

groeninge flash special - maart 2026

![]()


groeninge flash special - maart 2026

Beste lezers
Met veel plezier stellen wij u deze nieuwe editie van onze orthopedische nieuwsbrief voor. Opnieuw bundelen we hierin klinische vernieuwing, multidisciplinaire samenwerking, onderwijs en wetenschap - pijlers die onze dienst blijven definiëren.
In deze nieuwsbrief introduceren we ons nieuwste staflid, handchirurg Alex Vermeiren. Alex volgde eerder reeds een fellowship binnen onze dienst en liet zich toen al kennen als een bijzonder gedreven en aangename collega. Zijn komst versterkt niet alleen ons team, maar ook onze expertise en toekomstgerichte werking, met onder meer de erkenning als SOS Main en Europees hand- en reïmplantatiecentrum.
Daarnaast besteden we aandacht aan een actuele en boeiende ontwikkeling binnen de handchirurgie: de duimprothese. Deze ingreep wint aan belang in de behandeling van rhizarthrose en illustreert hoe innovatie en functionele revalidatie steeds nauwer met elkaar verweven raken.
Multidisciplinaire samenwerking blijft essentieel voor kwalitatieve zorg. Daarom zijn we verheugd over een gastbijdrage van collega dokter Matthias Lapere van de dienst anesthesie, met een focus op plexusverdoving en polsblock bij orthopedische ingrepen.
Ook op de raadpleging blijven we inzetten op begeleiding en empowerment van onze patiënten. In dat kader stellen we graag onze orthocoaches voor, die een waardevolle ondersteuning bieden vóór en na de ingreep.
Op de afdeling zetten we eveneens een stap vooruit met de komst van onze zaalarts, Miel Theunis.
Verder geven we een overzicht van onze recente wetenschappelijke activiteiten, waarin klinische praktijk, onderzoek en onderwijs elkaar blijven versterken.
Tot slot blikken we vooruit met Ortho Academy, ons platform voor opleiding, kennisdeling en continue professionele ontwikkeling.
We hopen dat deze nieuwsbrief u inspireert en een helder beeld geeft van de dynamiek binnen onze dienst.
Veel leesplezier.
Met collegiale groet,
Frederick Michels Diensthoofd Orthopedie

PG 1
Voorwoord
PG 2
Handteam breidt uit, welkom dr. Vermeiren!
PG 4
Opkomst van de duimbasisprothese. Evolutie van het ontwerp tot op heden
PG 6
Locoregionale anesthesie bij handchirurgie
PG 8
Orthocoaches maken het verschil bij handconsultaties
PG 10
Wetenschappelijke activiteit
PG 12
Ortho academy


