Skip to main content

Tropische nestje

Page 1

Tropisch nestje Jeugdvertellingen uit een Caribisch gezin

Loekie Morales


Aan alle (achter)kleinkinderen van lieve oma’s en iedereen die uit een tropisch nestje komt. Met de grootste waardering voor mijn exhuisgenoten en Marlies. Loekie Morales

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur of de uitgever.

Copyright teksten:

Loekie Morales, © 2001, 1e druk 2005

Uitgever:

Beyond Writing Foundation, P.O. Box 734, Sint Maarten, N.A beyondwriting@hotmail.com

Ontwerp omslag:

Loekie Morales

Copyright foto omslag:

Saskia Toussaint

Illustraties:

Stefanie Haverkamp

ISBN #:

99904-0-530-1

Deze publicatie is mede tot stand gekomen dankzij een financiële bijdrage van het Prins Bernhard Cultuurfonds Nederlandse Antillen en Aruba.


Inhoud Tropisch nestje Voorwoord 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20.

Uit elkaar In het internaat Naar Bottelier Zwemles bij het Rif Loek gaat naar de muziekschool Seng bij de Brua vrouw De Kibrahachaboom vertelt De Carnavalskoningin De grote Kenepaboom Het spookt in de octagon Naar de afdeling van de grote meiden Van proviandkast naar klerenkast Eenheid met Kerst, oud en nieuw Een sportmiddag om niet te vergeten Mau gaat naar Sint Maarten Ruzie in de tent Groot feest op Scherpenheuvel Seng loopt weg Een Leuke verrassing Ieder z'n eigen weg

5 9 15 20 24 28 33 39 42 47 52 55 59 64 69 72 77 82 86 90

Woordenlijst Boeken van Loekie Morales

93 94

3


Voorwoord

Als ik tijdens de kinderboekenweken op verschillende scholen de verhalen uit 'Zonnesproetjes' voorlees, zijn er vaak kinderen die vragen: 'Hoe is het verder gegaan met de kinderen uit Zonnesproetjes, nadat ze uit elkaar gingen na de dood van hun moeder Mai?' In 'Tropisch nestje' lees je wat er daarna zoal gebeurde in het leven van een paar van de kinderen Moraal. In Zonnesproetjes heb je al kennis gemaakt met de stoute maar moedige Seng, de leergierige Kecha en de sombere Loek. Maar ook met de verlegen Papichi, de humeurige Deng, Naida, die nu naar een pleeggezin is gegaan, Payo, die kwajongensstreken uithaalde, grote zus Mau, die van voorlezen hield, de kleuterzusjes Inika, Coltje en Yeng en niet te vergeten Rob, de oudste en strenge broer, die de deugnietjes in het gareel moest houden. Elk hebben zij hun jeugdjaren anders beleefd. In 'Tropisch nestje' leven ze voortaan ver van elkaar vandaan. Rob is naar Nederland vertrokken, maar de andere kinderen wonen nu in meisjes- en jongensinternaten, waar ze van alles meemaken. In de weekenden komen ze elkaar tegen bij hun oma Wela. Ze komen uit hetzelfde tropisch nestje en hebben dezelfde voorgeschiedenis. Maar ze hebben ieder hun eigen karakter en ook een eigen lot in het leven. 'Tropisch nestje' draag ik speciaal op aan mijn neven en nichten, de achterkleinkinderen van Wela en verder aan iedereen die ook uit een tropisch nestje komt. Dat er bij volwassenen en kinderen bij het lezen van deze verhalen mooie beelden uit hun jeugd naar boven komen, is mijn grootste wens. Met liefde en moraal, Loekie Morales. 4


1. Uit elkaar

Het is een paar weken geleden dat Mai, de moeder van de Zonnesproetjes naar de hemel is gegaan. De kinderen Moraal wonen nu met z'n allen in het grote gele huis van hun tante. Hun oma Wela woont er ook. Het huis heeft twee verdiepingen. Het telt wel acht enorme slaapkamers met hoge plafonds, twee grote zitkamers, een ruime keuken met bijkeuken en een brede tuin. De meisjes Loek, Kecha en Seng, slapen met hun kleuterzusjes Yeng, Coltje en Inika bij hun oma in de voorste slaapkamer. De jongens Deng, Papichi en Payo delen de grote kamer ernaast met hun neven. Oudste broer Rob is pas geleden naar Nederland vertrokken. Hij gaat naar de Zeevaartschool om alles van de scheepvaart te leren en kapitein te worden. De pontjes in de haven van Willemstad hebben hem altijd al geboeid. Hij nam afscheid van zijn oma Wela en zijn broers en zusjes. Later kan hij Wela helpen om voor zijn broers en zusjes te zorgen. Als oudste uit het gezin moet hij het goede voorbeeld geven. Wela zit in haar schommelstoel bij het raam. Ze staart naar Deng en Papichi van zeven en acht jaar. Die zijn in de tuin aan het knikkeren met hun neven. In het zand maken ze een grote cirkel met hun vingertjes. Een kuiltje hier en een bergje daar. Daar leggen ze hun knikkers op en proberen de andere knikkers uit de cirkel te tikken. Het spel is volop aan de gang wanneer de voordeur open gaat. Het is Tante Dunga die op bezoek komt. Ze groet Wela en roept de kinderen, want ze heeft een belangrijke mededeling. De kinderen luisteren aandachtig. 'Jongens, ik vind het niet gemakkelijk om jullie dit te moeten ver-

5


tellen, maar we hebben geen keus.' Ze strijkt met haar handen over haar haren en slaakt een diepe zucht. 'Wij houden van jullie en zouden jullie graag hier willen houden. Maar we kunnen niet voor jullie allemaal zorgen. We hebben daarom besloten dat jullie over een paar dagen afscheid van elkaar moeten nemen.' De kinderen kijken tante Dunga met grote ogen aan terwijl ze verder praat. 'Deng en Papichi gaan naar een jongensinternaat te Soto. De meisjes gaan naar het meisjesinternaat Casa Anita. Payo gaat naar een internaat voor grote jongens in Scherpenheuvel, omdat hij al 14 is. Grote zus Mau blijft bij Wela om haar te helpen bij het grootbrengen van jongste zusje Inika.' De kinderen schrikken enorm van dit nieuws. 'Waar gaan we naar toe? Wat is een internaat?' vragen de meisjes Seng en Loek van negen en elf jaar verbaasd. 'Dat is een groot tehuis voor kinderen zonder ouders of kinderen waarvan de ouders ze niet kunnen verzorgen. Er zijn daar leidsters die jullie helpen met je huiswerk. Ook wonen er veel kinderen met wie jullie vriendjes kunnen worden. De internaten liggen ver van elkaar vandaan. De directrice heeft ons beloofd dat de meisjes bij elkaar op een kamer slapen en ook de jongens krijgen samen een slaapkamer', zegt tante Dunga. Deng en Papichi beginnen fel te protesteren. 'Maar we willen niet weg! We willen dicht bij Wela blijven!' Ze rennen naar buiten en de meisjes volgen. Ze willen van nog een afscheid niets weten. Tante Dunga gaat achter ze aan en probeert hen te kalmeren, maar dat lukt moeilijk. Loek en Seng houden Wela's rok vast. Wela omhelst hen en zegt: 'Het is echt voor jullie bestwil. In het internaat zijn jullie niet alleen. Daar wonen andere kinderen en krijgen jullie een eigen bed. Maar het belang-

6


rijkste is dat jullie bijna elk weekeinde thuis mogen komen. Dan zijn jullie toch weer allemaal bij elkaar.' Maar de kinderen zijn ontroostbaar. Ze weten dat ze binnen enkele dagen afscheid van elkaar moeten nemen. De eerste twee maanden mogen zij helemaal niet naar huis, want dan wennen ze niet aan de andere kinderen in het internaat. Dat hebben ze tante Dunga aan oma horen vertellen. Later op de avond zitten ze tegenover elkaar in de kamer. Ze zijn nog steeds boos en verdrietig en hebben nergens zin in. Die dagen valt er geen land met ze te bezeilen. Ze eten slecht en geven geen antwoord als Wela of tante hen roept. Een paar dagen later komen ze van school. In de zitkamer zien ze twee grote koffers die tante heeft ingepakt. Eén voor de jongens en één voor de meisjes. De koffers staan open. Heel even worden de kinderen blij, want ze hebben nieuwe kleren en slippers. Ook heeft ieder een nieuwe tandenborstel, een stuk zeep en poeder gekregen. De meisjes hebben nu ook mooie strikken voor het haar. Dan horen ze het geluid van een remmende bus voor de deur. Ze durven niet te kijken. Een mevrouw stapt uit. Zij is de directrice van het meisjesinternaat. Ze geeft Wela en tante een hand en maakt kennis met de meisjes. Seng wil naar buiten rennen, maar tante grijpt haar bij de arm. Loek houdt Wela's rok vast en Kecha pakt haar pop van fles van de sofa. Die klemt ze stevig tegen zich aan. Het duurt even voordat ze gekalmeerd zijn. Dan omhelzen ze Wela. 'Gedragen jullie je goed, dan zien we elkaar snel weer. Is dat afgesproken?' fluistert ze in hun oren. De meisjes knikken. Nu moeten ze de bus in. Deng en Papichi kijken met tranen in hun ogen hun zusjes na. Ze zwaaien naar hen terwijl de bus langzaam weg-

7


rijdt. Nog geen uur later stopt er weer een grote bus voor het huis. Een frater stapt uit. Hij is van het jongensinternaat San Fernando, dat ver weg op het platteland ligt. Papichi gaat bij Deng staan. Zij geven de frater een hand en vertellen hoe ze heten. 'Zo jongens, zijn jullie er klaar voor? OkĂŠ, dan gaan we,' zegt de frater. De jongens omhelzen hun oma en stappen in. Dan start de chauffeur de bus. Inika wil er naar toe rennen, maar Wela houdt haar vast. Samen met de tantes zwaaien ze naar de jongens. 'Dag zonnesproetjes van me. Tot gauw!' roept Wela, terwijl zij, tante en Inika blijven zwaaien totdat de bus om de bocht verdwijnt.

8


2. In het internaat

Kecha, Seng en Loek zitten onwennig in de Volkswagenbus, die op weg is naar het meisjesinternaat. Hun kleuterzusjes Coltje en Yeng kruipen dicht tegen hen aan. Ze staren naar buiten en af en toe kijken zij elkaar aan. Hoe zal het in het internaat zijn? Zal het daar heel anders zijn dan thuis? Gaan we naar een andere school en zijn de leidsters wel aardig of juist streng? En zijn de meisjes daar wel leuk? Loek is helemaal in gedachten verzonken. Juffrouw Sanchez, de directrice, zit vooraan in de bus en kijkt streng voor zich uit. De buschauffeur, meneer Rodriguez, let goed op het verkeer. Het duurt lang voordat ze op de plaats van bestemming aankomen. Eindelijk stopt de bus bij het hek van een groot gebouw met een plat dak. De directrice stapt uit en doet het hek open. Wanneer de chauffeur de tuin binnenrijdt, doet zij de poort weer dicht. 'Meneer Rodriguez, kunt u hun koffer naar binnen dragen?' vraagt de directrice. Ze glimlacht en knikt naar de meisjes. 'Deze kant op!' Via het tuinpad gaan ze door een grote ijzeren poort. Daar zwaaien een paar leidsters en kinderen. Zo heten ze de meisjes welkom in het internaat. Kecha van 10 en Loek van 11 jaar staan pal achter hun jongere zusjes. Die kijken onwennig om zich heen. Zoveel kinderen bij elkaar hebben ze alleen op school gezien. Juffrouw Marcia en juffrouw Scherp komen op de meisjes af. 'Welkom op Casa Anita, meisjes', zeggen ze met een vriendelijke glimlach. 'Deze kinderen zijn voortaan jullie huisgenootjes. Jullie eten samen, gaan samen naar school en doen activiteiten samen. Het is hier ĂŠĂŠn grote familie.' De directrice geeft een seintje aan

9


alle kinderen om de nieuwe meisjes met een handdruk te begroeten. Sommigen roepen luid hun naam. Coltje en Yeng van vijf en zes jaar oud voelen zich ongemakkelijk met al die nieuwe gezichten die hen aanstaren. Ze kruipen weg bij Loek en Kecha. De directrice heeft dit in de gaten en zegt: 'Kom, ik zal jullie je kamer laten zien. Die is al ingericht. We hebben jullie oma al beloofd dat jullie op een kamer slapen.' De directrice en juffrouw Scherp lopen met hen naar een van de kamers ergens in het midden van de gang. Meneer Rodriguez sleept de grote koffer mee tot aan de kamerdeur. Daarna zwaait hij naar de leidsters en de meisjes en gaat weg. De directrice doet de deur open. 'Wat een grote kamer!', roept Kecha enthousiast. Loek gaat met haar handen over het bureau en gaat op de stoel zitten. Ze trekt een lade open. 'Mm, hier kan ik mijn gedichten schrijven,' zegt ze. 'Zo, dat doe je dus graag, meisje?' 'Ja juffrouw,' zegt ze. Er staan stapelbedden en er zijn klerenkasten. Voor elk van hen ĂŠĂŠn. De bedden zijn mooi opgemaakt en elk bed heeft een andere kleur sprei. De directrice bukt zich naar de kleintjes toe. 'Jullie gaan voor de veiligheid op de onderste bedden slapen. Kijk, elk bed heeft om het matras een soort deken van rubber, om het te beschermen als kinderen in bed plassen.' Coltje en Yeng knikken bedeesd. De juffrouwen helpen om alle spullen uit te pakken. Rokken, blouses, pantalons en nieuwe jurken, alles gaat in de kasten. Veel van hun kleren zijn door hun tante genaaid en zijn wit, grijs of zwart. De kinderen zijn nog steeds in de rouw voor hun moeder Mai. Die rouwkleding moeten ze in de kasten opbergen.

10


11


Ze krijgen een set handdoeken, washandjes en een rolletje textiel met nummers. Elk kind krijgt een nummer. Juffrouw Scherp legt aan Loek uit hoe zij de handdoeken en al hun kleren moet voorzien van een nummer. Dat moet ze met naald en draad aanbrengen. Aan het nummer kun je dan zien van wie een kledingstuk of een handdoek of washandje is. Na het uitpakken krijgen ze een rondleiding van de juffrouw. Ze lopen naar de grote eetzaal, waar de lange tafels al gedekt zijn. 'Zo dadelijk gaat de bel,' zegt de juffrouw. 'Dat is het teken dat alle kinderen direct de handen moeten wassen en naar de eetzaal moeten komen. Elk meisje heeft een eigen zitplaats.' De juffrouw wijst de kinderen op welke stoelen zij zowel voor het ontbijt, het middag-, als het avondeten mogen zitten. Ze zullen niet dicht bij elkaar zitten, want anders wennen ze niet aan de andere kinderen. 'Hier eet iedereen met mes en vork,' zegt juffrouw Scherp. Kecha kijkt haar met grote ogen aan. De juffrouw stelt haar gerust dat alle nieuwelingen wordt geleerd om met mes en vork te eten. Alleen soep en pap of toetje mogen ze natuurlijk met een lepel eten. De juffrouw trekt een van de deuren open. De kast puilt uit van de borden, kopjes, glazen en schalen. 'Hier bewaren wij al het servies, het bestek en keukengerei. De meisjes vegen de zaal en ruimen na het eten alles op.' In de keuken kijken ze naar de enorme aanrechten en fornuizen. Daarna lopen ze naar een andere ruimte. Daar staan wasmanden, wasmachines en droogtrommels. Ook is er nog een aparte kamer ernaast, met strijkplanken en -ijzers. De juffrouw laat hen een grote strijkmachine zien, speciaal voor het strijken van de lakens. 'Moeten wij dat ook doen?' vraagt Kecha. 'Nee hoor, dat is te moeilijk en te zwaar voor kinderen. Daar hebben we een mevrouw voor, die elke woensdag komt strijken.

12


Maar als de kleren van de strijkkamer komen, moeten jullie ze wel zelf netjes in je kast opbergen.' Dan vertelt juffrouw Scherp over de activiteiten. 'Elke maandag na schooltijd is er slagbal. Dat spel leggen wij wel uit, als het zover is', zegt ze. 'Sporten is heel belangrijk. Daarom komt hier wekelijks een sportleraar. Hij wijst jullie hoe je gezond met je lichaam moet omgaan. En in de recreatiezaal kun je elke middag klussen, afhankelijk van de activiteit van de dag. Sommige meisjes kiezen voor naaien of haken. Anderen houden zich liever bezig met macramĂŠ of schilderen. En dan komt er ook nog elke woensdag een meneer hierheen om muzieklessen te geven. Je kiest het instrument dat je leuk vindt, maar je moet je er wel aan houden en de lessen bijwonen.' Loek, Seng en Kecha, zien een hele nieuwe wereld voor zich opengaan. Nieuwe huisgenoten en activiteiten in een strak schema. Geen Wela in de buurt of een broer met wie ze erop uit kunnen. Dat is voorlopig verleden tijd. In het internaat zijn de leidsters streng. Als je de regels overtreedt, dan krijg je straf. Dit houdt in extra corvee. Thuis kregen ze zo af en toe, als Payo het meebracht, ijs. Hier is er elke dag een toetje na de maaltijd. Vla, pudding, yoghurt, heerlijk vinden ze dat. Ze moeten daar wel aan de meisjes wennen, maar ook aan de leidsters, hun nieuwe bedden en hun kamer. De kinderen zijn uitgeschreven bij de Oranjeschool. Hun nieuwe school wordt de Krijtschool, die in de buurt van het internaat ligt. Meneer Rodriguez brengt hen met de grote Volkswagenbus naar school. Er is veel veranderd in hun jonge levens. Ze missen hun huis aan de Kerkhofweg, het rennen naar de sushi ton en het spelen op de stoep en de snoepwinkel van

13


buurvrouw Loni. Ze popelen daarom om Wela en hun broers weer snel te zien. Maar het zal zo'n twee maanden duren voordat ze naar hun oma mogen gaan. Wat hebben ze straks veel nieuwe dingen aan hun neven en nichten te vertellen.

