Skip to main content

VMT 3 (2026)

Page 1


COVERSTORY: STRUGGELEN MET ALLERGENEN

VMT sprak zes producenten over de bottlenecks van het allergenenbeleid.

“We verschaffen consumenten meer vraagtekens dan ooit tevoren.”

BARCODE = QR-CODE

Vanaf eind 2027 kunnen retailers een QR-code scannen op producten, ter vervanging van de huidige barcode. Dit biedt meer mogelijkheden voor voedselproducenten zoals het delen van data in de keten, het delen van informatie met consumenten en bij recalls.

Thema

Etikettering, logo’s en claims

In dit nummer alles over etikettering, logo’s en claims. Producenten vertellen hoe zij omgaan met het nieuwe allergenenbeleid, daarnaast meer over duurzaamheidsclaims en de QR-code die de barcode op producten gaat vervangen.

CERTIFICERING

Ieder foodbedrijf is op een of andere manier bezig met duurzaamheid. Maar waar focus je op, voor welke certificering ga je, wil je een keurmerk? VMT zet de drie typen certificering op een rij.

4 Meest gelezen op vmt.nl

6 Coverstory: struggelen met allergenen

10 Barcode op producten krijgt opvolger: QR-code

14 Consumentenbond over duurzaamheidsclaims

16 Keurmerken en certificeringen op een rij

19 Young R&D

20 Seafood in de eiwittransitie

22 Wat zijn de risico’s van voedselfraude

24 Lamb Weston over duurzaamheidswetten

27 Innovatie gespot: meelstof in frituur

28 Karin Löwik: ‘Meer eiwit tegen gunstiger prijs’

31 Startup wil Nutella vervangen

32 Safe met Karin

33 Colofon

Regels en uitleg

Al jaren heb ik verschillende allergieën. Voor mij is dit dus ‘normaal’. De afgelopen tijd merk ik echter van verschillende kanten meer interesse in mijn allergieën en hoe ik ermee omga.

Sinds begin 2026 geldt het nieuwe Nederlandse allergenenbeleid voor kruisbesmetting. Hoewel nog niet alle communicatie naar consumenten uitgerold is, hebben sommige allergische consumenten er wel van gehoord. De man van een vriendin van mij heeft een ernstige notenallergie. Of zoals ze zelf in restaurants zegt: ‘Hij gaat dood als het erin zit’. Zij vroeg mij –lichtelijk in paniek – wat er nu eigenlijk verandert. Ik legde het uit, ze snapte het, maar zei wel dat ze nu iedereen in haar omgeving opnieuw moest instrueren. Waar haar man eerst wel producten at met ‘kan sporen bevatten van noten’, moet ze nu uitleggen dat bij producten waarop staat ‘kan noten bevatten’, sprake is van kruisbesmetting met noten. En dat hij die producten daarom liever niet eet.

Ikzelf leg dit nu ook opnieuw uit aan de mensen in mijn omgeving. Waar het nieuwe beleid uiteindelijk fijn is voor de allergische consument – als het erop staat zit het er in (in beperkte mate) – is de overgang ernaartoe even schakelen. Ook voor producenten zijn er nog bottlenecks, waarover in dit themanummer meer.

Food Law Event

Redacteur Redac t eur carmen gro eneve l d@v mnme d ia.n l

Het VMT Food Law Event is dé jaarlijkse bijeenkomst op het gebied van levensmiddelenwetgeving in de voedingsindustrie. Een live event waar je veel kennis opdoet in één dag. Het evenement, waar zo’n 300 professionals uit de voedingsmiddelenindustrie op afkomen, is bestemd voor managers regulatory affairs, voedingsmiddelentechnologen, voedingsdeskundigen, wetenschappers, productontwikkelaars, kwaliteitsmanagers en directies in de foodsector. Dus voor in de agenda: 9 juni 2026. www.vmt.nl/foodlaw

Foto cover: Bakker Goedhart
CARMEN GROENEVELD

Listeria

In Frankrijk zijn twee mensen overleden na besmetting met listeria in kant-en-klare vleeswaren. In totaal raakten zeker twaalf mensen besmet. De uitbraak is gelinkt aan producten van vleesverwerker Drôme Ardèche Tradition.

Eiwitten

Uit de recent gepubliceerde Eiwitmonitor 2025 blijkt dat het aandeel plantaardige eiwitten in het Nederlandse voedingspatroon hetzelfde is als in 2024: 39 procent. Nederlanders eten dus niet meer plantaardig. Daarmee is de doelstelling van 50:50 niet in zicht.

Nestlé in webinar: ‘Onze grootste recall óóit’

”We zijn ongeveer twee weken bezig geweest om kilometers aan RVS te controleren om te kijken wáár cereulide kan zitten”, aldus Matthijs Kok, Head of Operations bij Nestlé Benelux in een webinar van VMT over de aangetroffen cereulide in babyvoeding.

Sinds het voedingsmiddelenbedrijf cereulide aantrof in een batch babyvoeding, zit het bovenop de recall. Alle alarmbellen gingen bij Nestlé af. De besmettingsbron opsporen bleek een harde noot om te kraken. Toch krijgt het voedingsmiddelenbedrijf veel kritiek van de voedingsindustrie. Kok vertelt dat Nestlé non-stop bezig is geweest met de terugroepactie. “We hebben één iemand die 24/7 met de NVWA communiceert.”

“Ik ben van mening dat wij in de Champions League spelen op het gebied van kwaliteit. En dan tóch gaat het mis. Deze besmetting had nóóit mogen gebeuren”, aldus Kok. Er zijn veel lessen die Nestlé heeft geleerd en deze casus verdient nuance. Tijdens het webinar nam Nestlé iedereen mee achter de schermen van het onderzoek bij Nestlé. Kok vertelde tijdens het VMT-webinar over het verloop van de terugroepactie en de oorzaak van het probleem: het ingrediënt ARA-olie.

Ook Aldo Evers van Normec schoof aan bij het gesprek. “Ik zou nóóit hebben gedacht dat het

probleem bij de grondstof lag. Tuurlijk denk je dat het aan de nieuwe productielijn ligt. Ik ben benieuwd of de industrie nog steeds denkt dat Nestlé sneller had kunnen handelen met alle informatie die ze nu geven”, aldus Evers.

Wil je weten wat er in de fabriek in Nunspeet is gebeurd en hoe Nestlé de besmettingsbron heeft opgespoord? Scan de QR-code en kijk het webinar terug.

Meer lezen? Scan de QR-code en bekijk online ons andere nieuws, video’s en achtergrondverhalen. Altijd op de hoogte blijven? Neem een online abonnement op vmt.nl met toegang tot alle artikelen en verdieping.

Nieuws

Voedingscentrum vernieuwt Schijf van Vijf

Het Voedingscentrum lanceerde op 9 april 2026 – na een periode van tien jaar – een vernieuwde Schijf van Vijf. De wijzigingen liggen vooral op het gebied van de aanbevolen hoeveelheden dierlijke en plantaardige producten.

Afgelopen december publiceerde de Gezondheidsraad een nieuw advies. Volgens het Voedingscentrum gaat de Schijf van Vijf mee met de wetenschappelijke inzichten in dit advies. Sowieso zijn er veel nieuwe wetenschappelijke inzichten over gezondheid, duurzaamheid en voedselveiligheid. Al deze nieuwe inzichten heeft het Voedingscentrum verwerkt in de vernieuwde Schijf van Vijf.

Voor volwassenen van 18 tot 50 jaar die zowel vlees als vis eten, is het advies om de consumptie van peulvruchten te verhogen van 120 tot 180 gram per week naar 250 gram. Andere adviezen zijn: consumptie vlees van maximaal 500 gram naar maximaal 300 gram per week, waarvan niet meer dan 100 gram rood vlees. Advies consumptie kaas: van 40 gram per dag naar 20 gram per dag, met afwisseling tussen dierlijke zuivel en verrijkte zuivelalternatieven.

De wijzigingen in de Schijf van Vijf betreffen vooral de aanbevolen hoeveelheden dierlijke en plantaardige producten

Verplichte digitale registratie voedselbedrijven

Bedrijven betrokken bij de productie, verwerking of distributie van levensmiddelen moeten zich verplicht registreren bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Sinds 10 maart dit jaar moeten producenten dit digitaal doen via MijnNVWA.

”MijnNVWA is een persoonlijke, digitale omgeving voor bedrijven. In dit portaal vraagt de NVWA alle bedrijven die betrokken zijn bij de productie, verwerking of distributie van levensmiddelen om zich (opnieuw) te registreren”, stelt de NVWA op haar website. Ook levensmiddelenbedrijven die al bekend zijn bij de NVWA en/of een erkenning hebben, moeten zich registreren via MijnNVWA.

De NVWA geeft in een stappenplan aan hoe levensmiddelenbedrijven zich via MijnNVWA kunnen registreren. Het stappenplan ziet er als volgt uit:

• Stap 1: check of u zich bij ons moet registreren

• Stap 2: vraag eHerkenning of DigiD aan (als u dat nog niet heeft)

• Stap 3: heeft u al eHerkenning? Regel de machtiging

• Stap 4: ga naar MijnNVWA

• Stap 5: vul het registratieformulier in

Levensmiddelenbedrijven moeten de registratie elk jaar opnieuw bevestigen.

Door alle voedselverwerkende bedrijven in kaart te brengen, kan de NVWA naar eigen zeggen consumenten beter beschermen tegen voedselveiligheidsrisico’s.

Kort nieuws

PETITIE

ProVeg Nederland heeft op 31 maart een petitie aangeboden aan de Tweede Kamer tegen de wet die het gebruik van de term ‘gehakt’ enkel voor vlees toestaat.

OVERNAME

Unilever heeft een akkoord bereikt over de overname van een groot deel van zijn voedingsmiddelendivisie door de Amerikaanse branchegenoot McCormick.

EIEREN

De prijzen van eieren in Nederland zijn gestegen naar recordhoogte. Volgens de Consumentenbond zijn eieren in vijf jaar gemiddeld 38 procent duurder geworden.

BRAND

Bij een brand bij een van de locaties van Kitchen Republic zijn de productielocaties van vele startups volledig verwoest.

HUEL

Danone neemt Huel - producent van eiwitrijke maaltijddranken – over. Hiermee wil het de snelgroeiende categorie van functionele voeding uitbreiden.

VLEES

Jumbo gaat toch weer beginnen met de promotie van vlees. “Ons doel was om marktbreed een beweging op gang te brengen. Helaas zijn andere supermarkten vooralsnog niet gevolgd.”

MUIZEN

Jumbo haalt de voorraad gebroken en hele diepvriessperziebonen van het huismerk uit de winkels, na verhalen over dode muizen tussen de bonen.

‘Dezelfde deadline voor iedereen werkt niet’

VIJF ALLERGENENSTRUGGELS IN DE BAKKERIJ- EN KOEKINDUSTRIE

De bakkerij- en koekindustrie is over het algemeen blij met het Nederlandse allergenenbeleid dat begin dit jaar inging. Wel blijkt het voor sommige producenten erg lastig dat ook voor leveranciers de deadline van 1 januari gold. Daarbij leidt het nieuwe beleid volgens sommige niet tot minder allergenen. “We verschaffen consumenten meer vraagtekens dan ooit tevoren.” VMT sprak zes producenten over de bottlenecks van het allergenenbeleid.

Over het algemeen zijn de bakkers- en koekproducenten erg blij dat er nu één beleid is voor alle producenten. “Wij staan achter het uitgangspunt: minder onbedoelde allergenen op de verpakking”, stelt José Dinkelman, senior specialist productdata & wetgeving bij Bakker Goedhart. “Het doel is om consumenten beter te informeren over allergenen. Daar sta ik honderd procent achter”, vertelt Sjoerd Kanters, Corporate Senior Quality Manager bij Bakkerij Verbeek. Cindy Bruinsma, Senior Quality Assurance namens Amarant Bakkers en Bakker Wiltink, vult aan: “Wij hebben als branche mogen meepraten over het richtlijnendocument en staan hier positief tegenover.”

