Deel 5 ZIEKTE, ARBEIDSONGESCHIKTHEID EN RE-INTEGRATIE
5.2
Controle, verplichtingen WVP en behandeling van geschillen Hoofdstuk 5.2 Controle, verplichtingen WVP en behandeling van geschillen 5.2
Wet- en regelgeving
Samenvatting
Controle, verplichtingen WVP en behandeling van geschillen
Burgerlijk Wetboek, artikel 7:629 lid 3 en 5, 629a, 658a lid 3; Ziektewet, artikel 38; Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar; Besluit boete ZW/WAO werkgevers 2002; Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikelen 71a en 71b; Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 27; Beleidsregels beoordelingskader poortwachter, Stcrt. 2002, 238; Wijziging Beleidsregels beoordelingskader poortwachter, Stcrt. 2006, 224; Beleidsregels vorm- en herkenbaarheidsvereisten re-integratieverslagen; Beleidsregels verlenging loondoorbetalingsverplichting poortwachter UWV; Beleidsregels beoordeling participatieverzoek, Stcrt. 2005, 175. Op de werkgever die verplicht is om tijdens ziekte het loon van de werknemer door te betalen, rust ook de verantwoordelijkheid voor de controle van zieke werknemers en voor de verzuimbegeleiding. Daarbij moet hij deskundige bijstand inschakelen. Dit kan in overleg met de werknemersvertegenwoordiging worden vormgegeven op de manier die het bedrijf het beste past (mits ten minste een bedrijfsarts wordt ingeschakeld). Als de werkgever niet voor een maatwerkregeling kiest, moet hij een interne of externe arbodienst inschakelen. De werkgever kan controlevoorschriften vaststellen; deze moeten wel redelijk zijn (niet onnodig belastend voor de werknemer). Uitgangspunt daarbij is dat de voorschriften niet verder mogen gaan dan nodig is om te beoordelen of de werknemer recht op loon heeft. In de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar is vastgelegd welke stappen er moeten worden ondernomen door de werkgever, de werknemer en de bedrijfsarts of arbodienst (en ingeschakelde derden zoals re-integratiebedrijven) gedurende de eerste 104 weken na ziekmelding door de werknemer. Deze regeling is met name van belang in situaties van (dreigend) langdurig ziekteverzuim. Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) toetst bij de aanvraag om een arbeidsongeschiktheidsuitkering of er voldoende re-integratieactiviteiten zijn ondernomen. Bij tekortschieten van de werkgever kan de loonbetalingsperiode worden verlengd. De Centrale Raad is vrij streng en volgt meestal het oordeel van het UWV. Werkgevers verzuimen vaak om zieke werknemers te re-integreren bij een andere werkgever. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt volledig bij de werkgever. Hij kan zich niet vrijpleiten door te wijzen op een falende arbodienst (zie bijvoorbeeld Centrale Raad van Beroep 18 november 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK3713). Ook een onwillige werknemer moet gere-integreerd worden (zie bijvoorbeeld Centrale Raad van Beroep 22 februari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV6619). De Centrale Raad kijkt ook of het UWV wel handelt conform de eigen richtlijnen (circulaire 09C002) en de Beleidsregels beoordelingskader poortwachter (Centrale Raad van Beroep 22 februari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV8096). Ook in het eerste ziektejaar zal bezien moeten worden of de werknemer in een ander bedrijf (wel) gere-integreerd kan worden, andersom moet ook bij eventuele re-integratie in het tweede spoor ook nog gekeken worden of re-integratie in het eerste spoor kan. Geschillen over ziekte zullen in eerste instantie tussen werkgever en werknemer moeten worden opgelost. Het oordeel van de bedrijfsarts of arbodienst is daarbij van groot belang. De partij die het niet eens is met het oordeel van de bedrijfsarts of arbodienst kan een deskundigenoordeel bij het UWV aanvragen. Sinds de inwerkingtreding van de nieuwe Arbowet per 1 juli 2017 kan de werknemer over het advies van de bedrijfsarts ook een second opinion aanvragen bij een andere bedrijfsarts. Uiteindelijk kan het oordeel van de kantonrechter gevraagd worden over de vraag of er recht is op loondoorbetaling. De kantonrechter
476