14


3. Naar Bottelier

Loek stapt uit de bus. Meneer Rodriguez heeft haar samen met enkele meisjes van school opgehaald en bij het internaat afgezet. In de klas had ze haar aandacht niet bij de les. Alle rekensommen heeft ze fout gemaakt. Zelfs voor het proefwerk aardrijkskunde, een vak dat zij zo leuk vindt, heeft ze een onvoldoende. Ze mist de Oranjeschool, meneer Bernabella en haar vroegere klasgenoten. Alles is zo anders op de Krijtschool. De leraar is saai en Loek heeft nog geen nieuwe schoolvriendjes of -vriendinnetjes gemaakt. De hele dag staart ze naar buiten in plaats van op te letten. Zo af en toe trekt ze aan haar lange vlechten. Ze voelt zich niet op haar gemak. Constant denkt ze aan haar moeder Mai. Nog steeds kan ze niet geloven dat haar moeder is overleden en dat haar eigen leven daardoor zo is veranderd. Zou Mai vanuit de hemel naar beneden kijken? Zou ze alles weten wat haar dochter doet? Maar dan moet Loek wel haar best doen. Steeds weer die onvoldoendes is niets voor haar. Mai zou boos zijn als ze met die lage cijfers thuis zou komen. Loek is blij dat ze weer thuis is, op het internaat. Daar heeft zij inmiddels wel een paar vriendinnen gemaakt: Annie, Niby, MarĂ­a en Nella. Ze kan goed met hen opschieten. Soms trekken ze dezelfde kleren aan, om als tweelingen op elkaar te lijken. Dan lopen ze in groepjes arm in arm op het slagbalveld. Als er ruzie uitbreekt, verdedigen ze elkaar alsof ze familie zijn. Huisgenoten, daarmee leef je iedere dag. Je deelt lief en leed en troost elkaar wanneer het nodig is. Maar vandaag voelt Loek zich alleen. Al dagenlang denkt ze de hele tijd aan haar moeder. Ze wordt verdrietig bij de gedachte dat ze Mai nooit meer kan zien of spreken en trekt zich terug in haar

15


kamer. Daar pakt ze het schriftje waarin ze gedichten en brieven aan Mai schrijft. Als Mai uit de hemel naar beneden kijkt, dan kan ze zien wat ik haar schrijf, denkt ze. Soms verlangt Loek ernaar dat er van daarboven een brievenbus naar beneden komt. Maar dat gebeurt nooit. Op een nacht droomt ze dat Mai haar komt opzoeken, maar dat ze Mai niet mag aanraken. Een andere keer droomt ze dat ze heel veel trappen moet beklimmen om bij de hemel te komen en haar moeder te zien. Maar er zijn veel te veel treden en haar benen worden zo lam, dat ze niet verder kan klimmen. Voordat ze de laatste treden bereikt, wordt ze weer wakker. Nooit bereikt ze haar moeder. Al een paar dagen heeft zij die nachtmerries gehad. Daarom voelt ze zich nu heel eenzaam en verdrietig. Soms wordt ze moedeloos van het schrijven, omdat ze nooit een antwoord krijgt. Loek is boos op God. God heeft haar moeder naar de hemel geroepen. Dat vindt ze niet eerlijk. Nu moeten wij Mai missen, terwijl we haar nodig hebben, denkt ze. Ze pakt haar schrift en begint te schrijven... Lieve Mai, Ik hoop dat je nu naar beneden kijkt. Ik ben het, je dochter Loek. Ik ben je niet vergeten, elke dag denk ik aan je. Soms vraag ik me af wat je in de hemel aan het doen bent. Waarom heeft God je geroepen? Of wilde je niet meer hier zijn? Weet je, als er soms een vliegtuig voorbij gaat, dan houd ik in gedachten de vleugels vast. Ik stijg op naar de hemel en ben dan dicht bij je. We wonen nu ver van huis in een meisjesinternaat. Kecha, Seng, Coltje, Yeng en ik zijn bij elkaar. De leidsters zorgen nu voor ons. Ze zijn soms heel streng. Ik mis Wela door de week, maar binnenkort mogen we in de weekeinden naar haar toe. Ze zegt dat ik goed voor mijn zusjes moet zorgen, altijd om ze geven, mijn best doen op school en me altijd fatsoenlijk gedragen. Ik hoop dat je mij helpt om het goed te doen... Van je dochter die veel van je houdt, Loek. 16


17


Terwijl Loek schrijft, lopen de tranen over haar wangen. Het wordt haar teveel en ze legt haar hoofd op het schrift. De letters worden er helemaal nat van. Eigenlijk wil ze op een afgelegen plaats zijn, waar ze alleen nog maar met haar moeder kan zijn. Niemand hoeft te weten dat ze zo'n verdriet heeft. Daarom heeft ze de kamerdeur op slot gedaan. Ze huilt hartverscheurend en stopt haar gezicht in het kussen om het geluid te dempen. Dan hoort ze haar naam. Juffrouw Regales roept, maar Loek blijft het kussen voor haar gezicht houden. Juffrouw Regales kijkt door de ruit van de deur naar binnen en ziet dat er iets aan de hand is. Ze opent de deur met haar eigen sleutel en gaat naast Loek op bed zitten. Ze streelt over haar haren maar die vindt het te moeilijk om te vertellen wat er scheelt. 'Ach meisje toch, wat is er met jou aan de hand?' vraagt juffrouw Regales. Loek blijft alleen maar snikken en schudt bij elke vraag haar hoofd. Dan ziet de juffrouw de brief in het schrift. Nu heeft ze in de gaten dat Loek haar moeder mist. 'Ik heb een idee. Zullen we samen naar je moeders graf gaan?' vraagt ze voorzichtig. Loek knikt terwijl ze haar tranen met haar vuist weg veegt. 'Droog je tranen en was je gezicht, trek je schoenen aan en borstel je haren, dan gaan we naar de begraafplaats,' zegt de juffrouw kordaat. Voordat Loek de bus instapt, loopt ze de tuin in. Daar plukt ze een mooie bos bloemen voor Mai en de juffrouw helpt mee. Nog geen half uur later rijdt meneer Rodriguez de begraafplaats Bottelier op. Loek weet nog precies op welke plaats het graf van Mai ligt. Ze loopt er met de juffrouw naartoe. Bij een kraan vult ze een vaas met water en zet de bloemen erin. De vaas plaatst ze bij het

18


graf van haar moeder. Ze legt haar hand teder op de graftegel. Achter die tegel ligt de kist. Mai's naam is op de tegel aangebracht en ook haar geboorte- en sterfdatum. Loek gaat met haar wijsvinger over de letters. Die voelen koud aan, ook al schijnt de zon nog zo fel. In zichzelf praat ze met Mai. Ze voelt haar moeder nu dichter bij haar. Even later komt de juffrouw bij haar staan. Ze strijkt nog een keer met haar handen over Loeks haren en pakt haar hand vast. 'Kind, er zijn dingen in het leven die wij niet begrijpen. Misschien was je moeder hier op aarde niet gelukkig. Misschien heeft God wel een beter plan met haar. Dat zijn dingen die voor ons een raadsel blijven, maar alles heeft zo zijn reden.' Loek staart nog naar haar moeders naam op de tegel. 'In de hemel is je moeder veilig. Daar zijn geen ziektes en wordt ze door de engelen beschermd. Misschien is zij nu een engel die elke dag over jou waakt. Je moet je best doen om vooruit te komen in het leven. Ik weet wel zeker dat je moeder dat fijn vindt en trots op je zal zijn.' Loek knikt. Als ze kalmer is, vraagt de juffrouw: 'Zullen we nu maar gaan?' Loek sluit haar ogen en zegt in zichzelf een kort gebed. Daarna loopt ze met de juffrouw naar de bus. Meneer Rodriguez rijdt terug naar het internaat, waar de grote bel net gaat. Het signaal dat ze aan tafel gaan voor de warme maaltijd.

19


4. Zwemles bij het Rif

Het is dinsdagmiddag. De meisjes hebben net hun dutje achter de rug. Het huiswerk hebben ze na het eten al gemaakt. Juffrouw Scherp loopt de gang in. 'Maken jullie voort,' zegt ze, 'meneer Rodriguez staat te wachten.' Kecha heeft haar nieuwe zwempak aan. Het is fel geel met koordjes en strikjes in de rug. Haar lange donkere krullen kamt ze in een knot. Ook de kleuterzusjes gaan mee. Kecha zoekt onder het bed en in de kasten naar hun slippers. In de tussentijd helpt Seng de handdoeken te verzamelen. Loek gaat vandaag niet mee. Ze voelt zich niet lekker en mag van de juffrouw thuis blijven. Ze moet wel een boek uit de bibliotheek halen en dat alvast lezen. Het zwembad ligt bij het Rif, midden in Otrabanda, het westelijke deel van Willemstad. Bij het Rif krijgen de meisjes zwemles van een hele strenge meneer. Zijn naam is Bennie. Hij staat bekend om zijn gemene grapjes en hij schreeuwt als zijn pupillen een fout maken. Je kan maar beter alle aanwijzingen precies volgen, anders kan Bennie heel wreed zijn, hebben de andere meisjes hen gewaarschuwd. De kinderen Moraal kunnen alleen pootje baden. De schoolslag en vlinderslag hebben ze nooit geleerd. Juffrouw Marcia en juffrouw Scherp gaan ook mee om toezicht te houden. 'Kom op meisjes, handdoeken gereed, slippers aan, we gaan!' Iedereen stapt in de bus. De juffrouwen gaan voorin zitten. De Volkswagen bus is nu tjokvol. Meneer Rodriguez controleert of het portier goed dicht is en dan start hij. Ze gaan de hoge brug op die tussen Punda en Otrabanda ligt en bereiken het zwembad op tijd. Meneer Rodriguez parkeert bij de ingang en doet het portier open. Juffrouw Scherp en juffrouw Marcia stappen uit en waar-

20


schuwen de kinderen om bij elkaar te blijven. Op het terrein zien ze een klein bad voor de kleuters. Een paar meter verderop is er een groot zwembad met een ondiep en een diep gedeelte. De kinderen kijken met angstige ogen naar het water. Meneer Bennie loopt op de juffrouwen af en groet hen met een norse, harde stem. 'Zo,'zegt hij, 'zijn dit de kinderen waar u het door de telefoon over had?' 'Ja, zoals u ziet hebben ze verschillende leeftijden, maar ze kunnen nog geen van allen zwemmen,' antwoordt juffrouw Marcia. 'Goed, laten we maar beginnen om mijn assistent erbij te roepen. Deze kleine meisjes gaan in het kleine bad en krijgen les van hem. Ze moeten die kant op.' Bennie wijst naar het kikkerbad, zoals hij het zwembad voor de kleuters noemt. 'In die kasten liggen de zwemvesten en de zwembanden. Die moeten de kleintjes aantrekken. De planken liggen hier.' Bennie trekt de kast open, terwijl hij uitlegt wat ze moeten doen. 'Houdt u ook een oogje in het zeil bij de kleintjes? Ze kunnen af en toe rare dingen doen. Laatst hadden we nog een kleuter die zomaar het grote bad in rende. Dat was paniek alom. Gelukkig hebben we haar nog net kunnen redden.' Kecha en Seng knijpen elkaar in de hand en kijken met grote vraagtekens naar het water. Seng haalt diep adem. Ze gaat naast haar vriendin MarĂ­a staan. Ze durft alles. 'Komen jullie maar mee. Vandaag zal ik jullie ĂŠĂŠn keer uitleggen hoe je het zwemvest moet omdoen. Eerst gaan jullie in die hokjes je zwempakken aantrekken. De fluit is het signaal om hier binnen vijf minuten paraat te staan met je zwemvesten aan en je plank onder de arm.' Bennie trekt de kast open en pakt een zwemvest. Hij legt uit hoe ze de planken moeten vasthouden, om niet te verdrinken. In de

21


tussentijd neemt Bennie's assistent de kleintjes mee naar het kikkerbad. Dan moeten de meisjes met planken in de arm in de rij staan. De voorste staat aan de rand van het bad. Wanneer Bennie fluit, mag ze in het water springen. Daarna mag de volgende erin. Ze oefenen eerst de schoolslag, dan de vlinderslag en daarna rugzwemmen. Als ze zo hun best blijven doen, mogen ze na een paar weken voor het diploma A gaan. Ineens schreeuwt Bennie tegen Kecha, die haar voeten boven de wateroppervlakte gooit en schuin zwemt: 'HĂŠ, Flamingo, kan je niet normaal recht voor je uit zwemmen, of heb je rum gedronken?' Hij richt zijn lange aanwijsstok op haar. 'Kom op, recht vooruit.' Zijn norse stem galmt in de ruimte. Kecha raakt in paniek en gaat staan, terwijl ze de plank nog vasthoudt. 'HĂŠ, lange Trien, wat doe je nou? Stoppen is niet toegestaan. Die baan moet je helemaal ZWEMMEN en niet lopen. Schiet op! We hebben hier geen tijd te verliezen.' Kecha gaat trillend en bevend naar de kant. Bennie loopt naar haar toe. 'Hier!' zegt hij dreigend. De andere meisjes kijken vol medelijden toe. 'Waarom denk je dat God je oren heeft gegeven?' Kecha durft niets te zeggen. Als de zwemmende meisjes omkijken, schreeuwt Bennie dat hij niet tegen hen praat. 'Jullie moeten voor je kijken en vooral doorzwemmen.' Hij kijkt Kecha streng aan en wijst naar haar oren. 'Die oren heb je om te HOREN; luister dus goed naar mijn instructies, anders loop je alleen maar kans om te verdrinken. Volgens mij wil je nog niet dood gaan, of wel soms?' Kecha weet niet waar ze moet kijken. 'Zwem die baan opnieuw en nu foutloos! Plank recht houden, voor je uitkijken en nergens anders, totdat je de overkant bereikt.'

22


Kecha springt in het water, houdt haar plank stevig vast en probeert het weer. Bennie loopt aan het rand van het bad en houdt haar nauwlettend in de gaten. Gelukkig gaat het nu wel goed. Als ze de overkant bereikt, zucht ze diep. Bennie staat er al. 'Je kunt het wel, alleen je oren moet je nog schoonmaken,' zegt hij met een grijns. De laatste tien minuten van de les mogen ze vrij zwemmen. De meisjes voelen zich dan echt bevrijd van die commando's van Bennie. Ze duiken kopje onder, het water spat alle kanten op en ze hebben echt lol. Bij het fluitsignaal moeten zij het zwembad verlaten, onder de douche gaan en zich aankleden. Aan het eind van de middag rijdt meneer Rodriguez met een volle bus meisjes en natte bagage door de poort van het internaat.

23


5. Loek gaat naar de Muziekschool

Loek zingt een leuke melodie, terwijl ze naar de recreatiezaal toeloopt. Haar vriendinnen Niby, MarĂ­a en Annie zijn bij haar en fluiten mee. De stoelen staan al op de juiste plaats in de zaal en de meisjes wachten nu op de muziekleraar. Elke week neemt hij zijn gitaar mee, waarop hij prachtige melodieĂŤn speelt. Even schudden met de maracas om ritme te krijgen en voor je het weet, heb je een geinig lied. 'Joepie, daar is meneer La Cruz,' schreeuwen een paar meisjes enthousiast. Hij loopt de zaal binnen en groet de kinderen met een brede glimlach. 'Dag meisjes, hoe is het afgelopen week gegaan? Hebben jullie er vandaag zin in?' 'Ja', roepen de meisjes in de zaal. Dan haalt hij de gitaar uit de hoes. Meneer La Cruz moet hem eerst even stemmen met een stemvork. De kinderen kijken aandachtig toe, terwijl zijn assistent de maracas tevoorschijn haalt. 'Boem cha cha, boem cha cha,' zegt meneer La Cruz in het ritme. Met zijn assistent zingen de kinderen de tekst van de liedjes na, terwijl meneer La Cruz op zijn gitaar tokkelt. 'Ladron, Ladron, Ladron tene kuidou. Polis ta bin bo tras.' ('Dief, pas maar op, anders komt de politie achter je aan'), zingt hij. Terwijl ze met zijn allen zingen, doen ze de dief en de politie na. Ze hebben een uur lang schik. Daarna mogen ze helpen opruimen. Meneer La Cruz en zijn assistent zwaaien de meisjes na. Dezelfde middag roept de directrice Loek naar haar kantoor. Wat zal er zijn? vraagt Loek zich af. Als ze binnenstapt zegt de directrice dat ze mag gaan zitten. Dan vraagt zij wat Loek van de

24


muzieklessen vindt. 'Heel leuk, juffrouw,' antwoordt ze kort. 'Welk instrumenten vind jij het leukst, Loek?' vraagt de directrice 'Blokfluit en xylofoon, juffrouw,' zegt ze meteen. Haar ogen beginnen te glinsteren. 'Voortaan mag je elke week naar de muziekschool. Dan leer je blokfluit en xylofoon spelen. Ook leer je hoe je muzieknoten kunt lezen, je krijgt stemvorming en leert op noten zingen. Dat heet Algemene Muzikale Vorming, AMV.' Loek springt een gat in de lucht. 'Wauw, wat geweldig! Dank u wel juffrouw. Wanneer mag ik beginnen?' 'Volgende week donderdag al. Meneer Rodriguez zal je met Gichie naar de muziekschool in Emmastad brengen. Beloof je me je best te doen en flink te oefenen? Want na een tijdje moet je examen AMV afleggen, en alleen als je dat haalt, krijg je een diploma.' Vanaf de week erna brengt meneer Rodriguez Loek en Gichie elke week naar de muziekschool. Eerst maken ze kennis met de leraar, meneer Provance. Die geeft hen elk een blokfluit en een muziekschrift, waarin ze noten tekenen op een notenbalk. En na maanden oefenen deelt de muziekleraar op een dag mee, dat ze mogen optreden. De meisjes draaien wel drie keer in het rond van blijdschap. Ze vertellen aan iedereen dat ze binnenkort op de planken staan. Ze oefenen de melodieĂŤn wel honderd keer, want alles moet foutloos gaan. De grote dag nadert. Meneer Provance kijkt de blokfluiten na op scheurtjes en ze worden schoongeblazen en ingepakt. Meneer Rodriguez brengt de meisjes naar het theater. Ze glimlachen ver-

25


legen. Hun muziekleraar wacht al bij de ingang van het gebouw. 'Zo meisjes, zijn we er klaar voor?' vraagt meneer Provance. Hij begeleidt de meisjes naar hun zitplaatsen. De technicus doet de grote lampen aan. Dan stapt meneer Provance naar de microfoon op het podium. 'Dames en heren, jongens en meisjes, we vragen u om stilte in de zaal. Zo dadelijk ziet u een optreden van de eerste klas Algemene Muzikale Vorming. Dan kunt u horen wat de meisjes hebben geleerd. Luister goed naar de noten en naar de melodie die een verhaal vertelt. Alleen als je het goed in je opneemt, kun je het verhaal voelen en begrijpen. Een paar kinderen beginnen nerveus te grinniken. 'Sssst, stilte! Gichie en Loek, komen jullie maar naar voren.' De meisjes gaan voor de standaard staan en beginnen te fluiten. Eerste en tweede stem. Het gaat mooi in canon en het ene couplet volgt na het andere. De meisjes voeren hun stuk prachtig uit. Aan het eind krijgen ze een daverend applaus van het publiek. Maar bij het verlaten van het podium struikelt Loek over een van de kabels die daar onhandig ligt en ze valt ongelukkig op haar mond. 'HOOOOEEE, oeeff, ach,' klinkt het door de zaal. Een paar mensen lachen krampachtig van leedvermaak. Loeks mond begint hevig te bloeden en meneer Provance haalt onmiddellijk zijn zakdoek tevoorschijn en dept de bloeding. De hele zaal kijkt nu stil toe, terwijl hij haar naar achter de schermen begeleidt en naar Gichie fluistert dat ze mee moet komen. Het podium is leeg en er is alleen de stilte en vragende gezichten van volwassenen en kinderen die van de schrik te boven moeten komen. Sommigen hebben hun handen voor de mond.

