Hoofdstuk 4.5 Werkkostenregeling
4.5
Werkkostenregeling Hoofdstuk 4.5 Werkkostenregeling 4.5
Werkkostenregeling
Wet- en regelgeving Wet op de loonbelasting 1964
Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011
Samenvatting
De werkkostenregeling vervangt per 1 januari 2011 het oude systeem van vrije vergoedingen en verstrekkingen. Een werkgever kon tot 31 december 2014 kiezen om de werkkostenregeling al dan niet toe te passen. Per 1 januari 2015 heeft een werkgever geen keuze meer en is toepassing van de werkkostenregeling verplicht. De werkkostenregeling werkt samengevat als volgt: Is de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling loon (passeren van de loonpoort)? Wijst de werkgever de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling aan als eindheffingsbestanddeel of blijft het loon van de werknemer? Valt de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling onder een gerichte vrijstelling of geldt een nihilwaardering? Wordt de vrije ruimte overschreden? Dan is 80% eindheffing verschuldigd door de werkgever. 4.5.1
4.5.1
Inleiding werkkostenregeling
Inleiding werkkostenregeling
De werkkostenregeling is een regeling in de loonbelasting voor de behandeling van vergoedingen en verstrekking die door een werkgever aan de werknemer worden gegeven in het kader van de dienstbetrekking. De werkkostenregeling vervangt per 1 januari 2011 het oude systeem van vrije vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen. Werkgever kunnen via de zogenoemde vrije ruimte vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers geven zonder dat deze belast worden (zie paragraaf 4.5.4). Als het totaalbedrag aan vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen binnen de vrije ruimte blijft, is de werkgever geen eindheffing verschuldigd. Als het totaalbedrag aan vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen daarentegen boven de vrije ruimte uitkomt, dan is de werkgever over deze overschrijding een eindheffing van 80% verschuldigd. Per 1 januari 2023 bedraagt de vrije ruimte 3% over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom en 1,18% over het meerdere. Voordat een vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling ten laste van de vrije ruimte komt, moet de werkgever eerst bepalen of de betreffende vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling wel loon vormt voor de werknemer. In de praktijk spreekt men vaak over het ‘passeren van de loonpoort’. Is geen sprake van loon voor de werknemer, dan heeft dit geen invloed op de werkkostenregeling. Na het passeren van de loonpoort heeft de werkgever de mogelijkheid om de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling aan te wijzen als zogenoemd eindheffingsbestanddeel voor de werkkostenregeling. De werkgever kan per werknemer een keuze maken. Door een dergelijke aanwijzing van een vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling geeft de werkgever aan dat de heffing voor zijn rekening komt. In de praktijk spreekt men dan over eindheffingsloon. Zie het goed dat een werkgever beslist over aanwijzing, en dus niet de werknemer. Een aantal vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen zijn altijd eindheffingsloon. Een aantal andere vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen zijn juist altijd loon van de werknemer en kunnen derhalve niet worden aangewezen door de werkgever (bijvoorbeeld de auto van de zaak). De aanwijzing wordt beperkt door de gebruikelijkheidstoets. Na het passeren van de loonpoort en de aanwijzing als eindheffingsbestanddeel moet de werkgever bepalen of voor de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling een gerichte vrijstelling van toepassing is. Indien, en voor zover sprake is van een dergelijke gerichte vrijstelling, dan gaat de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling niet ten laste van de vrije ruimte. Belangrijkste voorbeeld van een gerichte vrijstelling is de reiskostenvergoeding tot € 0,21 (zie paragraaf 4.5.2.1). Daarnaast zijn er nog de zogenoem393