Hoofdstuk 2.1 In- en uitlenen van arbeidskrachten
2.1
In- en uitlenen van arbeidskrachten Hoofdstuk 2.1 In- en uitlenen van arbeidskrachten 2.1
Wet- en regelgeving
Samenvatting
In- en uitlenen van arbeidskrachten
Burgerlijk Wetboek, artikelen 7:690 en 691, 7:610a en 610b, 7:616a e.v., 7:628 Burgerlijk Wetboek, artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek, artikel 7:400 e.v. Burgerlijk Wetboek, artikel 7:687, 688 en 689 Burgerlijk Wetboek, artikel 7:428-445 Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs Wet financiering sociale verzekering Eventueel van toepassing zijnde de cao voor de uitzendkrachten. Cao voor medewerkers van payrollbedrijven. Het uitlenen van arbeidskrachten is het ter beschikking stellen van werknemers aan derden. Het uitlenen kan bedrijfsmatig gebeuren (door uitzendbureaus) en collegiaal (tussen bedrijven onderling). Er zijn veel bedrijven die gebruik maken van de mogelijkheid tijdelijk arbeidskrachten in te lenen. Inlener is degene die de arbeidskracht inhuurt; uitlener degene die de arbeidskracht uitleent. Tussen de inlener en de arbeidskracht bestaat geen arbeidsovereenkomst, tussen de uitlener en de arbeidskracht wel. Er is sprake van een uitzendovereenkomst als een werkgever bedrijfsmatig zijn werknemers uitleent, waarbij de inlener toezicht en leiding uitoefent over de werknemers en de werkzaamheden. De uitzendovereenkomst is expliciet geregeld in de arbeidsrechtelijke bepalingen van het Burgerlijk Wetboek. Daarbij is een duidelijke afbakening is aangebracht tussen de ‘zuivere’ uitzendovereenkomst zoals die sinds 1999 in de wet staat en de payrollovereenkomst (paragraaf 2.8.1.1) die als variant sinds 2020 wettelijk is geregeld. De bijzondere ‘flex’bepalingen zoals die op de zuivere uitzendovereenkomst van toepassing zijn, gelden niet voor de payrollovereenkomst. Voor de positie van de uitzendkracht zijn niet alleen de wettelijke bepalingen van belang, maar zeker ook de van toepassing zijnde cao, nu de wet op sommige punten afwijking bij cao toestaat. De cao-partijen in de uitzendbranche hebben hier ruim gebruik van gemaakt. Zo wordt in de ABU-cao (ABU: Algemene Bond Uitzendondernemingen) het ketenen periodensysteem pas van toepassing na 78 weken en wordt een fasensysteem gehanteerd, waarbij de rechtspositie sterker wordt naarmate de relatie tussen uitzendkracht en uitzendbureau langer duurt. De Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI) bevat nadere regels voor zowel arbeidsbemiddeling als voor terbeschikkingstelling van arbeidskrachten. Op grond van de Wet aanpak schijnconstructies, die gefaseerd in werking is getreden per 1 juli 2015 en vanaf 1 januari 2016 geheel van kracht is, is de rechtspositie van de uitzendkracht verstevigd. Met deze wet is een ketenaansprakelijkheid geïntroduceerd waardoor het voor uitzendkrachten (onder bepaalde voorwaarden) mogelijk wordt de inlener of een hoger gelegen opdrachtgever aan te spreken tot (onder andere) betaling van loon. 2.1.1
2.1.1
Mogelijkheden voor het in- en uitlenen van arbeidskrachten
Mogelijkheden voor het in- en uitlenen van arbeidskrachten
Het in- en uitlenen van arbeidskrachten kan op een aantal manieren gebeuren: Men kan gebruikmaken van een commercieel uitzendbureau dat (tegen betaling) arbeidskrachten ter beschikking stelt. Men kan collegiaal in- en uitlenen, dat wil zeggen (tijdelijk) arbeidskrachten inschakelen die bij een ander bedrijf in dienst zijn, of (omgekeerd) arbeidskrachten ter beschikking stellen aan een derde. Men kan vanuit een arbeidspool werknemers ter beschikking stellen. Men kan gebruik maken van zogeheten payrollbedrijven (zie verder paragraaf 2.8.1). 155