Deel 4 LOON, VAKANTIE EN VERLOF
4.3
Het minimumloon Hoofdstuk 4.3 Het minimumloon 4.3
Het minimumloon
Wet- en regelgeving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML)
Wettelijke regelingen gelijke behandeling Wet op de loonvorming Wet Uniformering Loonbegrip Artikelen 7:610 en7:617 Burgerlijk Wetboek Beleidsregels bestuurlijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag De regelgeving in de cao die eventueel van toepassing is.
Samenvatting
De hoofdregel is dat de werkgever en de werknemer vrij zijn de hoogte van het loon te bepalen. De enige regel die in acht moet worden genomen is dat het loon redelijk moet zijn. Wat redelijk is, wordt bepaald aan de hand van wat gebruikelijk is in een bedrijf of bedrijfstak en van de arbeidsmarkt. Op deze hoofdregel is een aantal uitzonderingen gemaakt. De belangrijkste uitzondering is te vinden in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (hierna: ‘WML’). Verder zijn voor de hoogte van het loon van belang: een eventueel van toepassing zijnde cao; Wetgeving gelijke behandeling. 4.3.1
4.3.1
Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
De eerste en zeer belangrijke uitzondering op de hoofdregel dat partijen vrij zijn om zelf de hoogte van het loon te bepalen is te vinden in de ‘Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag’ (hierna: WML). Deze wet geeft onder andere minimumbedragen die aan een werknemer moeten worden betaald. Hoofdregel is dat een lager bedrag dan in de wet is vermeld, niet mag worden overeengekomen. De uitzonderingen op deze hoofdregel worden verderop besproken. De WML geeft de werknemer ook een aanspraak op minimumvakantiebijslag (zie hierover paragraaf 4.4.1). Indien de werkgever te weinig betaalt, zijn sancties mogelijk in de vorm van bestuurlijke boetes (naast uiteraard individuele loonvorderingen van werknemers).
Let op
Zie in dit kader ook paragraaf 4.1.1.7 voor de wijziging van de WML per 1 januari 2018. Het minimumloon moet ook worden betaald over overwerk. 4.3.2
4.3.2
Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
Werknemers op wie de WML van toepassing is
Werknemers op wie de WML van toepassing is
Onder de Wet Minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) vallen grote groepen werknemers. De wet is kort gezegd van toepassing op alle werknemers die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verrichten en voor gelijkgestelde dienstverbanden. Onder WML valt in ieder geval iedereen die: werkzaam is op basis van een dienstverband; werkzaam is in Nederland of, indien de werkzaamheden in het buitenland verricht worden, zowel de werknemer als de werkgever woonachtig zijn in Nederland.
Dienstverband
Om aanspraak te kunnen maken op vakantiebijslag moet er onder andere sprake zijn van een dienstverband. Wat wordt onder een dienstverband verstaan? Arbeidsovereenkomst Allereerst valt hier de arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht onder. De arbeidsovereenkomst wordt in artikel 7:610 BW omschreven als: ‘de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten’. In hoofdstuk hoofdstuk 1.2 van deze praktijkgids wordt uitgebreid bij de arbeidsovereenkomst stilgestaan.
Let op
376
In verband met de inwerkingtreding van de Wet Normering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA) per 1 januari 2020 zijn thans ook (bijna) alle ambtenaren werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:610 BW. Zij hebben derhalve ook recht op het wettelijke minimumloon uit de WML en op vakantiebijslag. In veel ambtenaren-cao’s (de voormalige ‘rechtspositieregelingen’) maakt de vakantiebijslag echter onderdeel uit van een zogeheten Individueel Keuzebudget (IKB). In zo’n IKB zijn normaliter ook compo-