GOEDE VRIJDAG LEZING
BEATRICE DE GRAAF

VERRASSEND LICHT OP DE MATTHÄUS
Al meer dan honderd jaar zet de Nederlandse
Bachvereniging zich met hart en ziel in om Bachs muziek met de wereld te delen. Door alle generaties heen vinden mensen bij Bach inspiratie, ontroering, schoonheid, troost en bezinning. Wij gunnen iedereen zo’n rustpunt in een hectische wereld. Daarom is Bach voor iedereen onze missie.
Van alles wat we doen om onze missie uit te dragen, is de uitvoering van de Matthäus-Passion in de Grote Kerk Naarden op Goede Vrijdag onbetwist de meest dierbare traditie. Sinds enkele jaren heeft de Bachvereniging hier een nieuwe traditie aan toegevoegd: in de pauze van onze Matthäus-Passion spreekt een prominent persoon, exclusief voor de genodigden van de Bachvereniging, live de Goede Vrijdag-lezing uit. In deze lezing werpt de spreker vanuit het eigen vakgebied een verrassend licht op de Matthäus-Passion, door het verhaal en/of de muziek te verbinden aan een universeel of actueel thema. Met deze maatschappelijke invalshoek illustreren we de relevantie van het stuk, plaatsen we Bach in de huidige tijd en leggen we verbindingen met andere expertises.

We zijn bijzonder verheugd dat we dit jaar historicus en onderzoeker op het gebied van veiligheid, crisis en terrorisme Beatrice de Graaf bereid gevonden hebben voor deze vijfde editie van de Goede Vrijdag-lezing. Zij beschouwt de Matthäus-Passion vanuit haar wetenschappelijke expertise op het gebied van de geschiedenis van crises in de context van hedendaagse dreigingen. In deze uitgave leest u haar gesproken tekst integraal terug.
Janneke Slokkers directeur-bestuurder Nederlandse Bachvereniging
POLY CRISIS EN POLY FONIE BIJ BACH
door Beatrice de Graaf
Vandaag beluisteren we Bach. De componist die altijd harmonieus eindigde en wiens polyfonie (meerstemmigheid) altijd weer terugkomt bij de grondtoon. Maar dat lijkt niet altijd vanzelfsprekend.
De modulaties duren soms schijnbaar eindeloos. De spanning bouwt met dramatische crescendo’s en diminuendo’s voortdurend op. Ook vandaag horen we hoe door de aria’s heen diverse onafhankelijke, gelijkwaardige melodielijnen tegelijkertijd klinken, en onze onrust met dissonanten aanwakkeren.
De spanning en de polyfonie bij Bach vallen samen met de polycrisis en de onrust van onze tijd. We leven in een tijdperk van zogeheten ‘transboundary crises’, zoals dat in mijn vakgebied heet: crises, die allerlei soorten en vormen van grenzen overschrijden, en die elkaar versterken. De oorlog in Oekraïne is overgegaan in een energiecrisis, die ook al was aangewakkerd door de pandemie. De oorlog in Iran drijft de olieprijzen nog verder op. De stikstofcrisis in ons land houdt de woningmarkt op slot, en de asielcrisis zet het vraagstuk van beschikbare woningen nog verder onder druk. Ook al zijn het soms helemaal geen technische crises, veroorzaakt door echte onzekerheid en overmacht, maar zijn het simpelweg voorbeelden van uitgesteld beleid en falende politiek - toch komen al die crises bij ons binnen als een grote kluwen van ellende. Meer dan tachtig procent van de Nederlandse bevolking is van mening dat we inderdaad met meer dan zes grote crises te maken hebben. En dan heb ik het nog niet gehad over de meest ingrijpende, historische crises: de ‘creeping crises’ van de klimaatopwarming, het verlies van biodiversiteit en de uitputting van de aarde.
