Skip to main content

Ortho-nieuwsbrief maart 2025

Page 1


ortho-nieuwsbrief

groeninge flash special - maart 2025

VOORWOORD

Beste lezers,

In deze Ortho-Nieuwsbrief houden we u graag op de hoogte van enkele belangrijke ontwikkelingen binnen onze dienst orthopedie. We lichten onze groeiende expertise toe, belichten enkele actuele thema’s en brengen u op de hoogte van onze opleidings- en onderzoeksactiviteiten.

Uitbreiding van ons team: welkom Louis Follet!

Onze chirurgische subspecialiteiten blijven zich verder uitbreiden. We verwelkomen een nieuwe collega in ons team: heupchirurg Louis Follet. Louis heeft een indrukwekkend curriculum opgebouwd met uitgebreide klinische ervaring dankzij zijn werk binnen gerenommeerde heupteams in zowel binnen- als buitenland. Hij zal zich in het bijzonder toeleggen op heupchirurgie en complexe heupgerelateerde problematieken. Verder in deze nieuwsbrief gaan we met hem in gesprek.

Hot topics: kruisbandletsels en heupimpingement

In deze editie gaan we dieper in op enkele veelbesproken orthopedische aandoeningen. Collega Wouter Beel bespreekt één van de meest voorkomende knieletsels, zowel bij sporters als bij niet-sporters nl. voorste kruisbandletsels. Hij geeft enkele praktische inzichten om deze patiënten in de eerste fase te begeleiden.

Inhoud

PG 1

Voorwoord

PG 3

In gesprek met onze nieuwe heupchirurg, Dr. Louis Follet

PG 5

De opvang en initiële behandeling van voorste kruisband rupturen

PG 8

SPRAIN-studie gepubliceerd!

PG 9

Rotationele variaties van de femur en hun effect op heupimpingement (FAI)

PG 12

Orthopedie Kortrijk goed vertegenwoordigd tijdens voet en enkel kadaver cursus

PG 13

Dag van het OK wordt POP symposium

PG 14

Wetenschappelijke activiteit

PG 16

Ortho academy

Vervolg VOORWOORD

Heupimpingement is een complex probleem dat vaak een uitdaging vormt in de diagnostiek en behandeling. Een correcte diagnose is cruciaal voor een succesvolle aanpak. Louis Follet bespreekt waar we op moeten letten en toont ook een verrassend verband met voorste kruisbandletsels.

Opleidingen en symposia

Orthopedie is een tak binnen de geneeskunde, die net zoals alle andere continu in beweging is. Daarom blijven we ons inzetten om deze kennis te delen met alle zorgprofessionals die in aanraking komen met onze patiënten. Dit doen we door samenwerkingen aan te gaan met Kulak Kortrijk en verschillende organisaties.

- Symposium voor operatieverpleegkundigen: Een dag vol hands-on workshops om de nieuwste technieken en inzichten te delen. Hierbij kwamen meniscushechtingen en gipsen aan bod.

- OTC-cursus in het Jan Palfijn Anatomy Lab (Kulak): Onlangs vond een succesvolle bijscholing plaats over de aanpak van voet- en enkeltrauma’s. Orthopedie Kortrijk was talrijk aanwezig.

- Ortho-Academy blijft doorgaan met de organisatie van klassieke opleidingen, waaronder cursussen over gipsimmobilisatie en infiltratietechnieken voor huisartsen.

Daarnaast kijken we uit naar:

- Het symposium voor podologen op 11 september 2025 waarbij een diepgaande blik op de interactie tussen podologie en orthopedie aan bod komt.

- Ons jaarlijks orthopodium op 25 november 2025. Dit symposium focust op de meest relevante en recente ontwikkelingen binnen de orthopedie. Reserveer alvast deze datum. Het volledige programma wordt binnenkort bekendgemaakt.

Onderzoek en publicaties

Ook op wetenschappelijk vlak blijven we actief. We werken nauw samen met Kulak en diverse wetenschappelijke verenigingen, wat resulteert in publicaties en presentaties op internationaal niveau. Onze research bestrijkt een breed spectrum, van fundamenteel onderzoek tot klinische studies, waarbij vaak ook assistenten en studenten betrokken worden. Voor hen is dit een unieke kans om ervaring op te doen in wetenschappelijk onderzoek.

We hopen dat deze nieuwsbrief u waardevolle inzichten biedt. Veel leesplezier!

Frederick Michels, Namens de dienst orthopedie

IN GESPREK MET ONZE

NIEUWE HEUPCHIRURG, DR. LOUIS FOLLET

Wat inspireerde u om voor een carrière in de orthopedie te kiezen? Wat trok u specifiek aan in de heupchirurgie?

Binnenkort versterkt Dr. Louis Follet de heupunit in az groeninge Kortrijk. Om hem beter te leren kennen, gingen we met hem in gesprek over zijn specialisatie, werkwijze en visie op heupchirurgie.

Deze keuze is gegroeid vanuit mijn interesse/participatie in de sport, wat uiteindelijk verder is gegroeid naar sportgeneeskunde en de blessures van de sportende en/of actieve mens. Het mooie aan orthopedie is dat we in vergelijking met meer chronische ziekten, de mensen op relatief korte termijn duidelijke beterschap kunnen bieden en de mensen zo weer actiever krijgen. De heupchirurgie blinkt hier ook uit, we slagen erin om immobiele mensen actief te krijgen na een totale heupprothese en pogen alsook jongvolwassenen met last tijdens het sporten en in het dagelijkse leven opnieuw aan het sporten te krijgen.

Kunt u iets vertellen over uw opleiding en professionele ervaring tot nu toe?

Mijn studies geneeskunde begon ik aan de Kulak in Kortrijk, waarna ik mijn opleiding voortzette aan de Katholieke Universiteit Leuven en mijn specialisatie tot orthopedisch chirurg aanvatte. Gedurende mijn opleiding kreeg ik de kans om ervaring op te doen in verschillende ziekenhuizen waaronder AZ West in Veurne, AZ Delta in Roeselare, AZ Sint-Lucas in Gent, UZ Leuven en UZ Gent. Door mijn interesse in sport, volgde ik tijdens mijn opleiding ook een aanvullende training in sportgeneeskunde.

