Skip to main content

7.5 Praktijkgids Arbeidsrecht 2023_ZP_CTF

Page 1

Deel 7 EINDE VAN DE ARBEIDSOVEREENKOMST

7.5

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst Hoofdstuk 7.5 Ontbinding van de arbeidsovereenkomst 7.5

Wet- en regelgeving Samenvatting

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst

Burgerlijk Wetboek 7:671b (werkgeversverzoek) en 7:671c (werknemersverzoek) Burgerlijk Wetboek 7:686 (hoger beroep) Zowel de werkgever als de werknemer kan de kantonrechter verzoeken om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Voor de werkgever geldt dat dit kan op één van de limitatief in de wet opgenomen gronden. De werknemer kan ontbinding vragen wegens een verandering van omstandigheden; hij is dus niet gebonden aan één specifieke wettelijke grond. Als de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt, stelt hij vast op welke datum de arbeidsovereenkomst eindigt. Als de werknemer niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, heeft hij in principe recht op een transitievergoeding die de werkgever moet betalen. Zowel de werkgever als de werknemer kan tegen de beslissing van de kantonrechter beroep aantekenen. Het Gerechtshof, en daarna in cassatie de Hoge Raad, behandelt dit hoger beroep. 7.5.1

Ontbinding door de kantonrechter

7.5.1

Ontbinding door de kantonrechter

Zowel de werkgever als de werknemer kan de rechter verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Voor een ontbindingsverzoek door de werkgever gelden andere regels dan voor een ontbindingsverzoek door de werknemer.

7.5.1.1

Ontbinding op verzoek werkgever

De werkgever kan de rechter verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden als sprake is van één van de volgende redelijke gronden (c-grond t/m h-grond): (c) regelmatig ziekteverzuim dat onaanvaardbare gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering; (d) disfunctioneren; (e) verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer; (f) werkweigering op grond van een ernstig gewetensbezwaar; (g) verstoorde arbeidsrelatie; (h) andere omstandigheden die maken dat de arbeidsovereenkomst niet in stand kan blijven; (i) een combinatie van twee of meer van de voorgaande redelijke gronden. Daarnaast kan de werkgever de rechter verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden: als het UWV of de cao-commissie geen toestemming heeft verleend voor opzegging wegens bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid en; als sprake is van bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid, maar het een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd betreft zonder tussentijds opzegbeding. Net als bij opzegging geldt dat ontbinding in principe alleen aan de orde is als de werknemer niet instemt met opzegging op één van de redelijke gronden (in dit geval c tot en met i) of indien de werkgever besluit die instemming niet te vragen. Het verzoek om ontbinding kan door de rechter alleen worden toegewezen als sprake is van één van de redelijke gronden en aannemelijk is gemaakt dat herplaatsing in een andere passende functie binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Hier gelden dus dezelfde voorwaarden als in de procedure bij het UWV of de cao-commissie (zie ook hoofdstuk 7.3).

Let op

668

De rechter kan het verzoek niet toewijzen als sprake is van een opzegverbod en het verzoek verband houdt met omstandigheden waar dat opzegverbod betrekking op heeft. De rechter heeft de plicht na te gaan of sprake is van een opzegverbod. Deze zogeheten 'vergewisplicht' gold ook onder het oude recht. Een uitzondering op deze regel is de situatie


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
7.5 Praktijkgids Arbeidsrecht 2023_ZP_CTF by VMN Media - Issuu