26


Even later klinkt er door de microfoon: 'dames en heren, jongens en meisjes, we hadden even een ongelukkig intermezzo, maar achter de schermen is ze al weer aardig opgeknapt, hoor. Ik wil het programma afsluiten met een extra applaus speciaal voor deze kinderen, die zo hard hebben geoefend om deze show vandaag mogelijk te maken. Dames en heren, jongens en meisjes, hier zijn: Gichie en Loek!' De meisjes komen achter het zwarte doek vandaan en zwaaien naar het publiek. Loek houdt een hand voor haar mond, maar zwaait verlegen met de andere hand. Ze krijgen een staande ovatie. Dan verdwijnen ze weer achter de schermen, waar limonade met gebak klaarstaat. Gichie kijkt naar Loek, die een opgezwollen lip heeft. 'Je kan toch niet eten. Mag ik jouw taart dan hebben?' 'Ben je mal?,' roept Loek kwaad en ze loopt weg, terwijl Gichie grinnikt. En dan gaan ze met de bus terug naar het internaat, waar hun huisgenoten al staan te wachten om te horen hoe het allemaal is gegaan.

27


6. Seng bij de Brua vrouw

De grote bus vertrekt uit het internaat. Hij zit vol kinderen die dit weekend bij hun familie mogen logeren. Elke keer als de bus stopt, zwaaien de meisjes naar hun uitstappende huisgenoten. Die zien ze pas op zondagmiddag weer. Heel het weekend mogen ze doen en laten wat ze willen. De bus bereikt het huis van Wela. Kecha, Loek, Seng en hun kleuterzusjes stappen uit. Uit de kofferbak halen ze hun weekendtas. Samen lopen ze de trap op. Daar staan hun neven en nichten al te wachten. Ze hebben hun oma en nichten wel twee maanden niet gezien en die luisteren aandachtig naar de enthousiaste verhalen die de meisjes over het internaat vertellen. Ze eten nu met vork en mes, hebben elk hun eigen bed, klerenkast en handdoeken. Zoals de directrice aan Wela heeft beloofd, slapen zij samen op ĂŠĂŠn kamer. Ze vertellen over hun nieuwe school, over hun leraar en hun vriendinnen, maar vooral over hun huisgenoten uit het internaat. Dan gaan ze tot etenstijd naar het plein, om met hun nichten touwtje te springen, daarna te knikkeren met hun neven. Dan roept Wela de namen van haar kleinkinderen om te komen eten: 'Payo, Deng en Papichi, Loek en Kecha, Coltje en Yeng.' Maar als ze Seng roept, komt die niet. 'Waar is Seng?' vraagt ze. 'Seng... Seng... waar ben je?' Maar er komt geen antwoord. Wela loopt naar het balkon en kijkt naar buiten. Ze stuurt Payo erop uit. 'Ga even bij haar vriendin Sita langs, daar hangt ze vaak uit.' Maar Sita zegt tegen Payo dat ze Seng nog helemaal niet heeft gezien. Payo zoekt overal in de buurt, maar niemand weet waar Seng is. Thuis hangt een rare sfeer. Iedereen is met zijn gedach-

28


ten bij Seng, die spoorloos is verdwenen. Wela loopt naar haar slaapkamer en bidt tot God dat Seng heelhuids thuis komt. Het begint te schemeren. Wela wil net de politie waarschuwen, als ze Payo met Seng ziet aankomen. Ze slaakt een diepe zucht. Payo komt de trap op. Seng ook, maar ze is helemaal in de war. 'Kindje toch, waar was je? Wat is er met je gebeurd? Voel je je wel goed?' Ze ziet dat Seng geschokt is en maar wat brabbelt. Payo vertelt waar hij Seng heeft gevonden. Ze is gelokt door een mevrouw met een pop. Die vrouw heeft haar uren in haar krotje vastgehouden. Wela fronst haar wenkbrauwen. 'Waar staat het huis? Wat heeft ze met je gedaan, Seng?' Maar Seng herinnert zich alleen maar flarden. 'Ik ben vreselijk boos op je, Seng. Waarom ga je in je eentje weg? Hoe vaak heb ik jullie daarvoor gewaarschuwd?' Seng kijkt omlaag, met haar wijsvinger in de mond. Ze durft Wela van schaamte niet aan te kijken. Als ze rustiger is, gaat ze praten. 'Uhm, uhmm, die mevrouw gaf me een pop. Ze nam me mee naar haar oude houten huisje. De deuren maakten gekke kraakgeluiden. Binnen zag het er eng uit. Er hing een vreemde lucht. Enne... uhm... er brandden kaarsen in elk hoek van de woning.' 'Kaarsen op klaarlichte dag?' Wela kijkt Seng streng en vragend aan. 'Vertel verder, wat heb je nog meer voor geks gezien?' 'Op een van de tafels stond een kunstgebit in een glas water.' 'Jakkes... doodeng!' roept Payo. 'Ze gaf me snoepjes en ik mocht in een van de kamers kijken. Daar zaten veel poppen op een sofa. Elke pop had een gekke naam. Heelalletje, Kleine macht, Boombie Zoombie, Kado van Mysticus... uhm‌ de andere namen ben ik vergeten,' zegt Seng.

29


30


'Wat een enge vrouw, zeg! Waar haalt ze die rare dingen vandaan!' vraagt Payo. Wela kijkt bedenkelijk. Seng vertelt verder. 'Overal hingen er plaatjes van engelen en heiligen aan de muur, kruistekens van as op de deuren en dode kippenpoten hingen aan touwtjes aan het plafond.' 'Wat zou dat betekenen?' vraagt Kecha nieuwsgierig. Maar Wela wil dat Seng verder vertelt. 'In een hoek van het huis stond een tafel met drie poten. Daarop lag een set rare kaarten, met figuren erop... Oh ja, die vrouw gilde af en toe gekke spreuken en een tafel ging daarbij bewegen.' 'Watte? Spookie!' roept Kecha verbaasd. De kinderen kijken met grote ogen naar Seng. 'Een tafel die beweegt uit zichzelf? Wat zag je nog meer voor geks,' vraagt Payo. 'Uhmm, het leek alsof een spook die tafel optilde. Doodeng!' Seng begint van angst te trillen, terwijl ze dit vertelt. 'De mevrouw rookte een dikke sigaar. Ze keek steeds in de brandende kop van de sigaar en blies de rook op een rare manier weg. Opeens ging ze ook rare bewegingen maken, alsof ze niet helemaal bij was. Zo af en toe viel ze bijna om. Nadat de tafel ging bewegen, veranderde haar stem ineens en maakte ze zware geluiden. Dat klonk dood- en doodeng. Haar ogen draaiden weg en de zwarte pupillen verdwenen. Ik zag alleen nog maar het wit van haar ogen. De mevrouw brabbelde gekke geluiden en ze liep nerveus op en neer in het huis.' 'Ave MarĂ­a purisima!' Wela schudt afwijzend met haar hoofd. Ze begrijpt nu waar het over gaat. 'Allemachtig, dat is Zwarte Magie, dat is een Bruavrouw. Wat moet dat mens met onschuldige kinderen?' zegt ze verontwaardigd.

31


Seng vertelt dat er nog twee kinderen zijn achtergebleven. 'Toen ik het te eng vond, probeerde ik met een van de meisjes te vluchten. Dat konden we pas toen de vrouw in trance was. We klommen uit een van de ramen naar buiten en vluchtten weg. Onderweg kwam ik Payo tegen.' 'Gelukkig ben jĂ­j nu veilig thuis.' Wela kijkt omhoog. 'God is almachtig'. Dan kijkt ze naar Seng. 'Hij zal altijd over jullie waken, kind. In goede en in slechte tijden. Vergeet dat nooit.' Ze slaakt een diepe zucht. 'Het kan toch niet zo zijn dat onschuldige kinderen naar zulke taferelen worden gelokt! Dit moet bestraft worden,' klaagt ze. De volgende ochtend stuurt Wela Payo naar het politiebureau om alles te vertellen. Binnen twee dagen doet de politie een inval in het huis. Ze nemen de Bruavrouw mee. Al haar spullen worden in beslag genomen en later op de afvalhoop gegooid. Dat leest Wela haar kleinkinderen voor uit de krant. 'Ga nooit met iemand mee die je niet kent, ook al lijkt die persoon nog zo aardig. Blijf altijd in de buurt van je broers, zusters of vriendinnen. Mensen kunnen soms zo gek doen,' waarschuwt Wela nog weer eens. Wanneer ze dit zegt, kijkt ze haar kleinkinderen indringend aan. Die begrijpen heel goed dat dit alles voor hun eigen bestwil is.

32


7. De Kibrahachaboom vertelt

Het is leesavond in het internaat. De hoofdleidster roept de meisjes naar de recreatiezaal. Kecha, Loek en Seng gaan dicht bij hun vriendinnen Annie en Niby op de grond zitten. Juffrouw Marcia leest twee keer per week voor uit het grote boek. De radio gaat uit en de meisjes luisteren aandachtig naar een merkwaardig verhaal met als titel 'De Kibrahachaboom vertelt'. Ver weg op het platteland staat een grote oude Kibrahachaboom. Sommige mensen beweren dat die boom kan praten, maar het gekke is dat hij alleen tegen kinderen praat. Op een dag loopt een meisje van acht jaar langs de boom als zij een stem uit de boom vandaan hoort komen. 'Meisje, meisje, waarom loop je met je gezicht naar de grond? Kijk uit voor je tegen mij aanbotst,' zegt de boom. Het meisje kijkt op. Een ruige wind blaast door de bladeren van de boom en gaat langs haar gezicht heen. 'Hoe heet je?' 'Mimi,' antwoordt het meisje, terwijl ze verbaasd naar de pratende boom kijkt. 'In welke tijdperk leven we nu?' vraagt de boom voorzichtig. 'Uhm... hoe bedoelt u?' 'In welk jaar zitten we?' 'Oh, in het jaar 1970 na Christus.' 'Dan zitten wij in de twintigste eeuw,' zegt de boom kordaat, 'een moderne tijd.' 'Hoe oud bent u eigenlijk, boom?' Mimi kijkt naar de boom die met de takken wuift. 'Dat durf ik je niet te vertellen. Maar ik ben heel oud. Je overgrootmoeder en daar de oma van, die heb ik op de plantage hier

33


34


naast zien opgroeien.' 'Plantage? Hoezo?' vraagt het meisje nieuwsgierig, terwijl ze met grote ogen naar de boom kijkt. 'Nou, plantages, velden, waar de slaven vroeger hebben geploeterd. Van 's morgens vroeg tot net voor zonsondergang plantten zij suikerriet en haalden ze de oogst binnen voor de slavenhouder of de shon, die hun baas was. Die hete zon was nooit een excuus om niet te werken. Ik kan me nog levendig een slavinnetje van jouw leeftijd herinneren. Tanga was haar naam.' 'Tanga danste de tango. Tango danste Tanga?' Mimi maakt meteen een rijmpje en lacht. 'Nee, ze danste de tambĂş, een volksdans op dit eiland. Tanga hield van eten en van suiker. En wat kon ze toch zingen. Elke noot klonk als een klok. Vooral bij het oogsten leende haar shon haar uit aan andere plantagehouders, om op de verschillende plantages te zingen. Dat was om de slaven te stimuleren om veel maĂŻs, pinda of suikerriet in korte tijd te oogsten. Soms zag ik haar dagenlang niet. Als ze dan terugkwam was ze zo moe van het zingen, dat haar stem hees werd en ik haar bijna niet kon verstaan. Op een dag kwam ze bij mij uithuilen. Haar vader was verkocht aan een andere slavenhouder en ze had niet eens kans gekregen om afscheid te nemen. Toen ze van de velden thuis was gekomen, zag ze haar moeder snikken. Ze vroeg wat er aan de hand was en haar moeder vertelde dat haar vader nooit meer terug zou keren.' 'Wat? Dat is heel erg! Waarom had de slavenhouder dat gedaan?' vraagt Mimi verbaasd. 'Zo ging dat vroeger, meisje. De sjon had zo z'n redenen. Misschien kreeg hij veel geld voor hem. Maar boze tongen beweerden dat de sjon verliefd was op de moeder van Tanga.' 'Oef, verliefd... en?' Mimi bijt in haar vinger.

35


'Tanga was zo verdrietig dat ze niet meer wilde eten. Alle maaltijden sloeg ze over. Op het laatst zelfs het ontbijt. Dagen gingen voorbij. Wat de andere slaven ook deden om haar te dwingen om te eten, niets hielp. Zelfs snoepen deed ze niet meer,' vertelt de boom verder. 'At ze ook geen suiker meer? Daar was ze toch gek op?' 'Dat is waar, maar ook dat verdroeg haar maag niet meer.' De boom zucht. 'Weken gingen voorbij en ik zag mijn kleine Tanga niet meer. Ik was heel verdrietig en miste haar. Maar wat kon ik doen? Maanden later liep haar moeder met een vriendin vlak hier voor me langs. De moeder van Tanga praatte met haar vriendin over haar dochter, die ze nooit meer terug zag. Ik begreep er niets van, maar spitste mijn oren. Ik wilde alles weten waarom mijn vriendinnetje wegbleef,' verhaalt de boom. 'Wat was er met haar gebeurd?' vraagt Mimi. Ze schudt haar hand van ongeduld. 'Haar moeder vertelde dat Tanga was gevlucht naar de top van een heuvel in de mondi. Ze probeerde zo hoog mogelijk te klimmen, om naar de velden in de verte te turen. Misschien hoopte Tanga dat ze haar vader ooit een keer terug zou zien. Maar ze kon de weg naar de plantage niet meer terugvinden. Later vonden twee slaven haar lichaam in een slaaphouding bij een grote boom op de heuvel.' 'Nee, nee, vertel me nou niet dat Tanga dood is gegaan!' smeekt Mimi terneergeslagen. 'Ja meisje, volgens mij stierf ze van verdriet en van de honger.' 'Wat erg, wat erg,' snikt Mimi, terwijl ze de oude boom vasthoudt. 'Misschien was ze beter af in de hemel, meisje. God heeft Tanga van haar lijden verlost.' De stem van de Kibrahachaboom klinkt

36


alsof hij in het verlies berust. 'Dan is Tanga nu bij God?' vraagt Mimi voorzichtig. 'Ja, daar gaan alle mensen die goed leven naar toe,' antwoordt de boom beslist. 'Alle mensen sterven een keer. Daarom moet je zo goed mogelijk leven, maar vooral genieten van alle mooie dingen om je heen. Van je vrijheid, van de bloemen die bloeien en van de natuur. De tijd vliegt, net als de vogels in de lucht. En net als dit verhaal voorbij vliegt. Als jij goed leeft, vliegt ook jouw ziel vanzelf naar de hemel, later.' Mimi blijft de boom verwonderd aanstaren. Ze kijkt omhoog en glimlacht naar de stralende zon. En terwijl ze even later naar huis loopt, probeert ze de bewegingen van een vogel na te bootsen. Juffrouw Marcia klapt het boek dicht. Dan ziet ze dat een paar meisjes al in slaap zijn gevallen. Loek kijkt met trieste ogen naar het boek. 'Wat erg voor Tanga. Is het allemaal echt gebeurd, juffrouw Marcia?' vraagt ze. Juffrouw Marcia legt uit dat het een verhaal is, maar dat vroeger dit soort dingen wel echt gebeurden met slaven. Dat ze soms honger leden en van verdriet stierven. 'Jullie zijn vrij, meisjes. Ook al heb je geen ouders meer, je leeft op een eiland waar je je mening mag uiten, iets wat voor de slaven zeker niet gold. Vrijheid is heel belangrijk en ook in vrede leven. Dat zijn de mooiste geschenken die je kan krijgen,' zegt juffrouw Marcia. De kinderen die nog wakker zijn, kijken bedroefd weg. Dan geeft de juffrouw een sein dat het bedtijd is. De meisjes gaan naar hun kamers en kruipen in hun bed. Loek blijft nog een tijd wakker, alhoewel de lichten allang uit zijn. Ze kan niet slapen. Ze denkt

37


aan de verhalen die Mau soms voorleest. En aan Tanga die, net als haar eigen moeder, in de hemel is. Ze ziet dat haar zusjes allang in dromenland zijn. Na even woelen valt ook zij in een diepe slaap.