Kanttekeningen en uitzonderingen Wel plaatst Kanters (Bakkerij Verbeek) een belangrijke kanttekening. “Zolang wij onder andere afhankelijk zijn van leveranciers gaat dit voor ons niet werken. In ons geval bezorgen we consumenten in een aantal gevallen meer vraagtekens en allergenen dan ooit tevoren.”

Ook Phong Le, QESH-manager bij Pally Biscuits, zet vraagtekens. “Het nieuwe allergenenbeleid is met name relevant voor producten met mogelijke kruisbesmetting vanuit de grondstof, die eerder niet vermeld stond. In ons geval ging het om het toevoegen van glutenbevattende granen, terwijl alle producten tarwe (gluten) bevatten. Het voelt als weinig toegevoegde waarde.”

‘Het doel is om consumenten beter te informeren over allergenen’

Volgens Bruinsma is er binnen de bakkerijbranche sprake van een uitzonderingssituatie. “Wij produceren non-stop het volledige dagverse assortiment. Dit geeft per lijn dertig tot veertig receptuurwisselingen per 24 uur. Er vindt geen natte reiniging plaats tussen de verschillende producties. De meeste allergenen in ons proces overschrijden de actielevels. Wij voeren uiteraard VITAL-berekeningen uit, al lijkt dit soms overbodig. Door de opstapeling van ons eigen proces en het proces van de grondstofleveranciers van worst-casesituaties, worden er nu meer allergenen in de PAL meegenomen. Allergische consumenten konden voorheen bepaalde producten consumeren. Maar in de nieuwe situatie zitten er meer allergenen in de PAL voor een onveranderd product. De keuze voor consumenten met een allergie wordt soms (onnodig) beperkter.”

Overgang naar nieuw beleid

De overgang naar het nieuwe beleid verliep volgens de producenten niet altijd gemakkelijk. “De start was moeizaam vanwege veel onbeantwoorde vragen. Dit is (ruim) na de invoering verbeterd. De overgang kost veel tijd en geld”, aldus Francis Driessen, Food Safety & Quality Manager bij Koninklijke Verkade (Pladis Global). Bruinsma (Amarant Bakkers en Bakker Wiltink) vult aan: “De uitvraag bij leveranciers kostte veel tijd. Ook moesten we onze etiketteersystemen en verpakkingen aanpassen en specificatiesystemen van retailers vullen. Bij deze nieuwe regelgeving zit het ver-

schil in de PAL ten opzichte van voorheen vooral in de kruisbesmetting bij onze leveranciers.”

Voor Dinkelman (Bakker Goedhart) verliep de overstap intern goed. “Maar de informatievoorziening vanuit leveranciers verliep stroef, doordat zij ook 1 januari 2026 als deadline hadden. Het aanpassen van bedrukte verpakkingen duurt 27 weken.” Giel Scholten, Sustainability Officer bij Bolletje, sluit zich hierbij aan. “De beschikbaarheid van deze data is het meest heikele punt. Producenten zijn de laatste schakel in de productieketen. Wij hebben het meeste last van het opslingereffect van data.”

De vijf grootste bottlenecks

De bakkerij- en koekproducenten lopen bij het nieuwe allergenenbeleid tegen verschillende bottlenecks aan.

1. Nederlands beleid versus buitenlands beleid

“De Nederlandse wet is lastig uit te leggen aan andere landen. De NVWA kan het nieuwe beleid niet handhaven in andere landen. Dus is het de vraag of de allergische consument de allergeneninformatie op verpakkingen altijd kan vertrouwen”, stelt Driessen (Verkade). Le (Pally Biscuits) vult aan: “Buitenlandse retailers willen de aanpassingen op dit moment niet doorvoeren. Als Europa het beleid straks overneemt, moeten we dit traject deels weer overdoen voor de buitenlandse folies.” Bruinsma (Amarant Bakkers en Bakker Wiltink): “Buitenlandse leveranciers hebben nog veel moeite met het aanleveren van de kwantitatieve kruisbesmettingsinformatie.” Tot slot stelt Scholten (Bolletje): “Meerdere Duitse leveranciers begrepen niet waarom wij gluten (moeten) uitsplitsen. Sommige gaven eerst geen kruisbesmetting van glutenbevattende granen en doen dat nu wel.”

‘Het is de vraag of de allergische consument de informatie op verpakkingen altijd kan vertrouwen’

2. Eén deadline

“De deadline was voor iedereen 1 januari. Dit bleek haast onmogelijk vanwege de doorlooptijd van de verpakkingen. Dit had beter gefaseerd door de keten ingevoerd moeten worden”, vertelt Dinkelman (Bakker Goedhart). Daarnaast stelt Dinkelman dat informatie te laat kwam. “Pas in april 2024 kwam het richtlijndocument en op 28 oktober 2025 de Q&A. Er had eerder duidelijkheid moeten zijn.” Kanters (Bakkerij Verbeek) vult aan. “We horen van leveranciers nota bene gevestigd in Nederland: ‘De wetgeving gaat pas in op 01-01-2026, dan leveren wij waarden aan’. Hier kan ik natuurlijk niets mee. De doorlooptijd van aangepaste verpakkingen is enkele maanden.” Bruinsma (Amarant Bakkers en Bakker Wiltink): “Als leveranciers in december 2025 de kwantitatieve kruisbesmettingsgegevens aanleveren, waren zij nog op tijd. Maar het is voor ons dan onmogelijk om verpakkingen op tijd aan te passen.”

3. Leveranciers

“Kwantitatieve informatie geleverd door buitenlandse leveranciers is lastig”, vertelt Dinkelman (Bakker Goedhart). “Onze leveranciers zitten verspreid in Europa of verder. Medewerking krijgen we eigenlijk nergens. Daarom moeten we met worst-casewaarden werken”, vult Kanters (Bakkerij Verbeek) aan. Dit ziet ook Scholten (Bolletje). “Door analytische beperkingen en druk vanuit PAL moeten producenten noodgedwongen teruggrijpen naar gedeeltelijk theoretische waarden. Dit is het tegenovergestelde van wat we willen met het nieuwe beleid, namelijk

Bakkerij Verbeek: “Zolang wij afhankelijk zijn van leveranciers gaat dit
voor ons niet werken.”
Bolletje: “Je moet nu expliciet de betreffende graansoort benoemen.”
FOTO: BOLLETJE

Bakker Goedhart: “Het aanpassen van bedrukte verpakkingen duurt 27 weken.”

een realistische, onderbouwde risicobeoordeling.”

Bruinsma (Amarant Bakkers en Bakker Wiltink) vult aan: “En wat doe je als een leverancier een nieuwe kruisbesmetting introduceert? Wij verpakken in voorbedrukte verpakkingen. Het aanpassen hiervan kost gemiddeld een half jaar. Dit is dus praktisch onwerkbaar.”

4. Moeilijkheden R&D en inkoop

“Dit nieuwe beleid heeft effect op R&D en de inkoop van grondstoffen. De allergenencontaminatie vanuit je grondstoffen mag geen andere allergenen bevatten als de referent. Vooral bij productontwikkeling is het lastig om deze informatie vooraf te ontvangen”, vertelt Dinkelman (Bakker Goedhart). “Bij nieuwe leveranciers met andere kruisbesmettingen zouden we in theorie alle folies weer moeten aanpassen”, vult Le (Pally Biscuits) aan. “Bij productontwikkeling komen nieuwe soorten noten kijken. Voor ons zou het

Allergenen op het Food Law Event

Het Food Law Event op 9 juni wordt geopend door Marjan van Ravenhorst, allergenenspecialist en oprichter van Allergenen Consultancy. Het Nederlandse allergenenbeleid is inmiddels een paar maanden van kracht, maar hoe verhoudt zich dit tot internationale ontwikkelingen? Welke rol spelen Codex Alimentarius en de adviezen van FAO/WHO in de harmonisatie van regelgeving? Van Ravenhorst bespreekt de uitdagingen voor producenten, de lessen uit de praktijk en de impact van Europese en mondiale ontwikkelingen. Hoe kan de ervaring opgedaan in Nederland bijdragen aan een consistente aanpak in de internationale voedselketen? Ontdek de laatste trends en neem een kijkje in de toekomst van allergenenwetgeving.

helpen als in de PAL ‘noten’ volstaat”, vertelt Bruinsma (Amarant Bakkers en Bakker Wiltink).

5. Glutenbevattende granen

Tot slot vormt het uitsplitsen van glutenbevattende granen een uitdaging volgens Bruinsma. “Sommige leveranciers weten door analyse wel dat er sprake is van kruisbesmetting met gluten vanaf het land, maar kunnen niet analyseren welke glutenbevattende granen dat zijn.” Scholten (Bolletje) loopt hier ook tegenaan. “Je moet nu expliciet de betreffende graansoort benoemen. Als er nieuwe glutenbevattende granen als kruisbesmetting bijkomen, verandert het etiket weer. Eerder hoefde dit niet omdat er al ‘glutenbevattende granen’ opstond. Dit geeft praktische uitdagingen en kost veel geld.”

Aanpassing omschrijving

Volgens de producenten zijn deze bottlenecks op te lossen. Een uniforme Europese wetgeving staat bovenaan. “Dit moet eerst Europees geregeld zijn, voordat wij ook de kruisbesmetting van buitenlandse leveranciers kunnen meenemen”, stelt Bruinsma (Amarant Bakkers en Bakker Wiltink). Ook ziet Bruinsma graag het toestaan van de vermelding ‘noten’ en ‘glutenbevattende granen’. Daarnaast ziet Kanters graag maatregelen bij leveranciers. “De handhaving starten bij leveranciers helpt met een reële PAL.” Scholten (Bolletje) concludeert: “Het is voor de industrie helaas (nog) niet mogelijk om op het niveau te zitten dat van ons gevraagd wordt. De huidige ontwikkeling van allergenen in de keten laat dit momenteel niet toe.” •

QR-code kan recall vergemakkelijken

DIT KUNNEN PRODUCENTEN MET OPVOLGER BARCODE

Vanaf eind 2027 kunnen retailers een QR-code scannen op producten, ter vervanging van de huidige barcode. Maar los hiervan heeft de QR-code meer mogelijkheden voor voedselproducenten. Zoals het delen van data in de keten, het delen van informatie met consumenten en het helpen bij een recall. VMT sprak met Mirjam Karmiggelt, ceo van GS1, over de voordelen van de QR-code voor voedselproducenten.

De barcode bestaat inmiddels vijftig jaar. Maar vanaf eind 2027 komt de QR-code hiervoor in de plaats. “De barcode heeft beperkingen. Het is slechts een streepjesweergave van het productnummer. Bij scannen geeft de kassa de prijs weer”, legt Karmiggelt uit. Inmiddels neemt de vraag naar informatie over voedingsmiddelen toe. “Daarom besloten grote retailers en fabrikanten samen dat de sector wereldwijd overgaat op de QR-code. Zo kunnen zij meer informatie delen.” Ook nu al zien we QR-codes op verpakkingen, met bijvoorbeeld links naar de site van producenten. “Etiketten zijn niet groot. Daarom wil de sector nu naar één QR-code die verschillende soorten informatie kan ontsluiten.”

Meer toepassingen dan barcode Iedereen kan een QR-code aanmaken en gebruiken. GS1 voegde er een standaard aan toe voor het delen van data, en vormde zo de QR Code powered by GS1 “Waar de meeste QR-codes naar één bron verwijzen, linkt deze naar verschillende databronnen. Aan de kassa wordt de prijs getoond. Maar de QR-code kan ook een batchnummer en houdbaarheidsdatum bevatten. Daarnaast kunnen er nu oneindig veel informatiebronnen aan gekoppeld worden, zoals duurzaamheidsdata of recyclinginformatie. Dat maakt de QR-code breder toepasbaar dan de barcode.” Het gebruik van de code wordt feitelijk gezien niet verplicht. “Eind 2027 kunnen alle scanners de QR-code scannen. Maar er is natuurlijk ook door-

‘Je bundelt alle informatie achter één code’

loop door oude verpakkingen. Dus er komt een overgangsperiode met én de barcode én de QR-code, maar de barcode zal uiteindelijk verdwijnen.”

