
SPECIALE
UITGAVE:
EEN KIJKJE IN DE MNEXT ONDERZOEKSFACILITEITEN
![]()

SPECIALE
EEN KIJKJE IN DE MNEXT ONDERZOEKSFACILITEITEN
Beste lezers,
Als directeur van MNEXT praat ik je in dit speciale nummer van de Future Rethinker graag bij over iets waar we bijzonder trots op zijn: onze onderzoeksfaciliteiten. In deze editie neem je een kijkje op de plekken waar het bij ons echt gebeurt: de labs, de pilotopstellingen en de werkplaatsen waar elke dag wordt gewerkt aan de oplossingen van morgen.
Onze faciliteiten zijn veel meer dan goed uitgeruste labs. Het zijn plekken waar studenten, onderzoekers en bedrijven samenkomen om aan vraagstukken te werken rond duurzame materialen, energietransitie en circulariteit. Juist die combinatie van verschillende mensen en achtergronden maakt ons werk zo sterk. Theorie en praktijk komen hier direct samen, en ideeën worden sneller omgezet in concrete toepassingen.
In dit magazine ontdek je wat er allemaal mogelijk is binnen MNEXT: van geavanceerde meet- en analysetechnieken tot pilots die helpen om de stap van experiment naar praktijk te zetten. Je leest hoe we bedrijven ondersteunen bij hun innovatievragen, hoe studenten leren in een realistische hightech omgeving, en hoe we samen met onze partners bouwen aan een duurzame en concurrerende materialen- en energietransitie.
Ik nodig je van harte uit om verder te lezen, je te laten inspireren door de verhalen en voorbeelden, en vooral om de verbinding met ons te zoeken. Heb je een idee, uitdaging of vraagstuk waar wij bij kunnen helpen? Dan komen we graag met je in contact.
Namens alle collega’s van MNEXT wens ik je veel leesplezier.
Met vriendelijke groet,

Ralph Simons Directeur
MNEXT

Dit is een uitgave van MNEXT, Centre of Expertise voor de Materialen- en Energietransitie van Avans Hogeschool en HZ University of Applied Sciences.
© 2026 door MNEXT - is gelicenseerd onder CC BY 4.0.
Eerste druk: januari 2026
Redactie (MNEXT):
Ewout Vaes - Wendy van Rijsbergen
Marja van der Zanden - Eugène de Kok
Monique Wintermans - Bas Koebrugge
Vormgeving (MNEXT): Bas Koebrugge
Drukwerk:
De Bondt, www.debondt.nl
Deze uitgave is duurzaam geproduceerd op Biotop papier

Het SEnD Lab staat voor Smart Energy Delivery Lab en is een leer- en experimenteeromgeving van MNEXT in Breda. Het lab richt zich op onderzoek en onderwijs rond slimme energienetwerken (smart grids), met als doel het in balans brengen van vraag en aanbod van duurzame energie door middel van slimme sturing en opslag.
Hier onderzoeken studenten, docenten, onderzoekers, bedrijven, overheden en andere kennisinstellingen samen actuele

Meer info over het SEnD Lab op onze website
praktijkvragen over de energietransitie, zoals het integreren van elektrische auto’s in gebouw-energiesystemen of het voorkomen van netcongestie door zonnepanelen.
Het lab bevat onder meer een energie-neutraal lokaal en een smart grid-opstelling, en biedt zelfs remote lab-toegang voor flexibele experimenten op afstand.
Voor vragen en samenwerkingsmogelijkheden kun je contact opnemen met Redouane Eddeane.
Goed nieuws! Avans Hogeschool en New Age Learning hebben hun samenwerking officieel met een jaar verlengd. Onlangs werd het vernieuwde samenwerkingscontract feestelijk ondertekend in het SEnD Lab van Avans Hogeschool en daar zijn we met z’n allen trots op. Door deze samenwerking kunnen professionals van energiebedrijven ook het komende jaar weer meedoen aan onze Smart Energy labtrainingen. Een mooi voorbeeld van hoe samenwerking in deze faciliteit de energietransitie versnelt en personeelskrapte vermindert.
Samen sterker
Drie jaar geleden startte het avontuur vanuit het MNEXT lectoraat Smart Energy en New Age Learning. Twee partijen met een gedeelde missie: niet alleen studenten, maar ook professionals van energiebedrijven leren hoe een slim elektriciteitsnet nou echt werkt. In het SEnD Lab van Avans Hogeschool hebben sindsdien al zo’n 120 professionals dankzij het Smart Grid-trainingssysteem ontdekt hoe duurzame en conventionele energiebronnen samenwerken.
De trainingen worden aangeboden in nauwe samenwerking met New Age Learning. Wij leveren technische expertise, docenten, trainingsmodules en ruimte (het SEnD Lab aan de Lovensdijkstraat), terwijl New Age Learning de organisatie en administratie verzorgt. Zo vullen we elkaar aan en kunnen we deze training zowel aan bedrijven als aan docenten van vmbo t/m wo én aan maatschappelijke organisaties zoals Vereniging Eigen Huis en gemeenten aanbieden.
Wat is precies een Smart Energy labtraining?
De Smart Energy labtrainingen staan volledig in het teken van leren door te doen. Kennis wordt niet alleen overgedragen, maar vooral ervaren via hands-on experimenten en realistische praktijksituaties in het SEnD Lab.
De eendaagse labtraining is bedoeld voor docenten en maatschappelijke organisaties die op een toegankelijke manier willen kennismaken met de basisprincipes van het

