Deel 2 BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN
2.5
Jeugd- en vakantiewerk Hoofdstuk 2.5 Jeugd- en vakantiewerk 2.5
Jeugd- en vakantiewerk
Wet- en regelgeving Arbeidstijdenwet
Arbeidstijdenbesluit Nadere regeling kinderarbeid De regels van het gewone arbeidsovereenkomstenrecht. De regelgeving in de cao die eventueel van toepassing is (bijvoorbeeld de cao voor Uitzendkrachten).
Samenvatting
Ook werkende jongeren vallen onder het gewone arbeidsrecht. Wel gelden er bij jongeren speciale regels, bijvoorbeeld ten aanzien van de werktijden en het aantal uren dat mag worden gewerkt. De term ‘vakantiewerkers’ is geen juridisch begrip. Hiermee worden bedoeld scholieren, studenten en andere studerenden die in de vakantieperioden van hun onderwijsinstelling of in de periode tussen twee opleidingen in tijdelijk werk verrichten. Kinderen jonger dan 13 jaar mogen sowieso niet in dienst worden genomen. Jongeren tot 16 jaar zijn bovendien leerplichtig; de hoofdregel is aldus dat school voor werk gaat. Jongeren van 13 t/m 15 jaar kunnen in principe in dienst worden genomen voor vakantiewerk, mits zij ingezet worden voor niet-industriële, lichte arbeid. Voor alle werkende jongeren geldt dat het minimum(jeugd)loon, voor zover dat voor een bepaalde leeftijdsgroep is vastgesteld, moet worden betaald, dat alle premies moeten worden ingehouden en dat ook de jonge werknemer vakantiedagen opbouwt. 2.5.1
Leeftijd van de werkende jongere
2.5.1
Leeftijd van de werkende jongere
De jongere moet minimaal 13 jaar oud zijn. Volgens het arbeidsovereenkomstenrecht in het BW kan een minderjarige van 16 jaar en ouder zelfstandig, zonder toestemming van zijn wettelijk vertegenwoordiger, een arbeidsovereenkomst aangaan. Een minderjarige die de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt, heeft in beginsel wel toestemming van zijn wettelijk vertegenwoordiger nodig, maar als de minderjarige vier weken zonder die toestemming heeft gewerkt wordt die toestemming geacht te zijn gegeven. Het BW noemt daarbij geen minimumleeftijd van 13 jaar. De leeftijd van 13 jaar volgt dan ook niet uit het BW maar uit de Arbeidstijdenwet.
2.5.1.1
Arbeidstijdenwet
Voor de werkende jongeren die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, geldt de bescherming van kinderen en jeugdigen uit de Arbeidstijdenwet, verder uitgewerkt in de Nadere regeling kinderarbeid. Deze regelgeving verbiedt in eerste instantie kinderarbeid. Onder kind wordt verstaan een persoon jonger dan 16 jaar. De wet staat enkele uitzonderingen op dit verbod toe, maar stelt daarbij speciale regels, die gelden voor de aard van de te verrichten arbeid en de arbeids- en rusttijden. Bovendien wordt een onderscheid gemaakt tussen werken op schooldagen (dus niet vallend onder de definitie van vakantiewerk) en werken op dagen, dat zij niet naar school gaan en in vakantieperioden. Hoofdregel is, dat school voorgaat. In de eerste plaats moet het bij deze categorie jonge werknemers gaan om lichte, nietindustriële arbeid. Daarbij kan gedacht worden aan arbeid in winkels, kantoren, horeca, landbouw, maneges of campings. Daarnaast mag de arbeid de zogeheten ‘klusjes rond het huis en in de buurt’ betreffen, zoals auto's wassen en oppassen. Vakantiewerkers mogen dus niet zomaar voor alle soorten werk worden ingezet, en het werk mag lichamelijk zeker niet te zwaar zijn. Wat betreft de arbeids- en rusttijden en de aard van het werk gelden globaal genomen de volgende regels voor het werken tijdens vakantieweken: a. Kinderen van 13 of 14 jaar mogen op niet meer dan 5 dagen achter elkaar arbeid verrichten. Zij mogen niet op zondag werken. Er geldt een maximum van 7 uur per dag en 35 uur per week. Na 4,5 uur geldt een rustpauze van een half uur. De werktijden moeten zijn tussen 07.00 uur en 19.00 uur. Tussen 2 werkdagen is een rusttijd van minstens 14 uur verplicht. Een kind van 13 of 14 jaar mag gedurende ten hoogste 4 vakantieweken per jaar arbeid verrichten, waarvan ten hoogste 3 vakantieweken aan-
208