Tekst
Mirjam Karmiggelt: “De QR-code kan meer informatie dragen.”

Voordelen QR-code versus barcode

De QR-code heeft verschillende voordelen ten opzichte van de barcode, legt Karmiggelt uit. “De QR-code kan dus meer informatie dragen. Daardoor wordt voorraadbeheer gemakkelijker. Je weet precies wanneer je moet produceren of inkopen. Maar je kunt bijvoorbeeld ook een product blokkeren bij de kassa als het over de datum is of als er een recall is”, vertelt de ceo.

“Je kunt ook herkomst-, verpakkings- en duurzaamheidsinformatie kwijt achter de QR-code.” Ook is de code volgens Karmiggelt veel kleiner dan de barcode. “Je bundelt dus alle informatie die je wilt delen achter één code. Het maakt uiteindelijk de hele keten transparanter.”

Recall vergemakkelijken

Los van de hierboven genoemde voordelen kan de QR-code ook een recall vergemakkelijken. “De barcode bevat geen batchinformatie, de QR-code kan dat wel bevatten. Met de barcode moet je een schat-

Etikettering op het Food Law Event

‘Voedingswaarde, ingrediënten

en allergenen moeten op de verpakking blijven staan’

Op het Food Law Event van 9 juni is er een sessie over het vervangen van de barcode door de QR-code in 2027. Ellis van Diermen (Précon) bespreekt samen met een spreker van GS1 de laatste stand van zaken rondom etikettering. Van het vervangen van barcodes door QR-codes tot wat er eventueel digitaal gemeld kan worden, tot de impact op compliance en traceerbaarheid. Met praktische cases van hoe producenten de QR-codes inrichten. Meer informatie: vmt.nl/foodlaw.

QR-CODE

Een consument kan in de winkel aan de hand van de QR-code informatie over het product krijgen.

ting maken van de productieperiode. Nu worden grotere groepen producten teruggeroepen omdat de kassa het batchnummer niet kan lezen. Dus kun je niet het ene product wel en het andere product niet verkopen aan de hand van het batchnummer dat teruggeroepen wordt. Door die batchcode te koppelen aan de QR-code is altijd inzichtelijk welke producten onder de recall vallen. Dus wordt de recall betrouwbaarder en minder kostbaar. Als consumenten een loyaltycard gebruiken, kunnen producenten en retailers zelfs specifiek consumenten informeren die het product gekocht hebben.”

Productnummer verplicht

Producenten kunnen dus veel informatie aan de code koppelen. Er is echter maar één verplichte informatievermelding voor de QR-code. Namelijk het productnummer (Global Trade Item Number) dat nu ook aan de barcode is gekoppeld. “Dit nummer is eigenlijk de sleutel waar alle informatie aanhangt. Dit is verplicht, de verdere informatie is optioneel.” Wel is er een standaard die producenten moeten volgen als ze extra informatie achter de code willen zetten. “Als je batchdata wilt delen, hebben we met elkaar afgesproken hoe dat moet. Die standaard moet je gebruiken om scanners en telefoons de data te kunnen laten lezen”, legt Karmiggelt uit.

Verpakkingsontwerp

Hoewel supermarkten de code nog niet kunnen scannen, kunnen producenten deze wel al aanvragen

bij GS1. “Je kunt het Global Trade Item Number (GTIN) – naast de streepjescode – nu al in QR-code op de verpakking zetten. Verdere informatie kun je dan later in stappen toevoegen.” De ceo adviseert dan ook de code al mee te nemen bij het ontwerpen van nieuwe verpakkingen. “Dan hoef je niet later voor eind 2027 weer aanpassingen te doen. Je hebt enkel het GTIN-nummer nodig, alle overige informatie kun je dus op een later moment toevoegen.”

Investeringen producenten

Volgens Karmiggelt hoeven voedselproducenten niet veel aan te passen voor het gebruik van de QR-code. “Als producenten de code enkel gebruiken voor het scannen aan de kassa verandert er niks. Je gebruikt alleen een QR-code in plaats van een streepjescode.” Als producenten een batchcode willen toevoegen verandert er iets meer. “Dan moet je op het moment van printen van de QR-code weten welke batch daarbij hoort. Dan moet je dus software hebben die je kunt

4 tips van Mirjam Karmiggelt

1. Wacht niet. Iedereen heeft het productnummer in het systeem. Maak hier een QR-code voor. Start met een paar producten en ervaar hoe het werkt. Dan is de overstap eind 2027 veel minder groot.

2. Moet je nieuwe verpakkingen ontwerpen? Neem de QR-code hier dan meteen op mee.

3. Kijk vanuit een multidisciplinair team naar de mogelijkheden van de QR-code.

4. Koop producten waar de QR-code al op staat, bijvoorbeeld van Unilever (de Lipton Ice Tea) en kijk hoe zij het aanpakken.

aansturen met batchinformatie op het moment van printen. Maar vaak hebben producenten al software die batchinformatie of houdbaarheidsdata gebruikt. Voor producenten die deze software nog niet hebben, zit hier een investering. Maar die verdienen producenten terug door efficiëntie in de supplychain.”

Verplichte etiketinformatie

De QR-code kan dus veel. Wat de code echter níet doet, is het vervangen van verplichte etiketteringsinformatie op verpakkingen. “Alle verplichte etiketinformatie zoals voedingswaarden, ingrediënten en allergenen moeten fysiek op de verpakking blijven staan”, legt Karmiggelt uit. Eventuele aanvullende vrijwillige informatie kan wél achter de code geplaatst worden. Er spelen discussies op Europees niveau om eventuele etiketinformatie digitaal beschikbaar te maken, maar tot nu toe is dit nog niet toegestaan. “Mocht de wetgeving anders worden, dan kunnen producenten ook etiketinformatie ontsluiten. Het is bijvoorbeeld mogelijk om informatie in andere talen achter de code te zetten.”

Toekomst QR-code

Hoe ziet Karmiggelt de toekomst van deze QR-code? “Uiteindelijk willen we nog meer typen links koppelen. Bijvoorbeeld naar andere databases waardoor je direct kunt checken of certificaten kloppen”, vertelt de ceo. “Het is belangrijk dat er steeds eerder in de keten data beschikbaar komen. En dat we die data – in het kader van duurzaamheidswetgeving – door de keten heen kunnen delen. We willen dat dit digitaal ontsloten kan worden.” •

Consumenten kunnen de QR-code met hun smartphone scannen.

Claim terecht of niet?

‘Bij twijfel niet doen’

CONSUMENTENBOND LEGT DUURZAAMHEIDSCLAIMS ONDER DE LOEP

Een keurmerk, de Nutri-Score én tal van claims. Consumenten die op de verpakking kijken, zien vaak door de bomen het bos niet meer, terwijl producenten steeds meer de grenzen opzoeken waar het gaat om claims, stelt de Consumentenbond. VMT sprak met Thomas Cammelbeeck over duurzaamheidsclaims.

Thomas Cammelbeeck is expert voeding bij de Consumentenbond. Hij is verantwoordelijk voor alle publicaties rondom voeding en werkt nauw samen met de belangenbehartiger duurzaamheid. VMT stelt Cammelbeeck vijf vragen over duurzaamheidsclaims.

Wat vindt de Consumentenbond van het gebruik van duurzaamheidsclaims door voedselproducenten?

“In de ideale wereld is een duurzaamheidsclaim een claim waarmee je de consument helpt een duurzamere keuze te maken. Als dat echt zo is, is er geen probleem. In de praktijk is er vaak sprake van een onterechte claim, en dus misleiding. Dat is greenwashing. Het blijft lastig voor bedrijven en producenten om daar goed mee om te gaan. Producenten willen heel graag stappen maken op het gebied van duurzaamheid. Maar het is vaak een zoektocht op welke manier ze dat kunnen doen.

Wat ik bijvoorbeeld zie misgaan, is dat producenten een claim maken en daarbij zetten: zie de website voor meer informatie. Dat mag niet. Op de verpakking moet al duidelijk zijn wat de claim inhoudt. De website is puur voor aanvullende informatie. Het gaat ook vaak mis bij het gebruik van een te absolute claim zoals ‘duurzaam geproduceerd’. Dat is niet eens een grens opzoeken, dat is er duidelijk overheen gaan.”

‘Een onterechte claim is misleidend’
Thomas Cammelbeeck

Waar lopen consumenten tegenaan?

“Die zien door de bomen het bos niet meer als ze een verpakking bekijken. Er staat een Nutri-Score op, een keurmerk, een logo én dan vaak nog een claim op het gebied van gezondheid, voeding of duurzaamheid. Dat is een overkill aan informatie. Ik geef dan vaak het advies om de voorkant van de verpakking met een korreltje zout te nemen, dat is vooral het marketinggedeelte. Kijk achterop: daar staat de zuivere en wettelijke informatie.”

Er is een leidraad van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) op het gebied van duurzaamheidsclaims. Is er genoeg toezicht?

“Door de leidraad en het toezicht daarop is er zeker een stap naar voren gezet. De ACM kan nu een boete geven als een producent misleidende claims gebruikt. Dus er is een zekere dreiging naar producenten toe die zorgt voor beweging. Maar wat ons betreft zou het sneller mogen. Daarom hebben wij ook bewust onze uitkomsten met de ACM gedeeld. Denk aan het onderzoek naar de misleidingen van Riedel. Ook Unilever is al op de vingers getikt voor het gebruik van vage duurzaamheidsclaims.

De capaciteit bij de ACM is beperkt. Maar er is zoveel greenwashing in zoveel verschillende sectoren. Wij doen onderzoek door eerst in de breedte te kijken wat voor soorten greenwashing we tegenkomen. Vervolgens pikken we er een veelpleger uit voor ver-

CLAIM

der onderzoek. De ACM heeft een andere aanpak en kijkt per sector, dus op die manier versterken we elkaar. Ik hoop en verwacht dat de bedrijven die nog niet onder een vergrootglas hebben gelegen, wel de hete adem in de nek voelen.”

Wat is je advies aan producenten voor het gebruik van duurzaamheidsclaims?

“Bekijk welke stappen het best concreet te maken zijn en focus daarop. Het is soms beter om met een schone lei te beginnen dan huidige claims aan te passen. Zoek intern welke claims je wilt gebruiken. En is er discussie of twijfel over de claims binnen het bedrijf, stem dit dan af met de ACM. Dan ben je eventuele problemen voor. Schroom niet om juridische hulp in te schakelen. Ons advies: bij twijfel niet doen. Het kost heel veel geld en moeite om een misleidende claim weer van de producten af te halen. En dat is opnieuw verwarrend voor consumenten.

Een andere tip: houd altijd de consument in je achterhoofd. Helpt het de consument om de juiste keuze te maken of blijft het vaag? Als een consument claims ziet komen en gaan, loop je het risico dat ze denken: ik let nergens meer op. Terwijl er natuurlijk genoeg claims zijn die wél kloppen. De consument heeft behoefte aan duidelijkheid. De Keurmerkenwijzer van Milieu Centraal is een goede tool voor consumenten om keurmerken op de juiste waarde in te schatten.”

‘Het kost heel veel geld en moeite om een claim weg te halen’

We hebben het nu over duurzaamheidsclaims, maar er zijn ook genoeg andere claims. Hoe trendgevoelig zijn claims eigenlijk?

“Gezondheidsclaims doen het altijd goed. De rest van de claims zijn inderdaad trendgevoelig. Het begon met weinig vet, daarna weinig suiker, nu zitten we in de trend van toegevoegd eiwit. Dat verandert steeds, alleen claims over zout zie je weinig. Daar blijven bedrijven graag van weg om niet met een smaakloos product geassocieerd te worden.