slimme elektriciteitsnet en de uitdagingen van de energietransitie. De zevendaagse labtraining richt zich op professionals uit het bedrijfsleven die dieper willen duiken in de techniek. Verspreid over zeven dagen bouwen zij stap voor stap aan een volledig functionerend slim net en ervaren hoe windturbines, zonne-energie, distributie, netbeveiliging en energiemanagement met elkaar samenhangen en invloed hebben op het totale energiesysteem.
Op de laatste dag worden alle onderdelen gekoppeld, waardoor een compleet en werkend slim elektriciteitsnet in het klein ontstaat. Zo kunnen deelnemers realistische situaties nabootsen en ervaren hoe alles in de praktijk samenwerkt. Zelf ervaren en zelf bouwen om de theorie echt te kunnen begrijpen. Dat maakt leren niet alleen leuk, maar vooral blijvend, waardoor ze beter voorbereid zijn op de uitdagingen van de energietransitie.
Winst voor iedereen Het mooie? De samenwerking levert niet alleen goed opgeleide professionals op, maar ook nieuwe inzichten voor onderzoek en onderwijs. Docenten, onderzoekers en trainers van beide organisaties werken mee aan de trainingen en krijgen tijdens
elke sessie waardevolle feedback uit de praktijk. Die feedback spreekt boekdelen: het resulteerde al in een blije netbeheerder en leidde ook tot positieve reacties vanuit de deelnemers:
• “Dit is in mijn 24 jaar tijd bij Enexis de beste cursus die ik gevolgd heb!” Engineer Enexis
• “Het is een goede mix tussen theorie en praktijk, ik heb inzichten gekregen hoe dit toe te passen in mijn eigen onderwijs.” Docent Koning Willem I College
• “Alle onderdelen zijn waardevol om een goede systeemkennis te verkrijgen. Je krijgt per onderwerp een goed beeld van de invloed op het totaal. Met name de visualisatie van de systemen draagt daar enorm aan bij.” Engineer RWE
Deelnemers noemen de training praktisch, actueel en direct toepasbaar. De hands-on labs zorgen dat inzichten blijven hangen en bijdragen aan een beter begrip van het complete energiesysteem.
Redouane Eddeane, docent-onderzoeker bij het lectoraat Smart Energy: “Die input gebruiken we om bestaand materiaal door te ontwikkelen, nieuwe trainingsmodules aan te schaffen en studenten te laten
meeliften op actuele kennis. Kortom: wat goed is voor de huidige professionals, is óók goed voor de volgende generatie energie-experts.”
Blik op de toekomst
De komende tijd zitten de meerdaagse trainingen voor energiebedrijven bomvol. Dat is goed nieuws, want het laat zien dat de behoefte groot is! Maar we dromen verder: wat als we de labtrainingen ook verder kunnen ontwikkelen voor maatschappelijke organisaties, gemeenten en overheden? Daarom verkennen we nu de mogelijkheden voor een Leven Lang Ontwikkelen (LLO) pilot vanuit het project Brabant Leert Transitie Hubs Energie. De mogelijkheden zijn eindeloos. Het zou geweldig zijn als we ook andere doelgroepen kunnen helpen met korte, themagerichte trainingen.
Op langere termijn is het doel zelfs een landelijk netwerk van Smart Gridgebruikers, waarin kennis, trainers en materiaal worden gedeeld. Hoe meer mensen begrijpen hoe het energiesysteem van morgen werkt, hoe sneller we die toekomst samen kunnen bouwen.
Het Joint Research Center Zeeland (JRCZ) is een multidisciplinair onderzoeksinstituut van MNEXT, gevestigd in Middelburg naast de campus van HZ University of Applied Sciences. Het JRCZ is opgezet als samenwerking tussen mbo-, hbo- en wo-instellingen (onder meer Scalda, HZ en University College Roosevelt) en biedt ruimte aan bedrijven, overheden en andere kennisinstellingen om samen praktijkgericht onderzoek en onderwijs te doen. De focus ligt op urgent maatschappelijke vraagstukken die kenmerkend zijn voor een deltagebied zoals Zeeland: waterkwaliteit en -beheer,

Meer info over het JRCZ op onze website
duurzame energie, voedselinnovatie en biobased economie.
In het JRCZ zijn diverse moderne laboratoria en makerspaces ingericht, waaronder labs voor engineering, chemie, ecologie, biobased bouwen en data-science, met state-of-the-art apparatuur. De faciliteit stimuleert kennisuitwisseling tussen onderwijs, onderzoek en praktijk en ondersteunt samenwerking met regionale en (inter)nationale partners.