Die crises zijn bovendien niet alleen te wijten aan onze toenemende nationale neiging om doorlopend te ‘doomscrollen’. Ook al zet je je telefoon uit en draai je al je schermen op zwart, conflict en oorlog woeden om ons heen. Ze komen dichterbij en bedreigen ons, niet alleen in de verbeelding, in de media, maar in de praktijk. Wereldwijd is het aantal mensen dat binnen 50 km van een oorlogsgebied woont, verdubbeld. Ook wij zijn in oorlog: we leveren wapens en Patriots aan Oekraïne. Het eerste Nederlandse marineschip is richting de oostelijke Middellandse Zee gestuurd om mee te helpen met het beschermen van landen in de regio tegen Iraanse aanvallen. We worden gewaarschuwd om geen appjes te openen, omdat we doelwit van een Russische cybercampagne zijn. Het is niets vergeleken met plaatsen waar de raketten echt neerslaan. Maar de onrust en de angst houdt ook ons in de greep. Jongeren kampen met depressie, ouderen met zorgen om hun kinderen en kleinkinderen. *
Daarom is het goed stil te staan bij onze beleving van crisis. Hoe gaan we met die hedendaagse polycrisis om? Om dat uit te leggen introduceer ik het begrip crisiskloof.
Eerst de definitie van crisis. Onder crisis verstaan wij een gebeurtenis die diep ingrijpt in de samenleving, waarbij er vitale belangen worden geschaad. En waarbij bestuurders van mening zijn dat het systeem het nauwelijks aankan, terwijl ze in onzekerheid en tijdsdruk verkeren bij het nemen van maatregelen. Een crisis is dus iets anders dan een ramp. Een ramp kun je nog managen, daar weten de bevoegde instanties wat hen te doen staat. Maar bij crises overheerst onzekerheid, het niet-weten, en het niet kunnen overzien van de gevolgen en van twijfel over wat de juiste aanpak is.
Dat betekent dus ook dat het bij een crisis niet alleen om de ‘hardware’ gaat: geld, infrastructuur, vaccins en troepen ter plaatse. Het gaat altijd ook om de perceptie van die crises en de reactie van mensen erop. Het gaat om vitale belangen die acuut worden bedreigd - en die ook als vitaal en bedreigd worden beschouwd door de mensen die het raakt. Dat raakt dus óók aan onze verwachting, verbeelding, angst, vertrouwen, en aan onze ‘mindset’, de instelling waarmee je een crisis benadert. En dat brengt me bij de crisiskloof. Dat is dan het verschil tussen het feitelijke management
van de crisis door bestuurders en het gevoel van crisis onder de bevolking.
Die crisiskloof is heel eenvoudig in kaart te brengen. Ik schreef net dat meer dan tachtig procent van de bevolking van mening is dat we met meer dan zes grote crises te maken hebben. En dat grote delen van de bevolking daarvoor bang zijn, en aangeven door depressieve gevoelens geteisterd te worden. Maar wanneer je ze dan vraagt ‘had u liever vroeger willen leven?’, dan is het antwoord toch verrassend eenduidig. Eveneens meer dan tachtig procent van de mensen wil dan toch liever niet terug naar het verleden. (Als ik dit wel eens vraag, geeft een enkeling hoogstens aan wel terug te verlangen naar de jaren negentig. Maar dat zijn dan de veertigers en vijftigers onder ons, die nog weten hoe onbezorgd dat decennium was.) Maar het merendeel van de mensen weet heel goed dat crises in het verleden veel minder goed werden bestreden. Dat er grote krakersrellen en echte woningnood heerste in de jaren zeventig en tachtig. En, verder terug, dat er bezetting was en oorlog. Of dat een kleine eeuw of langer geleden griep, longontsteking, of zwangerschap heel gemakkelijk
tot de dood konden leiden. Of nog praktischer: dat niemand je kwam helpen. Nog na de grote watersnoodramp van 1953 kreeg niemand compensatie of hulp van de overheid. Vergelijk dat eens met de 83 miljard die er tijdens de coronacrisis van 2020-2021 aan steunmaatregelen werd uitgegeven. Kortom, crises worden anno nu prima gemanaged. De financiële crisis van 2008, de migratiecrisis van 2015, de coronacrisis van 2020-2021: er zijn genoeg mensen die echt hebben geleden, en nog steeds schade ondervinden. Maar de samenleving draait weer als vanouds. En niemand wil dus ook eigenlijk echt terug naar het verleden. Maar toch. De onvrede, de angst en onzekerheid zijn er niet minder door. Dat is dus die crisiskloof: de ruimte die er bestaat tussen het feitelijke management enerzijds (waarvan we best wel weten dat het enigszins functioneert) en het gevoel van malaise en frustratie dat desondanks blijft bestaan. *
En dat brengt me bij de stelling vandaag: dat we anno 2026 te maken hebben met een maatschappelijke mindset van onzekerheid, kwetsbaarheid en ook van boze angst en onrust die
die crisiskloof open en daarmee pijnlijk houdt. En dat dat meer het geval is dan in eerdere tijden. ‘Weerbaarheid’, is tegenwoordig een trending topic. Maar hoe weerbaar zijn we eigenlijk mentaal? Moeten we niet toch eens terug, dat verleden in, om te bezien hoe mensen vroeger met al die polycrises omgingen? Want dat de crises vroeger mensen veel harder en heftiger raakten, en gewoon simpelweg tot meer armoede en hogere sterfte leidden, dat staat vast. Om die tijdreis te maken, en daar ook bezieling en bezinning aan te ontlenen, volstaat het om Bach te beluisteren. Want als er iets is dat Bach ons voorschotelt, is dat een antwoord op de vraag naar een weerbare mindset in crisestijd.
*
Bach bevond zich immers zelf te midden van crisis en conflict. Hij werd geboren in 1685, veertig jaar nadat de Dertigjarige Oorlog (in ons land de Tachtigjarige Oorlog) de toenmalige Europese wereld tot op de rand van de afgrond had gebracht. Pestuitbraken hadden tot een immense bevolkingsafname geleid. Bachs moeder stierf toen de kleine Johann Sebastian nog maar negen jaar oud was. Daarna kwam hij in een woon-, werk- en bestaanscrisis terecht. Hij moest
stad en land afreizen om met zijn compositie- en speelkunst voor zichzelf en zijn jonge gezin geld te verdienen. Toen hij terug kwam van een reis, in 1720, was zijn jonge vrouw gestorven, en moest hij alleen voor vijf kinderen zorgen. Hij had voortdurend ruzie met opdrachtgevers en werd daarom zelfs eens een maand in de gevangenis gezet. Hij hertrouwde, kreeg nog eens twaalf kinderen, waarvan opnieuw de helft overleed. Hij kreeg na zijn zestigste last van ernstige staar en toenemende blindheid. En dat, terwijl om hem heen het tijdsgewricht opnieuw duister werd. De Zevenjarige Oorlog stond op het punt uit te breken, Frederik de Grote was op oorlogspad. Opnieuw zouden steden worden verwoest en zouden er familieleden van Bach sterven. Bach maakte dat net niet meer mee. Hij overleed in 1750 aan een hartaanval.
Kortom, crisis? Bach wist waarover hij het had. Maar hij wist er ook wóórden en melodieën aan te geven. ‘Sense en meaning making’ noemen we dat tegenwoordig, oftewel zin- en betekenisgeving. Bach leefde en werkte in een tijd waarin Leipzig en de rest van Duitsland regelmatig werden getroffen door oorlogsdreiging, economische onzekerheid en

religieuze spanningen. De MatthäusPassion, voor het eerst uitgevoerd in 1727, bood de luisteraars een manier om hun crisisgevoel, angst en lijden aan de tijd te spiegelen aan het lijden van Christus.
Neem bijvoorbeeld het recitatief nr. 19:
“O Schmerz! Hier zittert das gequälte Herz; wie sinkt es hin, wie bleicht sein Angesicht! Was ist die Ursach aller solcher Plagen?”
