Hoofdstuk 2.6 Freelancers en zzp’ers
2.6
Freelancers en zzp’ers Hoofdstuk 2.6 Freelancers en zzp’ers 2.6
Wet- en regelgeving
Samenvatting
Freelancers en zzp’ers
Burgerlijk Wetboek, artikelen 6:2, 248, 258, 265 Burgerlijk Wetboek, artikelen 7:400 t/m 413, 610, 655 en 750 t/m 769 Wet financiering sociale verzekeringen Wet uitbreiding rechtsgevolgen VAR (Stb. 23 december 2004, nr. 720) Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties Beleidsregels beoordeling dienstbetrekking (Stcrt. 2006, nr. 141, pag. 10) De benaming freelancer (vaak ook zzp’er genoemd) is een begrip in het dagelijks spraakgebruik, maar er is geen juridische definitie van. Een freelancer kan worden omschreven als iemand die voor wisselende opdrachtgevers min of meer incidentele arbeid verricht. De freelancer is niet bij een vaste partij werkzaam, maar neemt verschillende opdrachten tegen een vooraf bepaalde beloning aan. Bij diensten gaat het om een overeenkomst van opdracht; bij het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard is het aanneming van werk. Deze overeenkomsten (‘opdracht’ en ‘aanneming van werk’) zijn beide in de wet genoemd, maar hebben in de wet veel minder uitwerking gekregen dan de arbeidsovereenkomst. Zowel de overeenkomst van opdracht als de overeenkomst tot aanneming van werk is een overeenkomst tot het verrichten van arbeid. Echter, anders dan bij de arbeidsovereenkomst wordt het werk in zelfstandigheid uitgevoerd. Soms is die zelfstandigheid slechts schijn en is er sprake van een verkapte arbeidsovereenkomst. De rechter kan aan de hand van de tekst van de overeenkomst en/of de uitvoering daarvan in de praktijk tot de conclusie komen, dat er wel degelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. Hij kan bijvoorbeeld constateren, dat het om dezelfde werkzaamheden gaat, die ook werknemers in de onderneming van de opdrachtgever verrichten, of dat er in het geheel geen sprake is van zelfstandigheid van de freelancer. Ook op het rechtsvermoeden omtrent het bestaan van een arbeidsovereenkomst kan een beroep worden gedaan. In veel gevallen is een freelancer wel verzekerd voor de socialeverzekeringswetgeving, omdat zijn arbeidsverhouding, ook al is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst, toch als een zogenoemde fictieve dienstbetrekking wordt beschouwd. De opdrachtgever is in dat geval premieplichtig voor de werknemersverzekeringen maar ook inhoudingsplichtig voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen. Alleen als de freelancer als zelfstandig ondernemer moet worden beschouwd, is er geen sprake van verzekerings-, premie- én inhoudingsplicht. Om vooraf duidelijkheid te verkrijgen over deze plichten, samenhangend met de soort arbeidsrelatie, kon tot en met 2015 aan de Belastingdienst een zogeheten Verklaring arbeidsrelatie (VAR) worden gevraagd. Deze VAR heeft vanaf 2016 plaats gemaakt voor modelovereenkomsten die de Belastingdienst ter beschikking stelt (Wet DBA). Een freelance-overeenkomst kan voor onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd worden aangegaan. Naast beëindiging met wederzijds goedvinden, ontbinding door de rechter of van rechtswege door de dood van een van partijen, kan het freelancecontract ook eindigen door opzegging door een van de partijen. Deze opzegging is niet, zoals bij opzegging van een arbeidsovereenkomst wel het geval is, aan allerlei dwingendrechtelijke voorschriften gebonden. Wel kunnen partijen aanvullend zelf een opzegregeling afspreken, omdat de regeling van de overeenkomst van opdracht die ruimte biedt. In bepaalde gevallen is voor de beëindiging toestemming van het UWV vereist. De term zelfstandige zonder personeel (zzp’er) is inmiddels ingeburgerd. Er is geen duidelijk onderscheid met de freelancer en de termen worden door elkaar gebruikt. Het werk wordt in beginsel verricht binnen de juridische kaders van ofwel opdracht ofwel aanne211