Het Joint Research Center Zeeland (JRCZ) in Middelburg heeft sinds een paar maanden een nieuw lab: het Food Innovation Lab. “Dit is de schakel tussen onze chemielabs en de praktijk”, zegt Tanja Moerdijk, lector van de onderzoeksgroep Marine Biobased Chemie.
Zij en Sandra de Reu, beheerder van het lab, zijn blij met de nieuwe loot aan de stam. Het lectoraat Marine Biobased Chemie doet onderzoek naar de voedseltransitie en dan in het bijzonder hoe chemische kennis kan helpen om deze te versnellen. “De voedseltransitie is een enorme uitdaging”, legt Tanja uit.
“Chemische kennis is daarbij onontbeerlijk. Stel, je wil eiwitten winnen uit mosselen of zeewier, dan moet je weten welke extractiemethoden de eiwitten heel houden en welke deze afbreken. En als je fermentatie wil toepassen, moet je goed begrijpen welke stoffen er worden
gevormd en hoe dat de smaak en verteerbaarheid beïnvloedt.” Reststromen zijn ook belangrijk. “Als je die circulair wil verwerken moet je weten welke waardevolle componenten erin zitten. Bovendien kun je geen claims doen over gezondheid of duurzaamheid als je deze niet chemisch onderbouwt.”
Parameter nummer één
Die chemische kennis doen de onderzoekers, docenten en studenten op in de chemielabs, die op de tweede en derde verdieping van het JRCZ zijn te vinden.
Aan die kennis heb je als praktijkgericht

onderzoeker echter weinig als je het niet kunt vertalen naar de praktijk. “Voor voeding is smaak parameter nummer één”, zegt Sandra. “Een voorbeeld: Marine Biobased Chemie doet onderzoek naar siropen. Ze proberen daar de suikers uit te halen, maar dat heeft invloed op de smaak en houdbaarheid. We kijken uit welke natuurlijke componenten we stoffen kunnen extraheren die we zouden kunnen toevoegen aan de siropen, zodat deze langer houdbaar zijn. Rozemarijn is zo’n voorbeeld. We kunnen die stoffen achterhalen in onze chemielabs, maar als de siropen vervolgens nergens naar smaken, dan werkt het niet. Het

Contact over dit artikel | Tanja Moerdijk | +31 11 18 489 000 | tanja.moerdijk@hz.nl
daadwerkelijk proeven van dingen kan op een chemie lab niet, daarom doen we dat hier in het Food Innovation Lab.”
Professionele keuken
Het foodlab ziet eruit als een goed geoutilleerde, professionele keuken met extra chemische apparatuur. Zo staat er in de hoek bij de deur een extractieapparaat. Hiermee maken Tanja en haar collega’s onder meer extracten uit kruiden, bijvoorbeeld voor de gezonde siropen, en uit de bladeren van Zeeuwse zwarte bessen, “Als we de smaak eruit halen, kunnen we dat toepassen in kombucha’s, een andere gezonde drank waar we
onderzoek naar doen”, aldus Tanja. “In het foodlab maken we de vertaling naar de praktijk. Daardoor kunnen we ook sneller innoveren”, zegt Sandra.
De ondernemers waarmee ze samenwerken brengen zelf ook kennis in, die het lectoraat weer verbindt met het onderzoek. “We merken dat ondernemers onze praktijkgerichte manier van werken waarderen. De wisselwerking loopt ontzettend goed”, zegt Tanja. Volgens Tanja en Sandra is het foodlab uniek. “De combinatie tussen een chemielab en een lab als dit zie je niet vaak. Dit is echt een schakel tussen de chemie en praktijk. Hier
zie je letterlijk hoe reststromen veranderen in waardevolle producten: van oesters naar eiwitextracten, van visbijproducten naar bouillons en van agrarisch materiaal naar vezelrijke ingrediënten. Hier creëren we nieuwe ingrediënten, verminderen we voedselverspilling en bouwen we verder aan een regionale, circulaire economie."
"Ik hoop dat we hiermee stappen kunnen zetten in de voedseltransitie in Zeeland. Ons bord moet er op termijn anders uit gaan zien. Daaraan helpen we mee door nieuwe producten te ontwikkelen.”

Het Biopolymeer Applicatie Centrum (BAC) is een toegepaste faciliteit van MNEXT, gevestigd in Breda. Het BAC ondersteunt het praktijkgericht onderzoek en de transitie van fossiele naar biobased polymeren door bedrijven, start-ups, studenten en onderwijsprofessionals te helpen met het ontwikkelen, testen en toepassen van biopolymeren.
In de werkplaats kun je onder meer testen uitvoeren op composteerbaarheid en afbreekgedrag van bioplastics, materiaaleigenschappen analyseren, recepturen en prototypes

