zon. De zon verwijst naar de nieuwe tijd, wanneer dat Koninkrijk in volheid doorbreekt. (Mat. 13: 43; vgl. Richt 5: 31). In die vergelijkingen geldt de zon als symbool van overwinning op het kwaad, het donker, de nacht. De profeet Maleachi kondigde al aan dat op de dag van de Heer ‘de zon die gerechtigheid brengt’ opgaat voor degenen die Gods naam vrezen (4: 2 / 3: 20). Overigens: de Vroege Kerk heeft Jezus Christus in die zon die gerechtigheid brengt, herkend. Ik schreef: in het nieuwe Jeruzalem is de zon overbodig. Tot die tijd zijn wij dankbaar voor de zon die schijnt, voor ‘broeder zon’ (Gezang 400: 2, Franciscus van Assisi). Wij zijn ook dankbaar voor ‘de zon die gerechtigheid brengt’. Met het oog op Jezus’ uitspraak ‘Ik ben het licht voor de wereld’ (Joh. 8: 12) schreef Ambrosius van Milaan († 397): ‘Wat de zon is voor de uiterlijke kosmos, is Christus voor de wereld’. Onderweg naar het nieuwe Jeruzalem zingen wij: Wees Gij de zon van mijn bestaan, dan kan ik veilig verder gaan, tot ik U zie, o eeuwig licht, van aangezicht tot aangezicht. (Gez. 437: 3 / Lied 834: 3) dr. Jan Dirk Wassenaar

(Ontleend aan: dr. C.J. den Heyer en dr. P. Schelling, Symbolen in de bijbel. Woorden en hun betekenis, Uitgeverij Meinema, Zoetermeer, 2000)


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Confessioneel-Credo 15-2022 by BDUmedia - Issuu