Hoofdstuk 5.1 Loondoorbetalingsverplichting bij ziekte
5.1
Loondoorbetalingsverplichting bij ziekte Hoofdstuk 5.1 Loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 5.1
Wet- en regelgeving
Samenvatting
Loondoorbetalingsverplichting bij ziekte
Burgerlijk Wetboek, artikel 6:107a en 7:629 e.v. Ziektewet, artikel 29 Wet op de medische keuringen Wet arbeid en zorg Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar De werkgever is wettelijk verplicht om bij ziekte van een werknemer gedurende 104 weken het loon door te betalen. In een cao of individuele arbeidsovereenkomst kunnen afspraken zijn gemaakt over de hoogte van het loon tijdens ziekte. Zo kan worden overeengekomen dat het loon volledig wordt doorbetaald. Is over de hoogte van het loon tijdens ziekte niets bepaald, dan regelt de wet wat de hoogte van het loon tijdens ziekte is. Op grond van artikel 25 lid 9 WIA kan het UWV de periode waarover de werkgever het loon moet doorbetalen met nog maximaal 52 weken verlengen als de werkgever zijn verplichtingen met betrekking tot re-integratie niet nakomt. Dit is de zogenoemde loonsanctie. In artikel 7:629 lid 11 sub b BW is opgenomen dat het tijdvak van 104 weken loondoorbetaling wordt verlengd met de periode van de loonsanctie. Per 1 januari 2016 is de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd in werking getreden. Hierin is de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte voor AOW-gerechtigde werknemers verkort tot dertien weken. De werknemer die al voor de AOW-gerechtigde leeftijd arbeidsongeschikt was, heeft na 1 januari 2016 nog gedurende dertien weken na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd recht op loondoorbetaling tijdens ziekte. Het UWV kan een loon- en verhaalsanctie opleggen aan werkgevers die werken met zogenaamde ‘vangnetters’ en zich onvoldoende hebben ingespannen voor de re-integratie. Voorbeelden van vangnetters met een dienstverband zijn werknemers die ziek zijn vanwege orgaandonatie, wegens aan zwangerschap gerelateerde klachten of werknemers die vallen onder de no-riskpolis van artikel 29b ZW. De no-riskpolis geldt onder andere voor werknemers die voorafgaand aan het dienstverband al een WAO- of WIA-uitkering ontvingen, een arbeidsgehandicaptenstatus hadden of die van het UWV bericht hebben ontvangen dat zij aanspraak kunnen maken op de no-riskpolis. Als de werkgever zich onvoldoende inspant voor re-integratie van deze vangnetters, kan het UWV een loonsanctie toepassen. Naast de loonsanctie kent het UWV ook de zogenaamde verhaalsanctie bij vangnetters zonder dienstverband. Als een werknemer bij het einde van de arbeidsovereenkomst langer dan zes weken arbeidsongeschikt is geweest, toetst het UWV of de werkgever voldoende aan re-integratie heeft gedaan. Als de inspanningen als onvoldoende worden beoordeeld ‘verhaalt’ het UWV de ZW-uitkering op de werkgever over de periode dat de werkgever tekort is geschoten in zijn re-integratieverplichtingen met een maximum van één jaar. Gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof bestaat geen recht op loondoorbetaling, maar bestaat er recht op een uitkering krachtens de Wet arbeid en zorg (Wazo). Door de Wet Beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (BeZaVa) tracht de overheid met financiële prikkels te voorkomen dat werknemers die uit dienst gaan, instromen in de WIA of Ziektewet. De Wet BeZaVa zorgt ervoor dat werkgevers financieel verantwoordelijk blijven voor werknemers die ziek uit dienst gaan en gebruikmaken van de Ziektewet of een WGA-uitkering krijgen. Wat de kosten voor een werkgever zijn, is afhankelijk van de branche, de omvang van het bedrijf (groot, middelgroot of klein) en het aantal werknemers dat ziek uit dienst is gegaan. Werkgevers moeten de keuze ma459