Meer info over het BAC op onze website
ontwikkelen, en productontwerp koppelen aan materiaalinnovatie. Voor toepassingen zoals verpakkingen, bouwmaterialen en textiel biedt het BAC expertise, apparatuur en begeleiding.
Het centrum werkt multidisciplinair en in samenwerking met lectoraten van Avans Hogeschool en HZ University of Applied Sciences. Wil je weten wat mogelijk is voor jouw vraagstuk of project, dan kun je contact opnemen met werkplaatsmeester Wilner Acostra Martinez.
Werkplaatsmeester Wilner Acosta Martinez over zijn rol en toekomstvisie op het Biopolymeer Applicatie Centrum
Wie het BAC binnenstapt, treft al snel de spil van de werkplaats: Wilner Acosta Martinez. Officieel werkplaatsmeester, maar in de praktijk veel meer dan dat. Hij onderhoudt de machines, ondersteunt onderzoeksprojecten, begeleidt studenten en helpt bedrijven hun materiaalvraagstukken te verkennen. “Ik draag verschillende petten,” zegt hij lachend. “En dat maakt het juist leuk.”
Onderwijs in de praktijk
Wat Wilners rol bijzonder maakt, is dat hij letterlijk tussen de werelden van onderwijs en onderzoek in staat. “Ik werk niet alleen met onderzoekers, maar ook intensief met studenten, van mbo tot hbo. Ze komen hier om biopolymeren te verwerken, te testen en te analyseren. Dat tastbare, werken met hun handen aan echte projecten samen
met bedrijven, maakt indruk. Het is heel anders dan een collegezaal.”
Studenten leveren bovendien een waardevolle bijdrage aan lopende onderzoeksprojecten. “Ze kunnen zich hier echt ontwikkelen tot experts in een specifieke techniek. Dat is niet alleen leerzaam voor hen, maar ook een grote meerwaarde voor de projecten waar zij aan meewerken.”
Een plek voor bedrijven en onderzoek Het BAC is nauw verbonden met de lectoraten van MNEXT. “We zijn een plek voor verkennend onderzoek. Bedrijven die willen verduurzamen of iets met bioplastics willen ontwikkelen, kunnen bij ons terecht. Wel altijd binnen een onderzoeksproject, we zijn geen productieomgeving.”

Veel van de projecten starten bij vragen uit de industrie. “Vaak komen bedrijven via via bij ons terecht. Zij hebben een vraagstuk, en wij onderzoeken samen welke oplossingen er mogelijk zijn. Dat is precies waar dit lab voor bedoeld is: de brug slaan tussen de praktijk en innovatie.”
Voor meer informatie over onze faciliteiten, Bekijk: https://database.biobasedcircular. com/database/
PHA als veelbelovende onderzoekslijn
Van alle materialen waar het BAC mee werkt, is PHA bioplastic voor Wilner het meest inspirerend. “PHA is intrinsiek duurzaam. Je hoeft het niet eerst te vergroenen, het is al groen. Het is afbreekbaar zonder microplastics, niet

toxisch voor mens en natuur en zelfs biologisch te recyclen. Dat maakt het een heel interessante kandidaat voor duurzame vraagstukken richting 2050.”
Het BAC werkt daarom mee aan meerdere PHA-projecten, zowel groot als klein. “We proberen te ontdekken hoe we PHA breder inzetbaar kunnen maken en de kosten kunnen verlagen. Het materiaal dwingt ons om anders te kijken naar kunststof en circulariteit. Het geeft misschien niet alle antwoorden, maar het helpt ons wél de juiste vragen te stellen. En dat is precies waar het BAC voor bedoeld is: verkennen, leren, ontdekken.”
Een creatieve blik op techniek
Naast ingenieur is Wilner ook muzikant, en die artistieke achtergrond beïnvloedt
zijn manier van werken. “Ik denk dat de creatieve denkwijze van een kunstenaar toegevoegde waarde brengt aan de denkwijze van een techneut. Daarom vind ik het belangrijk dat kunst en ontwerp vaker een plek krijgen binnen technisch onderzoek.”
Een mooi voorbeeld daarvan is de samenwerking met de Design Academy Eindhoven. “Hun studenten denken totaal anders. Ze brengen nieuwe perspectieven en creativiteit mee. Je hebt zowel de technische als de artistieke blik nodig om tot verrassende innovaties te komen.”
Groeien naar een breder biomaterialenlab
Als Wilner vooruitkijkt, ziet hij veel kansen voor het BAC. “We zijn voorzichtig
al bezig met een verbreding richting andere biobased materialen. Denk aan toepassingen binnen biobased bouwen, waar bijvoorbeeld mycelium een rol speelt. We zijn nog niet ingericht om alles te doen, maar steeds vaker kunnen we wel helpen met testen, persen of verkennen van ideeën.”
Die verbreding sluit volgens hem perfect aan bij de missie van MNEXT. “Het BAC moet een plek blijven waar je vrij kunt verkennen, waar onderwijs en onderzoek samenkomen en waar bedrijven kunnen ontdekken wat mogelijk is. Of dat nu met biopolymeren is, of met nieuwe biomaterialen die nog ontwikkeld moeten worden. “Uiteindelijk doe ik dit werk omdat ik wil bijdragen aan materialen die de wereld echt vooruithelpen!”
Het Joint Research Centre Breda (JRCB) is een toegepaste onderzoeksfaciliteit van MNEXT, gelegen op industrieterrein Steenakker in Breda. In het JRCB werken onderzoekers, bedrijven, studenten en docenten samen aan innovatieve oplossingen binnen de materialen- en energietransitie. Het doel is praktijkgericht onderzoek uit te voeren waarbij vraagstukken uit de beroepspraktijk gezamenlijk worden opgepakt en vertaald naar concrete producten, processen en diensten, die direct toepasbaar zijn in het werkveld.

Meer info over het JRCB op onze website
De faciliteit beschikt over zes moderne laboratoria met elk een eigen specialisme: het Analytische Lab, Biotech Lab, Chemisch Lab, Electrochemisch Lab, Mycelium Lab en Biologisch Lab.
Het JRCB biedt ruimte voor kennisuitwisseling en samenwerking tussen mbo-, hbo- en bedrijfsleven, en ondersteunt projecten die bijdragen aan duurzame innovaties én de beroepen van morgen. Meer weten? Neem contact op met labmanager Serena Buscone.