Na het behalen van mijn diploma heb ik me verder gespecialiseerd door verschillende heup specifieke fellowships te volgen. Om zo een volledig spectrum van

heupchirurgie te kunnen aanbieden, van adolescenten/sport gerelateerde problematiek tot arthroplastie, traumatologie en revisiechirurgie. Deze fellowships volgde ik voornamelijk in AZ Sint-Jan en AZ Sint-Lucas in Brugge en de Clinique de la Sauvegarde in Lyon, Frankrijk. Daarnaast heb ik ook korte stages gelopen in het OCM in München, Expert Clinics in Amsterdam, Maartenskliniek in Nijmegen, Inselspital in Bern en het Nuffield Orthopaedic Centre in Oxford.

Zijn er specifieke technieken of innovaties binnen de heupchirurgie waarin u zich heeft gespecialiseerd?

Ik heb me gedurende mijn opleiding en fellowships gespecialiseerd in de heuparthroscopie, open chirurgische dislocatie en peri-acetabulaire osteotomie. Binnen de orthopedie is met het 3D printen en computer 3D modellen mogelijk om nog nauwkeuriger gewrichtssparende chirurgie uit te voeren. Bij heupimpingement kunnen we op die manier beter inschatten waar het conflict zich bevindt en bij peri-acetabulaire osteotomieën kunnen we onze correctie beter in 3D inschatten.

Welke typen heupoperaties voert u het meeste uit en wat zijn volgens u de belangrijkste aandachtspunten bij deze ingrepen?

Dit zullen hoofdzakelijk heupprotheses en heupartroscopieën zijn. De juiste indicatiestelling en een correct verwachtingspatroon van de patiënt blijven het belangrijkst. Dit kan enkel door goed met je patiënt te communiceren en de correcte diagnostiek aan te wenden.

Welke criteria gebruikt u bij het bepalen of een patiënt baat heeft bij een heupprothese of een alternatieve behandeling?

De basis blijft een goed klinisch onderzoek en een staande RX bekken en RX heup. Afhankelijk van de subjectieve last tijdens het onderzoek, de bewegingsbeperking en de letsels op beeldvorming kan de beslissing tot operatie, infiltratie of kinesitherapeutische behandeling genomen worden.

Hoe ziet u de rol van multidisciplinaire samenwerking (zoals met huisartsen en kinesisten) in de revalidatie van patiënten na een heupoperatie?

De afgelopen decennia is de behandeling van een totale heupprothese sterk geëvolueerd. Via spiersparende anterieure benadering, die reeds wordt toegepast door de collega’s van het heupteam in az groeninge, is de opnameduur sterk verkort.

Tegenwoordig is het mogelijk om een prothese in dagziekenhuis uit te voeren. Hierdoor is het belang van een goede huisarts en kinesist groter in het vroege revalidatietraject van de patiënten. Een goede samenwerking en korte communicatielijn tussen kinesist, arts en specialist zullen dan ook noodzakelijk zijn.

Bij heupsparende chirugie is het belangrijk om de zwaarte van de ingreep in te zien alsook de beperkingen in de vroege postoperatieve periode.

Wat vindt u het belangrijkste in het postoperatieve herstelproces voor patiënten met een heupprothese?

Een droge wonde gedurende de eerste postoperatieve dagen, stappen met krukken en een geleidelijke verlichting van de postoperatieve pijn zijn de belangrijkste aandachtspunten in de eerste fase van het herstel.

Welke adviezen geeft u doorgaans aan kinesisten om de revalidatie zo optimaal mogelijk te maken?

Tijdens de eerste zes weken ligt de nadruk op het herwinnen van de soeplesse, het verkrijgen van een pijnvrije Range Of Motion, verminderen van de inflammatie en steunname tussen krukken. Echte krachtopbouw alsook actieve straight leg raise worden best vermeden.

Om af te ronden, Hoe denkt u dat technologische ontwikkelingen de toekomst van heupchirurgie zullen beïnvloeden?

Met behulp van technologie zullen we er in slagen om de outliers binnen de chirurgie te beperken. Zo kijk ik alvast uit naar computer 3D modellen, gebaseerd op beeldvorming van de patiënten, om onze heupsparende chirurgie nog accurater uit te voeren en over- en onder correcties te voorkomen. Binnen de heupchirurgie zal robotica zich in eerste instantie vooral richten op cuppositionering en dataverzameling.

Met deze data kunnen we hopelijk de heupchirurgie in de toekomst nog verder optimaliseren.

DE OPVANG EN INITIËLE BEHANDELING VAN VOORSTE KRUISBAND RUPTUREN

Dr. W. Beel

INLEIDING

Bij patiënten die omwille van een sport gerelateerde kniedistorsie een arts opzoeken is er in 20% van de gevallen een scheur van de voorste kruisband (VKB) aanwezig. De incidentie van een VKB-ruptuur is het hoogst rond 18 jaar bij vrouwen en 20 jaar bij mannen (fig 2). Verder neemt het aantal VKB-reconstructies fors toe de laatste decennia (fig 1). Dit komt enerzijds door een hogere sportparticipatie en de wil om terug te keren naar zijn/haar sportief niveau, anderzijds door betere diagnostiek en verbeterde operatietechnieken.

Fig 1. Evolutie van het aantal doorgevoerde VKBreconstructies per leeftijdscategorie. (Data UK, Abram et al.)

In de acute fase kan het klinisch onderzoek soms moeilijk zijn door de pijn van het trauma. Echter met enkele anamnestische vragen, kan men het merendeel van de VKB-rupturen herkennen.

De anamnese bevat klassiek één of meerdere van de volgende elementen:

- Kniedistorsie zonder contact bij het sporten, typisch voetbal/ basketbal/rugby/ski (pivoterende sporten).

- De patiënt(e) zelf en/of medespeler voelde/hoorde een “krak”.

- Gevoel van instabiliteit/luxatie tijdens de distorsie.

- Onmiddellijke steunname is moeilijk.

- Hij/zij stopt met spelen.

- Knie zwelt op (onmiddellijk of in de eerste uren na het trauma).

Fig 2. De incidentie van VKB-rupturen bij mannen ven vrouwen volgens leeftijd. (Data US, Sanders et al.)

Als deze elementen aanwezig zijn, is, zonder enig verder onderzoek, de a priori kans meer dan 80% dat het om een VKB-ruptuur gaat (met of zonder bijkomende letsels (meniscus/ kraakbeen/additioneel ligamentair letsel)). Bij deze anamnese moet je de patiënt(e) dan ook opvangen en behandelen zoals een VKB-ruptuur.