38


8. De Carnavalskoningin

De meisjes zitten in de recreatiezaal. Ze hebben een comité gevormd dat de carnavalsoptocht van het internaat in februari organiseert. Juffrouw Marcia begeleidt hen daarbij. Uit het berghok halen ze plakband, koordjes, ballonnen, crêpepapier en wat ze verder nodig hebben. Kecha is een meesteres in het knippen van crêpepapier. Daarvan maakt zij de prachtigste slingers. Gichie maakt mooie tekeningen en versieringen op kartonnen vellen en Seng blaast de gekleurde ballonnen vol lucht. Niby en María helpen haar mee de zaal te versieren. Ze klimmen op stoelen om de slingers en de ballonnen aan het plafond op te hangen. Ook de galerijen verfraaien ze helemaal in het teken van Carnaval. Jokers, kroontjes en de meest rare figuren en leuke teksten worden op de muren opgehangen. De tumbamuziek klinkt luid en iedereen is in de ban van het komende feest. Een paar dagen eerder konden alle meisjes stemmen op één van de drie kandidaten voor carnavalskoningin: Gichie, Niby en Nella. Nu wachten ze in spanning op de uitslag in de zaal. Het is rumoerig; allerlei kinderen lopen op en neer. 'Op wie heb jij gestemd?' vraagt Kecha. 'Ik vind Niby toch het mooist. Ze heeft een geinig gezicht en een leuke afrokapsel,' antwoordt Seng. 'Maar Gichie heeft mooie benen, lang dik haar, een mooi gezicht en een chocolade bruine huid, kortom: alles is gaaf aan haar,' zegt María direct. Kecha denkt er weer anders over: 'Jullie kunnen zeggen wat je wilt, maar Nella is gewoon een leuke meid. Ze kan leuke verhalen vertellen en kan met iedereen goed opschieten. Zij moet winnen! Een Carnavalskoningin moet niet alleen maar mooi zijn.'

39


Om klokslag drie uur roepen juffrouw Marcia en juffrouw Scherp alle meisjes naar de recreatiezaal. De stoelen zijn al in de juiste positie geplaatst. Juffrouw Marcia staat voor de groep. 'Meisjes,' zegt ze, 'van de week hebben jullie je stem uitgebracht op drie van onze huisgenoten. Slechts ĂŠĂŠn van hen kan koningin worden. De tweede wordt first runner up en de derde second runner up. Inmiddels zijn de stemmen geteld door juffrouw Scherp, die de uitslag zo dadelijk bekend maakt.' Juffrouw Scherp heeft een doos bij zich waarin de briefjes met de scores en de uitslag zitten. De meisjes beginnen te joelen, wanneer ze een brief uit de doos trekt. 'Gichie, Gichie!' roept een groep meisjes. Een stel andere fans schreeuwen luiduit: 'Niby,' en weer anderen: 'Nella'. 'Rustig, meisjes, ssst. Hier volgt de uitslag. De second runner up wordt...' juffrouw Scherp kijkt in de richting van de drie meisjes. 'Nella!', roept ze. Een luid applaus gaat door de zaal. De first runner up is... Niby en de enige echte Carnavalskoningin van dit jaar wordt, met veruit de meeste stemmen, Gichie!' De hele zaal begint in koor te roepen: 'Gichie, Gichie, Gichie, Gichie. Ja, ja, Gichie!' Onder daverende applaus loopt Gichie parmantig naar voren, terwijl ze naar de meisjes zwaait. Juffrouw Scherp geeft haar een hand, feliciteert haar en juffrouw Marcia plaatst de gouden kroon voorzichtig op haar hoofd. De rode mantel slaat ze om de schouders van de nieuwe koningin, die vol trots en met een brede glimlach naar de juichende meisjes kijkt. Dan klinkt het in koor: 'Niby, Niby, Niby!' Niby glimlacht verlegen. Ook zij komt naar voren en ze krijgt een

40


mooie ketting. Voor Nella is er een grappig polshorloge. Beiden zijn blij met hun cadeau en gaan naast Gichie staan, die zich nu het hele jaar koningin mag noemen. Ze zwaaien naar hun huisgenoten die op hen hebben gestemd. Ze weten dat tijdens de optocht alle aandacht van de menigte op hen gericht zal zijn. De meisjes rennen met de Carnavalskoningin, Niby en Nella naar de grote galerijen. Ze maken een rondje in de tuin, begeleid door het ritmische getrommel van tamboerijnen. Daarna is er feest in de recreatiezaal, met limonade, taart en koekjes, en alle meisjes dansen uitgelaten op de vrolijke carnavalsmuziek. De volgende dag is er de grote optocht. De Carnavalskoningin en de first en second runner up mogen helemaal vooraan in de parade meelopen. Achter hen lopen de kinderen uit het internaat helemaal verkleed door de straten. Sommigen zijn bijna onherkenbaar. Kecha draagt een spierwit sneeuwwitje kostuum. Haar lippen zijn vuurrood gemaakt en haar donkere haren in een knot gekamd. Ze loopt in de optocht hand in hand met een zevental peuters, die kleurrijk als dwergjes zijn verkleed. Seng en MarĂ­a zijn als piraten verkleed. Het publiek staat aan de kant te kijken. Sommige enthousiastelingen applaudisseren en kennissen roepen hun naam en zeggen hoe mooi hun kostuums zijn. De meisjes genieten volop van de pracht en praal van dit vrolijke volksfeest.

41


9. De grote Kenepaboom

De meisjes brengen weer een weekend bij Wela door. Seng, Kecha en hun vriendin Sita lopen vanuit de binnenplaats bij het Hoyerplein naar Scharlo. Ze hebben samen een plan bedacht. Scharlo is een oude wijk waar vroeger veel joodse families woonden. Die wijk ligt in Willemstad. Wela's huis staat er niet zo ver vandaan. Speciaal voor deze dag hebben ze een short en stevige schoenen aangetrokken. Af en toe hinkelt Seng op de rand van de stoep. Haar billen gaan op en neer, terwijl haar kroesvlechten nauwelijks bewegen. Sita doet haar na. Haar lange indiaanse vlechten zwieren van links naar rechts op haar rug. 'Kijk uit! Daar komt een auto,' schreeuwt Kecha. Sita kijkt achterom en springt op het trottoir, als zij een grote Chevrolet Impala met een vaart aan ziet komen. De chauffeur drukt op zijn claxon: Pèèt, Pèèt! 'Uit de weg!' schreeuwt hij. Hij zwaait met zijn wijsvinger uit het raam. 'Pfffffsstt... net op het nippertje, zeg!' Sita beeft. De meisjes steken snel over. Sita stoot haar knie tegen de bumper van een geparkeerde auto. 'Auw,' gilt ze. Ze trekt een pijnlijk gezicht en houdt haar knie vast. 'Het gaat zo wel over,' sust Kecha haar en Seng vraagt: 'Denk je dat je verder kan lopen?' Samen met Kecha trekt zij Sita omhoog. 'Wacht, niet zo snel,' roept Sita. Seng en Kecha kijken elkaar aan. Ze weten eerst niet wat ze moeten doen. Dan helpen ze Sita stap voor stap, totdat ze beter kan lopen. Maar zo snel gaat het niet meer. Kecha ziet in gedachten de lekkere kenepa's al hangen. Ze is dol op tweeling-kenepa's. Zij heeft zo graag een tweelingzus

42


willen hebben, die precies op haar lijkt. Daarom vindt ze tweeling-kenepa's heel bijzonder. Helaas zijn er daar weinig van. Eindelijk bereiken de meisjes het gele huis met de grote kenepaboom, op de hoek van het Bolivarplein. 'Kijk', fluistert Sita terwijl ze de muur naderen, 'we moeten voorzichtig zijn en vooral zacht praten. Wacht hier even op mij. Ik ga kijken of er iemand thuis is.' Ze sluipt naar het hek en gluurt tussen de tralies door. Daarna geeft ze een seintje. 'Ik zie niemand. Kom op!' Seng en Kecha rennen met gebogen rug achter Sita aan. De zijpoort staat open. 'Maar hoe komen we in die hoge boom?' Kecha kijkt ongelovig omhoog. 'Kijk, Kecha, jij bent de langste. We kunnen jou mooi als ladder gebruiken. Als je bukt, klimmen we één voor één op je rug en via je schouders op de muur. Een kwestie van samen doen.. snappie?,' merkt Seng op. 'Maar hoe kom ik er dan zelf in?' 'Maak je geen zorgen. We trekken je over de muur heen als we er eenmaal zijn. Buk nou maar,' gebiedt Sita. Kecha bukt zich. Seng klimt meteen op haar rug en is al snel op de muur. Sita volgt. 'Geef ons een hand en steun met je voeten tegen de muur,' zegt Sita. Heel even is het moeilijk, maar Sita en Seng trekken zo hard als zij kunnen. Met hun andere hand houden ze de stam van de kenepaboom vast. En nu staan ze met z'n drieën op de brede muur onder de kenepaboom. Alleen Kecha is lang genoeg om een tak te grijpen. Ze houden elkaar vast en proberen het juiste evenwicht te vinden. Haar magere armen steekt Kecha uit naar Seng, die wel kort en mollig is, maar erg lenig. Ze klimt vrij snel omhoog.

43


'Kijk, de kenepa's zijn groot en de trossen vol en zwaar,' grinnikt Seng. Kecha trekt aan een tak en grijpt een tros kenepa's vast. Ze geeft er Sita en Seng een paar. Daarna bijt ze er eentje open. De groene schil maakt een knappend geluid en raakt los van het vruchtvlees. Het vruchtvlees is sappig en zoet. Wat heeft het een mooie, zacht oranje kleur! Ze zuigen eraan. 'Mmmmm, heerlijk zeg!', zeggen ze tegelijk. Ze moeten daar zelf om lachen. Aan de vorm van hun wangen is te zien dat ze heel wat kenepa's in hun mond hebben. 'Oooh, dit is fantastisch! 'Tweelingen!' zucht Kecha. 'Stil!' fluistert Sita. 'Dadelijk horen ze ons en komen op ons af. Laten we zo snel mogelijk onze zakken vullen.' Ze zijn driftig bezig, wanneer ineens de deur van de gele villa open gaat. Een werkster in uniform komt boos op hen af. 'HĂŠ, hĂŠ, daar! Wat krijgen we nou? Wat doen jullie in die boom?' Ze balt haar vuist. Sita, Seng en Kecha schrikken zich te pletter en springen zo snel ze kunnen uit de boom. Dat gaat maar moeilijk met die volle zakken. 'Oh, we wilden alleen maar een paar kenepa's plukken... mag dat?', vraagt Sita klungelig. Ze kijkt ongemakkelijk en weet dat zij dit eigenlijk te laat vraagt. Hadden ze nu maar gewoon eerst toestemming gevraagd. De vrouw commandeert dat ze snel het terrein moeten verlaten. 'Meisjes in een boom, foei, dat doe je toch niet? Bovendien, jullie hebben hier niets te zoeken. Maak dat je onmiddellijk wegkomt, anders stuur ik de hond op jullie af,' zegt ze dreigend en ze loopt al naar het hondenhok. 'Rennen!' roept Kecha. De deugnieten rapen haastig hun zakken

44


45


van de grond en rennen als een haas de Scharloweg in. Althans, Seng en Kecha, want Sita, met haar gekneusde knie, hinkt er achteraan. Op afstand horen ze het gemene geblaf van de waakhond, die door de vrouw is losgelaten. Ze kunnen nog maar net op tijd wegkomen. Doodmoe haasten ze zich naar de binnenplaats, langs het huis van Sita's buurman Gordo en zijn vrouw Claire. Claire is luidkeels een gospel aan het zingen, terwijl ze de afwas doet. Sita knipoogt naar haar en steekt met één hand haar zak omhoog. Claire begrijpt meteen wat de deugnieten hebben uitgespookt. Ze glimlacht naar hen, terwijl ze vóór de stoep van Sita's huis van de buit genieten.

46


10. Het spookt in de Octagon

De zon schijnt fel boven de evenaar. Kecha, Seng en Sita lopen op de stoeprand. Ze huppelen steeds naar de schaduwplekken toe. De zweetdruppels lopen langs hun voorhoofd en over hun wangen. Hun rokjes gaan op en neer. Ze lopen een smal steegje in, dicht bij de zee. Langs de kust stuntelen ze over de vele stenen en keien. De weerkaatsing van de zon op de zeespiegel doet pijn aan hun ogen. Seng loopt het snelst vooruit naar de baai-inham van Hala Canoa. Het deert haar niet dat haar schoenen en voeten nat worden. 'Kijk Sita, daar is het vreemde gebouw.' Ze wijst naar een heel apart gebouw dat een achthoekige vorm heeft en een ronde koepel, pal langs de kust. Het ziet er eng en verlaten uit. De verf van het houten hek is helemaal afgebladderd en de muren zijn beschadigd. Wat zou er in dat unieke gebouw te zien zijn? De meisjes zijn heel benieuwd. Ze kruipen langs een partij rotsen omhoog en dalen aan de andere kant af. De witte golven dreunen tegen de keien en woelen het zand los. Het water spettert alle kanten op. Nu zijn ze er bijna. 'Kijk uit, daar komt weer een hoge golf aan,' schreeuwt Kecha. Ze ziet dat Sita valt en schiet haar gauw te hulp. Seng heeft het niet eens in de gaten dat de anderen het moeilijk hebben. Ze staat pal voor het vreemde gebouw, kijkt achterom en geeft Kecha en Sita een seintje om snel te komen. Het gitzwarte dak van het bouwwerk schittert in het zonlicht. Als ze omhoog kijken, beschermen zij hun ogen door een hand voor hun voorhoofd te houden. 'Durf jij wel naar binnen?' vraagt Kecha aan Seng. 'Ja, natuurlijk. Waarvoor zijn we anders hier?' antwoordt Seng brutaal. Ze duwt het hek open en stapt in de tuin. Een van de

47


ramen staat op een kier. Binnen ziet het er donker uit. Sita staat voor een dichte boogdeur. Met veel moeite lukt het haar en Seng om hem open te krijgen. 'Bah... wat ruikt het hier muf.' Sita trekt een vies gezicht en kijkt om. 'Kom mee! Ik ga niet alleen naar binnen,' zegt ze. 'Poeeff, wat een hoge deuren en ramen,' zegt Kecha. 'Het lijkt me onbewoond,' merkt Seng op. In een oude vitrinekast staan mooie sierlijke borden, een ouderwets bankstel en een schommelstoel. Alles is bedekt met een dikke stoflaag. Terwijl Kecha en Seng door een andere deur gaan, klimt Sita op de schommelstoel. Het ding kraakt aan alle kanten. Als de andere meisjes dit zien, willen ze ook. In een mum van tijd zitten hun kleren onder het stof. In de slaapkamer staat een bed; een soort twijfelaar. Daarboven hangt een klamboe. Op de nachtkast staan olielampen. Er zit geen olie in en het lont ziet er nog ongebruikt uit. De donkere houten klerenkast, het bureau, de kaptafel en de spiegel, alles zit onder het stof. 'Iemand kan dit alles toch niet zomaar achtergelaten hebben?' vraagt Kecha. Opeens horen ze een vreemd geluid vanuit de kamer ernaast. Ze spitsen hun oren. Klopt het wat ze horen? Het klinkt alsof iemand zucht. Dan horen ze: kiieeeèk, kiieeeeeèk. Het raam gaat heel langzaam heen en weer. Maar het lijkt ook alsof iemand aan het kreunen is. 'Hooooohhh, hooooohhh, het spookt!' fluistert Kecha en ze deinzen alledrie terug. Kecha rent ogenblikkelijk de tuin in. 'Wegwezen!' Het spookt hier echt,' schreeuwt Sita. Ze holt achter Seng en Kecha aan. De meisjes komen hijgend aan bij de parkeerplaats van een groot hotel in de buurt. Een mevrouw stapt net uit haar auto.