In het Joint Research Centre Breda (JRCB) van MNEXT komen onderzoek, onderwijs en praktijk samen in een modern laboratorium. Tussen de geavanceerde apparaten en lopende onderzoeken werken mensen met heel verschillende achtergronden: van ervaren onderzoekers en labmanagers tot mbo-studenten die hun eerste stappen in het werkveld zetten. In dit interview met labmanager Serena Buscone en stagiaire Loïs Maas wordt duidelijk hoe dat er in de praktijk uitziet: samenwerken, veel leren en samen bouwen aan een professioneel onderzoekscentrum.
Een onderzoeksomgeving zonder ruis Serena werkt inmiddels vier jaar bij Avans en is sinds de start het gezicht van het JRCB. Als labmanager is zij verantwoordelijk voor de laboratoria, de veiligheid en de ondersteuning van onderzoekers. Volgens haar is het bijzonder dat Avans kiest voor een faciliteit die volledig is ingericht voor onderzoek.
Er komen geen klassen binnen, zegt ze. Dat betekent dat onderzoekers hun eigen planning kunnen maken en dat experimenten – die soms dagen of
weken lopen – nooit hoeven te worden onderbroken. Het is een duidelijke keuze van Avans: investeren in ruimte waar lectoraten kunnen groeien, samenwerken en professionaliseren. “Het laat echt zien hoe serieus Avans haar rol als kennisinstituut neemt,” benadrukt Serena.
Die rust en focus merk je volgens haar in alles. Experimenten krijgen de tijd die ze nodig hebben. Onderzoekers kunnen makkelijk schakelen met collega’s uit andere disciplines. En er is veel ruimte om nieuwe methoden te proberen, iets

wat in een onderwijssetting vaak lastig is vanwege protocollen of beperkte tijd.
Een rijk laboratoriumlandschap Het JRCB bestaat uit verschillende soorten laboratoria. Zo zijn er drie biolabs met ML1- en ML2-status, wat ze geschikt maakt voor onderzoekers om er veilig met verschillende micro-organismen te werken. Hier vinden onder meer projecten plaats rond mycelium, pigmentproductie en moleculaire biologie. Naast de biolabs zijn er twee organische chemielabs, waarvan één gericht is op elektrochemie.