Bij gezondheidsclaims zien we dat producenten proberen een ongezond product gezonder te laten lijken. Of een product beter voor te doen. Zoals Red Bull bijvoorbeeld met de claim: ‘Stimuleert lichaam en geest’. Terwijl het vooral een suikerhoudende drank is met cafeïne.

Bij voedingsmiddelen is dit ook toegestaan, bijvoorbeeld: ‘Activeert de natuurlijke energie in het lichaam’ of ‘Vitamine C helpt bij de verzorging van de huid van binnenuit.’ Wat betekent dat? Dat zijn mooie claims, maar ze wekken de suggestie dat een product veel meer doet dan het daadwerkelijk doet. Het is heel lastig om hier tegen op te treden. Als er bijvoorbeeld voedingsprofielen zouden komen, dan zorg je dat er geen claims op ongezonde producten mogen staan. Dan los je dit probleem deels op.” •

Auteur: Margriet van der Zee is freelance redacteur

Op de verpakking moet al duidelijk zijn wat de claim inhoudt.

Meestgevraagde keurmerken en certificeringen op een rij

OM GREENWASHING TE VERMIJDEN

Ieder foodbedrijf is – als het goed is – op een of andere manier bezig met duurzaamheid. Maar waar focus je op, voor welke certificering ga je, wil je een keurmerk? VMT zet de drie typen certificering en de voordelen van certificering op een rij.

Duurzaamheid borgen en aantonen gebeurt in de praktijk via keurmerken, audits en certificeringen, elk met een eigen focus en toepassingsniveau. Sommige instrumenten zijn zichtbaar voor de consument (zoals productkeurmerken), andere richten zich op interne processen of de keten en blijven buiten het etiket. In dit artikel gebruiken we ‘certificering’ als verzamelbegrip voor deze vormen van aantoonbare duurzaamheidsborging.

Duurzaamheidscertificering

Duurzaamheidscertificering is te verdelen in drie categorieën:

1. Productkeurmerken geven informatie over specifieke duurzaamheidsaspecten van een product, zoals milieu-impact, dierenwelzijn of sociale omstandigheden, zoals vastgelegd in de bijbehorende standaarden van het keurmerk. Voorbeelden zijn: EU-biologisch/Skal, Fairtrade, Rainforest Alliance, MSC, ASC, Beter Leven en On the way to PlanetProof.

2. Sociale audits staan niet op de verpakking maar zijn voornamelijk belangrijk voor producenten met grondstoffen van buiten Europa. Het zijn beoordelingsinstrumenten die worden gebruikt om te toetsen of producenten en leveranciers voldoen aan sociale en ethische eisen, zoals arbeidsomstandigheden, mensenrechten en veiligheid in de keten. Sociale audits bestaan uit documentenonderzoek en vaak ook on-site beoordelingen, en zijn

bedoeld om sociale risico’s in de keten zichtbaar te maken en te verbeteren. Voorbeelden zijn: SMETA, Amfori BSCI.

3. Bedrijfscertificering en -commitments laten zien hoe volwassen een organisatie is op de diverse ESG-thema’s: Environmental, Social en Governance, of in het geval van SBTi zorgt het voor een gedegen CO2 -reductieplan. Voorbeelden zijn: EcoVadis, B Corp en SBTi.

Productkeurmerken geven informatie overduurzaamheidsaspecten van een product, zoals milieu-impact en dierenwelzijn.

Voordelen van duurzaam certificeren

Een keurmerk kan natuurlijk helpen om een product aantrekkelijker te maken voor de consument. Maar certificeren heeft meer voordelen. Hierna worden ze opgesomd.

Wetgeving zet keurmerken onder druk

Met de Europese richtlijn ‘Empowering consumers for the green transition’ wil de EU greenwashing en onbetrouwbare duurzaamheidskeurmerken aanpakken. Voor private keurmerken betekent dat in de praktijk dat ze onder andere moeten steunen op een echt certificeringsschema met onafhankelijke controle.

Een Topkeurmerk in de Keurmerkenwijzer van Milieu Centraal kan daarbij een goede indicatie zijn. Milieu Centraal geeft aan dat deze keurmerken hoog scoren op duurzaamheid, betrouwbaarheid en transparantie. Dat sluit goed aan bij de richting van de nieuwe EU-regels.

De richtlijn is al in werking getreden, maar lidstaten moeten de regels omzetten in nationale wetgeving en de regels toepassen vanaf 27 september 2026. Voor producenten is dit dus het moment om kritisch te kijken naar de keurmerken die ze nu gebruiken of overwegen te gaan gebruiken.

KEURMERKEN

Sommige keurmerken zijn zichtbaar voor de consument, andere zijn intern gericht en blijven buiten het etiket.

1 Geloofwaardigheid en vertrouwen

Een keurmerk geeft een onderbouwd antwoord op vragen van klanten over herkomst, teelt, dierenwelzijn, arbeidsomstandigheden in de keten of de totale duurzaamheidsstrategie van een organisatie. Met een keurmerk krijgen kwaliteit en inkoop duidelijke definities en kunnen ze klantvragen (lijsten) makkelijker beantwoorden.

Zo zorgt verwijzen naar SBTi-gevalideerde doelen in één klap voor vertrouwen in de CO2 -berekening en -doelen. Albert Heijn verwacht zelfs van leveranciers dat klimaatdoelen in lijn zijn met 1,5°C en verwijst daarbij expliciet naar SBTi. Lidl wil dat uiterlijk in 2026 de leveranciers die verantwoordelijk zijn voor 75 procent van de ketenemissies, zich aan SBTi hebben gecommitteerd.

2 Grip krijgen op ketenrisico’s

Een sociale audit van SMETA dwingt inkoop om leveranciers beter te kennen. Waar komt de grondstof vandaan? Wat krijgt de boer betaald? Hoe zijn de arbeidsomstandigheden en welke verbeterpunten zijn nodig? HelloFresh verwacht van alle leveranciers in 18 aangewezen risicoketens SMETA-geaudit te zijn om risico’s te kunnen managen.

3 Leverzekerheid en prijsstabiliteit

Gecertificeerde grondstoffen lijken aan de voorkant duurder, maar vormen op termijn de beste garantie tegen extreme prijsschommelingen. Keurmerken zoOverzicht

KeurmerkTypeDefinitieWaarde

EcoVadis

BedrijfscertificeringESG-rating voor milieu, arbeid, ethiek en duurzaam inkopen.

SBTi BedrijfscommitmentMethode om klimaatdoelen vast te stellen in lijn met 1,5°C en het Klimaatakkoord van Parijs.

SMETA Sociale auditSociale audit voor arbeidsomstandigheden, gezondheid en veiligheid.

Amfori BSCI Sociale auditAuditprogramma voor sociale omstandigheden en mensenrechten bij leveranciers.

B Corp BedrijfscertificeringCertificering voor de totale impact van een bedrijf op mens, milieu en maatschappij.

Fairtrade ProductkeurmerkCertificering met minimumprijs en premie voor boeren en coöperaties.

Rainforest Alliance ProductkeurmerkStandaard voor biodiversiteit, klimaatbestendigheid en sociale omstandigheden.

MSC / ASC ProductkeurmerkCertificering voor duurzaam gevangen vis (MSC) en verantwoorde aquacultuur (ASC).

Biologisch ProductkeurmerkEuropese certificering voor biologische landbouw en verwerking; in Nederland geborgd via Skal.

Beter Leven ProductkeurmerkDierenwelzijnskeurmerk van de Nederlandse Dierenbescherming met 1 tot 3 sterren.

Handig als klanten hun leveranciers op duurzaamheid vergelijken. Bundelt veel ESG-vragen in één score en maakt prestaties zichtbaar.

Geeft klimaatbeleid geloofwaardigheid. Steeds vaker gevraagd door retailers als bewijs dat CO2-reductiedoelen serieus en toetsbaar zijn.

Laat zien dat sociale risico’s in productie en keten in beeld zijn. Vooral relevant bij internationale ketens.

Helpt om risico’s op arbeidsmisstanden in internationale ketens te beheersen en verbeteringen structureel door te voeren.

Interessant voor positionering, merkwaarde en employer branding. Laat zien dat duurzaamheid breder in de organisatie is geïntegreerd.

Versterkt de inkomenspositie. Dit creëert investeringsruimte voor duurzaamheid, wat zorgt voor stabielere oogstvolumes en minder prijsvolatiliteit in de keten. Helpt in compliance met EUDR.

Verbetert traceerbaarheid en stimuleert duurzamere teelt. Relevant als klimaatrisico, herkomst en landbouwpraktijk in de keten centraal staan. Helpt in compliance met EUDR.

Helpt om herkomst, milieudruk en toekomstbestendigheid van vis te waarborgen. Belangrijk voor continuïteit en reputatie in visketens.

Minder chemische input en meer focus op bodemgezondheid en biodiversiteit kunnen bijdragen aan klimaatbestendigheid, stabielere opbrengsten en minder kwetsbare grondstoffenstromen.

In Nederland voor veel dierlijke producten de praktische standaard voor dierenwelzijn. Beperkt reputatierisico en sluit aan op markt- en consumenteisen.

Een overzicht van een aantal belangrijke certificeringen die veelgevraagd zijn en vaak voorkomen.

als Fairtrade (via minimumprijzen en premies) en Skal/Biologisch (via focus op bodemgezondheid) geven boeren de noodzakelijke investeringsruimte voor duurzame landbouw.

Het resultaat? Betere en stabielere oogsten, zelfs bij extreme droogte of hevige regenval. Een weerbare keten voorkomt ad-hoc marktschokken en mislukte oogsten. Zo vertaalt de initiële investering in een keurmerk zich op de lange termijn in leverzekerheid, minder volatiliteit en uiteindelijk stabielere prijzen.

4 Makkelijk compliant met wetgeving

Met de komst van de EUDR (ontbossingswetgeving) die op 30 december 2026 in werking zal treden, is de noodzaak voor harde data over herkomst alleen maar groter geworden. Keurmerken zoals Rainforest Alliance, Fairtrade en FSC bieden de infrastructuur die nodig is om compliant te zijn. Zij hebben de geo-

Certificering vraagt om een investering in tijd en budget

locatie-data en de traceerbaarheidssystemen waar de wetgever om vraagt al in huis.

Certificeren kost tijd en geld

Er zijn natuurlijk niet alleen voordelen verbonden aan certificeren. Certificering vraagt om een investering in tijd en budget. Welke budget er voor elke certificering nodig is, hangt af van de hoeveelheid producten en het soort bedrijf. Een boer betaalt bijvoorbeeld meer voor een SKAL-certificering dan een importeur van biologische producten. Naast de directe auditkosten en vaak hogere grondstofprijzen, vergt het de nodige uren van de kwaliteits-, inkoopen duurzaamheidsafdelingen. •

Wil je weten op welke bronnen dit artikel is gebaseerd? Scan de QR-code en lees het artikel online.

Marleen van Steekelenburg, Rimboe Sauzen & Marinades

Hoe blijf je creatief als processen en standaarden steeds strakker worden?

In de rubriek Young R&D stellen jonge productontwikkelaars vragen aan ervaren vakgenoten. Dit keer vraagt productontwikkelaar Marleen van Steekelenburg: “De dynamiek in de voedingsindustrie blijft toenemen. Trends komen snel op via sociale media, commerciële deadlines zijn krap, we moeten snel nieuwe producten lanceren en de rotatiesnelheid in het schap is hoog. Interne processen en standaarden worden steeds strakker om efficiëntie en consistentie te waarborgen. Dit is belangrijk, maar voor een productontwikkelaar is creativiteit ook nodig. Hoe blijf je creatief in een omgeving waar processen en standaarden steeds strakker worden?” Jeanette Cameron geeft antwoord.

“Dit is een lastig dilemma voor veel productontwikkelaars. Aan de ene kant moet je je aan alle deadlines houden en omgaan met de grillen van andere afdelingen. Aan de andere kant wordt er van je verwacht dat je met een prijsefficiënt en goed product komt dat ook op de productielijn kan draaien. Het liefst zonder investeringen. Wat ik daarnaast vaak hoor is dat productontwikkelaars ook ‘uitgedaagd’ worden door de commerciële afdeling met de vraag wanneer er iets nieuws komt. Want de NPD-afdeling moet ook zelf met nieuwe ideeën komen. Creativiteit zit niet buiten processen, maar juist in hoe je ermee omgaat.