48


49


Ze ziet dat er iets loos is. 'Wat staan jullie hier te hijgen en te zuchten?' vraagt ze. De meisjes wijzen naar het pand met de ronde koepel. 'Jullie zijn daar toch niet naar binnen gegaan, hĂŠ? Het is er levensgevaarlijk.' 'Het spookt er, mevrouw. Er zitten verdwaalde geesten in,' zucht Kecha. 'Echt waar, er komen daar rare geluiden vandaan,' beaamt Sita. 'Alsof iemand zucht en aan het janken is,' vult Seng aan. De vrouw kijkt de meisjes ongeloofwaardig aan. 'Was het niet jullie eigen zuchten dat je daar hoorde?' Met een spottende uitdrukking op haar gezicht loopt ze weg. Als de deugnieten in de gaten hebben dat de mevrouw hen niet serieus neemt, lopen ze teleurgesteld naar huis. Ze komen doodmoe bij Wela aan en vertellen alles over het gebouw. 'Ach, maar dat is de Octagon!' zegt Wela geruststellend. 'Octagon?' herhalen de meisjes verbaasd. 'Het was de woning van de zus van Simon Bolivar,' gaat Wela verder. 'Hij is toch de bevrijder van uw geboorteland Venezuela, Wela?', vraagt Kecha. 'Ja, dat is hij zeker. Hij logeerde heel vroeger in dat huis bij zijn zus. Het is nu een oud museum dat ze van plan zijn te restaureren. Daar mogen jullie beslist niet in. Het dak kan elk ogenblik instorten. Regelmatig gaat er een raam kapot door de harde wind. En door het zout van de zee brokkelen de muren beetje bij beetje af. Daarom ziet het er zo spookachtig uit,' vertelt Wela. Nu begint het voor Kecha, Seng en Sita duidelijk te worden. Simon Bolivar, die kleine, maar dappere bevrijder van Venezuela waar Wela hen zo vaak over heeft verteld, heeft dus echt op hun eiland gewoond. En het klopt, want het bed in de Octagon is vrij

50


klein en de garderobe ook. 'Maar we hoorden echt enge geluiden, Wela, alsof iemand aan het kreunen en zuchten was. Wie weet was het de geest van die Bolivar wel,' vult Kecha aan. 'Ach nee, het kan zijn dat jullie de wind gehoord hebben, die tegen iets woei. Dat heb je vaker in zulke oude gebouwen. Vooral als er een raam of deur open staat,' stelt Wela hen gerust. Kecha is blij dat zij het aan Wela heeft verteld. 'Als het helemaal gerestaureerd is, mogen jullie daar vast met de school een keer op excursie. Want de Octagon is een belangrijk gebouw op dit eiland.' 'Waarom dan?' Kecha wil alles weten. 'Het oude pand is meer dan 100 jaren oud en is nu een bijzonder monument. Daarin huist een belangrijke geschiedenis van Venezuela en Curaçao. Daar maakte Simon Bolivar grote plannen samen met onze eilandgenoot Pedro Louis Brion om heel ZuidAmerika te bevrijden uit de handen van Spanjaarden. Bolivar wilde de Verenigde Staten van Zuid-Amerika vormen. Landen die één taal spreken en met elkaar zouden samenwerken. Dan zouden ze beter handel kunnen drijven met elkaar. Net zoals de Verenigde Staten van Noord-Amerika dat nu doen.' De vertelling van Wela heeft de meisjes helemaal gerustgesteld. Nu weten ze ook meer over de geschiedenis van hun eiland.

51


11. Naar de afdeling van de grote meiden

De bel in het meisjesinternaat luidt hard. Iedereen gaat snel naar de grote badkamer. Daar staan wel zeven wasbakken, waar zij hun handen wassen. Aan de betegelde muren hangen handdoeken aan de haken. Op iedere haak staat een nummer. Kecha pakt haar handdoek bij nummer tien en droogt haar natte handen. Ze controleert meteen de handen van Coltje en Yeng en geeft hun de handdoeken. Samen met de andere meisjes lopen ze naar de eetzaal. Juffrouw Marcia staat bij de ingang en ziet erop toe dat de meisjes op hun plaatsen gaan zitten. Juffrouw Marcia en juffrouw Scherp zitten beiden aan de uiteinden van de tafels en scheppen het eten op de borden van de meisjes. Vandaag schaft de pot bruine bonen met rijst. Daarna volgt een lekker toetje. De meisjes mogen kiezen tussen vanille-, of chocoladevla. Ze eten hun buik rond. Kecha, Seng en María hebben corveebeurt. Kecha wast en spoelt alles af, Seng droogt na. Daarna legt ze het bestek netjes in de laden en de borden, kopjes, schalen en sapkannen zet ze in de kast. María gaat met een natte doek over de tafels. Ze veegt de eetzaal en dweilt deze helemaal schoon met water en zeep. Als ze klaar zijn, gaan ze naar de recreatiezaal. Juffrouw Marcia roept Seng, Kecha en María bij zich. Als ze de kamer binnenstappen, schuift Juffrouw Marcia drie stoelen aan. 'Zo, meisjes. Het is al een paar weken geleden dat Niby, Loek, Gichie en Nella naar de afdeling van de grote meiden zijn verhuisd. Jullie zitten nu net op een leeftijd dat jullie te groot zijn voor de afdeling van de kleintjes. Bovendien gedragen jullie je als grote meisjes. Daarom mogen jullie morgen naar de afdeling van

52


de grote meiden heen. Maar denk eraan: orde en discipline staan daar hoog in het vaandel. Er gelden andere regels, maar de basisregels blijven het zelfde. Neem je huiswerk altijd serieus en maak geen ruzie onderling. De leidsters laten daar echt niet met zich sollen. Als je hen niet gehoorzaamt, loop je de kans dat je uit het internaat wordt geplaatst. En dat zou slecht voor je uitpakken, want bij je familie heb je meestal minder mogelijkheden dan hier. Dus wees op je hoede en volg gewoon de regels trouw. Laat zien dat jullie hier goed zijn opgevoed.' Kecha kijkt een beetje bezorgd rond en trekt ongemakkelijk aan haar haren. Ze vindt het maar niks dat ze haar zusjes Coltje en Yeng achter moet laten. Wie gaat hen verdedigen als ze van een van de meisjes een pak slaag krijgen? denkt ze. Maar ze voelt zich ook niet lekker bij het idee om tussen al die forse meiden te zijn. Juffrouw Marcia helpt hen de koffers in te pakken. De volgende dag dragen ze die naar de recreatiezaal. Juffrouw Marcia spreekt hen toe. 'Zo kinderen, Kecha, Seng en MarĂ­a gaan ons verlaten. Ze vertrekken naar de afdeling van de grote meiden.' De kinderen zingen een geinig liedje voor hen en zwaaien hen uit, terwijl zij met juffrouw Marcia de koffers sjouwen naar de afdeling van de grote meiden. Daar wacht de directrice hen op en zien ze Loek, Nella, Gichie en Niby, die hen blij begroeten. De directrice loopt mee naar hun slaapkamer, helemaal achter in de gang. 'Jullie horen voortaan hier thuis,' vertelt de directrice. Juffrouw Jane zal jullie de regels van deze afdeling uitleggen.' Kecha, Seng en MarĂ­a pakken hun kleren uit en leggen die in hun kasten. Elk hebben ze een bed een bureau en een klerenkast. De schoolboeken en schriften leggen ze in hun bureaula. 's Avonds kijken zij tot negen uur in de grote zaal naar de tv. Niby en Nella

53


komen erbij zitten en later ook Annie. Ze spreken af dat zij tijdens volleybal een donkerblauwe short en een lichtblauwe bloes aantrekken. Zo horen ze als groep bij elkaar. Ze beloven dat ze elkaar zullen verdedigen als er ruzie uitbreekt. Ze zijn er voor elkaar en zo voelen ze zich veilig daar tussen de oudere meisjes.

54


12. Van proviandkast naar de klerenkast

Het is diep in de nacht. Het gekraak van de kamerdeur van Gichie en María maakt Seng wakker. Ze hoort voetstappen op de gang. Wat is er aan de hand, denkt ze. Ze stapt uit bed en gluurt door de shutters van het raam in de gang. Ziet ze het goed? Ze opent de deur voorzichtig en fluistert: 'Gichie, María, waar gaan jullie heen?' Gichie plaatst haar vinger voor de mond. 'Sssst, muisjes halen. Kom je mee?' 'Muisjes... uhm, doodeng... waarvoor dan? vraagt Seng verbaasd.' 'Proviandkast... hagelslag, jam, muisjes... je weet wel: lekker spul om op je kamer te hebben,' grinnikt Gichie. 'Ooh, maar de proviandkast is toch altijd op slot?' vraagt Seng. 'Vandaag misschien niet. Ik hoorde juffrouw Scherp vanmiddag aan juffrouw Jane vertellen dat ze de sleutel niet kon vinden. Dus wie weet hebben we geluk en kunnen we er een slaatje uit slaan,' antwoordt Gichie. Seng voelt er best wat voor om met die ondeugende meisjes mee te doen. 'Kom, we gaan via de eetzaal naar de keuken. Let op en doe mij na.' Gichie gaat met haar rug langs de schuifdeur, om niet tegen de tafels en stoelen aan te botsen. María en Seng doen hetzelfde. Stap voor stap sluipen ze de keuken in. Ze halen diep adem wanneer ze voor de proviandkast staan. Gichie draait aan de deurgrendel en warempel: hij gaat open. 'Zie je nou wel dat hij open is,' fluistert ze. De meisjes glunderen. Ze staan nu in de proviandkast. María wil het licht gaan aandoen om goed te kijken wat ze meeneemt, maar Seng trekt María's hand nog net op tijd bij de lichtschakelaar weg.

55


'In deze hoek staan de pakjes hagelslag en aan die kant jam en muisjes.' Gichie gaat met haar vingers heel voorzichtig langs een van de rekken en grijpt twee pakjes hagelslag. 'Hier, pak aan. Seng, blijf jij bij de deur staan. María... de zak... heb je die?' 'Pfff, die ben ik vergeten. Hij ligt onder mijn kussen,' fluistert María spijtig. Maar ze vouwt haar nachtjapon tot een buidel en Gichie stopt er spullen in. Hetzelfde doen zij en Seng. Ze komen bij de brede galerij en gaan door de grote poort in de richting van de slaapkamer. De knoop in Gichie's pyama raakt los. Alle spullen rollen op de grond en de jampot valt genadeloos kapot. 'Grrrrrrr, donder en bliksem. Shoks!' roept Gichie. María schiet in de lach, terwijl Gichie haar boos aankijkt. 'Ssst,' sist Seng. En ze brengt snel de buit naar haar kamer. María gaat haar onmiddellijk achterna. Op hun kamers ontknopen ze hun buidels en bergen nerveus de spullen tussen hun kleren in de kasten. Gichie staat machteloos op de grote galerij. 'Help toch,' fluistert ze furieus. Maar María en Seng zijn driftig bezig voor zichzelf te zorgen. Ineens hoort Gichie het gekraak van een opengaande deur. Ze raakt even in paniek, maar duikt snel in de struiken nabij de binnenplaats, die aan de galerij grenst. Wie zou het zijn? Ze houdt zich doodstil. Aan de voetstappen hoort ze dat waarschijnlijk juffrouw Jane daar is. Die heeft vast het geluid van een vallend voorwerp gehoord en loopt nu in de richting van de binnenplaats. Vanachter de struiken ziet Gichie haar rondturen. Als juffrouw Jane haar maar niet ziet. Gichie trilt bij de gedachte dat ze wordt ontdekt. De straf die voor een diefstal geldt, is niet niks. Ze spitst haar oren. Door het geluid van de gierende wind heen, hoort ze de voetstappen van de juffrouw naderen. Ze voelt zich warm en koud tegelijk, maar blijft roerloos zitten. Haar hart klopt in haar

56


57


keel en zweetdruppels verschijnen op haar voorhoofd. Ze pakt voorzichtig één van de struiken vast. Met de andere hand houdt ze haar pyjama stevig vast. Ze sluit heel even haar ogen. Maar dan wordt het geluid van de schurende slippers vager en vager en even later gaat de deur aan de overkant weer dicht. Ze slaakt een diepe zucht, maar blijft nog een minuutje veilig achter de grote struik verscholen zitten. Het is doodstil. Haar ogen gluren langs de galerijen. Het ziet ernaar uit dat juffrouw Jane weer naar haar kamer is gegaan. Dan voelt ze ineens dat iemand zachtjes aan haar pyjama trekt. Ze schrikt zich wild, maar gelukkig ziet ze gauw dat het María is, die haar komt bevrijden. 'Pfft... ben jij het, juffrouw Jane is wakker', fluistert Gichie. 'Ik kom je helpen', zegt María. Ze neemt een paar spullen van Gichie over en samen sluipen ze naar de kamer en bergen alles op. Ze gluren weer vanuit hun slaapkamerraam naar de galerij. Als ze de indruk hebben dat er niemand is, sluipen ze weer voorzichtig met een paar handdoeken en een zak naar de gang. Geruisloos ruimen ze de kapotte jampot zo goed ze kunnen op. De scherven, die ze nog net kunnen zien, doen ze in de zak. Met de handdoek maken ze de galerij schoon. Ze zijn net klaar of een flinke windstoot waait langs de struiken. Een bliksemflits gaat door de galerijen en een donderslag dreunt vanuit de hemel. Ze schrikken en rennen terug naar de kleine gang voor hun kamers, terwijl de regen met bakken uit de lucht valt. 'Pffffff… dat is net op het nippertje zeg!' zucht María. Ze gaan met de vuisten tegen elkaar. Het is hun seintje om aan te geven dat het avontuur geslaagd is. Seng gaat naar haar kamer toe. Gichie en María gaan hun kamers binnen en doen hun kasten voorzichtig dicht. Na even giechelen in het holst van de nacht kruipen ze hun bedden in. 58


13. Eenheid met Kerst, oud en nieuw

Sinterklaas is net zo'n twee weken achter de rug en de kerstvakantie staat al voor de deur. De bus van het jongensinternaat bereikt het huis van Wela. Deng en Papichi stappen uit en zwaaien naar hun huisgenoten. Ze vinden het heerlijk om met de feestdagen bij hun oma te zijn. Zij maakt manduca, empanada's, ayaca, cala en lekkere vruchtenpunch speciaal voor de Kerstdagen. Wela komt haar kleinkinderen op het balkon tegemoet en omhelst ze. De zoete geur van de manduca streelt hun neus. Deng en Papichi zetten onmiddellijk hun tassen weg en lopen door naar de keuken. Ze popelen van ongeduld om de manduca te proeven, maar Wela zegt dat ze moeten wachten tot etenstijd. Eerst mogen zij, samen met de meisjes, helpen om de 'zwartoogjes' te pellen. Dat zijn witte bonen met zwarte ogen, speciaal om cala te maken. Wela heeft wel dertig zakken gekocht. Die hebben in een grote teil water de hele dag staan weken. 'Kinderen, komen jullie allemaal een bakje bonen halen om te pellen,' roept Wela, 'we moeten wel 500 cala's maken voor de restaurants en snackbars. Maar eerst je handen wassen.' De kinderen vinden het een leuk werkje. Ze spelen een wedstrijd wie de meeste bakken bonen heeft gepeld. Als ze klaar zijn, lopen ze meteen naar Wela voor de volgende bak. In de bijkeuken in de zitkamer, de keuken, overal zitten ze te pellen. Ook de kleintjes willen meehelpen en die krijgen van Wela een klein kopje bonen. Ze gaan naast elkaar op de grond zitten en Kecha leert hen hoe ze het snelst de dunne vliesjes eraf kunnen halen. Onder het pellen vertellen ze elkaar moppen. De gepelde bonen gooien ze in de rode teil, die gevuld is met schoon water.

59


60


Van daaruit gaan ze de handmolen in. Mau maakt de molen schoon en Wela installeert hem. Coltje, Yeng en Inika mogen om de beurt draaien, terwijl Mau de bonen in de molen gooit. Wela werpt er stukjes verse groene en rode peper bij. Alles wordt vermalen tot een dikke massa. De scherpe geur van de peper wordt vermengd met die van het bonensap. Humm, het ruikt verrukkelijk. Daarna doet Wela het sap weer in de teil en roert er stevig doorheen met een grote pollepel. Een beetje zout en wat kruiden erbij en maar blijven kloppen, totdat het geheel luchtig genoeg is om gebakken te worden. Dan gaat de massa in porties met een kleine lepel in de hete olie. Als de cala's goudbruin zijn, vist Wela ze uit de pan en legt ze op een met tissues bedekte schaal, om de olie eruit te laten lekken. De meisjes helpen mee om de cala's per bestelling in te pakken. Wela maakt ook pasteitjes met vlees, kip of kaas. Ze staat bekend om haar lekkere Johnny cakes, ayaca's en cala's. Wela voorziet de winkels, restaurants en snackbars rond Willemstad elk jaar opnieuw van haar lekkere hapjes. De jongens gaan twee aan twee de bestellingen bezorgen en innen meteen het geld. Weekeinden te voren is Mau al met haar broers en zussen om de beurt naar de stad gegaan. Daar mochten ze nieuwe kleren en schoeisel uitzoeken speciaal voor de feestdagen. En nu stuurt Wela haar erop uit om alles wat nog nodig is te gaan kopen. Wat een feest! Het huis is door oom Momo en Payo van buiten en van binnen geverfd. Alles moet nieuw en schoon zijn voor de kerstdagen en het nieuwe jaar. Dan heeft Wela ineens in de gaten dat ze de alcapara en pruimen voor de empanada's helemaal vergeten is te kopen. De winkels zijn al dicht. Ze stuurt Seng naar haar tante Dunga, die in de wijk verderop woont. In de tussentijd dekken Kecha en Loek de lange

61


tafel, want 's avonds is er een uitgebreide maaltijd. Dan is het huis vol neven en nichten, oom en tantes; kortom vol familie. Seng loopt door de straten. Ze ziet dat veel huizen kleine sierlichten hebben in de vorm van herten of van Jozef en MarĂ­a met Jezus in een kribbe. Langs het grote plein zijn de bomen en gebouwen in kleur verlicht. Prachtig! Seng ruikt de geur van de kerstbomen. Ze haalt diep adem. Wauw, het lijkt wel een sprookjeswereld waarin zij is beland. Was het maar het gehele jaar door Kerstmis. Dan eet je meer lekkere hapjes en loopt iedereen er blij en netjes verzorgd bij. Even later bereikt zij tantes huis. Het ziet er somber uit. Geen lichten, geen kerstboom, zelfs geen kersttakjes. Tante heeft geen geld. Net als Wela vindt zij dat goed eten altijd boven een mooie versiering gaat. Gelukkig heeft tante wel de alcapara en de pruimen. Seng krijgt ze mee. Onderweg terug wordt haar aandacht afgeleid door een prachtige stal. Die staat in de tuin van het buurtcentrum. De lichtjes knipperen zo mooi, ook die van de ogen van de engelen rond de kribbe. Het lijkt alsof die engelen naar haar knipogen. Ze kijkt vol bewondering naar het lichtspel. Terwijl ze door de straten loopt, zwaait ze naar bekenden of maakt een korte babbel. Dan slaat de klok van vijf uur en opeens beseft ze dat ze haast moet maken. Wela wacht op haar om de ayaca's te bereiden. Ze rent naar huis, want alle kinderen en kleinkinderen van Wela komen op bezoek rond deze tijd. De hele familie gaat aan tafel. De deksels gaan van de pannen en er verspreidt zich een heerlijke lucht door het huis. Wela schept allerlei lekkers op. Ze vertellen elkaar verhalen, halen herinneringen op en lachen.

