Deel 4 LOON, VAKANTIE EN VERLOF
4.7
Vakantiedagen Hoofdstuk 4.7 Vakantiedagen 4.7
Wet- en regelgeving Samenvatting
Vakantiedagen
Burgerlijk Wetboek, artikel 7:634 e.v. (vakantiedagen). De regelgeving in de cao die eventueel van toepassing is. Iedere werknemer heeft recht op een aantal vakantiedagen per jaar. Voor de hoeveelheid vakantiedagen zijn in de wet minimumeisen vastgelegd, waarvan niet ten nadele van de werknemer mag worden afgeweken. Veruit de meeste cao's geven de werknemer echter een recht op vakantie dat uitgaat boven de wettelijke regeling. Voor het vaststellen, wijzigen en intrekken van vakantieregelingen is de werkgever aan verschillende overlegstructuren gebonden. Zo moet hij de vakantie van een werknemer vaststellen in overleg met die werknemer. Verder kan een vakantieregeling slechts worden vastgesteld met instemming van de ondernemingsraad (indien de vakantieregeling niet is vastgelegd in de cao). Per 1 januari 2012 is de vakantiewetgeving ingrijpend gewijzigd. Daarbij is onder meer de hoofdregel geïntroduceerd dat de wettelijke vakantiedagen (van vier maal de overeengekomen wekelijkse arbeidsduur) binnen zes maanden na het opbouwjaar moeten worden opgenomen, waarna ze vervallen. Op wettelijke vakantiedagen die zijn opgebouwd tot 1 januari 2012 is de oude regeling inzake verval en verjaring van toepassing gebleven. 4.7.1
4.7.1
Recht op vakantie
Recht op vakantie
Per jaar is de werkgever verplicht aan de werknemer vakantie te verlenen gedurende minimaal viermaal het aantal bedongen arbeidsdagen per week. Wordt niet in een geheel jaar gewerkt (bijvoorbeeld omdat het dienstverband halverwege het jaar begint of eindigt) dan valt de opbouw van vakantiedagen over dat jaar vanzelfsprekend naar evenredigheid lager uit. De opbouw van vakantiedagen is in beginsel gekoppeld aan het aantal bedongen arbeidsdagen waarop loon is ontvangen. Op die regel bestaan echter diverse uitzonderingen. Zie hierover verder paragraaf 4.7.4. In veel arbeidsovereenkomsten en cao's is afgesproken dat bepaalde (categorieën) werknemers meer vakantiedagen ontvangen. Voor oudere werknemers en werknemers met een lang dienstverband geldt vaak dat zij extra vakantiedagen krijgen. Een dergelijke bevoordeling kan echter (indirecte) leeftijdsdiscriminatie opleveren (zie voor uitspraken hierover het College voor de Rechten van de Mens (www.mensenrechten.nl)).
Onregelmatig werken
Het komt regelmatig voor dat een werknemer niet een vast aantal dagen per week werkt, maar (heel) onregelmatig. In dat geval bepaalt men het aantal vakantiedagen door uit te rekenen hoeveel dagen per week de werknemer gemiddeld het afgelopen jaar gewerkt heeft. Is de werknemer op het moment dat de vakantiedagen worden uitgerekend nog geen jaar in dienst, dan bouwt hij naar verhouding vakantiedagen op. Dit geldt ook indien de werknemer halverwege het jaar uit dienst gaat.
Voorbeeld A is in dienst van B. Hij werkt vijf dagen per week. Hij heeft recht op minimaal twintig vakantiedagen per jaar (dit is vier maal het aantal bedongen arbeidsdagen per week).
Voorbeeld A is in dienst van B als oproepkracht. Hij werkt alleen indien bepaalde zieke werknemers
vervangen moeten worden, zodat het arbeidspatroon zeer onregelmatig is. Aan het eind van het jaar worden alle gewerkte uren van A bij elkaar opgeteld en gedeeld door 52 weken. Gemiddeld heeft A drie dagen per week gewerkt. A heeft nu recht op minimaal twaalf vakantiedagen (want vier maal het gemiddelde aantal gewerkte arbeidsdagen per week).
Voorbeeld A is in dienst getreden van B voor 2½ dag per week. Op het moment van berekening van vakantiedagen is A nog maar ¼ jaar in dienst. A heeft nu recht op minimaal viermaal 2½ dag, gedeeld door 4. A heeft dus recht op 2½ vakantiedag. Afhankelijk van de regeling in het bedrijf zal dit getal in de praktijk worden afgerond of kunnen werknemers de vakantiedagen in uren opnemen.
426