EERSTE OPVANG EN START BEHANDELING

Klinisch onderzoek

Het basis klinisch onderzoek omvat het evalueren van de passieve en actieve beweeglijkheid, de aan/afwezigheid van intra-articulair vocht, de neurovasculaire status van het betrokken been en palpatie van de mediale en laterale gewrichtsspleet. Typisch hierbij is dat deze patiënten pijn aangeven bij palpatie van de posterolaterale femurcondyl (impactie femurcondyl op tibia tijdens knie distorsie). Het ligamentair onderzoek in de acute fase kan moeilijk zijn door de inflammatie en de begeleidende pijn. Indien mogelijk bestaat het klassieke onderzoek uit de Lachman test voor VKB, achterste schuiflade voor de achterste kruisband en varus/valgus stress test voor de collateraalbanden.

Beeldvorming

Een klassieke radiografie (voor-en zijaanzicht) is belangrijk als eerste snelle beeldvorming. Enerzijds kunnen zaken zichtbaar zijn op een radiografie welke verder richting een ligamentair letsel wijzen, zoals intra-articulair vocht en kleine botavulsies van de proximale tibia/fibula (fig 3). Anderzijds kan een radiografie ernstigere breuken uitsluiten indien het verhaal en/of klinisch onderzoek onduidelijk is.

Het is nuttig om reeds een MRI knie aan te vragen tijdens het eerste contact. Dit enerzijds om de diagnose te bevestigen, maar voornamelijk voor het evalueren van bijkomende letsels (meniscus/kraakbeen/additioneel ligamentair letsel).

Kniepunctie

Indien er veel intra-articulair vocht aanwezig is, is het uitvoeren van een kniepunctie een goede optie om het comfort van de patiënt(e) te verbeteren en de initiële revalidatie te versnellen. Bij een VKB-ruptuur zal er bij het puncteren voornamelijk bloed uitkomen. Indien de anamnese alsook het klinisch beeld samen passen, is het niet nodig om dit vocht/bloed te laten analyseren. Het is uiteraard van belang om de punctie strikt steriel uit te voeren.

Bracing/spalken

In de acute fase is het niet nodig om een brace of spalk aan te leggen bij een knie met vermoeden van VKB-ruptuur. Het is cruciaal voor een verder vlot verloop dat de patiënt(e) zo snel mogelijk zijn/haar beweeglijkheid terugwint. Alles wat het gewricht immobiliseert kan dit proces en dus ook de verdere revalidatie vertragen. Enkel indien er een vermoeden is van een hooggradige ruptuur van een collaterale band of posterieure kruisband kan een specifieke brace nuttig zijn. Deze wordt echter best voorgeschreven door de behandelde orthopedist omwille van een betere terugbetaling.

Steunname

De patiënt(e) mag onmiddellijk steunen op zijn/haar knie. Indien steunname initieel niet mogelijk is, kan men kort gebruik maken van krukken. Zodra mogelijk is het beter dat de patiënt(e) zonder krukken stapt.

Kinesitherapie

Voor de patiënt(e) is het belangrijk de inflammatie van zijn/haar knie te verminderen in de eerste dagen/week. Dit met als doel het intra-articulair vocht te laten afnemen, de actieve en passieve bewegelijkheid te verbeteren, de quadricepsspier goed te leren aanspannen en een normaal wandelpatroon te krijgen zonder hulpstukken. Dit kan door ijsapplicaties en gerichte oefentherapie, indien mogelijk onder begeleiding van een kinesist.

VERDERE BEHANDELING

Conservatief versus operatief

De beslissing of de VKB-ruptuur conservatief of operatief wordt behandeld is multifactorieel (leeftijd, sportieve ambities, werksituatie, additionele knieletsels, sociale factoren, etc…).

Algemeen worden jongere patiënten operatief behandeld, zeker indien de patiënt(e) terug pivoterende sporten (voetbal/basket/ rugby/…) wilt uitoefenen (fig 4).

Bij oudere patiënten kan men eerst een conservatieve behandeling starten met de optie om later operatief in te grijpen als de patiënt(e) niet de gewenste stabiliteit in zijn/haar knie terugwint. Zoals eerder vermeld, hangt de behandeling van meerdere factoren af. Deze worden samen met de patiënt(e) besproken tijdens de raadpleging.

Herstelbare acute meniscusletsels

Het verlies van meniscusweefsel verhoogt de kans op vroegtijdige artrose na VKB-ruptuur. Daarom is het herstel en de genezing van de menisci belangrijk. Als een eventueel meniscusletsel op MRI herstelbaar lijkt, dan is het opportuun om deze chirurgisch te herstellen om zo de kans op vroegtijdige artrose te verminderen. In dit geval zal gelijktijdig een VKB-reconstructie plaatsvinden, zo niet is de kans op genezing van de meniscus kleiner én is de kans op een recidief van het meniscusletsel groter.

Timing chirurgie

Indien geopteerd wordt voor een operatieve behandeling kan deze plaatsvinden zodra er een goede bewegelijkheid is, men de quadricepsspier goed kan opspannen en er een normaal wandelpatroon is zonder hulpstukken; met andere woorden wanneer de inflammatie onder controle is. Dit kan reeds na enkele dagen zijn of na enkele weken. Hoewel er vroeger werd aangeraden om ofwel onmiddellijk (binnen 48u) te opereren ofwel na zes weken te opereren, is dit oude dogma niet meer van toepassing. Meerdere studies hebben aangetoond dat er geen verhoogde kans is op complicaties indien men in de eerste weken na VKB-ruptuur opereert in vergelijking met opereren na zes of twaalf weken. Dit zolang men de reeds bovenvermelde criteria hanteert. Optimaal vindt een VKB-reconstructie plaats binnen de eerste drie tot maximaal zes maanden na ongeval omdat anders de kans op secundaire meniscus letsels toeneemt. De ingreep is dus niet urgent. Echter bij complexe meniscusletsels is het wel opportuun om, zodra de knie het toelaat, een chirurgisch herstel uit te voeren.

Fig. 3. Toont een avulsie van de proximale laterale tibia, een Segond fractuur genaamd. Dit is een pathognomonisch teken voor een VKB ruptuur

Fig 4. De verschillende factoren die een rol spelen bij de beslissing tot operatieve of conservatieve behandeling van een VKB-letsel

Een VKB-ruptuur is een frequente blessure bij pivoterende sporten. De anamnese verraadt in de meeste gevallen reeds de diagnose zonder enig onderzoek. Het is belangrijk vroegtijdig in te zetten op het verminderen van de inflammatie door ijsapplicatie en gerichte oefentherapie. Bracing of spalken zijn hiervoor niet bevorderend en worden daarom best niet toegepast. De verdere behandeling (conservatief/operatief) is multifactorieel en hangt ook sterk samen met mogelijke additionele meniscusletsels. Een VKB-reconstructie is meestal niet urgent en kan alleen plaatsvinden als de inflammatie genormaliseerd is.

DOORVERWIJZING NAAR ACUTE KNIERAADPLEGING

Op onze dienst zijn er doordeweeks verschillende afspraken voorbehouden voor patiënten met acute kniedistorsies. U kan iemand naar deze raadpleging verwijzen door ons secretariaat te contacteren op 056 63 35 40 of via orthopedie@azgroeninge.be

REFERENTIES

1. Abram SGF, Price AJ, Judge A, et al. (2020)

Anterior cruciate ligament (ACL) reconstruction and meniscal repair rates have both increased in the past 20 years in England: hospital statistics from 1997 to 2017. Br J Sports Med 54:286 LP – 291

2. Gunepin FX, Letartre R, Mouton C, et al. (2023)

Construction and validation of a functional diagnostic score in anterior cruciate ligament ruptures of the knee in the immediate post-traumatic period. Preliminary results of a multicenter prospective study. Orthop Traumatol Surg Res 109

3. Häner M, Stoffels T, Guenther D, et al. (2024) Management after acute injury of the anterior cruciate ligament ( ACL ). Part 3 : Recommendation on surgical treatment. 223–234

4. Majewski M, Susanne H, Klaus S (2006) Epidemiology of athletic knee injuries: A 10-year study. Knee 13:184–188

5. Petersen W, Guenther D, Imhoff AB, et al. (2023) Management after acute rupture of the anterior cruciate ligament (ACL). Part 1: ACL reconstruction has a protective effect on secondary meniscus and cartilage lesions. Knee Surgery, Sport Traumatol Arthrosc 31:1665–1674

6. Petersen W, Häner M, Guenther D, et al. (2023) Management after acute injury of the anterior cruciate ligament (ACL), part 2: management of the ACL-injured patient. Knee Surgery, Sport Traumatol Arthrosc 31:1675–1689

7. Schilaty ND, Nagelli C, Bates NA, et al. (2017) Incidence of second anterior cruciate ligament tears and identification of associated risk factors from 2001 to 2010 using a geographic database. Orthop J Sport Med 5:1–8

SPRAIN-STUDIE GEPUBLICEERD!

THE CLINICAL EVOLUTION AFTER A FIRST LATERAL ANKLE SPRAIN: A PROSPECTIVE STUDY

Enkeldistorsies, vooral wanneer er sprake is van een avulsiefractuur, kunnen een langdurig en moeizaam herstelproces kennen. In onze prospectieve SPRAIN-studie volgden we 100 patiënten gedurende één jaar na hun eerste enkeldistorsie.

We beoordeelden hun herstel aan de hand van verschillende klinische scores, telkens met een interval van drie maanden.

Hieruit bleek dat:

• Verbetering mogelijk is tot 6 à 9 maanden na het letsel – geduld is dus cruciaal.

• Een letsel met avulsiefractuur geneest moeilijker – iets langere immobilisatie lijkt hier aangewezen.

• Oudere patiënten over het algemeen trager herstellen – weerom geduld.

• 13% van de patiënten na één jaar nog steeds aanzienlijke klachten ervaart.

Een enkeldistorsie blijkt dus minder onschuldig dan vaak gedacht! Zorgverleners spelen een belangrijke rol in het juist informeren en begeleiden van patiënten doorheen dit langdurige herstelproces.

Onze bevindingen zijn inmiddels gepubliceerd in Foot and Ankle Surgery, het officiële tijdschrift van de European Foot and Ankle Society.

Michels F, Dewyn T, Bogaerts K, De Waele C, Hamers D.

The evolution of patient-reported outcome measures after a first lateral ankle sprain: A prospective study.

Foot Ankle Surg. 2024 Oct;30(7):568-575

Fig. 1 Box plot of Karlsson score at 6 weeks, 3 months, 6 months, 9 months and 12 months. Plus-sign indicates the mean. Whiskers extend to minimum and maximum values.

Fig. 2 Cumulative estimate of the proportion of patients progressed to the sustained excellent category of the Karlsson score with 95% confidence intervals over time.

ROTATIONELE VARIATIES

VAN DE FEMUR EN HUN EFFECT OP HEUPIMPINGEMENT (FAI)

Heupimpingement is momenteel een veelbesproken onderwerp. Sinds Ganz et al. (1) het mechanisme van dynamische overbelasting door vroegtijdig contact tussen de proximale femur en het acetabulum heeft beschreven, wordt er meer aandacht aan besteed. Zoals in de vorige editie van de Ortho Nieuwsbrief (2) werd besproken, onderscheiden we drie verschillende types impingement (zie fig 1): CAM, Pincer, en het mixed type. Deze kunnen worden geïdentificeerd met behulp van een standaard RX-bekken, heup en Dunn view.

Bij een CAM-deformiteit is er geen volledige sfericiteit van de femurkop, vooral ter hoogte van de hoofd-halsovergang. Het tweede type, de acetabulaire deformiteit of PINCER, wordt gekenmerkt door een te grote anterolaterale overdekking van de femurkop. Beide afwijkingen kunnen ook samen voorkomen in het mixed type (fig 1). (3)

Figuur 1: Verschillende types impingement: Cam, Pincer en Mixed Type.

De heupimpingementproblematiek treedt voornamelijk op bij diepe flexie, adductie en endorotatie van de aangedane heup, wat kan worden vastgesteld met het FADIR-manoeuvre, een pathognomonische klinische test. Deze aandoening kan vaak worden behandeld door artroscopische verwijdering of resectie van de afwijkingen. Bij een CAM-deformiteit wordt de heupkop terug bolvormig gemaakt ter hoogte van de hoofdhalsovergang. Bij een PINCER kan de acetabulaire rand worden bijgeschaafd, waarbij het labrum opnieuw wordt vastgehecht. Tijdens een heupartroscopie kan ook eventuele secundaire schade, veroorzaakt door het conflict, worden vastgesteld en behandeld. Typische secundaire schade omvat kraakbeenschade, verkalkingen van het labrum, labrumscheuren, gewrichtsmuizen, enz.

Figuur 2: Illustratie van de normale, verhoogde en verlaagde femorale versie (7)

Hoewel veel patiënten baat hebben bij een heupartroscopie, zijn niet alle resultaten volledig bevredigend. Een aantal van de minder positieve resultaten kan worden verklaard door de femorale versie in beschouwing te nemen. (4–6) De femorale versie speelt een belangrijke rol bij symptomatische patiënten die in aanmerking komen voor heupsparende chirurgie; 1 op de 6 patiënten (17%) heeft zelfs een ernstige malrotatie van de femur. Ook de versie van het acetabulum kan invloed hebben doordat deze de femorale versie kan compenseren of versterken. (7) De femorale versie wordt gedefinieerd als de hoek tussen de as van de femurhals en de posterieure condylaire lijn (fig 2) (8,9)

De mate van femorale torsie/versie heeft een grote invloed op de biomechanica van de heup en kan bijdragen aan vervroegde artrose en de ontwikkeling van een slipped capital femoral epiphysis. De versie verandert tijdens de ontwikkeling van kind tot volwassene. (8) De maximale versie van 30-37° bij de geboorte neemt af tot een normale 16° tijdens de kindertijd en puberteit (fig 3) (10)

Figuur 3: Evolutie van de femorale versie met de leeftijd (9) .

Bij een verhoogde anteversie zien we klinisch vaak een gangpatroon waarbij de tenen naar binnen gericht zijn, gecombineerd met een verhoogde interne rotatie de het femur (>70°) en een verminderde exorotatie (<20°). Een normale ROM van de heup is 50° exorotatie en 30° interne rotatie.

Figuur 4: Bepaling van de femorale versie volgens Murphy

Bij een retroversie is de gang vaak met de tenen naar buiten gericht, met een verminderde interne rotatie en een toename van de exorotatie. Hierdoor zijn de FADIR-testen (flexie, adductie en interne rotatie) vroeger positief, omdat de nek/CAM eerder het labrum raakt. Een retroversie kan het impingement van CAM/ PINCER versterken en zelfs leiden tot vervroegde artrose van de heup.(6)

Een normale femorale versie ligt tussen 10-25°, een matig verhoogde versie tussen 25-35°, en een ernstig verhoogde versie boven 35°; retroversie wordt gedefinieerd bij een hoek <5°. Ernstige malrotaties worden gedefinieerd als een versie kleiner is dan 0° of groter is dan 35°. De femorale anteversie wordt op CT of MRI gemeten volgens de Murphy-methode (fig 4) en geeft slechts een overschatting van 3.5° à 6.3°. (Hoek gemeten tussen de lijn getrokken tussen centrum heupkop en de basis van de femorale nek en de posterieure condylaire lijn). (6,7,9)

BIOMECHANISCHE IMPACT

Een verhoogde femorale nek-anteversie zorgt voor een kleinere momentarm bij heupextensie en een grotere bij flexie, evenals een kleinere momentarm bij abductie en een grotere bij interne rotatie. De verkorte abductor-momentarm leidt tot verhoogde contactkrachten in de heup, namelijk 24% bij 30° FNA en 8% bij 15° vergeleken met een FNA van -2°. Aan de andere kant zorgt een retroversie voor verhoogde schuifkrachten ter hoogte van de kop-halsovergang femoraal, met 42% verhoogde schuifkrachten bij een FNA van 0° en 86% bij een FNA van -12.5° ten opzichte van een anteversie van 12.5°. (8,11)

Figuur 5: Verschillende proximale femorale osteotomieën voor derotatie.

Corrigerende chirurgie: Ernstige femorale malrotaties kunnen operatief worden gecorrigeerd. Afhankelijk van het type afwijking en de symptomen kan gekozen worden voor correctie op verschillende niveaus van de femur, zoals de femurhals (basocervicaal)(13), intertrochantair, subtrochantair en diafysair (fig 5)

De osteotomie kan met diverse implantaten gefixeerd worden met elk hun voor- en nadelen: Intramedullaire (IM) nagel (12) , dynamische heup schroef (DHS), locking compression plate (LCP), pediatric plate (14), schroefosteosynthese (13) en hoekplaten (fig 6, 7 en 8)

CONCLUSIE

Heupimpingement kan verergerd worden door een aangeboren rotatieafwijking van de proximale femur. Een grondig klinisch onderzoek met impingementtesten en aandacht voor femorale versie is essentieel. De standaarddiagnostiek omvat een RX bekken en heup met Dunn view. Bij indicatie voor operatieve correctie van femoro-acetabulair impingement dient ook rekening te worden gehouden met de femorale versie. Enkel bij ernstige malrotaties kan een derotatie-osteotomie noodzakelijk zijn.

Tabel 1: Geassocieerde aandoeningen bij verhoogde en verlaagde femorale versie. In Tabel 1 laten we zien hoe verhoogde en verlaagde femorale versie geassocieerd zijn met verschillende aandoeningen. (8,12)

Figuur 6,7,8: Verschillende fixatie-implantaten, van links naar rechts: intramedullaire nagel, schroefosteosynthese en hoekplaat.

REFERENTIES

1. Ganz R, Parvizi J, Beck M, Leunig M, Nötzli H, Siebenrock KA. Femoroacetabular impingement: a cause for osteoarthritis of the hip. Clin Orthop Relat Res. 2003 Dec;417(417):112–20.

2. Issuu [Internet]. 2023 [cited 2024 Oct 16]. Ortho-nieuwsbrief februari 2023. Available from: https://issuu.com/azgroeninge/docs/ortho_nieuwsbrief_februari_2023

3. TOA Tennessee Orthopaedic Alliance [Internet]. [cited 2024 Nov 5]. What is hip impingement. Available from: https://toa.com/news/what-is-hip-impingement

4. Westermann RW, Willey MC. Femoral Version in Hip Arthroscopy: Does it Matter? Sports Med Arthrosc. 2021 Mar1;29(1):28–34.

5. Fabricant PD, Fields KG, Taylor SA, Magennis E, Bedi A, Kelly BT. The effect of femoral and acetabular version on clinical outcomes after arthroscopic femoroacetabular impingement surgery. J Bone Joint Surg Am. 2015 Apr 1;97(7):537–43.

6. Mastel MS, El-Bakoury A, Parkar A, Sharma R, Johnston KD. Outcomes of femoral de-rotation osteotomy for treatment of femoroacetabular impingement in adults with decreased femoral anteversion. J Hip Preserv Surg. 2020 Dec;7(4):755–63.

7. Lerch TD, Todorski IAS, Steppacher SD, Schmaranzer F, Werlen SF, Siebenrock KA, et al. Prevalence of femoral and acetabular version abnormalities in patients with symptomatic hip disease: A controlled study of 538 hips. Am J Sports Med. 2018 Jan;46(1):122–34.

8. Scorcelletti M, Reeves ND, Rittweger J, Ireland A. Femoral anteversion: significance and measurement. J Anat. 2020 Nov;237(5):811–26.

