Deel 3 RECHTEN EN PLICHTEN
3.6
Het klachtrecht Hoofdstuk 3.6 Het klachtrecht 3.6
Wet- en regelgeving Samenvatting
Cao of eigen klachtenreglement binnen het bedrijf. In steeds meer (grote) bedrijven wordt erkend dat klachtrecht van werknemers past binnen een moderne bedrijfsvoering. Zowel de werkgever als de werknemer heeft belang bij een goed functionerende klachtenregeling. De werknemer, omdat klachtrecht hem een mogelijkheid biedt zaken naar voren te brengen op terreinen die zich niet lenen voor een gang naar de rechter. De werkgever, omdat een klachtenregeling hem inzicht geeft in knelpunten en onduidelijkheden in het bedrijfsbeleid. Het heeft er lang naar uitgezien dat het klachtrecht voor de werknemer, werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, per 1 januari 1993 een wettelijke basis zou krijgen. Een wijziging van het Burgerlijk Wetboek beoogde het recht van de werknemer om een klacht in te dienen, uitdrukkelijk vast te leggen. Het wetsvoorstel heeft het in de Tweede Kamer niet gehaald, met het argument dat werkgevers en werknemers ook zonder wettelijke regeling in staat zijn een adequate klachtenbehandeling tot stand te brengen. Werkgevers kunnen voor het eigen bedrijf een reglement opstellen waarin de reikwijdte van het klachtrecht en de procedure zijn vastgelegd. In 2000 is middels een initiatiefwetsvoorstel (Kamerstukken 27 274) opnieuw een poging gedaan om te komen tot een wettelijke regeling van een klachtrecht voor de werknemer. Vooralsnog is er geen wettelijke basis. Wel bevatten de meeste cao's een klachtenregeling voor individuele werknemers. 3.6.1
3.6.1
Achtergrond van klachtrecht
Klachtrecht niet wettelijk geregeld
Achtergrond van klachtrecht
Eén van de fundamenten van de arbeidsovereenkomst is dat de werkgever ‘gezag’ ten opzichte van de werknemer kan uitoefenen bij de uitvoering van diens werkzaamheden. De werknemer is in dienst van de werkgever en zal redelijke bevelen moeten opvolgen. In de loop der tijd heeft de gedachte veld gewonnen dat bij de gezagsuitoefening door de werkgever de eerbiediging van de menselijke waardigheid en de persoonlijkheidswaarde van de werkende mens gewaarborgd dient te zijn. De werkgever dient als een goed werkgever met zijn gezag om te gaan. Deze eis van goed werkgeverschap, die in de wet is vastgelegd, begrenst als het ware de gezagsuitoefening. Uit de verplichting van de werkgever zich als een goed werkgever te gedragen vloeit voort dat de werknemer zich moet kunnen beklagen over gedragingen van de werkgever en tevens dat de werkgever behoorlijk op klachten van de werknemer moet reageren. 3.6.2
3.6.2
Het klachtrecht
Klachtrecht niet wettelijk geregeld
Een wettelijke regeling van het klachtrecht ontbreekt. Een wetsvoorstel om het klachtrecht een wettelijke basis te geven is in 1992 niet aanvaard door de Tweede Kamer. In september 2000 is door een aantal Kamerleden een nieuwe poging gewaagd. Zij hebben een initiatiefwetsvoorstel ingediend waarin het klachtrecht wordt geregeld. Of dit klachtrecht het ooit zal halen, is onzeker. De laatste jaren zijn er geen ontwikkelingen in de behandeling van het wetsvoorstel (Kamerstuk 27 274). In dit laatste wetsvoorstel wordt het klachtrecht opgevat als een grondrecht voor werknemers. In het voorstel wordt het volgende geregeld: het recht om een klacht in te dienen; het recht op een gemotiveerd antwoord binnen zes weken; het recht voor de werknemer om zich bij de indiening en behandeling van zijn klacht door een derde te laten bijstaan; de verplichting voor de werkgever om de werknemer die een klacht heeft ingediend niet te benadelen; de verplichting voor de werkgever die een ondernemingsraad in moet stellen om ook een klachtenregeling in te voeren; de eis dat een klacht vertrouwelijk wordt afgehandeld; de klachtenregeling geldt ook voor arbeidsverhoudingen anders dan arbeidsovereenkomsten en voor de uitzendrelatie. Hierna zal een aantal onderwerpen die in het wetsvoorstel aan de orde komen uitvoeriger worden behandeld.
298