

![]()


CEO Arriva Nederland
De zomer is voor veel mensen hét moment om op reis te gaan. Naar familie, een camping of een festival. En steeds vaker denken we daarbij ook na over de manier waaróp we reizen. Daarom staat deze zomereditie van Arrivaria in het teken van de groene reis.
Voor Arriva is die reis al lang geleden begonnen. Al jaren werken we aan duurzamer vervoer. We elektrificeren onze bussen, tanken HVO in onze treinen, verduurzamen onze panden en zoeken voortdurend naar manieren om onze uitstoot te verminderen. Zo leveren we een belangrijke bijdrage aan een groen en bereikbaar Nederland.
Wat mij opvalt, is hoe snel we gewend raken aan verandering. Een elektrische bus in het straatbeeld vinden we inmiddels heel normaal. Maar achter die bus gaat een compleet nieuwe manier van werken schuil. De overstap naar zero-emissie vraagt andere dienstregelingen, nieuwe technieken en slimme oplossingen voor laden, onderhoud en planning.
Zero-emissie bij onze treinen staat of valt bij de elektrificatie van onze spoorlijnen. Daarvoor zijn we afhankelijk van onder andere ProRail en de provincies. Maar we zitten niet stil: we onderzoeken de mogelijkheden van batterijtreinen én onze WINK-treinen zijn al klaar voor een duurzame toekomst.
Juist daarom ben ik zo trots op al onze collega’s. Op de monteurs die nieuwe technieken leren beheersen. Op planners die rekening houden met laadtijden en actieradius. Overal zie ik dezelfde bereidheid om mee te bewegen.
Of je deze zomer nu zelf op reis gaat of onze reizigers op weg helpt: dank voor jouw bijdrage aan die groene reis. En heel veel plezier dit zonnige seizoen.

Arno Vink




11, 23
Erwin en Hans

4,14, 27
Hoe groen is het ov?


In de Achterhoek rijden sinds afgelopen maand nieuwe elektrische VDL-bussen. Daarmee zetten we in Gelderland opnieuw een mooie stap richting duurzamere mobiliteit. Achter deze start gaan maanden van voorbereiding schuil. Collega’s uit verschillende teams werkten samen aan onder meer de dienstregeling, laadinfrastructuur, opleiding en reizigersinformatie.
De eerste dagen laten zien dat die voorbereiding zijn vruchten afwerpt. Natuurlijk zijn er aandachtspunten en blijven we leren en verbeteren, maar de nieuwe bussen worden nu al positief ontvangen door reizigers en collega’s.
En we gaan verder! Ook in Rivierenland bereiden we ons voor op de volgende stap richting elektrische bussen. Zo werken we samen verder aan een toekomstbestendig en duurzaam openbaar vervoer voor onze reizigers.
De eerste trein met nieuwe naam rijdt in Gelderland op het spoor: ‘Ode aan het landschap’. Deze naam werd gekozen tijdens onze treinnamenwedstrijd, waarbij reizigers konden stemmen op namen die verbonden zijn met de streek. Achter de naam schuilt een bijzonder verhaal: ‘Ode aan het landschap’ verwijst naar de gelijknamige fietsroute van Achterhoek Toerisme én naar het unieke coulisselandschap waar de trein dagelijks doorheen rijdt.
Met de treinnaam brengen Arriva en Achterhoek Toerisme letterlijk én figuurlijk een ode aan de Achterhoek: een regio vol rust, natuur, karakteristieke dorpen, bossen, landgoederen en eindeloze mogelijkheden voor fietsers en wandelaars. De naam ‘Ode aan het landschap’ werd aangedragen door Achterhoek Toerisme. De organisatie ontwikkelde eerder de meerdaagse fietsroute van ruim 350 kilometer door de Achterhoek, die onlangs als enige Nederlandse fietsroute werd genomineerd voor Europese Fietsroute van het Jaar 2026. Hoewel de route nét naast de titel greep, zorgde de nominatie voor nationale én internationale aandacht voor de Achterhoek als toeristische bestemming.

Leeftijd: 33
Woonplaats: Zutphen
Functie: Machinist Achterhoek
Rivierenland
Regio: Oost


Twee flessen water, een EHBO-kit, een zakmes, een powerbank en altijd iets te eten. Kaya Ramos gaat nooit onvoorbereid de deur uit. De machinist uit Zutphen noemt zichzelf een minimalistische prepper. Hij heeft geen kelder vol noodvoorraden, maar wel een plan B. ‘Het heeft voor mij niets te maken met paniek.’
‘Heb je die onderweg gevonden?’ Het is een van de opmerkingen die Kaya weleens krijgt als hij op zijn skateboard bij het station arriveert om aan het werk te gaan. Een machinist in uniform op een board zie je tenslotte niet elke dag. Voor Kaya begint zo’n rit met een blik op het weerbericht. ‘Als het kan gaan regenen, neem ik extra kleding mee.’
De drie kilometer naar zijn werk op zijn skateboard scheelt brandstof, houdt hem fit en onderweg krijgt hij meer mee van zijn omgeving. Dat hij opvalt, neemt hij voor lief. ‘Ik ben eens drie keer in één nacht door de politie staande gehouden. Ze wilden weten of alles wel goed met me ging.’
Geen rubberboot nodig
Wie denkt dat Kaya alleen goed voorbereid naar zijn werk gaat, heeft het mis. Sinds zijn achttiende is hij geïnteresseerd in preppen. ‘Ik woonde net op mezelf en zag op televisie Doomsday Preppers. Heel overdreven allemaal, maar het zette mij wel aan het denken.
Ik dacht: wat moet ik doen als hier iets gebeurt en ik niet op anderen kan rekenen?’
Meer dan spullen
Thuis is Kaya’s voorbereiding minder spectaculair dan veel mensen denken. De voorraadkast is gevuld met maaltijdpoeders en er staat een tas klaar voor als hij met zijn gezin weg moet. ‘Daarin zitten onder andere waterfilters, lang houdbaar eten, EHBO-spullen, kookgerei en een duikbril’, somt hij op. Maar het belangrijkste vind je volgens hem niet in een tas. ‘Kennis is macht. Je moet weten wat je doet. Daarom heb ik geleerd om water te filteren, vuur te maken, te boogschieten en mijn omgeving te lezen. Waar zitten hulpdiensten? Welke route kun je nemen? Dat soort dingen.’
‘Je kunt het vergelijken met een zorgverzekering: als het goed is, heb je die niet nodig. Maar het is fijn dat je ’m hebt.’
Kaya dook daarom in forums, artikelen en Facebookgroepen.
In het begin kocht hij van alles. ‘Negentig procent daarvan was onzin’, vertelt hij lachend. Een rubberboot bijvoorbeeld. ‘Ik woon in een flat en heb heel veel zwemdiploma’s, dus die bleek eigenlijk nergens voor nodig.’ Ook een tent verdween weer uit zijn verzameling. ‘Die was veel groter dan ik nodig had en kostte onnodig veel energie om warm te houden.’ Door de jaren heen werd zijn aanpak steeds eenvoudiger. Geen huis vol spullen voor ‘wat als’, maar een selectie die past bij zijn leven in een flat. Daarom noemt hij zichzelf een minimalistische prepper.
Veel mensen denken bij preppers aan doemscenario’s en complottheorieën. Kaya herkent zich daar niet in. ‘We worden vaak neergezet als gekken, terwijl de meeste preppers juist heel nuchter zijn.’ Voor hem draait het vooral om zelfredzaamheid. ‘Preppen heeft voor mij niets te maken met paniek. Het geeft mij juist rust om zo goed voorbereid te zijn.’ Hij vergelijkt preppen daarom ook wel met een zorgverzekering. ‘Als het goed is, heb je die niet nodig. Maar het is fijn dat je ’m hebt.’
Vertrouwen doorgeven
Kaya’s prepper-mindset zie je ook terug in zijn werk. ‘Ik probeer zoveel mogelijk te leren over de treinen waarin ik rijd, zodat ik niet afhankelijk van anderen ben als er iets misgaat.’ Diezelfde houding wil hij aan zijn dochter meegeven. ‘Ze is nu nog klein, maar in de toekomst hoop ik samen te kamperen, wandelen en boogschieten. Het lijkt mij geweldig als ze opgroeit met het vertrouwen dat ze zichzelf kan redden.’