Mijn advies is om creativiteit niet alleen te zien in relatie tot volledig nieuwe producten. Gebruik je creativiteit ook om de samenstelling van producten te verbeteren en producten te optimaliseren. Denk bijvoorbeeld aan het testen van een nieuw ingrediënt als onderdeel van een procesgedreven ontwikkeling. Maak een extra sample met dat nieuwe ingrediënt. Dat kost nauwelijks extra tijd. Maar zo test en leer je op kleine schaal, en zet je creativiteit op een andere manier in.

Wat mij heeft geholpen, is om mijn werkomgeving bewust een creatieve sfeer te geven. Dit kan door posters op te hangen met bijvoorbeeld foto’s van kruiden, specerijen en verschillende culturen, met veel kleur. Op

die manier heb je altijd iets visueels waar je door geïnspireerd kunt raken.

Ik vind het belangrijk dat je als productontwikkelaar ook ruimte en tijd hebt om creatief te zijn. Mocht je de mogelijkheid hebben, plan dan een halve dag per week of per twee weken in voor creatieve sessies. Ik plande elke twee weken de vrijdagmiddag vrij om echt aan de slag te gaan met nieuwe ideeën. Dat communiceerde ik ook naar andere afdelingen, zodat we niet gestoord werden. Maak het een team-effort, of laat één productontwikkelaar per keer bewust vier uurtjes vrijmaken voor het bedenken van nieuwe ideeën.

Begin met het creëren van ruimte voor creativiteit, zodat je plezier blijft houden in productontwikkeling, ook in de hectiek van alledag.” •

Jeanette Cameron

Food Technology & Innovation Consultant

Kansrijk alternatief of duurzaamheidsdilemma?

SEAFOOD IN DE EIWITTRANSITIE

In de eiwittransitie gaat het vaak om minder vlees en meer plantaardig. Seafood blijft daarbij onderbelicht, maar onder welke voorwaarden kunnen deze producten bijdragen aan een toekomstbestendig voedselsysteem? Duidelijke data over CO2-impact, biodiversiteit en herkomst zijn essentieel. Net als een debat dat verder gaat dan snelle vergelijkingen of simplificaties.

SeaNext, een project geleid door het Nederlands Visbureau, wil seafood (vis, schaal- en schelpdieren) positioneren binnen de eiwittransitie. Daarbij staat aandacht voor gezondheid, voedingswaarde én duurzaamheid centraal. “De eiwittransitie wordt vaak neergezet als een verschuiving van dierlijk naar plantaardig. Daarbij blijft seafood in het debat geregeld buiten beeld”, zegt Lisa Koopman, interim-directeur van het Nederlands Visbureau.

Dat was de aanleiding om SeaNext te starten: een driejarig subsidieproject binnen het Europees Fonds voor Maritieme Zaken, Visserij en Aquacultuur, dat vis, schaal- en schelpdieren nadrukkelijker positioneert binnen het menu van morgen. “De eiwittransitie draait niet om óf óf, maar om én én: meer plantaardig, aangevuld met dierlijke eiwitten”, aldus Koopman. “Seafood is daarbij een eiwitbron met veel potentie: gezond, voedzaam, veelzijdig én relevant voor flexitariërs en bewuste eters.”

Doelgroepen en aanpak

SeaNext richt zich op twee doelgroepen: jonge consumenten van 18 tot 35 die de afgelopen jaren minder vis aten en op aanbieders die deze groep dagelijks bereiken, bijvoorbeeld retailers, cateraars en schoolkantines. “Uit onderzoek onder 300 jongeren blijkt dat zij vlees en vleesvervangers vaker als duurzaam beschouwen dan seafood, terwijl meer dan 80 procent vis wél sterk associeert met gezondheid”, vertelt

Koopman. “Duurzaamheid is een kernonderwerp, maar ook een gevoelig thema. Wij kiezen voor radicale eerlijkheid en gaan moeilijke discussies niet uit de weg. Seafood is geen homogene categorie. Sommige visserijmethoden hebben een hogere CO₂-uitstoot.” SeaNext is gefaseerd opgezet. “In de huidige fase focussen we ons op basiskennis: hoe scoort seafood als categorie binnen de eiwittransitie op het gebied van gezondheid, voedingswaarde en CO₂-impact.”

Goede score

“Seafood kan hoogwaardige eiwitten en essentiële voedingsstoffen leveren, maar het is alleen een duurzame keuze als vis verantwoord wordt gevangen of gekweekt”, zegt Merel den Held, projectleider Natuur & Duurzame Visserij bij Stichting De Noordzee. Vooral laag-trofische soorten zoals mosselen, oesters en zeewier scoren goed, weet ze. “Ze hebben geen extra voer nodig en kunnen zelfs een positieve ecologische impact hebben. Schelpdieren filteren water, slaan koolstof op en verbeteren de waterkwaliteit. Zeewier en schelpdieren leveren mariene eiwitten met een extreem lage milieu-impact.” Ook vissen hebben vaak een gunstiger voerconversie dan landdieren. Daarnaast vermindert het gebruik van mariene eiwitten de afhankelijkheid van landgebonden landbouw, wat de druk op land, zoet water en ecosystemen verlaagt.

Merel den Held, Stichting De Noordzee FOTO: NORBERT WAALBOER FOTOGRAFIE

Ook pelagische vissoorten, zoals haring, zijn heel duurzaam. “Ze hebben zelfs een CO₂-impact die lager kan zijn dan die van kikkererwten of bruine bonen. Binnen de quota kan op deze soorten worden gevist met weinig brandstof, minimale bijvangst en zonder het leven op de bodem te verstoren.”

Kweekvis

Kweekvis biedt eveneens kansen, vervolgt Den Held. “Aquacultuur kan duurzamer zijn dan wildgevangen vis, vooral bij soorten die plantaardig worden gevoerd, zoals tilapia en meerval. Ook bij carnivore soorten, zoals zalm, neemt het aandeel plantaardige ingrediënten in het voer toe. Daarmee kan kweekvis de druk op wilde visbestanden verminderen. Daarnaast zijn de omstandigheden beter controleerbaar en veroorzaakt kweekvis minder schade aan kwetsbare ecosystemen doordat er geen vistuig wordt ingezet. Topkeurmerken zoals het ASC-keurmerk stellen bovendien duidelijke duurzaamheidseisen.” Tegelijkertijd waarschuwt ze voor slecht uitgevoerde viskweek. “Die kan juist leiden tot milieuschade en risico’s voor wilde vispopulaties.”

Afname biodiversiteit

Voor platvis die met bodemsleepnetten wordt gevangen, is het beeld anders. “Deze visserijmethode beschadigt de zeebodem en de dieren die daarop en daarin leven. Door herhaaldelijke verstoring krijgen structuurvormende schelpdiersoorten geen kans zich te vestigen, waardoor de biodiversiteit afneemt”, legt Den Held uit. “In de boomkorvisserij, waarbij zware kettingen over de bodem schrapen, bestaat soms meer dan 95 procent van de vangst uit bijvangst, zoals te kleine vis en zeesterren.” Daarnaast is volgens haar de CO₂-impact hoger vanwege het brandstofverbruik. “Niet-duurzaam gevangen vis lost dus geen enkel probleem op”, zegt Den Held stellig.

Koopman reageert hierop: “Beroepsvisserij op de Noordzee gebeurt binnen strikte EU-wet- en regelgeving. Noordzeevissers mogen alleen vissen met toegestane vistuigen, in vastgestelde gebieden en seizoenen, en binnen quota die bepalen hoeveel vis van een soort jaarlijks mag worden gevangen.” Ook noemt ze de vlootreductie en innovatie.

Volwassen debat

Om vis een verantwoorde plek te geven in een duurzaam voedselsysteem is volgens Den Held een brede omslag nodig. “Dat begint bij consumptie: kiezen voor soorten met een lage ecologische voetafdruk. In Nederland eten we relatief weinig vis, en wat we eten is vaak niet-duurzaam en geïmporteerd”, constateert Den Held. Dat sluit aan bij de visie van Sea-

EIWITTRANSITIE

Vis, schaal- en schelpdieren kunnen hoogwaardige eiwitten en essentiële voedingsstoffen leveren, is de algemene opvatting.

Next. “We willen bijdragen aan een volwassen, beter onderbouwd debat over seafood in de eiwittransitie”, zegt Koopman. “Niet door snelle vergelijkingen of simplificaties, maar door nuance, transparantie en samenwerking.” •

Lees ook het online artikel over trends in seafood

‘Eén op de drie gevallen vormt aanzienlijk risico’

HOE GROOT ZIJN DE VOEDSELVEILIGHEIDSRISICO’S VAN VOEDSELFRAUDE?

Eén op de drie gevallen van voedselfraude leidt ook werkelijk tot een voedselveiligheidsrisico. Dat blijkt uit een recente uitgebreide analyse van meer dan 750 voedselfraudezaken binnen de Europese Unie.

Vijf onderzoekers van Wageningen Food Safety Research (WFSR) en de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit Inlichtingen en Opsporingsdienst (NVWA IOD) evalueerden hoe voedselfraude de voedselveiligheid bedreigt. De onderzoekers analyseerden EU-rapportages, wetenschappelijke literatuur en strafrechtelijke onderzoeken van de NVWAIOD.

“We wisten al dat voedselfraude niet onschuldig is, maar dat één op de drie gemelde gevallen een aanzienlijk risico vormt voor de voedselveiligheid, is een nieuw inzicht”, deelt Karen Gussow, medeonderzoeker en afdelingshoofd bij NVWA-IOD, op LinkedIn. Een andere opmerkelijke bevinding uit het onderzoek is dat daders bewust voedselveiligheidsrisco’s en regelgeving lijken te negeren. “Een deel van de voedselveiligheidsissues ontstaat dus niet per toeval, ook al wordt dat wel vaak gedacht.”

Voedselveiligheidsrisico versus gevaar

Naast dat ongeveer 33 procent van de voedselfraudegevallen een voedselveiligheidsrisico veroorzaakt, is bij ongeveer 11 procent sprake van een voedselveiligheidsgevaar. Kijken de onderzoekers specifiek naar de strafrechtelijke onderzoeken van NVWA-IOD in Nederland, dan zorgt ongeveer 75 procent van de onderzochte fraudezaken voor een voedselveiligheidsrisico. De helft vormt een gevaar voor de consument. Voedsel witwassen is de meest voorkomende vorm van voedselfraude. Het witwassen van voedsel houdt

Voedsel witwassen is de meest voorkomende vorm van voedselfraude

in dat illegale of afgekeurde partijen opnieuw in de voedselketen worden gebracht. Deze vorm van voedselfraude veroorzaakt ook veruit het grootste voedselveiligheidsrisico, zo blijkt uit het onderzoek. Andere belangrijke fraudepraktijken zijn:

• Illegale voedselverrijking (bijvoorbeeld toevoeging van verboden stoffen)

• Vervalsing van documenten of etikettering

• Omzeilen van inspecties of controles

De onderzoekers analyseerden EU-rapportages, wetenschappelijke literatuur en strafrechtelijke onderzoeken van de NVWA-IOD.

Meest risicovolle productcategorieën

Producten waar vaak mee wordt gefraudeerd, en die volgens de onderzoekers de grootste voedselveiligheidsrisico’s vormen, zijn dierlijke producten zoals vlees, vis en zuivel. Andere producten waar regelmatig mee wordt gefraudeerd zijn oliën, noten, honing en supplementen of dieetproducten. Een product dat bijvoorbeeld wordt benoemd is afslankthee met sibutramine, waar de NVWA in december nog voor waarschuwde.