We moeten deze tekst en de bijbehorende hartverscheurende muziek uiteraard in de eerste plaats opvatten als een uiting van innerlijke bewogenheid en vroomheid. Maar Bach was ook een kind van zijn tijd, en iemand die zijn muziek ook wilde laten resoneren met zijn publiek. Zijn aria’s zijn geen directe Bijbeltekst. De auteur van de tekst - Christian Friedrich Henrici, alias Picander - schreef ze als vrije poëzie speciaal voor de Matthäus-Passion, met het doel om extra reflectie en emotie aan het lijdensverhaal toe te voegen, en zo dicht mogelijk bij de beleving van de toehoorders te komen. Het koor, dat zijn niet slechts de discipelen, maar alle mensen, die vragen naar de collectieve pijn van de ‘plagen’. Dat resoneerde direct met de ellende en de onzekerheid van
mensen in de achttiende eeuw, en dat was ook Bachs bedoeling. Tegelijkertijd zit er bij alle spanning en pijn van de kruisdood van Christus ook een enorm aanbod aan troost. De solisten zingen over genade en erbarmen. Ze erkennen dat de dood voortdurend in het midden van de samenleving is. En dat die emoties van verdriet, van twijfel en schuld ook ruimte moeten krijgen. Het luisteren naar die stemmen biedt immers loutering, omdat mensen zich begrepen voelen in de eigen pijn. Het luisteren naar de Matthäus-Passion levert wellicht ook medelijden en empathie op met iemand die zijn lijden aanvaardt. Het laat zien dat mensen niet alleen hoeven te zijn in tijden van eenzaamheid en dood. Dat lijden niet zinloos is, maar voortkomt uit diepe liefde. In de koralen (zoals ‘Herzliebster Jesu’) worden rustmomenten en reflecties aangereikt. Daar zoekt een gemeenschap houvast en troost bij elkaar, en vindt verbondenheid in het samen rouwen en treuren om de nood van de tijd.
Niet alleen Picander, ook Paul Gerhardt leverde liedteksten aan voor Bach. Neem nr. 44: “Befiehl du deine Wege und was dein Herze kränkt der allertreusten Pflege des, der den Himmel lenkt.” Die
oproep tot vertrouwen, tot hoop en houvast in tijden van nood, is een terugkerend motief in de liederen van Gerhardt, en in de koralen van Bach. ‘Gib dich zufrieden’, dichtte Gerhard bijvoorbeeld ook al ten tijde van de Dertigjarige Oorlog. Bach zette die tekst op muziek, en maakte er een cantate van. Hij nam allerlei vormen van compositie over van zijn grote voorbeelden Buxtehude, Pachelbel en Kuhnau. Dit soort koraalvariaties rondom één thema horen we ook in de Matthäus terug.
Waarom licht ik dit zo uitvoerig toe? Omdat in deze tekst en in de bijbehorende muziek een motief ligt, dat we kunnen gebruiken om ons met Bach op crisis te bezinnen. Het is een motief dat Bach in polyfone tonen laat klinken, dat scherp, schril, droevig klinkt. Maar dat altijd streeft naar de perfecte harmonie. In deze koralen, cantates en aria’s liggen dood en leven naast elkaar. Het één gaat in het ander over. Tegelijkertijd is het geen yin en yang. Bach had niets op met een houding van fatalisme, van leven en laten leven. Bachs muziek is een muziek van lijden en van oorlog - om de ziel. En dat lijden en die oorlog, die zijn niet ‘goed’. Het hóórt zo niet te zijn. De mens moet worden verlost, van zijn eigen tekort en zonde, van die van de wereld.
De dissonant is een dissonant. Bach streefde in zijn muziek naar vrede. Er is duidelijk verschil tussen dissonante akkoorden enerzijds en de bevrijding en ontlading van het harmonieuze akkoord anderzijds. Het leven klinkt gewoon beter. De dood is er, maar valt ten prooi aan schrilheid en aan spot.