62


Een week later is het oudejaarsdag. De hele familie is weer bij elkaar en wacht vol spanning op de klok van twaalf uur. Maar eerst knielt Wela om klokslag zes uur in de middag en bedankt God extra voor alle goede dingen die Hij in het oude jaar voor de familie heeft gedaan. Wela vraagt ook om bescherming en gezondheid voor al haar kinderen, kleinkinderen, voor vrienden, bekenden en alle zieken. Wanneer de klok van twaalf uur in de nacht slaat, wordt het vuurwerk afgestoken. Klappertjes, tonnen, de luidruchtige Shi MarĂ­a, het tapijt en vooral het sierwerk gaat mooi de lucht in. Coltje, Yeng en Inika mogen nog geen rotjes afsteken; dat is te gevaarlijk. Daarom krijgen ze van Mau en Payo staafjes, die als ze aangestoken worden als flitsende sterretjes alle kanten op spetteren. Ze genieten met z'n allen volop van de intrede van het nieuwe jaar. En de jongens Deng en Papichi en hun neven? Die staan de volgende ochtend vroeg op, om al het niet afgestoken vuurwerk van de omliggende straten te verzamelen. De goede steken ze de eerste dagen van januari af. In de wijde omgeving zijn de knallen te horen.

63


14. Een sportmiddag om niet te vergeten

De claxon van meneer Janga klinkt luid bij de poort van het meisjesinternaat. Hij parkeert op de achterplaats bij de grote meiden afdeling. De meisjes hebben hun short, T-shirt en gymschoenen al aan. De sportleraar wordt ontvangen door juffrouw Jane. Als hij de recreatiezaal binnenloopt, groet hij de meisjes. Juffrouw Jane controleert of de badkamer vrij is. Daar kan hij zich omkleden. Hij trekt zijn sportkleren aan en hangt zijn nette kleren aan de haken. Zijn portemonnee steekt hij in zijn broekzak en schuift zijn schoenen onder de grote bank. Om zijn nek bengelt een koord met een fluit eraan. Uit de grote tas haalt hij twee volleyballen en neemt er onder elke arm één. Als hij de recreatiezaal binnenstapt, vraagt hij of de meisjes er klaar voor zijn. Ze knikken bedeesd en lopen met hem mee naar de grote achtertuin, waar het gymveld ligt. Loek, Kecha, Niby, Seng en Annie rennen naar hem toe. Nella loopt pal naast de leraar. Zij vindt hem leuk en wil zo veel mogelijk zijn aandacht trekken. 'Okay, meisjes, vandaag gaan we volleyballen. Ik zal jullie dadelijk de spelregels vertellen, maar eerst gaan we de spieren warm maken.' 'Warming up,' roepen Gichie en Niby. 'Ja, dat is belangrijk, anders loop je kans op een blessure en dat moeten we niet hebben.' Hij legt de ballen aan de kant en fluit hard om María en een paar laatkomers te waarschuwen dat ze nu gaan beginnen. Ze starten met de warming up. 'Buig en strek en op en neer. Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven en acht. En voor en achter en links en rechts.' En zo gaat het een tijdje verder. Armen, benen, heupen, schouders. Alles komt een

64


keer aan de beurt. Na de oefeningen moeten de meisjes drie keer om het veld lopen. Dan roept meneer Janga de meiden aan de kant en legt onder de Flamboyantboom de spelregels uit. Hij oefent vervolgens met de meisjes hoe zij de ballen moeten slaan. Annie en María hebben moeite met het surfen, maar na een paar keer oefenen, lukt het beter. Kecha's armen zijn zo dun, dat zij geen kracht heeft om de ballen goed te slaan. Ze probeert met twee vuisten te surfen, maar dan slaat ze de bal veel te hard. 'Apollo! Apollo!' schreeuwen de meisjes, elke keer als de bal over de muur in de tuin van de voetbalclub valt. Ze moeten dan denken aan de raket Apollo, die een paar jaren eerder naar de maan is gegaan. Gichie, die een meester is in hardlopen, staat zo bij de achtermuur van het internaat. Gelukkig is de buurman zo aardig om de ballen weer terug te slaan naar het veld. Meneer Janga verdeelt de meisjes in twee groepen. Die spelen de eerste game en daarna de tweede. Seng en María geven na een tijdje aan dat ze hoofdpijn hebben van de hete zon. Van meneer Janga mogen ze even naar de waterkoeler. 'Blijf niet te lang weg,' roept hij hen nog na. Het derde spel begint en het vierde volgt. De meisjes wisselen van positie en hebben schik om de scheefgegooide ballen van Nella en Kecha. Even later komen Seng en María terug en gaan ze onder de boom naar het spel kijken. Wanneer het is afgelopen, zegt meneer Janga dat de meisjes in de juiste positie moeten gaan staan voor de 'cooling down'. Seng en María moeten weer meedoen. Na het fluitsignaal mogen ze van het veld af. Niby en Gichie helpen het net op te vouwen en de ballen in een zak te doen. Anderen lopen meteen naar de waterkoeler op de grote galerij naast de

65


recreatiezaal. Meneer Janga gaat zich in de badkamer omkleden. Als hij klaar is komt hij nog even de zaal binnen en wenst de meisjes een goede middag toe. Nella blijft hem verliefd nastaren, terwijl Gichie en MarĂ­a haar plagen en uitlachen. Na het douchen, gaan ze platen draaien in de zaal. Dan klinkt de grote bel. Het is druk in de eetzaal. Ze schuiven de stoelen en gaan aan tafel. Juffrouw Jane zit aan het hoofd van de tafel. Ze bidt voor. Eerst mogen de meisjes met twee sneetjes brood beginnen. Kecha neemt pindakaas. Seng pakt het doosje hagelslag en kijkt ondeugend naar MarĂ­a. Annie smeert haar brood met chocoladepasta. 'Hmmm, heerlijk,' zegt ze. Terwijl ze volop van het eten genieten, zien ze dat de directrice uit haar kantoor stapt en in de richting van de eetzaal komt. Ze geeft een seintje aan juffrouw Jane dat ze een toespraak wil houden. Het was rumoerig, maar nu is het heel stil. De kinderen voelen dat er iets ernstigs aan de hand is. 'Meneer Janga heeft mij net opgebeld. Hij vertelde dat hij er zojuist achter kwam, dat er hier iemand in zijn portemonnee is geweest. Dat moet in de badkamer zijn gebeurd, want hij had 25 Antilliaanse guldens toen hij hier kwam. Onderweg naar huis wilde hij bij een snackbar iets kopen, toen hij ontdekte dat hij een tientje minder had.' 'Uuhh, wat?' roepen een paar meisjes verbaasd. 'Ja, dat is heel erg. Het is vreselijk dat meneer Janga dit meemaakt. Daarmee krijgt hij een heel verkeerd beeld van hoe jullie hier worden opgevoed.' De directrice krabt zich in het haar. 'Iemand moet in de badkamer geweest zijn. Daar heeft hij zijn portemonnee achtergelaten. Ik vraag jullie om eerlijk te vertellen wie dit heeft gedaan. Het mag niet zo zijn dat de hele groep wordt

66


gestraft voor één meisje dat deze fout heeft begaan.' De directrice is bloedserieus. De meisjes kijken elkaar vragend aan. Het blijft stil. Niemand durft iets te zeggen. 'Ik geef degene die dit heeft gedaan 15 minuten om naar mijn kantoor te komen. Indien niemand komt, wordt iedereen gestraft. Dan blijven jullie allemaal het weekend binnen.' Dan ontstaat er geroezemoes. 'Maar dat is niet eerlijk,' roept Kecha. 'Waarom moeten meisjes die niets hebben gedaan toch straf krijgen?' 'Jij hebt praatjes, brutale dame? Ga onmiddellijk naar je kamer toe,' zegt de directrice met harde stem. Met stampende voeten loopt Kecha weg. Dan vervolgt de directrice op dringende toon: 'ik raad degene die dit heeft gedaan aan, zich kenbaar te maken. Als we hier niet samen uitkomen, haal ik de politie erbij. Die gaat jullie kamers grondig doorzoeken. Die tien Antilliaanse guldens móéten tevoorschijn komen. Ik wil geen blaam op dit tehuis hebben. Eerlijk duurt het langst.' Daarna knikt zij naar juffrouw Jane en gaat terug naar haar kantoor. Juffrouw Jane praat even met de meisjes, maar niemand is van plan iets te bekennen. Dan excuseert ze zich en volgt ze de directrice. De meisjes worden onrustig. Ze kijken verdacht naar Seng en María en vragen of zij het hebben gedaan, maar die ontkennen. Als juffrouw Jane binnenstapt, is het weer stil. De meisjes mogen na een lange preek van tafel gaan. Nog geen half uur later worden Seng en María naar de directrice geroepen. Het duurt lang voordat ze uit het kantoor komen. Dan kijken ze vol schaamte naar de andere meisjes. Die hebben in de gaten dat de twee iets op hun geweten hebben. Ze hebben net alles bekend. Dat ze een paar weken eerder onrijp fruit van de bomen hebben geplukt en in hun kleren hebben gewikkeld en in

67


de kast verborgen, om het te laten rijpen. Dat eten ze 's nachts op, als iedereen ligt te slapen. Ze geven ook toe, dat ze in de nacht etenswaren uit de keuken en de proviandkast hebben gestolen. En ze balen ervan dat ze geen zakgeld meer krijgen. Maar ze geven ook toe dat het best spannend was. Met het tientje hebben ze bij de buurtwinkel, Chong Fu, kauwgum gekocht, evenals Chinese pruimen en snoepjes. Seng en MarĂ­a krijgen een flinke straf. Heel het weekend moeten ze binnen blijven. Het geld moeten ze met extra corveebeurten en het schrobben van alle galerijen bij elkaar verdienen. Wanneer ze het groene briefje persoonlijk aan de sportleraar teruggeven, schamen ze zich dood. De directrice vindt het wel moedig van hen dat ze het uiteindelijk eerlijk hebben bekend. Daarom heeft ze er de politie niet meer bij gehaald. De andere meisjes waren vooral heel opgelucht en blij dat zij het weekend wel naar huis mochten.

68


15. Mau gaat naar Sint Maarten

Bij Wela thuis is het stil. In de voorslaapkamer staat op een tweepersoonsbed een grote openstaande koffer van Mau. Ze gaat voorgoed van het eiland af, omdat ze op Curaรงao geen werk kan vinden. Een paar dagen geleden kreeg zij van een vriendin, die op Sint Maarten woont, een vliegticket in een enveloppe. Die vriendin werkt bij een grote bank en heeft er ook voor Mau werk gevonden. Daar kan zij tenminste voor zichzelf zorgen. Wela vindt het goed dat zij naar het Bovenwindse eiland gaat. Dat ligt wel zo'n 900 km noordelijker in de Caribische zee. De zonnesproetjes zijn net met de internaatbussen thuis gebracht. Ze hebben al van het nieuws gehoord. Hun grote zus Mau vertrekt vandaag. Kecha helpt mee met inpakken. Onder het bed pakt zij de schoenen van Mau en doet deze in een plastic zak. Pyama, pantoffels, washandjes, tandenborstel, handdoeken, zwempak en al haar krulspelden pakken ze in. Ook Mau's boeken over EHBO krijgen in de koffer een plaats. Die cursus Eerste Hulp Bij Ongelukken heeft Mau net achter de rug. Dat kan ook op Sint Maarten van pas komen. De koffer puilt uit, zo vol zit hij. Kecha gaat erop zitten en Mau trekt de rits voorzichtig dicht. 'Kijk, daar komt Erni al aan,' roept Seng. Neef Erni parkeert zijn auto onder de Indjuboom en loopt de balkontrap op. Hij ziet dat Mau net klaar is met inpakken. Even de grote kam door haar lange haren, die ze in een paardenstaart kamt, schoenen aan en klaar is Kees. De broers en zusjes van Mau lopen nerveus door de huiskamer. Ze weten dat niet iedereen mee naar het vliegveld kan. In de auto is plaats voor vier kinderen achterin, anders krijgt hun neef een boete als de politie het ontdekt.

69


'Ben je er klaar voor, Mau?,' vraagt Erni. Mau knikt. Zij is ergens wel blij dat ze deze uitdaging aangaat. Ze zal wonen in een nieuwe omgeving waar de mensen vooral Engels spreken. Ze loopt naar de keuken. Daar staat Wela uit het raam te staren. Mau omhelst haar oma stevig. 'Doe je best op Sint Maarten voor me, hoor je me? Gedraag je goed en zorg ervoor dat niemand een vinger naar je kan wijzen. En het belangrijkste, vergeet niet om elke dag te bidden. Dat is heel belangrijk meid. God zal bij je zijn,' fluistert Wela in haar oren. Mau krijgt tranen in haar ogen. 'Ja, Wela,' zegt ze terwijl ze met haar vinger een traan wegveegt. 'Vergeet ons niet te schrijven, dan weten we ten minste hoe het met je gaat.' Wela strijkt met haar gerimpelde handen over Mau's haren. Deng en Papichi staan erbij. 'Neem maar afscheid van jullie grote zus,' zegt Wela. De jongens omhelzen Mau kort daarop en rennen meteen naar buiten. Seng en de peuterzusjes Coltje en Yeng doen hun broers na. Inika begint te huilen en houdt Mau's rok vast. Ze wil niet hebben dat haar zus weggaat. Mau is net een moeder voor haar. Ze huilt onophoudelijk, omdat zij haar grote zus zeker zal missen. Wie brengt haar voortaan elke ochtend naar school? vraagt ze zich af. 'Je mag mee in de auto om me weg te brengen,' zegt Mau tegen Inika. Daar wordt ze rustiger van en samen lopen zij naar het balkon. Ook Seng, Loek en Kecha mogen mee. 'Hier, pak aan, Payo,' zegt Erni. Samen dragen ze de grote koffer naar buiten en zetten hem met de handbagage in de achterbak. Wela komt nu met Coltje en Yeng op het balkon staan. Erni gaat achter het stuur en Mau gaat voorin zitten. Loek, Kecha, Seng en Inika stappen achterin. Erni zet de auto in z'n achteruit. Een stoot rook komt uit de knalpijp.

70


'Opzij, jongens', roept Wela. Vanuit het balkon zwaaien Wela, Payo, Coltje en Yeng naar Mau. De auto tuft de grote weg op en ze bereiken de vlieghaven. Mau pakt haar paspoort en checkt in bij de balie. Maximaal 20 kilo is toegestaan. Als ze in de vertrekhal zijn, nemen ze iets te drinken en praten wat. Dan klinkt er vanuit een luidspreker een vrouwenstem. 'Passagiers voor de vlucht ALM 707 met bestemming Sint Maarten wordt verzocht zich bij de uitgang nummer drie te melden.' Kecha en Loek beginnen te huilen, evenals Inika. Ze wrijven hun tranen weg en weten dat hun grote zus hen nu voor een hele lange tijd verlaat. Mau slaakt een diepe zucht en praat met haar zusjes. 'Zo zusjes, doen jullie je best op school en in het internaat. Vergeet niet om Wela te helpen met het huishouden.' De meisjes knikken. Mau omarmt haar zusjes. Neef Erni stapt naar voren. Hij wenst Mau veel succes toe met haar nieuwe leven. Op het bovendek van de luchthaven kijken ze hoe Mau het vliegtuig instapt. Als zij zien dat het toestel de lucht in gaat, blijven ze zwaaien totdat die achter de wolken verdwijnt. Daarna rijdt Erni met de kinderen terug naar het huis van hun oma, aan de rand van de hoofdstad.

71


16. Ruzie in de tent

Seng, MarĂ­a en hun teamgenoten Marvis en Niby, lopen van het slagbalveld af. Marvis, Niby en MarĂ­a zijn kwaad. Niet zozeer omdat zij het spel hebben verloren, maar omdat zij de andere groep verdenken van vals spel. Zij hebben zo hun best gedaan, maar in het team denken ze ook dat Seng hen heeft verlinkt door opzettelijk steeds fout te slaan. Daarmee verloren zij veel punten. Ze vermoeden dat Seng het op een akkoordje heeft gegooid met haar zus Kecha, die bij de tegenpartij hoort. Annie, Kecha, Nella en hun kornuiten springen een gat in de lucht van blijdschap als de uitslag bekend wordt. Zij hebben overtuigd gewonnen en dat laten ze merken ook. Dat gaat heel uitdagend en de andere groep is furieus. Marvis, die haar boosheid niet voor zich kan houden, valt ineens Seng aan, door haar van achteren bij haar kroesharen te grijpen. Daardoor valt Seng ongelukkig op de grond. Wanneer Kecha dit ziet, rent ze ernaartoe en springt boven op Marvis. 'Blijf jij met je vuile poten van mijn zus af,' gilt ze, terwijl ze Marvis met haar vuisten bewerkt. Direct daarop volgen klappen van Niby, die nu Marvis verdedigt en springen Nella en Annie en de andere meiden er ook bovenop. Het wordt een grote knokpartij tussen de twee groepen en juffrouw Jane kan de meiden niet uit elkaar krijgen. Ze roept assistentie van andere juffrouwen, die met veel moeite de meiden van elkaar scheiden. De ene groep wordt naar de recreatiezaal geleid en de andere naar het kantoor van de directrice. Daar moeten ze afkoelen. Als de gemoederen bedaard zijn, mag de groep uit de recreatiezaal naar de directrice toe. Zij spreekt de meiden streng toe. 'Ik ben vreselijk teleurgesteld in jullie gedrag,' roept ze uit.