Het onderzoek ziet specifieke voedselveiligheidsrisico’s bij verschillende productcategorieën en maakt vooral een onderscheid tussen chemische en microbiologische risico’s. Bij vlees en vleesproducten is er vaak sprake van beide. Er worden regelmatig chemische residuen op de producten aangetroffen én de onderzoekers zien ook microbiologische risico’s. Frauduleuze praktijken die vaker voorkomen bij vlees zijn bijvoorbeeld illegale slacht zonder veterinaire keuring of het vervalsen van houdbaarheidsdata. Bij vis en visproducten zien de onderzoekers vooral microbiologische risico’s doordat controles worden omzeild en daardoor besmetting niet of niet tijdig wordt gedetecteerd. Hoewel hier minder veiligheidsrisico’s aan verbonden zijn, constateren onderzoekers dat honing vaak

Regels en risico’s worden in veel gevallen genegeerd

wordt vervalst door verdunning of vervalsing van herkomstinformatie. Dit levert zowel kwaliteits- als etiketteringsproblemen op. En noten worden vaak in verband gebracht met chemische risico’s, zoals de aanwezigheid van mycotoxinen.

Praktische lessen uit onderzoek

Er is een aantal acties die voedingsmiddelenproducenten kunnen ondernemen om fraude tegen te gaan en te detecteren. De onderzoekers benadrukken dat fraude in veel gevallen komt doordat regels en risico’s worden genegeerd.

De volgende praktische lessen kunnen helpen om fraude te voorkomen:

• Frauderisico’s moeten worden geïntegreerd in voedselveiligheidsanalyses, niet gezien als een apart kwaliteitsprobleem.

• Preventie en detectie moeten verder gaan dan traditionele controles: wanneer technieken alleen gericht zijn op authenticatie (zoals chemische markers), kunnen voedselwitwaspraktijken of documentfraude onopgemerkt blijven.

• Traceerbaarheid en transparantie zijn cruciaal: veel risico’s ontstaan juist door gebrek aan betrouwbare herkomst of verwerkingsinformatie. •

Onderzoek in het laboratorium. Achtergrond

‘Zeg wat je doet, en doe wat je zegt’

LAMB WESTON OVER DUURZAAMHEIDSWETGEVING

Duurzaamheidswetten zoals de CSRD, CSDDD en de EUDR vragen veel voorbereiding van producenten. Maar hoe bereid je je goed voor? Hoe verzamel je de juiste data? VMT sprak met Jolanda Dings, Director Sustainability External Relations bij Lamb Weston. “Als je nu nog niet begonnen bent, dan ben je te laat.”

Voor Lamb Weston is de aankomende duurzaamheidswetgeving geen bedreiging. “Wetgeving is noodzakelijk. Zo creëren we een gelijk speelveld”, vertelt Dings. De versoepelingen in de Omnibus vindt de duurzaamheidsexpert dan ook deels een nadeel. “Ik heb er gemengde gevoelens bij. Aan de ene kant zijn de versoepelingen jammer omdat dit niet bijdraagt aan het gelijke speelveld, want voor alle kleinere tot middelgrote bedrijven vervalt de rapportageplicht. Aan de andere kant begrijp ik het wel, want de wetgeving is heel complex en de rapportage-eisen uitgebreid.”

Omnibus-versoepelingen

Lamb Weston rapporteert al sinds 2008 vrijwillig over duurzaamheid. “Door de Omnibus hoeven we wettelijk pas over boekjaar 2029 te rapporteren. De CSRD maakt voor ons geen groot verschil, omdat wij al rapporteren op basis van de GRI-normen en andere standaarden”, vertelt Dings. Het verschil voor Lamb Weston gaat zitten in wát ze rapporteren, omdat de CSRD uitgebreidere rapportage-eisen voorschrijft. Daarnaast zijn de activiteiten van Lamb Weston BV nu integraal onderdeel van de rapportage van het wereldwijde Amerikaanse concern (zie kader).

“Sinds 2023 omvat het jaarlijkse sustainability report van Lamb Weston Holdings Inc. ook de Europese activiteiten. Onze Europese cijfers worden apart vermeld in de bijlage. Onze GHG emissie, water en waste-data zijn ook al extern geverifieerd. Ons plan

‘De

wetgeving is heel complex en de eisen uitgebreid’

is om een wereldwijd verslag te blijven publiceren, dat vanaf 2029 formeel getoetst kan worden aan de CSRD.”

CSRD, CSDDD, Green Claims en PPWR Er komen nogal wat wetten op de voedingsindustrie af. “Naast de CSRD is er de EUDR, maar die heeft voor ons geen impact. Van de zeven EUDR-grondstoffen gebruiken we alleen houtgebaseerde materialen in verpakkingen (kartonnen dozen en houten

Over Lamb Weston BV

Lamb Weston/Meijer vof werd in 1984 opgericht als joint venture door het Nederlandse familiebedrijf Meijer Frozen Foods en het Amerikaanse Lamb Weston Holdings Inc., beide voor de helft eigenaar. Drie jaar geleden werd het bedrijf volledig eigendom van het Amerikaanse Lamb Weston.

De Europese joint venture veranderde op 1 januari 2025 in een BV en heet nu Lamb Weston BV met zeven productievestigingen, verdeeld over Nederland (vijf), Engeland (één) en Oostenrijk (één), een innovatiecentrum in Bergen op Zoom en een Corporate Center in Breda. Lamb Weston Holdings Inc. is sinds 2016 beursgenoteerd, heeft wereldwijd 27 fabrieken op vijf continenten en biedt werk aan ruim 9000 medewerkers met een omzet van circa 6,5 miljard dollar.

RAPPORTAGE

Jolanda Dings: “We rapporteren al vijftien jaar vrijwillig op het gebied van duurzaamheid.” pallets). Deze zijn echter uitgezonderd in deze wetgeving. Sinds 2024 gebruiken we geen palmolie meer, daar zijn we nu extra blij om”, legt Dings uit. Voor de CSDDD hangt het er vanaf of Lamb Weston BV rapportageplichtig is, na het laatste Omnibusvoorstel dat eind december werd goedgekeurd. De producent krijgt volgens Dings ook te maken met de Green Claims Directive. “Hier ben ik groot voorstander van. Veel bedrijven claimden ‘carbon neutral’ op de verpakking wat ze niet waarmaken. En sommigen moeten hier nu van terugkomen. Je moet zeggen wat je doet, en doen wat je zegt”, stelt de duurzaamheidsexpert. Tot slot heeft de producent te maken met de PPWR. “Hier zijn we momenteel mee bezig om te zorgen dat onze nieuwe verpakkingen ook na 2030 voldoen aan de regels.”

maakten we een gedetailleerd stappenplan voor 2025-2027.”

PPWR

Ook voor de PPWR zette de producent al verschillende stappen. “Al onze verpakkingen zijn inmiddels van monomateriaal. Onze ambitie is minder en/of betere verpakkingen. Onze plastic verpakkingen zijn al langere tijd honderd procent recyclebaar en zo dun mogelijk.”

DMA, IRO en gap-analyse

Voor het voldoen aan de CSRD zette Lamb Weston al verschillende stappen. “We rapporteren al vijftien jaar vrijwillig op het gebied van duurzaamheid. Na de overname door Lamb Weston Holdings Inc. is besloten om over te stappen op een wereldwijd duurzaamheidsrapport, dat voldoet aan de strengere Europese eisen. De eerste stap was het uitvoeren van een wereldwijde dubbele materialiteitsanalyse (DMA). Vervolgens voerden we in 2024 met een professioneel bureau een gap-analyse uit. Hierin keken we in hoeverre wij met ons global sustainability report al voldeden aan de draft-CSRD-eisen. Hierbij

‘Onze ambitie is minder en/of betere verpakkingen’

In veel landen moet op termijn een bepaald percentage gerecycled materiaal in de verpakking zitten, voor het VK is dit nu al 30 procent. Dit is volgens de Europese wetgeving echter nog niet toegestaan voor voedselcontactmaterialen. Dat geeft uitdagingen voor producenten. “Daarom introduceerden wij in 2024 een retailverpakking met 60 procent biocirculair plastic. Het plasticgranulaat voor de PE-folie is deels gemaakt met onze eigen gebruikte frituurolie. Dit vermindert de carbon footprint van onze plastic Lamb Weston-retailverpakking met 30 procent.”

Nog te nemen stappen

Hoewel de producent al verschillende stappen zette voor de duurzaamheidswetgeving, staan er nog wat acties op de agenda. “Als er meer duidelijk is over de Omnibus en de definitieve ESRS-criteria, herhalen we de gap-analyse en de IRO. Vervolgens gaan we aan de hand daarvan onze roadmap aanpassen waar nodig. Ook werken we toe naar een snellere rappor-

Lamb Weston is een van ’s werelds grootste producenten en verwerkers van diepgevroren frites en andere bevroren aardappelproducten.

10 tips van Lamb Weston

1. Zorg dat je goed op de hoogte blijft. ‘The devil is in the detail’, dus verdiep je in de materie.

2. Start met je dubbele materialiteitsanalyse, deze bepaalt waarover je als bedrijf straks moet rapporteren.

3. Maak een gap-analyse op de CSRD-rapportage-eisen, zodat je inzicht krijgt in de blinde vlekken in je data en rapportage. Maak een planning om de ‘rapportage-gaten’ te dichten en prioriteer je stappen.

4. Ga het gesprek aan met je leveranciers van grondstoffen en ingrediënten voor het verkrijgen van actuele data om je scope 3-emissie te kunnen berekenen.

5. Kijk waar de grootste impact zit en begin daar.

6. Verduurzaming is een kwestie van de lange adem. Zie het als een continu verbeterproces.

7. Maak niet af en toe een rapport maar zorg voor consistentie en continuïteit.

8. Do the right thing, also when no one is looking. Ook al hoef je niet te rapporteren, doe het wel. Bepaal je materiële onderwerpen en focus op de top vijf. Met een goed rapport kun je je onderscheiden.

9. Gebruik je duurzaamheidsverslag als basis voor vragen van klanten en andere belanghebbenden zoals lokale overheden.

10. En last but not least: begin op tijd!

tage. De publicatie van ons laatste duurzaamheidsverslag was twaalf maanden na het einde van ons fiscale jaar. Per 2029 moeten we ons duurzaamheidsverslag publiceren in dezelfde periode als het financiële jaarverslag conform CSRD-eisen.”

Dataverzameling

Ook voor de PPWR gaat de producent nog stappen zetten. “We werken nu aan het verminderen van de bedrukking op onze verpakkingen. Hierbij is het belangrijk dat klanten ons Lamb Weston-merk blijven herkennen, en dat alle wettelijk verplichte informatie goed leesbaar is. Daarnaast kijken we hoe we aan de Europese eisen van gerecycled materiaal in plastic verpakkingen kunnen voldoen.”

Om aan al die verschillende wetten te voldoen, is veel dataverzameling nodig. Doordat Lamb Weston al jaren een duurzaamheidsverslag maakt, heeft de producent volgens Dings veel data beschikbaar. “Het Europese sustainabilityteam rapporteert maandelijks aan het hoofdkantoor in de Verenigde Staten ons energie- en waterverbruik en de afval- en reststromen per fabriek. De overige data voor het verslag halen we één keer per jaar op uit onze systemen. Een professioneel extern bureau dat het duurzaamheidsverslag voor ons maakt, zet dit om in tabellen en grafieken”, legt Dings uit.

Lastig en complex

Niet alles is makkelijk bij dataverzameling. “Scope 3-data is absoluut lastig en complex. We werken in Europa al ruim 20 jaar met SAP waardoor veel data beschikbaar is. Maar we werken aan nog meer in-line-metingen in de fabriek en actuelere data voor scope 3. Hiervoor is inzicht in de keten belangrijk. Want willen wij de CO2 -reductie van bijvoorbeeld de aardappelteelt goed kunnen monitoren, dan moeten we naar een jaarlijkse carbon footprint per boerderij. Maar hoe ga je op een betrouwbare en consistente manier deze data verzamelen?” •

Innovatie gespot

Minder

meelstof in de frituur

Meelstof in frituurlijnen zorgt voor slibvorming, meer olievervuiling en extra schoonmaak. GoodMills Innovation komt met TIP-TOP, een thermisch gemodificeerde low-dust bloem met minder fijne deeltjes. De innovatie richt zich op bakkerijen die hun frituurproces stabieler en schoner willen maken.