Dat brengt me bij de betekenisgeving en de crisiskloof. Bij crisis gaat het niet alleen om objectieve, materiële weerbaarheid. Het gaat niet alleen, of zelfs niet in de eerste plaats om marineschepen of ‘boots on the ground’. Of om het wat praktischer te houden, om de vraag of u uw crisiskoffertje wel hebt aangeschaft en voor 72 uur flessen water heeft geregeld. Crisis heeft ook altijd een subjectieve dimensie. Denk aan de vermeende gevoelde asielcrisis. Of om de crisis van onze mentaliteit, onze angst- en depressiegevoelens. Bach kan daar helemaal over meepraten. Want Bachs visie op leven en dood, op het lijden van het leven zelf, wordt gekarakteriseerd door de lutherse opvatting over wat veiligheid is. Daar wil ik graag nog even bij stilstaan. Want alleen zo kunnen we begrijpen hoe Bach omging met crisis, hoe hij ernaar keek, en wat wij daar mogelijk aan inspiratie, of in ieder geval aan verwondering uit kunnen halen.

Wat was dat dan voor crisis- en veiligheidsbesef? De vroegmoderne mens uit de tijd van Bach kende volop crises, maar men noemde het anders. Er waren twee woorden die werden gebruikt om de omgang van mensen met situaties van grote angst en dreiging aan te duiden: securitas en certitudo. In beide gevallen ging het om beveiliging van de mens tegen dreiging en dood, maar die beveiliging kende twee dimensies - en die tweede dimensie zijn wij kwijtgeraakt. Bij securitas ging het om de bescherming van ons aardse leven met materiële middelen: om wapens, betere voorraadschuren, meer krijgslieden en dikkere muren. Eigenlijk gewoon ons begrip van veiligheid.
alles, het goede en het kwade, kwam immers uit de hand van God. Crisis en onveiligheid hadden een materiële en een immateriële dimensie. Het ging om het lichaam, en om de ziel. Dat betekende niet dat een crisis per se een straf hoefde te zijn. Nood en ellende trof onschuldigen aan de lopende band, dat wisten de middeleeuwer en de vroegmoderne mens heus wel. Nee, zo rigide was men niet dat alles subiet als een straf van God werd beschouwd. Maar wel werd een crisis altijd als een beproeving gezien. Het ging er niet alleen om of je een crisis overleefde (en die kans was maar klein), maar vooral hoe je hem beleefde. Hoe je in zo’n crisissituatie staande hield coram Deo, voor het aangezicht van God.
Maar bij certitudo ging het om iets diepers: om bescherming en beveiliging van de ziel, dat stukje eeuwigheid in eenieder van ons. Iets wat nog in de achttiende eeuw volop bij het crisisbesef en veiligheidsbeleid hoorde, maar nu volledig is weg gerationaliseerd. In de annalen uit de tijd van Bach vinden we die termen terug. Want crisis en dreiging was niet iets dat een mens zomaar overkwam, door toedoen van andere mensen. Een crisis stond altijd ook in het teken van de Voorzienigheid,
Een crisis was een test. Wie was jij in crisistijd? Hoe hield je niet alleen je lichaam, maar vooral ook je ziel weerbaar? Voor God, maar vooral: voor je naaste? In tijden van oorlog, droogte en pandemieën werden processies georganiseerd, werd de mensen opgeroepen om rituelen van boetedoening na te volgen en extra aalmoezen te geven, om op die manier God gunstig te stemmen en mogelijk onrecht recht te zetten. Die houding was goed te begrijpen. Er was nog geen nationaal
veiligheidsbeleid, er waren geen centrale crisismanagers. Burgers waren aangewezen op zichzelf, op de eigen kleine gemeenschappen, op hun gilde, op de andere terpbewoners. Maar die houding had dus ook een spirituele dimensie: het ging erom of je in crisistijd recht deed aan elkaar, aan de ander. (Dat was immers het enige juiste antwoord van de lijdende mens op het lijden en sterven van Christus.) Het ging niet om het individu, maar om de gehele gemeenschap in de ogen van die alwetende, almachtige God. Als je dat deed, dan was misschien niet je lichaam en je have, maar wel je ziel veilig gesteld in de hemel. Dan had je recht gedaan, en dan zou je in het jongste gericht niet te licht, maar zwaar genoeg bevonden worden. *
Vandaag de dag hebben we noodplannen, veiligheidsregio’s, Eurobonds en internationale troepenmachten. Maar voelen we ons daardoor veiliger? Enerzijds wel. Maar anderzijds zijn veel mensen ook boos, gefrustreerd en verongelijkt. ‘Gib dich zufrieden’, dat wordt niet snel meer gezongen. Laat staan ‘Befiehl du deine Wege’. Mensen accepteren het noodlot niet. Er moeten zondebokken gevonden worden. Regeringsleiders moeten
worden gekruisigd. De daders op het pluche moeten worden bestraft. Maar tot echte genade, verlossing en blijvende dankbaarheid en harmonie zal dat niet leiden. Het drama van de crisis wordt er alleen maar groter door. Populistische partijen lossen niets op, verlossen al helemaal niet, maar wakkeren het vuur van de onvrede alleen maar verder aan.