Onderzoekers van lectoraten zoals Biobased Building Blocks & Products, Smart Energy en Biobased Bouwen delen de ruimte en maken gebruik van dezelfde apparatuur: van fermentoren tot geavanceerde gaschromatografie.
Juist die diversiteit maakt het werk interessant, vindt Serena. “Onderzoekers uit verschillende vakgebieden komen elkaar hier letterlijk tegen. Dat zorgt vanzelf voor nieuwe ideeën en meer samenwerking.”
Ze noemt als voorbeeld dat biologen die pigmenten winnen uit schimmels vaak chemici nodig hebben om efficiënt extractiestrategieën te ontwikkelen. In andere gevallen werken energieonderzoekers samen met specialisten in biochar
of waterstofproductie. “Door samen te werken onder één dak ontstaan oplossingen die anders niet zo snel op tafel komen.”
Loïs’ stage: leren in een echte onderzoeksomgeving
Tussen de onderzoekers staat Loïs Maas, studente van Curio, die haar afstudeerstage uitvoert in het JRCB. Ze werkt een jaar lang mee als labtechneut, vooral rondom gaschromatografie (GC). De samenwerking met Curio is onderdeel van het JTF-project Green EGCh, waarmee Avans en Curio de band tussen mbo- en hbo-onderzoek willen versterken.
Voor Loïs is stage lopen in het JRCB anders dan alles wat ze op school gewend is. De apparatuur is geavanceerder, de projecten complexer en de verantwoordelijkheid
veel groter. Ze vertelt hoe ze voor haar stage een GC-methode moest ontwikkelen voor een fermentatie-experiment van onderzoeker Stefano. “Ik kreeg basale parameters mee en daarna moest ik het zelf uitzoeken,” zegt ze. Na tientallen runs wist ze de meettijd terug te brengen van meer dan twintig minuten naar vijf, mét alle benodigde componenten zichtbaar.
Die vrijheid om te proberen en te falen is precies wat haar zo aanspreekt. “Het is uitdagender dan op school, maar ook veel leerzamer.” Ze zag hoe in het JRCB experimenteren niet alleen mag, maar zelfs nodig is. Waar een bedrijf vaak vaste standaarden heeft, draait onderzoek juist om nieuwe wegen zoeken. Serena ziet dat Loïs daarin groeit: “Ze is proactief, leergierig en wordt steeds meer een aanspreekpunt voor GC-analyses.”
Het voordeel van disciplines samenbrengen
Een van de belangrijke rode draden van het JRCB is het samenbrengen van verschillende lectoraten en disciplines. Serena ziet dagelijks wat dat oplevert. Doordat iedereen op dezelfde locatie werkt, hebben onderzoekers zicht op elkaars projecten. Ze horen wat er gebeurt, zien technieken toegepast worden en kunnen makkelijk om hulp vragen.
Het voorbeeld van Stefano’s fermentatieonderzoek laat dat mooi zien. Hij is bioloog en heeft veel kennis van micro-organismen, maar voor zijn project was GC-analyse nodig – een techniek die in het myceliumlab niet voorhanden is. Nu kan Loïs de analyses uitvoeren en de methode verder ontwikkelen. “Dat had hij anders buiten Avans moeten laten doen,” zegt Serena. “Nu gebeurt het hier, en ontwikkelen we de kennis zelf.”
Volgens haar ontstaan er zo vanzelf meer interdisciplinaire projecten. Biopigmentonderzoekers doen nu analyses samen met chemici. Energieonderzoekers werken met biologen om nieuwe bioplastics of biochar-toepassingen te ontwikkelen. Het JRCB is daarmee niet alleen een faciliteit, maar ook een ontmoetingsplek waar nieuwe ideeën ontstaan.
Werken in een professioneel lab: veiligheid en verantwoordelijkheid Een belangrijke rol voor Serena is het bewaken van de veiligheid. In onderwijsomgevingen zijn protocollen er vooral om studenten te beschermen. In het JRCB ligt dat anders: iedereen is professional of wordt daarin opgeleid. “Iedereen is zelf verantwoordelijk voor het veilig uitvoeren van hun experimenten,” legt ze uit. Serena zorgt dat alle regels duidelijk zijn en dat nieuwe voorschriften van Avans worden ingevoerd, maar de dagelijkse verantwoordelijkheid ligt bij de onderzoekers.
Dat past bij het karakter van het JRCB als puur onderzoekscentrum. De ruimte is ingericht om onderzoek mogelijk te maken. Alles staat klaar voor efficiënt werken, lange lopende experimenten en het optimaal gebruiken van apparatuur. Dat maakt het verschil met elke andere plek binnen Avans.
De samenwerking met Curio: talent opleiden in echte onderzoekspraktijk Voor Avans en Curio is de stage van Loïs meer dan een leerplek voor één student; het is een opmaat naar een structurele samenwerking. Avans profiteert van technisch opgeleide mbo’ers die vaardig zijn met apparatuur. Curio-studenten krijgen op hun beurt toegang tot een
professionele onderzoeksomgeving waar ze vaardigheden opdoen die in het mbo-onderwijs lastig aan bod komen.
Volgens Serena sluit dat perfect aan bij de behoefte in het werkveld. Labtechnici die zelfstandig kunnen werken, analytisch denken en begrijpen hoe onderzoek zich ontwikkelt, zijn zeer gewild. Loïs voelt dat zelf ook. Door haar stage weet ze zeker dat ze in een onderzoeksomgeving wil blijven werken.
Een toekomst waarin samenwerking centraal staat
Het JRCB is nog jong, maar de impact is nu al zichtbaar. Onderzoekers kunnen sneller schakelen, studenten ontwikkelen zich sneller en lectoraten vinden elkaar makkelijker. Serena ziet de toekomst dan ook positief: hoe meer disciplines samenkomen, hoe sterker Avans wordt als kennisinstituut.
Voor Loïs is het vooral een plek waar ze leert dat onderzoek nooit af is. Dat je fouten mag maken. En dat een lab pas echt waardevol wordt als kennis wordt gedeeld. Of, zoals Serena het zegt: “Onder één dak ontstaat niet alleen nieuw onderzoek, maar ook nieuwe manieren van samenwerken.”





Het Living Greenlab is een praktijkgerichte onderzoeksfaciliteit van MNEXT, gevestigd bij Avans Hogeschool in ’s-Hertogenbosch. De faciliteit fungeert als een fieldlab en experimenteeromgeving waar studenten, onderzoekers en bedrijven samenwerken aan vraagstukken rond biobased bouwen, circulariteit en duurzame energie. Het Living Greenlab bestaat uit fysieke proefopstellingen en bouwwerken, zoals biobased huisjes en constructies, die langdurig op locatie blijven staan en worden ingezet als onderzoeksobjecten en leeromgeving.

Meer info over het Living Greenlab op onze website
Binnen het Living Greenlab wordt toegepast onderzoek gedaan naar onder meer materiaalgedrag, isolatiewaarde, vochttransport, gezondheidsaspecten en hergebruik van materialen, waarbij theorie en praktijk direct samenkomen. Projecten sluiten aan op actuele vragen uit het werkveld en worden uitgevoerd in samenwerking met onderwijs en bedrijfsleven.
Projectleider Jasper Sluis en Hans de Wit vertellen je graag meer over de mogelijkheden tot samenwerking.

