Hoofdstuk 7.12 Ontslag van een statutair bestuurder
7.12
Ontslag van een statutair bestuurder Hoofdstuk 7.12 Ontslag van een statutair bestuurder 7.12
Wet- en regelgeving
Samenvatting
Ontslag van een statutair bestuurder
Burgerlijk Wetboek, artikelen 2:8, 15, 134 e.v., 241 en 244 e.v. Wet bestuur en toezicht rechtspersonen De statuten van de NV, BV of stichting Bij statutair bestuurders spelen zowel het vennootschapsrecht (2e Burgerlijk Wetboek) als het arbeidsrecht (7e Burgerlijk Wetboek) een belangrijke rol. Een statutair bestuurder van een NV of BV is iemand die formeel benoemd is om daden als bestuurder van de vennootschap te nemen. Als bestuurder kan hij te allen tijde vennootschapsrechtelijk ontslagen worden uit zijn rol als bestuurder door het orgaan dat ook bevoegd is bestuurders te benoemen. Een bestuurder heeft echter veelal ook een arbeidsovereenkomst met de NV of BV, en heeft als zodanig tegelijk de rechtspositie van werknemer ten opzichte van de NV of BV. Bij het ontslag als werknemer dienen dan ook in beginsel de normale ontslagregels in acht te worden genomen. Er zijn wel enkele afwijkende regels. Die zijn met name op de ontslagbescherming van de statutair bestuurder. De hoofdregel is dat ontslag door het bevoegde orgaan uit de rol als bestuurder, automatisch ook leidt tot ontslag in arbeidsrechtelijke zin. Met de inwerkingtreding van de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen per 1 juli 2021 is de arbeidsrechtelijke positie van de statutair bestuurder van stichtingen gelijk getrokken met die van bestuurders van een NV of BV. 7.12.1
7.12.1
Statutair bestuurder
Statutair bestuurder
De statutair bestuurder van een besloten vennootschap (BV) of naamloze vennootschap (NV) heeft al sinds jaar en dag een bijzondere positie in het arbeidsrecht. Hij of zij heeft namelijk geen, althans veel minder ontslagbescherming dan ‘reguliere’ werknemers. Vanwege de inwerkingtreding van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen geldt dit sinds 1 juli 2021 ook voor de statutair bestuurder van stichtingen. In de praktijk worden de termen ‘bestuurder’, ‘directeur’ of ‘manager’ of bijvoorbeeld ‘CEO’ nog wel eens door elkaar gebruikt. De juridische term uit het vennootschapsrecht is de term ‘bestuurder’. Een ‘directeur’ of ‘CEO’ is feite niet meer dan iemand die de feitelijke leiding heeft over (een deel van) de onderneming. Als die persoon conform de statuten van de rechtspersoon statutair is benoemd, heeft hij of zij juridisch de status van statutair bestuurder. Dat betekent dan (simpel gezegd) dat hij of zij bevoegd is de onderneming te vertegenwoordigen, bijvoorbeeld door overeenkomsten aan te gaan. Daar heeft de statutair benoemde directeur, manager of CEO geen aparte volmachting of iets dergelijks voor nodig. Het betekent echter ook dat hij of zij, als statutair bestuurder in de zin van de wet, weinig of geen ontslagbescherming heeft. Zowel bij de BV, NV als de stichting wordt in de statuten van de rechtspersoon bepaald wie bevoegd is om bestuurders te benoemen en te ontslaan. Bij de BV en NV is dat normaliter de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA) of de Raad van Commissarissen (RvC). Bij stichtingen benoemen de al zittende bestuurders normaal gesproken hun medebestuurders. Het bestuur benoemt dan dus in feite zichzelf. Bij stichting met een toezichtsorgaan (een Raad van Toezicht, RvT) worden bestuurders normaliter benoemd door de RvT. Denk bijvoorbeeld aan stichtingen in de zorgsector. De status van ‘statutair bestuurder’ hebben alleen degenen die conform de statuten van 739