Rijd jij de mooiste buslijn of het gaafste treintraject?
Of werk je in een fijne vestiging, leuk kantoor of coole store? In deze rubriek heb jij de ruimte om te vertellen over je werkplek.

Machinist Arno Vink vindt het lastig om te kiezen wat ‘zijn’ mooiste traject is. ‘De Maaslijn vind ik erg mooi. Maar in de Achterhoek met de trein rijden, dat is ook prachtig.’
De wonderschone Maaslijn
Het mooiste van de Maaslijn is volgens de machinist uit Elst dat je start met je dienst vanuit de oudste stad van Nederland: Nijmegen, de wandelhoofdstad van de wereld. ‘De reis gaat door de bossen en de oudste Maasovergang bij Cuijk. Onderweg passeer je de oude stationsgebouwen, rij je langs natuurgebieden en doorkruis je ook nog eens drie provincies.’
Contact met de reiziger
Arno werkt onder meer als mentormachinist in Nijmegen, zit in het Team Collegiale Opvang (TCO) én is voorzitter van de regiocommissie. ‘Ik heb echt een superleuke baan. Wat ik persoonlijk heel belangrijk vind,
is het contact met de reiziger. Eén van de mooiste dingen bij Arriva vind ik dat ik mag rijden in zowel het zuiden én het oosten van Nederland’.
‘Ik ben blij dat we op de Maaslijn nu eindelijk elektrisch gaan rijden.’
Elektrificatie van het spoor
De Maaslijn wordt geëlektrificeerd. De werkzaamheden hiervoor zijn inmiddels al in volle gang. Sommige delen van het spoor zijn zelfs al voorzien van bovenleiding. ‘Dat de dieseltreinen op den duur verdwijnen, speelt al jaren. Ik ben blij dat we op de Maaslijn nu eindelijk elektrisch gaan rijden. Alles moet verduurzaamd worden, dan kan het treinverkeer toch vanzelfsprekend niet achterblijven.’

Ervaring met elektrisch rijden
Arno heeft al ervaring met het rijden op een elektrische trein. ‘Dat was in het zuiden van Limburg. Ik ben ooit begonnen als machinist van een goederentrein. Deze treinen waren ook elektrisch. Het lijkt me voor straks heerlijk stil en rustig om met de nieuwe elektrische treinen te gaan rijden op het compleet nieuwe spoor. Vooral de hogere snelheid spreekt me aan, zodat we de reizigers nog sneller van A naar B kunnen brengen.’
Tips voor onderweg
Wie zin heeft gekregen om de Maaslijn ook eens per trein te verkennen, denk dan aan de leuke tips van Arno voor onderweg: ‘Het vermelden waard is natuurlijk de stad Nijmegen, daar kan je niet omheen. En de stuwwal richting Mook Molenhoek met de bossen van de Mookerheide. En als extraatje ook nog eens de rivieren met de uiterwaarden in het mooie Limburgse landschap. Dat is elke keer weer genieten!’
Arno Vink
Machinist

mee en maak kans op een bioscoopbon t.w.v. 25 eUro
De prijswinnaars van uitgave 1 - 2026 zijn:
- Bart Hoex - buschauffeur Schiphol
- Dennis Stipkes - machinist trein Arnhem
- Nina Keij - buschauffeur Roozendaal
Om net als deze collega’s kans te maken op een bioscoopbon, zoek je onderstaande woorden in de woordzoeker.
De overgebleven letters vormen de oplossing. Stuur die oplossing vanaf jouw Arriva mailadres naar communicatie@arriva.nl.