We stellen u graag voor aan dr. Alex Vermeiren, sinds 1 december 2025 een waardevolle nieuwe aanwinst binnen ons handchirurgenteam. In dit interview vertelt Alex over zijn achtergrond, wat hem inspireert in handchirurgie en wat hij hoopt te betekenen voor onze patiënten.
DR. ALEX VERMEIREN HANDCHIRURG
Wat heeft u gemotiveerd om u te specialiseren in de handchirurgie, zowel op vlak van electieve ingrepen als acute traumazorg?
Ik was al snel tijdens de opleiding tot orthopedist gefascineerd door de handchirurgie . Met name vooral door de veelzijdigheid aan pathologieën en ingrepen. Als handchirurg kan je als één van de weinige chirurgische disciplines ingrepen uitvoeren aan zowel het musculoskeletaal stelsel alsook aan de zenuwen en bloedvaten.
Die vroege fascinatie kreeg ongetwijfeld verder vorm tijdens uw opleiding. Kunt u iets vertellen over uw opleidingstraject en de ervaringen die u hebben gevormd tot specialist in hand- en polschirurgie?
Mijn eerste kennismaking met de handchirurgie was bij dr. Marc Mombert in het AZ Turnhout in de Antwerpse Kempen, waar ik de eerste twee jaar van mijn opleiding genoten heb. Collega Mombert had een bloeiende praktijk opgebouwd en zo werd ik al vroeg aan een breed scala van boeiende ingrepen blootgesteld. Toevallig is hij ook fellow handchirurgie geweest te az groeninge en toen dacht ik al dat het een interessante plek moest zijn om later naartoe te trekken. Zo geschiedde, in 2022 ben ik zes maanden fellow handchirurg geweest te Kortrijk. Nadien startte ik als handchirurg te VITAZ (Sint-Niklaas), waar ik onder de hoede en begeleiding van dr. Benoit Zachée mij verder ontwikkeld heb tot de chirurg die ik vandaag ben. Na enkele jaren in het Waasland kwam de opportuniteit om terug te keren naar Kortrijk en besliste ik samen met mijn echtgenote om ons gezin finaal in West-Vlaanderen te vestigen, waarvan zij ook van afkomstig is.
Vandaag bestrijkt uw werkterrein zowel electieve als acute zorg. Electieve handchirurgie omvat een breed spectrum aan aandoeningen, van carpaletunnelsyndroom tot artrose en peespathologie. Op welke electieve ingrepen richt u zich vooral, en waarom?
Ik behandel quasi het hele scala aan pathologieën binnen de handchirurgie. Met een focus op artrose van pols en duimbasis, perifere zenuwchirurgie, trauma en polsarthroscopie. Ten eerste omdat ik mijn interesse en kunde nog graag breed houd en ten tweede omdat ik een persoonlijke interesse en voorkeur heb voor alle types van ingrepen waarbij specifieke ontwikkelingen in materiaal en technologie een grote rol spelen, zoals bij de duimbasisprothese of polsarthroscopie. Daarnaast behandel ik ook courante pathologie en trauma van het ellebooggewricht.
Die technologische evoluties brengen ons meteen bij innovatie. Binnen de handchirurgie evolueren de technieken razendsnel. Zijn er specifieke innovaties of operatietechnieken waarin u zich de laatste jaren heeft verdiept?
Zeker! De duimbasisprothese heeft, qua innovatie, het laatste decennium een enorme sprong gemaakt, naar analogie met de moderne heupprothese, en ook de resultaten gaan in dezelfde richting. België is hierin een ‘early adopter’ en dit begint nu ook zijn vruchten af te werpen. Waarbij een hele generatie van jonge handchirurgen reeds vertrouwd is met een succesvol concept voor de behandeling van duimbasisartrose. Wat in grote delen van de wereld nog lang niet ingeburgerd is. Ook de polsarthroscopie is een boeiende en uitgebreide subdiscipline geworden. Waarbij de grenzen steeds verlegd
worden en ingrepen die vroeger een uitgebreide open toegang tot het polsgewricht vereisten met dito littekenvorming en vaak verstijving, nu steeds meer met een kijkoperatie behandeld kunnen worden wat resulteert in een kortere revalidatie.
Naast deze electieve innovaties speelt u ook een sleutelrol in de acute zorg. U speelt een belangrijke rol binnen het regionaal handtraumacentrum. Welke soorten traumazorg komen hier het meest voor, en hoe bereidt u zich voor op de variatie en urgentie van deze casussen?
De meeste grote handtrauma’s spelen zich af in de landbouw, het fabriekswezen of de bouwsector. Vaak gaat het om (quasi) amputaties van één of meerdere vingers of zware crushtraumata en is er een vasculaire bedreiging van vingers of hand. Ik kan het belang van het hebben van een goed team – zowel wat betreft de verpleging en anesthesie als mijn directe collega’s – niet genoeg benadrukken. Een groot handtrauma zullen we quasi nooit alleen aanpakken en vraagt een adequate samenwerking van elke schakel in het team. Tijdsdruk speelt vaak een grote rol en ook de nazorg is cruciaal. Steeds zal een van de handcollega’s zich vrijmaken om te helpen en mee na te denken over de beste aanpak, ook in het weekend en ’s nachts. Deze solidariteit binnen ons team is denk ik onze grootste kracht.
Bij zulke zware letsels komen vaak complexe reconstructies kijken. Wat zijn volgens u de grootste uitdagingen in de behandeling van complexe hand- en polstrauma’s, zoals zenuw-, pees- of multipele botletsels?
Het traumamechanisme zal op voorhand al sterk de prognose bepalen. Een zwaar crushletsel of een afrukking is meestal slecht nieuws voor deze structuren. Eerst dient het bot gestabiliseerd te worden, dan de pezen en vervolgens worden (vaak lange) zenuw- en/of venegreffes gebruikt om gevoel en circulatie te herstellen. Hoe en waar deze connecties best gemaakt worden, openbaart zich vaak pas tijdens de ingreep en hierbij is overleg met de collega’s essentieel.
Of het nu om trauma of electieve chirurgie gaat, een goed herstel staat of valt met revalidatie. Revalidatie is cruciaal voor een goed eindresultaat, zowel bij electieve ingrepen als bij trauma. Hoe stemt u af met kinesitherapeuten en ergotherapeuten om het herstel te optimaliseren?
Zoals steeds in complexe organisaties, is effectieve communicatie van cruciaal belang. Een korte lijn behouden met de verschillende actoren in het ziekenhuis en daarbuiten en het opstellen van een éénduidig beleid bevorderen zonder twijfel het herstel. Beter een telefoontje te veel dan een revalidatie die spaak loopt.
Tot slot blikken we vooruit. Hoe ziet u de toekomst van de handchirurgie evolueren, zowel op vlak van electieve zorg als traumazorg? Zijn er technologische of organisatorische ontwikkelingen waar u bijzonder naar uitkijkt?
De polsarthroscopie zal zich zeker nog verder ontwikkelen,
met uitbreiding van zowel de indicaties als het specifieke instrumentarium. Ook 3D-planning voor complexe beenderige correcties wordt meer en meer regel dan uitzondering. Daarnaast kijk ik uit naar de implementatie van zaken zoals augmented reality. Waarbij een VR-bril realtime CT-beelden op een arm of pols kan projecteren tijdens een operatie. Daarnaast kunnen hiermee ook belangrijke anatomische structuren sneller herkend en uitgelicht worden dan met het menselijk oog, handig in regio’s met complexe anatomie. Ook in de handrevalidatie kan dit een handige tool worden om allerlei oefeningen uit te voeren en automatisch te controleren op juiste uitvoering en activatie van de juiste structuren.

Ten slotte sluipt AI geleidelijk aan binnen in de medische praktijkvoering. Iets wat we moeten omarmen, omdat binnen afzienbare tijd een gericht medisch AI programma accurater zal zijn in analyse en diagnosestelling dan eender welke medicus, hoe ervaren die ook is. Waarschijnlijk wordt dit in een verdere toekomst zelfs medicolegaal verplicht. Zoals een collega handchirurg onlangs zei, je zal niet vervangen worden door AI, maar door iemand die meer werkt met AI dan jij.
Afspraken bij dr. Vermeiren kunnen ingepland worden via ons secretariaat op het nummer 056/633 540
dr. Alex Vermeiren
De eerste duimbasisprothese werd ontwikkeld in de jaren zeventig door Jean-Yves de la Caffinière en was geïnspireerd op de ball-and-socket-heupprothese. Deze eerste generatie had echter hoge complicatiecijfers, wat zijn populariteit beperkte. Loslating en dislocatie van de prothese kwamen frequent voor. In de jaren negentig werd een tweede generatie ontwikkeld met cementloze, modulair opgebouwde implantaten, wat de resultaten en duurzaamheid verbeterde.
Na 2010 ontstond een derde generatie waarbij de introductie van het dual-mobility concept – opnieuw naar analogie met de heupprotheses - de stabiliteit verhoogde en het risico op dislocatie drastisch reduceerde. Hierbij wordt een extra graad van bewegingsvrijheid gecreëerd tussen steel en cup door de introductie van een beweeglijke plastic liner tussen het kopje en de cup.
De meest recente protheses (zoals de Touch® dual-mobility prothese) laten in klinische studies goede functioneleuitkomsten, een hoge stabiliteit en lage revisiepercentages zien.

Al dient nog steeds met enige voorzichtigheid gewacht te worden op de lange termijnresultaten (tien jaar en langer).
Meerdere recente onderzoeken tonen aan dat moderne dual-mobility protheses gunstige klinische resultaten geven:
• Verbetering van pijn, functie en handkracht na implantatie, met meestal een significante verbetering van pijnscores en kracht binnen enkele maanden na de ingreep.1
• In grotere series was de survival rate (behoud van de prothese) hoog (bijv. rond 97-98% na 2-4 jaar), wat wijst op een goede betrouwbaarheid van het implantaat.2
• De kans op dislocatie en loslating bij dual mobility-designs lijkt lager dan bij oudere single mobility-ontwerpen, wat het klinische voordeel van de nieuwste ontwerpen benadrukt.3
Vergelijkende studies met traditionele resectiechirurgie (bijv. trapeziectomie) laten zien dat patiënten die een duimbasisprothese krijgen vaak sneller functioneel herstellen, met vroegtijdige kracht- en ROM-herstel in de postoperatieve periode.4

GEBRUIKSTOENAME IN EUROPA TEGENOVER KLASSIEKE INGREPEN
Traditioneel was de trapeziectomie (met of zonder ligamentaire reconstructie of peesinterpositie) de gouden standaard voor de behandeling voor duimbasisartrose.
Echter, de laatste tien jaar is in Europa het aantal duimbasisprotheses sterk toegenomen. In sommige landen (bijvoorbeeld Frankrijk) steeg het aantal TMC-protheses van circa 6.300 in 2015 naar meer dan 9.400 in 2021, terwijl het aantal trapeziectomieën relatief stabiel bleef of minder snel toenam.5 Ook in verschillende centra in België – waaronder az groeninge - is de prothese in de afgelopen tien jaar een standaardbehandeling geworden.
Desondanks blijft de trapeziectomie in veel Engelstalige regio’s en bij bepaalde patiëntengroepen (zoals zeer gevorderde artrose of slechte botkwaliteit) nog steeds een belangrijke en vaak toegepaste techniek.
De duimbasisprothese heeft zich in de loop van vijf decennia ontwikkeld van een eerste generatie met technisch beperkte implantaten naar moderne dual mobility-ontwerpen met betere stabiliteit en klinische uitkomsten. In de Europese klinische praktijk is de prothese in het afgelopen decennium steeds vaker gebruikt en laat het over het algemeen gunstige resultaten zien naar pijn, functie en duurzaamheid toe vergeleken met de klassieke ingrepen. Langetermijnstudies van de huidige generatie protheses zijn echter nog lopende, maar lijken tot op heden geruststellend.

1. Frittella, G., Arioli, L. & Guzzini, M. Outcomes of dual mobility arthroplasty in thumb basal joint arthritis: a clinical and radiographic study of one hundred and fifty prostheses with four-years follow-up. International Orthopaedics (SICOT) 49, 2867–2873 (2025). https://doi.org/10.1007/s00264-025-06639-5
2. Frey, PE., Daeschler, S., Naseri, Y. et al. TOUCH® duo-mobile prosthesis in TMC osteoarthritis: two-year results and practical insights regarding key surgical steps and complication management. Arch Orthop Trauma Surg 145, 308 (2025). https://doi.org/10.1007/s00402-025-05926-5
3. Reyniers P, Verrewaere D, Houben A, Verstreken F. Short-term Complication Rate in Single- Versus Dual-Mobility Thumb Carpometacarpal Joint Arthroplasty. HAND. 2025;0(0). doi:10.1177/15589447251371091
4. Smeraglia, F., Carità, E., Frittella, G. et al. Intra-patient comparison of trapeziectomy with LRTI and dual mobility prosthesis for trapeziometacarpal osteoarthritis: a multicenter observational study. Eur J Orthop Surg Traumatol 35, 329 (2025). https://doi.org/10.1007/s00590-025-04441-y
5. Pierre-Emmanuel Chammas, Jacques Teissier, Léo Chiche, Cyril Lazerges, Bertrand Coulet, Michel Chammas, Revision of trapeziometacarpal arthroplasty, Hand Surgery and Rehabilitation, Volume 44, Issue 1, 2025, 102066, ISSN 2468-1229, https://doi.org/10.1016/j.hansur.2024.102066
Sinds begin februari heeft onze dienst een nieuwe stap gezet om de kwaliteit van zorg te verbeteren voor onze gehospitaliseerde patiënten.
Dr. Miel Theunis, geneticus van opleiding en sterk onderwezen binnen de interne geneeskunde, versterkt het team als zaalarts.
Hij richt zich hoofdzakelijk op infecties, polytrauma’s en patiënten met een specifieke comorbiditeit.
Door de nauwe samenwerking met de (hoofd)verpleegkundigen van onze verpleegafdeling beogen we een zo’n vlot mogelijk herstel van deze patiënten. Dankzij zijn dagelijkse aanwezigheid kan er snel geschakeld worden wanneer een probleem zich voordoet. Zo wordt er in overleg met de behandelde arts een plan opgesteld om een probleem van bij het begin grondig aan te pakken.
Welkom Miel!
Je bent een aanvulling voor het team.
DR. THEUNIS ZAALARTS
dr. Matthias Lapere
DISTALE ZENUWBLOKKEN WINNEN TERREIN
De handchirurgie heeft de voorbije jaren een duidelijke evolutie doorgemaakt richting efficiënte, patiëntvriendelijke en vaak ambulante zorgtrajecten. Parallel met deze ontwikkeling is ook de anesthesiologische aanpak geëvolueerd, met een steeds prominentere rol voor locoregionale anesthesietechnieken.
VAN ELEKTROSTIMULATIE
NAAR DIRECT ZICHT
Locoregionale anesthesie berust op het injecteren van lokale anesthetica rond perifere zenuwstructuren. Dit verschilt fundamenteel van lokale infiltratie-anesthesie, waarbij het anestheticum rechtstreeks in het operatiegebied wordt toegediend. Bij locoregionale technieken verliest de patiënt het gevoel - en vaak ook (gedeeltelijk) de motoriek - in het verzorgde zenuwgebied.
Traditioneel gebeurde de naaldplaatsing onder geleide van elektrische zenuwstimulatie. Wanneer de naald voldoende dicht bij de zenuw kwam, traden zichtbare spiercontracties op, waarna het lokaal anestheticum werd geïnjecteerd. In de hedendaagse praktijk is deze techniek grotendeels vervangen door echogeleide anesthesie. Dankzij echografie kan de anesthesist zowel de zenuwstructuren als de naald continu visualiseren en zelfs de verspreiding van het anestheticum tijdens de injectie volgen. Dit verhoogt de precisie en veiligheid van de techniek aanzienlijk.
De toenemende resolutie en beschikbaarheid van echoapparatuur maken het mogelijk om ook kleinere zenuwen meer distaal in het verloop van de arm betrouwbaar te identificeren. Waar vroeger vaak werd gekozen voor een volledige armverdoving via een brachiale plexusblock (boven het sleutelbeen of in de

oksel), verschuift de praktijk vandaag naar meer selectieve zenuwblokken.
Voor handchirurgie betekent dit concreet dat de punctie vaak ter hoogte van de onderarm gebeurt. Afhankelijk van het type ingreep kan zo de volledige hand, of zelfs slechts een deel ervan, adequaat verdoofd worden. Deze distale, selectieve zenuwblokken worden in de praktijk vooral toegepast bij ingrepen zoals carpaletunnelsyndroom en triggerfinger.
Deze aanpak biedt duidelijke voordelen, zowel voor de patiënt als de chirurg. Omdat de motoriek van de vingers vaak behouden blijft, kan de chirurg intraoperatief onmiddellijk de actieve vingerbeweging evalueren. Daarnaast is de functionele hinder voor de patiënt kleiner: schouder en bovenarm blijven normaal beweeglijk, wat het comfort en de zelfstandigheid na de ingreep ten goede komt. Bovendien worden potentiële, zij het zeldzame, complicaties van een volledige brachiale plexusblock vermeden, zoals respiratoire impact door onbedoelde blokkade van de nervus phrenicus met tijdelijke diafragmaparese.
BEPERKINGEN EN INDICATIES
Tijdens handchirurgische ingrepen wordt vaak een knelband ter hoogte van de bovenarm gebruikt om het bloedverlies te minimaliseren en optimale zichtbaarheid te garanderen. De meeste patiënten verdragen deze knelband comfortabel gedurende 30 à 40 minuten; bij langere duur neemt het ongemak duidelijk toe.
Dit verklaart waarom selectieve distale zenuwblokken de klassieke armblokken niet volledig hebben vervangen. Bij langere procedures of bij botchirurgie - zoals de behandeling van polsfracturen - blijft een volledige armverdoving vaak aangewezen om voldoende comfort te garanderen.
Sinds oktober 2025 wordt in az groeninge handchirurgie georganiseerd binnen een specifiek dagziekenhuistraject waarbij de ingreep plaatsvindt in een speciaal uitgeruste procedurezaal. Deze aanpak sluit nauw aan bij de patiënt-gerichte visie van het ziekenhuis en beantwoordt aan de nood aan efficiënte, laagdrempelige zorg voor dit type ingrepen.
Aangezien volledig onder locoregionale anesthesie wordt gewerkt, hoeft de patiënt niet nuchter te zijn. Dit is een belangrijk voordeel, zeker voor diabetespatiënten, bij wie perioperatieve nuchterheid en stress vaak aanleiding geven tot metabole ontregeling. Na de ingreep kan de patiënt het ziekenhuis vrijwel onmiddellijk verlaten met een begeleider, wat de verblijfsduur aanzienlijk verkort in vergelijking met een klassieke daghospitalisatie.

Echo beeld met goede spreiding van het lokaal anestheticum rond de zenuw waarbij de naald nog ter plaatse is.
Hoewel locoregionale anesthesie intra-operatief en onmiddellijk postoperatief een uitstekend comfort biedt, rapporteren sommige patiënten een uitgesproken pijn bij het uitwerken van het zenuwblock. Dit fenomeen staat bekend als rebound pain. Uit de literatuur blijkt echter duidelijk dat regionale anesthesie geen tijdelijke hyperalgesie veroorzaakt.
Het probleem ligt meestal bij een onvoldoende tijdige inname van multimodale pijnstilling. Wanneer patiënten wachten tot de verdoving volledig is uitgewerkt, is het effect van orale analgesie vaak te laat. Daarom benadrukken wij consequent het belang van het preventief innemen van pijnstillers, ook wanneer de patiënt zich comfortabel voelt zolang het zenuwblock actief is.
Sinds september 2024 werken we op de handraadpleging met orthocoaches. Ze spelen een centrale rol bij handconsultaties, waar zij patiënten begeleiden en zorgverleners ondersteunen. Met hun klinische expertise en verpleegkundige vaardigheden zorgen ze voor een vlotte opvolging, patiënteneducatie en kwaliteitsvolle zorg. William en Fran, beiden doorwinterde operatieverpleegkundigen, vormen een unieke schakel tussen het operatiekwartier en de raadpleging. Met hun ervaring aan beide kanten zorgen ze voor een betere afstemming, vlottere samenwerking en continuïteit in de zorg. Daarnaast vormen ze ook een brug met onze dienst spoedgevallen. Sophie, sinds 2001 actief in ons ziekenhuis als spoedverpleegkundige, maakt de cirkel compleet en voorziet expertise vanuit de urgente setting.

“Door de jarenlange samenwerking ken ik de pathologieën zeer goed en weten we wat we van elkaar kunnen verwachten. Door nu ook mee te werken op de consultaties, kan ik echter het bredere verhaal van de patiënt beter beleven. Ik ontvang de patiënt, luister naar zijn of haar verhaal en neem de verdere anamnese af. Vervolgens vindt een concrete overdracht plaats met de aanwezige handspecialist, waarna een behandeling of beleid kan worden opgestart.
Indien een ingreep nodig is, zie ik de patiënt vaak terug op het operatiekwartier, waar ik als herkenningspunt kan fungeren en zo de beleving van de patiënt positief kan beïnvloeden. Tijdens de postoperatieve controles is er ook weer dat moment van herkenning: ik luister naar de ervaring van de patiënten en voer indien nodig wondzorgen of verband- en gipswissels uit.
Dit gebeurt steeds in overleg met de superviserende arts. Onze vaardigheden worden regelmatig onderhouden en opgefrist via bijscholingen. Daarnaast kunnen wij zelf educatieve momenten organiseren, bijvoorbeeld voor collega’s binnen de cluster orthopedie of specifieker voor de instrumenterende verpleegkundigen van de handgroep.”

Fran sluit zich volledig aan bij William.
“Dankzij onze rol als orthocoach en operatieverpleegkundige, kunnen we instaan voor de begeleiding van de patiënt doorheen het hele traject. Namelijk van eerste consult gevolgd door de operatie en ook bij de postoperatieve zorgen.”

(Sophie als orthocoach)
Dankzij de inzet van de orthocoaches en de nauwe samenwerking tussen consultatie, operatiekwartier en spoedgevallen, wordt de zorg rond de patiënt efficiënter, persoonlijker en kwalitatief sterker. Deze geïntegreerde aanpak versterkt niet alleen de continuïteit en expertise binnen het zorgtraject, maar verhoogt ook de tevredenheid van zowel patiënt als zorgverlener.
Daarom kiezen steeds meer van onze artsen ervoor om samen te werken met een orthocoach, verpleegkundige of podoloog. Zoals dr. Beel, dr. Barth, dr. Dewilde, dr. Michels, dr. Van Der Bauwhede en dr. van der Maas.
"De connectie met orthopedie bestaat al geruime tijd. Na drie jaar tewerkstelling op de spoedafdeling kreeg ik van dr. Vanhaecke de vraag of ik interesse had om de cursus Gipsverbandmeester te volgen. Sindsdien staan immobilisatietechnieken, gipsen en orthopedie centraal in mijn carrière.
Jaarlijks geef ik les aan derdejaarsstudenten geneeskunde aan de KULAK, aan verpleegkundigen van VIVES, alsook aan mijn eigen collega’s van spoed en het operatiekwartier. Sinds januari 2025 werk ik elke dinsdag als orthocoach op de consultatie orthopedie.
De combinatie van spoedverpleegkundige en orthocoach biedt een duidelijke meerwaarde, zowel voor de patiënt als voor mezelf. Het feit dat je de patiënt in een acute fase ziet en vervolgens ook de nazorg kan opvolgen, zorgt voor meer duidelijkheid en vertrouwen bij de patiënt.
Dit resulteert in een hogere kwaliteit van zorg, een betere continuïteit binnen het volledige zorgtraject en aanzienlijk minder informatieverlies.
Als verpleegkundige haal ik bovendien nog meer jobtevredenheid uit deze variatie in mijn werk; het heeft mij een extra boost gegeven. De afwisseling tussen acute zorg en gespecialiseerde consultaties verhoogt mijn deskundigheid."(Zie foto)

Evaluating the Mechanical Axis for Detection of Posterior Tibial Slope Malalignment in ACL-Deficient Knees on Lateral Radiographs. – Mayer P, Hielscher L, Schuster P, Schlumberger M, Rolvien T, Geßlein M, Beel W, Richter J. Orthop J Sports Med. 2025 Jan 27
Proximal humerus fractures: Treatment controversies
Kandemir U, Putzeys G, McKee M.OTA International: The Open Access Journal of Orthopaedic Trauma 8(3S):e382, May 2025. doi:10.1097/OI9.0000000000000382
Trauma systems: a global comparison
Miclau T, Balogh Z, Miclau K, Bernstein B, Kojima K, Kurozumi T, Leighton R, Lundy D, Putzeys G, Schipper I, Vandesande W, de Camargo Leonhardt M, Miranda Goncalves M, Pelosini Gaiarsa G, Pape H.OTA International: The Open Access Journal of Orthopaedic Trauma 8(3S):e376, May 2025. doi:10.1097/OI9.0000000000000376
European orthopaedic trauma registries: perspectives from Belgium, Greece, Germany, the Netherlands, Spain, and the United Kingdom Hutchings L, Putzeys G, Arnaoutoglou C, Dailiana Z, Ponsen K, Joosse P, Bloemers F, Chana-Rodriguez F, Gomez-Vallejo J, Aguado-Hernández H. OTA International: The Open Access Journal of Orthopaedic Trauma 8(4S):e407, August 2025. doi:10.1097/OI9.0000000000000407
Endoscopic Approach to Subtalar Instability. Michels F.; Foot Ankle Clin. Published online Sept 15, 2025
Endoscopic Ankle Instability and Arthroscopy Ligament Reconstruction or Not. Cordier G, Michels F., Araujo Nunes. Published online Sept 05, 2025
Percutaneous Bunionette Correction. Michels F., Chomicki-Bindas P, Chaparro F. Foot Ankle Clin. 2025 Sep;30(3):507-523.
How to Start with Percutaneous Surgery: A Translational Mindset. Del Vecchio J, Michels F., Dalmau-Pastor M. Knowing, Foot Ankle Clin. 2025 Sep;30(3):393-405.
Current Perspectives on Minimally Invasive Foot and Ankle Surgery. Del Vecchio J, Michels F., Foot Ankle Clin. 2025 Sep;30(3):xv-xvi.
Musculoskeletal trauma rehabilitation: a global comparison Bernstein B, Lundy D, Miclau T, Balogh Z, Kitada S, Leighton R, Putzeys G, Padilla Rojas L, Schipper I, Vallejo L, TamayoCosio J, Garin Zertuche D, Rojas Herrera C, Soarez Hungria J, Leal Camacho J, Caiero M, Tabares Neyra H, Giordano V, Pape H, Miclau T.
OTA International: The Open Access Journal of Orthopaedic Trauma 8(6S):e437, October 2025. doi:10.1097/OI9.000000000000043
Struggling with a cefazolin impregnation protocol of bone chips
Dendoncker K, Putzeys G, Nieuwenhuizen T.Cell and Tissue Banking 26:11, 2025. Springer.
Minimally Invasive Intramedullary Nailing for Distal Fibular Fractures: Is it Safe and Efficient? A Cadaveric Study, Souza M, Zambelli R, Dressler H, Dalmau-Pastor M, Araujo Nunes G, Michels F., Foot & Ankle Orthopaedics December 2025
Dezillie M., basiscursus assistenten orthopedie: klinisch onderzoek van de hand en pols, 28 jan 2025, UZA Antwerpen.
Michels F., Ankle fracture – Treatment principles, Ankle & pilon fracture – Approaches
Belgian Foot and Ankle Course, 7 February 2025 UCL, Brussels
Michels F., Innovations in Achilles Tendon Treatment: The Global Perspective, 14-15 February 2025, Global Webinar from Munich, Contribution as faculty, expert pannel and presenter of ‘Achilles, pathophysiology and pathomechanics’.
van Lieshout M., Basic principles in the treatment of tibial plateau fracture, AO basic course, Hasselt, 13-14 maart 2025
Michels F., Ankle sprains, Lateral ankle instability, Tibial anterior tendon: rupture and tendinopathy, Belgian Foot and Ankle Course, 28 March 2025 ULB, Brussels
van Lieshout M., Treatment algorithms for the management of polytrauma, AO basic course, Hasselt, 13-14 maart 2025
Dezillie M., Traumatologie van het bovenste lidmaat, opleiding gips, 28 apr 2025, VIVES Kortrijk
Beel W., ACL surgery, my tips & tricks, ISAKOS , Munich, Jun 2025
Michels F., ISAKOS Congress 2025, 8-11 June 2025, Munich, Germany, Subtalar instability: Diagnostic Evaluation & Surgical Treatment
Michels F., Foot and Ankle Clinics 2025 : Current Perspectives on Minimally Invasive Foot and Ankle Surgery, Editor
Michels F., The MIFAS,Lesser toe deformities: postoperative care,Dressing techniques in percutaneous surgery, MIFAS 17th International course of Foot & Ankle Minimally invasive Surgery July 3-5, 2025 Barcelona, Spain
Michels F., Percutaneous bunionette treatment,Principles of lesser metatarsal osteotomies (DMMO, DICMO), Medializing
calcaneal osteotomy (MCO), Dressings after MIS surgery, EFAS Mini invasive surgery Course 4-6 September 2025 Augsburg, Germany
Michels F., Tibial anterior tendon rupture: delayed repair/allograft, BFAS Saturday Morning meeting, 20 September 2025, CHU de Liège
Michels F., How to start with MIS, international congress of foot and ankle minimally invasive surgery, Nov2025.
Michels F., optimizing postoperative care, international congress of foot and ankle minimally invasive surgery, Nov2025.
Michels F., Why MIS in fractures, international congress of foot and ankle minimally invasive surgery, Nov2025.
Michels F., MIFAS Pre-congress course on advanced MIS Foot Surgery, 19 November, 2025, Barcelona Spain, Course director
Michels F., Scientific Director, How to improve the postoperative care in MIS?, Why MIS in fractures?7th International Congress of Foot & Ankle Minimally Invasive Surgery, 20-22 November, 2025. Barcelona, Spain
Michels F., Bunionette, Dressings, aftercare and rehabilitation, Belgian Foot and Ankle Course, 12 December 2025, CHU de Liège



A curved posterior distal fibula approach results in fewer wound complications compared to a curved anterior distal fibula approach for simultaneous treatment of anterior syndesmosis injuries and lateral malleolar fracture.
Guy Putzeys1 Xaviere Berende²
1. AZ Groeninge, Kortrijk Belgium; 2. UZ Brussels Belgium
Introduction and objective
The importance of the anterior syndesmosis complex in the treatment of lateral malleolus ankle fractures has been recognized in recent years (1). Simultaneous visualization and treatment of the anterior syndesmosis complex and lateral malleolus fracture without overstretching the wound margins and avoiding implant placement beneath the incision can be made through an anterior or posterior curved lateral incision.
We hypothesized that the anterior approach would result in more postoperative wound complications than the posterior approach
Materials & Methods
▪ retrospective study , consecutive case series , prospectively collected data
▪ Single centre , single surgeon

▪ Inclusion criteria: osteosynthesis of a fracture of the lateral malleolus with suspected anterior
using one of both approaches in supine position ; acceptable skin condition to do surgery; minimum follow -up of
▪ Exclusion criteria : age < 14 years, posterolateral approach for addressing a posterior malleolus
fractures (Gustilo classification 2 or more), concomitant ipsilateral
▪ Approach type: 1. lateral approach at the anterior border of the distal fibula which
lateral approach at the posterior border of
▪ Statistics ( SPSS): descriptive, statistical difference, equivalence and
Results
▪ Cohort of 62 patients ; recruitment period between 2014 and 2024 ( anterior from 2014 to 2017, posterior from 2018 to 2024).
▪ n of fracture types : 18 B1 , 16 B2 , 16 B3 , 3 C1, 2 C2
▪ ▪
▪ n° of anterior syndesmosis injury types: 8 intact, 29 Wagstaffe fragment , 18 ligament injury, 7 Chaput fragment
▪ anterior approach in 37 patients (group A) and posterior approach in 25 patients (group B)
▪ Both groups are statistically equivalent in terms of age, gender and fracture type.
▪ In group A, 11 patients had a wound problem compared to 1 in group B which is a significant difference (Mann Whitney u test, p = 0.02).
▪ no variable could be identified as a significant risk factor for woundproblems



Conclusion
Although similarly effective for simultaneous visualization and treatment of the anterior syndesmosis injuries and lateral malleolar fractures the hockey stick -shaped posterior distal fibula approach is preferable to the fork -shaped anterior distal fibula incision because it has significantly fewer wound healing problems . No variable could be identified as a significant risk factor for wound healing problems, most likely due to an insufficient number of patients.
Putzeys G., Berende X., a curved posterior distal fibula approach results in fewer wound complications compared to a curved anterior distal fibula approach for simultaneous treatment of anterior syndesmosis injuries and lateral malleolar fracture, ECTES, Aken, 13-15 april 2025.
27 APRIL 2026
“De toekomst van orthopedie” dr. Follet en dr. Vermeiren aan het woord.
21 SEPTEMBER 2026
Orthopedie verhuist: rondleiding door de nieuwe poli voor huisartsen en kinesisten
21 OKTOBER 2026
Orthopodium (thema wordt later gecommuniceerd)
FEBRUARI/MAART 2027
Infiltratietechnieken in de orthopedie: hands-on workshop op anatomische modellen









Orthopedie, campus kennedylaan Pres. Kennedylaan 4 | 8500 Kortrijk T 056 63 35 40 www.ortho-kortrijk.be azgroeninge.be/nl/patient/diensten/orthopedie
volg ons op
Dr. Barth Joeri heup | young adult hip | trauma
Dr. Beel Wouter knie
Dr. Dewilde Thibault rug & nek | voet & enkel
Dr. Dezillie Marleen elleboog | hand & pols
Dr. Follet Louis heup
Dr. Michels Frederick voet & enkel
Dr. Oosterlinck Dirk heup | knie | rug & nek
Dr. Pierreux Pieter schouder
Dr. Putzeys Guy trauma | schouder | bekken
Orthopedie Kortrijk denkt aan de natuur!
Dr. Van Cauwelaert de Wyels Jan schouder | knie
Dr. Van Der Bauwhede Jan voet & enkel | knie | kraakbeentherapie
Dr. van der Maas Jaap knie
Dr. Van Eemeren Anthony heup | young adult hip
Dr. van Lieshout Marno trauma | bekken
Dr. Vandevivere Hanne hand (+kind) & pols | trauma reconstructie
Dr. Vanhaecke Jeroen hand & pols
Dr. Vercruysse Luc heup | knie
Dr. Vermeiren Alex hand & pols
Om onze ecologische voetafdruk te verkleinen, bekijken we graag hoe jij onze nieuwsbrief wil ontvangen. Wil je de volgende editie op papier krijgen? Vul dan zeker deze bevraging in. Krijg je liever een digitale versie? Laat ons dan weten welk e-mailadres we mogen gebruiken. Bedankt om mee te denken aan een groenere toekomst!