72


73


'Boos mag je zijn, dat is menselijk, maar slaan? Knokpartijen? Het is hier geen hanenkamp! Hoe heeft dit in hemelsnaam zover kunnen komen?' Ze kijkt streng naar de meisjes. De meeste durven haar niet eens aan te kijken. Ze staren een andere richting uit of naar de grond. Dan begint Marvis te stotteren en legt uit dat er vuil spel was en dat Kecha haar heeft aangevallen. Kecha zegt dat zij Marvis sloeg, omdat zij haar zus Seng onterecht en van achteren heeft aangevallen. Er begint weer gebekvecht in het kantoor van de directrice. Die slaat met een liniaal op haar bureau. Het is weer stil. 'Ik wil dat vechten niet hebben. Het hoort hier niet thuis. De eerste de beste keer dat er geknokt wordt, zal ik elk meisje dat bij de ruzie betrokken is naar haar familie brengen. Voorgoed! Want hier worden gouden regels als orde en discipline niet gebroken. En zeker niet door een paar vechtersbazen. Gedraag je als meisjes, zoals het hoort, in plaats van als kemphanen. Laat het voor eens en voor altijd duidelijk zijn! Ik verzoek jullie om deze ruzie onmiddellijk bij te leggen en elkaar de hand te schudden.' De meiden zijn doodstil. Juffrouw Jane staat aan de zijkant te kijken naar hen. 'Nou, waar wachten jullie op?', vraagt de directrice. 'Marvis, begin jij maar. Jij bent immers begonnen te slaan,' zegt ze streng. Marvis staat met tegenzin op. 'Geef degene die je geslagen hebt een hand,' zegt de directrice op rustige toon. Marvis loopt naar Seng en geeft haar een lichte hand. Ze wil boos weglopen maar de directrice houdt haar vast en gebiedt haar bij haar bureau te gaan zitten. Ook de andere tieners moeten elkaar

74


de hand geven. Na even praten geeft de directrice aan de meisjes en juffrouw Jane een teken dat ze uit haar kantoor kunnen vertrekken. Juffrouw Jane neemt de meiden mee naar de recreatiezaal. Ze is blij dat de ruzie voorlopig is bijgelegd. Maar ze houdt de meisjes heel scherp in de gaten, omdat ze weet dat er weer elk moment ruzie kan uitbreken. Helemaal afgekoeld zijn de meisjes nog niet; daar is ze van overtuigd. 's Avonds moeten de meiden tanden poetsen om naar bed te gaan. Er hangt een gespannen sfeer in de gang. Wanneer Kecha naar haar kamer loopt, ziet ze de deur van Marvis plotseling opengaan. Omdat de gang door een kapotte lamp bij dat gedeelte donker is, ziet ze niet dat Marvis haar voet uitsteekt. Daardoor struikelt ze en valt ongelukkig op haar gezicht. Als ze in de gaten heeft dat Marvis dit expres heeft gedaan en de kamerdeur dichtklapt, wordt ze furieus. Ze bonkt op de deur en probeert de kamer van Marvis binnen te gaan. Dit zal ze Marvis voor eens en voor altijd betaald zetten. Ze krijgt de deur open en gaat Marvis met harde vuisten te lijf. Die komt met haar hoofd tegen de bedrand, maar Kecha is zo kwaad dat ze van stoppen niets wil weten. Ze grijpt Marvis bij haar haren en duwt haar tegen de kast. De andere meisjes gillen naar de juffrouw, die meteen de directrice erbij haalt. Die roept de meiden naar haar kantoor. Zowel Marvis als Kecha beseffen dat er hier geen pardon voor is. Maar ze zijn allebei nog te kwaad om dat tot zich door te laten dringen. Ze worden beiden uit het internaat verwijderd. Het wordt hun laatste avond in het tehuis. De directrice vertelt dat ze de volgende dag hun koffers mogen inpakken en dat ze na school voorgoed naar hun familie worden gebracht.

75


De volgende dag direct na school, draagt meneer Rodriguez de koffers naar de bus. De directrice stapt met de vechtersbazen in. Marvis en Kecha zitten achter in de bus. Beiden zijn bang. Ze beseffen nu dat ze het echt te bont hebben gemaakt en dat afscheid nemen van de andere meisjes en voortaan bij hun familie thuis zijn de uiterste straf is. Marvis heeft een zeer strenge vader, die niet met zich laat sollen. Haar staat thuis een grote straf te wachten. Ze begint te huilen wanneer de bus op haar vaders erf parkeert en Kecha krijgt medelijden met haar. Haar vader nadert de bus. Wanneer Marvis uitstapt, geeft zij Kecha een hand. De directrice loopt met Marvis en haar vader naar binnen. Nu begint Kecha ook te huilen. Ze is bang en denkt aan haar oma. Wat zal Wela teleurgesteld zijn in haar. Hoe vaak heeft Wela haar niet gewaarschuwd om zich fatsoenlijk te gedragen? Ze weet ook dat ze het thuis niet zo breed zal hebben. Wela leeft van een klein weduwepensioen. Haar oma heeft geen geld om de bus naar school te betalen. Hoe moet zij haar gedrag gaan verantwoorden? Ze heeft heel wat uit te leggen. De bus rijdt in de richting van Willemstad. Kecha is op weg naar een heel ander leven, nu zij voorgoed uit het internaat vertrekt.

76


17. Groot feest op Scherpenheuvel

Niby en Nella zitten in de kapsalon op de grote meiden afdeling. Juffrouw Jane heeft hun kroesharen net glad gestreken met de hete kam. Er zitten krulspelden aan vast met speldjes, om het in het juiste model te krijgen. Annie loopt de kapsalon binnen. Juffrouw Jane schuift de stoel voor zich uit. Annie zit erg krampachtig en houdt met haar vingers haar oren vast, bang dat ze de hete kam ertegen aan krijgt. Vanavond bezoeken ze het jongensinternaat in Scherpenheuvel. Eens per jaar wordt daar een groot feest gehouden. Dan worden de meisjes van de internaten uitgenodigd. Daarom moeten hun haren mooi zijn, evenals hun kleren. Juffrouw Jane gaat door Annie's haren met de gewone kam, verdeelt ze in stukjes en draait ze in een uivorm. Daarna worden ze met spelden vastgepind. Op de elektrische stoof legt de juffrouw twee dikke ijzeren kammen. Wanneer de kam heet is, gaat ze ermee door Annie's kroesharen. De krulletjes vliegen er meteen uit. Het wordt ook een stuk langer door die hitte. Dat vinden de meisjes prachtig. De kleren die zij tijdens het feest willen aantrekken, hebben zij al uitgezocht en gestreken. Als zij gedoucht zijn en zich hebben gepoederd met witte talkpoeder, trekken ze hun kleren aan. MarĂ­a mag niet mee. Zij is nog niet volwassen genoeg. Ze doet haar kamerdeur open en ziet Loek, die net haar schrijfschrift dichtklapt. 'Loek, de directrice roept je naar haar kantoor,' zegt ze. 'Waarom dan wel?' vraagt Loek verbaasd. 'Ik weet het niet. Ze klampte mij net aan en vroeg waar je was.' 'Is zij boos? Is er soms weer ruzie of zo?,' vraagt Loek. 'Ik moet zeggen: zij zag er niet bepaald boos uit. Ik zou maar meteen naar haar kantoor gaan als ik jou was.'

77


Als Loek voor de deur van het kantoor staat, klopt zij drie keer. 'Kom maar binnen!' hoort ze. Ze doet de deur open en ziet de directrice achter haar bureau. Die draait zich om en richt zich tot haar. 'Zo, meisje, ga maar even rustig zitten,' zegt ze, terwijl ze naar de grote poef wijst. Loek gaat daarop zitten en luistert aandachtig. 'Ik ben heel trots op je, Loek, dat mag je best weten.' Loek glimlacht. Ze voelt zich nu gerustgesteld. 'Ik heb je leraar gisteren aan de lijn gehad en hij vertelde dat jij het heel goed doet op de Mavo. Hij denkt dat jij een Havo leerling bent, maar dat je beter eerst de Mavo kan afmaken. Daarna kunnen wij verder kijken. Je hebt ook de cijfers van je eerste rapport heel goed opgehaald. Maar het belangrijkste is, dat ik vind dat je je als een grote meid gedraagt. Daarom mag jij vanavond met de oudere meiden mee naar het feest op het jongensinternaat te Scherpenheuvel.' 'Oh,... uhm, maar... ik heb me er niet op voorbereid. Ikke... ik weet niet wat ik moet aantrekken en mijn haren zijn niet gestreken,' stottert Loek geheel overrompeld. 'Dat maakt niet uit. Je hebt tijd genoeg om te kijken wat je aantrekt. Desnoods leen je van een van de andere meisjes een leuke jurk. Loop meteen maar naar de kapsalon. Juffrouw Jane kan je haren in een mooie stijl brengen.' Loek staat met open mond te kijken naar de directrice. Dit is echt het laatste wat ze had verwacht. 'Ga nou maar, juffrouw Jane weet er al van.' 'Dank u hartelijk, directrice,' zegt Loek nog vol verbazing. Ze loopt de kamer uit en springt in de galerij een gat in de lucht. Ze rent naar haar kamer en vertelt het meteen aan MarĂ­a. Die is heel blij voor haar en ze duiken onmiddellijk in hun klerenkast om een

78


leuke combinatie kleding uit te zoeken. María heeft wel een leuke zwarte pantalon die past bij Loek's felroze bloes. Die staat mooi bij haar bruine huid. Terwijl María met de strijkijzer over de kleren gaat, neemt Loek een douche. Daarna loopt zij snel naar de kapsalon. Juffrouw Jane kamt haar haren in een leuk model en María zet een klein roze lint in Loek's haar. De kleren staan haar prachtig en combineren goed bij haar zwarte schoenen. Niby, Nella, Annie, Loek en nog een stel oudere meiden stappen 's avonds vol verwachting de volkswagen bus in. Meneer Rodriguez is al naar huis, maar juffrouw Jane kan de bus ook zelf besturen. Juffrouw Regales gaat mee om toezicht te houden. De directrice staat bij de poort te zwaaien. 'Een hele prettige avond, meisjes,' roept zij nog. Nog geen uur later staan zij in de danszaal. Ze hebben inmiddels een welkomstwoord gekregen van de directeur van het jongensinternaat, die hen kennis laat maken met de jongens. Nella kijkt naar Payo, die naast de directeur staat. 'Eh, een leuke jongen,' fluistert ze naar Loek. 'Dat is mijn broer, maak maar even kennis zegt Loek trots. Payo geeft Nella een hand. Dat doet hij ook bij de andere meiden. Nella en Payo kijken elkaar verlegen aan. 'Mag ik deze dans met u,' vraagt Payo charmant aan Nella, terwijl hij zijn hand uitsteekt. Wanneer Nella verlegen meeloopt, knipoogt Loek naar haar. Even later vragen Andy en Rafaelo Loek en Annie ten dans. En nog een dans, en nog een. En voor ze het weten zijn er een aantal danskoppels gevormd. Ze swingen de hele avond samen op de melodieën van Oscar Harris and The Twinkle Stars, George Baker Selection, Marvin Gaye, Otis Redding en de Amerikaanse zanggroepen Swamp Dogg en The Jackson Five.

79


80


Tussendoor zijn er lekkere snacks en drinken. Een fotograaf neemt een groepsfoto. Die krijgen de jongens en de meiden weken later toegestuurd. Payo wordt Nella's eerste vriend, Loek correspondeert een tijdje met Andy en Annie met Rafaelo. De meiden houden na het grote feest op Scherpenheuvel een paar leuke penvrienden over, van wie ze regelmatig mooie brieven ontvangen.

81


18. Seng loopt weg

Al een paar weken voelt Seng zich niet meer op haar gemak in het meisjesinternaat. Iedere keer breken er ruzies uit. Op de huishoudschool ontmoet ze haar vriendin Sita, met wie ze altijd op het schoolplein loopt. Die vertelt haar elke dag een aflevering van een leuke soap die ze thuis op tv mag zien. Haar vriendin verhaalt haar hoe gezellig zij het thuis heeft. Samen spijbelen Seng en Sita de laatste tijd regelmatig van school. Vooral als de kooklessen voorbij zijn. Omdat Sita regelmatig zakgeld heeft, gaan ze vaak de binnenstad in. Daar kuieren zij van winkel naar winkel en bewonderen de nieuwste mode. Soms passen ze kleding gewoon voor de gein, of lopen ze een snackbar binnen. Sita trakteert Seng wel eens op een lekkere snack met limonade. Bij haar vriendin voelt Seng zich veilig. In het meisjesinternaat gaat de bel. De meisjes lopen beheerst naar de eetzaal. De grote tafels zijn keurig gedekt. Messen rechts, vorken links, botervloot en kannen in het midden. De stoelen zijn passend aan de tafels geschoven. Wanneer ze aan tafel zitten, merken ze dat de stoel van Seng leeg is. 'Waar is Seng?' vraagt de juffrouw. Loek herinnert zich ineens dat haar zus niet in de bus naar huis zat. De juffrouw waarschuwt meteen de directrice. Ze vraagt de meisjes wie Seng voor het laatst heeft gezien, maar daar wordt ze niet wijzer van. Dan roept de directrice even later meneer Rodriguez naar haar kantoor. 'Meisjes,' zegt juffrouw Jane op een rustige toon, 'eten jullie gewoon verder. De directrice lost dit probleem wel op.' Het duurt niet lang of de meisjes zien de directrice met meneer Rodriguez de bus instappen. Ze blijven uren weg. Waar zouden

82


ze naar toe zijn gegaan? Het gerinkel van de telefoon klinkt luid door de gang. Juffrouw Jane neemt op. 'Nee, directrice, ze is hier nog steeds niet gekomen,' zegt ze bezorgd. 'En ik heb geen idee waar zij zou kunnen zijn als zij niet bij haar familie zit.' Dan hangt ze op. De meisjes kijken haar vragend aan. Ze begrijpen dat er iets ernstigs aan de hand kan zijn. De directrice komt pas laat op de avond terug naar het internaat. De meisjes, die ook heel bezorgd zijn, worden naar bed gestuurd en juffrouw Jane loopt de kamer van de directrice binnen. 'Dit is een zeer kwalijke zaak. Die kinderen worden steeds moeilijker te hanteren. Ik kom net van het politiebureau vandaan en zij zijn onmiddellijk aan een zoektocht naar Seng begonnen. Maar ze kunnen natuurlijk geen garantie geven dat ze haar vinden,' zegt de directrice. 'Als die kinderen echt willen wegblijven, dan houden ze zich goed verborgen. Dat is de praktijk, vertelde de politie. Ik heb in elk geval haar familie gewaarschuwd. Ook haar oma maakt zich zorgen, maar die is te oud om iets te ondernemen.' De directrice is boos en tevens bezorgd. Ze vraagt juffrouw Jane naar bijzonderheden in het gedrag van Seng. De juffrouw antwoordt dat ze gemerkt heeft dat Seng zich de laatste weken vaak terugtrekt en haar eigen dingen doet. Ze is niet betrokken bij de rest van de groep, maar het verbaast haar wel dat Seng niet naar huis is gekomen. Terwijl er op het internaat onrust is, zit Seng bij Sita thuis op het achterbalkon. Ze leunt met haar kin in haar handpalm en kijkt bezorgd voor zich uit. Sita en haar moeder kijken haar meewarig aan. 'Meisje,' zegt de moeder van Sita, 'vertel me nu eens precies wat

83


er aan de hand is, waardoor je niet naar het internaat wil. Want zomaar wegblijven, kan je niet maken en ik kan je niet zonder toestemming hier houden.' Seng slaakt een diepe zucht. Dan zegt ze: 'Ik wil daar echt niet meer naar toe. Er komen steeds nieuwe meisjes, en we moeten de kamers nu met meerderen delen. Rare meisjes, die ruzies uitlokken en kunnen vechten. De regels in het internaat worden ook steeds strenger en om de haverklap wordt er een meisje naar huis verbannen. Nooit is er eens een keer echt aandacht voor wat ik graag wil en voel. Ik mag niet eens dingen doen die ik zelf leuk vind. Het lijkt alsof niemand me daar begrijpt.' Als Seng dit laatste zegt, slikt ze de brok in haar keel weg. Dan gaat ze verder: 'we hebben steeds minder uitjes, zoals vroeger. Kamperen en regelmatig gaan zwemmen is er niet meer bij. Echt gezellig is het niet meer. En Kecha, die altijd voor me opkwam, is ook uit het internaat verwijderd.' Seng brengt haar handen naar haar hoofd. 'Vluchten is nooit de goede oplossing, Seng. Ik maak me wel zorgen, kind. Er is hier in de buurt geen telefoon, dus ik kan nu niets ondernemen, maar morgen ga ik met de bus naar het internaat om met de directrice te praten. Wie weet kunnen we dan tot een oplossing komen,' zegt Sita's moeder na een diepe zucht. De volgende dag gaat de politie vroeg in de ochtend op onderzoek op Sengs school. Daar denken ze, dat Seng vermoedelijk bij haar vriendin is ingetrokken. Die is vandaag ook niet naar school gekomen en waarschijnlijk zitten ze samen ergens. Twee agenten gaan naar het huis van Seng's vriendin. Daar zien de agenten de meiden op het achterbalkon kletsen alsof er niets aan de hand is. Ze praten apart met de moeder van Sita. Zij vertelt dat Seng zich

84


heel ongelukkig in het internaat voelt en dat ze haar situatie best begrijpt. 'Seng kan het heel goed vinden met mijn dochter en ze mag gerust hier blijven,' zegt ze vriendelijk tegen de politie. De agenten vertellen Sita's moeder dat ze eigenlijk strafbaar is om een kind in huis te houden zonder toestemming van haar ouders of verzorgers. Maar omdat ze begrip hebben voor de zaak, geven ze de mevrouw geen boete. Nadat de agenten ook met Seng hebben gepraat, gaan ze naar het internaat en vertellen de directrice waar Seng is. De directrice is eerst boos, maar als de politie alles uitlegt, begrijpt ze beter dat Seng een stekkie heeft gevonden waar ze gelukkig is. Ze vindt wel dat Seng door haar wegloopgedrag geen goed voorbeeld is voor de andere meisjes en vertelt dit ook aan Sengs familie. Seng is blij dat zij niet meer gebonden is aan allerlei regels van het internaat. Zij voelt zich goed bij haar vriendin, maar weet dat ze nu extra haar best moet doen om zelfstandig te zijn en vooruit te komen in het leven.