Wat vandaag bekendstaat als het Living Greenlab begon tien jaar geleden in lege ruimtes, met tijdelijke oplossingen en veel improvisatie. Wat er wél was: een sterke overtuiging dat de materialen- en energietransitie alleen vooruitkomt wanneer onderwijs, onderzoek en praktijk elkaar echt ontmoeten. Al tien jaar is Hans de Wit bij die ontwikkeling betrokken. Hij schetst hoe deze faciliteit van MNEXT zich door de jaren heen ontwikkelde.
Het verhaal van het Living Greenlab begint in 2016. Onderzoekers wilden meer dan theorie, maar misten een fysieke plek om te maken. Om die stap te kunnen zetten, was ondersteuning nodig. “Er waren plannen en ambities, maar geen plek om het echt te doen.”
De fundering leggen
Die plek ontstond onverwacht snel met een ambitieus project: de bouw van een volledig biobased voetgangersbrug. In een lege hal werd in korte tijd een complete werkplaats ingericht waar studenten met verschillende achtergronden samen aan één constructie werkten.
“Dat mbo, hbo en universiteit samen aan die brug werkten, dat was een geweldige mix,” zegt Hans. Het project liet zien wat er gebeurt wanneer verschillende niveaus samen bouwen aan iets echts. Niet het eindresultaat stond centraal, maar het leerproces onderweg.
Na de brug diende zich een nieuwe fase aan. Onderzoekers wilden verder experimenteren met biobased materialen, maar misten een geschikte plek. Die werd gebouwd: klein en functioneel, volledig ingericht voor onderzoek. Zo ontstond het eerste myceliumlab van MNEXT.
Verder bouwen in de praktijk Een volgende stap volgde op een aparte locatie, waar vanuit de Academie voor Duurzaam Gebouwde Omgeving (ADGO) van Avans Hogeschool ruimte werd geboden voor verdere praktijkgerichte materiaalontwikkeling. Die plek bood mogelijkheden om te experimenteren en te werken met materialen, maar naarmate de projecten groeiden, werd duidelijk dat er meer nodig was. De schaal van het werk veranderde. Waar eerder werd getest en ontwikkeld, ontstond de behoefte om ook grotere constructies te bouwen en complete onderdelen op ware grootte te realiseren.

Die ruimte werd gevonden bij SPARK Campus in ’s-Hertogenbosch. Hier ontstond plek om groter te bouwen en projecten te realiseren die op de eerdere locaties niet mogelijk waren. Voor Hans voelde dit als een kantelpunt. De schaal veranderde niet alleen fysiek, maar ook inhoudelijk: wat begon als experiment, groeide uit tot volwaardige demonstratoren. In deze fase kreeg de plek ook haar naam: het Living Greenlab.
Bouwen als leerproces
Een van de projecten uit deze periode was de CBCI-unit, een op ware grootte gebouwde demonstrator waarin biobased materialen en constructies samenkwamen. Het project markeerde een belangrijke stap van experimenteren naar daadwerkelijk bouwen binnen het Living Greenlab. Hier kwamen materiaalkeuzes, constructie, samenwerking en onderwijs samen in één tastbare bouwopgave.

In dezelfde periode werden op het Avansterrein twee paviljoens gerealiseerd: één traditioneel en één gemaakt met biobased materialen. De vergelijking was bewust. “Alleen biobased bouwen is mooi, maar je moet ook weten waar je vandaan komt,” zegt Hans. Dat verschil werd direct ervaren. “Studenten die met steenwol werkten, zeiden meteen: dit nooit meer.” De ervaring maakte zichtbaar wat materiaalkeuzes betekenen, niet alleen voor gebouwen, maar ook voor mensen.
Kenmerkend voor deze projecten is de manier van werken binnen het Living Greenlab. Experimenteren staat centraal en studenten krijgen ruimte om zelf keuzes te maken, te ontwerpen en te bouwen. Hans stuurt daarbij bewust weinig. “Als ik zeg hoe het moet, leren ze minder. Ik laat ze het zelf ontdekken. Dat moment dat iets mislukt, dát blijft hangen.”
Hij noemt het ‘spelen voor volwassenen’:
serieus bouwen en onderzoeken, met ruimte om te proberen en te falen. Die vrijheid maakt het leren dieper dan kennisoverdracht.
Van praktijkvraag naar toepassing Naast projecten die ontstaan vanuit onderwijs en onderzoek, fungeert het Living Greenlab ook als test- en leeromgeving voor vragen uit de praktijk. Bedrijven die werken aan myceliumisolatie, biobased bouwmaterialen en modulaire woningen weten de faciliteit te vinden om hun toepassingen verder te ontwikkelen.
Een voorbeeld is het wikihuis: een demontabel houten huis zonder staal of schroeven, opgebouwd als een grote houten puzzel. In het Living Greenlab wordt het wikihuis verder ontwikkeld en geïsoleerd met mycelium. Sensoren meten prestaties, studenten leren van de toepassing en bedrijven krijgen inzicht in hun product. “Dat is win-win,” zegt Hans.
“We hebben elkaar nodig. Wees eerlijk over wat je kunt en wat niet. Dan kom je samen verder.”
Tegelijkertijd wordt zichtbaar dat biobased materialen steeds normaler worden. “Wat eerst alleen bij gespecialiseerde leveranciers lag, ligt nu ook bij de bouwmarkt. Dat laat zien dat de transitie echt in beweging is.”
Meer dan alleen bouwen
Na tien jaar bouwen, proberen en leren is het Living Greenlab meer dan een werkplaats of lab. Het is een plek waar mensen met verschillende achtergronden samen bouwen aan echte vraagstukken, en waar leren en maken onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Het Living Greenlab laat zien dat de materialen- en energietransitie vorm krijgt in de praktijk: daar waar wordt gebouwd, getest en geleerd. Dáár krijgt bouwen betekenis.
Het MycoClay-project van Avans en Hogeschool Zeeland onderzoekt, in samenwerking met partner ABT Consulting, hoe klei en mycelium gecombineerd kunnen worden om duurzame, circulaire bouwmaterialen te ontwikkelen. Onder leiding van Neha John, onderzoeker biobased materialen bij MNEXT, vindt het onderzoek plaats in twee gespecialiseerde laboratoria: het Joint Research Centre Zeeland (JRCZ) in Zeeland en het Joint Research Center Breda (JRCB) in Breda. Beide labs spelen een cruciale rol in het analyseren van grondstoffen, testen van verwerkingstechnieken en ontwikkelen van biocomposieten.
Het project verbindt twee onderzoekslijnen binnen de onderzoeksgroep Biobased Bouwen: de onderzoekslijn Building with EARTH en de onderzoekslijn Building with MYCELIUM. De EARTH-lijn richt zich op klei en leembouw als materialen die na gebruik kunnen terugkeren naar de aarde, en de MYCELIUM-lijn zich richt op het ontwikkelen van duurzame biocomposieten met mycelium en lokaal agrarisch vezelafval. Door deze inzichten te combineren, ondersteunt MycoClay de ontwikkeling van circulaire bouwmaterialen.
Karakterisering en analyse bij JRCZ In het JRCZ ligt de focus op grondstoffenanalyse. De klei wordt hier onderzocht op samenstelling, deeltjesgrootte, zoutgehalte en andere fundamentele eigenschappen die bepalen hoe het materiaal zich gedraagt in een mycelium-biocomposiet. Neha licht toe:
"Het is essentieel dat we eerst goed begrijpen welke kleisoorten geschikt zijn en hoe variabelen zoals vochtigheid en organische inhoud het eindproduct beïnvloeden. Alleen zo kunnen we later betrouwbare biocomposieten maken."
Naast karakterisering testen de onderzoekers en studenten ook biobased coatings en natuurlijke lijmen, zoals alginaat uit zeewier en chitosan uit schaaldieren. Dit biedt mogelijkheden om klei op een milieuvriendelijke manier te verbinden, zonder chemische additieven. Het lab in Zeeland brengt zo de basiskennis in kaart die nodig is voor een optimale combinatie van klei en mycelium, en voor het ontwikkelen van robuuste en duurzame biocomposieten.
Ontwikkeling van Klei-Mycelium Composieten bij JRCB
In het JRCB in Breda ligt de focus op
toepassing van de grondstoffen tot functionele materialen. Hier wordt de klei gecombineerd met geselecteerde myceliumsoorten om kleine prototypes en componenten te maken. Verschillende verwerkingsmethoden worden getest, zoals droge versus vochtige klei, en de optimale verhouding tussen mycelium en klei. Neha: "In Breda experimenteren we met verschillende verwerkingsmethodes, zoals droge versus vochtige klei, en onderzoeken we welke verhouding tussen klei en mycelium zorgt voor een optimale groei en binding. Ons doel is een protocol te ontwikkelen voor toekomstige studenten en onderzoekers. Zo kunnen ze voortbouwen op ons werk en bijdragen aan schaalbare, duurzame materialen."
De faciliteiten in Breda zijn uitgerust voor veilig werken met levende organismen, inclusief autoclaves en biohazard-veiligheid, wat noodzakelijk