BATTERIJ BELEID BIOBRANDSTOF BUSSEN DUURZAAM EFFICIENT ELEKTRISCH EMISSIE ENERGIE GROEN
KLIMAAT
NEUTRAAL REDUCTIE SLIMMER TREINEN UITSTOOT VERBRUIK VERVOER VOETAFDRUK WATERSTOF ZUINIG

Nieuwe collega?
Aanbrengpremie: €1.000
Kijk op Scienta
Buschauffeur Breda
Stilzitten? Dat is niets voor Erwin Küller. Met een vaarbewijs, motor-, vrachtwagen- en autorijbewijs op zak is hij het liefst onderweg. Ruim zestien jaar was hij vrachtwagenchauffeur in het binnen- en buitenland. Totdat de lange werkdagen hem te veel werden. Een bezoek aan een open dag van Arriva veranderde alles. ‘Ik dacht: ik ben gek als ik hier niet ga werken.’
Fan van Arriva
Op zijn drieëntwintigste werd Erwin vrachtwagenchauffeur. Leuker werk kon hij zich niet voorstellen. Maar toen hij kinderen kreeg, veranderde zijn gevoel. ‘Ik maakte veel overuren en was vaak van huis. Ik vond dat niet leuk voor mijn gezin.’ Op zoek naar balans ging hij naar een open dag van Arriva. De stabiele uren spraken hem aan. Ook de sfeer maakte indruk. ‘Ik zag dat chauffeurs elkaar opzochten in de kantine voor een praatje. Die collegialiteit miste ik in mijn toenmalige functie. Ik dacht: ik ben gek als ik hier niet ga werken.’
Van producten naar passagiers
Elektrische snufjes
Sinds afgelopen zomer rijdt Erwin elektrisch. ‘Ik vind het fantastisch om zero-emissie te rijden. De bussen trekken goed op, rijden stil en zitten vol handige snufjes. Zo herkent de stoel automatisch mijn persoonlijke instellingen zodra ik mijn toegangspas gebruik.’ Vanuit die stoel geniet Erwin graag van het uitzicht. ‘Op een zomerochtend zie ik de zon tussen de groene bomen opkomen. En in de winter spot ik onderweg soms een hert en zijn de huizen prachtig verlicht met kerstlampjes.’
‘Elektrisch rijden is fantastisch. M’n bus zit vol handige snufjes!’
Na het behalen van zijn busrijbewijs voelde Erwin zich meteen thuis achter het stuur van de Brabantse stadsbus. ‘Ik was al gewend aan grote voertuigen en reed al zo lang, dat ik het verkeer goed kan inschatten.’ Toch zijn er ook dingen veranderd. ‘Voorheen reed ik goederen rond, nu passagiers. Ik vind dat een leuke switch. Zoals afgelopen carnaval, toen zat de bus stampvol. Mensen kwamen bij mij staan voor een praatje, heel gezellig.’
Kostbare tijd
Een groot misverstand over zijn vak? ‘Sommige mensen denken dat je veel late of weekenddiensten draait, maar het is juist het tegendeel. Ik heb gewoon twee dagen achtereen vrij en er zit minimaal elf uur tussen elke dienst. Nu heb ik weer meer tijd voor mijn kinderen. Ik ben vaker thuis bij het avondeten en kan naar dansvoorstellingen van mijn dochter. Dat soort dingen zijn me dierbaar.’



Arriva Regio Zuid hielp begin juni weer mee met een editie van De Spelen. Bij dit project maken kinderen in het basisonderwijs kennis met het plezier dat je beleeft aan bewegen en sporten.
Dit keer kregen ruim 600 Eindhovense basisschoolkinderen een dag vol sport en bewegen aangeboden. Veel van deze kinderen komen thuis of in hun omgeving minder vanzelfsprekend in aanraking met sportieve beweging.
Een team van zo’n 10 Arriva-collega’s zette zich vrijwillig in om deze dag tot een succes te maken. De helft van hen begeleidde groepen met kinderen, en de andere helft ontving de groepen bij een sportof spelonderdeel. Het was een prachtige dag die, ondanks een paar regenbuitjes, 600 stralende kindersnoetjes opleverde.
Een geweldige sfeer en veel enthousiasme: we kijken met plezier terug op de allereerste editie van het Arriva Limburg padeltoernooi, dat plaatsvond op zaterdag 30 mei.
Voor degenen zonder ervaring met padel verzorgde een trainer een intensieve introductie van anderhalf uur. Daarna kregen zij meteen de kans om de geleerde vaardigheden te laten zien in een kort toernooitje. Ondertussen waren de ervaren spelers begonnen aan een uitdagend middagtoernooi, waar fanatisme en sportiviteit hand in hand gingen.
Aan het einde van de dag mochten Guido de Vries & Jeroen Geraedts uit Sittard bij de beginners, en Harald Everartz & Ralf Thissen uit Heerlen bij de gevorderden, zich de winnaars van de hoofdprijzen noemen. Zodra het toernooi was afgerond, volgde een gezellige barbecue waar iedereen samenkwam om te genieten van heerlijk eten en goede gesprekken.
We bedanken iedereen voor het enthousiasme en de vele positieve reacties. Dit smaakt natuurlijk naar meer, dus is het plan om volgend jaar opnieuw een padeltoernooi te organiseren. Hopelijk zijn we hiermee een mooie traditie gestart!