De aanklagers blijven schreeuwend aan de zijkant staan, maar komen de verdrinkenden niet te hulp. De dissonante klanken klinken steeds schriller, maar de wanklanken lossen niet op in harmonie.
Laten we daarom terugkeren naar Bachs polyfonie. Wat de vroegmoderne mens wel goed wist, en wat we ten onrechte hebben verleerd is, dat crisis niet een trigger is om naar de ander te wijzen. Want door de ander te straffen, word je zelf niet gered. Crisis is niet alleen een beproeving voor je lichaam en voor onze aardse have en goed. Het is ook een test voor onze ziel, en voor de geest van onze gemeenschap. In crisistijd gaat het erom dat je laat zien wie je bent. Of je blijft hangen in dissonanten, of dat je je voegt in de polyfone stemmen die streven naar duurzame harmonie. Het slotkoor van de Matthäus geeft het antwoord op de vraag naar

hoe onze crisiskloof gedicht kan worden. Een antwoord waar we anno 2026 in onze hedendaagse polycrisis nog steeds baat bij hebben. Want die geestelijke weerbaarheid die kan beter. Hoe dan? Niet met euforie, wraakzucht, alarmisme, of wapengekletter. Het koor zingt: ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’. Dat is geen berusting, maar een alomvattend en gemeenschappelijk bezingen van medelijden, en van een hoopvolle vrede (“Ruhe sanfte, sanfte Ruh”), dwars door het lijden van deze tijd heen.
Beatrice de Graaf Naarden, 3 april 2026
Beatrice de Graaf (Putten, 1976) is een vooraanstaande Nederlandse historicus en terrorisme-expert.
Ze studeerde geschiedenis en Duits aan de Universiteit Utrecht en de Universiteit van Bonn. In 2004 promoveerde ze cum laude aan de Universiteit Leiden op een proefschrift over de DDR, de vredesbeweging en Nederlandse kerken, bekroond met de Max van der Stoel Mensenrechtenprijs. Ze werkte als onderzoeker bij het NIOD en was medeoprichter van het Centre for Terrorism and Counterterrorism (CTC) aan de Universiteit Leiden.
Sinds 2014 is Beatrice de Graaf hoogleraar Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht, sinds 2019 faculteitshoogleraar en sinds 2025 directeur van het Utrecht Data, AI and Public Policy Lab (Adapt!). Haar onderzoek richt zich op de geschiedenis van veiligheid, terrorisme en crises vanaf de negentiende eeuw, met nadruk op historische lessen voor hedendaagse dreigingen. Beatrice de Graaf is een veelgevraagde spreker in de media, en in internationale en nationale discussies over terrorisme en veiligheid, binnen de academische wereld en in beleid, bestuur en samenleving. Ze is wetenschapscolumnist voor NRC Handelsblad, Trouw en het Historisch Nieuwsblad, en is lid van het core-editorteam van Terrorism and Political Violence en Journal of Modern European History.

BACH VOOR ALTIJD
Help mee om Bachs erfenis te laten voortbestaan.
Neem de Bachvereniging op in uw testament. Zo ontfermt u zich over toekomstige generaties en maakt u de prachtige en tijdloze muziek van Bach ook voor hen toegankelijk. Uw nalatenschap zorgt ervoor dat wij Bachs muziek levend kunnen houden en op het allerhoogste niveau kunnen blijven uitvoeren.
Ga voor meer informatie naar bachvereniging.nl/nalaten