is voor het verwerken van mycelium door onderzoekers en studenten. Door het testen van combinaties en groeiomstandigheden ontstaat een hybride materiaal dat zowel structureel robuust als biologisch duurzaam is.
Innovatie en uitdagingen
Een belangrijke uitdaging van MycoClay is het combineren van klei en mycelium. Beide fungeren als bindmiddel, maar hebben tegengestelde eisen: klei werkt het beste in een dichte, luchtarme omgeving, terwijl mycelium lucht en vocht nodig heeft om te groeien.
Neha: "Het is interessant om te zien hoe beide componenten samenwerken. We proberen verschillende methoden, zoals het toevoegen van vezels als voeding voor het mycelium, en onderzoeken welke methode zorgt voor optimale groei."
Door de experimenten in het JRCZ en het JRCB samen te brengen, ontstaat inzicht in hoe klei en mycelium kunnen worden verwerkt tot materialen die niet alleen functioneel, maar ook volledig circulair zijn; materialen die na gebruik weer terug de aarde in kunnen.
Studenten en circulariteit
Hoewel het project technisch van aard is, speelt onderwijs een belangrijke rol. Studenten worden actief betrokken bij het proces, van karakterisering tot prototypeontwikkeling. Op deze manier fungeert MycoClay ook als leermiddel: studenten leren circulair denken, begrijpen de volledige keten van materiaalontwikkeling en krijgen praktische ervaring met duurzame bouwmaterialen.
Van lab naar toepassing en impact
Wat in Zeeland begint bij het doorgronden van klei en haar eigenschappen, krijgt
in Breda een vervolg in de vorm van prototypes en materiaalontwikkeling.
Zo schuift MycoClay stap voor stap op richting praktische toepassing. Neha: “Het onderzoek in de labs geeft ons de inzichten die nodig zijn om materialen te ontwikkelen die zowel praktisch toepasbaar als milieuvriendelijk zijn.”
Met deze kennis ontstaat een duidelijke route vooruit: eerst ideale combinatie van klei en mycelium vinden en de fabricageprocedures optimaliseren. Pas daarna kan gekeken worden naar componenten die in de toekomst cement of beton op een duurzame manier kunnen vervangen in circulaire bouwprojecten.
Neha besluit: "Ons project is klein, maar met de juiste aanpak kan het een groot effect hebben op de circulaire bouwmaterialen van de toekomst."

