Hoofdstuk 6.1 Arbeids- en rusttijden
6.1
Arbeids- en rusttijden Hoofdstuk 6.1 Arbeids- en rusttijden 6.1
Arbeids- en rusttijden
Wet- en regelgeving Artikel 7:670 Burgerlijk Wetboek (BW);
Arbeidstijdenwet; Arbeidstijdenbesluit; Besluit nadere regeling kinderarbeid; Europese Arbeidstijdenrichtlijn; Aanwijzing handhaving Arbeidstijdenwet; Richtlijn voor strafvordering Arbeidstijdenwet; Beleidsregels boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit; Europees Sociaal Handvest Wet flexibel werken
Samenvatting
De Arbeidstijdenwet (ATW) is van toepassing op alle sectoren van het bedrijfsleven en op het overheidspersoneel. De doelstelling van de wet is tweeledig. Op de eerste plaats bevat de wet voorschriften voor arbeids- en rusttijden die de werkgever in acht moet nemen met het oog op de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de werknemers. Op de tweede plaats bevat de wet voorschriften die gericht zijn op de combinatie van arbeid en zorgtaken, en andere verantwoordelijkheden buiten de arbeid. Hierbij kan gedacht worden aan scholing, of een vaste vrije avond om te sporten. Behalve grenzen die gelden voor werk- en rusttijden bevat de wet een aantal bepalingen over aanverwante onderwerpen. Zo zijn bepalingen opgenomen over het verbod op kinderarbeid, de relatie van arbeidsen rusttijden met het algemeen ondernemingsbeleid, de registratie van arbeids- en rusttijden en de arbeid rond zwangerschap en bevalling. De Arbeidstijdenwet is in 1995 tot stand gekomen uit vroegere “Arbeidswetten” en vormde destijds een vereenvoudigingsoperatie waarbij verschillende wetten zijn ingetrokken. Per 1 april 2007 is de ‘nieuwe Arbeidstijdenwet’ in werking getreden. Deze wet bevat vereenvoudigde regels en heeft de mogelijkheden voor werkgevers en werknemers om collectieve en individuele afspraken te maken over arbeidstijden en rusttijden verruimd. In 2012 is de nieuwe Arbeidstijdenwet geëvalueerd (‘Veranderende arbeidstijden?’) en is geconcludeerd dat het effect van de vereenvoudiging van de Arbeidstijdenwet in de praktijk beperkt is. In 2015 is de Wet Modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden in werking getreden, waarmee belemmeringen in de Wet arbeid en zorg (WAZO) en de Wet aanpassing arbeidsduur (WAA) zijn weggenomen. De nieuwe regels hebben tot doel om het combineren van werk en zorg eenvoudiger te maken. Naast de Arbeidstijdenwet is het Arbeidstijdenbesluit (ATB) belangrijk. Hierin worden uitzonderingen en aanvullingen opgenomen op de Arbeidstijdenwet voor bepaalde categorieën werknemers, voor bepaalde sectoren en voor een aantal specifieke situaties. Tot slot is de Arbeidstijdenrichtlijn (2003/88/EG) van belang. Deze Europese richtlijn is vanaf 2 augustus 2004 van toepassing en bevat onder meer regels met betrekking tot arbeidstijd, pauzes en nachtarbeid. Op Europees niveau is gedurende een aantal jaar gediscussieerd om de richtlijn aan te passen aan de moderne arbeidsmarkt. Aan deze besprekingen is in 2017 een einde gekomen door een interpretatieve mededeling over de Arbeidstijdenrichtlijn door de Europese Commissie. 6.1.1
6.1.1
Juridisch kader
Juridisch kader
De Arbeidstijdenwet staat niet op zichzelf. Er is een duidelijke link met de Arbeidsomstandighedenwet (zie ook: paragraaf 6.2.1) en met Europese regelgeving. De Richtlijn 2003/88/ EG van 4 november 2003 ‘Betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd’ bepaalt minimumvoorschriften van veiligheid en gezondheid met betrekking tot arbeids- en rusttijden waaraan de Nederlandse regelgeving dient te voldoen. Voor de uitleg van de richtlijn en de toetsing van de Arbeidstijdenwet daaraan, is ook de rechtspraak van het Hof van Justitie van belang. In het arrest Günter Fuss/Stadt Halle van 25 november 2010 (C-429/09; ECLI:EU:C:2010:717) is door het Hof van Justitie bepaald dat een werknemer zich kan beroepen op de richtlijn en de lidstaat aansprakelijk kan stellen voor 551