Deel 7 EINDE VAN DE ARBEIDSOVEREENKOMST
7.6
Opzegverboden Hoofdstuk 7.6 Opzegverboden 7.6
Wet- en regelgeving Samenvatting
Burgerlijk Wetboek 7:646, 7:670 en 7:670a Naast de gronden waar een opzegging van de arbeidsovereenkomst op gebaseerd kan worden en de regels die rond een opzegging gevolgd moeten worden, bevat de wet ook een aantal opzegverboden waar bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst rekening mee moet worden gehouden. Deze opzegverboden staan in de weg aan een rechtsgeldige opzegging, tenzij sprake is van een uitzondering op het opzegverbod. 7.6.1
7.6.1
Opzegverboden
Opzegverboden
Opzegverboden
De wet kent een aantal opzegverboden. Een opzegverbod houdt in dat wegens een bepaalde reden of tijdens een bepaalde periode de arbeidsovereenkomst niet kan worden opgezegd. Met deze opzegverboden worden bepaalde groepen van werknemers beschermd vanwege hun hoedanigheid (bijvoorbeeld lid van de vakbond) of tijdens hun hoedanigheid (bijvoorbeeld gedurende arbeidsongeschiktheid). Opzegging in strijd met een opzegverbod kan door de rechter worden vernietigd of er kan in plaats daarvan een billijke vergoeding worden toegekend (zie ook paragraaf 7.15.1). Onder de WWZ zijn de opzegverboden zoals die ook voor 1 juli 2015 golden, gehandhaafd. Wel is sprake van een paar technische wijzigingen en vervalt de mogelijkheid om voor bepaalde categorieën werknemers de rechter te verzoeken om voorafgaande toestemming voor opzegging (met eveneens toestemming van het UWV). De voornaamste technische wijziging houdt verband met een uitzondering op het opzegverbod tijdens ziekte. Net als onder het oude recht geldt het opzegverbod tijdens ziekte niet als de ziekmelding plaatsvindt nadat een verzoek om toestemming is ingediend. Dat geldt onder de WWZ zowel voor het verzoek aan het UWV, de cao-commissie als de rechter. Als het verzoek om opzegging of ontbinding dus is ingediend vóór het moment van ziekmelding, kan ondanks arbeidsongeschiktheid toch worden opgezegd of ontbonden.
7.6.1.1
Opzegverboden ‘tijdens’ en ‘wegens’
De volgende opzegverboden hebben betrekking op een verbod tot opzegging dat geldt tijdens een bepaalde hoedanigheid of toestand. De werkgever kan niet opzeggen: tijdens de periode dat de werknemer door ziekte ongeschikt is om te werken; gedurende de zwangerschap (dat geldt óók als de werknemer op het moment van de opzegging nog niet weet dat ze zwanger is); gedurende de tijd dat de werknemer als dienstplichtige is opgeroepen. Naast de ‘tijdens’-opzegverboden kent de wet een aantal opzegverboden die gelden wegens een bepaalde hoedanigheid van de werknemer of het bestaan van een bepaalde omstandigheid. De werkgever kan niet opzeggen: als de werknemer lid is van de ondernemingsraad of op een kandidatenlijst voor de ondernemingsraad is geplaatst; wegens het feit de werknemer die zijn recht op adoptieverlof of zijn recht op ouderschapsverlof geldend maakt; wegens het lidmaatschap van een vakbond dan wel wegens het deelnemen aan activiteiten van de vakbond, tenzij deze activiteiten plaatsvinden onder werktijd en zonder toestemming van de werkgever; wegens overgang van onderneming; wegens de omstandigheid dat een werknemer niet op zondag wil werken; wegens de omstandigheid dat een werknemer een deskundige werknemer in de zin van de arbowet is.
Let op 680
Een wezenlijk inhoudelijk verschil met de situatie voor 1 juli 2015 betreft de positie van de arbeidsongeschikte werknemer in het kader van een voorgenomen beëindiging van de ar-