Deel 4 LOON, VAKANTIE EN VERLOF
4.2
Loonbeslag en verrekening Hoofdstuk 4.2 Loonbeslag en verrekening 4.2
Loonbeslag en verrekening
Wet- en regelgeving Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, artikelen 475b e.v. Burgerlijk Wetboek, artikel 7:632. Burgerlijk Wetboek, artikelen 6:127 t/m 141. Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, artikel 13
Samenvatting
Loonbeslag en verrekening hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat er op het loon een bepaald bedrag wordt ingehouden ter voldoening van door de werknemer gemaakte schulden of aan de werknemer betaalde voorschotten. Bij loonbeslag gaat het om schulden aan derden; de werkgever kan worden verplicht aan het loonbeslag medewerking te verlenen. Ook kan de werkgever zelf loonbeslag leggen. Beslag is zowel mogelijk op loon als op uitkeringen. Verrekening is een inhouding op het loon van de werknemer in verband met schulden aan de werkgever. De inhoudingen wegens beslag en verrekening kunnen niet op het gehele loonbedrag plaatsvinden. De werknemer moet minimaal in zijn eerste levensbehoeften kunnen voorzien. Beslag kan worden gelegd op het nettoloon of de netto-uitkering, met dien verstande dat, bij beslagen gelegd na 1 januari 2021, 95% van de voor de werknemer of uitkeringsgerechtigde geldende bijstandsnorm van beslag is vrijgesteld (de zogeheten beslagvrije voet). Tot 1 januari 2021 was dit 90%. De Rijksoverheid heeft een online rekenmodule ontwikkeld voor het berekenen van de (nieuwe, sinds 1 januari 2021 geldende) beslagvrije voet: https://bereken.uwbeslagvrijevoet.nl/ Verrekenen met lopend salaris is een makkelijke en aantrekkelijke manier voor werkgevers om vorderingen op werknemers betaald te krijgen. Sinds 1 januari 2016 geldt voor werkgevers bij inhoudingen (bv. huisvesting) of verrekenen (bv. schadevergoeding) dat minimaal het voor de werknemer geldende minimumloon moet worden uitbetaald. Deze grens is ingesteld op grond van de Wet aanpak schijnconstructies. Deze wijziging dient om werknemers te beschermen tegen inhoudingen en/of verrekeningen door (malafide) werkgevers, bijvoorbeeld voor maaltijden of onderdak. 4.2.1
Loonbeslag
4.2.1
Loonbeslag
Loonbeslag is beslag onder de werkgever op het loon dat de werkgever aan de werknemer verschuldigd is. Ook een overeengekomen vergoeding bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst of een door de rechter toegewezen vergoeding bij ontbinding valt onder het loonbeslag. Er kunnen verschillende redenen zijn voor het leggen van loonbeslag.
4.2.1.1
Loonbeslag door de fiscus
De fiscus kan beslag leggen op het loon van de werknemer als hij belastingschulden heeft. Voor de werkgever komen hier nauwelijks formaliteiten aan te pas. De Ontvanger der Rijksbelastingen stuurt de werkgever een mededeling waarin hij betaling van (een deel van) het loon aan hem vordert. De werkgever is dan verplicht het loon van de desbetreffende werknemer aan de Ontvanger over te maken. Omdat er, in tegenstelling tot het loonbeslag door anderen dan de fiscus, nauwelijks formaliteiten aan het leggen van het beslag zijn verbonden, wordt deze manier van loonbeslag wel het vereenvoudigd derdenbeslag genoemd.
4.2.1.2
Loonbeslag door andere schuldeisers
Andere schuldeisers van de werknemer hebben ook de mogelijkheid om beslag te leggen op zijn loon. Wordt het beslag gelegd door anderen dan de fiscus, dan moet aan een aantal formaliteiten worden voldaan.
De werkgever ontvangt een deurwaardersexploot
Voor de werkgever begint het beslag meestal met de ontvangst van een deurwaardersexploot, waarin onder meer staat vermeld: wie de schuldeiser is; op welke gronden deze schuldeiser geld van de werknemer te vorderen heeft; welk bedrag hij van de werknemer te vorderen heeft; de sommatie aan de werkgever om zolang het beslag duurt geen uitbetalingen aan
370