85


19. Een leuke verassing

Het schooljaar is bijna voorbij. Loek zit in haar kamer. Ze piekert. De laatste tijd is de leiding aan het bezuinigen. Ze mogen nu niet twee soorten beleg tegelijk op een boterham smeren. Ook is er minder sport en zijn de meisjes haast verplicht om elk weekend naar huis te gaan. Een vrije keus hebben ze niet meer. Vroeger gingen ze regelmatig naar de baai, maar dat is er niet meer bij. Eigenlijk vindt zij het niet meer zo leuk in het internaat. Gelukkig gaat het op school wel aardig. De laatste weken heeft ze diverse cijfers opgehaald. In de ochtend zet meneer Rodriguez haar met enkele meisjes af op school. De leraar vertelt wie over is gegaan. Loek heeft het nog net gehaald. Ze springt een gat in de lucht en slaakt een diepe zucht. Op het internaat worden Loek en alle meisjes die zijn overgegaan, gefeliciteerd. Ze vieren dit met gebak. Loek schrijft meteen haar zus Mau een brief. Daarin vermeldt zij ook haar rapportcijfers. Een paar dagen later zit Loek gedichten te schrijven, als juffrouw Jane op de deur klopt. Ze heeft een grote luchtpostenveloppe in haar hand. 'Ja, ja, dit is post uit de Bovenwinden,' zegt ze met een brede lach. Loek springt van haar stoel en doet de enveloppe meteen open. Maar wat valt daaruit? Niet alleen een brief, maar ook een vliegticket? Is dit werkelijk waar? Wanneer ze de brief heeft uitgelezen, weet ze dat het ticket Mau's cadeau is, omdat ze over is gegaan. Nu mag ze voor het eerst het vliegtuig in. Ze gaat helemaal naar Sint Maarten, wel 900 km ten noorden van haar eiland. 'Fffft, Wauw,' roept ze. 'Dit is echt leuk. Hoe zou Sint Maarten zijn? En de mensen?'

86


Van de aardrijkskundelessen weet ze al dat het weer op Sint Maarten niet erg verschilt met dat van Curaรงao. Ook op Sint Maarten schijnt de zon fel en waait er soms een stevige wind. Soms gaan er zelfs orkanen over het eiland die grote schade aanrichten. 'Maak je maar geen zorgen. We zitten buiten de gevarenperiode,' zegt juffrouw Jane.'Je zal het eiland wel mooi vinden. Daar kom ik zelf ook vandaan'. Loek is duidelijk blij verrast. Ze staart voor zich uit. Heel even ziet ze in gedachten zichzelf aan de vleugels van het vliegtuig hangen. De tranen springen in haar ogen. Dagen later pakt ze haar koffer in. 'Je zwempak mag je niet vergeten, want Sint Maarten heeft prachtige baaien. En je pen en schrift moet je zeker meenemen,' zegt juffrouw Jane met een glimlach op haar gezicht. Loek lacht van oor tot oor. Juffrouw Jane brengt haar naar het vliegveld. Als ze naar het vliegtuig toeloopt en de trappen op gaat, voelen haar benen zwaar aan. Ze kijkt omhoog naar de voorbijtrekkende wolken. Even denkt ze weer aan haar moeder. Ze stapt nerveus het vliegtuig in. Binnen wordt ze gerustgesteld door een mevrouw die naast haar zit.Vanuit de lucht ziet ze eerst veel wolken, de blauwe lucht en ook de zee. Na iets meer dan een uur is het eiland eindelijk in zicht. 'Wauw, kijk nou! Wat zijn de heuvels hier toch groen,' roept ze. De zoutwatermeren en dalen schieten langs haar ogen voorbij. Ze kijkt door het raam en kan er geen genoeg van krijgen. Dit is zo mooi! Dit is machtig! Het is alsof het eiland helemaal aan je voeten ligt, denkt ze.

87


Opeens gaat het vliegtuig raar schudden. Haar oren slaan dicht. Ze pakt de stoelleuning stevig vast en kijkt met grote ogen rond. Wat een raar gevoel is dat toch in haar buik. De mevrouw naast haar stelt haar opnieuw gerust. 'Er is niets aan de hand, meisje. Dat is vrij normaal. Het is alleen maar een beetje turbulentie. Het vliegtuig gaat zo landen.' Dan daalt het vliegtuig en de passagiers klappen luid in hun handen, omdat de landing goed is gegaan. Wanneer Loek uitstapt, kijkt ze onwennig om zich heen en slaakt een diepe zucht. Mau haalt Loek bij de Juliana luchthaven op. Op Sint Maarten raakt ze bevriend met Amy, met wie zij gaat wandelen en zwemmen als Mau moet werken. Amy spreekt Engels en een heel klein beetje Nederlands. Maar ze verstaan elkaar aardig. Ze maakt foto's bij het strand en bij oude monumenten en Loek stuurt een briefkaart naar Casa Anita. Naar de stad, naar het strand, overal waar Loek gaat, gaat Amy mee. Die Amy is een leuke meid, al praat ze niet veel. Zij laat veel van het eiland zien en houdt ook van schrijven. 'Beloof je me te schrijven als je weer op jouw eiland bent?' vraagt ze. 'Ja, natuurlijk, elke brief wordt beantwoord,' belooft Loek. 'Schrijven houdt je jong,' plaagt Amy. Ze lachen erom. Ze lopen uren op blote voeten op het witte zand. Hun slippers houden ze in de hand. Hun rokken houden ze iets omhoog vanwege de hoge golven. De handdoeken hangen over hun nek. Ze genieten van de wilde golven bij Mullet bay, die worden aan de kant kapotgeslagen. Er lopen vele krabsoorten over het zand. Ze zoeken een schuilplaats.

88


In de verte horen ze opeens de claxon van de auto van Mau. Het is tijd om naar huis te gaan. Loek blijft wel drie weken op Sint Maarten. Ze zwemt in de azuurblauwe baaien en geniet van het lekkere eten. Als ze weer terug is op haar eiland, vertelt ze aan iedereen hoe vriendelijk de mensen op Sint Maarten zijn en dat ze door haar grote zus lekker is verwend.

89


20. Ieder z'n eigen weg

Er gaan een paar jaren voorbij en Loek heeft een paar leuke vriendinnen gemaakt op de Mavo. Ze haalt steeds haar cijfers van het derde rapport op. Zo gaat zij telkens over. Al een paar maanden gaat zij in de weekeinden bij haar lievelingsleraar logeren, die haar in het gareel houdt. Hij helpt haar met het huiswerk en corrigeert ook de gedichten die Loek schrijft. Op een dag mag Loek voorgoed bij zijn gezin komen wonen. Daar kan ze de Mavo afmaken. Ze voelt zich goed en krijgt er de nodige aandacht. Zo nu en dan gaat zij in de weekeinden bij haar oma logeren. Haar jongere zussen ziet zij bijna elke dag. Zij zitten op de school naast die van haar. Zo kan zij in de gaten houden hoe het met ze gaat. Ze moedigt haar zussen aan om hun best te doen op school, zodat ze later zelfstandig door het leven kunnen. Vandaag gaat zij bij haar oma logeren. Ze is blij, want ze weet dat ze haar broers en andere zussen na lange tijd weer zal zien. Het is een belangrijke dag, want hun broer Payo is inmiddels ook uit het jongenstehuis en hij vertrekt voorgoed naar Nederland. Zijn koffer is al ingepakt. Daags daarvoor heeft Payo het geld opgehaald dat hun grote broer Rob uit Nederland voor hem opstuurde. Met dat geld kon hij een ticket kopen. Wela is blij dat Payo naar Nederland gaat. Ze had Rob geschreven dat Payo de laatste tijd met verkeerde vrienden omgaat, jongens die alleen maar moeilijkheden veroorzaken. In die omgeving wil zij haar kleinkinderen niet zien. Rob zou er goed aandoen om Payo daaruit te halen, want zelf heeft ze er de kracht niet meer voor.

90


In Nederland kan Payo de MTS afronden en straks helpen om ook zijn jongere broers en zussen vooruit te helpen. Wela ziet graag dat ook Deng en Papichi in de toekomst van het eiland af gaan. Maar ze weet dat het stap voor stap moet gebeuren. Het geld ligt nou eenmaal niet voor het oprapen. Wela gelooft in nieuwe uitdagingen voor haar kleinkinderen in Nederland. 'Hier zijn jullie mogelijkheden om te groeien zo beperkt,' zegt ze steeds. 'De ĂŠĂŠn moet de ander helpen. Jullie moeten altijd klaar staan voor elkaar. Als het je goed gaat in het leven, moet je je broers en zussen laten meeliften.' Dan kijkt ze Payo aan en klopt op zijn schouders. 'Zorg dat je je studie afmaakt, jongen. Alleen met diploma's kun je je kansen vergroten op een goede baan,' fluistert Wela hem in de oren. Payo omhelst Wela en knikt. Voordat Payo vertrekt, haalt hij zijn zussen Kecha, Loek, Coltje en Yeng aan en kust hen op hun wangen. Inika staat verlegen bij Wela. De kinderen staren naar hun broer als hij de auto van neef Erni instapt. Deze keer mogen Deng en Papichi mee naar het vliegveld, om hun grote broer weg te brengen. De zussen zwaaien Payo uit als de auto naar Hato wegrijdt. Al na enkele maanden vallen de vliegtickets voor Deng en Papichi in de brievenbus. Zij zijn nu ook uit het jongensinternaat. Een jaar later vertrekken ook Kecha en Seng. Ze schrijven zich in voor scholen en cursussen in Nederland en moeten de Nederlandse taal beter gaan leren. Coltje en Yeng zijn nu ook uit het internaat vertrokken. Daar werd het toch minder leuk. Ze blijven voorlopig op het eiland bij een tante inwonen. Daar hebben ze veel steun aan elkaar. Loek blijft een paar jaar in het gezin van de leraar, die haar voogd wordt.

91


Als Mau, die nog steeds op St. Maarten woont, gaat trouwen, stuurt ze Inika een vliegticket. Inika mag voortaan bij haar komen wonen. De tantes gaan één voor één met hun kinderen naar Nederland. Iedereen zoekt naar een goed bestaan en betere mogelijkheden. Als Loek klaar is met de Havo, volgt ook zij, mét een studiebeurs. Ze wil lerares worden en gaat in Nederland op kamers wonen. Op de lerarenopleiding leert zij hoe zij straks op de middelbare school les moet geven. En dan komt het zelfs zo ver dat Wela zich, op hoge leeftijd, laat overhalen om zich met haar familie in Nederland te herenigen. Haar kleinkinderen, die zij heeft grootgebracht, zijn nu volwassen en ze zijn blij dat ze eindelijk iets voor haar terug kunnen doen. Ze zoeken haar geregeld op en verwennen haar met alles wat ze nodig heeft. Ze zijn haar dankbaar, omdat hun oma altijd voor hen heeft klaargestaan, in goede en in moeilijke tijden. Wela is hun rots in de branding geweest en dat zullen ze nooit vergeten. Zo hebben de Zonnesproetjes hun tropisch nestje verlaten. Op 52 graden Noorderbreedte, duizenden kilometers ver van huis, hebben ze een nieuw stekkie gevonden. Wordt dat hun thuis of toch niet? Het vreemde, koude land brengt hen in elk geval een heel ander leven.

92


WOORD

BETEKENIS

Alcapara

olijven

Ayaca

hartige hap, met als basis maĂŻsmeel gevuld met pruimen, olijven, vlees of kip en verwikkeld in bananenbladeren.

Bakbanaan

grote banaan die in olie gebakken wordt als zoete groente bij de maaltijd.

Bomba

slavenopzichter/baas

Cala

hartige en pittige snack, gemaakt van gemalen witte bonen

Empanada

pastei van maĂŻsmeel, gevuld met vis, groente of vlees

Impala

Amerikaanse auto van het merk Chevrolet

Jonny Cake

pasteiachtig broodje, gebakken in olie

Kenepa

tropische ronde, zoete vrucht met grote witte pit en oranje vruchtvlees

Kibrahacha

tropische boom met zeer harde boomstam, letterlijk: bijlbreker.

Knoek

platteland

Landhuis

grote huizen van voormalige slavenhouders met grote kamers

Mai

moeder, mama

Maraca

kalebasballen, waarin pitjes zitten en die bij schudden een sissend geluid maken.

Mondi

struikachtige bos met vooral stekelplanten

Papiamentu

moedertaal op de benedenwindse eilanden, ontstaan uit een mengeling van Spaans, Portugees, Nederlands en de talen van Afrikaanse slaven.

Sjon

eigenaar van de plantage en de slaven

Wela

grootmoeder, oma

93


Boeken van Loekie Morales Zonnesproetjes (Uitgeverij ICS Leersum, 2000, ISBN: 9073854318) De kinderen Loek, Kecha, Seng, Papichi en Deng Moraal wonen aan de rand van Willemstad en zijn bezaaid met zonnesproetjes. Hun moeder werkt de hele dag uit huis en hun oma komt een oogje in het zeil houden, maar die deugnietjes voeren van alles uit en zijn haar te snel af. Wanneer moeder komt te overlijden, moeten ze noodgedwongen uit elkaar. Bloedlijn overzee (Uitgave in eigen beheer, ondersteund door Prins Bernhard Cultuurfonds NA-Aruba, 2002, ISBN: 99904-0-422-4)

Een jonge vrouw onderneemt een zoektocht naar familie van haar oma. Tegen het advies van mensen om haar heen gaat ze naar een ander werelddeel, waar de twijfels naar boven komen. Gelukkig zijn er ook hoopmomenten bij het zoeken van een speld in de hooiberg en die tijdens deze bijzondere onderneming haar nieuw leven brengen. Papito en de vertellende boom (Uitgeverij Leopold, De Verhalenboot, 2002, ISBN: 99904-0-420-8)

Op een tropisch eiland staat een oeroude Flamboyantboom met felrode bloemen. Op een dag loopt Papito langs en deelt zijn zorgen met de boom, die hem een merkwaardig verhaal vertelt van een slavenjongen Kuyang. Hij leefde 200 jaar geleden op een grote maĂŻsplantage. Het verhaal maakt veel indruk op Papito, die nu leven in vrijheid als het allerbelangrijkste in de wereld ziet.

94


Dit verhaal is uitgegeven in het boek ‘De verhalenboot’, een uitgave van uitgeverij Leopold en geschenk van de Kinderboekenweek 2002 voor de Nederlandse Antillen. In 2003 is ‘Papito en de vertellende boom’ en ‘Papito and the story telling tree’ beide in fullcolour versie in beperkte oplage, speciaal voor de Antillen uitgegeven door Beyond Writing Foundation.

Selina and the Obeah woman (Beyond Writing Foundation, 2003, ISBN: 99904-0-421-6) Selina en de Bruavrouw 2005, ISBN 99904-0-539-5) Een meisje gaat tijdens een van de kerstdagen naar een tante om eten te halen voor haar oma, Maar onderweg wordt ze uitgelokt en gevangen genomen door een mysterieuze vrouw, die aan zwarte magie doet. Wat ziet ze allemaal in het enge huisje van ‘Obeah woman’ en wordt ze ooit bevrijd? Het verhaal is als kerstverhaal in beperkte oplage in het Engels uitgegeven. Bonte Boel (Beyond Writing Foundation, 2004, ISBN: 999040-5387) Boni en Alania van 9 jaar wonen in Belvedere en zijn vriendinnen. Ze zijn buren en zitten samen op school. Boni wordt bont en blauw geslagen door haar moeder, wanneer die zichzelf niet meer in de hand heeft. Ze verbergt haar blauwe plekken, maar Alania ontdekt het als Boni voor de zoveelste keer een aantal dagen wegblijft van school. Ze gaat iets ondernemen om haar vriendin te helpen. Alania zelf droomt ervan een eigen hond te hebben, maar

95


haar vader is erop tegen. Ze haalt haar cijfers op en krijgt in de grote vakantie de verassing van haar leven: Spotty, een oerlelijke bonte hond. Ze is gek op Spotty en op een dag is hij spoorloos. Alania is ten einde raad. Zal ze haar Spotty nog ooit in de armen sluiten? En komt het allemaal goed met Boni, die hopeloos verliefd is op Ashyl, een jongen uit hun klas, maar ondertussen thuis nog steeds bont en blauw wordt geslagen?

Tropisch Nestje (Beyond Writing Foundation, 2005, ISBN: 99904-0-530-1) Aan de rand van Willemstad, de hoofdstad van Curaçao woont Wela, een lieve oma die voor haar kleinkinderen zorgt. De jongens Deng en Papichi en de meisjes Seng, Kecha en Loek, van 7 tot en met 12 jaar zijn bezaaid met zonnesproetjes. Na de dood van hun moeder Mai, moesten ze noodgedwongen uit elkaar. Ze gingen naar internaten, maar zowel daar als in de weekenden halen ze weer van alles uit. Wat is er van deze zonnesproetjes terechtgekomen? Lees je ‘Tropisch Nestje’, dan weet je alles van die deugnietjes. Dit boek is een vervolg op het boek Zonnesproetjes. Wil je je ervaringen uit haar boeken met Loekie Morales delen? Schrijf haar dan: beyondwriting@hotmail.com. Wil je boeken bestellen? Dat kan via de website: www.stmaarten-info.com/businesses/loekiemorales.htm

96


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Tropische nestje by Biblioteka Nashonal Korsou - Issuu