Industrieel frituren vereist constante temperatuur en schone olie. Bij reguliere bestuivingsbloem komt een deel van de fijne fractie in het oliebad terecht. Die deeltjes zakken naar de bodem en vormen een laag zogenoemd sludge. Dat belemmert de warmteoverdracht en versnelt oxidatie en verkleuring van de olie. Het gevolg: vaker reinigen, kortere oliewisselintervallen en stilstand van de lijn.

Nauwelijks losse deeltjes

TIP-TOP® wordt geproduceerd via een zogeheten hydrothermaal proces. Daarbij verandert de zetmeelstructuur en wordt de fijnste fractie sterk gereduceerd. Volgens GoodMills Innovation vormt de bloem tijdens het frituren een gelijkmatige, droge laag op het deegoppervlak. Daardoor zouden nauwelijks losse deeltjes in de frituur terechtkomen.

In een praktijktest bij de productie van donuts zouden reinigingsintervallen zijn verlengd van drie à vier shifts naar maximaal dertien shifts. Ook zou de olie langer stabiel blijven. Onafhankelijke langetermijndata zijn niet vrijgegeven, maar het mechanisme lijkt voor de hand te liggen: minder vaste deeltjes betekent minder thermische belasting van de olie.

Beroepsastma

Meelstof is niet alleen een proceskwestie, maar ook een veiligheidsvraagstuk voor de medewerkers. Meelstof is namelijk een bekende risicofactor voor beroepsastma bij bakkers. Inhaleerbare deeltjes verspreiden zich gemakkelijk en slaan neer op machines, leidingen en transportbanden. Dat bemoeilijkt reiniging en allergenenbeheersing.

Volgens de producent kan TIP-TOP® de stofvorming met haar product tot 80 procent verminderen. Dat kan bijdragen aan lagere bloot-

Hoe

stelling en schonere installaties, mits ook afzuiging en procesinstellingen op orde zijn. De innovatie zit in de fysische modificatie van de bloem. Dat roept vragen op over functionaliteit en kosten ervan. Verandert de wateropname of deegstructuur? Wat is het effect op korstvorming en textuur? Volgens GoodMills Innovation is dat afhankelijk van het klantspecifieke productieproces. En hoe verhoudt de meerprijs zich tot de besparing op olie en schoonmaaktijd? Dat is een vraag die afhangt van kwaliteitseisen van de klant, weet de leverancier.

Operationeel interessant

Voor bedrijven met intensieve frituurlijnen kan low-dust bloem operationeel interessant zijn. De claim van forse efficiëntiewinst vraagt wel om validatie in de eigen productieomgeving. •

In Innovatie gespot zoomen we in op de innovatie in de voedselindustrie. Dat kan van alles zijn: een nieuwe machine, procestechnologie, een innovatief ingrediënt, een eindproduct of een slimme toepassing ergens in de keten. We laten zien wat de innovatie is, hoe het werkt en waarom dit relevant is voor foodprofessionals.

krijg je een stabieler en schoner frituurproces?

‘We bieden meer eiwit tegen gunstigere prijs’

MET NIEUWE CEO KARIN LÖWIK FOCUST RIVAL FOODS OP OPSCHALING

Met de benoeming van Karin Löwik als nieuwe ceo breekt voor Rival Foods een volgende fase aan. Na de succesvolle investeringsronde en de ingebruikname van de productielocatie verschuift de aandacht van technologieontwikkeling naar industriële opschaling en internationale marktuitrol. “We hebben een sterke technologische basis. Nu is het zaak om die gecontroleerd en schaalbaar naar de markt te brengen.”

“Het was voor mij een logisch moment om een volgende stap te zetten”, zegt Karin Löwik. “Bij Vivera heb ik als marketingdirecteur gewerkt in een periode waarin de integratie met De Vegetarische Slager werd voorbereid na de overname. Dat was een intensieve fase. Tegelijk merkte ik dat mijn kracht vooral ligt in het bouwen en laten groeien van ondernemingen. Eerder heb ik mijn eigen merk, Fred&Ed, opgericht. De behoefte om opnieuw in een dynamische, ondernemende omgeving te werken, werd steeds sterker.”

Het contact met Rival Foods ontstond in diezelfde periode. “Tijdens gesprekken met Birgit (Dekkers, voorganger en nu coo bij Rival Foods, red.) werd duidelijk dat het bedrijf toe was aan een volgende fase. Zij is nauw betrokken bij technologie, productontwikkeling en de opschaling van de fabriek. Verdere groei vraagt daarnaast om extra strategische en commerciële focus.”

Gepatenteerde technologie

‘Als de kwaliteit niet klopt, krijg je geen herhaalaankopen’

Rival Foods werd opgericht op basis van het promotieonderzoek van Birgit Dekkers aan Wageningen University & Research. Haar onderzoek vormde de basis voor de gepatenteerde Shear Cell-technologie. In tegenstelling tot veel gangbare plantaardige producten die via high-moisture-extrusie worden geproduceerd, worden soja- en erwteneiwitten hierbij onder gecontroleerde warmte en mechanische beweging in lagen georiënteerd. Daardoor ontstaan vezel-

structuren die dichter bij de spierstructuur van dierlijk vlees liggen.

“De methode biedt meer controle over textuur en mondgevoel, met name bij grotere stukken zoals filets en steaks.” Volgens Löwik ligt daar het onderscheid. “Onze techniek maakt het mogelijk om whole cuts te realiseren die met andere methoden niet haalbaar zijn. Dat geeft ons product een unieke positie in de markt.”

Eiwitgehalte

Volgens Löwik begint alles bij de kwaliteit. “Binnen marketing staan natuurlijk de vier P’s centraal, maar uiteindelijk draait alles om wat je daadwerkelijk aanbiedt. Toen ik de producten van Rival voor het eerst proefde, was ik direct enthousiast. Voor mij klopten daarmee alle belangrijke voorwaarden. De structuur en smaak zijn goed en het eiwitgehalte ligt boven de 25 gram per portie. Dat is hoger dan het eiwitgehalte van vlees.”

Veel van de huidige uitdagingen in de markt worden volgens haar tegelijk aangepakt. “Denk aan de perceptieproblemen rond gezondheid, verwerking en lange ingrediëntenlijsten. Onze producten bevatten minder dan zeven ingrediënten en zijn vrij van kunstmatige kleur- en smaakstoffen. Daarmee positioneren we ons nadrukkelijk in het clean labelsegment, dat binnen de plantaardige categorie steeds belangrijker wordt.”

Vertrouwen terugwinnen

Löwik ziet daarin ook een bredere les voor de sector. “In het verleden zijn veel plantaardige alternatieven gelanceerd die kwalitatief onvoldoende waren, terwijl er wel fors in marketing en advertising is geïnvesteerd. Maar zonder sterke basis gooi je eigenlijk geld weg. Als de kwaliteit niet klopt, krijg je geen herhalingsaankopen. Bij Rival Foods bouwen we op een fundament dat wél sterk is. Dat geeft de mogelijkheid om opnieuw vertrouwen te winnen en de markt een nieuwe impuls te geven.”

Een ander voordeel is het gebruiksgemak. “De bereiding is eenvoudig en consistent. Een steak bak je vier minuten per kant en dan is hij klaar. Waar een dierlijke biefstuk thuis nog wel eens tegenvalt door overof ondergaring, is de uitkomst bij ons product voorspelbaar. Dat biedt gemak én zekerheid voor de consument.”

KIP

Löwik: “De structuur en smaak zijn goed en het eiwitgehalte ligt boven de 25 gram per portie. Dat is hoger dan het eiwitgehalte van vlees.”

‘We zien dat consumenten afhaken met plantaardige producten’

Investering van 10 miljoen euro Rival Foods bevindt zich in een duidelijke groeifase. In 2025 haalde het bedrijf 10 miljoen euro aan nieuw kapitaal op bij meerdere investeerders, waaronder pensioenfonds ABP via APG. De financiering is bedoeld voor verdere opschaling van productielijnen en internationale marktontwikkeling. “We hebben onze productielocatie operationeel en zijn gestart met productie. Nu ligt de focus op het uitrollen van onze commerciële strategie.”

Karin

Momenteel worden diverse kipalternatieven aangeboden, waaronder kipfilets en kipstukjes. Deze worden met name in de foodservice verkocht. “Daarnaast zijn we gestart met de productie van plantaardige steaks. Dat is een belangrijk nieuw product dat we nu actief aan het commercialiseren zijn.”

Karin Löwik over besluit EU benamingen vlees

Karin Löwik vindt dat het besluit van de EU over de benaming van vlees het probleem van de EU perfect weerspiegelt. “In plaats van te werken aan een krachtig duurzaam Europa om na te laten aan onze kinderen, zijn ze bezig met een achterhoedegevecht om niet-bestaande problemen aan te pakken. Als dit doorgaat, kan het zeker de acceptatie en het begrip van de producten in onze categorie belemmeren. Ik hoop dat in de komende drie jaar dit besluit nog teruggedraaid kan worden. Ondertussen gaan wij ons voorbereiden op beide routes om tot creatieve oplossingen en namen te komen voor onze producten.”

Internationale uitbreiding

De komende periode draait het om volumebouw en het selecteren van de juiste partners per markt. “Per land wordt gekeken naar marktbenadering en partnerschappen”, aldus Löwik. “De internationale uitrol begint in het Verenigd Koninkrijk. Daar hebben we al een strategisch partnership en is ons kipalternatief succesvol gelanceerd. De steak volgt daar binnenkort.” Voor Nederland en Duitsland wordt momenteel de marktstrategie bepaald.

Rival Foods richt zich op verschillende consumentengroepen. “ Whole cuts spreken traditioneel vaker een oudere doelgroep aan, maar het hoge eiwitgehalte maakt ze óók relevant voor jongere consumenten.”

Afkoelingsfase

Volgens Löwik bevindt de plantaardige markt zich momenteel in een afkoelingsfase. “We zien dat consumenten afhaken, vooral door twijfel over de gezondheid en de mate van bewerking van producten.”

Tegelijkertijd blijven de onderliggende drijfveren bestaan. “Klimaatverandering en dierenwelzijn zijn nog steeds belangrijke thema’s. Duurzaamheid is misschien minder top of mind, maar de structurele drijfveren zijn niet verdwenen.”

Nieuw verhaal

Zij verwacht daarom dat de markt zich herstelt, mits producten beter aansluiten bij de verwachtingen van consumenten. “Het nieuwe verhaal moet gebaseerd zijn op smaak, gezondheid en eenvoud. Minstens gelijkwaardig aan vlees in beleving, maar met meer eiwit, minder verzadigd vet en een clean label.”

Daarnaast wijst ze op prijsontwikkeling in de vleesmarkt. “Vleesprijzen blijven naar verwachting stijgen door schaarste aan grondstoffen.” Daar ziet zij een concurrentievoordeel. “Bij rundvlees zijn we al concurrerend en ook bij andere vleessoorten verwachten we op termijn sterker te staan. We bieden meer eiwit tegen een gunstigere prijs.”

Opschalen en doorontwikkelen smaak

De komende jaren ligt de focus bij Rival Foods vooral op opschaling. Momenteel kan Rival Foods 500 ton produceren en het bedrijf is bezig met het uitwerken van opschalingsplannen richting de 1000 ton. Op ingrediëntniveau is de basis solide. “We beschikken al over sterke formuleringen. Tegelijkertijd blijven we doorontwikkelen, met name op het gebied van smaak. Daar zit nog ruimte voor verfijning.”