Openbaar vervoer is mensenwerk. Onderweg ontmoeten we elkaar, reizigers en collega’s met wie we samenwerken. Tijdens onze reizen maken jullie samen het verschil. En zorgen jullie ervoor dat we complimenten ontvangen.
Deze complimenten kunnen over van alles gaan. Een chauffeur krijgt de pluim soms rechtstreeks: ‘Wat fijn dat je nog even op me hebt gewacht toen ik er net aan kwam rennen’. Een steward of medewerker Service & Veiligheid ontvangt er een voor het gastvrije optreden of daadkrachtige ingrijpen. En soms komen er zelfs handgeschreven kaartjes binnen of een leuk compliment via de mail of in een reactie op social media. Omdat we trots zijn op jullie inzet, willen we deze complimenten graag delen.
Koffer vergeten en snel weer terecht
‘Toen ik uitstapte op station Dalen was ik mijn handbagagekoffer vergeten die ik boven op het bagagerek had gelegd. In eerste instantie baalde ik ervan dat ik geen telefonisch contact met iemand kon opnemen voor verloren items, maar toch gebeld en kreeg een werknemer te spreken die de tip gaf om terug te gaan naar het station en de medewerkers op de trein te vragen of de bagage was gevonden. Ik was zeer verrast om te horen dat jullie collega’s binnen een half uur de bagage al op station Emmen hadden afgeleverd en foto’s hadden gemaakt en deze in een app met collega’s hadden gedeeld. Ben toen meegereden naar Emmen en heb daar gelijk de bagage op kunnen halen. Ik ben zeer tevreden over de snelle afhandeling en ook over de goede communicatie tussen jullie werknemers. Bedankt!’
Aan wie geef jij een compliment?
Een compliment doet meer dan je denkt. Elke dag zorgen we voor onze reizigers én voor elkaar. Jij bent goed bezig en je collega ook! Geef jouw compliment persoonlijk of met een kaartje. Van wie krijg jij er een? In regio Oost is begin dit jaar gestart met speciale complimentenkaarten, en ook in een aantal andere regio’s zijn deze kaarten besteld. Bij het OCC voegen ze een extra kolom toe in hun dagrapportages voor informatie over het juiste handelen van chauffeurs. Een soort ‘geef eens een pluim’-kolom, volgens OCC-manager Inge Halffman.
Een dankjewel aan de behulpzame machinist ‘Door vermoeidheid liet mijn vrouw op 25 mei een handtas met paspoorten, mobiele telefoon en portemonnee in de trein ArnhemDoetinchem achter. Paniek! Een uur later hebben we machinist Sandor (reed vanaf Winterswijk terug) op station Doetinchem naar de tas gevraagd. Hij heeft gelijk collega’s ingeschakeld en al snel bleek de tas gevonden. Vandaag hebben we de tas uit handen van Sandor op station Doetinchem teruggekregen. Wij hebben dit zeer gewaardeerd. Wat een service, zorgvuldigheid en betrokkenheid van uw mensen! We snappen trouwens dat zo’n mate van service niet op elke paraplu of pet kan worden toegepast.’
Een opsteker voor vriendelijke buschauffeurs
‘Goedemorgen, we willen graag een compliment geven aan alle buschauffeurs die tegenwoordig op de Zuiderlingedijk te Spijk (West Betuwe) rijden! Ze zijn zonder uitzondering vriendelijk, houden rekening met alle gebruikers van de dijk, en rijden voorzichtig. Een hele verademing met hoe het in het verleden ging!!! Bedankt!!’
Bedankt voor de leuke ouderinformatie-avond voor speciaal onderwijs ‘Dag mensen van Arriva, mijn complimenten gaan uit naar het organiseren van een ouder-informatieavond op 20 mei 19 uur voor Stichting Speciaal Onderwijs Twente en Oost Gelderland VSO Isselborgh. Een zeer goed initiatief om samen te werken aan het zelfstandig leren reizen met het ov. Juist voor deze doelgroep vraagt dit extra begeleiding en praktische ondersteuning.’
De Nobelprijs voor Klantvriendelijkheid
‘Vanochtend ging ik met de bus, lijn156 van Schijndel, Hoofdstraat, naar Den Bosch, Centraal Station/ Busstation ’s Hertogenbosch. De bus kwam uit Eindhoven. Ik stapte in om 07.45 uur. De buschauffeur was het mooiste begin van een werkdag: hij was vrolijk, supervriendelijk en begroette iedere passagier even aardig. Bij het uitstappen van een passagier even vriendelijk een fijne dag wensend en zijn hand opstekend, elke keer weer.
Ik zeg niet dat de andere chauffeurs niet vriendelijk zijn. Maar deze chauffeur verdient, naar mijn mening, de Nobelprijs voor Klantvriendelijkheid!!’
De eerste 100 dagen zitten erop voor Milfred Hart, onze ‘nieuwe’ CEO van Arriva Nederland. ‘Hoe ik het heb ervaren tot nu? Ik ben enthousiast en heb heel veel plezier in mijn werk.’


Op 1 februari van dit jaar nam Milfred het stokje over van Anne Hettinga. Milfred startte vrijwel direct met een tournee door de regio’s en was onder meer te gast bij de Regio Management Teams in Limburg, Brabant en Oost. Regio Noord staat binnenkort op de planning. ‘Ook ben ik een dag naar Schiphol geweest waar we het busvervoer op de platforms uitvoeren en het pendelbusvervoer vanaf de langparkeerlocaties. Ik realiseer me dat dit een heel bijzonder contract van ons is. Ontzettend mooi om te zien.’
Op de Vechtdallijnen (regio Oost) draaide Milfred een middagje mee met stewards Gert, Danique en Jamila. ‘Ik liep mee met de controles ‘op de trein’. Ik heb echt grote bewondering voor de passie waarmee onze collega’s hun werk doen en hoe ze met lastige situaties omgaan’, zegt Milfred. Hij heeft de smaak te pakken gekregen van het meelopen in de operatie en is van plan om dit de komende tijd vaker te gaan doen.
Het kennismaken en onderhouden van contacten buiten de deur is een van de werkzaamheden waar Milfred veel tijd aan besteedt. Zo is hij al op de koffie geweest bij de staatssecretaris van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en bij het samenwerkingsverband Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland (FMN). Daarnaast heeft hij de gedeputeerden van de provincies bezocht die verantwoordelijk zijn voor openbaar vervoer.
Ook zat Milfred onlangs nog aan tafel bij Wouter Koolmees van de NS. ‘We hebben allemaal gezamenlijke belangen. Het is goed om daar waar mogelijk de samenwerking op te zoeken. Op stations hebben we bijvoorbeeld altijd te maken met elkaar. Ik vind het belangrijk om goed met elkaar in verbinding te staan en te blijven.’
Kort op de bal
Wat nieuw is sinds de komst van Milfred, is hoe vaak er wordt vergaderd met de directieleden. ‘We zitten nu elke week maximaal twee uur bij elkaar in het directie-overleg. We kunnen op die manier goed de prioriteiten voor de korte en middellange termijn behandelen. Door dit iedere week te doen, zitten we kort op de bal.’
Missie directieteam
Een van de missies van het directieteam is ‘het bestaande beter doen en groei creëren’. Dit is een andere insteek dan voorheen. ‘We blikken niet steeds terug op waardoor iets is veroorzaakt, maar we kijken vooruit naar wat we eraan gaan doen.’
Evenementen in de regio’s
De zomer is in aantocht en dat betekent ook voor Arriva dat er flink wat evenementen aankomen. ‘De Nijmeegse Vierdaagse, Pinkpop, Zwarte Cross: allemaal supergrote evenementen waarbij wij verantwoordelijk zijn voor het bus- en/of treinvervoer. Ik vind het heel mooi om te zien dat iedereen bij Arriva op dit soort momenten de schouders eronder zet en ervoor gaat.’
De tijd vliegt
Valt Milfred iets tegen in zijn nieuwe Job? ‘Nee. De werkdruk valt me mee, deze wisselt per dag en per week. Tot nu toe ben ik heel blij hoe ik overal word ontvangen.
Eigenlijk valt me maar één ding tegen: dat is hoe snel de dagen voorbijgaan’, lacht Milfred. ‘Ik kom gewoon tijd tekort. Ik reis door het hele land en ben veel in Den Haag te vinden. De afgelopen maanden zijn voorbijgevlogen! Echt, ik kan eerlijk zeggen: ik ben enthousiast en heb heel veel plezier in mijn werk!’
Iedereen kent wel ‘een setje’ bij Arriva. Mensen die bij Arriva werken en met elkaar verbonden zijn. Met hun DNA of op een andere manier. Ook in deze Arrivaria zoeken wij deze mensen op.
Hoe is het om DNArriva te delen?
Zoon Jens haalt vader René over om ook buschauffeur te worden
René Walk (61) heeft dankzij zijn zoon Jens een late ‘busroeping’. Sinds 6 jaar is hij parttime buschauffeur in Uden. Zoon Jens (30) uit ’s Hertogenbosch is chauffeur en wagenparkbeheerder en werkt al 10 jaar bij Arriva. ‘Ik vind het erg leuk dat mijn vader mijn collega is.
Als je me 15 jaar geleden had gezegd dat mijn vader ook in het ov ging werken, dan had ik daar hard om moeten lachen’, grijnst Jens.
Perfecte combinatie met andere baan
René werkt 28 uur per week als nachthoofd/verpleegkundige in een kliniek voor mensen met een psychiatrische aandoening. ‘Tot 2017 werkte ik daar overdag en nu dus alleen ’s nachts. Na 6 nachten van 9 uur heb ik in principe voor 2 weken gewerkt en ben daarna dus 8 dagen vrij. In die dagen doe ik 2 diensten bij Arriva.’

Jens en René praten samen vaak over Arriva
‘Als we elkaar zien, gaat het heel vaak over Arriva. Jens is een ov-fan en praat daar graag over. Zeker in het begin was Jens mijn vraagbaak. Hij weet echt alles! Dit werk is voor mij een heel fijne en welkome afwisseling. Collega’s zijn erg aardig en behulpzaam, en het rijden op een bus is geweldig. Ik hoop dit nog wel een tijdje te doen. Van het werk in de nacht hoop ik over 2 of 3 jaar afscheid te nemen, maar ik wil daarna graag door blijven ‘bussen’.’
Collega’s vinden het leuk dat ze allebei bij Arriva werken
Jens: ‘Mijn collega’s grappen vaak: “Is de hele familie weer aan het werk?” In Uden hebben we meerdere vader-zooncollega’s dus wij zijn geen uitzondering.’ Het leukst aan het werk vindt Jens de vrijheid en het gevoel van ‘buiten spelen’ en lekker bezig zijn. Jens en René hebben het allebei goed naar hun zin bij Arriva. Jens: ‘Openbaar vervoer is onmisbaar en je krijgt een goede beloning voor ontzettend belangrijk werk. Je werkt met fijne collega’s en straks mogen we ook rijden met prachtige nieuwe bussen. Ik raad het iedereen aan!’

Jens en René
Vader Robert (59) en dochter Jessica Alkema (29) samen op de Twentse bus
Precies 25 jaar geleden stapte Robert op de bus na een carrière in de schoonmaak bij het ziekenhuis in Hengelo. ‘Mijn vader was chauffeur bij de Twentsche Electrische Tramwegmaatschappij (TET) en maakte me toen warm voor het ov’, zegt Robert.
Van brood- en vleeswaren naar de bus Datzelfde ‘warm maken’ voor het ov deed Robert vervolgens ook bij zijn eigen dochter Jessica. Zij stapte 2,5 jaar geleden over van de Jumbo brood- en vleeswarenafdeling naar Arriva in Oldenzaal. En daarvan heeft ze geen dag spijt gehad. ‘Ik vind de vrijheid die je krijgt heerlijk. Lekker op de weg. Geen dag is hetzelfde. Je krijgt veel verantwoordelijkheid en zelfstandigheid en dat maakt het werken in het openbaar vervoer top! Als buschauffeur zit ik echt op mijn plek.’
Vestiging Oldenzaal is het thuishonk Robert is buurtbuscoördinator/infrabeheerder vanuit de vestiging in Oldenzaal en vervangt tijdens vakanties ook zijn collega wagenparkbeheerder Ronald. Vader en dochter werken allebei vanuit de stalling in Oldenzaal en lopen elkaar regelmatig tegen het lijf. Jessica: ‘Dan kunnen we lekker even zeuren met elkaar’, zegt ze knipogend. ‘Ik vind het ook fijn om hem wat vaker te zien.’ Thuis hebben ze het wel vaak over het werk. ‘Soms iets te veel, dat zelfs mijn moeder denkt: nu even niet! En nu mijn man bij Heisterkamp werkt als busmonteur is het helemaal feest’, lacht Jessica.
Een trotse vader
Jessica houdt er niet van om aan de grote klok te hangen dat ze allebei bij Arriva werken. ‘Ik heb in het begin ook niemand verteld dat ik de ‘dochter van’ ben. Ze kwamen er op een gegeven moment wel zelf achter. Maar in het algemeen vinden ze het wel erg leuk.’ Robert kan zich daar alleen maar bij aansluiten en vindt het mooi dat Jessica ook z’n collega is. ‘Het maakt je toch heel trots als je eigen dochter in je voetsporen treedt.’

Martijn (29) en vriend Steven (30) zitten samen op het spoor
Martijn is net een half jaartje Verkeersleider Trein in Zutphen. Steven rijdt sinds 1,5 jaar op de trein in de Achterhoek, na ruim 8 jaar te hebben gewerkt als storingsmonteur in de Zutphense werkplaats.
Droom om machinist te worden
Steven wilde altijd al machinist worden en heeft zijn droom inmiddels waargemaakt. Hij heeft geen moment spijt gehad van de overstap van de werkplaats naar de treincabine. Nu zijn vriend Martijn sinds kort zijn collega is op de Verkeersleiding, is het plaatje compleet. ‘Af en toe hebben we elkaar tijdens het werk aan de telefoon of we komen elkaar tegen op de vestiging in Zutphen, ja dat is heel leuk’, zegt Steven.
Gesprekken aan de keukentafel
Thuis hebben ze het weleens over hun werk. ‘We bespreken bijzondere voorvallen, maar verder proberen we werk en privé wel gescheiden te houden. Ik geef toe: dat is soms best lastig als je allebei dezelfde werkgever hebt’, lacht Martijn. Beiden werken op onregelmatige tijden. ‘We leven dus nog wel eens langs elkaar heen. Ik zeg altijd met een knipoog: dan hebben we ook geen tijd om ruzie te maken!’
Waarom werken bij Arriva een aanrader is Martijn: ‘Hoewel ik hier nog maar net werk, kan ik Arriva zeker aanbevelen. Het is leuk en afwisselend werk, de collega’s zijn erg gezellig en het salaris is altijd netjes op tijd.’
Steven: ‘Geen dag is hetzelfde. Het kunnen soms de kleinste dingen zijn die een dienst net wat anders maken en bij verstoringen komen vaak de grotere uitdagingen naar voren. Dat is elke keer weer een hartstikke mooie puzzel om te leggen.’


Dieselbussen eruit, elektrische bussen erin. De komende jaren werkt Arriva toe naar een volledig elektrische busvloot. Zo verminderen we onze uitstoot van CO2. Maar hoe zet je honderden elektrische bussen slim en energiezuinig in? Ons antwoord: het Depot Management Systeem (DMS). Gillis, Marc en Lukas vertellen hoe het werkt.
Gillis de Fouw | Manager Business Improvement & Projects

Houdt vaart in de overgang naar elektrisch rijden
‘‘Niet gebruiken, moet naar de werkplaats!’ Vroeger zag je nog weleens een A4’tje met deze tekst op een bus geplakt. In onze gloednieuwe stalling in Breda niet meer. Voor die stalling begeleidde ik in 2024 en 2025 de eerste livegang van het Depot Management Systeem (DMS). Dat systeem zorgt ervoor dat we elektrische bussen slim en energiezuinig inzetten voor elke busomloop: de route die een bus op één dag rijdt. Het DMS bepaalt welke bus een chauffeur uit de stalling meeneemt, en waar de chauffeur de bus aan het einde van de bus-omloop moet parkeren: in de stalling, bij de werkplaats of aan een oplader. Hiervoor deden we dit vaak handmatig met Excelsheets en andere systemen. Maar met elektrisch rijden, veel laadmomenten en 140 tot 180 elektrische bussen is dat niet meer te doen.
Eind 2024 kozen we een leverancier, binnen een half jaar gingen we live. Een gigantische klus, waar we met veel collega’s van verschillende afdelingen keihard aan werkten. Van software inrichten tot technische aanpassingen aan de bussen, en alle collega’s meenemen in de veranderingen. Ik bewaakte de planning, voortgang en het budget en gaf presentaties aan stakeholders, directies en afdelingen. Het was pionieren. Zo ontdekten we, ondanks alle testen, twee dagen voor de livegang dat de transponders in de bussen te hoog zaten. Daardoor herkenden ze de metalen lussen in het wegdek niet en kon het systeem ook niet zien welke bus de stalling in- of uitreed. Dus heb ik op vrijdagavond voor de livegang met een monteur nog dertig transponders verplaatst.
Nu begeleid ik de projectleiders bij de komende livegang in onze stallingen in Twente en Noord-Brabant Oost. Ik hou me ook bezig met de doorontwikkeling. Zo willen we het systeem beschikbaar maken op tablets, zodat collega’s op de stalling de bussen kunnen controleren. We werken aan een koppeling met onze Drive-app: chauffeurs kunnen dan op hun telefoon zien welke bus ze moeten pakken.
Ik ben trots op hoe we dit in korte tijd met alle collega’s voor elkaar hebben gekregen. Zo dragen we bij aan een beter milieu én brengen we reizigers op tijd en comfortabel naar hun bestemming.’
Marc Diepenmaat |
Informatiemanager

Laat alle IT-systemen met elkaar praten
‘‘Reken op twee jaar voorbereidingstijd’, zei de leverancier. ‘Leuk’, antwoordden we, ‘maar wij gaan het DMS binnen vijf maanden live zetten.’ Dat was een flinke uitdaging, maar het is gelukt. Voor de livegang in Breda gaf ik vanaf dag één vol gas met mijn team van functioneel applicatiebeheerders. DMS is een van onze grootste en meest complexe applicaties. Wij zorgen ervoor dat het systeem voortdurend informatie uit andere systemen binnenkrijgt, koppelt en uitstuurt. Denk aan de dienstregeling, de beschikbaarheid van opladers, informatie over vertragingen, omleidingen en de actuele accustatus van elke bus. Het DMS gebruikt die informatie om de juiste bus aan de juiste bus-omloop en chauffeur te koppelen.
‘Ik ben trots op hoe we dit in korte tijd met alle collega’s voor elkaar hebben gekregen.‘
In Breda was dat met zoveel elektrische bussen een grote puzzel. Helemaal omdat de bussen daar in rijen achter elkaar geparkeerd staan. Het systeem moet dus ook weten welke bussen vooraan staan. Bovendien moeten die bussen voldoende opgeladen zijn voor hun bus-omloop. Het DMS moet voortdurend nieuwe informatie verwerken. Als één bus vertraging heeft, verandert het complete schema voor binnenkomen, laden en vertrekken. Acculaders moeten steeds doorgeven welke bus is aangekoppeld en hoeveel tijd er nog nodig is om op te laden. Als alle koppelingen aan de achterkant kloppen, dan weten buschauffeurs welke bus ze moeten pakken en waar ze die na hun dienst moeten stallen.
Nu het systeem in Breda draait, blijven we verbeteren. Onze focus lag op de basis: alle bussen rijden op tijd met zo min mogelijk uitval en vertraging. Onze volgende stap is ‘smart charging’. Een bus die nu aan de lader wordt gezet, laadt vaak meteen maximaal op. Straks willen we dat het systeem rekening houdt met momenten waarop de stroom goedkoper is, of dat het laadmomenten kiest waarop we het stroomnet minder belasten. Dan werken we nog energiezuiniger en besparen we kosten.’
Lukas Goes | Concessiemanager regio Noord-Brabant West

Stuurt buschauffeurs de goede kant op
‘Elke dag gaan er in Noord-Brabant West ruim 200 bussen de weg op. Als concessiemanager ben ik verantwoordelijk voor die dagelijkse operatie. Met die blik kijk ik naar het DMS: als een systeem dat onze buschauffeurs, teammanagers en vervoersplanners moet helpen bij hun werk. Het systeem is onmisbaar als je elektrisch rijdt. Al laat je tien knappe koppen de hele dag berekeningen maken, dan kun je nog niet overzien wat het DMS in een paar seconden berekent.
Voor de invoering in Breda keek ik met collega’s naar de operationele kant: hoe leiden we chauffeurs op en nemen we het DMS mee
in ons inwerkprogramma? Welke uitleg geven we tijdens personeelsbijeenkomsten? Ook zorgden we dat het systeem uitging van de juiste gegevens. Klopt de plattegrond van de stalling bijvoorbeeld?
In de ideale situatie komt een chauffeur de kantine binnen en ziet hij op een tv-scherm welke bus hij moet meenemen, welke busomloop hij rijdt en waar die bus staat. Dankzij het DMS weet de chauffeur zeker dat de bus past bij de rit en genoeg acculading heeft. Maar daar zijn we nog niet. Soms werkt het systeem niet zoals verwacht. Dan ziet de verkeersleiding dat een bus is toegewezen aan een bus-omloop, maar ziet de chauffeur niets op het scherm. Dat zorgt soms voor frustratie. En voor veel buschauffeurs is het wennen. Toen we met dieselbussen reden, kozen ze zelf een bus uit. Nu bepaalt het systeem dit. Voor chauffeurs is de reden achter die keuze niet altijd helder, daar moeten ze op leren vertrouwen. Hoe meer positieve ervaringen we opdoen, hoe meer dat vertrouwen groeit.
Alle praktijkervaringen gebruiken we om het systeem te verbeteren. Ook onderzoeken we hoe we de schoonmaak van de bussen slimmer kunnen inplannen met hulp van het DMS. Chauffeurs kunnen straks zorgeloos met hun bus de stalling uit- en inrijden, daar gaan we voor.’


Nieuwe collega?
Aanbrengpremie: €1.000
Kijk op Scienta
Infrabeheerder Oldenzaal
Van gestrande bussen tot gecompliceerde omleidingen: Hans de Jong draait zijn hand niet om voor een uitdaging. Hij zet alles op alles om reizigers veilig naar hun bestemming te brengen. Wat hem motiveert? Een Twentse mentaliteit met nuchterheid en noaberschap.
Van buschauffeur tot brandjesblusser
Tijdens zijn studie werktuigbouwkunde had Hans een bijbaan als buschauffeur. Dat beviel zo goed dat hij stopte met studeren en fulltime aan de slag ging. Na vijf jaar groeide hij door tot Medewerker Productie Ondersteuning (MPO). ‘Ik loste storingen op en hield de dienstregeling draaiende. Zo reed ik bijvoorbeeld met een resetsleutel of koelvloeistof naar een bus met pech. Ik vond het leuk om problemen ter plekke op te lossen.’
Complexe concessie
Nieuwe wegen inslaan
Na dat rumoerige jaar groeide Hans door naar infrabeheerder. ‘Ik controleer of alle routes veilig en betrouwbaar zijn. Bijvoorbeeld wanneer een bus nét niet de bocht op een rotonde kan maken of als een omleiding vertraging oplevert. Die puzzel vind ik het mooiste aan mijn baan. Als je iets bedenkt en het werkt uiteindelijk goed in de praktijk, dan geeft me dat voldoening.’
‘Als ik daarop terugkijk, ben ik trots’
In 2024 stond Hans voor grotere uitdagingen. Arriva nam het openbaar vervoer in Twente over van Keolis en stapte volledig over op elektrisch rijden. Hans moest de groene transitie in goede banen leiden. ‘Makkelijk was het niet. Ineens werkte alles anders. Chauffeurs moesten hun bus aan een laadpaal zetten en sommige bussen gebruikten meer energie dan verwacht. Dan stonden chauffeurs halverwege een rit stil.’ Volgens Hans liet die periode zien hoe solidair het team is. ‘Collega’s reden reservebussen rond of namen ritten van elkaar over. Als ik daarop terugkijk, ben ik trots.’
Twentse mentaliteit
Naast zijn andere functies is Hans altijd buschauffeur gebleven. Zo blijft hij betrokken bij de praktijk en bij zijn collega’s. ‘Ik wil zelf de busroutes ervaren en begrijpen waar chauffeurs tegenaan lopen.’ Die betrokkenheid past goed bij de Twentse mentaliteit van noaberschap. ‘Als collega’s kijken we veel naar elkaar om. En samen doen we er alles aan om reizigers veilig thuis te brengen. Die burenzorg, gecombineerd met een vleugje nuchterheid, maken dat ik zoveel plezier heb in mijn werk.’
Van paardenpoep tot netcongestie: het openbaar vervoer heeft een lange weg afgelegd op zoek naar een schonere aandrijving. Een reis door twee eeuwen van verduurzaming.





In het begin van de 19e eeuw was het paard de enige krachtbron in het openbaar vervoer. Postkoetsen, en later ook de paardentram, waren volledig afhankelijk van de ‘trekker’ oftewel het paard. Die lieten regelmatig ‘van alles’ achter op straat waar een luchtje aan zat… In New York waren honderden gemeentewerkers dag in dag uit bezig om paardenpoep van de straten te halen.
‘Groen afval’
Toen de paardentram kwam, kregen de paarden een poep-opvangzak omgehangen om te voorkomen dat de uitwerpselen in de wissels kwamen. Het was een enorme organisatie om naast het voeren van de paarden de enorme hoeveelheid afval te verwerken. De energiebron ‘paard’ was zeker groen, maar ook zeer bewerkelijk. Voor stedelijk vervoer was elektriciteit eind 19e eeuw al een goed alternatief. Hoewel de laatste paardentrams tot in de jaren 20 van de vorige eeuw gereden hebben, waren de tramnetwerken in de grote steden rond de eeuwwisseling grotendeels geëlektrificeerd.
Stoommachine
Paarden hebben nooit treinen voortgetrokken. Om treinen in beweging te krijgen, had de Engelse ingenieur Stephenson namelijk de stoommachine uitgevonden. In de loop der jaren konden treinen en regionale trams met steeds grotere snelheden grote zware treinen trekken. Stoom is ‘groen’, maar de kolen en later olie om stoom te krijgen, waren erg vervuilend. Boven de grote steden, waar bijna alles op stoom werkte, hing vaak een dikke smog.
Zwaar spoorvervoer
Voor stedelijk vervoer was elektrisch rijden prima, maar voor het grote zware spoorvervoer niet. In Nederland reed de eerste elektrische trein in 1908 van Rotterdam naar Den Haag. Pas vijftig jaar later in 1957 werd de laatste stoomlocomotief in Nederland naar het Spoorwegmuseum gereden. Nederland was erg vroeg van stoom af, maar als je kijkt naar Oost-Europa en Azië, heeft de stoomlocomotief deze eeuw nog net gehaald.
Elektrisch rijden is investeren in de toekomst
Overstappen naar elektrische treinen betekent investeren. Denk aan bovenleiding, elektriciteitscentrales en veiligheidsmaatregelen. Door de Tweede Wereldoorlog raakte die ontwikkeling nog verder vertraagd. Het werk is zelfs nog steeds niet af: de Maaslijn wordt nu pas geëlektrificeerd en voor de diesellijnen in noord- en oost-Nederland zijn het nog steeds plannen.
Overigens is het goed om ook te kijken naar hoe de stroom wordt geproduceerd. De ontwikkelingen op dit gebied staan niet stil, in Nederland wordt ook weer serieus over kernenergie nagedacht.
Van zwarte walm naar groene diesel
Intussen werd in de jaren 30 de dieseltrein geïntroduceerd. Eerst in motorwagens en treinstellen, later ook voor locomotieven. Die waren niet bepaald groen: de zwarte walm die tot in de jaren 90 een ‘Diesel-drie’ bij vertrek op een station naliet, zegt genoeg.
De laatste 25 jaar is er veel verbeterd aan de dieselmotor. Zeker door het gebruik van groene diesel is de uitstoot bij de GTW-stellen tot een minimum beperkt. Toch blijft er de wens om alle lijnen te elektrificeren. De vier provincies met dieseltreinen willen voor de helft van deze eeuw alles geëlektrificeerd hebben.
Experimenten met accutreinen
In het buitenland wordt intussen geëxperimenteerd met accutreinen. Een nadeel hiervan is de beperkte actieradius. Bovendien zijn de accu’s erg zwaar en is het laden tijdrovend. Berekeningen leren ons dat de accutrein vooralsnog geen goed alternatief is, tenzij de opslagcapaciteit van accu’s verder stijgt en het laden minder tijd vergt.
En hoe zit het met de bus?
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden steeds grotere vrachtauto’s en bussen geproduceerd, met als krachtbron een benzinemotor. Het grote voordeel van de bus was dat voor het rijden de bestaande wegen gebruikt konden worden en er geen extra infrastructuur nodig was. De ontwikkeling was niet meer te stuiten. Uiteindelijk was een krachtige dieselmotor gewenst voor grotere bussen. Groen waren die motoren bepaald niet. Het verbruik was hoog en ouderen onder ons kunnen zich nog herinneren dat de bussen binnen naar dieselolie roken.
Trolleybussen
Na de Tweede Wereldoorlog was er genoeg goedkope dieselolie, dus stapten de vervoerbedrijven over op bussen met dieselmotoren. Met uitzondering van enkele steden, waar de elektrische trolleybus zijn intrede deed. In Groningen, Nijmegen en Arnhem bleven de draden van de tram hangen, maar werden deze gebruikt voor trolleybussen. Arnhem is de enige stad in Nederland waar de trolleybus het heeft volgehouden.
Alles groener – of toch niet?
Begin deze eeuw werd groen hét thema. Bussen werden voorzien van roetfilters en er verschenen exemplaren die op gas reden. De techniek schreed voort en met labels van Euro 3 tot Euro 6 werden de motoren steeds schoner. Toch gingen opdrachtgevers steeds meer eisen dat het busvervoer elektrisch is. Heel groen, maar wel lastiger. Denk aan de kortere actieradius en natuurlijk de netcongestie.
De verduurzaming van het ov gaat gestaag vooruit. Maar de grootste winst is volgens mij elders te halen: minder benzineauto’s op de weg betekent minder uitstoot én meer ruimte. Politiek gezien is het elektrificeren van bussen makkelijker te besluiten dan het ov echt te verbeteren door het voorrang te geven boven de auto.


Hoe worden onze bussen en laadinfra eigenlijk gefabriceerd? Voor het antwoord op die vraag bezochten de collega’s van Vlootbeheer de afgelopen periode verschillende fabrieken in Europa en in China. In Spanje gingen ze langs bij de fabriek van Irizar. Hier worden 39 elektrische ie-trambussen geproduceerd voor Arriva Brabant Oost. In december stromen deze futuristische bussen in. ‘Tijdens de rondleiding hebben we een goed beeld gekregen van het productieproces en de huidige status van de voertuigen. We keken uitgebreid naar de afwerking, technische uitvoering en de toepassing van de afgesproken specificaties’, vertelt fleetmanager Niels van Schooten.
Behalve naar Spanje is er ook een groep collega’s naar China gegaan voor een bezoekje aan de fabriek van Yutong. Hier worden 201 elektrische bussen geproduceerd voor Brabant Oost.
Naast busfabrikanten werd ook de Spaanse Siemensfabriek in Corrois bezocht, die de laadinfra maakt voor Brabant Oost en Limburg.
In regio Noord kiezen steeds meer reizigers voor een slimme en duurzame reis: eerst met de auto naar een station, en dan verder met de trein. Dat zorgt voor meer treinreizigers én minder auto’s in drukke binnensteden, zoals Groningen. Bij station Feanwâlden zien we dit duidelijk terug. Het aantal instappers is flink gestegen en de gemeente kijkt naar uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen.
Specifiek rondom grote evenementen promoten wij nu ook deze manier van reizen. Tijdens de Summerstage-concerten in Groningen introduceren we samen met Mojo speciale Park & Train-tickets. Zo reizen bezoekers makkelijk én milieuvriendelijk naar het concert. Door deze slimme combinaties maken we duurzaam reizen aantrekkelijker. Samen zorgen we voor schoner vervoer en een betere bereikbaarheid in het noorden.


Redactie:
Michaël Hertzberger, Simone van Oosten, Jessica Westdijk, Merle Oude Nijhuis, Liesbeth Oelen, Jellyna Borger, Beka Lubben, Manon Ruiter. Redacteuren van Schrijf-Schrijf
Eindredactie: Schrijf-Schrijf
Vormgeving: Eelke de Boer, Corporate Communicatie
Fotografie: Arriva Nederland, Daan de Schiffart (Mind of Visuals), Dylan John Verzijl (iBrave), Stefan Verkerk
Drukwerk: Grafische Groep Van der Eems
Puzzel: © DePuzzelmaker.nl
Met dank aan alle medewerkers die hebben bijgedragen aan deze uitgave.
De Arrivaria stellen we met zorg samen en drukken we op duurzame wijze.
Je leest de uitgave digitaal op www.arriva.nl/Arrivaria
Juli 2026