9. Murphy SB, Simon SR, Kijewski PK, Wilkinson RH, Griscom NT. Femoral anteversion. J Bone Joint Surg Am. 1987 Oct;69(8):1169–76.

10. Fabry G, MacEwen GD, Shands AR Jr. Torsion of the femur. A follow-up study in normal and abnormal conditions. J Bone Joint Surg Am. 1973 Dec;55(8):1726–38.

11. Fishkin Z, Armstrong DG, Shah H, Patra A, Mihalko WM. Proximal femoral physis shear in slipped capital femoral epiphysis-a finite element study. J Pediatr Orthop. 2006 May;26(3):291–4.

12. Buly RL, Sosa BR, Poultsides LA, Caldwell E, Rozbruch SR. Femoral derotation osteotomy in adults for version abnormalities. J Am Acad Orthop Surg. 2018 Oct 1;26(19):e416–25.

13. Bonin N, Randelli F, Khanduja V. Hip preservation surgery: Open, arthroscopic, and endoscopic techniques. Cham, Switzerland: Springer Nature; 2020. 297 p.

14. Lerch TD, Schmaranzer F, Steppacher SD, Ziebarth K, Tannast M, Siebenrock KA. Most of patients with femoral derotation osteotomy for posterior extraarticular hip impingement and high femoral version would do surgery again. Hip Int. 2022 Mar;32(2):253–64.

ORTHOPEDIE KORTRIJK

GOED VERTEGENWOORDIGD

TIJDENS VOET EN ENKEL

KADAVER CURSUS

GEORGANISEERD DOOR OTC BELGIUM

OP 6 DECEMBER 2024 IN KULAK KORTRIJK

Op vrijdag 6 december waren Dr. Van Der Bauwhede en Dr. Michels gastsprekers op de OTC III voet- en enkel kadavercursus, georganiseerd in de KULAK te Kortrijk. De cursus werd geleid door Dr. Clockaerts, staflid Orthopedie in Kortrijk van 2016 tot 2020, en onze data- en operatieverpleegkundige Delphine Hamers.

Tijdens deze cursus kregen assistenten in de opleiding (derde tot zesde jaar) en jonge stafleden de gelegenheid om zich verder te verdiepen in geavanceerde technieken met betrekking tot pathologie van de voet en enkel.

Dr. Michels behandelde de mediale en laterale toegangswegen bij quadrimalleolaire enkelfracturen. Hierbij werd benadrukt dat het maken van een CT-scan van essentieel belang is om een correct inzicht te krijgen van de fractuur. Het behalen van een goede uitkomst is sterk afhankelijk van de voorbereiding van de operatie, en het is cruciaal om de patiënt als geheel te behandelen en niet enkel te focussen op de fractuur. Er werd speciale aandacht besteed aan de weke delen.

Dr. Van Der Bauwhede sloot de dag af met een presentatie over distale tibiafracturen en het gebruik van externe fixatie. Pilonfracturen behoren tot de meest complexe fracturen van de

tibia. Ook hier benadrukte Dr. Van Der Bauwhede het belang van een goede voorbereiding, waarbij inzicht in de fractuur en de omliggende anatomie essentieel is om wondproblemen en infecties te minimaliseren.

De cursus bood ook de gelegenheid om bij te praten met bekende gezichten, zoals Dr. Vincent Tomasi en Dr. Charles Deltour. Het was een plezierige hernieuwde ontmoeting en een ideaal moment om casussen uit de praktijk te bespreken.

Naast voormalige assistenten waren ook onze huidige voetfellow, Dr. Annelies Sagaert, en toekomstige voetfellow, Dr. Jeroen Van den Langenbergh, aanwezig.

We zijn blij dat Orthopedie Kortrijk een sterke samenwerking heeft met KULAK Kortrijk, onder leiding van Prof. Vereecke en OTC Belgium. Het was bijzonder waardevol om zo dichtbij deze educatieve dagen te kunnen bijwonen.

We hopen deze samenwerking in de toekomst te blijven voortzetten, zodat we orthopedisten in opleiding de kans kunnen blijven bieden om uitdagende en geavanceerde technieken te leren en zich verder te ontwikkelen in hun vakgebied.

Vlnr: A. Sagaert. J. Van Den Langenbergh, V. Tomasi, F. Michels, D. Hamers, J. Van Der Bauwhede, C. Deltour, S. Clockaerts

DAG VAN HET OK WORDT POP SYMPOSIUM

Sinds dit jaar gaat de jaarlijkse bijscholingsdag voor onze operatieverpleegkundigen verder onder de nieuwe naam: POP-symposium (Pijnkliniek-Operatiezaal-Paza). Deze dag is volledig gewijd aan het bijscholen van onze verpleegkundigen uit verschillende diensten, met de nieuwste inzichten als centraal thema.

Dit jaar verzorgden Dr. Vanhaecke en Dr. Dewilde een workshop over gips.

William Hamerlynck - operatieverpleegkundige, bespreekt de belangrijkste aandachtspunten bij gipstechnieken voor zowel de bovenste als onderste ledematen.

• De wonde wordt steriel bedekt met een (absorberend) kompres en een kous wordt in ruime lengte over het lidmaat aangetrokken.

• Indien nodig wordt in de kous een opening geknipt voor de duim.

• Over deze kous wordt een enkele laag webril-watten gerold zonder dubbele plooien of af te snoeren. Extra aandacht wordt geschonken aan drukpunten: Voor het onderbeen blijven we onder de fibulakop en geven we de nervus peroneus ruimte. Meerdere lagen webril-watten worden aangebracht ter hoogte van de malleoli van de enkel en onder de metatarsaalkoppen.

• Voor de onderarm voorzien we een dubbele laag webrilwatten ter hoogte van het polsgewricht, de metacarpaal koppen en MCP I.

• De afgeknipte gips wordt in "babylauw" water onderge dompeld en aangebracht op het lidmaat. Eventueel te lange gips wordt opnieuw afgeknipt, niet omgeplooid.

• Aanwezige luchtbelletjes worden uit het gips gewreven en de uiteinden van de kous worden omgeplooid.

• Met een zwachtel wordt de gips op een aansluitende, doch niet afsnoerende manier gefixeerd rond het lidmaat

• De gewenste stand van de enkel of pols blijft behouden tot de gips volledig is uitgehard.

Dr. Beel, werkzaam vanaf maart 2024 in ons centrum, kwam onze verpleegkundigen meer uitleg geven over de verschillende types meniscushechtingen.

Vero Vandemaele - operatieverpleegkundige geeft een korte samenvatting.

“Dr Beel gaf een uiteenzetting over meniscushechtingen. Eerst werd er de anatomie getoond van de knie en van de meniscus. Dan volgde er een overzicht van de verschillende soorten meniscusscheuren. Afhankelijk van de plaats van de scheur kan de meniscus al dan niet nog gehecht worden en is er een specifieke techniek nodig.

All inside: Hierbij worden de hechtingen met een specifiek instrument in de knie gebracht en ook daar geknoopt.

Inside out: De hechtingsdraden worden van binnen in de knie naar buiten gebracht en daar geknoopt via een tweede incisie.

Outside in: Hier worden de hechtingsdraden via een naald van buiten de knie naar binnen gebracht. Ook de behandeling van de root scheur en de ramp lesion wordt toegelicht. Het belang van het hechten van de meniscus wordt nog eens benadrukt. Vroeger werd bij een scheur de meniscus meestal gewoon weggeknipt met vroegtijdige artrose van het kniegewricht tot gevolg. Na de theoretische uitleg konden we ook het materiaal (van de firma) van naderbij bekijken en uittesten op sawbones.”

Deze editie van het POP-symposium was een waardevolle gelegenheid voor de (operatie)verpleegkundigen om hun kennis en vaardigheden te verdiepen. Dit versterkt niet alleen de zorgkwaliteit voor onze patiënten, maar benadrukt ook het belang van een continue uitwisseling van expertise en ervaringen tussen de verschillende zorgprofessionals.

We kijken alvast uit naar een volgende editie!

WETENSCHAPPELIJKE ACTIVITEIT

Het voorbije jaar zat onze dienst niet stil. Wouter Beel, Karolien Schwagten, Frederick Michels en Guy Putzeys presenteerden hun wetenschappelijke publicaties, posters en voordrachten op nationale en internationale congressen. Dit in samenwerking met urgentie-arts Tim Dewyn, podologe Camille De Waele en data- en operatieverpleegkundige Delphine Hamers. Deze bijdragen benadrukken de voortdurende inzet van onze dienst voor innovatie en kennisdeling binnen de orthopedie.

PUBLICATIES

Short-term results of tibial interference screw fixation for transtibial medial meniscus posterior root pull-out repair. - Schlumberger M, Michalski S, Beel W, Mayer P, Schuster P, Immendörfer M, Mayr R, Richter J. J Orthop. 2024 Jan 5;50:155-161. eCollection 2024 Apr.

MRI Assessment of Tendon Graft After Lateral Ankle Ligament Reconstruction: Does Ligamentization Exist? - G. Cordier, S. Boudahmane, J. Ovigue, Michels F., G. Araujo Nunes, B. Dallaudiere. Am J Sports Med. 2024 Mar;52(3):721-729.

Extrusion After Meniscal Allograft Transplantation Is Lower or Equal With Bony Compared With Soft-Tissue Root Fixation: A Systematic Review. - Beel W, Firth AD, Tulloch S, Abdelrehman T, Olotu O, Bryant D, Getgood A. Arthroscopy. 2024 Mar 21:S0749-8063(24)00232-9.

Biomechanical analysis of push–pull principle versus traditional approach in locking plates for proximal humeral fracture treatment. - Putzeys G, Edoardo Bori, Tom Overes, Bernardo Innocenti. Archives of Orthopaedic and Trauma Surgery. April 2024.

Effect of a Partial Superficial and Deep Medial Collateral Ligament Injury on Knee Joint Laxity. - Beel W, Doughty C, Vivacqua T, Getgood A, Willing R. Am J Sports Med. 2024 Jul;52(8):1952-1959. Epub 2024 May 20.

Load Sharing of the Deep and Superficial Medial Collateral Ligaments, the Effect of a Partial Superficial Medial Collateral Injury, and Implications on ACL Load. - Beel W, Doughty C, Vivacqua T, Getgood A, Willing R. Am J Sports Med. 2024 Jul;52(8):1960-1969. Epub 2024 May 31.

Double-Bundle Medial Collateral Ligament Reconstruction Improves Anteromedial Rotatory Instability. - Beel W, Vivacqua T, Willing R, Getgood A. Am J Sports Med. 2024 Jul;52(8):1970-1978. Epub 2024 Jun 3.

The Contribution of Soft Tissue and Bony Stabilizers to the Hip Suction Seal: A Systematic Review of Biomechanical Studies. - Hoffer AJ, Beel W, Ng KCG, Degen RM. Am J Sports Med. 2024 Aug;52(10):2657-2666. Epub 2024 Feb 6.

The evolution of patient-reported outcome measures after a first lateral ankle sprain: A prospective study. - F. Michels, T. Dewyn, K. Bogaerts, C. De Waele, D. Hamers Foot Ankle Surg. 2024 Oct;30(7):568-575.

Individualised compared to off-the-shelf total knee arthroplasty results in lower and less variable patellar tilt. - Beel W, Sappey-Marinier E, Latifi R; ReSurg; Aït-SiSelmi T, Bonnin MP. Knee Surg Sports Traumatol Arthrosc. 2024 Dec;32(12):3163-3173. Epub 2024 Jun 12.

Better operating room efficiency and reduced staff demand: Individualised versus off-the-shelf total knee arthroplasty. - Sappey-Marinier E, Beel W; ReSurg; Bonnin MP, Aït-Si-Selmi T. Knee Surg Sports Traumatol Arthrosc. 2024 Dec;32(12):3174-3184. Epub 2024 Jun 12.

Evaluating the Mechanical Axis for Detection of Posterior Tibial Slope Malalignment in ACL-Deficient Knees on Lateral Radiographs. - Mayer P, Hielscher L, Schuster P, Schlumberger M, Rolvien T, Geßlein M, Beel W, Richter J. Orthop J Sports Med. 2025 Jan 27.

PRESENTATIES

Michels F., Percutaneous Hammertoe and Bunionette Correction, 23rd Asia Pacific Orthopaedic Association Congress, Dubai, United Arab Emirates, February 28, 2024

Michels F., Subtalar Instability & Subtalar Arthrodesis / Therapeutic Approach & Surgical Procedures / Calcaneal osteotomy. Surgical Technique (MICO) / Arthrex Minimally Invasive Surgery of the Foot & Ankle Course 1, Dubai, United Arab Emirates, March 2024

Michels F., Why MIS in Trauma?/ Pilon / Ankle Fractures - Hindfoot Nail, 2nd International Course of Minimally Invasive Surgery in Trauma of the Foot & Ankle, Barcelona, Spain, March 22, 2024

Putzeys G., One stage treatment of FRI with AB impregnated bonegrafts, ESTES, Estoril, Portugal, 28–30 April 2024

Putzeys G., Proximal Humerus Fractures: How do I do it?, ESTES, Estoril, Portugal,April 2024

Michels F., The MIFAS / Lesser toe deformities: postoperative care/ Dressing techniques in percutaneous surgery, 16th International Course of Foot & Ankle Minimally Invasive Surgery, Barcelona, Spain, July 4-6, 2024

Michels F., Subtalar arthrodesis / The MIFAS / Postoperative care / 1st Far East Course of Foot & Ankle Minimally Invasive Surgery, Chiang Mai, Thailand, July 19 - August 2, 2024

Michels F., Principles of lesser metatarsal osteotomies (DMMO, DICMO) / Medializing calcaneal osteotomy (MCO) / Dressings after MIS surgery, EFAS Mini Invasive Surgery Course, Augsburg, Germany, September 5-7, 2024

Putzeys G., Tips & tricks for the treatment of femoral neck and trochanteric fractures, BHS/ BOTRA/BOTA, Antwerp, 12 Sept 2024

Schwagten K., Enkelartrose, Dag van het OK, Notenhof, AZ Groeninge, 23 Sept 2024

Putzeys G., Management of delayed union and non-union in geriatric fractures, BOTA Symposium, Leuven, 5 Oct 2024

Putzeys G., Open vs closed reduction in young patients with displaced subcapital femur fractures, BOTA Symposium, Leuven, 5 Oct 2024

Putzeys G., Rehabilitation System Organization: Belgium, OTA, Montreal, 23–26 Oct 2024

Putzeys G., Principles of orthogeriatric fracture care (osteoporotic fractures), AO Trauma Course - Advanced Principles, Hasselt, Nov 2024

Putzeys G., Review of the principles of fracture management, AO Trauma Course - Advanced Principles, Hasselt, 14–16 Nov 2024

Putzeys G., Tibial shaft fractures (proximal, distal, and segmental), AO Trauma Course - Advanced Principles, Hasselt, Nov 2024

Michels F., CONFÉRENCE MAGISTRALE - Aborder l'instabilité sous-talienne dans la pratique clinique / Quelle position du tunnel dans la reconstruction ligamentaire / Mon approche des entorses de la cheville, Société Francophone d’Arthroscopie, Bordeaux, France, Dec 12-14, 2024

Putzeys G., Traumatology 2.0: Role of the orthopedic surgeon in secondary fracture prevention, BelgianBoneClub, Brussels, 19 Jan 2025

P OSTERS

Beel W, Schuster P, Michalski S, Mayer P, Schlumberger M, Hielscher L, Richter J. High prevalence of increased posterior tibial slope in ACL revision surgery demands a patient-specific approach. ESSKA, Milaan, 8-10 Mei 2024

Beel W, Vivacqua T, Willing R, Getgood A. Double-Bundle Medial Collateral Ligament Reconstruction Improves Anteromedial Rotatory Instability. ESSKA, Milaan, 8-10 Mei 2024

Beel W, Doughty C, Vivacqua T, Getgood A, Willing R. Load Sharing of the Deep and Superficial Medial Collateral Ligaments, the Effect of a Partial Superficial Medial Collateral Injury, and Implications on ACL Load. ESSKA, Milaan, 8-10 Mei 2024

Beel W, Better operating room efficiency and reduced staff demand: Individualised versus off-the-shelf total kneearthroplasty. ESSKA, Milaan, 8-10 Mei 2024

Beel W, Michels F, Dewyn T, Bogaerts K, De Waele C, Hamers D. The clinical evolution after a first lateral ankle sprain: A prospective study. ESSKA, Milaan, 8-10 Mei 2024

Schwagten K, Total ankle replacement vs. non-operative treatment for end-stage ankle osteoarthritis: A comparative analysis at 1-2 years follow-up, EFAS, Brussels, 17 Oct 2024

Putzeys G, Is void filling necessary in lateral tibial plateau fractures with joint depression (type AO B3)?, ESTES, Estoril, April 2024

Putzeys G, The radial nerve protection plate technique: Avoiding radial nerve palsy in case of plate removal, OTA, Montreal, Oct 2024

Cool E, Mahieu N, Raçon A, Michels F, De Buyser J, Vereecke E. Landmarks on the medial malleolus to determine the optimal direction of the syndesmosis screw: an anatomical study. European Foot & Ankle Society Congress, 17-19 October, 2024 Brussels.

DINSDAG 20 MEI 2025

Hands-on Gips cursus bovenste- en onderste lidmaat

DONDERDAG 11 SEPTEMBER 2025

Symposium podologie “interactie tussen podologie en orthopedie”

DINSDAG 23 SEPTEMBER 2025

Infiltratie technieken in de orthopedie: hands-on workshop op anatomische modellen

DINSDAG 25 NOVEMBER 2025

Orthopodium “hot topics in de orthopedie”

FEBRUARI 2026

Traumatologie in de huisartsenpraktijk “Niet zo simpel als het lijkt”

KALENDER

Het orthopedisch centrum az groeninge Kortrijk

Orthopedie, campus kennedylaan

Pres. Kennedylaan 4 | 8500 Kortrijk T 056 63 35 40 www.ortho-kortrijk.be azgroeninge.be/nl/patient/diensten/orthopedie volg ons op

Dr. Barth Joeri heup | young adult hip | trauma

Dr. Beel Wouter knie

Dr. Dewilde Thibault rug & nek | voet & enkel

Dr. Dezillie Marleen elleboog | hand & pols

Dr. Follet Louis heup

Dr. Michels Frederick voet & enkel | trauma

Dr. Oosterlinck Dirk heup | knie | rug & nek

Dr. Pierreux Pieter schouder

Dr. Putzeys Guy trauma | schouder | bekken

Dr. Schwagten Karolien voet & enkel

Dr. Van Cauwelaert de Wyels Jan schouder | knie

Dr. Van Der Bauwhede Jan voet & enkel | knie | kraakbeentherapie

Dr. van der Maas Jaap knie

Dr. Van Eemeren Anthony heup | young adult hip

Dr. van Lieshout Marno trauma | bekken

Dr. Vandevivere Hanne hand (+kind) & pols | trauma reconstructie

Dr. Vanhaecke Jeroen hand & pols

Dr. Vercruysse Luc heup | knie

vu: Inge
Buyse, Pres. Kennedylaan 4, 8500 Kortrijk

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Ortho-nieuwsbrief maart 2025 by az groeninge - Issuu