Voor nu overheerst tevredenheid over de huidige positie. “We staan technologisch en productmatig stevig en bouwen van daaruit verder.” •

Karin Löwik is benoemd tot ceo van vleesvervangerproducent Rival Foods. Zij volgt oprichter
Birgit Dekkers op. Dekkers blijft aan als coo en blijft verantwoordelijk voor technologie en productontwikkeling.

NOTENVRIJE PASTA

De chocopasta is palmolievrij en vrij van de zes meest voorkomende allergenen lactose, gluten, soja, mais, noten en pinda’s.

‘We willen Nutella vervangen’

STARTUP MAAKT GEZONDERE NOTENVRIJE CHOCOPASTA

Startup Jubl maakt naar eigen zeggen een gezonde chocopasta. Met 50 procent minder suiker dan vergelijkbare producten, zonder palmolie, plantaardig, rijk aan vezels en vrij van de zes meest voorkomende allergenen. Hiermee wil de startup een gezond alternatief bieden voor het favoriete ontbijtproduct van kinderen.

Na de geboorte van haar kinderen werd Isil Dijkstra, oprichter van Jubl, zich bewust van het consumptiepatroon van het gezin. “Thuis kan ik gezonde keuzes maken, maar buitenshuis is dit lastiger. Vaak zijn ongezonde opties het meest zichtbaar, aantrekkelijk en gemakkelijk beschikbaar.” Gezonder eten is volgens de startupondernemer niet voldoende toegankelijk, betaalbaar of verleidelijk. Dit wil Dijkstra veranderen met Jubl.

Favoriete ontbijtproduct

Dijkstra vertelt dat chocopasta volgens het RIVM het favoriete ontbijtproduct is van kinderen. “De gemiddelde chocopasta bestaat uit 55 procent suiker, 25 procent palmolie en geen vezels. Juist omdat chocopasta zo’n vast onderdeel is van het dagelijkse eetpatroon, biedt dit product de kans om op grote schaal impact te maken”, legt Dijkstra de keuze voor chocopasta uit. De ondernemer startte in oktober 2023 met experimenteren in haar eigen keuken. In 2025 werkte Dijkstra samen met studenten van de HAS Green Academy. “Data- en consumentenonderzoek bevestigden mijn inzichten als marketeer. Op basis daarvan is het basisrecept doorontwikkeld tot een opschaalbaar recept.”

Bij het vinden van de juiste receptuur ging Dijkstra niet over één nacht ijs. “Na het afwegen van alle opties kozen we voor rietsuiker in onbewerkte vorm, en dan 50 procent minder. We laten hiermee zien dat

‘Ongelofelijk dat dit ooit normaal was’

je geen grote hoeveelheden suiker nodig hebt om een heerlijke chocopasta te maken.” Maar dit is volgens Dijkstra niet het enige waardoor het product gezonder is. “Het hoofdingrediënt is kikkererwten. Daardoor is de chocopasta vezelrijk. Daarnaast is het palmolievrij en vrij van de zes meest voorkomende allergenen lactose, gluten, soja, mais, noten en pinda’s. Door deze eigenschappen is onze chocopasta een dagkeuze volgens de richtlijnen van het Voedingscentrum”, legt de ondernemer uit.

Basisscholen en kinderopvang

Op dit moment produceert de startup enkel de notenvrije chocopasta. “We richten ons in deze fase op basisscholen en kinderopvang, waar aandacht voor allergenen essentieel is.” Maar de ondernemer werkt ook aan nieuwe varianten met hazelnoot en een crunchy variant en kijkt naar verschillende verpakkingstypes voor verschillende kanalen. “We willen met onze chocopasta wereldwijd de standaard veranderen en Nutella vervangen. We bouwen aan een toekomst waarin kinderen later tegen hun ouders zeggen over de traditionele, breed beschikbare maar ongezonde producten van nu: ‘Ongelofelijk dat dit ooit normaal was. Gelukkig weten we nu beter.’” •

Het hele artikel lezen?

Scan de QR-code.

Voedselveiligheid is de basis

Safe met Karin

Over Karin

Karin heeft ruime ervaring als zelfstandige in de kwaliteit. Van hondenbrokjes tot aan medische voeding en verpakkingsmaterialen. Ze wordt ingehuurd voor projecten waarvoor de kennis of capaciteit niet in huis is. Met humor en een praatje bouwt ze snel een band op.

Het enige moment dat je haar niet hoort is als ze aan het zwemmen is. In de zomer gebeurt dat in open water, zo ver mogelijk. Karin woont met haar man en kinderen op een Drentse boerderij.

Met een sterk netwerk sta je nóóit alleen

Je bent QA’er en komt voor een nieuwe uitdaging te staan: wat doe je dan? Trek je álles uit de kast om het probleem op te lossen? Waarschijnlijk ben je niet de enige met die uitdaging. Het zou zonde zijn als we allemaal proberen het wiel uit te vinden. Hoe fijn is het als iemand zijn ervaring deelt en je daarvan kunt leren?

Als interim-QA-specialist begon ik ooit aan een opdracht bij een voedingsmiddelenbedrijf dat in dezelfde plaats nóg een productielocatie had. In mijn eerste week ging ik daar kennismaken. Wat opviel was dat beide vestigingen vrijwel identiek produceerden. Tot mijn verbazing was mijn hele team daar nog nooit geweest. Wat bleek? Beide QA-afdelingen hadden jarenlang synchroon voor dezelfde uitdagingen gestaan, zonder elkaar te kennen. Bij de rest van de opdracht had ik een fantastische sparringpartner aan mijn collega’s op de andere locatie.

Informatie uitwisselen is waardevol, maar laat je niet te veel leiden door de keuzes van anderen. Als 90 procent van je netwerk aangeeft A te doen, kan nog steeds optie B voor jou de beste keuze zijn. Het is daarom belangrijk om altijd na te vragen wat de afweging is geweest. Welke factoren hebben zij meegewogen? Spelen die bij jou ook? Of spelen er bij jou factoren die bij hen niet van toepassing zijn? Daarnaast is er het risico van te veel delen. Tijdens een buitenlandstage maakte ik die fout zelf: ik vertelde een concurrent enthousiast over mijn werkzaamheden, zonder te beseffen dat hij een concurrent was en hoe gevoelig die informatie was. Mijn stagebegeleider was not amused. Sindsdien check ik altijd wat ik mag delen en anonimiseer ik waar mogelijk.

Een sterk netwerk kost wel wat, namelijk tijd en aandacht. Leg daarom contacten voordat je ze nodig hebt. Ook is het een kwestie van geven en nemen. Contacten die jij eerder zelf hebt geholpen, zijn sneller bereid om jou ook te helpen. Zelfs al ligt er informatie bij hen op de plank, dan wil dat nog niet zeggen dat anderen de moeite willen nemen om die informatie met jou te delen. Ga bij het opbouwen van je netwerk na: wie loopt tegen dezelfde uitdagingen aan? Dat zijn allereerst je collega’s op locatie. Dan je collega’s op andere locaties. Daarna je concullega’s in de branche. Maar denk ook een stap vooruit en terug in de keten: je klanten en leveranciers.

Daarnaast zijn er ook partijen die niet per se dezelfde uitdaging hebben maar wel vergelijkbare belangen. Denk aan de corporate QA-afdeling indien aanwezig, de NVWA en brancheorganisaties. Bij QA is niet altijd bekend dat de werkgever is aangesloten bij een brancheorganisatie en welke ondersteuning en kennis daar te halen zijn. Terwijl de afdracht voor zo’n organisatie vaak fors is. En al hebben zij nog geen informatie voor jou, dan nog is het nuttig je vraagstukken te delen met ze. Met de kennis die jij deelt, kunnen zij de branche ondersteuning bieden. Kortom, een sterk netwerk maakt je werk makkelijker en leuker. Welke uitdaging er ook op je pad komt: je hoeft het niet meer alleen te doen. Bouw dat netwerk. Onderhoud het. Geef. En gebruik het wanneer het nodig is. •

VMT (Voedingsmiddelen, Management en Technologie) is hét mediaplatform voor de voedingsmiddelenindustrie in Nederland en België. VMT verschijnt 8x per jaar en is een uitgave van VMN media.

VMN media

Bezoek- en postadres

Utrechtseweg 44

3704 HD Zeist

T 088-584 08 00

E redactie.vmt@vmnmedia.nl www.vmt.nl

Uitgever

Maciek Piasecki

T 06-13 85 80 30

E maciekpiasecki@vmnmedia.nl

Hoofdredactie

Willem Paul de Mooij

T 06-45 07 45 28

E willempauldemooij@vmnmedia.nl

Eindredactie

Henk Hogewoning

T 06-51 55 03 48

E henkhogewoning@vmnmedia.nl

Redactie

Dionne Irving

T 06-48 27 29 28

E dionneirving@vmnmedia.nl

Carmen Groeneveld

T 06-31 67 77 93

E carmengroeneveld@vmnmedia.nl

Didi de Koning

T 06-15 28 61 21

E dididekoning@vmnmedia.nl

Redactie-adviesraad

Drs. J. Stark (voorzitter)

Prof. dr. E.J. Smid (WUR)

Dr. ir. C.D. de Gooijer (Topsectoren voor Kennis en Innovatie)

M. Vencken (Vencken QIS)

K. Cuperus (Nestlé)

D. Linssen (Danone)

E. Cornelissen (Vezet)

H. Vriend (ViaVriend)

J. Schilstra (Mérieux Nutrisciences)

P. Meewisse (Hilton Foods Holland)

M. Molenaar (DO-IT)

Dr. ir. M. van Wells-Bennik (NIZO)

S. van der Pijll (Schuttelaar & Partners)

S. Kanters (Bakkerij van der Westen)

Advertenties

Voor online, print en events: Berry Pitlo

E berrypitlo@vmnmedia.nl

Veerle Rijpstra

T 06-15 66 08 06

E veerlerijpstra@vmnmedia.nl

Vormgeving Colorscan bv www.colorscan.nl

Druk

Wilco BV, Amersfoort

Abonnementen

Scan de QR-code en abonneer je op VMT

Voor vragen over abonnementen, bezorging en/of adreswijzigingen bel of mail je met 088-584 08 88, klantenservice@vmnmedia.nl

Abonnementsprijzen

Online abonnement: € 30,- per maand

Online en vakblad: € 41,- per maand

Teamlicentie: € 90,- per maand

De tarieven zijn exclusief 9% btw.

Meer info op www.vmt.nl/abonneren.

Studenten lezen gratis online wanneer de opleiding een contract heeft met VMT. Informeer naar de mogelijkheden.

© 2026 VMN media. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. Alle in deze uitgave opgenomen informatie is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld. De juistheid en volledigheid kunnen echter niet worden gegarandeerd. VMN media en de bij deze uitgave betrokken redactie en medewerkers aanvaarden dan ook geen aansprakelijkheid voor schade die het directe of indirecte gevolg is van het gebruik van de opgenomen informatie.

BEST OF BOTH WORLDS

ROASTED AUBERGINES

Een smaakvolle samensmelting van keukens: geroosterde aubergines gevuld met kruidige falafel en shoarmasaus.

Tolboomweg 16 3784 XC Terschuur The Netherlands +31 (0) 88 55 777 55

info@dkbfoodsolutions.com www.dkbfoodsolutions.com

Your silent partner in famous food

Mo M gelilijk j he hedden vooor o inccomompanyen maa a twerktrajecten!

Ruim aanbod opleidingen en cursussen voor food professionals op het gebied van:

• Business & Development

• Productontwikkeling

• Voedingsmiddelentechnologie

• Bakkerij-, Vlees- en Zuiveltechnologie

• Microbiologie en Voedselveiliheid

• Duurzaamheid in agro, food en leefomgeving Kijk op

Cursus Vleestechnologie en alternatieve eiwitten

Cursus Basis Microbiologie

Cursus Zuiveltechnologie

Cursus Bakkerijtechnologie

Cursus Productontwikkeling van voedingsmiddelen

Cursus Verdieping Microbiologie Cursus Ingrediënten in Voedingsmiddelen

Cursus Basis Duurzaamheid

Cursus Life Cycle Analysis: meten is weten

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook