Jaarverslag 2025
strategie bestuur duurzaam financieel

![]()
strategie bestuur duurzaam financieel

Fijn dat je benieuwd bent naar de resultaten die Aquafin in 2025 neerzette en naar ons pad voor de komende jaren. Dit is het eerste jaarverslag in een volledig nieuwe huisstijl inclusief nieuw logo, een gevolg van het scherpstellen van onze merkidentiteit vorig jaar. Zuivere impact is waar we voor staan, samen met al onze partners: voor propere waterlopen en een leefomgeving in harmonie met water waar onze kinderen en kleinkinderen op kunnen verder bouwen.
Dit verslag neemt je mee door ons DNA en de activiteiten waarmee we impact maken, in woorden en cijfers. Vanaf 2028 is Aquafin onderworpen aan de Corporate Sustainability
Reporting Directive (CSRD). We kiezen ervoor om nu al onze duurzaamheidsinformatie te rapporteren en baseren ons hiervoor op de ontwerpversie van de vereenvoudigde CSRD, die in de loop van 2026 wordt bekrachtigd door Europa. Die informatie hebben we maximaal geïntegreerd met de andere hoofdstukken in dit verslag om herhalingen te vermijden. We werken daarom regelmatig met kruisverwijzingen en verwijzen zowel naar relevante paginanummers als naar de rubricering van de gevraagde datapunten binnen de CSRD (bv. ESRS 2 SBM-1,E1-1, S1-1, …).
Het verslag is opgebouwd rond vier grote blokken >>
This annual report is also available in English.
Een blik op de identiteit en het ecosysteem van Aquafin, onze activiteiten en hefbomen voor duurzaamheid.
Samenstelling en werking van onze bestuursorganen en het management.
Rapportering op basis van de ontwerpversie van de vereenvoudigde CSRD.
Financiële resultaten en toelichtingen en Green Finance Framework rapport.
Kerncijfers 2025 07
Aquafin in een oogopslag 08
Wat we doen 19
Onderzoek en innovatie 35
strategie
Algemene toelichtingen 53
Milieu 59
Sociaal 79
Governance 91
duurzaam
> 04
Duurzaamheids verklaring > 52 bestuur Corporate Governance verslag > 38
financieel
Financieel verslag > 96
40 | 1 | Inleiding
41 | 2 | Structuur van de vennootschap
45 | 3 | Werking van de bestuursorganen
48 | 4 | Interne controle- en risicobeheerssystemen
50 | 5 | Remuneratieverslag
51 | 6 | Conclusie
99 Algemene informatie
102 Verslag van de raad van bestuur
128 Bijlage: verslag van de commissaris
132 Over dit jaarverslag


Jan Goossens CEO algemeen directeur
Welke strategische keuzes hebben in 2025 het verschil gemaakt voor Aquafin?
“2025 was een jaar waarin een aantal langetermijnkeuzes uit het verleden tastbaar rendeerden. Investeringen die zes jaar geleden nog ter discussie stonden, bewijzen vandaag hun waarde. De bouw van twee slibdrogers en een eigen slibmonoverbranding voor de duurzame verwerking van biomassa uit onze waterzuiveringsinstallaties versterkt onze
Ooit opgericht om de achterstand in rioolwaterzuivering in Vlaanderen weg te werken, heeft Aquafin gaandeweg zijn impact stevig uitgebreid. Niet alleen door verbreding met activiteiten gelinkt aan onze opdracht, maar ook door verdieping en intensieve samenwerkingen. Algemeen directeur Jan Goossens ziet de gegrepen kansen vertaald in een breed potentieel voor de komende jaren. afzetzekerheid en maakt grootschalige fosforrecuperatie mogelijk. De slibverwerkingscapaciteit in Vlaanderen staat sinds enkele jaren onder druk. En in een context van deglobalisering en geopolitieke spanningen is die keuze voor meer eigen grondstoffen geen luxe, maar noodzaak. Tegelijk kozen we er bewust voor om opbrengsten uit gemeentelijke activiteiten te herinvesteren in innovatie. Zo verkennen >>
‘We nemen het voortouw en brengen partijen samen, vanuit de overtuiging dat iedereen zo nog meer impact kan maken voor het doel waar we met zijn allen aan werken.’
Op welke realisaties ben je het meest trots?
“We hebben mooi verder getimmerd aan de weg die we insloegen door samen te werken met gemeentelijke rioolbeheerders. Gemeenten tonen vertrouwen en sluiten steeds meer aan bij één van de samenwerkingen tussen Aquafin en lokale rioolbeheerders. Een bewijs dat ook deze strategische keuze uit het verleden de juiste weg is.
Wat zijn voor Aquafin de speerpunten in 2026 en daarna?
we de pyrolyse van zuiveringsslib tot biochar: een circulaire toepassing met vermeden CO₂-uitstoot. De financiële ondersteuning door de Helios Foundation voor een pyrolyseen slibdroogunit bevestigt dat die koers klopt. Met onze rebranding – die in 2025 vorm kreeg – positioneren we ons scherper als verbinder met een duidelijke blik op de toekomst. Dat versterkt onze rol in samenwerkingen zoals ALLWATERS, waar we mee richting geven aan Europese waterinnovatie via het Europese Instituut voor Innovatie en Technologie (EIT). Het geeft ons een bevoorrechte positie om mee onze stempel te drukken op de toekomst van water.”
Operationeel hebben we onze vootrekkersrol bevestigd: we namen de eerste Vlaamse quaternaire zuivering in dienst met een combinatie van twee technieken om een zo breed mogelijk spectrum aan micropolluenten te verwijderen. En onze aanpak om grip te krijgen op de impact van overstorten behoort tot de Europese top. We monitoren nu al 1600 overstortlocaties en kunnen met een eigen tool de vuiluitstoot berekenen. Dat laat toe gericht in te grijpen voor een verbetering van de waterkwaliteit. We hebben ook verder gewerkt aan bijkomende fosfaatverwijdering op onze RWZI’s en zo met relatief goedkope investeringen veel meer fosfor uit de waterloop gehouden.”
“Om te voldoen aan de Europese regelgeving moet Vlaanderen het volgende decennium nog fors investeren in riolerings- en zuiveringsinfrastructuur. Dankzij het vertrouwen van de Vlaamse Regering zal niet alleen ons investeringsbudget de komende jaren sterk stijgen, we kregen er ook een extra investeringsmachtiging bij via het Lokaal Pact. Dat is budget waarmee het Vlaamse Gewest gemeentelijke investeringen overneemt en opdraagt aan Aquafin. We zien de komende jaren dus een gigantische groei van onze projectenportefeuille, met de bijhorende uitdagingen. Geïntegreerd samenwerken met de gemeenten, hun rioolbeheerders en andere stakeholders wordt zo nóg belangrijker. Daar bereiden we ons volop op voor. Ik hoop ook dat we kunnen evolueren naar nog meer digitalisering en datadeling binnen de sector. We nemen daarin het voortouw en brengen partijen samen, vanuit de overtuiging dat iedereen zo nog meer impact kan maken voor het doel waar we met zijn allen aan werken.”
1.294
Aquafin-medewerkers
930 mannen
364 vrouwen
in beheer voor het Vlaamse Gewest op 31/12/2025
332
rioolwaterzuiveringsinstallaties
22
VMM-medewerkers
27,5 GWh eigen productie hernieuwbare stroom uit biogas en zonne-energie
1.316 totaal aantal medewerkers
7.562 kilometer leidingen
in portefeuille voor het Vlaamse Gewest op 31/12/2025
aantal waarde mio euro
Meer gegevens over onze medewerkers vind je op p. 79-80 →
99,4% van alle RWZI’s voldeden aan alle normen
85,03% totale verwijdering stikstof (N)
87,59% totale verwijdering fosfor (P)
683 mio m³ debiet gezuiverd afvalwater
Waarvan ter beschikking gesteld voor hergebruik: 4,7 mio m³
10,1 GWh eigen productie biomethaan
80 nieuwe medewerkers
55 mutaties
2.122 pompstations en bergbezinkbekkens Groen
Verbinden met onze omgeving
Mensen laten groeien
260 ontvankelijke klachten [360 in 2024]
Ontvankelijke klachten beantwoord binnen de week: 95,54% [target: 90%]
Omzet voor Vlaams Gewest Omzet voor gemeenten
591,7 mio euro
44,1 mio euro
ESRS2 | SBM-1

Het water dat je thuis gebruikt – onder de douche, in het toilet of de wasmachine – verdwijnt niet zomaar. Via de gemeentelijke riolen stroomt het naar de verzamelriolen van Aquafin. Die brengen het afvalwater naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI), waar wij het zuiveren. Pas wanneer het weer proper genoeg is, geven we het terug aan de natuur. Vandaag wordt 88% van al het huishoudelijke afvalwater in Vlaanderen gezuiverd in een RWZI van Aquafin.
Aquafin neemt hierin een centrale en verbindende rol op. In opdracht van het Vlaamse Gewest bouwen, onderhouden en financieren we de bovengemeentelijke infrastructuur die nodig is om afvalwater efficiënt en betrouwbaar te verzamelen en te zuiveren. Daarbij kijken we verder dan onze eigen doelstellingen: we stemmen plannen en investeringen actief af met gemeenten, rioolbeheerders en andere betrokken partners.
Ook buiten onze decretaal vastgelegde opdracht zetten we bewust in op samenwerking. We stellen onze expertise ter beschikking van lokale besturen voor de uitbouw en het beheer van de gemeentelijke afval- en hemelwaterinfrastructuur. Dat doen we voor meer dan de helft van de Vlaamse steden en gemeenten, meestal via structurele samenwerkingen met drinkwaterbedrijven
Water-link, Pidpa en De Watergroep (Riopact).
We nemen het initiatief om partners samen te brengen, kennis te delen en schaalvoordelen te creëren.
In de toekomst willen we die verbindende aanpak verder versterken en uitbreiden naar alle rioolbeheerders in Vlaanderen.
De sterke verwevenheid tussen gemeentelijke en bovengemeentelijke rioleringsinfrastructuur vraagt om regie en afstemming. Een centraal en geïntegreerd beheer levert aantoonbare efficiëntiewinsten op, ecologisch, economisch én organisatorisch, en verhoogt tegelijk de veerkracht van het volledige watersysteem.
Aquafin bewaakt strikt de scheiding tussen kosten en opbrengsten van activiteiten voor het Vlaamse Gewest en die voor lokale besturen. Dat doen we volledig conform de afspraken in onze samenwerkingsovereenkomst met het Vlaamse Gewest.
Om onze maatschappelijke meerwaarde te vergroten en het rendement van de publieke infrastructuur die we beheren te versterken, ontwikkelen we continu nieuwe ideeën en concepten die inspelen op de energietransitie, klimaatadaptatie en digitalisering.

‘Propere waterlopen voor de volgende generaties en een leefomgeving in harmonie met water’
Door huishoudelijk afvalwater te zuiveren en ruimte te maken voor water, beschermen we de waterkwaliteit, beperken we de impact van de klimaatverandering en versterken we de veerkracht van onze leefomgeving. We nemen zo onze verantwoordelijkheid in de volledige waterketen en kijken daarbij verder dan vandaag.
Tegelijk gaan we zorgvuldig om met energie en grondstoffen. We sluiten kringlopen waar mogelijk en verduurzamen onze eigen werking. Zo bouwen we stap voor stap mee aan een toekomst waarin water geen bedreiging vormt, maar een meerwaarde is voor een gezonde en aangename leefomgeving.
Aquafin werkt voor het Vlaamse Gewest en werkt samen met Vlaamse steden, gemeenten en drinkwaterbedrijven zoals Water-link, De Watergroep en Pidpa voor gemeentelijk rioolbeheer. We beheren op die manier de rioleringssystemen voor meer dan de helft van de Vlaamse steden en gemeenten. Voor de uitvoering van onze projecten werken we samen met studiebureaus en aannemers. Voor het zuiveringsproces en het onderhoud van onze infrastructuur kopen we producten en diensten aan.
Aan de outputzijde zorgen we ervoor dat hemelwater door infiltratie de grondwatertafel kan aanvullen of door buffering kan dienen voor hergebruik. Het afvalwater dat we hebben gezuiverd, gaat naar een waterloop of wordt verder opgewaardeerd tot proceswater voor de industrie of tot drinkwater. Dit laatste gebeurt door de afnemende bedrijven zelf, of door een samenwerking van gespecialiseerde bedrijven.
Energie die we via riothermie recupereren uit rioolwater of uit gezuiverd afvalwater dient met behulp van een warmtepomp voor de koeling en verwarming van gebouwen. Hiervoor werken we samen met partijen zoals ESCO’s, projectontwikkelaars of gemeenten. Slib, een nevenproduct van het zuiveringsproces, is eveneens een bron voor het terugwinnen van energie onder de vorm van groene stroom en groen gas en van grondstoffen zoals fosfor en koolstof (beide nog in onderzoeks- en innovatiefase).
Slim beheer hemelwater
Huishoudelijk afvalwater
Leveranciers technische partners
Infrastructuur transport & zuivering afvalwater
Gezuiverd afvalwater
Klimaatbestendige leefomgeving
Recuperatie energie en grondsto en Slibverwerking
Hernieuwbare warmte, elektriciteit & gas

Afvalwater inzamelen en zuiveren is de kern van onze opdracht.
Daarmee creëren we elke dag tastbare meerwaarde voor mens en milieu: properdere waterlopen, gezondere ecosystemen en ruimte voor water. Tegelijk nemen we verantwoordelijkheid voor de impact van onze eigen werking. Onze infrastructuur en zuiveringsprocessen vragen energie, materialen en chemicaliën en gaan gepaard met broeikasgasemissies. Door energie efficiënter in te zetten en onze milieuimpact over de volledige keten te verkleinen, maken we bewuste keuzes voor de toekomst. Zo geven we Groen doén elke dag concreet vorm.

In een wereld die voortdurend verandert en technologisch razendsnel evolueert, blijft zorg voor mensen een vaste waarde. Aquafin wil een betrokken werkgever zijn én een betrouwbare opdrachtgever voor zijn partners. We bouwen bewust aan een veilige en integere werkomgeving, met veel aandacht voor welzijn. Kennis delen, samenwerking stimuleren en ruimte geven voor ontwikkeling: dat is Mensen laten groeien

Als organisatie staan we niet los van onze omgeving. We zijn er deel van en voelen ons er nauw mee verbonden. We beperken de hinder van onze infrastructuurwerken zoveel mogelijk en zoeken actief aansluiting bij maatschappelijke transities die onze leefomgeving sterker maken. Zo werken we samen aan duurzame oplossingen die verder reiken dan vandaag, waardoor we Verbinden met onze omgeving
Deze drie hefbomen zitten verweven in onze hele strategie en bedrijfsvoering.
Informatie over acties en beleid is dan ook opgenomen in dit verslag onder ‘Wat we doen’.
Omdat onze ‘road to zero carbon’ de rode draad is voor hoe we omgaan met klimaatmitigatie, geven we hierna een overzicht van deze strategie richting klimaatneutraliteit.
Met ons transitieplan voor klimaatmitigatie evolueren we naar klimaatneutraliteit in alle processen, van grondstoffen tot klant. We gebruiken het Greenhouse Gas Protocol (GHG) om onze broeikasgasemissies in kaart te brengen waarbij:
Scope 1
= directe emissies door eigen bronnen
Scope 2
= indirecte emissies door aangekochte energie
Scope 3
= indirecte emissies in de waardeketen
Voor scope 1 en scope 2 leggen we onszelf ambitieuze maar haalbare doelstellingen op. Voor scope 3 nemen we de rol van aanjager in de sector op voor de ontwikkeling van duurzame materialen en uitvoeringsmethoden.
De strategie is opgebouwd rond 3 pijlers:
1
Reductie broeikasgasemissies uit
scope 1 en 2 met 48% tegen 2030 t.o.v. referentiejaar 2013.
Hiervoor zijn verschillende decarbonisatiehefbomen geïdentificeerd. Gasgestookte drogers worden vervangen door drogers die gebruik maken van restwarmte. Daarnaast is er een nieuwe slibverwerkingsinstallatie in Gent in aanbouw, die twee derde van het slib zal verwerken met recuperatie van energie. Verder streven we naar een jaarlijkse verhoging van de energie-efficiëntie met ten minste 1% en willen we het aandeel van eigen hernieuwbare energie in onze elektriciteitsmix uitbouwen tot 40%.
Hernieuwbare energieprojecten op onze eigen locaties hebben de voorkeur, maar we ontwikkelden ook een Power Purchase Agreement (PPA)-strategie om lokale hernieuwbare energie-initiatieven te ondersteunen. Vanaf 2026 nemen we binnen een eerste PPA jaarlijks 21.300 MWh windenergie af van twee windturbines in OudTurnhout. Ook op onze RWZI’s in Brugge en Aalst worden intussen windenergieprojecten voorbereid.
Verder werken we aan de omzetting van 75% van het geproduceerde biogas naar biomethaan en verkennen we pilootprojecten met
In 2025 namen we drie extra biomethaaninstallaties in gebruik bovenop de allereerste die sinds 2021 biomethaan produceert. De installaties waarderen het biogas uit de vergisting van slib op tot aardgaskwaliteit. Via een injectiecabine op de sites zelf, gaat het biogas rechtstreeks het gasnet op. Als in 2026 ook de vijfde en voorlopig laatste biomethaanunit werkt, zullen we jaarlijks 40 GWh aan groen gas in het net injecteren. Dat is het equivalente jaarverbruik van 2.650 gezinnen.
Op de RWZI’s met biomethaaninstallaties, pasten we meteen ook de slibgisting aan. Om het vergistingsproces op een constante temperatuur te houden, gebruiken we hier geen fossiele brandstof meer, maar wel riothermie. Met een warmtewisselaar onttrekken we restwarmte aan het gezuiverde afvalwater. Een warmtepomp brengt de restwarmte vervolgens op de juiste temperatuur voor de gisting. Voor de voeding van de warmtepomp maken we bovendien gebruik van een sturing in functie van beschikbare stroom. Dat betekent bij voorkeur op het moment dat onze zonnepanelen stroom produceren, of wanneer er een energie-overschot op het net is.
Zo sluiten we niet alleen de cirkel in ons eigen proces, maar dragen we ook bij aan een beter evenwicht op het stroomnet.
groen beton en werfbatterijen om emissies van infrastructuurprojecten te verminderen. Ook de elektrificatie van het volledige wagenpark – inclusief vrachtwagens – en
de overgang naar fossielvrije verwarmingssystemen in gebouwen draagt bij aan een verdere reductie.
Concrete doelstellingen realiseren
Ambitieuze reducties in eigen processen
We reduceren onze broeikasgasemissies met 40% tegen 2030
Road to zero carbon
Aanjagers in onze waardeketen
Aanjager in onze waardeketen
In partnerships met onze leveranciers werken we proactief naar de integratie van klimaatneutrale producten en diensten
Opportuniteiten ontwikkelen
Actief koppelkansen ontwikkelen
Aquafin is een drijvende motor voor duurzame energie-ontwikkelingen
In partnerships met onze leveranciers proactief richting klimaatneutrale producten en diensten.
In het verleden bouwden we in heel wat aankoopdossiers ad hoc duurzaamheidscriteria in die ook in de praktijk leidden tot duurzamere aankopen. In 2025 namen we bijkomende initiatieven om duurzaamheid verder te verankeren in ons aankoopbeleid, zoals een ESG-opleiding voor ons Procurement-team en de toepassing van duurzaamheid als gunningscriterium in aankoopprocedures.
Op de emissies afkomstig van slibtransporten hebben we zelf deels impact door het aantal transporten zo laag mogelijk te houden. Slib is de biomassa die aangroeit in het zuiveringsproces en moet verwerkt worden (zie p. 25 →). Door procesaanpassingen en het inzetten van nieuwe technologie, proberen we zoveel mogelijk water te onttrekken aan het slib zodat het te transporteren volume daalt. In 2025 startten we met de uitrol van een automatisch proces op onze RWZI’s waardoor het slib beter indikt en het drogestofgehalte stijgt. Op jaarbasis levert dit een beperking van 45.000 gereden kilometers slibtransporten op.


Ook in het ontwerp- en uitvoeringsproces van de grote infrastructuurprojecten in riolering en waterzuivering namen we actie. Onder meer met de oprichting van een duurzaamheidsboard waarin we samen met studiebureaus maatregelen detecteren die door integratie in het ontwerp een significante reductie van Scope 3 emissies opleveren. Afhankelijk van het type maatregel wordt deze meteen opgenomen in de standaardbestekken van Aquafin of selecteren we pilootprojecten om de maatregel in de praktijk uit te testen. Voor een ‘Werf van de toekomst’ met als focus duurzaamheid schreven we een tender uit waarin aannemers worden uitgedaagd om maatregelen voor te stellen die een relevante bijdrage kunnen leveren aan klimaatmitigatie tijdens de projectuitvoering. Vorig jaar beslisten we ook om over een periode van enkele
jaren alle grote infrastructuurwerken via de CO2- prestatieladder aan te besteden. Onder ‘Projectuitvoering met oog voor milieu en omgeving’ op p. 28 → lees je meer over onze inspanningen voor duurzame bouwplaatsen.
Doelstellingen voor scope 3 emissies kunnen we onszelf momenteel niet opleggen omdat we afhankelijk zijn van het transitieritme in de sector. Wel jagen we de sector aan via diverse initiatieven: we integreren duurzaamheidscriteria in onze aankoopprocedures, nemen duurzaamheid mee in materiaalkeuzes bij de opmaak van bestekken, bieden testruimte voor nieuwe materialen en nodigen technische partners uit om zelf voorstellen te doen voor duurzamere werven. We evalueren continu hoe onze aanpak bijdraagt aan CO2-reducties in de waardeketen.
PIJLER 3
Actief koppelkansen ontwikkelen in functie van duurzame energieontwikkelingen.
We gaan op zoek naar marktklare oplossingen die toepasbaar zijn binnen onze organisatie, zoals biomethaan, windturbines, flexibele sturingen, batterijen, etc. Zo willen we een actieve sleutelrol opnemen zoals drogen/ verwarmen op restwarmte, riothermie en warmtenetten, … Op die manier willen we een positieve maatschappelijke bijdrage leveren aan het bereiken van de klimaatdoelstellingen in Vlaanderen. Zo installeerden we in 2025 de riothermie-opstelling voor de koeling en verwarming van een nieuwe stadswijk in Mechelen, het tweede project na dat voor het nieuwe zwembad in Sint-Niklaas. Intussen lopen volop gesprekken voor nieuwe projecten en werd een concreet project in 2027 in Kortrijk besteld.
De voortgang van onze Road to zero carbon wordt jaarlijks gerapporteerd als onderdeel van ons duurzaamheidsverslag onder ESRS E1-Klimaatverandering. De gedetailleerde informatie hierover vind je vanaf p. 59 →. Elke drie jaar herzien we de strategie om ons aan te passen aan de veranderende uitdagingen van de energietransitie en klimaatmitigatie.
Bij Aquafin werken dagelijks 1300 impactmakers: alle medewerkers dragen in hun job op één of andere manier bij aan ons toekomstbeeld. Dat is wat hen bindt en trots maakt. Met een zorgzaam HR-beleid willen we onze mensen laten groeien.


IMPACT MAKERS
“Collegialiteit is wat de cultuur bij Aquafin typeert. Collega’s zijn oprecht met elkaar begaan. We stellen in onderzoek vast dat net dat zorgzaam netwerk een belangrijke buffer is voor werkdruk en verandering. Het is ook een grote troef in een wereld van hybride werken en hoge verwachtingen.
Meer zelfs, het onderzoek toonde aan dat de grote collegialiteit samen met een grote autonomie, een sterk leiderschap én werken aan een beter leefmilieu zodanig grote energiegevers zijn dat ze het risico op burn-out drastisch verlagen.”




[ S1-1 ]
Mensen laten groeien
Onze medewerkers zijn de fundamenten waarop we bouwen aan een veerkrachtige en wendbare organisatie die voorbereid is op de toekomst. In een complexe, snel veranderende wereld vinden we het als werkgever onze taak om met een warm en motiverend HR-beleid daarvoor de best mogelijke ondersteuning te bieden. Fysiek, mentaal en sociaal welzijn zijn cruciaal voor prestaties en groei. Daarom is ons HR-beleid gebaseerd op onze welzijnsvisie, die steunt op vier bouwstenen:
We stimuleren connecties buiten de geijkte paden, zowel onder collega’s als met de maatschappij, en creëren een zorgzame en inspirerende omgeving.
Werkbaar werk
We bieden kwalitatief werk dat zinvol en uitdagend is, met brede autonomie, variatie en ontwikkelingsmogelijkheden. Draagkracht en -last moeten in verhouding zijn
en deconnectie en een gezonde work-life balans worden gestimuleerd.
Talentontwikkeling & groei
We investeren in een positieve leercultuur, waarin medewerkers durven te experimenteren en fouten mogen maken. Medewerkers worden aangemoedigd om hun talenten te ontwikkelen en hun loopbaan in eigen handen te nemen.
Gezondheid en veiligheid
We streven naar een veilige en gezonde werkomgeving – zowel op fysiek als psychosociaal vlak – zodat iedereen na de werkdag veilig en gezond thuis komt.
Welzijn is een gedeelde verantwoordelijkheid van medewerkers, teams, leidinggevenden en de organisatie. Ons HR-beleid is afgestemd op de Belgische Welzijnswet van 1996 en de Belgische Codex over het welzijn op het werk. De HR-afdeling en de Preventiedienst zorgen voor de toepassing van het beleid.

]
Veiligheid is bij Aquafin een topprioriteit waarin iedereen verantwoordelijkheid draagt. Er is een breed aanbod aan veiligheidsopleidingen voor medewerkers, waarvan sommige verplicht voor wie is blootgesteld aan specifieke risico’s. Voor de belangrijkste risico’s die gepaard gaan met werken aan of op onze infrastructuur, zijn er procedures en richtlijnen die medewerkers moeten volgen. Dat geldt bijvoorbeeld voor het werken aan elektriciteit, afdalen in besloten ruimtes, het bedienen van machines, werken met biologische agentia, … Er zijn ook strikte richtlijnen rond het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) afhankelijk van de aard en de plaats van het werk. Daarnaast is het STOP-principe goed ingeburgerd in de organisatie: iedereen heeft het mandaat om het werk stil te leggen bij (twijfel over) onveilige situaties of handelingen. Een STOP leidt meestal niet tot langdurige werkonderbrekingen, het biedt de kans om de onveilige situatie aan te pakken en daarna het werk te hervatten. STOP’s worden gemeld op een digitaal platform zodat we eruit kunnen
leren. Met dat doel worden ook ongevallen en incidenten besproken op het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW).
Mensen kunnen zich enkel ten volle ontplooien en inzetten in een werkomgeving die veilig is in alle betekenissen van het woord. Naast fysieke veiligheid zetten we dan ook mentale veiligheid hoog op de agenda, waarbij we ook hier maximaal inzetten op preventie. In 2025 werkten we bijvoorbeeld specifiek aan de ondersteuning van medewerkers die ook een mantelzorgtaak opnemen en werkten we een gedragskader uit voor een inclusieve werkvloer. We kiezen verder vaak voor een individuele aanpak, wat mogelijk is dankzij de korte opvolging van teams door de HR Business Partners. Zo bieden we gericht taalbaden en -coaching aan voor anderstaligen en stellen we ons open voor bijvoorbeeld autismebegeleiding op de werkvloer. Alle leidinggevenden konden bovendien een opleiding volgen rond omgaan met neurodiversiteit in het team.

Investeren in taal is investeren in de toekomst
EDT-award voor taalinitiatieven
“Omdat we geloven in de kracht van taal als brug tussen mensen, investeren we bij Aquafin in taaldiversiteit en taalontwikkeling. Dat doen we met taaltrainingen op maat en de begeleiding van teams in een meertalige omgeving,” zegt L&D expert Kerstin Stöcker.
In september namen we deel aan de Europese Dag van de Talen. Kerstin:
“We maakten er een hele week van met onder meer taaltafels, workshops, creatieve woordspelletjes en anderstalige poëzie en muziek. Allemaal initiatieven om taal tot leven te brengen en collega’s nieuwsgierig te maken naar andere talen.”
Onze acties om het leren van vreemde talen te bevorderen, leverde ons in november de Europese Dag van de Talen-award op. De prijs wordt uitgereikt door Epos, dat breed inzet op internationalisering om bij te dragen aan de Europese prioriteiten sociale inclusie, duurzaamheid, digitalisering en democratische participatie. Deze award bevestigt dat taalinitiatieven niet enkel “leuke extra’s” zijn, maar een voorbereiding op een arbeidsmarkt waarin meertaligheid een realiteit zal zijn.
[ S1-2 | S1-4 ]
De invulling van ons HR-beleid met concrete acties vloeien voor een groot deel voort uit dialoog met de medewerkers. Naast formele en informele feedbackgesprekken tussen leidinggevenden en hun team(leden), houden Business Partners vanuit HR een vinger aan de pols bij teams en individuen. Op organisatieniveau gebeurt dat via sociaal overleg en door middel van welzijnsenquêtes.
In 2025 organiseerden we opnieuw een uitgebreide kwantitatieve en kwalitatieve welzijnsbevraging bij de medewerkers, in samenwerking met een onafhankelijk onderzoeksbureau. Tegelijkertijd werd dezelfde vragenlijst afgenomen bij 1.000 werknemers actief op de Vlaamse arbeidsmarkt, als benchmark. De bevraging was opgevat als risicoanalyse met als doel gericht te kunnen inzetten op reële psychosociale risico’s. De verworven inzichten zijn de basis voor onze HR-roadmap. Bijvoorbeeld de behoefte aan meer ondersteuning bij het zelf sturen van de loopbaan is als actiepunt opgenomen. Bij medewerkers die terugkeerden na langdurige afwezigheid polsten we naar hun noden tijdens hun herstel en re-integratie. Met hun
waardevolle feedback pasten we zowel het re-integratieproces als de informatie daarover aan. Een nieuwe brochure maakt langdurig afwezige collega’s nu wegwijs bij praktische en administratieve bekommernissen tijdens hun periode van afwezigheid.
Ook op andere HR-domeinen passen we een door data onderbouwde aanpak toe. Gegevens over onder meer verzuim, verloop en ongevallen systematisch opvolgen en analyseren, laat ons toe om trends sneller te detecteren en het resultaat van acties van dichtbij op te volgen.
Momenteel volgen we de effectiviteit van ons
HR-beleid op aan de hand van deze doelstellingen en KPI’s:
[ S1-5 ]
In 2025 definieerden we volgende doelstellingen om de effectiviteit van ons
HR-beleid te meten. Vanaf volgend jaar voegen we telkens de resultaten van het voorgaande jaar toe ter vergelijking.
medewerkers langdurig afwezig
Aantal medewerkers > 3 jaar in progressieve werkhervatting
vacaturegraad lager dan de benchmark (Statbel)
die > 6 maanden open staan

Onze collectoren of verzamelriolen brengen het huishoudelijke afvalwater uit de gemeentelijke riolen samen en voeren het af naar een van de 332 rioolwaterzuiveringsinstallaties die Aquafin eind 2025 in dienst had. Daar wordt het water via een mechanisch en biologisch proces gezuiverd tot het voldoet aan de Vlaamse en Europese normen voor lozing in oppervlaktewater. We zuiveren het afvalwater
BZV: biologisch zuurstofverbruik – hoeveelheid zuurstof nodig om de vervuiling biologisch af te breken.
CZV: chemisch zuurstofverbruik – hoeveelheid zuurstof nodig om de vervuiling via een chemisch proces af te breken. Zwevende stoffen: alle niet-opgeloste stoffen in een volume afvalwater.
Stikstof & fosfor: nutriënten aanwezig in huishoudelijk afvalwater. Een teveel ervan in de waterloop leidt tot sterke algengroei waardoor het zuurstofgehalte afneemt.
op basis van de 5 onderstaande parameters.
De vernieuwde Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater (ERSA) legt toekomstig onder meer eisen op voor de verwijdering van microverontreiniging. Op één installatie passen we die extra, zogenaamde quaternaire zuiveringsstap al toe.
In de volgende jaren volgt een verdere uitrol naar meerdere RWZI’s. Meer hierover onder ‘Onderzoek in functie van de waterkwaliteit’ op p. 36 →.
Terwijl rioolwaterzuivering essentieel blijft voor de bescherming van de waterkwaliteit en ecosystemen, evolueert afvalwater steeds meer tot een waardevolle grondstof binnen een circulair watersysteem. Gezuiverd afvalwater kan verder worden opgewaardeerd voor uiteenlopende toepassingen, tot en met drinkwaterkwaliteit. Dat gebeurt al. Na Koksijde, waar drinkwaterbedrijf Aquaduin al meer dan twintig jaar het effluent van onze rioolwaterzuiveringsinstallatie inzet als alternatieve bron voor drinkwaterproductie, werd in 2025 in Aalst het grootschalige hergebruikproject Deeper Blue opgestart (zie ‘Gezuiverd afvalwater als alternatieve bron’ op p. 33 →).
Ook voor industriële toepassingen, zoals koel- en proceswater, groeit de belangstelling. Met meerdere grootschalige hergebruikprojecten in voorbereiding, zal hergebruik van gezuiverd afvalwater de komende jaren een steeds belangrijkere rol spelen in een klimaatbestendig en veerkrachtig watersysteem.
99,4% van de RWZI’s voldoet aan alle normen
[ E2-3 ]
De prestaties van de rioolwaterzuiveringsinstallaties worden opgevolgd aan de hand van drie tot vijf parameters, afhankelijk van de capaciteit van de installatie (zie kader).
De Vlaamse regelgeving legt daarbij zowel concentratienormen als verwijderingspercentages op.
Concentratienormen bepalen de maximale hoeveelheid van een stof die na zuivering nog in het water aanwezig mag zijn, terwijl verwijderingspercentages aangeven welk percentage van de vervuiling op jaarbasis uit het afvalwater moet worden verwijderd.
Door het overwegend gemengde rioleringsstelsel in Vlaanderen komt naast afvalwater ook regenwater in de riolering terecht.
Bij hevige neerslag leidt dat tot een extreme verdunning van het rioolwater, versterkt door infiltratie van grondwater in de riolen. In zulke omstandigheden kan de concentratie van bepaalde stoffen in het aangevoerde water lager liggen dan de geldende lozingsnorm. Om dan toch het vereiste verwijderingspercentage te halen, zijn bijkomende inspanningen nodig, onder meer via extra dosering van chemicaliën. In overleg met de Vlaamse
Milieumaatschappij worden rioolwaterstalen die uitzonderlijk sterk verdund zijn, niet meegenomen in de evaluatie van de verwijderingspercentages.
In 2025 voldeden 329 van de 331 geëvalueerde rioolwaterzuiveringsinstallaties1 ofwel 99,4% aan alle geldende normen. De twee overige installaties behaalden wel alle concentratienormen, maar haalden het vereiste verwijderingspercentage voor zwevende stoffen niet. Dit sterke globale resultaat is te danken aan een nauwgezette opvolging door onze operationele teams, accurate automatische sturingen en investeringen in moderne zuiveringstechnologie. De grafiek hiernaast toont de evolutie van de zuiveringsresultaten de voorbije 5 jaren, waarbij de invloed van de uiterst natte jaren 2021 en 2023 duidelijk zichtbaar is.
Op jaarbasis behaalden de 331 RWZI’s een rendement voor de verwijdering van stikstof (N) van 85,03% en voor fosfor 87,59%. Dat is ruim boven de doelstelling van 80% (60% voor N bij RWZI’s tussen 2.000 en 4.000 IE).
% van de RWZI’s die voldoen aan alle normen
1 Enkel RWZI’s die op 30 juni operationeel waren, worden meegenomen in de jaarevaluatie. Daarom kan dit cijfer verschillen van het aantal RWZI’s in dienst op 31 december.
Fosfor en stikstof zorgen in een waterloop voor sterke algengroei met een dalend zuurstofgehalte en een verstoring van het ecosysteem als gevolg. Eind 2025 verwijderden we al op 70 RWZI’s meer fosfor dan de norm oplegt om zo de fosfordruk op de waterlopen waarin we lozen te verminderen. In 2026 en de volgende jaren breiden we de plaatsing van fosfaatmeters met gekoppelde extra fosforverwijdering uit naar 163 RWZI’s tegen 2033. De locaties zijn bepaald in functie van onze
reductiedoelstellingen (zie ook p. 26 → –Projecten prioriteren volgens hun impact).
Ook voor het verder reduceren van de stikstofgehaltes in oppervlaktewater ligt er –naast extra aansluitingen van huishoudelijk afvalwater – nog potentieel in het zuiveringsproces zelf. We rollen hiervoor een nieuw type automatische sturing en een opgedreven maar afgewogen dosering van koolstofbron uit. Waar dit niet volstaat, zullen we investeren in bijkomende zuiveringstechnologie.
De infrastructuur die Aquafin voor het Vlaamse Gewest beheert, vertegenwoordigt vandaag – tegen actuele prijzen – een herinvesteringswaarde van ongeveer 10 miljard euro. Het gaat om een maatschappelijk kapitaal van uitzonderlijke omvang, dat blijvend moet renderen. Naarmate deze infrastructuur ouder wordt, neemt de nood toe aan doelgericht onderhoud, tijdige renovaties en vervangingen om de bedrijfszekerheid en prestaties te waarborgen. Infrastructuur die uitvalt, kan leiden tot ecologische schade en – bijvoorbeeld bij verzakkingen – tot maatschappelijke hinder.
Tegelijk vragen nieuwe wetgeving en ambities op het vlak van efficiëntie en duurzaamheid om gerichte optimalisaties. Het performant houden van onze infrastructuur is dan ook een permanente opdracht, waarin vooruitziend beheer en continue verbetering centraal staan.
De voorbije jaren brachten we voor onze meer dan 30.000 assets de gezondheidstoestand in kaart op basis van hun conditie en leeftijd (Asset Health Index). Dat beeld is deels gebaseerd op inspecties zoals camerabeelden van rioleringen en deels op de theoretisch verwachte levensduur. Het vormt de basis voor een vervangingsprogramma waarmee we de goede werking van onze infrastructuur willen verzekeren.
De theoretische informatie verrijken we voortdurend verder met conditiebepalingen ter plaatse die de hoogdringendheid van renovatie of vervanging kunnen versnellen.
In de jaren ’90 investeerde het Vlaamse
Gewest via Aquafin zwaar in de uitbouw van zuiveringsinfrastructuur. Drie decennia later zijn die assets meer en meer aan renovatie of vervanging toe. Daarom stijgt de nood aan budget voor dit soort projecten sterk de komende jaren, terwijl er ook nog een investeringsachterstand is weg te werken. In 2025 leverden we voor 61,2 miljoen euro aan assetmanagementprojecten op.
De toevoercollectoren van zowel RWZI Oostende als RWZI Brugge bleken sterk aangetast door H2S-vorming (waterstofsulfide). Dat verhoogt het risico op een breuk van deze grote rioolbuizen en dus was een renovatie hoognodig. Op beide locaties kozen we in overleg met onze technische partners voor een renovatie aan de binnenkant van de collectoren. Een met hars geïmpregneerde kous wordt dan in de buis gebracht en ter plaatse uitgehard met uv-licht. Zo ontstaat een nieuwe, solide binnenwand en is de collector bestand tegen de agressieve gassen van rioolwater. De ingreep verlengt de levensduur van de buis met 50 jaar. De impact op de omgeving is minimaal omdat de weg niet moet worden opgebroken.
Het was de eerste keer in België dat deze techniek – relining – werd gebruikt voor de renovatie van buizen met een diameter van maar liefst 2 meter die op grote diepte liggen. Om de aanvoer van zo’n 340.000 m³ rioolwater per dag (in Brugge) naar de RWZI te blijven garanderen tijdens de werken, werden bovengrondse persleidingen aangelegd. Twee uiterst complexe en uitdagende projecten met een grote financiële impact maar van vitaal belang voor het milieu en de omgeving.


Alternatieve inspectiemethoden
besparen tijd én budget
Tegen 2027 wil de Vlaamse Regering een goed beeld hebben van de toestand van de Vlaamse riolen. Samen met de sector werkte Aquafin standaarden en minimumvoorwaarden voor rioolinspecties uit. Ons digitale platform statustool.aquafin.be biedt een dashboard met per gemeente een overzicht van de toestand van het stelsel en de voortgang van het inspectieprogramma om tegen 2027 klaar te zijn.
De inspectievereisten voor alle rioolbeheerders zetten tegelijk druk op de capaciteit op de markt én op de budgetten. Het is vooral de rioolreiniging voorafgaand aan een inspectie met een klassieke rijdende camera die de kosten doet oplopen. Daarom zette Aquafin na enkele proefinspecties in 2025 grootschalig in op innovatieve inspectiemethoden met toestellen zoals drones en bootjes, waarbij geen voorafgaande ruiming nodig is. Zo konden we in totaal 70 km riolering méér inspecteren dan het jaar voordien. We stelden bovendien vast dat niet ruimen soms een beter zicht geeft op de toestand van de riool, wanneer er bijvoorbeeld inspoeling van zand te zien is. We blijven de evoluties op de markt van nieuwe inspectiemethodes opvolgen. Intussen kijken we ook uit naar de lancering van een volledig
nieuw type inspectierobot in 2026, waarin ons dochterbedrijf Aqcelerator participeert.

Waterzuivering is energie-intensief. Pompen helpen het rioolwater transporteren en beluchting maakt het biologische afbraakproces mogelijk. Daarom sturen we onze installaties continu bij met aandacht voor energie-efficientie en volgen we het verbruik nauwgezet op. We ontwikkelen ook continu nieuwe sturingen om de carbon footprint van rioleringsstelsels en RWZI’s te verlagen. Bij renovaties, nieuwbouw en uitbreiding van de infrastructuur focussen we op energiezuinige ontwerpen. In 2025 implementeerden we een eigen cloud-gebaseerde sturing om warmtepompen die de slibgisting op temperatuur houden, bij voorkeur aan te sturen op momenten van overschot aan zonne-energie op de site of wanneer er veel stroom beschikbaar is op het elektriciteitsnet. Daarnaast namen we een zelf ontwikkelde Model Predictive Control (MPC)-sturing – gebaseerd op een digital twin – voor het eerst in gebruik op een RWZI. Het doel is om nog efficiënter stikstof te verwijderen aan lagere operationele kosten (energie en chemicaliën) én een kleiner risico op het overschrijden van de normen voor gezuiverd afvalwater.
Projecten voor de verbetering van energieprestaties worden gefinancierd met middelen uit het Energiefonds, dat wordt beheerd door het Vlaamse Gewest. In 2025 leverden we zo voor 3,7 miljoen euro aan nieuwe energieprojecten op. Het Energiefonds wordt gevoed door besparingen op de energiefactuur dankzij eerdere energieprojecten en investeringen in hernieuwbare energie. Begin 2026 breidde de Vlaamse Regering de criteria om projecten te financieren met middelen uit het Energiefonds uit.
Voortaan kunnen hier ook investeringen die bijdragen aan energieneutraliteit, klimaatdoelstellingen en bovengemeentelijke innovatie mee ondersteund worden.
Meer informatie over ons energie- en klimaatbeleid op p. 12 → onder Road to zero carbon en in onze duurzaamheidsverklaring bij E1 –Klimaatverandering (p. 59 →).

Op bepaalde plaatsen in het rioolstelsel zitten nooduitgangen, de zogenoemde overstorten. Wanneer het rioolstelsel zijn capaciteit overschrijdt, kan via zo’n overstort ongezuiverd afvalwater in een waterloop terechtkomen en daar schade veroorzaken aan het ecosysteem.
In Vlaanderen zijn er ongeveer 9.500 overstorten, verspreid over gemeentelijke en bovengemeentelijke riolen. Een overstort treedt in werking wanneer de riool te vol raakt.
Dat gebeurt bijvoorbeeld bij hevige regenval, wanneer grote hoeveelheden water tegelijk moeten worden afgevoerd. Maar ook bij droog weer kan een overstort actief worden, bijvoorbeeld als het water niet vlot kan doorstromen door een verstopping in het systeem.
Voor 8.300 overstorten berekende Aquafin de vuiluitstoot met behulp van hydrodynamische simulaties en de eigen ontwikkelde rekentool Cockle®. We stellen een grote diversiteit vast in het overstortgedrag, met een aantal extreem hoge waarden bij een relatief klein aantal overstorten. Van alle overstorten beschouwen we 18% als prioritair aan te pakken, terwijl 1 op 4 overstorten nooit in werking treedt. In een volgende stap kijken we onder meer ook naar de kwetsbaarheid van de waterloop. Een kleine beek ondervindt sneller negatieve impact van
een overstort dan een rivier en dus zijn overstorten daar ook dringender aan te pakken. Met Cockle® kunnen we vervolgens remediërende maatregelen simuleren en zo nagaan wat het meeste effect heeft: regenwater afkoppelen of bufferen, of meer end-of-pipe oplossingen zoals de nabehandeling van overstortwater of slimme sturingen om de bergingscapaciteit in het rioolstelsel beter te benutten.
Op 1.600 overstortlocaties meten we intussen de frequentie en de duurtijd en berekenen we de debieten van de overstortwerking. De overstortmeters zijn verbonden met het alarmeringssysteem van Aquafin zodat we direct kunnen ingrijpen als een overstort werkt bij droog weer. Met de meetgegevens gaan we aan de slag om onze rioolmodellen verder te verbeteren. De ruwe data van onze overstortmeters stellen we ter beschikking via de Vlaamse Water Data Space zodat rioolbeheerders en andere waterbedrijven ze kunnen gebruiken. Met Blue Portal, een eigen ontwikkeld digitaal platform, maken we de meetgegevens publiek beschikbaar. (www.blueportal.be/home)
ONZE
IMPACT MAKERS



‘Middelen inzetten waar ze het meeste verschil maken voor mens en natuur’
GEERT DIRCKX
Programmacoördinator overstorten
“We berekenden dat in Vlaanderen via overstorten jaarlijks het equivalent van de vuilvracht afvalwater van een grote stad ongezuiverd in onze waterlopen belandt. Maar we weten ook dat in aantal slechts 18% van alle overstorten een grote uitstoot hebben. Die gericht aanpakken, zou dus een significant effect hebben op de waterkwaliteit. Aquafin beheert infrastructuur in heel Vlaanderen. Door dat helikopterzicht weten we hoe bovengemeentelijke en gemeentelijke infrastructuur op elkaar inwerkt. Dat maakt het mogelijk de beschikbare middelen in te zetten op de plaatsen waar ze het meeste verschil maken voor mens en natuur. De komende jaren breiden we ons overstortmeetnet nog verder uit. We gaan ook de 1.200 overstorten waarvan we de vuiluitstoot nog niet berekenden, analyseren. De innovatieve modellering die we daarvoor gebruiken, is best uniek. Dat merken we aan de bewonderende en ja, zelfs een beetje jaloerse blikken vanuit het buitenland.”
Fossielvrije slibverwerking en gegarandeerde afzet
In de biologische zuiveringsstap doen micro-organismen het werk. Zij nemen het opgeloste vuil uit het afvalwater op. Daardoor groeien ze continu aan en ontstaat er een overschot aan slib, een vorm van biomassa. Een deel van het slib vergisten we, waardoor er biogas ontstaat. Dat biogas zetten we om in groene stroom en nu al op 4 RWZI’s in biomethaan (zie p. 12 → Naar jaarlijks 40 GWh groen gas op het net). De biomassa die overblijft na vergisting en het gedeelte dat niet wordt vergist, moet verder verwerkt worden.
In 2025 namen we op onze RWZI Deurne een nieuwe installatie gebruik voor thermische hydrolyse van het slib na de vergisting. Onder hoge druk en bij een hoge temperatuur ‘kraakt’ het slib waardoor het makkelijk afbreekbare materiaal in de cellen vrijkomt. Dat materiaal gaat opnieuw naar de gisting voor verdere afbraak en het levert zo ook meer biogas op. De hydrolyse zorgt bijkomend voor een betere ontwatering van het slib, en dus voor minder slibvolume. Belangrijk, want door het zoveel mogelijk water uit het slib te trekken, verminderen we het aantal slibtransporten over de weg. In 2025 bedroeg de totaal te verwerken hoeveelheid ontwaterd slib 109.283 ton droge stof.
Momenteel wordt nog twee derde van het slib verbrand, deels in een eigen verbrandingsinstallatie en deels extern. Het derde deel drogen we in onze drie eigen slibdrogers tot pellets, die gebruikt worden als hernieuwbare energiebron. Momenteel bouwen we twee nieuwe slibdrogers op industriële restwarmte als vervanging van de huidige drogers, die grotendeels op aardgas werken. Met de opstart van de nieuwe drogers in Beringen, die de restwarmte van Biostoom Beringen gebruikt, en in Roeselare waar we aansluiten op het warmtenet van Mirom, zal de eindverwerking van ons zuiveringsslib tegen 2027 volledig fossielvrij verlopen.
Het gedroogde slib zullen we gebruiken in onze nieuwe slibmonoverwerker, om er hogedrukstoom mee op te wekken. Deze installatie is in aanbouw op de site van Arcelor Mittal in Gent. Hier zal twee derde van al het slib verbrand worden met recuperatie van energie en stoom, die in het stoomnetwerk van de staalproducent terechtkomt om er zo ‘groen staal’ mee te produceren. De slibmonoverwerker garandeert ons de afzet van twee derde van alle slib in Vlaanderen. En dat is nodig gezien de krappe eindverwerkingscapaciteit in Vlaanderen en zelfs daarbuiten. Intussen onderzoeken we ook hoe we in een vervolgtraject uit de vliegassen van de verbranding fosfor kunnen recupereren. Fosfor komt via menselijke urine
in het afvalwater en dus ook in het slib terecht. In de vorm van fosfaat wordt het gebruikt in kunstmeststof.
Een goede waterkwaliteit is cruciaal voor gezonde ecosystemen en de biodiversiteit in het oppervlaktewater. Aquafin draagt hier in Vlaanderen rechtstreeks toe bij via de uitbouw, financiering en het beheer van de bovengemeentelijke infrastructuur voor de inzameling, het transport en de zuivering van huishoudelijk afvalwater. Samen met lokale besturen en rioolbeheerders, die instaan voor de gemeentelijke rioleringsnetwerken, werken we toe naar een maximale zuiveringsgraad van het afvalwater afkomstig van gezinnen. Daarnaast vormt ook de klimaatverandering een uitdaging voor de waterkwaliteit. Intensere buien zorgen voor meer druk op gemengde rioleringsstelsels en een frequentere werking van overstorten: nooduitlaten waarlangs het ongezuiverde afvalwater rechtstreeks in de waterloop komt.
Vlaanderen legde zowel aan Aquafin als aan de steden en gemeenten reductiedoelen op voor de emissies van stikstof en fosfor in waterlopen. Een teveel aan deze nutriënten verstoort het ecologische evenwicht, veroorzaakt algenbloei en leidt tot zuurstoftekort, met negatieve gevolgen voor flora en fauna. Omdat gemeentelijke en bovengemeentelijke netwerken naadloos op elkaar aansluiten, is de onderlinge afstemming nodig om milieuwinst te versnellen. Aquafin neemt daarom expliciet de rol van matchmaker op tussen gemeentelijke en gewestelijke investeringen. Door projecten beter op elkaar af te stemmen, worden middelen doelgericht ingezet daar waar ze het snelst en het grootste effect hebben op de reductie van nutriënten en dus op de waterkwaliteit.
Het behalen van de reductiedoelen is essentieel om oppervlaktewateren in een goede ecologische toestand te brengen, zoals vastgelegd in de Europese kaderrichtlijn Water. Maar ook de vernieuwde Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater (ERSA) is een belangrijk ijkpunt bij de selectie, prioritering en uitwerking van Aquafin-projecten. Deze richtlijn focust onder meer op resterende bronnen van verontreiniging, microverontreinigingen, grondstoffenrecuperatie, energieneutraliteit en broeikasgasemissies.
Voor de samenstelling van onze projectenportefeuille vertrekken we vanuit de behoefte van de waterloop. We stelden voor elk waterlichaam een plan van aanpak op met bovengemeentelijke projecten en hun bijdrage aan de reductie van fosfor en stikstof. Dit zijn zowel projecten om extra afvalwater aan te sluiten op de waterzuivering, als optimalisaties in het rioleringsstelsel om minder vuilvracht te verliezen via overstorten en uitbreidingen op RWZI’s om meer stikstof en fosfor te verwijderen in het zuiveringsproces (zie p. 20 → Extra fosfor en stikstof verwijderen).
Een eigen ontwikkelde reductiesimulator helpt ons om combinaties van projecten te zoeken die nodig zijn om de reductiedoelen te halen. In 2026 optimaliseren we deze reductiesimulator verder om op portfolioniveau de reductiedoelen maximaal in te vullen binnen de beschikbare middelen. Via een dashboard volgen we de vorderingen ten opzichte van de reductiedoelen nauw op zodat we onze projectportfolio dynamisch kunnen bijsturen waar nodig.
CUMMULATIEVE N-REDUCTIE (KG/JAAR)
PRIO 2
PRIO 3
CUMMULATIEVE P-REDUCTIE (KG/JAAR) WL PRIO 1
4
Bovenstaande grafieken tonen de reductiebijdragen van onze investerings- en optimalisatieprojecten voor stikstof (N) en fosfor (P) tot en met 2025, ingedeeld per prioriteringsklasse van de waterlichamen en berekend volgens de methodieken in onze KPI voor de
samenwerkingsovereenkomst met het Vlaamse Gewest. Onze targets zijn afgestemd op wat we in 2023 met de beschikbare middelen als haalbaar hebben ingeschat tegen 2027. De targets houden rekening met een beperkte indexering van de prijzen, maar niet met WL PRIO 1
onvoorziene prijsstijgingen zoals bijvoorbeeld verplichte zuivering van bemalingswater omwille van PFAS.
Voor stikstofreductie wilden we in 2025 90% bereiken van onze doelstelling tegen 2027. Met 83,8% haalden we dat net niet. We verwachten de komende jaren wel nog grote stappen te zetten door de uitrol van een programma voor verdergaande stikstofverwijdering op onze RWZI’s. Voor fosforreductie wilden we in 2025 94% bereiken van onze doelstelling tegen 2027. We haalden een resultaat van 119,1% en gingen dus zelfs vlot voorbij de vooropgestelde doelstelling.
De reductiebijdragen worden in de grafieken uitgedrukt in vermeden kg N en P per jaar die naar de waterloop gaan. Voor stikstof konden we in 2025 een bijkomende reductie van 55.900 kg per jaar realiseren, ofwel het equivalent van 11.180 inwoners. Voor fosfor steeg de reductie in 2025 met 57.323 kg per jaar, of het equivalent van 81.890 inwoners.



Aquafin voert voor het Vlaamse Gewest zowel projecten uit voor de bouw van nieuwe infrastructuur als projecten voor vervanging en optimalisatie van infrastructuur (assetmanagement). We prefinancieren alle projecten en factureren ze na oplevering gespreid in de tijd door aan de drinkwatermaatschappijen. Jaarlijks wordt er een opleveringsbudget vastgelegd, dat we telkens maximaal invullen om onze doelstellingen volgens planning te realiseren. Dat lukte ook in 2025, met in totaal voor 172,4 miljoen euro aan nieuwbouwprojecten. De target lag op 180 miljoen euro, maar geheel volgens de toegestane verschuivingen tussen beide budgetten, vulden we het resterende deel in met opgeleverde assetmanagementprojecten om de extra nood daar op te vangen.
Het investeringsritme zal de komende jaren geleidelijk stijgen om de ecologische doelstellingen te halen. De investeringsmachtiging stijgt daarom de komende jaren met 500 miljoen euro. Daar bereiden we ons volop op voor, want het betekent ook dat de capaciteit om de projecten uit te voeren, moet vergroten. En dit zowel bij Aquafin als bij onze techni-
sche partners. We onderzoeken waar er nog potentieel is voor efficiëntiewinsten en hoe we de resourceplanning in de keten samen met de sector kunnen optimaliseren.
In 2026 ligt de target voor de oplevering van nieuwbouwprojecten al op 204 miljoen euro.
Daarnaast verlengde het Vlaamse Gewest vorig jaar het Lokaal Pact met de gemeenten. Tussen 2026 en 2030 zal Aquafin voor 500 miljoen euro aan projecten opstarten binnen dat Lokaal Pact. Hiermee verlicht het gewest de financiële druk bij steden en gemeenten door een gedeelte van de investeringen in rioleringsinfrastructuur van hen over te nemen.
Met op elk moment gemiddeld 100 actieve werven over heel Vlaanderen, is Aquafin op veel plaatsen aanwezig in het straatbeeld. Hoewel elk project uiteindelijk positieve impact genereert, houden we de hinder en de eventuele negatieve impact tijdens de uitvoering zo klein mogelijk. Met ‘werven van de toekomst’ gaan we met de sector op zoek naar vernieuwende ideeën die rioleringsprojecten efficiënter, duurzamer en veiliger maken. Begin 2026 startte een eerste ‘werf van de toekomst’ met een focus op orde & netheid, veiligheid en minder hinder door onder andere de communicatie naar een nog hoger niveau te tillen. Later volgt er nog één met dezelfde focus, maar dan op een renovatieproject van een zuiveringsinstallatie. Op twee andere geselecteerde werven willen we het potentieel voor CO2-reductie uitdagen door onder meer het gebruik van circulaire en andere duurzame materialen. Voor elk van deze projecten vragen we onze technische partners om mee te denken en laten we de creatieve ideeën ook meewegen in de toekenning van de opdracht aan de aannemer. De ‘werven van de toekomst’ zijn echte proeftuinen en hebben als doel nieuwe standaarden te zetten voor de uitvoering van projecten.

Oog voor duurzaamheid op een werf start al bij het ontwerp. Daarom richtten we vorig jaar een duurzaamheidsboard op met vertegenwoordigers van Aquafin én van de studiebureaus waarmee we samenwerken. De board gaat op zoek naar manieren om het gebruik van staal en cement te verminderen, de twee


grootste bronnen van indirecte broeikasgasemissies op onze werven. Dat kan door minder materialen te gebruiken, het gebruik te optimaliseren of duurzame alternatieven te gebruiken. Zo verkennen we bijvoorbeeld de mogelijkheden van herbruikgranulaten, materialen die CO2 capteren bij de productie en alternatieven voor cement.
Om onze intenties te bekrachtigen, ondertekende Aquafin het Circulair Betonakkoord Vlaanderen van Vlaanderen Circulair dat als doel heeft de bouwsector te vergroenen.
Deze initiatieven passen in ons energie- en klimaatbeleid ‘road to zero carbon’ (p. 12 →).
Minder hinder en een luisterend oor
Rioleringswerken hebben altijd impact op de omgeving. Met heldere communicatie en een minder hinder-beleid trachten we de hinder te beperken en goed te informeren over de werken. De inzichten daarover en de mogelijke communicatiekanalen evolueren voortdurend en we sturen ze dan ook continu bij. Zo introduceerden we in 2025 voor enkele projecten een werfapp waarop smartphonegebruikers alle informatie over de werken in hun buurt op de voet kunnen volgen. Waar we wél aan vasthouden is persoonlijk contact voor vragen aan de telefoon of via e-mail. Ons contactcenter en de ombudsdienst reageren snel en adequaat.


ONZE
IMPACT
MAKERS

TANIA DE BIE Manager Projectmanagement
‘Met slimme en toekomstgerichte keuzes halen we samen méér uit het openbare domein’
“Bij de uitvoering van onze projecten houden we maximaal rekening met de buurt door hinderbeperkende maatregelen en een goede communicatie. Maar we willen nog een stap verder gaan en al veel vroeger verbinden met de omgeving. Met slimme en toekomstgerichte keuzes halen we samen méér uit het openbare domein. Door belangen, zorgen en verwachtingen vroeg te begrijpen, bouwen we aan vertrouwen. Omgevingsmanagement zet dialoog om in draagvlak, creëert betrokkenheid, voorkomt conflicten en versnelt vergunningen. Het opent niet alleen deuren, het opent hele landschappen vol nieuwe mogelijkheden. Zo groeien complexe projecten uit tot gedragen oplossingen, met winst voor Aquafin, de omgeving en alle betrokkenen.”
[ S2-1 ]
Voor het ontwerp en de uitvoering van projecten werken we samen met studiebureaus en aannemers. Dat doen we in partnerships, niet in een klassieke klant-leverancier relatie. We willen graag dat onze technische partners zich betrokken voelen bij het doel van onze projecten en met ons meedenken over de best mogelijke manier om dat doel te bereiken. Daarom bouwen we duurzame relaties op, waarin we streven naar gelijkwaardigheid in een project. Vertrouwen, erkenning van ieders expertise en communicatie staan daarin centraal. Met de studiebureaus werkten we een charter Verbindend Samenwerken uit met leidende principes. Sinds 2024 hebben we de Partner Academy opgericht, een opleidingshub voor zowel technische opleidingen als soft-skill trainingen voor medewerkers van Aquafin en van de studiebureaus. In 2025 zetten we de deuren van de Academy open voor vier nieuwe studiebureaus waarmee we een multilaterale overeenkomst (MLO) afsloten. Om hen op korte termijn in te wijden in de specifieke wereld van Aquafin-projecten, zetten we voor hen een onboardingtraject


op. De structurele samenwerking via MLO’s geeft aan de studiebureaus voor een langere periode zekerheid over een bepaald volume aan opdrachten. Het geeft de studiebureaus vertrouwen om te investeren in capaciteit en Aquafin de kans om het studiebureau al vroeger in een project te betrekken.
Ook met de aannemers streven we naar een verbindende manier van samenwerken. Die komt vooral tot uiting in een andere aanbestedingsvorm, waarbij hun expertise voor veilige en duurzame werven meeweegt in de gunning.
Verder investeren we ook met hen in kennisdeling tijdens onze Kennisdag.
Of het nu om onze eigen medewerkers gaat of over derden, veiligheid is onze absolute prioriteit waarin we sterk investeren. Werken op en aan infrastructuur van Aquafin houdt namelijk specifieke veiligheidsrisico’s in. Verplichte veiligheidsopleidingen en -attesten moeten ervoor zorgen dat wie op de werf staat de juiste skills heeft. In 2025 ontwikkelden we verder een mobiele app van een aanmeldingsplatform bij het betreden van een Aquafin-werf.
Enkel wie de juiste attesten kan voorleggen, de veiligheidsintroductiefilm heeft bekeken én enkele vragen succesvol heeft beantwoord, zal bij controle een geldige QR-code kunnen tonen. Ook werd het onderwerp ‘Veiligheid’ standaard bovenaan de agenda van elke werfvergadering geplaatst.
In onze duurzaamheidsverklaring onder S2 –Medewerkers in de waardeketen (p. 86 →) vind je nog meer informatie over de samenwerking met onze technische partners.

De efficiëntiewinst van een goede afstemming tussen gemeentelijke en bovengemeentelijke investeringen wordt nog groter wanneer we die investeringen ook samen beheren. Zo ontstaat ruimte voor gecoördineerd projectmanagement en slimmere keuzes in timing, middelen en aanpak. Dat merken we vandaag al in de structurele samenwerkingen met drinkwaterbedrijven zoals Water-link, De Watergroep (Riopact) en Pidpa. Binnen die samenwerkingen neemt elke partner de rol op waarin die het sterkst staat. Het contact met burgers ligt bij het drinkwaterbedrijf, terwijl Aquafin instaat voor de visievorming op het netwerk en het projectmanagement.
Met Farys werken we projectgebonden samen in twee Oost-Vlaamse steden. Het is de ambitie van Aquafin om met alle gemeentelijke rioolbeheerders toe te werken naar duurzame, structurele samenwerkingen voor meer impact.
Gemeenten die op Aquafin een beroep doen voor het asset management van hun rioleringsinfrastructuur, kunnen gebruik maken van Rosi (www.rosi.be), ons platform om de planning en uitvoering van inspecties op te volgen. Ze vinden hier behalve de voortgang van inspecties ook voorgestelde maatregelen, inclusief timing en budget.
Ook voor andere organisaties is Rosi een handig dashboard om hun leidingenstelsel te beheren en grote schade te voorkomen. Voor het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) bouwden we op dit platform in 2025 een databank van hun regenwaterleidingen onder snelwegen en gewestwegen in een eerste regio.
Aquafin deelt de meetgegevens van 1.600 overstortmeters via de Vlaamse Water Data Space en via het zelf ontwikkelde Blue Portal (blueportal.aquafin.be). Met deze stap maken we inzicht in de werking van overstorten breed toegankelijk voor iedereen die ermee aan de slag wil: lokale besturen, waterbeheerders, onderzoekers en andere partners. Door data open te delen, versterken we transparantie en samenwerking over sector- en organisatieniveaus heen. Zo ondersteunen we beter onderbouwde analyses, gezamenlijke leerprocessen en gerichtere maatregelen om waterkwaliteit en leefomgeving te verbeteren.

[ E3-1 | E3-2 | E3-3 ]
Door de klimaatverandering zien we steeds meer extreme weerfenomenen zoals lange periodes van droogte en extreme regenval op korte tijd. In combinatie met de grote mate van oppervlakteverharding in Vlaanderen, zorgt dat respectievelijk voor verdroging van de bodem en voor lokale wateroverlast. Daarom vinden we het belangrijk om regenwater zoveel mogelijk ter plaatse te houden, daar waar het valt. Dat kan door regenwater af te koppelen van de riolering, het apart op te vangen en nuttig te gebruiken, of door het in de bodem te laten infiltreren. Dat kan rechtstreeks bovengronds of bij plaatsgebrek via ondergrondse infiltratievoorzieningen. Als dat onmogelijk is, kiezen we voor vertraagde afvoer naar een gracht of aansluiting op het (gescheiden) rioleringsstelsel.
In onze adviezen naar steden en gemeenten hanteren we altijd deze aanpak. We geven de voorkeur aan ‘blauwgroene’ oplossingen: ruimte voor water, ontharden en een natuurlijke inrichting. Deze aanpak biedt veel koppelkansen op het vlak van o.a. biodiversiteit, recreatie en fysieke en mentale gezondheid. Op de website Blauwgroenvlaanderen.be

Afstroom vermijden
(Her)gebruik regen- en gezuiverd afvalwater
Infiltratie (maximaal bovengronds)
Bufferen (maximaal bovengronds) en vertraagd afvoeren
Lozen op gracht, in laatste instantie op RWA-leiding
Lozen op gemende riolering
inspireren we zowel lokale besturen als particulieren met mogelijke maatregelen en goede voorbeelden. We delen onze expertise ook via initiatieven zoals De Zevende Gevel en de Green Deals Tuinstraten en Klimaatbestendige Omgeving.
Via concrete services zoals ons water- en omgevingsadvies, de uitvoering van klein-
schalige blauwgroene maatregelen, het onderhoud ervan en de realisatie van een tuinstraat, zetten we die visie om in de praktijk voor gemeenten, maar ook voor bedrijven, zorginstellingen, projectontwikkelaars, …
In 2025 leverden we 59 water- en omgevingsadviezen af.
Primair vangt een bufferbekken overtollig regenwater tijdelijk op om het nadien geleidelijk af te voeren. Aquafin ontwikkelde een automatische sturing die ervoor zorgt dat het bekken in een droge periode maximaal gevuld blijft om het water nuttig te gebruiken. Wanneer er zware regen wordt voorspeld, zal het bekken vooraf gedeeltelijk leeglopen om zijn bufferfunctie te kunnen vervullen. Zo kan kostbaar drinkwater voor laagwaardige toepassingen vervangen worden door regenwater. Begin 2025 namen we een eerste sturing op een bufferbekken in Kraainem in gebruik. De gemeente gebruikt het regenwater voor de groendienst en het frisgroen houden van sportvelden. Ook in Mechelen rustten we een bekken uit met de sturing. De afnemers hier zijn lokale landbouwers die het regenwater via een ondergronds irrigatiesysteem gebruiken om hun gewassen te bevloeien.
Een collectieve regenwaterbuffer is ook een slim idee voor bedrijventerreinen. Binnen het Blue Deal-project Vlaanderen Waterproof voorzagen we op het terrein Tielt-Noord een bufferbekken dat 600 m³ regenwater kan opvangen. Dankzij de slimme sturing levert
dit tot 30.000 m³ herbruikbaar regenwater per jaar op. Een kans waarvan een fabrikant van tapijt en tapijttegels op het terrein graag gebruik maakt om 10% van zijn grootschalige waterbehoefte mee in te vullen.
Het gezuiverde afvalwater van onze RWZI’s (effluent) heeft een constante kwaliteit en is altijd beschikbaar. Daardoor is het een prima alternatieve waterbron voor elke toepassing, mits de gepaste verdere zuivering. Aquafin stimuleert het hergebruik van effluent als circulaire oplossing in het waterstressgevoelige
Vlaanderen door het beschikbare potentieel te presenteren op ons digitale platform AquaMarkt. Wie geïnteresseerd is in een structurele afname op een bepaalde locatie, kan via de website een aanvraag indienen. Vervolgens maken we die interesse breed bekend via een final call zodat ook eventueel andere geïnteresseerden nog kunnen reageren. Vervolgens doorlopen we een objectieve en transparante toekenningsprocedure vooraleer we het effluent aan een partij toewijzen.

In 2025 startte op onze RWZI Aalst Deeper
Blue op, een grootschalig hergebruikproject van de drinkwaterbedrijven De Watergroep en Farys onder de naam Waterunie. Het effluent wordt in Aalst op de RWZI verder opgezuiverd tot drinkwaterkwaliteit en vervol-
gens ondergronds op grote diepte opgeslagen om het later weer op te pompen voor gebruik. Deze reserve wordt aangesproken om de kust in de zomer te verzekeren van voldoende drinkwater.
Riothermie is de technologie om energie te recupereren uit afvalwater, ofwel in de riool onder de straat, ofwel in de buis die het gezuiverde afvalwater afvoert naar de waterloop. Een warmtewisselaar in de leiding brengt via een geleidervloeistof de restwarmte afkomstig

van het water van douches, wasmachines, …, naar een warmtepomp die zorgt voor verwarming of koeling van gebouwen. Het is een constante, betrouwbare energiebron die door het Vlaamse Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) is erkend als hernieuwbare energiebron. Interessant voor lokale besturen, want daardoor kunnen ze riothermie gebruiken om hun warmteplan voor het Lokaal Energie- en

Klimaatpact (LEKP) met de Vlaamse overheid vorm te geven. Ook het riothermie-potentieel ontsluiten we via AquaMarkt, en ook hier creëren we een gelijk speelveld voor alle geïnteresseerden.
Riothermie is in Vlaanderen een vrij nieuw begrip. Na een eerste toepassing in onze eigen kantoren, bouwden we intussen in twee publieke projecten de nodige infrastructuur uit. In Sint-Niklaas worden het nieuwe zwembad en een sportpaviljoen van de stad nu al verwarmd met riothermie. In Mechelen zal een volledig nieuwe stadswijk met woon- en kantooreenheden en handelszaken verwarmd en gekoeld worden door riothermie, aangevuld met geothermie. De combinatie van beide technieken op deze schaalgrootte is uniek in Europa. Het volgende riothermieproject situeert zich in Kortrijk, waar met energie uit het rioolwater vanaf 2027 een nieuwe woontoren zal gekoeld en verwarmd worden.
Sinds 2025 bieden we voor nieuwe riothermieprojecten aanvullend een voorafgaande meetcampagne aan. Met sensoren in de riool meten we over alle seizoenen heen het debiet en de temperatuur van het afvalwater. Zo kunnen we nauwkeuriger inschatten of en in welke mate riothermie kan tegemoetkomen aan de warmtevraag van de klant.
Aquaplus is voor 100% dochteronderneming van Aquafin en levert advies en ondersteuning aan bedrijven met een vraag of een uitdaging op het vlak van water. Dat kunnen concrete diensten zijn zoals het uitwerken van een procesoptimalisatie of de exploitatie en het onderhoud van de zuiveringsinstallatie, waarbij de klant volledig ontzorgd wordt. Maar evengoed is een totaalopdracht van ontwerp tot en met realisatie van een waterzuivering mogelijk.
Rioolbeheer voor industriële klanten is een specialisatie waarin Aquaplus zich nadrukkelijk kan onderscheiden op de markt. Steeds meer bedrijven zien het belang in van een goed werkend leidingensysteem voor afvalen regenwater op hun terrein. En dat begint bij een duidelijk beeld van de toestand waarin het zich bevindt. Want bijvoorbeeld barsten of corrosie kunnen leiden tot zinkgaten. Die veroorzaken op hun beurt onveilige situaties en kunnen de bedrijfsvoering in gedrang brengen.
Aquaplus heeft klanten in diverse sectoren zoals de voedings- en drankensector, de chemische sector, de recreatiesector en de farmaceutische industrie.


Onderzoek en innovatie helpen Aquafin om antwoorden te formuleren op de wateruitdagingen van nu en morgen. Soms maakt onderzoek deel uit van een concreet innovatietraject, soms bouwt het doelgericht kennis op om beleid en praktijk te ondersteunen. Altijd vertrekken we vanuit dezelfde ambitie: aantoonbare meerwaarde creëren voor mens en milieu. Dankzij ons uitgebreide patrimonium en onze doorgedreven praktijkkennis zijn we een sterke en betrouwbare partner voor onderzoeksinstellingen, overheden en start-ups. Zo maken we het mogelijk om nieuwe technologieën langdurig en op grote schaal te testen, én om inzichten vlot te vertalen naar toepasbare oplossingen in de Vlaamse waterpraktijk.

Het Europese Instituut voor Innovatie en Technologie (EIT) stimuleert innovatie om Europa duurzamer en veerkrachtiger te maken, bijvoorbeeld op het vlak van klimaat, gezondheid en digitalisering. Het financiert hiervoor communities binnen deze thema’s, die telkens worden geleid door een consortium van partners. Nieuw is de community rond water, de EIT Water. Aquafin maakt deel uit van het leidende consortium ALLWATERS, bestaande uit 50 toonaangevende nationale en internationale bedrijven, universiteiten, onderzoeksinstellingen en ngo’s. Voor België nemen naast Aquafin North Sea Port Flanders, Jan De Nul Group en Blauwe Cluster deel. De EIT Water mag de komende 15 jaar 600 miljoen euro spenderen aan innovatieve projecten rond waterkwantiteit, waterkwaliteit en de ontwikkeling van een circulaire en duurzame blauwe economie.
Deel uitmaken van het leidende consortium opent voor Aquafin niet alleen een breed netwerk, we zitten nu op Europees niveau mee aan de knoppen voor innovatief waterbeheer.

De vernieuwde Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater (ERSA) verhoogt de ambitie voor de inzameling en zuivering van afvalwater in de lidstaten. Zo zullen in de toekomst bijvoorbeeld bepaalde RWZI’s een lijst van micropolluenten moeten verwijderen waarvoor ze
vandaag nog niet zijn uitgerust. In 2025 nam Aquafin in Aartselaar een eerste quaternaire zuivering in gebruik die deze extra zuiveringsstap succesvol uitvoert door de combinatie van twee technieken: ozonisatie en actieve koolfiltratie. De ervaringen met deze installatie gebruiken we bij de uitrol op de andere RWZI’s waar dit verplicht wordt. Dat is alvast het geval voor de vijf grootste RWZI’s in Vlaanderen. De voorstudie voor twee van deze RWZI’s loopt intussen, want al in 2033 moet de eerste
hiervan operationeel zijn. Voor de middelgrote RWZI’s moet nog een risicoanalyse gebeuren. Via onze deelname aan het Europese Interregproject Schone Waterlopen door O3G delen we onze expertise met andere onderzoekspartners in Vlaanderen en Nederland.
In gescheiden rioleringsstelsels is de kwaliteit van afstromend regenwater van parkings en wegen een aandachtspunt. Olie en partikels van banden bijvoorbeeld spoelen mee naar de waterloop. Binnen het Europese project STOPUP voerde Aquafin metingen uit en testten we zuiveringstechnieken voor vervuild regenwater. Met een zelf ontwikkelde tool kunnen we ook de verwachte vuilvracht in afstromend regenwater berekenen en de impact van mogelijke remediërende maatregelen simuleren.
Waar in het zuiveringsproces zitten de grootste bronnen van broeikasgasemissies?
Onze R&D-afdeling startte in 2025 een nieuwe meetcampagne om dat in kaart te brengen. Een drone uitgerust met een methaansensor detecteert verhoogde methaanconcentraties
om vervolgens van dichtbij de werkelijke uitstoot te meten. We gebruiken ook nog andere meetmethodes om emissies van lachgas (N2O) en CO2 op te sporen. Zo krijgen we een goed beeld van waar maatregelen het meeste impact hebben om onze ecologische voetafdruk te verkleinen.
In het productieproces van biogas naar biomethaan, worden methaan en CO2 van elkaar gescheiden. Net als het methaan, willen we ook de CO2 circulair maken. In het najaar van 2025 huisvestten we een pilootinstallatie van Bio Base Europe Plant op onze RWZI Antwerpen-Zuid. Deze onderzocht het potentieel van de CO2 uit onze reststroom voor fermentatie tot azijnzuur, een tussenstap naar biobrandstof. Het azijnzuur kan verder worden omgezet tot bouwstenen voor biodiesel, of misschien zelfs opnieuw gebruikt worden in ons zuiveringsproces als koolstofbron. Dit onderzoek maakt deel uit van het Europese Horizonproject Fuelphoria.
Het onderzoek rond klimaatadaptatie richt zich op waterkwantiteit met de modellering van rioleringsstelsels, inclusief het gebruik van neerslaggegevens en -voorspellingen, en de impact van overstortwerking en mogelijke bronmaatregelen.
Naast gezuiverd afvalwater bevat rioolwater ook andere waardevolle grondstoffen. De nieuwe Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater (ERSA) zal in de toekomst de recuperatie van onder meer stikstof en fosfor verplicht maken. Aquafin onderzoekt al geruime tijd hoe deze en andere stoffen efficiënt uit het zuiveringsproces kunnen worden teruggewonnen. De belangrijkste uitdaging daarbij is het economisch rendabel maken van circulaire toepassingen, met name door het vinden van een stabiele afzetmarkt voor de gerecupereerde producten.
Ook koolstof kan worden gerecupereerd uit zuiveringsslib. We verkenden hiervoor de piste van pyrolyse, waarbij het slib extreem wordt verhit in een zuurstofarme omgeving. Het verkoolt zo tot biochar: houtskoolachtige korrels die koolstof vasthouden in plaats van CO2 uit te stoten. Daardoor is het een ‘carbon capture’-techniek. Biochar is nog vrij nieuw en als circulaire grondstof inzetbaar in diverse sectoren. Met de steun van VLAIO (Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen) en samen met de Universiteit Hasselt en Bioterra gaan we de haalbaarheid na van biochar als cementvervanger in beton. We onderzoeken
of het ook de actieve kool in onze quaternaire zuivering kan vervangen voor de verwijdering van micropolluenten. Dankzij ondersteuning door de Helios Foundation, kunnen we een pyrolyse-installatie bouwen op onze RWZI Menen en jaarlijks ongeveer 500 ton biochar produceren. De broeikasgasuitstoot van onze slibverwerking daalt hierdoor met meer dan 2.000 ton CO2-equivalent per jaar. Daar bovenop capteren we jaarlijks 640 ton CO2eq biogene koolstof in biochar.


In onze zoektocht naar innovatieve oplossingen en vernieuwingen om onze positieve impact te vergroten, connecteren we graag met anderen. In 2025 werd Aquafin partner van BlueChem, incubator voor duurzame chemie in Vlaanderen. Het ecosysteem van BlueChem biedt ons de kans om in contact te komen met start-ups die raakvlakken hebben met onze value streams. Omgekeerd kunnen zij gebruik maken van onze schaalgrootte en een reële testomgeving om nieuwe technologieën in operationele omstandigheden te valideren. Zo hopen we samen met hen nieuwe kansen te benutten om nog meer te halen uit afvalwater(zuivering).
Momenteel verkennen we in een eerste samenwerking of syngas, geproduceerd uit biogene CO2, biomethaan en biogene verkoolde koolstof kan dienen als een duurzamer alternatief voor fossiele brandstoffen in chemische productieprocessen. Op die manier kunnen we de CO2-uitstoot verminderen, de middelen efficiënt inzetten en de overgang naar klimaatneutrale chemische productie ondersteunen. Belangrijk hierbij is dat deze transitie economisch haalbaar is en compatibel blijft met de huidige industriële infrastructuur.


In volatiele tijden moet een organisatie wendbaar zijn voor veranderingen van buitenaf en tegelijkertijd koers houden om haar eigen ambities waar te maken. Voorzitter van de raad van bestuur Koen Anciaux blikt terug op het voorbije jaar.
Als je terugkijkt op je eerste volledige jaar als voorzitter van de raad van bestuur, wat is je het meest bijgebleven?
Hoe heeft het bestuur mee richting gegeven aan de organisatie?
“In tegenstelling tot de in het algemeen eerder kwetsbare en stagnerende economie, is Aquafin in volle expansie. Dat heeft te maken met de extra middelen die Vlaanderen inzet om onze waterlopen weer gezond te maken, maar ook met initiatieven en projecten die vanuit de organisatie zelf worden opgestart. Aquafin en zijn partners moeten zich daar zo efficiënt mogelijk op organiseren. Vanuit het bestuur hebben we de impactanalyse die het management liet uitvoeren, maximaal ondersteund. Intern is in januari 2026 een ingrijpende herschikking van de organisatiestructuur gebeurd om disciplines nog beter te laten samenwerken. Zo willen we ons voorbereiden op de sterk stijgende investeringsmachtiging en van innovatie en digitalisering nog belangrijkere hefbomen maken.”
Koen Anciaux Voorzitter raad
van bestuur
“Op persoonlijk vlak heb ik heel veel bijgeleerd over de specifieke context waarin Aquafin werkt, de bevoegdheden en de manier van besturen. Bijzonder positief vind ik de transparantie van besluitvorming. Alles wat aan de raad van bestuur wordt voorgelegd, is uitgebreid gedocumenteerd en helder gebracht. Audits worden nauwgezet opgevolgd en aanbevelingen ter harte genomen. Dat duidt voor mij op een sterk management, en bij uitbreiding op een organisatie die er staat.”
Wat geeft je vertrouwen met het oog op de toekomst?
“De robuustheid van de organisatie en de manier waarop ze operationeel wordt aangestuurd. Ik merk bovendien zowel bij lokale partners als bij het Vlaamse Gewest en onze aandeelhouder enorme waardering voor Aquafin en zijn medewerkers. En dat is zonder twijfel de beste indicator om mijn vertrouwen te bevestigen.”

Aquafin zet zich in voor een transparant en effectief corporate governance-beleid dat de belangen van alle stakeholders behartigt en tegelijk bijdraagt aan duurzame waardecreatie. Het Corporate Governance Charter van Aquafin definieert de regels en principes waarop het deugdelijk bestuur binnen de vennootschap is gebaseerd. Aquafin volgt de Belgische Corporate Governance Code 2020 en heeft zijn Corporate Governance Charter geactualiseerd volgens de laatste versie van deze Code. Het Charter licht de belangrijkste aspecten van het corporate governance beleid toe en is openbaar raadpleegbaar op de website van Aquafin. Het Charter wordt steeds bijgewerkt bij relevante ontwikkelingen. De meest recente versie dateert van 20 september 2022. Wijzigingen in het beleid en belangrijke gebeurtenissen na de start van het vorige boekjaar worden verder toegelicht in de corporate governance verklaring. Het is aanbevolen dit hoofdstuk samen met het Charter te raadplegen voor een volledig overzicht.
De Corporate Governance Code is gebaseerd op een “comply or explain”-benadering.
Dit betekent dat Aquafin zich conformeert aan de bepalingen van de Code maar dat in bepaalde gevallen kan worden afgeweken wegens de specifieke behoefte of karakteristieken die eigen zijn aan de vennootschap. De aandelen van Aquafin zijn voor 100% in handen van de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV). Omwille van zijn aandeelhoudersstructuur valt Aquafin onder de toepassing van sommige bepalingen van het bestuursdecreet. Bijgevolg zijn de bepalingen 5.6, 7.6, 7.9, 8.7, 8.8 en 8.9 van de Belgische Corporate Governance Code niet van toepassing op Aquafin.
Aquafin hanteert een bestuursmodel waarbij het de principes van transparantie, verantwoording en doeltreffendheid hoog in het vaandel draagt. Het model is ontworpen om een effectief en evenwichtig bestuur te waarborgen, waarbij de belangen van alle stakeholders worden gerespecteerd en waarin duurzame waardecreatie centraal staat vanuit de missie van Aquafin.
De vennootschap heeft gekozen voor een monistische structuur, waarbij het bestuur wordt uitgeoefend door de raad van bestuur. Deze raad van bestuur is het hoogste beslissingsorgaan van Aquafin en heeft de bevoegdheid om alle handelingen te verrichten die nodig zijn voor het bereiken van de doelstellingen van de vennootschap, behalve de handelingen die wettelijk of volgens de statuten aan de algemene vergadering zijn voorbehouden.
Om de raad van bestuur te ondersteunen, zijn twee comités opgericht: het auditcomité en het benoemings- en remuneratiecomité. Deze comités adviseren de raad op specifieke gebieden van beleid en besluitvorming.
De raad van bestuur van Aquafin is verantwoordelijk voor de strategische richting, het samenstellen van het leiderschapsteam en het monitoren van prestaties om duurzame waardecreatie te waarborgen. Het auditcomité fungeert als schakel tussen de raad en de interne en externe auditors, en zorgt voor transparantie en verantwoording in financiële rapportage, interne controles en risicobeheer. Het directieteam, onder leiding van Algemeen Directeur Jan Goossens, beheert de dagelijkse operaties en strategische initiatieven, met wekelijkse vergaderingen om effectief risicobeheer en controlemaatregelen te waarborgen.
De raad van bestuur van Aquafin bestaat uit negen leden. Alle bestuurders zijn nietuitvoerende bestuurders en zijn onafhankelijk in de zin van artikel 7:87 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV).
Hiermee voldoet de raad van bestuur aan de vereisten van bepaling 3.4 van de Corporate Governance Code 2020, die stelt dat ten minste drie leden van de raad onafhankelijk moeten zijn (het betreft de onafhankelijkheidscriteria zoals gedefinieerd in het WVV, en niet de criteria van het bestuursdecreet).
Aan het einde van de rapporteringsperiode is de raad van bestuur als volgt samengesteld:
33% van de raad is vrouwelijk, wat overeenkomt met een genderdiversiteitsratio van 0,5.
Het onafhankelijkheidspercentage van de bestuurders is 100%.
Anciaux
Jochen Bultinck
Caroline Craenhals
Renaat De Sutter
Nathalie Heremans
Dirk Lybaert
Kris Peeters
Ingrid Vandepitte
Jozef Wittouck
X 2030
X 2030
X 2030
X 2030
X 2030

Benoemingen en wijzigingen
Het mandaat van de mevrouw Katrien
Desomer werd op 14 maart 2025 beëindigd. Mevrouw Ingrid Vandepitte werd als nieuwe bestuurder benoemd op 15 april 2025.
Bevoegdheden en werking
De raad van bestuur definieert en houdt toezicht op de strategie en duurzaamheidskwesties van de organisatie (inclusief risico’s met betrekking tot duurzaamheid naast andere risico’s), op basis van voorstellen van het directieteam.
De raad keurt de financiële en niet-financiële rapportage goed. De raad beschikt over uitgebreide ervaring en expertise op het gebied van ESG/duurzaamheid. Duurzaamheid wordt beschouwd als een aangelegenheid voor de volledige raad van bestuur (strategie) en is inherent aan de bedrijfsvoering van Aquafin, en daarom is er binnen de raad geen specifiek duurzaamheidscomité opgericht.
De raad van bestuur wordt tweemaal per jaar geïnformeerd over de voortgang in duurzaamheidsdoelstellingen: in maart bij de bespreking van de jaarresultaten en in september bij de bespreking van de halfjaarresultaten. [ GOV-1 ]
Het directieteam volgt de duurzaamheidsthema’s op via kwartaalbeoordelingen van
de bedrijfsdoelstellingen, en rapporteert hierover aan de raad van bestuur.
De raad van bestuur heeft twee gespecialiseerde comités opgericht: het auditcomité en het benoemings- en remuneratiecomité. De leden van deze comités worden benoemd door de raad van bestuur. De werking en verantwoordelijkheden van de comités zijn beschreven in hun interne reglement dat is opgenomen in het Corporate Governance Charter. Beide comités hebben een adviserende rol. De strategische besluitvorming blijft de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur in zijn geheel.
Het auditcomité bestaat uit vier onafhankelijke, niet-uitvoerende bestuurders. Op rapporteringsdatum wordt het auditcomité gevormd door de heer Jochen Bultinck (Voorzitter), mevrouw Nathalie Heremans, de heer Kris Peeters en mevrouw Ingrid Vandepitte.
Het comité is als geheel evenwichtig samengesteld en heeft de nodige onafhankelijkheid, competenties, kennis en ervaring om zijn taak effectief uit te oefenen.
Tijdens het boekjaar 2025 kwam het auditcomité vier keer samen. De gemiddelde aanwezigheidsgraad bedraagt 88 %.
De individuele aanwezigheden van de leden van het auditcomité staan vermeld onder de sectie ‘aanwezigheden op de vergaderingen van de raad van bestuur en comités’.
Het auditcomité verbindt de raad van bestuur, interne auditors en externe auditors en de commissaris en zorgt voor regelmatige updates over financiële rapportage, interne controles, risicobeheer en auditprocessen.
Het auditcomité speelt een cruciale rol in het toezicht op het interne controlesysteem en het financiële rapportageproces, en evalueert de interne controle- en risicobeheersystemen.
Ook voor de duurzaamheidsrapportering zal het auditcomité deze rol opnemen.
De voorzitter van het auditcomité brengt systematisch verslag uit tijdens de eerstvolgende vergadering van de raad van bestuur. Hierbij
worden aanbevelingen gedaan met betrekking tot de beslissingen die door de raad van bestuur moeten genomen worden.
Tijdens het boekjaar 2025 besteedde het auditcomité onder meer aandacht aan volgende punten:
— de financiële kwartaalrapporteringen
— het schuldbeheer, het financieringsplan en de resultaten van het rentemanagement en compliance met het hedging beleid
— de statutaire jaarrekening en financiële verslaggeving, de wettelijke audit van de jaarrekening waaronder de aanbevelingen geformuleerd door de commissaris de halfjaarresultaten en de door de commissaris geformuleerde bevindingen en aanbevelingen van de interim audit de niet-auditdiensten uitgevoerd door de commissaris en de evaluatie van de onafhankelijkheid de doeltreffendheid van de interne controle- en risicobeheersystemen de goedkeuring van het intern auditplan, de interne auditverslagen en de opvolging van de KPI’s over de werking van interne audit en de opvolging door het management van de door interne audit geformuleerde aanbevelingen de herziening en de goedkeuring van het Charter Interne Audit
Benoemings- en remuneratiecomité
Samenstelling
Het benoemings- en remuneratiecomité wordt gevormd door de heer Dirk Lybaert (Voorzitter), de heer Renaat De Sutter, de heer Jozef Wittouck en mevrouw Caroline Craenhals.
Tijdens het boekjaar 2025 vergaderde het benoemings- en remuneratiecomité vijf keer. De gemiddelde aanwezigheidsgraad bedraagt 100%. De individuele aanwezigheden van de leden van het benoemings- en remuneratiecomité staan vermeld onder de sectie ‘aanwezigheden op de vergaderingen van de raad van bestuur en comités’.
Bevoegdheden en werking
Het benoemings- en remuneratiecomité (BRC) heeft als hoofdtaak het ondersteunen van de raad van bestuur bij het vaststellen van de hoofdlijnen van het remuneratiebeleid van het directieteam. Daarnaast draagt het comité bij aan het objectieve en professionele verloop van het benoemings- en herbenoemingsproces van bestuurders, evenals de jaarlijkse eva-
luatie van de prestaties van het directieteam. In de afgelopen jaren is het BRC echter steeds vaker als klankbord ingezet voor bredere HR-thema’s, een ontwikkeling die door Guberna werd aanbevolen begin 2024.
Het benoemings- en remuneratiecomité gaf het startschot voor een Impactanalyse rond de werking van het Directieteam en het uittekenen van een optimale organisatiestructuur. Deze analyse werd extern begeleid en leidde in het derde kwartaal tot de goedkeuring van een aangepaste basisstructuur van het directieteam met het oog op verdere communicatie en voorbereiding van de implementatie met ingang van 1 januari 2026.
Naar aanleiding van de verschuiving van Glenn Van Olmen naar de directie Business Development werd de procedure tot aanwerving van een nieuwe CFO opgestart.
Het benoemings- en remuneratiecomité fungeerde tot slot actief als klankbord rond de gestructureerde change-aanpak naast het klassieke projectmanagement met het oog op de implementatie van SAP.

Aanwezigheden op de vergaderingen van de raad van bestuur en comités
In 2025 heeft de raad van bestuur vijf vergaderingen gehouden, met een gemiddelde aanwezigheidsgraad van 95,56%. Het auditcomité kwam vier keer bijeen en het benoemingsen remuneratiecomité vergaderde vijf keer. De individuele aanwezigheid van de bestuurders is opgenomen in onderstaande tabel:
Naam RvB AC BRC
Koen Anciaux 5/5 4/4 5/5
Jochen Bultinck 5/5 4/4
Caroline Craenhals 5/5 5/5
Katrien Desomer1 2/5 1/1
Renaat De Sutter 5/5 5/5
Nathalie Heremans 5/5 3/4
Dirk Lybaert 5/5 5/5
Kris Peeters 5/5 3/4
Ingrid Vandepitte2 2/3 3/3
Jozef Wittouck 5/5 5/5
1 Einde mandaat 14 maart 2025
2 Benoemd op 15 april 2025
Evaluatieproces van de raad van bestuur en de comités
De leden van de raad van bestuur evalueren regelmatig, en minimaal om de drie jaar, de omvang, samenstelling en werking van het bestuursorgaan. Hierbij wordt de actuele samenstelling vergeleken met de gewenste samenstelling, evenals de relatie en interactie met het directieteam.
In het kader van de evaluatie van het auditcomité worden de volgende aspecten beoordeeld: het interne reglement, de samenstelling en benoeming van de leden, de vergaderingen, de opleidingsmogelijkheden voor de leden en de beschikbare middelen, de meldingsprocedure voor integriteit, en de relatie met de raad van bestuur. Het auditcomité voert minimaal om de drie jaar een evaluatie uit van zijn effectiviteit en efficiëntie. Ter ondersteuning van deze evaluatie wordt een individuele vragenlijst aan de leden van het auditcomité voorgelegd, waarna de resultaten besproken worden in een vergadering van het comité en aan de raad van bestuur worden gepresen-
teerd. De laatste evaluatie van het auditcomité vond plaats in 2024.
In 2024 werd onder begeleiding van Guberna een evaluatie van het benoemingsen remuneratiecomité uitgevoerd waarbij enkele aanbevelingen werden geformuleerd die inmiddels geïmplementeerd werden in de werking van het comité.

Samenstelling
Door de raad van bestuur werd het dagelijks bestuur gedelegeerd naar het door haar opgerichte directieteam. Dit directieteam bestaat uit de Algemeen Directeur, die de leiding van het directieteam op zich neemt, en alle overige directeurs die het bedrijf op een bepaald ogenblik telt. De samenstelling van het directieteam op 31/12/2025 is de volgende:
Bevoegdheden en werking van het directieteam
Het directieteam oefent de bevoegdheden uit inzake dagelijks bestuur en alle overdraagbare bevoegdheden, met uitzonderling van de bevoegdheden die zijn voorbehouden aan de raad van bestuur op grond van wettelijke bepalingen, de statuten van de vennootschap en de bepalingen in het intern reglement van de raad van bestuur, daarin begrepen het formeel delegatiebesluit. Het directieteam vergadert wekelijks.
vaardigheden
Aquafin heeft een governancekader opgezet om duurzaamheidsthema’s te verankeren in de bedrijfsstrategie. De Algemeen Directeur draagt de verantwoordelijkheid naar de raad van bestuur. Vervolgens is de eindverantwoordelijkheid van duurzaamheidsthema’s (ESG: Environment, Social en Governance) telkens aan de betrokken directeurs toevertrouwd. In 2025 heeft het directieteam beslist om in 2026 een Corporate Sustainability Manager aan te werven die rapporteert aan de Directeur HR en Organisatieontwikkeling. De Corporate Sustainability Manager zal nauw samenwer-
ken met het kernteam Corporate Sustainability, samengesteld uit senior managers uit de business en de directeur HR en Organisatieontwikkeling, die elk de verantwoordelijkheid voor een thema dragen. In overleg met de betrokken directeur zetten zij de krijtlijnen uit voor het beleid en koppelen ze er doelstellingen en targets aan. Doelstellingen op lange termijn worden vervolgens jaarlijks vertaald naar jaardoelstellingen waardoor ze volledig geïntegreerd zijn in de strategie. Naast het hogervermelde kernteam raadpleegt Aquafin ook externe expertgroepen om inzichten te verbreden, waardoor de duurzaamheidsexpertise verder wordt versterkt.
Jan Goossens Algemeen Directeur
Danny Baeten
Hans Bruynooghe
Sabine Schellens Directeur HR & Organisatie ontwikkeling
Bart Van Eygen
Glenn Van Olmen Directeur
Marjolein Weemaes
29 % van het Directieteam is vrouwelijk. De genderdiversiteitsratio bedraagt 0,4.

De raad van bestuur behandelde in 2025 de centrale thema’s die in de realisatie van de missie, visie en strategie van Aquafin centraal staan. Deze thema’s werden allen getoetst aan de duurzaamheidsstrategie van Aquafin en zijn gekenmerkt door een oogmerk van leefmilieugedreven waardecreatie op lange termijn.
Er werden geen belangenconflicten gemeld.
De raad van bestuur volgde het financieel beheer nauwgezet op middels de periodieke rapportering met betrekking tot alle aspecten van de bedrijfsvoering. Het financieel beheer wordt op diverse manieren opgevolgd. Er is een algemeen KPI dashboard, waar het onderdeel vormt van de diverse KPI’s in het kader van de bovengemeentelijke opdracht waarover Aquafin ten aanzien van zijn toezichthouder (VMM) rapporteert. Daarnaast worden de kwartaalcijfers uitgebreid toegelicht en afgezet ten aanzien van de gebudgetteerde resultaten.
Daarnaast kwam ook het financieringsplan uitgebreid aan bod en werd het ondernemingsplan eveneens uitgebreid besproken.
Duurzaamheid en innovatie
Aquafin wordt gedreven door innovatie om zijn kernactiviteit en opdrachten voortdurend te verduurzamen en efficiënter te maken. Vanuit deze drive waren de diverse hergebruiktrajecten rond effluent, riothermie, biomethaanproductie een vast thema. Zo werd de verdere uitbouw van biomethaaninstallaties over het patrimonium van Aquafin goedgekeurd en draagt deze verder bij aan de verduurzaming van de activiteiten en de bredere maatschappelijke energieverduurzaming.
De brede slibstrategie zoals deze enkele jaren geleden werd uitgezet, vertaalde zich in 2024 in de vergunning van de slibmonoverwerker, in het kader van diezelfde slibstrategie werd de bouw van twee nieuwe drogers gestart. De raad volgde de ontwikkelingen in deze dossiers verder mee op. In afwachting werden bijkomende slibafzetmogelijkheden goedgekeurd waarbij rekening werd gehouden met duurzame opties voor zover mogelijk.
Duurzaamheid en energiebeleid
In de uitvoering van de langetermijnstrategie
rond de vergroening van de stroommix werden verdere opportuniteiten en aanpassingen in de aankoop van hernieuwbare energie voorgelegd aan de raad van bestuur.
Compliance, risicobeheer en veiligheid
Deze topics komen doorheen diverse recurrente én éénmalige punten elke vergadering uitgebreid aan bod.
Om haar betrouwbare bedrijfsvoering te garanderen en de interactie tussen strategische bevoegdheden van de raad van bestuur en het dagelijks bestuur door het directieteam te bevorderen, werd de delegatie van bevoegdheden vanuit de raad naar het directieteam geactualiseerd.
In het kader van risicobeheer legt Aquafin de focus ook op het beheer van fysieke assets en werd hierop uitgebreid ingegaan op de veroudering van collectoren en pompstations en de monitoring en prioritering in vervanging of herstel en de budgettaire uitdagingen daaromtrent.
Fysieke veiligheid vormt een voortdurende focus binnen Aquafin. Op het niveau van de raad van bestuur vertaalt dit zich in een uitgebreide toelichting rond diverse types ongevallen waarmee de organisatie geconfronteerd
wordt, de lopende preventieve en reactieve campagnes en maatregelen en het aftoetsen van mogelijke nieuwe initiatieven.
Daarnaast kwamen nieuwe uitdagingen en risico’s inzake milieuwetgeving en het verscherpte toezicht hierop uitgebreid aan bod.
De rapportering rond milieurisico’s werd structureel geïntegreerd in de agenda.
Duurzaamheid en digitalisering
Aquafin maakte in 2025 rond digitalisering een focuspunt van NIS2 en van de implementatie van een nieuw ERP-systeem (SAP).
Beide trajecten werden actief opgevolgd vanuit de raad van bestuur.
Strategie en partnerschappen
De uitwerking van bestaande en meer recente partnerschappen binnen de sector werden gerapporteerd aan de raad van bestuur.
In functie van de strategie worden potentiële nieuwe partnerschappen binnen de sector actief opgevolgd en geëvalueerd. Nieuwe partnerschappen werden in de steigers gezet.
Met het oog op onder meer deze partnerschappen en een duidelijke interne en externe positionering, werd ook de opzet en aanpak van een nieuwe merkidentiteit opgenomen.
De activiteiten van Aquafin zijn blootgesteld aan interne en externe risico’s, die de realisatie van de bedrijfsdoelstellingen kunnen belemmeren. We zijn van mening dat risicobeheer onlosmakelijk verbonden is met de organisatiecultuur. Medewerkers worden aangemoedigd om risico’s te herkennen en er op een open en transparante manier mee om te gaan.
Elementen van de interne controleen risicobeheerssystemen
De belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheerssystemen worden hierna beschreven.
Bestuur en toezicht
De raad van bestuur heeft de verantwoordelijkheid voor het toezicht op de risico’s en het waarborgen van passende interne controlemechanismen en risicobeheersystemen. Het auditcomité ondersteunt de raad van bestuur bij het risicomanagement en is belast met het beoordelen van de effectiviteit van de risico-
beheersings- en interne controleprocessen.
De leden van het directieteam zijn verantwoordelijk voor het dagelijkse risicobeheer binnen hun respectieve afdelingen. In samenwerking met hun teams identificeren zij de belangrijkste en opkomende risico’s, en zorgen ze voor de interne opvolging en het toezicht op deze risico’s.
Risicobeheersproces
Het directieteam is zich bewust van het belang van een effectief risicobeheer. Risico-gerelateerde onderwerpen worden als vast agendapunt behandeld tijdens de wekelijkse vergaderingen.
Daarnaast hanteert Aquafin een intern controlesysteem volgens het Three Lines Model van het Institute of Internal Auditors (IAA) om het risicobeheer en de interne controle structureel in te bedden in zijn werking. Het Three Lines Model gaat uit van een controle in drie lagen. Risicobeheer is de verantwoordelijkheid van alle lagen van de organisatie, met specifieke taken en verantwoordelijkheden op elk niveau.
De drie controleniveaus binnen de organisatie:
eerste lijn: alle afdelingen en diensten zijn zelf verantwoordelijk voor risicobeheersing en compliance. Zij ontwikkelen en onderhouden de noodzakelijke structuren en processen om hun activiteiten (doelstellingen) en risico’s effectief te beheren.
Daarnaast voeren zij een eerste interne controle uit op hun eigen werkzaamheden en de mate van naleving van de relevante wet- en regelgeving.
— tweede lijn: Aquafin opteert voor een decentrale organisatie van de tweedelijnsfunctie. Dit betekent dat de tweede lijn van controle wordt uitgevoerd binnen specifieke afdelingen die, naast het ondersteunen van de kernactiviteiten, ook verantwoordelijk zijn voor monitoring en controle met betrekking tot de door de directies geïdentificeerde domeinen.
derde lijn: Interne Audit
Aquafin zorgt er ook voor dat middels een specifieke stuurgroep de nieuwe of gewijzigde wetgeving continu wordt opgevolgd en gecommuniceerd naar de relevante afdelingen en er waar nodig implementatietrajecten worden opgezet en actief gemonitord. Zo worden indien nodig processen en proce-
dures aangepast om te garanderen dat ze in lijn blijven met de geldende wetgeving en de interne risicobeheersingseisen. Deze continue evaluatie en bijsturing van de interne controlesystemen dragen bij aan het handhaven van de integriteit en effectiviteit van het risicobeheer binnen de organisatie.
Aquafin wil een betrouwbare, betrokken en ambitieuze partner zijn voor al zijn stakeholders en hecht veel belang aan transparantie en integriteit. Dat DNA bepaalt niet alleen onze dagelijkse werking, maar is ook de basis voor de aanpak van risicobeheer en het opzetten van een robuust intern controlesysteem.
De controleomgeving binnen Aquafin is sterk gelinkt aan het integriteitsbeleid, dat de basis legt voor risicobeheer en interne controlesystemen. Het integriteitsbeleid weerspiegelt de bedrijfscultuur en geeft richting aan het handelen van medewerkers.
Het management van Aquafin stimuleert open communicatie, het stellen van duidelijke doelstellingen en verantwoordelijke besluitvorming, wat ervoor zorgt dat risico’s tijdig worden geïdentificeerd en adequaat worden aangepakt. Daarnaast hecht Aquafin grote waarde aan ethisch gedrag en integriteit.
Beheersmaatregelen
Binnen alle afdelingen van Aquafin zijn diverse beheersmaatregelen geïmplementeerd om een effectief risicobeheer te waarborgen. Deze maatregelen omvatten onder andere de vastgestelde beleidsregels, procedures en handtekeningbevoegdheden, evenals functiescheiding en ingebouwde controles om potentiële risico’s te signaleren. Daarnaast worden managementrapportages opgesteld om de voortgang van processen te monitoren, waarbij regelmatig een actualisering van het budget en de werkelijke uitgaven wordt uitgevoerd en geanalyseerd.
Specifieke risico’s die verband houden met projecten of nieuwe initiatieven worden geëvalueerd, waarbij operationele mitigerende maatregelen worden geïmplementeerd.
Voor zijn bovengemeentelijke opdracht staat Aquafin onder toezicht van de Vlaamse Milieumaatschappij en rapporteert het over vastgestelde KPI’s. Deze kritische performantie-indicatoren werden gedefinieerd en zijn bedoeld als meetinstrument maar worden ook als rapporteringssysteem gebruikt.
Binnen Aquafin worden verschillende tools gebruikt om informatie te verspreiden op een
gestructureerde en systematische manier, van het managementniveau tot het operationele niveau.
Financiële informatie wordt gedeeld tussen het financiële management en het directieteam van Aquafin. Naast de maandelijkse rapporteringen en analyses, die worden voorbereid door de financiële dienst, gaat het directieteam in dialoog over prestatiemanagement met de verschillende operationele afdelingen.
Een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden en een goede coördinatie tussen de relevante afdelingen zorgt voor een effectief en tijdig communicatieproces van periodieke financiële informatie.
Financiële informatie wordt gedeeld met de raad van bestuur op kwartaal-, halfjaaren jaarbasis. Voorafgaand wordt financiële informatie onderworpen aan (i) een uitgebreid intern valideringsproces, (ii) nazicht door het auditcomité.
Toezicht en monitoring
Raad van bestuur en auditcomité
De rol en verantwoordelijkheden van de raad van bestuur en de diverse comités zijn vastgelegd in het Corporate Governance Charter
van Aquafin, wat zorgt voor een goed werkend systeem van risicobeheersing en interne controle. Het auditcomité heeft een cruciale rol in het toezicht op de werking van het interne controlesysteem, met bijzondere aandacht voor het financiële verslaggevingsproces. Dit comité heeft de verantwoordelijkheid voor het waarborgen van de integriteit van de financiële informatie en voor het evalueren van de interne controle- en risicobeheersystemen. Dit om ervoor te zorgen dat belangrijke risico’s, waaronder de risico’s die verband houden met de naleving van wet- en regelgeving, op een gepaste wijze worden geïdentificeerd, beheerd en gecommuniceerd.
Daarnaast houdt het auditcomité toezicht op de werkzaamheden van de interne auditfunctie, en monitort het de effectiviteit en prestaties van deze functie. Het comité volgt eveneens de wettelijke controle van de jaarrekening en de opvolging van de aanbevelingen die door de commissaris zijn geformuleerd. In het kader van zijn toezichtrol inzake financiële verslaggeving volgt het auditcomité de kwaliteit en betrouwbaarheid van de boekhoudkundige verwerking en de financiële rapportering op, onder meer aan de hand van de bespreking van de kwartaalrapporteringen. Daarbij wordt aandacht besteed aan belangrijke evoluties, afwijkingen en risico’s in de financiële cijfers.
Interne audit
Aquafin heeft een interne auditdienst die werkt volgens de normen van het Institute of Internal Auditors en in 2024 werd onderworpen aan een externe kwaliteitstoetsing. Interne Audit levert onafhankelijke analyses, evaluaties, aanbevelingen, advies en informatie aan zowel het auditcomité als aan de directie van Aquafin. De uitgevoerde auditwerkzaamheden bieden een redelijke garantie op de doeltreffendheid van interne controles in de verschillende onderzochte processen en activiteiten. Interne Audit rapporteert rechtstreeks aan de voorzitter van het auditcomité, wat de onafhankelijkheid en transparantie van de functie waarborgt.
BDO Bedrijfsrevisoren werd door de Algemene Vergadering aangesteld als commissaris voor de controle van Aquafin. De commissaris geeft een onafhankelijk oordeel over de statutaire jaarrekening van het volledige boekjaar en voert een beperkte controle uit over de halfjaarlijkse tussentijdse verkorte financiële rekening. Daarnaast controleren zij belangrijke wijzigingen van de boekhoudprincipes en evalueren ze de belangrijkste interne controles van de processen die worden gebruikt bij de opstelling van de financiële rekeningen.
Algemeen
Na advies van het benoemings- en remuneratiecomité legt de raad van bestuur het loonbeleid vast voor het directieteam. Doel van dit beleid is het aantrekken, behouden en motiveren van directieleden met de juiste competenties. De omvang van de vergoeding houdt rekening met de individuele taken en verantwoordelijkheden van de leden van het directieteam.
Belangrijkste kenmerken van incentive regelingen
De vergoeding van bestuursleden en leden van de comités is gekoppeld aan hun aanwezigheid tijdens vergaderingen. Voor directieleden bestaat de verloning uit een vast en een variabel deel. Wat betreft het variabele deel analyseert de raad van bestuur de prestaties van het directieteam.
Integratie van duurzaamheidsindicatoren in beloningsbeleid
[ GOV-2 ]
Duurzaamheidsdoelstellingen en belangrijke prestatie-indicatoren (KPI’s) zijn geïntegreerd in de bedrijfsdoelstellingen en jaarlijkse doelen van Aquafin. Het interne controlesysteem van Aquafin zorgt voor transparante en duidelijke rapportage over prestaties ten opzichte van duurzaamheidsdoelstellingen die door de Vlaamse overheid zijn vastgesteld. Dit systeem volgt het drie-lijnenmodel voor effectieve monitoring en rapportage van prestatiestatistieken.
Beoordeling directieteam
De prestaties van het directieteam worden eenmaal per jaar in aanwezigheid van de Algemeen Directeur beoordeeld. De beoordeling van de Algemeen Directeur gebeurt in zijn afwezigheid. Het benoemings- en remuneratiecomité volgt de hele procedure nauwgezet.
Voor het bepalen van de variabele beloning werd naar gewoonte het functioneren van
de directie als geheel geanalyseerd, zowel op basis van een scorecard als op basis van een 5-tal collectieve doelstellingen. De scorecard bestaat uit een vaste set aan KPI’s die betrekking hebben op de operationele werking (bv. zuiveringsresultaten), de financiële resultaten, veiligheid, innovatie en business development. De collectieve doelstellingen worden elk jaar opnieuw vastgelegd (bv. Succesvolle GO-LIVE SAP).
De verdeling van het totaalbedrag aan variabele beloning over de directieleden gebeurt op basis van een algemene, discretionaire beoordeling door het BRC van elk directielid. Belangrijk hierbij zijn algemene performantie, interne en externe impact en de governance van de eigen directie. Zowel in de collectieve als in de individuele doelstellingen voor het directiecomité werd duurzaamheidsdoelstellingen impliciet en expliciet geïntegreerd en zo vertaald in het verloningsbeleid.
Binnen het vergoedingmodel van Aquafin voor haar bestuurders is er een jaarlijks forfait
voorzien voor het bijwonen van de vergaderingen van de raad van bestuur. Voor bestuurders bedraagt deze forfait 6.500 euro en voor de voorzitter 13.000 euro. De vergoeding wordt betaald op voorwaarde dat minstens twee derde van het totaal aantal vergaderingen werden bijgewoond, uitgezonderd situaties van overmacht.
Daarnaast wordt er een vergoeding uitgekeerd per vergadering van het auditcomité en het benoemings- en remuneratiecomité ten bedrage van 380 euro voor de voorzitters en van 320 euro voor de leden van deze comités.
Totale vergoeding 2025 (euro)
Koen Anciaux (V) 15.880
Jochen Bultinck (V) 8.020
Caroline Craenhals 8.100
Katrien Desomer 2.320
Renaat De Sutter 8.100
Nathalie Heremans 7.460
Dirk Lybaert (V) 8.400
Kris Peeters 7.460
Ingrid Vandepitte 5.460
Jozef Wittouck 8.100
Directieteam
De totale bruto-verloning die over 2025 aan de leden van het directieteam werd toegekend, bedraagt:
basissalaris: 1.645.777,62 euro
variabel deel: 314.600 euro pensioenrechten: 355.148,49 euro andere vergoedingsbestanddelen: 194.099,15 euro
Totaal 80.221 ((V) = voorzitter)
De variabele verloning over het boekjaar 2025 zal in 2026 worden toegevoegd aan de groepsverzekering.
Met voorgaande fundamenten heeft Aquafin een robuuste controleomgeving die de organisatie in staat stelt om zijn doelstellingen te realiseren, wet- en regelgeving na te leven, en efficiënt en verantwoordelijk te opereren. Aquafin stelt haar structuren regelmatig in vraag om zo mee te evolueren met de interne en maatschappelijke noden en vereisten. De combinatie van een sterke bedrijfscultuur, focus op integriteit, betrouwbare bedrijfsvoering en een gedegen risicobeheer vormt de basis voor het risicobeheer en de interne controlesystemen van Aquafin.
Dit verslag weerspiegelt de voortdurende inspanningen van Aquafin om een solide en verantwoord corporate governance-beleid te voeren, in lijn met de verwachtingen van haar stakeholders en de maatschappelijke opdracht die zij vervult, gedreven door een intrinsiek duurzame missie en opdracht.
Onderstaande informatie is terug te vinden elders in dit jaarverslag:
DR datapunt pagina
GOV-1 De rol van bestuur en management in duurzaamheid 43

GOV-2 Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen 50
GOV-4 Risicobeheer en interne controles 48
SBM-1 Strategie, business model en waardeketen 8
[ BP-1 ]
Deze duurzaamheidsverklaring heeft betrekking op de activiteiten van Aquafin en in beperkte mate op de upstream- en downstream
waardeketen. Wel werden impact, risico’s en kansen mee in overweging genomen bij de dubbele materialiteitsanalyse.
Aangezien het jaarverslag niet de financiële resultaten van de dochterbedrijven Aquaplus en Aqcelerator consolideert, wordt ook de duurzaamheidsinformatie ervan niet mee opgenomen. Beide bedrijven leggen een eigen jaarrekening neer.
We baseren ons voor deze duurzaamheidsverklaring op de feedback op ons vorig en eerste duurzaamheidsrapport en op de voorlopige versies van de vereenvoudigde CSRD, die voor ons van toepassing wordt vanaf boekjaar 2027. De inhoud van deze duurzaamheidsverklaring werd dan ook nog niet onderworpen aan een nazicht door de revisor.
Bij de dubbele materialiteitsanalyse en de opmaak van het rapport hebben we de tijdshorizonten toegepast zoals bepaald in ESRS 1:
Korte termijn: 1 jaar
Middellange termijn: 5 jaar
Lange termijn: meer dan 5 jaar

[ BP-2 ]
Aangezien ESRS E4 Biodiversiteit en ecosystemen en ESRS S2 Medewerkers in de waardeketen uit onze dubbele materialiteitsanalyse als materieel kwamen, rapporteren wij erover in dit verslag. ESRS S3 Getroffen gemeenschappen en ESRS S4 Consumenten en eindgebruikers werden in onze huidige dubbele materialiteitsanalyse niet als materieel aangeduid.
We zijn ons ervan bewust dat de gegevens in dit rapport nog niet volledig zijn en werken actief aan zowel de kwantiteit als de kwaliteit van de data voor toekomstige rapporteringen.
[ GOV-3 ]
Dubbele materialiteitsbenadering en impactprioritering
We werken in deze duurzaamheidsverklaring met een dubbele materialiteitsbenadering. Deze benadering helpt bij het prioriteren van significante impactdomeinen en resulteert in de DMA-matrix.
Consultaties met stakeholders en ontwikkeling van de materialiteitsindex
Ter voorbereiding op de naleving van de CSRD heeft Aquafin consultaties met stakeholders uitgevoerd om een materialiteitsindex te ontwikkelen en ESG-doelstellingen vast te stellen.
Kernelementen van due diligence Alinea’s in de duurzaamheidsverklaring
Due diligence integreren in governance, strategie en businessmodel
Getroffen stakeholders betrekken bij alle belangrijke stappen van due diligence
Negatieve impacts in kaart brengen en beoordelen
Maatregelen nemen om die negatieve impacts aan te pakken
De effectiviteit van deze inspanningen monitoren en daarover communiceren
• Rol van bestuur en management in duurzaamheid – GOV-1
• Integratie van duurzaamheidsprestaties in beloningsregelingen – GOV-2
• Interactie van IRO’s met strategie en business model – SBM-3
• Belangen en opvattingen van stakeholders – SBM-2
• Betrekken eigen medewerkers en hun vertegenwoordigers – S1-2
• Betrekken medewerkers in de waardeketen – S2-2
• Processen om materiële IRO’s in kaart te brengen en te analyseren –IRO-1
• Acties en middelen voor materiële thema’s: E1-5, E2-2, E3-2, E4-3, E5-2, S1-3, S2-3 en G1-2
• Risicobeheer en interne controles – GOV-4
• Rapportering over resultaten onder E1, E2, E3, E4, E5, S1, S2 en G1
[ SBM-2 ]
We bevroegen onze stakeholders over de positieve en negatieve impact die we als onderneming volgens hen hebben of kunnen hebben. We betrokken zowel interne medewerkers als externe stakeholders zoals technische partners, lokale besturen, partnerbedrijven en overheidsinstanties. De dialoog werd gestructureerd georganiseerd met een kwantitatieve bevraging via online enquête en meerdere deep dive gesprekken.
Als basis gebruikten we op dat moment de Sustainable Development Goals (SDG).
Daarna zetten we de thema’s uit de stakeholderbevraging om naar de thema’s van de richtlijnen in de CSRD (ESRS: European Sustainability Reporting Standards).
Vervolgens voerden we de dubbele materialiteitsanalyse (DMA) uit op basis van een beoordeling van de materiële risico’s en opportuniteiten door een beperkte vertegenwoordiging van het kernteam Corporate Sustainability en de directeur Finance & Procurement. Deze oefening
S4 | Consumers and end-users G1 | Business Conduct
| Climate Change
| Pollution of water
| Biodiversity & Ecosystems
Financiêle materialiteit
| Circular Economy
resulteerde in bovenstaande materialiteitsmatrix, die werd toegelicht aan de raad van bestuur en in de hele organisatie.
Hoewel alle thema’s van belang zijn voor Aquafin, beslisten we om ons in het duur-
zaamheidsrapport te beperken tot de materiële thema’s E1, E2 (m.u.v. luchtvervuiling, wat niet materieel is), E3, E4, E5, S1, S2 (beperkt tot onze technische partners) en G1.
Aquafin heeft met de meeste stakeholdergroepen periodiek overleg waarbij de duurzaamheidsthema’s geregeld aan bod komen. In 2026 raadplegen we onze stakeholders opnieuw in het kader van de dubbele materialiteitsmatrix.
[ SBM 3 ]
Wie ‘Aquafin’ zegt, denkt ‘water’. Onze ambitie ‘propere waterlopen voor de volgende generaties en een leefomgeving in harmonie met water’ legt meteen de link met de positieve impact die we genereren voor oppervlaktewater en klimaatadaptatie. Rechtstreeks verbonden met onze activiteiten zijn zowel extra positieve impact op het vlak van biodiversiteit en ecosystemen als negatieve impact door broeikasgasemissies in de bedrijfsvoering en in de waardeketen. Tegelijk benutten we onze activiteiten en infrastructuur maximaal om er nieuwe kansen mee te ontwikkelen. Zo winnen we warmte uit de riool voor het verwarmen en koelen van gebouwen (riothermie) en recupereren we energie en grondstoffen uit het zuiveringsproces en zijn reststromen. Ook het gezuiverde afvalwater zelf bieden we als ‘common good’ aan via ons digitale platform AquaMarkt, net als het potentieel voor riothermie en hergebruik van gebufferd regenwater. De common goods zelf zijn geen bron van inkomsten, omdat ze iedereen en niemand toebehoren. Wel ontwikkelen we nieuwe business
cases rond het faciliteren van de beschikbaarheid van deze common goods. De opbrengsten hiervan investeren we opnieuw in innovatie.
Via zowel kwantitatieve als kwalitatieve bevraging hebben we onze stakeholders geconsulteerd over de impacts, risico’s en opportuniteiten voor Aquafin van de verschillende ESG-thema’s. Deze waren gekoppeld aan de SDG’s, nadien maakten we de koppeling met de ESRS-thema’s. We vroegen hen in de kwantitatieve bevraging om de impact (inside-out) te scoren op een schaal van 0 tot 10. Via open vragen en in de deep dive gesprekken gingen we dieper in op de risico’s en opportuniteiten.
Consultatie van stakeholders en betrokkenheid van externe experts
De stakeholders die we raadpleegden voor onze DMA hebben we bepaald door middel
van mapping. In totaal beantwoordden 317 respondenten de enquête, wat we als representatief beschouwen. Vervolgens namen een 30-tal stakeholders deel aan een deep dive gesprek waarbij we dieper ingingen op de resultaten van de enquête en op mogelijke risico’s en opportuniteiten. We raadpleegden daarna nog een 8-tal externe experts om bredere milieu- en sociale impacten te begrijpen en nieuwe inzichten te verwerven over potentiële kansen om onze positieve impact te vergroten.
Prioritering van negatieve en positieve impacten
Negatieve impacten worden geprioriteerd op basis van ernst en waarschijnlijkheid. Positieve impacten worden geprioriteerd op schaal, reikwijdte en waarschijnlijkheid.
Wijzigingen en toekomstige herzieningen van het materialiteitsbeoordelingsproces
Aquafin heeft in september 2022 een materialiteitsbeoordeling uitgevoerd, in samenwerking met Route 2030. In februari 2024 werd een herziening van de materialiteitsmatrix uitgevoerd in samenwerking met een consultant, waarbij voornamelijk werd bijgestuurd op het vlak van risico’s en opportuni-
teiten. We zijn er ons van bewust dat impact, risico’s en opportuniteiten kunnen evolueren in de tijd en dat ze jaarlijks opnieuw kritisch moeten bekeken worden.
[
ESRS 2 | IRO-2 ]
De rapportering is het meest uitgebreid voor ESRS E1, met de focus op klimaatverandering, ESRS S1, met betrekking tot de eigen werknemers en ESRS G1. Voor de overige materiële milieuthema’s beperken we ons tot de informatie die relevant en beschikbaar is gezien onze specifieke bedrijfsactiviteiten. Daarom verwijzen we in de rapportering van deze thema’s ook vaak naar ons algemene activiteitenverslag elders in dit jaarverslag. Voor wat betreft ESRS S2, werknemers in de waardeketen, beperken we ons in dit verslag tot deze werknemers die rechtstreeks op en aan onze infrastructuur werken.
2
E4 Biodiversiteit en ecosystemen


Onderstaande informatie is terug te vinden elders in dit jaarverslag:
DR Datapunt pagina
E1-1 Transitieplan voor klimaatmitigatie: road to zero carbon 12
Beschrijving
Klimaatmitigatie & energie
We vergroenen het aardgasnet door productie en injectie van biomethaan Positieve impact
We bieden riothermie aan als alternatieve bron voor warmte/koeling Positieve impact
CO2 -beprijzing kan een aanzienlijke financiële impact hebben op riolerings- en zuiveringsprojecten
Risico
‘Hard to abate’ uitstoot van procesemissies uit de waterzuivering Negatieve impact
Stijgende investeringen nodig i.f.v. energie-efficiëntie en omslag naar hernieuwbare energietoepassingen
Productie van hernieuwbare energie levert economische meerwaarde en lange termijn prijsstabiliteit
Klimaatadaptatie
Risico
Opportuniteit
We implementeren blauwgroene, adaptieve maatregelen in de publieke ruimte Positieve impact
Meer overstortwerking door veranderend neerslagpatroon Negatieve impact
Investeringen om onze infrastructuur te beschermen tegen de gevolgen van de klimaatverandering
Risico
Onze expertise rond klimaatrobuuste inrichting van de publieke ruimte Opportuniteit
[E1-2 ]
Energie Stijgende investeringen nodig i.f.v. energie-efficiëntie en omslag naar hernieuwbare energietoepassingen
Impact van CO2-beprijzing op kostprijs rioleringsen zuiveringsprojecten
Klimaatadaptatie Noodzakelijke investeringen om onze infrastructuur te beschermen tegen een veranderend weerpatroon
Transitierisico’s
Binnen het Corporate Sustainability-kader van Aquafin is er een specifieke stuurgroep die werkt aan klimaatneutraliteit, waarbij de energiemanager van het bedrijf verantwoordelijk is voor de activiteiten. De energiemanager werkt nauw samen met andere afdelingen zoals Projectmanagement en Procurement om in dialoog te gaan met partners, incentives te verwerken in aankoopprocessen en het opzetten van pilootprojecten voor emissiereducties. Vanuit de afdelingen Innovatie, R&D en Proces Engineering worden
Transitierisico
[ E1-3 ]
nieuwe technologieën aan deze stuurgroep voorgesteld en geëvalueerd. Ook de operationele directie is vertegenwoordigd om het nodige draagvlak voor de nieuwe initiatieven op te bouwen. Een afzonderlijke werkgroep bestaande uit experts van verschillende afdelingen actualiseert continu de aanpak van de Aquafin CO2-voetafdruk.
Aquafin werkt aan een weerbaarheidsplan voor welbepaalde risico’s, dat eveneens invulling geeft aan de Europese richtlijn 2022/2557 (EU), de zogenaamde CER-richtlijn. Of en welke rioolwaterzuiveringsinfrastructuur als kritieke installaties moeten beschouwd worden, onderzoekt de Vlaamse Milieumaatschappij. Intussen definieerden we zelf de grootste risico’s met een impact op de werking van onze infrastructuur, waaronder de risico’s veroorzaakt door de klimaatverandering. Overstroming van de infrastructuur is het grootste risico. Wanneer elektrische installaties onder water komen, valt de stroom uit. In dat geval vallen pompen en de zuiveringsinstallatie uit en kan er wateroverlast optreden of belandt ongezuiverd afvalwater rechtstreeks in de waterloop. Kritische pompstations, waar een uitval al snel tot wateroverlast leidt, zijn al voorzien van noodgroepen.
Ook de infrastructuur zelf kan grote schade oplopen door wateroverlast. Brand door blikseminslag en verzakking van kritische leidingen door abnormale droogte zijn twee andere belangrijke risico’s.
Naast de veerkrachtanalyse van onze eigen infrastructuur brengen we de risico’s in kaart
van verstoringen in onze toeleveringsketen. Hier beperken we ons tot de leveringen van chemicaliën voor het waterzuiveringsproces, omdat ze noodzakelijk zijn voor het behalen van de zuiveringsnormen.
In de loop van 2026 werken we verder aan het weerbaarheidsplan en actualiseren we ons noodplan met de nieuwe inzichten.
[ E1-4 ]
Onze road to zero carbon zoals beschreven in E1-1 is tegelijk ons transitieplan en ons beleid wat betreft klimaatmitigatie. Deze strategie wordt driejaarlijks opnieuw geëvalueerd en bijgestuurd om in lijn te blijven met de evoluerende uitdagingen en om in te spelen op eventuele nieuwe kansen. De road to zero carbon stelt geen specifieke streefdatum vast voor het bereiken van absolute of netto klimaatneutraliteit, maar heeft een tijdshorizon vastgesteld voor het behalen van concrete reductiedoelstellingen tegen 2030, met bredere acties gedefinieerd voor reducties na 2030.
Wat klimaatadaptatie van onze eigen infrastructuur betreft, worden in het weerbaarheidsplan (E1-3) scenario’s uitgewerkt met daaraan gekoppeld maatregelen. Daarnaast is het onze ambitie om in belangrijke mate bij te dragen aan een klimaatbestendig Vlaanderen, wat betekent dat we adviezen leveren en projecten uitvoeren voor klimaatadaptatie van de publieke ruimte. Hoe we dat concreet aanpakken, kan je lezen onder E3 – Water en mariene hulpbronnen en hoger in dit jaarverslag onder Impact vergroten met onze klanten en partners (p. 32 →).
2 – De belangrijkste impacts worden besproken op de stuurgroep klimaatmitigatie, die ook acties bepaalt.
3 – In de betrokken diensten worden budgetten gereserveerd voor de geselecteerde acties.
4 – De stuurgroep stuurt de acties bij in geval van wijziging van omstandigheden, wetgeving of budgetten.
De reducties in broeikasgasemissies binnen scope 1 en scope 2 zullen volgens deze planning behaald worden:
Een verbeterd procesinzicht en innovatieve technologieën helpen ons om methaan- en lachgasemissies uit afvalwaterzuivering te verminderen. Eind 2025 startte onze R&Dafdeling met metingen op verschillende assets (riolering, waterzuivering, slibverwerking), o.a. met drones die voorzien werden van de nodige meetapparatuur. Dit onderzoek wordt aangevuld met modellering en moet de komende jaren meer inzicht geven in hotspots van procesemissies en mogelijke remediërende acties.
[ E1-5 | E1-6 ]
In E1-1 (p. 12 →) worden de belangrijkste acties voor de drie pijlers van onze road to zero carbon de komende jaren opgenoemd.
De acties worden gedefinieerd volgens deze methodologie:
1 – Kwantificatie van de broeikasgasemissies.
Fossielvrij:
elektriciteit 40% eigen groene productie uitrol biomethaan
Dit betekent voornamelijk de vervanging van drie gasgestookte drogers door twee nieuwe slibdrogers op restwarmte.
SMV: Slibmonoverwerker
In onze processen gaan we continu op zoek naar manieren om de energie-efficiëntie te verhogen, bijvoorbeeld door nieuwe types automatische sturingen die almaar preciezer het energieverbruik afstemmen op het beoogde zuiveringsresultaat of door sturingen om het energieverbruik preferentieel af te stemmen op momenten waarop de eigen site zonne-energie op overschot heeft of waarop het meeste stroom beschikbaar is op het elektriciteitsnet. Lees meer onder ‘Energiebesparingen infrastructuur’ op p. 22 →.
Methodologieën en hulpmiddelen voor emissiemeting en rapportage
We houden ons aan het GHG-protocol voor onze broeikasgasemissie-inventaris en maken gebruik van de Carbon+Alt+Delete

software om de impact van emissiereductieinitiatieven te meten. We gebruiken zowel activiteit-gebaseerde als uitgaven-gebaseerde beoordelingen om emissies over alle scopes te kwantificeren. Momenteel richten we ons op de overstap van secundaire naar primaire emissiefactoren en naar een meer activiteitgebaseerde inventaris.
De inventaris van broeikasgasemissies omvat directe metingen en beoordelingen van het fossiele koolstofgehalte in afvalwater. De emissies worden jaarlijks gerapporteerd. We doen voortdurend onderzoek om methodologieën te verfijnen en aan te passen aan veranderende emissiefactoren en normen.
In 2025 hebben we deze methodologie vertaald van bedrijfsniveau naar projectniveau. Hierdoor kunnen we voor elke individueel waterzuiveringsproject berekenen wat de broeikasgasuitstoot zal zijn, zowel tijdens uitvoeringsfase als tijdens operationele fase. Dit laat ons toe om in de toekomst bij scenario-analyses ook de koolstofvoetafdruk in rekening te brengen.
Energie-efficiëntie en hernieuwbare energiedoelstellingen
Sinds 2010 slagen we erin om de energieefficiëntie van rioolwaterzuiveringsinstallaties elk jaar gemiddeld met minstens 1%
te verbeteren. Sinds 2018 heeft Aquafin 19.500 kWp aan zonne-energiecapaciteit geïnstalleerd op 55 rioolwaterzuiveringsinstallaties, waarvan 8 installaties met een totale capaciteit van 1.582 kWp in 2025 werden in dienst genomen. Bijna alle beschikbare ruimtes voor zonnepanelen zijn intussen benut. We bekijken tegelijk mogelijkheden om zonnepanelen buiten onze percelen in te koppelen.
Ondertussen verkennen we op verschillende locaties het potentieel van windenergie.
In 2025 werd een stroomafnameovereenkomst afgesloten voor de inkoppeling van een nieuwe windturbine op onze RWZI Brugge, goed voor een jaarlijkse productie van meer dan 11.000 MWh. Ook op een aantal andere sites, waaronder RWZI Aalst, lopen trajecten met projectonwikkelaars om windturbines rechtstreeks in te koppelen op onze zuiveringen. Tegelijk worden opportuniteiten voor stroomafnamecontracten met windturbines buiten onze sites actief verkend. Zo start in 2026 een stroomafnameovereenkomst met Luminus, waardoor er jaarlijks 21.000 MWh aan lokaal geproduceerde windenergie aan de mix wordt toegevoegd. Op deze manier zal vanaf 2026 tot 15% van de verbruikte elektriciteit van eigen hernieuwbare oorsprong zijn.
Fossielvrije bedrijfsvoering
Aquafin streeft naar een fossielvrije bedrijfsvoering tegen 2030. Fossielvrije bedrijfsvoering bestaat uit drie hoofdcomponenten voor onze organisatie. In de eerste plaats wordt het eigen transport – van bedrijfsauto’s tot bestelwagens en onderhoudsvrachtwagens – geëlektrificeerd. Op dit moment zijn alle nieuwe diensten functievoertuigen en bestelwagens batterijelektrische voertuigen. In 2023 namen we de eerste vrachtwagen voor onderhoud op groen gas in gebruik. In 2025 werd de vervanging van een kwart van ons vrachtwagenpark door volledig elektrische voertuigen aanbesteed.
Daarnaast moeten de verwarming en koeling van onze gebouwen afgekoppeld worden van fossiele brandstoffen. De verwarming en koeling van de hoofdzetel draait sinds de renovatie in 2021 volledig op gerecupereerde energie uit de riool (riothermie). Voor dienstgebouwen is een renovatieplan lopende dat voorziet in fossielvrije bedrijfsvoering.
Tot slot, en goed voor meer dan 90% van het fossiele brandstofverbruik, is de overstap naar slibdroging op restwarmte ingezet.
Eind 2024 startte de bouw van twee nieuwe slibdrogers ter vervanging van de drie huidige aardgasgestookte installaties. Wanneer ze tegen 2027 operationeel zijn zal een gasverbruik van ongeveer 60 GWh
per jaar vervangen zijn door de inzet van restwarmte uit afvalverbranding.
Voor het organisatie-brede onderzoek naar de klimaatimpact van onze activiteiten, en het in kaart brengen van de procesemissies specifiek gerelateerd aan het rioleringsstelsel, de waterzuivering en de slibverwerking is doorheen de jaren de nodige expertise opgebouwd binnen de R&D-afdeling, en zijn hiervoor ook de komende jaren de nodige middelen voorzien.
Energie-optimalisaties en hernieuwbare energie worden gefinancierd vanuit een rollend Energiefonds, waarbij energiebesparingen middelen genereren voor nieuwe investeringen.
Voor strategische, langetermijnprojecten met ingrijpende impact op de volledige organisatie zoals de omschakeling naar slibdroging op restwarmte en de bouw van een state-of-the-art slibeindverwerking met energierecuperatie zijn afzonderlijke budgetten voorzien in de langetermijnbudgettering van Aquafin. Andere maatregelen, zoals elektrificatie van de vloot, worden opgevangen binnen de reguliere budgetten van de respectievelijke afdelingen.
[ E1-7 ]
1 Brandstofverbruik uit kolen en kolenproducten (MWh)
2 Brandstofverbruik uit ruwe olie
5 Verbruik ingekochte of verworven elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit fossiele bronnen (MWh)
Verbruik

[ E1-8 ]
Gebruikte methodologie
Aquafin aligneert zicht met het GHG Protocol voor het berekenen en meten van broeikasgasemissies (GHG) om consistentie en transparantie in emissierapportage te waarborgen. De gebruikte methodologie wordt regelmatig bijgewerkt om nieuwe inzichten en veranderingen in emissiefactoren en standaarden te verwerken. Voor het inventarisatieproces van GHG-emissies maken we gebruik van de Carbon+Alt+Delete software. Voor de berekeningen worden zowel primaire als secundaire emissiefactoren gebruikt. Secundaire emissiefactoren komen uit bronnen zoals de IPCC-richtlijnen voor nationale GHG-inventarissen, EcoInvent, het Europees Energieagentschap (voor elektriciteit) en ExioBase (voor uitgaven-gebaseerde berekeningen). Emissies worden uitgedrukt in global warming potentieel over 100 jaar, relatief aan CO₂ (GWP100, CO₂e), met metrics uit het laatste IPCC-beoordelingsrapport (AR6).
Scope 1 GHG Emissies
De rapportage van Scope 1 GHG-emissies omvat de directe impact van Aquafin op klimaatverandering en het aandeel van de totale GHG-emissies dat onder emissiehandelssystemen valt. De emissies worden uitgedrukt in metrische tonnen CO2eq.
Scope 2 GHG Emissies
Aquafin kiest expliciet voor een locatiegebaseerde beoordeling van Scope 2emissies, ondanks de aankoop van elektriciteit onder Garanties van Oorsprong sinds 2018.
De totale elektriciteitsconsumptie van Aquafin wordt gedekt door deze garanties.
De rapportage van Scope 3-emissies omvat zowel downstream als upstream indirecte emissies door de gehele waardeketen.
Emissies van partnerondernemingen, joint ventures en niet-geconsolideerde dochterondernemingen worden uitgesloten vanwege
hun immateriële financiële en koolstofimpact. De rapportage dekt alle bovengemeentelijke activiteiten om een uitgebreide dekking van indirecte emissies binnen hun broeikasgasinventaris te waarborgen. Aquafin gebruikt zowel activiteit-gebaseerde als uitgavengebaseerde methoden om Scope 3-emissies te schatten. Activiteit-gebaseerde berekeningen zijn gebaseerd op specifieke gegevens, zoals de massa van aangekochte chemicaliën en uitbesteed slibtransport. Uitgaven-gebaseerde berekeningen zijn gebaseerd op financiële uitgaven aan goederen of diensten. Aquafin is bezig met de overgang naar meer activiteit-gebaseerde methoden om de nauwkeurigheid van emissierapportage te verbeteren en werkt aan het verhogen van het gebruik van primaire emissiefactoren om de precisie van hun emissiegegevens te verbeteren.
De totale GHG-emissies van Aquafin zijn de som van Scope 1, 2 en 3 GHG-emissies. Deze rapportage biedt een algemeen inzicht in de GHG-emissies van de onderneming en of deze voortkomen uit de eigen activiteiten of de upstream en downstream waardeketen.
Bruto scope 1-emissies (ton CO2-eq)
Bruto locatiegebaseerde scope 2-emissies (ton CO2-eq)
Bruto marktgebaseerde scope
(tonCO2-eq)
Door de implementatie van een nieuw ERP-systeem was het niet mogelijk om voor 2025 een berekening van scope 3 emissies en GHG emissie intensiteit te maken die aansluit bij de gebruikte methodiek voor 2024. Voor het volgende rapport maken we werk van een aangepaste methodiek.


IMPACT
MAKERS
‘Uiteraard wachten we niet tot 2030 om al maatregelen te nemen. ’
BART SAERENS Studieverantwoordelijke R&D
“Samen met mijn R&D-collega’s breng ik door middel van metingen de broeikasgasemissies op onze infrastructuur in beeld. Dat is niet zo eenvoudig, onder meer omdat de emissies heel variabel kunnen zijn in de tijd. Voor lachgas weten we bijvoorbeeld dat ze variëren naargelang het seizoen en de emissies van methaan in de riolering vertonen vaak korte pieken. Verder kunnen metingen van één RWZI niet zomaar geëxtrapoleerd worden naar een andere. Dat geldt ook voor de riolering: er zijn veel factoren van invloed: is het een gemengd of een gescheiden stelsel, zijn er septische putten, uit welk materiaal bestaat de buis, …
Lachgasemissies meten we met een floating hood waaronder de broeikasgassen afgevangen worden. Voor de meting van methaanemissies gebruiken we een drone die uitgerust is met sensoren. Tegen 2030 willen we een goed beeld hebben van onze emissies zodat we volop kunnen inzetten op mitigatie. Uiteraard wachten we niet tot dan om al maatregelen te nemen. Zo bekijken we nu al samen met onze procestechnologen wat we kunnen bereiken met een aanpassing van de beluchtingssturing.
Internationaal groeit de kennis over emissies bij afvalwaterzuivering snel, maar er blijven nog belangrijke lacunes. Met onze metingen kunnen we een betekenisvolle bijdrage leveren aan de wetenschappelijke en praktijkgerichte vooruitgang op dat vlak. Zo werd ons onderzoek naar de invloed van koolstofbron op lachgasemissies opgepikt en toegepast in Denemarken en zijn we actief in de praktijkleergroepen methaan en lachgas bij onze noorderburen.”
[ E1-9 ]
Aquafin maakt geen gebruik van carbon removals en carbon credits. We geven de voorkeur aan directe reductiestrategieën in plaats van compensatiemethoden zodat we de emissies rechtstreeks in onze bedrijfsvoering en waardeketen verminderen.
[ E1-10 ]
In een onderzoeks- en innovatiecontext verkenden we de mogelijkheden van carbon pricing voor toekomstige projecten, maar we pasten het principe ook al toe in enkele aankoopprocedures en investeringsprojecten. We noemen deze methodologie intern TCO2, ofwel Total Cost of Ownership met een compensatie van 100 euro/ton CO2eq als referentie-eenheidskost. Hoewel het nog geen algemeen toegepast beleid is, gebruiken we
deze methodologie steeds vaker. Een voorbeeld hiervan is de aankoop van koolstofbron die we doseren in het biologische zuiveringsproces. We stelden grote verschillen vast in de lachgasemissies bij gebruik van verschillende producten en pasten daarom de TCO2 toe in de aankoopprocedure. Ook in de besluitvorming rond de overstap naar slibdrogers op restwarmte in plaats van op aardgas, was de toekomstige ETS2-koolstofbeprijzing een belangrijke factor.
Beoogde financiële effecten van materiële fysieke en transitierisico’s en potentiële klimaatkansen [
E1-11 ]
Het inzamelen en zuiveren van huishoudelijk afvalwater gebeurt met energie-intensieve processen, waardoor Aquafin een grootverbruiker is in Vlaanderen. Dankzij de vele acties en maatregelen slagen we erin om ons energieverbruik elk jaar verder te optimaliseren en zo ook onze carbon footprint onder controle te houden. Zoals vermeld onder E1-5 en E1-6 bij Financiering van de maatregelen, worden

de grote investeringen voor een fossielvrije bedrijfsvoering (slibdrogers en slibmonoverwerker) gefinancierd met middelen buiten het reguliere werkingsbudget.
Naast klimaatmitigatie zorgt ook klimaatadaptatie ervoor dat de klimaatverandering een materieel thema is voor Aquafin. Op dit moment hebben we nog geen klimaat-
impactanalyse uitgevoerd waarbij de financiele effecten voor activa en bedrijfsactiviteiten die materieel fysiek risico lopen, werden ingeschat. Wat kansen betreft, is het onze ambitie om inkomsten uit opdrachten voor advies en klimaatrobuuste inrichting van publieke en semi-publieke ruimte verder te laten stijgen.
Onderstaande informatie is terug te vinden elders in dit jaarverslag:
E2-1
Beleid rond verontreiniging
Opdracht voor het Vlaamse Gewest

E2-3
Doelstellingen
m.b.t. verontreiniging
Opdracht voor het Vlaamse Gewest
19 e.v.
20 e.v.
Het is de hoofdopdracht van Aquafin om het huishoudelijke afvalwater in Vlaanderen te verzamelen en te zuiveren tot het proper genoeg is om het te lozen in oppervlaktewater en zo verontreiniging van beken en rivieren tegen te gaan. We vermijden hiermee dat afvalwater rechtstreeks in beken en rivieren terechtkomt en creëren op deze manier een uitgesproken positieve impact. Het thema Verontreiniging is voor Aquafin daarom vooral materieel in positieve zin. Toch kan via onze infrastructuur ook een bepaalde vorm van verontreiniging ontstaan. Ten eerste omdat onze rioolwaterzuiveringsinstallaties niet ontworpen zijn om ook micropolluenten te verwijderen, iets wat de nieuwe Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater in de toekomst verplicht voor de grote installaties en de kleinere installatie in risicogebied. En ten tweede omdat er tijdens het transport van afvalwater verontreiniging van oppervlaktewater kan optreden door bijvoorbeeld overstortwerking of door illegale lozingen door derden. We beperken ons in dit rapport dan ook tot de relevante datapunten die betrekking hebben op water en bodem.
beschrijving IRO
Water
We zuiveren het huishoudelijke afvalwater zodat het veilig de natuur in kan
Strengere zuiveringsnormen vragen hogere dosering van toeslagstoffen
Bij overstortwerking komt er ongezuiverd afvalwater in de waterloop terecht
97% van alle microplastics die op een RWZI binnenkomen, worden tegengehouden in het zuiveringsproces
Verstrengde Europese wetgeving vraagt uitbreiding van de waterzuivering
Bodem
Mogelijk noodzakelijke
verwijdering van PFAS en andere emerging pollutants bij rioleringswerken
Positieve impact
Risico
Negatieve impact
Positieve impact
Risico
Risico

[ E2-2 ]
Infrastructuur voor waterzuivering en proces
Aquafin bouwt, beheert en exploiteert de bovengemeentelijke infrastructuur voor rioolwaterzuivering in Vlaanderen. We doen dit ook voor ruim de helft van de Vlaamse steden en gemeenten, meestal binnen een samenwerking met een drinkwaterbedrijf. Voor de uitbouw van de infrastructuur gaan we samen met de lokale besturen en rioolbeheerders op zoek naar de projecten die het snelste de meeste ecologische winst opleveren. Meer informatie over de prioritering van projecten is te vinden in het activiteitenverslag op p. 26 →.
Met een doordacht asset management zorgen we ervoor dat de infrastructuur performant blijft en beginnende schade snel wordt opgemerkt. Op die manier trachten we verontreiniging door de uitval van infrastructuur te beperken. Zie p. 21 →.
Op onze rioolwaterzuiveringsinstallaties doorloopt het rioolwater eerst een mechanische zuiveringsstap om grove bestanddelen

te verwijderen. In de daaropvolgende biologische zuiveringsstap nemen micro-organismen opgelost vuil op. Daarnaast verwijderen we op de installaties voor agglomeraties vanaf 2.000 inwonersequivalenten ook stikstof en fosfor uit het afvalwater.
We volgen de kwaliteit van het gezuiverde afvalwater continu op met staalnames en met continue metingen, en sturen bij waar nodig. Om een voldoende hoog verwijderingspercentage te halen, worden chemicaliën toegevoegd zoals koolstofbron, aluminiumchloride of polymeren. We onderzoeken welke impact deze producten hebben op het zuiveringsproces en op de kwaliteit van het gezuiverde afvalwater. Er moeten voldoende baten zijn om
deze stoffen te gebruiken, want ook de kostprijs is een aandachtspunt (zie Commentaar bij de resultatenrekening, p. 116 →).
Lees meer over onze rioolwaterzuiveringsactiviteiten op p. 19 →. De kosten voor de uitbouw en het beheer van de bovengemeentelijke rioolwaterzuiveringsinfrastructuur worden gefactureerd aan de drinkwaterbedrijven, die het op hun beurt doorrekenen aan de consument via de drinkwaterfactuur.
Door een goed onderhoud willen we incidenten met interne oorzaak voorkomen en eventuele incidenten snel aanpakken. We gaan na of inci-
denten te wijten zijn aan onze infrastructuur en nemen de nodige maatregelen om herhaling te voorkomen. Een tijdige detectie, rapportage en aanpak van lozingen door derden, voorkomt vervuiling van water en bodem.
Aquafin reageert snel op vervuilingsincidenten die de bovengemeentelijke zuiveringsinfrastructuur beïnvloeden. We zorgen ervoor dat de verstoring van onze infrastructuur en het milieu tijdens deze incidenten beperkt blijft. Bij vermoedelijke externe lozingen nemen we proactief monsters van inkomend afvalwater en nemen we contact op met mogelijk betrokken bedrijven. We werken samen met gemeentelijke autoriteiten en exploitanten, en met de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) om potentiële vervuilingsbronnen te identificeren. We hebben toegang tot emissiemonitoringsgegevens om preventieve maatregelen tegen vervuiling te vergemakkelijken.
Maatregelen tegen vervuiling van afstromend regenwater
We zien dat er meer en meer aandacht is voor vervuiling van afstromend hemelwater van bijvoorbeeld snelwegen en parkings, en voor vervuiling via overstortwerking. Via onderzoek en innovatie wil Aquafin bijdragen tot het vergroten van de kennis en expertise hierrond. We definieerden hier deze maatregelen voor:
Onderzoek van het potentieel van natuurgebaseerde oplossingen voor waterzuivering (overstorten, hemelwater en afvalwater).
Beheer van RWZI’s en het rioleringsstelsel optimaliseren door digitale oplossingen (smart control, digital twins, …).
— Onderzoeken en uitwerken van de best mogelijke oplossingen om te voldoen aan de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater (ERSA).
In onze dubbele materialiteitsanalyse werd enkel de verontreiniging van water als materieel gedefinieerd, en dan vooral omwille van onze positieve impact hierop. Aquafin produceert zelf geen verontreinigende stoffen of microplastics. We behandelen het binnenkomende afvalwater volgens een grotendeels biologisch proces en voegen enkel toeslagstoffen zoals koolstofbron, ijzerchloride, aluminiumchloride en polyelektrolyten toe om beter de opgelegde normen te behalen.

Onderstaande informatie is terug te vinden elders in dit jaarverslag:
DR datapunt pagina
E3-1 Beleid m.b.t. water 32
E3-2 Beleid m.b.t. water 32
E3-3 Doelstellingen m.b.t. water 32
Aangezien water de essentie is van onze bedrijfsvoering, is het niet meer dan logisch dat we dit thema als materieel beschouwen voor Aquafin. We maken huishoudelijk afvalwater weer schoon genoeg om te lozen in oppervlaktewater en werken in gans Vlaanderen aan een duurzaam waterbeheer. Een groot deel van de invulling van deze rapporteringsvereisten zijn dan ook terug te vinden elders in dit jaarverslag.
beschrijving IRO
Verbeterde waterkwaliteit in waterlopen door zuivering van huishoudelijk afvalwater
In ons water- en omgevingsadvies zetten we in op infiltratie en hergebruik van regenwater
Positieve impact
Opportuniteit
We faciliteren opwaardering en hergebruik van gezuiverd afvalwater
In onze projecten zetten we in op infiltratie en buffering van het hemelwater
In onze projecten bekijken we de mogelijkheid voor hergebruik regenwater
Positieve impact
Positieve impact
Opportuniteit
[ E3-4 ]
Aquafin heeft geen waterintensieve productieprocessen, het verbruik blijft beperkt tot sanitaire en schoonmaakdoelen. Aangezien Vlaanderen volledig als gebied met waterrisico en waterstressgevoeligheid wordt gezien, is hier geen onderscheid in gemaakt.
We zuiveren het huishoudelijke afvalwater dat binnenkomt op onze rioolwaterzuiveringsinstallaties over heel Vlaanderen. In de meeste gevallen gaat het daarna naar een waterloop,
maar we stellen ook gezuiverd afvalwater ter beschikking voor hergebruik. Gezien de specifieke activiteiten van Aquafin, passen we de gevraagde metrics aan met deze voor ons relevante informatie.
Op sommige locaties gebruiken we het gezuiverde afvalwater ook zelf voor laagwaardige toepassingen zoals schoonmaak van tanks. Deze debieten worden niet gemeten en zitten dus niet mee in de cijfers.
Totale hoeveelheid gezuiverd afvalwater ter beschikking gesteld voor hergebruik door derden

[ ESRS E4 ]


[ E4-1 ]
beschrijving IRO
Ecosystemen herstellen door het stijgen van de zuiveringsgraad
In projecten op publiek domein en eigen domein kiezen we voor maximale groenaanplanting met inheemse soorten
Positieve impact
Ecologische schade door overstortwerking is mogelijk
Water- en omgevingsadvies als service voor gemeenten, waarbij we maatregelen stimuleren die de biodiversiteit verbeteren
Ecosystemen herstellen door projecten die zorgen voor een overstortreductie
Positieve impact
Aquafin heeft een interne visie ontwikkeld op het omgaan met biodiversiteit in onze activiteiten. Deze visie speelt in op volgende doelstellingen van het Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework:
— Biodiversiteit overal meenemen in ruimtelijke planning
Effectieve bescherming van soorten en habitats
Risico
Opportuniteit
Positieve impact
Risico’s van invasieve soorten managen
Minimaliseren van de effecten van de klimaatverandering
Herstellen en bevorderen van bijdragen van de natuur aan de mens Uitbreiden van groenblauwe dooradering in stedelijke gebieden
Capaciteitsopbouw en -ontwikkeling van kennis en onderzoek naar biodiversiteit
Toegankelijk maken van best beschikbare informatie en kennis over biodiversiteit
[ E4-2]
Slim omgaan met regenwater is voor Aquafin cruciaal om publieke én private ruimtes klimaatbestendig te maken. We geven daarbij de voorkeur aan blauwgroene maatregelen, die ruimte voor water combineren met ontharding en inrichting met streekeigen groen. Naast de vele andere voordelen van extra natuur, is er de positieve impact op biodiversiteit. Ook op onze eigen sites laten we zoveel mogelijk ruimte voor groen en biodiversiteitsbevorderende elementen.
Natuurontwikkeling is geen kernactiviteit van Aquafin, toch engageren we ons om basiskennis van groen en biodiversiteit te onderhouden zodat we opportuniteiten kunnen benutten.
[ E4-3 ]
Inrichting en groenbeheer van onze RWZI’s
Alle installaties worden ontworpen met een groenbuffer. We gebruiken hiervoor streek-
eigen groen en afboordingen met takkenrillen. Waar ruimtelijk mogelijk zetten we maximaal in op een biodiversiteitsbevorderende inrichting zoals bloemenweides, fruitbomen, nestgelegenheden, bijenkasten, amfibiepoelen, … We kiezen bovendien voor ecologisch maaibeheer ter bescherming van de biodiversiteit.
Boombeheer en behoudsinspanningen bij infrastructuurprojecten
We willen dat bij het ontwerp en de uitvoering van infrastructuurprojecten aandacht wordt besteed aan de bescherming en het behoud van bestaande bomen op het traject. Met de ‘bomentoets’ verankeren we die aandacht in het ontwerpproces doordat deze moet worden opgenomen in de voorontwerpnota en de vergunningsaanvraag.
Daarnaast ontwikkelden we een praktische tool, de ‘boombeslissingsboom’ die ervoor zorgt dat het rooien van bomen maximaal wordt vermeden, dat schade aan bomen tijdens de werken wordt vermeden en dat –als er toch moet gerooid worden – maximale heraanplant gebeurt. Dit laatste in eerste instantie op dezelfde plaats en als dat niet kan, binnen dezelfde gemeente. Een andere locatie voor heraanplant is de laatste optie.
Blauwgroene inrichting bij infrastructuurwerken
In rioleringsprojecten kijken we verder dan de projectzone en stimuleren kansen voor blauwgroene netwerken. Ook in onze adviezen naar steden en gemeenten schuiven we zoveel mogelijk blauwgroene oplossingen naar voor. We hebben een team van ‘ecologische ambassadeurs’ die gerichte adviezen geven in functie van soorten aanplantingen voor de locatie.
Om problemen met afstromend hemelwater te voorkomen, is er soms geen andere oplossing dan buffering creëren. In de eerste plaats kijken we hiervoor naar open grachtensystemen of meanderende waterlopen. Soms is het evenwel nodig om een bufferbekken aan te leggen. Om de ecologische impact van zo’n bekken te milderen, hanteren we onze eigen richtlijn voor een ecologische inrichting van het bufferbekken:
Indien mogelijk zoeken we aansluiting op andere percelen met natuurontwikkeling (potentieel of in opbouw), de nabijheid van poelen of bomen en de beschikbaarheid van zonlicht.
Een organische en onregelmatige vorm zorgt voor meer afwisseling in de abiotiek en dus meer kans op diverse fauna en flora dan een rechthoekige vorm.
Verschillende dieptegradiënten voor een grotere verscheidenheid.
Natuurvriendelijke, zwak hellende oevers voor een geleidelijke overgang van oever naar water en variatie in oevervegetatie.
We gebruiken onze eigen ontwikkelde impactscan om een projectontwerp te scoren op basis van 4 pijlers, waaronder ‘impact op groen’. Concreet meten we op een eenvoudige manier het verschil en de diversiteit in het groenaanbod voor en na het project. We meten het verschil in lage/middelhoge/ hoge beplanting en scoren extra als het project fundamenteel bijdraagt aan de versterking van de biodiversiteit. Globaal over de projectenportefeuille streven we hier een positieve score na. Dit betekent dat we na uitvoering van onze projecten meer en/of kwalitatief beter groen voorzien, in evenwicht met het budget.
[ ESRS E5 ]

Materiële impacts, risico’s en opportuniteiten
beschrijving IRO
Gebruik reststromen van de industrie als koolstofbron
Productie hernieuwbare energie uit slibverwerking en rioolwater/ gezuiverd afvalwater
Faciliteren hergebruik van gezuiverd afvalwater
Valorisatie gerecupereerde grondstoffen in het zuiveringsproces
Positieve impact
Opportuniteit
projecten doordacht om met de aanleg van nieuwe infrastructuur. Zo zullen we bij de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel altijd in vraag stellen of er wel een afvoerleiding voor regenwater nodig is. Vaak is het vanuit klimaatadaptatie-overweging beter om het regenwater ter plaatse in de bodem te laten dringen (zie E3-1). Daardoor zijn er geen of veel minder materialen nodig.
Het dubbel gebruik van bestaande infrastructuur is een manier om duurzaam om te springen met materialen. Voorbeelden die Aquafin toepast:
Positieve impact
Opportuniteit
Valorisatie emissie gassen (CO2) Opportuniteit
Beleid m.b.t. materiaalgebruik en circulaire economie
[ E5-1 ]
Materiaalgebruik
Het meest duurzame materiaal is datgene wat je niet gebruikt. Daarom gaan we in onze
Het inzetten van bufferbekkens zowel als beschermingsmaatregel tegen wateroverlast als om regenwater ter beschikking te stellen in tijden van droogte. Met een slimme sturing activeren we deze dubbele functie.
Riothermie ofwel het terugwinnen van warmte uit de riolering. Een warmtewisselaar in de rioolbuis onttrekt de restwarmte van water van o.a. douches, wasmachines, … voor de verwarming en koeling van gebouwen.
Biomethaan terugwinnen uit de vergisting met op termijn extra mogelijkheid van terugwinnen van CO2 uit het off-gas van de biomethaanunit.
Waterzuivering als energieen grondstoffenbron
Aquafin kan met zijn activiteiten ook een spil zijn in de circulaire economie. Het huishoudelijke afvalwater dat toekomt op onze rioolwaterzuiveringsinstallaties beschouwen we niet als afval maar als een bron van energie en grondstoffen. En zelfs nog voor het afvalwater de zuivering bereikt, kunnen we er energie uit winnen (E5-2).
Aquafin heeft nog geen beleid rond de terugwinning van grondstoffen. Op dit moment is grondstofrecuperatie namelijk niet economisch rendabel. De afzetmarkt die een eerlijke prijs wil betalen, ontbreekt nog. Komende jaren wordt er op Europees niveau werk gemaakt van een Circular Economy Act die een gelijk speelveld moet creëren. In 2026 gaat Aquafin aan de slag om een eigen strategie uit te werken voor de recuperatie van o.a. stikstof en fosfor. Deze zal ons standpunt bevatten rond het actief zoeken of creëren van afzetmarkten.
Voor koolstof wordt een installatie gepland om op volle schaal slib te pyrolyseren. Hier is de ambitie om deze optie te verkennen met een eerste volle schaal installatie (zie p. 37 →)
middelen m.b.t. materiaalgebruik en circulaire economie
[ E5-2 ]
Hergebruik van gezuiverd afvalwater
Om de beschikbaarheid van watervoorraden te verbeteren, stellen we gezuiverd afvalwater als alternatieve waterbron ter beschikking voor hergebruik, mits verdere zuivering. Het gaat om gezuiverd afvalwater van onze rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) waarvan het debiet niet nodig is om het ecologische evenwicht in de waterloop te garanderen (e-flows). Het potentieel wordt geschat op ongeveer 1/8 van het totale behandelde debiet aan huishoudelijk afvalwater.
Op dit ogenblik zijn er enkele bedrijven die gezuiverd afvalwater afnemen als koel- of proceswater en wordt het op twee locaties gebruikt voor de productie van drinkwater (zie p. 33 →). Daarnaast zitten meerdere projectvoorstellen in onderzoeks- of vergunningsfase.
We ontsluiten het potentieel via ons digitale platform AquaMarkt. Bij interesse in een bepaalde locatie, lanceren we een final call
om iedereen gelijke kans te geven op gebruik van het effluent van deze RWZI.
Fosfor komt via menselijke uitscheiding in het afvalwater terecht en is een onmisbare schakel in de voedselkringloop. Recuperatie uit het waterzuiveringsproces maakt Vlaanderen minder afhankelijk van ontginning in ertsen buiten Europa en draagt bij aan een circulaire economie. Na jaren van labo-onderzoek en testen op pilootschaal, startten we in 2025 samen met een industriële partner grootschalige recuperatietesten om fosfor terug te winnen uit de vliegassen van de monoverbranding van slib en in te zetten voor de productie van kunstmeststof. Dit zou mogelijk zijn met de nieuwe slibmonoverwerker die we momenteel bouwen op de site van Arcelor Mittal in Gent. Deze installatie wordt in 2027 in gebruik genomen. Er is nog geen tijdlijn gedefinieerd voor de opstart van fosforrecuperatie.
Innovatieve technologie voor stikstof en koolstof recuperatie
Aquafin werkt actief mee aan onderzoeksprojecten om gerecupereerde grondstoffen uit afvalwaterzuivering om te zetten in waardevolle materialen en initieert hiervoor ook zelf innovatieprojecten. We ontwikkelen en imple-
menteren toekomstbestendige zuiveringstechnologieën en concepten die de principes van de circulaire economie ondersteunen en werken hiervoor samen met onderzoeks- en innovatiepartners. Zo doen we momenteel bijvoorbeeld onderzoek naar de pyrolyse van slib met als doel hieruit biochar te genereren. En hebben we in het verleden verschillende technieken rond stikstofrecuperatie uitgetest.
Circulaire producten gebruiken voor de waterzuivering
Om afvalwater te zuiveren tot een voldoende hoge kwaliteit moet soms extra koolstof toegevoegd worden aan het afvalwater.
Deze koolstofbron wordt zoveel als mogelijk gehaald uit valoriseerbare reststromen van de industrie, zoals reststromen van suikerfabrieken.
Afgeschreven Aquafin-laptops krijgen een tweede leven via Close The Gap of Out of Use, twee organisaties die gebruikt ICT-materiaal refurbishen of, als dat niet meer kan, de onderdelen milieuvriendelijk recycleren. In 2025 verwerkte Out of Use 1.160 kg e-waste voor Aquafin. Daarvan werd 1.074 kg gerecycleerd en 85 kg opnieuw gebruikt.



[ E5-3 ]
Voor 2030 zijn volgende doelstellingen gedefinieerd m.b.t. circulaire economie:
— Riothermie uit riolering en effluent: 20 MW warmte-uitkoppeling gerealiseerd.
— 5 biomethaaninstallaties operationeel, goed voor 40 GWh/jaar productie groen gas.
Een goedgekeurd beleid voor grondstoffenrecuperatie.
[ E5-4]
Aquafin bouwt de infrastructuur voor rioolwaterzuivering uit voor het Vlaamse Gewest. De bouw en de aankoop van de materialen gebeurt door externe partijen waardoor dit geen materialeninstroom genereert voor Aquafin.
Onze belangrijkste effectieve instroom van ‘materialen’ is het huishoudelijke afvalwater dat we zuiveren. De totale instroom van rioolwater op onze rioolwaterzuiveringsinstallaties bedroeg in 2025 683 mio m³.
Er werden ook chemicaliën aangekocht om beter te kunnen voldoen aan de verwijderingspercentages (overzicht zie tabel). De volumes zijn uitgedrukt in ton product en houden geen rekening met verschillen in concentraties tussen verschillende producten.
product volume (gewicht)
Koolstofbron 10.002 ton
Defosfatatie 24.566
[ E5-5 ]
Ons belangrijkste ‘product’ is het gezuiverde afvalwater. Dat lozen we bijna overal in oppervlaktewater. Zoals beschreven onder E5-2 stellen we het waar mogelijk ter beschikking voor hergebruik. Momenteel is de afname nog beperkt.
Zuiveringsslib is een restproduct van het waterzuiveringsproces. De verwerkings- en afzetroutes van het slib zijn uitvoerig beschreven op p. 25 →. Slib is als biomassa een bron van energie, net zoals rioolwater en gezuiverd afvalwater via riothermie.
Materiaaluitstromen
Afgenomen effluent voor hergebruik (mio m³)
Productie groene stroom door biogas (MWh)
Productie biomethaan uit biogas (MWh)
Productie slibpellets als hernieuwbare energiebron (ton)
Onderstaande informatie is terug te vinden elders in dit jaarverslag:
Beleid ten aanzien van eigen medewerkers
Betrekken van eigen medewerkers en hun vertegenwoordigers, kanalen om bezorgdheden en behoeften te uiten


Beschrijving
We bieden > 1.300 werknemers een zinvolle job
Werknemers krijgen ruime ontwikkelings- en ontplooiingskansen en veel autonomie
We stimuleren een fysiek en mentaal veilig werkklimaat
Goede balans werk-privé mogelijk door tijds- en plaatsonafhankelijk werken, satellietkantoren en flexplekken
Psychosociale en veiligheidsrisico’s verbonden aan de job
Blijven aantrekken van competente medewerkers in een arbeidsmarkt onder druk
We zetten actief in op inclusie en diversiteit en spelen zo in op de krapte op de arbeidsmarkt
Positieve impact
Positieve impact
Positieve impact
Positieve impact
Negatieve impact
Risico
Opportuniteit
[ S1-1 ]
Een uitgebreide beschrijving van ons HRbeleid vind je op p. 16 →. Het beleid is van toepassing op alle medewerkers van Aquafin. Bepaalde deelaspecten van het beleid zijn gedocumenteerd in specifieke beleidsdocumenten, zoals het integriteitsbeleid, de klokkenluidersregeling, beleid rond nevenactiviteiten en beleid rond werken bij hitte of koude.
Medewerkers vinden alle beleidsdocumenten (digitaal) terug via het intranet. Nieuw of aangepast beleid wordt gecommuniceerd via nieuwsberichten op het intranet, het verslag van de ondernemingsraad, debriefings vanuit het Directieteam, teammeetings en vaak ook via mondelinge toelichting.
Betrekken van eigen medewerkers en hun vertegenwoordigers, kanalen om bezorgdheden en behoeften te uiten
[ S1-2 ]
We betrekken werknemers via verschillende kanalen en bevorderen een cultuur van continue feedback en dialoog. Naast twee formele gesprekken binnen de gesprekscyclus tussen medewerker en leidinggevende worden er informele check-ins gehouden, om het welzijn en de (job)uitdagingen van werknemers te bespreken. Regelmatig organiseren we welzijnsbevragingen om de impact van de welzijnsvisie en de effectiviteit van acties te monitoren. Meer hierover op p. 18 → onder ‘Datagedreven acties’.
Met de werknemersvertegenwoordiging hebben we een gezond, gestructureerd maandelijks overleg via Ondernemingsraad, Comité voor Preventie en Bescherming op het werk en de Syndicale Delegatie. Tussentijds is er ook ruimte voor informeel overleg.
Er zijn diverse kanalen voor medewerkers om hun bezorgdheden en behoeften kenbaar te maken. Dat kan via de leidinggevende, de HR business partner, de interne of externe vertrouwenspersonen of door gebruik te maken van de klokkenluidersregeling.
Impact van een nieuwe slibstrategie
Aquafin sluit drie bestaande slibdrogers in Deurne, Leuven en Houthalen en bouwt twee nieuwe drogers op restwarmte in Beringen en Roeselare. De stopzetting van de huidige drogers in 2027 betekent dat de medewerkers een nieuwe oriëntatie nodig hebben. Aquafin zette een zorgzaam en mensgericht traject op. Met elke betrokken medewerker werd persoonlijk de toekomstmogelijkheden verkend en bekeken hoe deze aansluiten bij de nieuwe organisatiestructuur.
Op basis van deze gesprekken en in combinatie met de behoeften van de nieuwe teams, wordt voor elke medewerker een passende oplossing gezocht. Dit resulteert in een heroriëntatie naar één van de nieuwe drogerteams of naar een andere functie binnen Aquafin. Zo kunnen we iedereen een duurzaam perspectief bieden.
We onderscheiden twee personeelsgroepen: eigen medewerkers zijn medewerkers van Aquafin die een rechtstreekse arbeidsovereenkomst hebben met Aquafin. Zij vallen onder de rapportering S1-5. Een tweede groep zijn gedetacheerde werknemers van de Vlaamse Milieumaatschappij, uitzendkrachten en externe medewerkers. Zij vallen onder de rapportering S1-6.
Alle werknemers zijn tewerkgesteld in België.
werknemers
Bovenstaande getallen geven de status weer op het einde van de rapporteringsperiode (31 december 2025) en zijn gebaseerd op headcounts.
2 Gender zoals opgegeven door de werknemer zelf




Aantal werknemers per contract (totale aantallen)
Aantal vaste werknemers op 31/12/2025
Aantal vaste werknemers op 31/12/2024
Aantal tijdelijke werknemers op 31/12/2025
Aantal tijdelijke werknemers op 31/12/2024
Aantal deeltijdse werknemers op 31/12/2025
Aantal deeltijdse werknemers op 31/12/2024
Tijdelijke werknemers zijn werknemers met Aquafin-contract van bepaalde duur.
Deeltijdse werknemers zijn werknemers met een tewerkstellingspercentage < 100%.
Percentage personeelsverloop: 4,79%
In de berekening van bovenstaand percentage van het personeelsverloop nemen we iedereen mee die het bedrijf heeft verlaten in het
afgelopen jaar. Dit kan elke vorm van zowel vrijwillig als onvrijwillig vertrek zijn.
Als we enkel kijken naar het vrijwillige personeelsverloop, dan geeft dat een percentage van 2,86%.




Aquafin doet een beroep op uitzendkrachten en externe medewerkers (al dan niet zelfstandig) voor gespecialiseerde vaardigheden in diverse functies, inclusief leidinggevende rollen. Deze medewerkers kunnen ook pieken in werkbelasting opvangen of afwezige medewerkers vervangen. De relatie tussen niet-werknemers en Aquafin wordt contractueel vastgelegd in overeenkomsten die de werkomvang, duur en verantwoordelijkheden specificeren.
De diverse samenstelling van ons personeelsbestand, inclusief verschillende typen werknemers en niet-werknemers, is essentieel voor de uitvoering van de activiteiten en het bereiken van strategische doelstellingen.
Daarnaast zijn er ook nog gedetacheerde medewerkers van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) aan de slag bij Aquafin. Zij kozen er bij de exploitatie-overdracht van de rioolwaterzuiveringsinstallaties van VMM naar Aquafin in 1994 voor om hun werkzaamheden verder te zetten bij Aquafin maar met behoud van hun VMM-statuut.
Aantal niet-werknemers in ons personeelsbestand op 31 december 2025:
[ S1-7]
Aquafin heeft een constructief sociaal overleg met een Ondernemingsraad, een Comité voor Preventie en bescherming op het Werk (CPBW) en een Syndicale delegatie. Binnen dit laatste forum worden collectieve arbeidsovereenkomsten afgesloten. Werknemersvertegenwoordiging in de Ondernemingsraad en het CPBW wordt gekozen via sociale verkiezingen. De laatste keer vonden deze verkiezingen plaats in 2024.
Bij Aquafin valt 100 % van de werknemers onder collectieve arbeidsovereenkomsten.
[ S1-8]
Gender- en leeftijdsspreiding
hoger
Onder hoger management rekenen we de Algemeen Directeur en de andere directieleden.
[ S1-9]
Aquafin heeft een CAO voor het basissalaris waarbij externe marktconformiteit, gewaarborgd via een externe partij en interne consistentie over functies heen de basis vormen. Functies worden op basis van objectief vastgelegde parameters via de externe partij en in
overleg met externe classificatiedeskundigen van vakbonden, toegewezen aan een bepaalde functiecategorie waaraan een looncurve gekoppeld is die voor alle medewerkers in die functiecategorie dezelfde is. Een verschil in evolutie op de looncurve wordt bepaald door een globale beoordeling die werkgerelateerde parameters omvat. De manier waarop een functie ingevuld wordt, heeft dus een impact op de loonevolutie van een individu. Werknemers kunnen inzicht krijgen in de eigen looncurve, nieuwe medewerkers vernemen de looninformatie bij een sollicitatie.
Loonbenchmark: criteria en berekening
Aquafin baseert zich voor de benchmarking van het basissalaris waarvoor een CAO is opgesteld, op alle Belgische ondernemingen van eenzelfde grootte en in alle sectoren.
Die definitie luidt als volgt:
– organisaties met > 250 MIO euro omzet en > 500 werknemers;
– organisaties met een omzet van 50-250 MIO euro en > 100 werknemers
Alle werknemers zijn op die manier gegarandeerd van de toepasselijke norm voor leefbare lonen.
[ S1-10]
Alle werknemers in het personeelsbestand van Aquafin en ook uitzendkrachten zijn gedekt door sociale bescherming tegen inkomensverlies als gevolg van ziekte, werkloosheid, arbeidsongevallen en verworven invaliditeit. Deze bescherming wordt geboden via wetgeving en voor medewerkers ook via voordelen van het bedrijf. Zo is er een hospitalisatieverzekering die gratis is voor de medewerker en waarbij ook inwonende gezinsleden tegen verminderd tarief kunnen worden aangesloten. Medewerkers van Aquafin genieten ook van sociale bescherming bij ouderschapsverlof en pensioen. Als aanvulling op de wettelijke pensioenuitkering voorziet Aquafin een uitkering van de groepsverzekering, opgebouwd tijdens de loopbaan bij Aquafin.

We houden op dit ogenblik geen gegevens bij over mensen met een beperking in ons personeelsbestand. Elk cijfer zou namelijk een onderschatting zijn omdat medewerkers zelf beslissen of ze deze informatie al dan niet melden aan de werkgever.
Loopbaanontwikkeling
Voor alle werknemers van Aquafin is er een gesprekscyclus waarbij twee keer per jaar een formeel gesprek plaatsvindt. Hierbij worden werkgerelateerde en persoonsgebonden onderwerpen zoals welzijn en loopbaanevolutie besproken. Tijdens deze gesprekken komen ook de opleidingsdoelstellingen aan bod. Jaarlijks ontvangt elke werknemer ook een globale beoordeling die de positie op de looncurve en dus de loonevolutie bepaalt. De globale beoordeling houdt rekening met een groot aantal jobgerelateerde aspecten en met het potentieel van de werknemer.
In het najaar 2026 starten we met het verzamelen en rapporteren van gegevens over het aantal gevoerde formele gesprekken om zo de loopbaandoelen van werknemers beter te ondersteunen. In 2026 implementeren we ook een opvolgsysteem waarin zowel leidinggevenden als medewerkers de inhoud en data van gesprekken kunnen borgen.
100 % van onze werknemers nam in 2025 deel aan regelmatige evaluaties van prestaties en loopbaanontwikkeling.
aantal opleidingsuren
Totaal (Q1,2)
54.824 uren
Omwille van de overgang naar een nieuw systeem is een correcte rapportering voor volledig 2025 niet accuraat. Op 30 juni 2025 noteerden we al 5,83 opleidingsdagen per VTE, wat overeenkomt met 54.824 uren. Dit hoge aantal opleidingsdagen in de eerste jaarhelft was gelinkt aan de overgang naar een nieuwe ERP-systeem waarbij alle medewerkers door een intensief opleidingstraject gingen. Daarnaast bleven ook de bedrijfseigen opleidingen doorgaan. Na zes maanden voldeed Aquafin al aan het minimum aantal opleidingsdagen conform PC 200.

Aandeel werknemers gedekt door een gezondheids- en veiligheidsmanagementsysteem op basis van wettelijke vereisten en (of) erkende normen of richtlijnen.
Aantal dodelijke slachtoffers onder werknemers en niet-werknemers als gevolg van werkgerelateerde ongevallen en werkgerelateerde ziektes.
Aantal registreerbare werkgerelateerde ongevallen eigen werknemers (met werkverlet).
Frequentiegraad van registreerbare werkgerelateerde ongevallen eigen werknemers.
Aantal gevallen van registreerbare werkgerelateerde ziektes bij werknemers.
Aantal dagen verloren door werkgerelateerde ongevallen en ziektes werknemers.
Aantal gevallen van registreerbare werkgerelateerde ziektes van niet-werknemers.
Het aantal dagen verloren door werkgerelateerde verwondingen en gezondheidsproblemen bij niet-werknemers houden we zelf niet bij, aangezien deze anders nationaal dubbel geteld worden.
[ S1-14]
Alle werknemers van Aquafin hebben recht op gezinsverlof via wetgeving en/of bedrijfsspecifieke overeenkomsten. Dit omvat zwangerschapsverlof, vaderschapsverlof, ouderschapsverlof en zorgverlof.
In 2025 namen 360 medewerkers of 28% dat gezinsverlof effectief op.
[ S1-15]
Loonkloof
Functies worden op basis van objectief vastgelegde parameters toegewezen aan een bepaalde functiecategorie waaraan een looncurve gekoppeld is die voor alle medewerkers in die functiecategorie dezelfde is.
Een verschil in evolutie op de looncurve wordt bepaald door een globale beoordeling die werkgerelateerde parameters omvat. De manier waarop een functie ingevuld wordt, heeft dus een impact op de loonevolutie van een individu. Analyse van de lonen m/v per functiecategorie tonen aan dat er geen loonkloof is.
Er werden geen interne incidenten met deze kenmerken gerapporteerd. Wel waren er 3 meldingen over agressie door derden.

[ ESRS S2 ]


In dit rapport beperken we ons tot de medewerkers van onze technische partners (aannemers en studiebureaus) die werken uitvoeren op onze infrastructuur en die in onze opdracht werken voor de aanleg van infrastructuur voor de zuivering van huishoudelijk afvalwater. Zij zijn het intensiefste betrokken bij onze organisatie en kunnen het meest worden blootgesteld aan rechtstreekse risico’s. We focussen ook voornamelijk op veiligheidsrisico’s omdat dit een topprioriteit is.
Onderstaande informatie is terug te vinden elders in dit jaarverslag:
DR datapunt pagina
S2-1 Beleid ten aanzien van medewerkers in de waardeketen – investeren in samenwerking met technische partners 30
Beschrijving IRO
We stellen indirect duizenden mensen in de sector tewerk
Werken op en aan infrastructuur van Aquafin houdt veiligheidsrisico’s in
We zetten sterk in op een cultuur van veilig denken en handelen en nemen hiervoor het voortouw in de sector
We delen actief onze kennis en expertise met technische partners en werken aan verbindende samenwerkingen
Het vinden van voldoende, competente uitvoerders van onze projecten
Positieve impact
Negatieve impact
Positieve impact
Positieve impact
[ S2-1]
Werken aan partnerships voor kwalitatieve projecten en meer werkgeluk
Op p. 30 → onder ‘Investeren in samenwerking met technische partners’ wordt beschreven hoe we volop inzetten op sterke partnerschappen met aannemers en studiebureaus. Gelijkwaardigheid, vertrouwen, kennisdeling en respect voor ieders expertise zijn volgens ons bouwstenen voor een hoge kwaliteit van onze projecten en een hoge jobtevredenheid in de sector.
We willen dat iedereen die voor ons werkt, ’s avonds veilig weer thuiskomt. Daarom hanteren we een strikt veiligheidsbeleid waarbij we sterk inzetten op veiligheidsbewustzijn. We willen ook dat iedereen die activiteiten voor ons uitvoert, getraind is in veiligheidspraktijken. Verder voldoen we aan wettelijke kaders zoals de “Wet op het welzijn” en de “Codex over het welzijn op het werk” om een veilige werkomgeving te garanderen.
Veiligheidsrichtlijnen en protocollen
Aquafin heeft uitgebreide veiligheidsrichtlijnen voor alle activiteiten op zijn installaties en bouwplaatsen. Deze richtlijnen zijn gedetailleerd in het “Algemeen veiligheidsreglement voor opdrachten in naam en voor rekening van Aquafin” en zijn openbaar toegankelijk. Specifieke uitzonderingen voor persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) worden gemaakt op basis van taakspecifieke risico’s.
Incidentrapportageen onderzoeksprocedures
We hebben een gestructureerd proces voor het melden van veiligheidsincidenten en arbeidsongevallen, waarbij onmiddellijke melding aan de preventiedienst vereist is voor ernstige ongevallen. Bij ernstige arbeidsongevallen eisen we een onderzoek door de werkgever van de gewonde arbeider. Documentatie van incidenten, identificatie van de oorzaken en implementatie van corrigerende maatregelen zijn verplicht. Significante veranderingen in de toestand van de gewonde werknemer moeten worden gemeld aan de aangewezen contactpersoon van Aquafin.



Aquafin beschikt vandaag niet over een algemene gedragscode voor leveranciers. Wel is er met de sectororganisaties van aannemers en studiebureaus voor infrastructuurwerken in Vlaanderen een ethische code opgesteld met kernwaarden, objectieven, afspraken en intercollegiale verhoudingen. Deze code is terug te vinden op www.bouwenaanethiek.be.
[ S2-2]
Structureel overleg met technische partners
Met de technische partners voor infrastructuurwerken waarmee we het vaakst samenwerken, vindt er overleg plaats op drie niveaus, zowel met de aannemers als met de studiebureaus: op projectniveau, op B2B-niveau en op sectorniveau:
Projectniveau: ad-hoc, tussen de projectteamleden, over projectgerelateerde bezorgdheden en issues.
B2B-niveau: minstens twee keer per jaar, tussen het management van Aquafin en het management van de technische partner, over doelstellingen en algemene samenwerking.
Sectorniveau: drie à vier keer per jaar, tussen het management van Aquafin en
de sectorfederaties, over algemene onderwerpen zoals veiligheid, vergoedingsafspraken, werkvolume, …
Kanalen voor het uiten van zorgen en meldingsprocedures
Aquafin heeft een onmiddellijk meldingsprotocol voor ongevallen op de werkplek die werknemers in de waardeketen betreffen, zoals aannemers of onderaannemers. De STOPen STOP+/++/+++-procedures zijn essentieel in het veiligheidskader van Aquafin, waardoor werknemers, aannemers en derden de mogelijkheid hebben om het werk te stoppen als er onveilige omstandigheden worden geïdentificeerd. De klokkenluidersprocedure van Aquafin is ook van toepassing op werknemers in de waardeketen, zodat veiligheids- en andere bezorgdheden zonder angst voor negatieve gevolgen kunnen worden gemeld. Deze procedure en de contactgegevens voor een melding zijn beschikbaar op onze website.
Monitoring, tracking en continue verbetering
Alle STOP-meldingen worden bijgehouden en geanalyseerd. Het doel is niet om individuen terecht te wijzen, maar wel om te leren uit wat gebeurde. Ongevallen en veiligheidsincidenten met externen worden wekelijks besproken
door het directieteam. Bij ernstige of herhaalde veiligheidsinbreuken, wordt geëscaleerd naar een STOP+/++/+++-melding, waarbij het management van de contractor om een actieplan wordt gevraagd om herhaling in de toekomst te voorkomen.
[ S2-3]
Talent aantrekken en in de sector houden
De rioleringssector heeft talent nodig om alle projecten te realiseren die de Vlaamse waterlopen weer gezond maken. Aquafin draagt bij aan het aantrekkelijk maken van de sector door intensief te werken aan partnerships zoals beschreven onder S2-1, kennisdeling en het delen van succesverhalen die de impact tonen van onze projecten. Met initiatieven als onze ‘werf van de toekomst’ (p. 28 →) creëren we kansen voor onze technische partners om hun creativiteit en innovaties te tonen.
Veiligheidsrichtlijnen en protocollen
Aquafin heeft uitgebreide veiligheidsrichtlijnen voor alle activiteiten op zijn installaties en bouwplaatsen. Deze richtlijnen zijn gedetailleerd in het “Algemeen veiligheidsreglement
voor opdrachten in naam en voor rekening van Aquafin” en zijn openbaar toegankelijk. Dit kader is in lijn met belangrijke wettelijke normen, waaronder de “Wet op het welzijn” en het “KB Tijdelijke of mobiele bouwplaatsen.”
We verplichten het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) waaronder veiligheidsschoenen, helmen en gasdetectieapparatuur, met uitzonderingen voor administratieve gebouwen.
Voor elk risico zijn er duidelijke veiligheidsinstructies (BIV-kaarten), waarin de noodzakelijke beschermingsmaatregelen worden beschreven. Deze veiligheidsinstructies zijn toegankelijk via de website van Aquafin en externe documentatiesystemen. We ontwikkelden ook 16 Life Saving Rules en een veiligheidsintroductiefilm over hoe om te gaan met de risico’s. Beide zijn beschikbaar in 11 talen en werden actief verspreid naar de aannemers voor gebruik op de werf. In 2025 testten we samen met een delegatie van de bouwsector via de organisaties Vlawebo en Bouwunie een mobiele app die een QR-code genereert wanneer je over de juiste veiligheidsattesten beschikt, de veiligheidsintroductiefilm hebt bekeken én enkele vragen juist hebt beantwoord. De QR-code geeft drie jaar lang het mandaat om een bouwplaats van Aquafin te betreden.
Certificerings- en opleidingsvereisten voor aannemers
Een VCA*- of VCA**-certificering is voor nieuwe opdrachten een selectievereiste voor de hoofdaannemer van:
— Infrastructuurwerken op infrastructuur van Aquafin (RWZI, pompstation, bergbezinkingsbekken) voor wat betreft bouwkunde en elektromechanica.
— Infrastructuurwerken op openbaar domein (wegenis- en rioleringswerken), ook voor klasse < 5.
Raamcontracten en afzonderlijke opdrachten van meer dan 120.000 euro voor werken of technische dienstverlening met hoog risiconiveau (niveau 1) volgens de VCA-activiteitenlijst van Aquafin.
Afzonderlijke opdrachten met hoog risiconiveau (niveau 1) tussen 30.000 en 120.000 euro, buiten een raamcontract.
Als de hoofdaannemer met onderaannemers werkt, is een VCA** of VCA-P vereist.
Als de hoofdaannemer zonder onderaannemer werkt, is een VCA*-certificaat vereist.
Toezicht- en nalevingsmechanismen
Aquafin behoudt zich het recht voor om de uitvoering van werkzaamheden te controleren om naleving van de veiligheidsnormen te waarborgen. Gedurende het hele jaar zijn er bij steekproeven controles op HSE (Health, Safety & Environment), waarvan de bevindingen digitaal worden geregistreerd. Aannemers worden verantwoordelijk gehouden voor het naleven van de veiligheidsvoorschriften, met het recht om locaties te inspecteren en werkzaamheden stop te zetten als de normen niet worden nageleefd. De door ons aangestelde veiligheidscoördinatoren coördineren de veiligheid op onze werven tussen de verschillende partijen: aannemers, onderaannemers, studiebureau, werftoezicht, andere opdrachtgevers, omwonenden, passanten, … Daarnaast werken we met veiligheidscoaches die veilig gedrag op de werf vanuit een positieve benadering stimuleren.
[ S2-4]
Doelstelling veiligheid
De doelstelling in verband met veiligheid moet altijd nul ongevallen zijn. In de praktijk met continu meer dan 100 werven in uitvoering is
dat bijzonder uitdagend. In 2025 werden 28 ongevallen met werkverlet bij contractoren gemeld. We zijn er ons van bewust dat wellicht niet alle ongevallen werden gemeld. We blijven dan ook sterk inzetten op het verhogen van het veiligheidsbewustzijn bij onze contractoren en bouwen controles in voor opvolging.
Doelstelling samenwerking
Een samenwerking op basis van gelijkwaardigheid met onze technische partners is ons streefdoel. Ze moeten zich betrokken voelen bij het gezamenlijke doel dat we willen bereiken: propere waterlopen en een leefomgeving in harmonie met water.
Daarom bouwen we aan duurzame relaties waarin vertrouwen, erkenning van ieders expertise en communicatie centraal staan en investeren samen in werkbaar werk voor meer arbeidsvreugde. We vinden het namelijk belangrijk dat kennis en expertise in de sector blijft voor het realiseren van onze ambitie. Voor de beoordeling van de samenwerking met studiebureaus, gebruiken we wederzijdse evaluaties. Met een Net Promotor Score peilen we naar de sfeer binnen projectteams. De score op de vraag “Hoe graag zou je en volgend project starten met dit projectteam?” en de motivering van deze score zijn bijvoorbeeld bepalend voor het toekennen van de
jaarlijkse Aquafin award ‘Projectteam van het jaar’.
Daarnaast hanteren we zowel voor studiebureaus als aannemer een kwaliteitsscoring die mee doorweegt in het toekennen van opdrachten. De methodiek van de scoring is opgesteld in overleg met de betrokken sectororganisaties.
conduct
[ ESRS G1 ]

Onze benadering van zakelijk gedrag is gebaseerd op integriteit, transparantie en verantwoordelijkheid. Aquafin handelt in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving en hanteert interne beleidskaders die richting geven aan ethisch en integer gedrag binnen de organisatie.
De naleving van wet- en regelgeving wordt ondersteund door interne processen, richtlijnen en werkinstructies die richting geven aan de uitvoering van werkzaamheden. De beleidskaders en ondersteunende mechanismen dragen bij aan een bedrijfscultuur waarin respect, zorgvuldigheid en verantwoordelijkheid centraal staan en waarin medewerkers en andere betrokkenen worden aangemoedigd om op een professionele en integere manier te handelen. Op die manier behoudt Aquafin het vertrouwen bij medewerkers, partners en andere stakeholders.
Beschrijving IRO
Blijven borgen van een ethische bedrijfscultuur onder meer in een gedragen integriteitsen klokkenluidersbeleid waarin iedereen bezorgdheden kan uiten in een veilige context
Anti-corruptie, anti-omkoping, witwaspreventie en anti-fraude
Impact op verduurzamen van de sector als grote opdrachtgever en aankoper
Opportuniteit
Vertegenwoordiging in (advies) raden die input geven aan het Europese en Vlaamse waterbeleid
Positieve impact
Betalingstermijnen onder druk Risico / negatieve impact
[ G1-1]
Ethische bedrijfscultuur
Integer, verantwoordelijk en transparant zakelijk gedrag vormen het fundament van onze werking en bedrijfscultuur. In het kader van onze publieke opdracht en maatschappelijke verantwoordelijkheid streven we naar een cultuur waarin ethisch handelen, respect voor regels en zorgvuldige besluitvorming centraal staan.
Ter ondersteuning en verankering van deze bedrijfscultuur heeft Aquafin beleidskaders, richtlijnen en organisatorische afspraken uitgewerkt die het verwachte gedrag kaderen en richting geven aan de dagelijkse praktijk. Deze instrumenten dragen bij aan de bewustwording rond integriteit, bevorderen open dialoog en ondersteunen medewerkers en leidinggevenden bij het correct omgaan met integriteitsvraagstukken.
In de onderstaande paragrafen worden de voornaamste beleidsinstrumenten (G1-1) thematisch toegelicht in samenhang met de bijhorende maatregelen (G1-2), doelen (G1-3) en eventuele maatstaven (G1-4).
Integriteitsbeleid
Kader voor integer en verantwoord handelen [ G1-1]
Integer gedrag wordt gezien als een belangrijke voorwaarde voor het behoud van vertrouwen bij stakeholders en voor het duurzaam functioneren van de organisatie. Het vertrouwen in Aquafin en zijn reputatie als integere organisatie is afhankelijk van het gedrag en de keuzes van iedereen die voor of namens de organisatie handelt.
Het integriteitsbeleid biedt een duidelijk kader voor concreet gedrag een geeft richting aan het dagelijks handelen binnen de organisatie. Het beleid heeft tot doel integriteitsrisico’s, waaronder fraude en andere onregelmatigheden, te voorkomen, tijdig te detecteren en gepast aan te pakken. Het integriteitsbeleid is van toepassing op alle medewerkers, leidinggevenden en leden van bestuursorganen van Aquafin, evenals op derden die in opdracht of namens de organisatie handelen. De toepassing binnen de waardeketen gebeurt via contractuele afspraken en verwachtingen ten aanzien van leveranciers en dienstverleners.
Leidinggevenden vervullen een sleutelrol in de toepassing van het integriteitsbeleid en fungeren als eerste aanspreekpunt voor
vragen en signalen. Aquafin stimuleert een open dialoog over integriteit en voorziet toegankelijke meldingskanalen voor vermoedens van onregelmatigheden, met aandacht voor vertrouwelijkheid en bescherming tegen benadeling. Meldingen worden zorgvuldig opgevolgd met het oog op preventie en corrigerende maatregelen.
Opleiding en cultuurversterking
[ G1-2]
Om de bestaande integriteitscultuur verder te versterken, plant Aquafin de uitrol van een verplicht jaarlijks opleidingstraject rond integriteit, compliance, gegevensbescherming en cybersecurity voor alle medewerkers. Deze opleiding heeft tot doel het bewustzijn en de vaardigheden te versterken om ethisch en verantwoordelijk te handelen. De implementatie van dit traject is voorzien tegen 2027.
Monitoring en opvolging van effectiviteit van het integriteitsbeleid [ G1-3]
Hoewel er op dit moment geen kwantitatieve tijdgebonden doelen zijn vastgesteld voor integriteit, wordt de effectiviteit van het beleid systematisch gevolgd via:
— het gebruik en de opvolging van
meldingskanalen voor vermoedelijke integriteitsinbreuken; opvolging van corrigerende acties naar aanleiding van incidenten.
In de rapporteringsperiode zijn geen integriteitsincidenten gemeld via de interne meldingskanalen.
Klokkenluidersregeling en bescherming van melders
[ G1-1]
Om een veilige meldcultuur en ethisch gedrag binnen de organisatie te waarborgen, heeft Aquafin een formele klokkenluidersregeling uitgewerkt. Deze regeling ondersteunt het tijdig detecteren en beheersen van risico’s op niet-naleving van regelgeving, integriteitsschendingen en mogelijke reputatieschade, en draagt bij aan een cultuur van transparantie, verantwoordelijkheid en vertrouwen.
De klokkenluidersregeling vormt een aanvullend meldkanaal naast de interne meldprocedure voor integriteitsschendingen en onregelmatigheden die is opgenomen in het integriteitsbeleid. Waar deze laatste een breed kader biedt voor het melden van integriteitskwesties, is de klokkenluidersregeling specifiek opgezet voor het veilig melden van wettelijk afgebakende inbreuken, met bijkomende waarborgen voor de bescherming van de melder.
De regeling biedt medewerkers en andere betrokkenen een laagdrempelige, veilige en vertrouwelijke manier om vermoedelijke inbreuken te melden. Meldingen worden behandeld via een onafhankelijk intern
kanaal en zorgvuldig onderzocht, met respect voor de privacy van alle betrokkenen. Aquafin garandeert dat melders die te goeder trouw handelen, beschermd zijn tegen represailles, zodat een melding geen negatieve gevolgen kan hebben voor hun job of verdere loopbaan.
Het toepassingsgebied van de regeling omvat meldingen door personen die informatie over inbreuken hebben verkregen in een werkgerelateerde context, waaronder werknemers, zelfstandigen, aandeelhouders, leden van bestuurs- en toezichthoudende organen, stagiairs, vrijwilligers, maar ook personen die werken onder toezicht van aannemers, onderaannemers of leveranciers.
De effectiviteit van de regeling wordt opgevolgd via het gebruik van het meldkanaal en de zorgvuldige opvolging van meldingen. In 2025 werden geen meldingen ontvangen via de klokkenluidersregeling.
Anti-corruptie, anti-omkoping, witwaspreventie en anti-fraude
Beleidskader en risicobenadering [ G1-1]
Corruptie, omkoping en fraude vormen een ernstige bedreiging voor zowel de werking van organisaties als voor de maatschappij in het algemeen. Als organisatie met een publieke opdracht hanteert Aquafin een strikt nultolerantiebeleid ten aanzien van elk gedrag dat ingaat tegen de hoogste ethische normen. Dergelijk gedrag ondermijnt niet alleen de financiële duurzaamheid van Aquafin, maar ook het vertrouwen van stakeholders en onze maatschappelijke legitimiteit.
Het kader voor de aanpak van corruptie en omkoping is geïntegreerd in het integriteitsbeleid. De beleidsprincipes zijn van toepassing op alle medewerkers en bestuurders, evenals op derden die handelen in naam van of voor rekening van Aquafin.
De risico’s op corruptie en omkoping situeren zich voornamelijk binnen functies en rollen die betrokken zijn bij financiële transacties, aankoop- en aanbestedingsprocessen, contractbeheer, projectopvolging en beslissingsbevoegdheden met externe partijen. Ook leidinggevende functies en leden van
bestuurs- en directieorganen dragen hierin een verhoogde verantwoordelijkheid.
Preventie, detectie en opvolging van corruptie en omkoping [ G1-2]
Aquafin zet sterk in op preventie en vroegtijdige detectie via een combinatie van organisatorische maatregelen, interne controles en bewustmaking. Medewerkers zijn verplicht om vastgelegde goedkeuringsen rapporteringsprocedures te volgen en alert te zijn voor verdachte of ongebruikelijke transacties, in het bijzonder met het oog op het voorkomen van witwaspraktijken.
Onregelmatigheden in betalingsmethoden of financiële verrichtingen moeten onmiddellijk worden gesignaleerd.
Daarnaast worden medewerkers en relevante externe partners gesensibiliseerd rond ethisch handelen en integriteit. In het integriteitsbeleid zijn duidelijke richtlijnen opgenomen over onder meer het aanvaarden van geschenken en uitnodigingen, belangenconflicten en correct zakelijk gedrag. Voor het melden van vermoedens van corruptie, omkoping of witwassen beschikt Aquafin over vertrouwelijke meldingskanalen, die toelaten om signalen veilig en zonder risico op represailles te rapporteren.
Meldingen en signalen worden zorgvuldig onderzocht en, waar nodig, opgevolgd met corrigerende maatregelen. Eventuele vastgestelde inbreuken op procedures of gedragsregels leiden tot passende acties in overeenstemming met de geldende interne en wettelijke kaders.
Incidenten met betrekking tot corruptie en omkoping
[ G1-4]
Aantal veroordelingen voor schending van anti-corruptieen anti-omkopingswetten
Bedrag van boetes voor overtreding van anti-corruptieen anti-omkopingswetten
Aantal bevestigde incidenten van corruptie of omkoping
Aantal bevestigde incidenten waarbij eigen werknemers werden ontslagen of gedisciplineerd wegens corruptieof omkopingsgerelateerde incidenten
Aantal bevestigde incidenten met betrekking tot contracten met zakenpartners die werden beëindigd of niet verlengd vanwege schendingen met betrekking tot corruptie of omkoping
waarde eenheid
[ G1-2 | G1-6]
miljoen
Duurzaam beheer van leveranciersrelaties
Aquafin streeft naar duurzame, transparante en verantwoorde relaties met zijn leveranciers.
In onze aankoopdossiers worden ESG-criteria geïntegreerd, waarbij zowel milieu-, sociale als ethische aspecten systematisch worden meegenomen.
Tijdens de marktverkenning brengen we in kaart hoe marktspelers omgaan met milieu-aspecten en op welke manier we deze kunnen omzetten in selectiecriteria.
De toegepaste duurzaamheidscriteria worden per gegund aankoopdossier geregistreerd en gedocumenteerd. De afdeling Procurement analyseert vervolgens welke impact deze criteria hebben gemaakt en neemt deze analyse op in het gunningsvoorstel voor het management.
Voor onze infrastructuurprojecten werken we nauw samen met studiebureaus en aanne-
mers. Met de sectororganisaties gaan we in overleg over hoe we deze projecten duurzamer kunnen maken, van ontwerp tot uitvoering. Op p. 28 → lees je meer over initiatieven als de ‘werf van de toekomst’ en de duurzaamheidsboard met studiebureaus.
Voor sociale aspecten hanteert Aquafin in elk aankoopdossier minimumvereisten inzake mensenrechten en respectvol omgaan met mensen. We baseren ons hiervoor op nationale en internationale verdagen en regelgeving, waaronder de standaarden van de International Labour Organisation (ILO), het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Limosa-meldingsplicht.
Voor werken op of aan onze infrastructuur zijn bijkomende vereisten van toepassing op het vlak van gezondheid en veiligheid zoals verplichte veiligheidsattesten, -certificaten en persoonlijke beschermingsmiddelen.
De naleving van deze vereisten wordt opgevolgd via onder meer steekproefcontroles, de wettelijke aanwezigheidsregistratie op werven via checkinatwork en via een nieuw aanmeldingsplatform van Aquafin (zie informatie onder S2-1 op p. 87 →)
Correcte en transparante
betalingspraktijken
[ G1-6]
Ons doel is om correcte, transparante en niet-discriminerende betalingspraktijken in onze relaties met leveranciers te hanteren. De standaard betalingstermijn bedraagt 60 dagen, tenzij contractueel anders bepaald in overeenstemming met de geldende regelgeving inzake overheidsopdrachten. Aquafin maakt geen onderscheid tussen betalingen aan kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en betalingen aan andere leveranciers.
De overeengekomen betalingsvoorwaarden worden systematisch geregistreerd en opgevolgd via het ERP-systeem. Aquafin streeft ernaar om betalingen conform deze voorwaarden uit te voeren en betalingsachterstanden tot een minimum te beperken.
In 2025 kregen we echter te maken met een tijdelijke verstoring in de verwerking van aankoopfacturen naar aanleiding van de overstap naar een nieuw ERP-systeem (SAP). Tijdens de opstartfase verliep de factuurverwerking trager. Hierdoor konden facturen niet automatisch worden verwerkt en tijdig worden betaald.
Deze situatie had een negatieve impact op het percentage betalingen uitgevoerd in overeenstemming met de standaard betalingsvoor-
waarden. Aquafin heeft hierop corrigerende maatregelen genomen en extra capaciteit ingezet om de achterstand weg te werken. Bij het wegwerken van de betalingsachterstand werd specifiek aandacht besteed aan vervallen facturen van kleine leveranciers, gelet op de mogelijke financiële impact van laattijdige betalingen voor éénmanszaken en kleine ondernemingen.
De beschreven verstoring was tijdelijk van aard en houdt rechtstreeks verband met de implementatie van het nieuwe systeem. Aquafin blijft zich structureel engageren om de betalingspraktijken correct en consistent toe te passen.
Betalingstermijnen
waarde eenheid
Gemiddeld aantal dagen om factuur te betalen vanaf de datum waarop de contractuele of wettelijke betalingstermijn begint te worden berekend.
Aantal lopende juridische procedures voor te late betalingen
29 dagen
[ G1-5]
Aquafin betaalt geen bijdragen of donaties ten behoeve van politieke lobbying of gelijkaardige praktijken ter ondersteuning of ten gunste van politieke partijen.
Aquafin is lid van diverse sectorgebonden verenigingen, maar is daarin te allen tijde politiek neutraal en zet deze lidmaatschappen uitsluitend in met het oog op het eigen maatschappelijke doel en de realisatie van zijn opdracht. Het doel is om het belang van een breed waterbeleid inclusief afvalwaterzuivering en alle daaraan verbonden aspecten op de maatschappelijke agenda te plaatsen en te houden. Daarnaast zijn we vanuit onze expertise en ervaring actief in diverse adviesraden die input geven aan het Europese en Vlaamse waterbeleid en de wetgeving die daarrond wordt ontwikkeld. Geen van deze activiteiten vallen onder de registratie in een transparantieregister.
0


Aquafin sloot het boekjaar positief af.
Directeur Finance & Procurement Glenn Van Olmen blikt terug op een pittig maar boeiend jaar.
vracht in het vorige kalenderjaar. Was dat een droog jaar, dan vertaalt zich dat in lagere kosten voor bijvoorbeeld chemicaliëndosering en slibverwerking en omgekeerd. Het effect van de ‘bluts met de buil’ dus, dat zich altijd met een jaar uitstel laat voelen. Aangezien 2024 een heel nat jaar was en 2025 zeer droog, hadden we dit keer een beperkt overschot.
Het resultaat voor opdrachten buiten de samenwerkingsovereenkomst met het gewest eindigde op een positief resultaat, maar lager dan andere jaren. Dat had vooral te maken met de implementatie van een nieuw ERP-systeem3 waardoor we de tweede jaarhelft uitzonderlijk geen projecten meer in resultaat konden nemen.”
Glenn
Van Olmen
Directeur Finance & Procurement
(tot mei 2026)
Directeur
Business Development
Hoe kijk je terug op de financiële resultaten van 2025?
“Voor onze decretale opdracht kunnen we tevreden zijn met het positieve resultaat. Een belangrijke component daarin is het prestatiebudget dat we krijgen toegewezen door het Vlaamse Gewest. Dat is het budget voor onze werking, los van investeringen en financieringskosten. Het wordt berekend volgens een vaste formule die rekening houdt met aspecten als de omvang van ons patrimonium en voorbereiding op toekomstige investeringen, maar ook de behandelde vuil-
Hoe is die overstap naar een nieuw ERP-systeem verlopen?
“De complexe omgeving van Aquafin maakte het een pittig traject. Desondanks liep het al bij al vlot, mede dankzij een lange, grondige voorbereiding. Alle gegevens rond projectopvolging, personeel, facturatie en betalingen zaten sinds de oprichting van Aquafin 35 jaar geleden in een robuust en stabiel IBM-mainframe dat op maat uitgebouwd was. Omdat
3 Enterprise Resource Planning >>
‘De
de overstap naar een nieuw ERP-systeem een dure en tijdrovende operatie is, zijn we zo lang mogelijk blijven werken met het oude systeem, tot het op vlak van bedrijfszekerheid een risico werd. Ondanks een nauwgezette voorbereiding en projectplanning blijft zo’n grote sprong spannend tot het laatste. Uiteraard is niet alles van een leien dakje gelopen, maar we mogen absoluut trots zijn op het traject. Zeker als je weet dat we ineens zijn overgestapt naar een SAP-omgeving ‘S4 in de cloud’. Met dit systeem is onze ERP weer futureproof gemaakt.”
Welke kansen zie je de komende jaren voor wie wil investeren in propere waterlopen?
“We zien onze investeringsmachtiging voor het Vlaamse Gewest de volgende jaren sterk stijgen. Het opleveringsbudget voor het volgende kalenderjaar wordt dan wel vastgelegd tijdens het lopende jaar, de Vlaamse Regering keurde al een gradueel stijgend pad goed tot 2032 met het oog op de nieuwe stroomgebiedbeheerplannen. Dat betekent: meer projecten met een positieve milieu-impact en dus ook meer nood aan financiering voor dit soort projecten. Daarenboven komt nog eens 500 miljoen euro extra voor Lokaal Pact-projecten binnen welomlijnde categorieën. Het gewest neemt hiermee investeringen over van de gemeenten. Door de uitvoering en prefinanciering van deze projecten bij Aquafin te leggen, is de impact ervan op de Vlaamse begroting minder groot.”
Je werd begin 2026 directeur van een nieuwe directie Business Development. Welke organisatie-ambitie schuilt hierachter?
“Binnen die nieuwe directie brengen we diensten samen die verschillende klantensegmenten bedienen: het Vlaamse Gewest, steden en gemeenten, bedrijven en andere organisaties.
Dat laat een meer gecentraliseerde strategie voor producten en diensten toe, mét differentiatie over de verschillende klantensegmenten. Een groeianalyse zal verder vormgeven aan de structuur van de nieuwe directie om zo het potentieel van onze producten en diensten ten volle te benutten, volledig in lijn met de visie van Aquafin.
Voorlopig en tot de aanstelling van een opvolger, blijf ik ook nog directeur Finance & Procurement. Ik blijf dus zelf in de organisatie, en volg de onboarding van een nieuwe collega van nabij op zodat de continuïteit ook in die directie gegarandeerd blijft.”

Afvalwaterzuivering is in België een bevoegdheid van de gewesten. In 1990 richtte het Vlaamse Gewest Aquafin op met als doel om in Vlaanderen te voldoen aan de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater. Aquafin werd verantwoordelijk voor de uitbouw, het beheer en de financiering van de bovengemeentelijke rioolwaterzuiveringsinfrastructuur.
De oprichting van de vennootschap kadert in de wetgeving van 26 maart 1971 onder het hoofdstuk Wet op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, die in 2018 werd omgevormd tot Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid gecoördineerd op 15 juni 2018.
Sinds 2023 heeft Aquafin een nieuwe samenwerkingsovereenkomst met de Vlaamse Regering waarin het ook een coördinerende rol kreeg toegewezen om de bovengemeentelijke investeringen af te stemmen op die van de steden en gemeenten.
Naast de opdracht voor Vlaanderen, biedt Aquafin zijn expertise ook aan Vlaamse steden en gemeenten aan, rechtstreeks of via een structurele samenwerking met drinkwaterbedrijven Water-link, De Watergroep en Pidpa. We faciliteren ook nuttig (her)gebruik van stromen die gelinkt zijn aan onze infra-
structuur, zoals gezuiverd afvalwater, warmte uit rioolwater of afvalwater en hemelwater. Via innovatie gaan we continu op zoek naar kansen om met onze activiteiten nog meer waarde te creëren voor Vlaanderen. We zien het als een katalysator om onze ambities te realiseren. In 2024 richtten we Aqcelerator op, een venturing vennootschap als dochter van Aquafin, om onafhankelijk van onze bovengemeentelijke opdracht te kunnen investeren in innovaties van derden die ons helpen om onze doelstellingen te halen.
Aquafin hanteert de principes van gescheiden boekhouding om de commerciële activiteiten af te zonderen van de activiteiten opgedragen binnen de gewestelijke (bovengemeentelijke) opdracht.
De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) voert als regulator toezicht uit op de activiteiten die Aquafin uitvoert voor het Vlaamse Gewest. Verder is Aquafin een nv naar privaat recht met een autonome raad van bestuur, auditcomité, revisor, etc.
Volgens de nieuwe samenwerkingsovereenkomst (SWO) wordt de werking van Aquafin resultaatgericht aangestuurd, door middel
van door het Vlaamse Gewest oplegde doelstellingen. Aquafin wordt geëvalueerd aan de hand van kritische prestatie-indicatoren.
Aquafin heeft een intern controlesysteem uitgewerkt dat toelaat om eenduidig en transparant te rapporteren in het kader van deze resultaatgerichte aansturing. Het controlesysteem is gebaseerd op basisconcepten van het 3-lijnmodel:
Op dit niveau controleert de business zichzelf. Hiervoor hebben we in samenwerking met Deloitte 114 controleacties gedefinieerd die moeten verzekeren dat goede resultaten worden behaald op de 23 KPI’s. Het betreft o.m. het gebruik van checklists, het opzetten van rapportages en het nemen van steekproeven.
Op dit niveau organiseert de dienst Portfolio Management operationele audits om de business te controleren. Er worden ook suggesties gedaan over hoe de processen kunnen worden verbeterd. De dienst Portfolio Management is verder ook verantwoordelijk voor het extern rapporteren van de 23 KPI’s.
Deze controle gebeurt door de dienst Interne Audit door het uitvoeren van assurance audits
In deze audits wordt gecontroleerd of de 114 controleacties correct worden uitgevoerd en accuraat worden gedocumenteerd. Ook wordt bekeken of deze controleacties wel effectief zijn, m.a.w. of ze voldoende en op de juiste manier bijdragen tot het realiseren van de 23 KPI’s.
De dienst Interne Audit is ook verantwoordelijk voor de externe rapportering over de effectiviteit van deze controleactiviteiten.
Zoals voorzien in de samenwerkingsovereenkomst zal VMM toezicht houden op de goede en adequate werking van het zelfcontrolesysteem.
Aquafin is sedert de nieuwe samenwerkingsovereenkomst zelf verantwoordelijk voor de keuze van bovengemeentelijke investeringsprojecten die het agendeert om de opgelegde doelstellingen te halen. Voordat de projecten op bovengemeentelijke budgetten uitgevoerd worden, oordeelt de Vlaamse Milieumaatschappij over het bovengemeentelijke karakter van het project. Na oplevering van de aannemer kan de Vlaamse Milieumaatschappij
tot twee kwartalen later steekproefsgewijs projecten controleren. Daarna zijn de gemaakte kosten finaal goedgekeurd en heeft Aquafin contractueel recht op de terugbetaling ervan, gespreid over een periode tot maximaal 30 jaar. Anderzijds stelt Aquafin ook, op basis van LCP-analyses (levenscyclusplannen), een asset managementprogramma voor de bestaande installaties op. De drinkwatermaatschappijen zijn bij decreet verplicht om het drinkwater dat ze leveren, te zuiveren. Ze sloten hiervoor een overeenkomst af met Aquafin, dat de zuiveringstaak van hen overneemt. Aquafin factureert de investeringskosten over de vastgestelde looptijd aan de drinkwatermaatschappijen, net als de werkingskosten gerelateerd aan de decretale opdracht. De drinkwaterbedrijven betalen de facturen van Aquafin met onder andere een toelage uit het Minafonds. Anderzijds rekenen ze het overige deel, momenteel zo’n twee derde van de totale factuur, door aan de consument volgens het principe “de vervuiler betaalt”.
Het budget voor werkingskosten, exclusief financieringskosten, wordt binnen de samenwerkingsovereenkomst gerelateerd aan onder andere de verwerkte vuilvracht, het beheerde patrimonium, de behandelde debieten en de investeringsbudgetten. Dit wordt aangevuld met een aantal vaste enveloppes. Het berekende budget is een totaal werkings-
budget voor Aquafin volgens de zogenaamde formule van het prestatiebudget. Daardoor heeft Aquafin de vrijheid om eigen accenten te leggen en het beschikbare prestatiebudget volgens die accenten intern toe te wijzen. Op een aantal enveloppes uit het prestatiebudget wordt een cumulatieve jaarlijkse efficiëntiewinst toegepast.
In de facturatiestroom tussen Aquafin en de drinkwatermaatschappijen is het Vlaamse Gewest co-debiteur. De gefactureerde omzet wordt gespreid over de verschillende Vlaamse drinkwatermaatschappijen, op basis van een verdeelsleutel die jaarlijks wordt opgemaakt door Aquaflanders en die goedgekeurd wordt door de Vlaamse Milieumaatschappij. Omdat Aquafin de uitgaven voor de investeringen gespreid krijgt terugbetaald, moet het bedrijf hiervoor financiering ophalen. Langetermijnfinanciering voor een project is pas mogelijk nadat het intern werd opgeleverd en in de facturatiestroom richting de drinkwatermaatschappijen zit.
Deze investeringen op lange termijn houden dus voor de financiers geen bouwrisico in. De financiering op korte termijn tijdens de uitvoering van een project overbrugt Aquafin met eigen middelen, commercial paper, kredietlijnen en general corporate purpose financiering.
De opdrachten van Aquafin zijn vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst afgesloten tussen het bedrijf en het Vlaamse Gewest. Het is een overeenkomst met een rollend karakter van 20 jaar die bepaalt dat Aquafin naast de uitbouw, het beheer en de exploitatie van de zuiveringsinfrastructuur ook verantwoordelijk is voor de financiering ervan. De laatste aanpassing aan de overeenkomst dateert van 1 januari 2023.
Tussen het Vlaamse Gewest, Aquafin, de Europese Investeringsbank en Belfius Bank geldt een affectatieovereenkomst, waarbij Belfius Bank optreedt als agent. De overeenkomst bepaalt dat, als Aquafin in financiële moeilijkheden verkeert, de drinkwatermaatschappijen niet langer aan Aquafin moeten betalen voor de zuivering van het door hen geleverde drinkwater maar aan Belfius Bank. Als agent van de affectatieovereenkomst stort Belfius Bank de bedragen nadien door naar de financiers op de (tussentijdse) vervaldag van de financieringsovereenkomsten. Volgens de affectatieovereenkomst moet het uitstaande tegoed dat Aquafin heeft op de drinkwatermaat-
schappijen altijd groter zijn dan de schuld onder de affectatieovereenkomst, dat is de affectatieratio. De commissaris controleert deze ratio na elke financieringsopname onder de overeenkomst en attesteert dit aan Belfius Bank. Deze bank communiceert de affectatieratio op haar beurt aan de financiers. Voor hen is het ook belangrijk om weten dat wijzigingen aan gespecifieerde artikels van de samenwerkingsovereenkomst die een financiële impact hebben, volgens de affectatieovereenkomst eerst ter goedkeuring aan hen moeten worden voorgelegd.
Om toe te treden tot de affectatieovereenkomst, ondertekent de financier samen met Aquafin en Belfius Bank een agentschapsovereenkomst.
Balans- en resultatenrekening
Belangrijkste risico’s en onzekerheden
Belangrijkste gebeurtenissen gebeurtenissen tijdens het boekjaar
Controle van de vennootschap
Aandeelhoudersstructuur en kruisparticipaties

Bijkantoren
Gebeurtenissen na balansdatum
Belangenconflicten
Commentaar bij de balans
Commentaar bij de resultatenrekening
Voorstel aan de algemene vergadering
Extra informatie
Green Finance Framework rapport op 31/12/2025
Toename in de voorraad goederen in bewerking en gereed product en in de bestellingen in uitvoering
en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op
Waardeverminderingen op voorraden,
Voorzieningen voor risico’s en kosten (toevoegingen +, bestedingen en terugnemingen -)
belastingen en terugnemingen
Er zijn geen substantiële risico’s en onzekerheden met betrekking tot het boekjaar.
Nieuwe EIB-lening
Na opname van een laatste schijf van 25 miljoen euro van onze 12e lening bij de Europese Investeringsbank (EIB), sloten we in september een nieuw raamcontract af met de EIB.
Deze nieuwe, 13e lening heeft een totale waarde van 265 miljoen euro en ligt beduidend hoger dan eerdere leningen. We zullen deze namelijk ook inzetten voor de financiering van de twee nieuwe slibdrogers op restwarmte, die momenteel gebouwd worden in Beringen en Roeselare.
Verhoging commercial paper-programma
Voor de kortetermijnfinanciering van investeringsprojecten in uitvoering, neemt Aquafin commercial paper op. Gezien de
sterke stijging van de investeringsmachtiging die de volgende jaren voorzien wordt, hebben we ons commercial paper-programma van 500 naar 650 miljoen euro opgetrokken.
opnieuw
Ratingbureau Moody’s gaf in 2025 de langetermijnrating van Aquafin opnieuw de beoordeling ‘Aa3 met negative outlook’. Ook de kortetermijnrating blijft onveranderd op P-1. De kredietwaardigheid van Aquafin volgt maximaal de rating van het Vlaamse Gewest. Het niveau ‘Aa3’ is de vierde hoogste rating bij Moody’s en staat voor een kredietwaardigheid van ‘hoge kwaliteit, met minimaal risico’.
Negen gemeenten
worden Riopact-vennoot
Op 1 januari 2026 traden negen Vlaamse gemeenten toe tot de samenwerkingsvorm Riopact-vennoot. Zeven van hen waren voordien al klant van Riopact, maar kiezen met de overstap voor nog meer ontzorging. Voor Riopact betekent dit een sterke groei van het aantal vennoten, van 25 naar 34. Riopact is het structurele samenwerkingsverband voor gemeentelijk rioolbeheer van Aquafin en drinkwaterbedrijf De Watergroep.
In 2025 werd het mandaat van de commissaris door de algemene vergadering –op voordracht van de raad van bestuur –toegewezen aan BDO voor een periode van 3 jaar, meer specifiek voor de boekjaren 2025, 2026 en 2027.
De vergoeding van BDO bedragen (exclusief btw, exclusief gebruikelijke kosten):
omschrijving code jaarrekening bedrag
Vergoeding mandaat
Bijkomende controleopdrachten
Andere opdrachten buiten revisorale opdrachten
Belastingadviesopdrachten
9505 56.000,00
95061 10.140,14
De Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV) bezit alle aandelen van Aquafin. Er bestaan geen kruisparticipaties.
Er zijn geen bijkantoren.
95063 7.028,12
Er hebben zich geen materiële gebeurtenissen voorgedaan na balansdatum.
95082 12.207,00
Er hebben geen gebeurtenissen plaatsgevonden waarbij een strijdig belang van vermogensrechtelijke aard werd vastgesteld bij de bestuurders overeenkomstig artikel 7:96 WVV.
Immateriële vaste activa
De cumulatieve investeringen per categorie worden hieronder aan boekwaarde weergegeven:
in duizend euro 2025 2024
Geactiveerde software 35.253 4.823
Software in ontwikkeling 3.190 11.728
De cumulatieve investeringen per categorie worden hieronder aan boekwaarde weergegeven: in duizend euro 2025 2024
huishoudelijke afvalwater in hoofdriolen die naar zuiveringsinstallaties leiden waar het gezuiverd wordt. Daarvoor bouwt Aquafin eerst de noodzakelijke bovengemeentelijke infrastructuur uit: collectoren voor afvalwater, pompstations en rioolwaterzuiveringsinstallaties. Daarnaast voert Aquafin de projecten uit die het Vlaamse Gewest opdraagt in het kader van het Lokaal Pact met de gemeenten. Deze Lokaal Pact projecten volgen dezelfde procedures als de bovengemeentelijke projecten.
ten in ontwerpfase, aanbestede projecten of al gegunde projecten waarvan de gemaakte kosten in hoofdzaak betrekking hebben op de boekhoudkundige klasse 27– activa in aanbouw en vooruitbetalingen – maar ook gedeeltelijk op de boekhoudkundige klasse 22 – terreinen en gebouwen – wat betreft het gedeelte terreinen. Op de activa in aanbouw wordt niet afgeschreven.
Nog niet opgeleverde projecten, inclusief terreinen
In 2025 werd er voor 34,2 miljoen euro geïnvesteerd in software en werd 3,8 miljoen euro afgeschreven. De activatie van de 34,2 miljoen euro heeft voornamelijk betrekking op de implementatie van SAP welke op 1 juni 2025 werd opgestart.
Van de 34,2 miljoen euro werd 25,3 miljoen euro overgeboekt van activa in ontwikkeling (11,1 miljoen euro van Software in ontwikkeling en 14,2 miljoen euro van materiële activa in ontwikkeling) en werd er 2,6 miljoen euro geïnvesteerd in de ontwikkeling van software. Het gaat om software die nog niet operationeel is. Pas op moment van ingebruikname wordt deze geactiveerd en start de afschrijving.
hoofdkantoor en operations
Zoals bepaald in de samenwerkingsovereenkomst verzamelt Aquafin in Vlaanderen het
De toename van de materiële vaste activa is een gevolg van de netto-aangroei van de investeringen in de waterzuiveringsinfrastructuur, uitgevoerd in opdracht van het Vlaamse Gewest. Onder waterzuiveringsinfrastructuur vallen de hierboven genoemde collectoren voor afvalwater, pompstations en rioolwaterzuiveringsinstallaties. Het gaat om alle reeds opgeleverde investeringsprojecten vanaf de eerste oplevering in 1992 tot het einde van het afgesloten boekjaar. In 2025 werden er voor 238 miljoen euro nieuwe projecten opgeleverd. Er werd dit jaar ook voor 195 miljoen euro aan afschrijvingen geboekt en voor 1,6 miljoen euro in terreinen geïnvesteerd.
Onder de nog niet opgeleverde projecten, inclusief terreinen zijn alle gemaakte kosten opgenomen voor de bovengemeentelijke projecten in uitvoering. Het gaat om projec-
In 2025 was er een toename van 27,3% tot 716 miljoen euro van de nog niet opgeleverde projecten onder klasse 27. Voor de uitbouwprojecten is er een toename in de aanbestedingen met 13,96%. De stijging van de groei van de
activa in aanbouw is een rechtstreeks gevolg van de stijging van het opleveringsbudget. Om deze stijging ook effectief te realiseren, moet Aquafin hierop anticiperen door meer projecten op te starten.
Bovendien stijgt de kostprijs van de projecten aanzienlijk als gevolg van bijkomende eisen die opgelegd worden door nieuwe regelgevingen en ook door de vergunningverlenende instanties, zoals onder meer strengere eisen inzake infiltratie, buffering en afvoer van het hemelwater, bijkomende eisen inzake grondwater, PFAS.
Voor asset management werd er voor 61,2 miljoen euro opgeleverd in 2025 en werd er voor 148,3 miljoen euro toegevoegd aan activa in aanbouw. In 2025 werd er voor 3,7 miljoen aan energiefondsprojecten opgeleverd en werd er voor 1,7 miljoen euro toegevoegd aan activa in aanbouw.
In 1994 kreeg Aquafin, in het kader van de beheersovereenkomst, het gebruiksrecht over de installaties die waren gebouwd in de periode die de oprichting van Aquafin voorafging en eigendom waren van de Vlaamse Milieumaatschappij. In de daaropvolgende jaren werden deze installaties niet enkel geëxploiteerd door Aquafin, maar ook uitgebreid en gerenoveerd. Aangezien
het beheer van eenzelfde patrimonium door zowel Aquafin als de Vlaamse Milieumaatschappij inefficiënt is, besliste de Vlaamse Regering om de installaties en bijhorende gronden door Aquafin te laten overkopen. Deze aankopen vonden plaats vanaf 2010 en zijn als aankopen VMM activa opgenomen onder de materiële vaste activa. In 2025 werd op deze activa voor 15 miljoen euro afgeschreven.
Investeringen hoofdkantoor en operations betreffen investeringen in hardware, software, labo-uitrusting, meubilair, materialen en uitrusting nodig voor de werking van het hoofdkantoor en overkoepelende operationele activiteiten die niet bestemd zijn voor één specifieke installatie.
In 2025 werd 0,05 miljoen euro geïnvesteerd in de renovatie van geëxploiteerde gebouwen en 1,0 miljoen euro afgeschreven op bestaande gebouwen. Hiervan heeft 0,9 miljoen euro betrekking op de Campus.
Daarnaast werd in 2025 0,22 miljoen euro geïnvesteerd in hardware, 6,1 miljoen euro in materiaal en uitrusting en labotoestellen en 0,2 miljoen euro aan meubilair. In totaal werd op deze posten 3,2 miljoen euro afgeschreven. Verder werd in 2025 voor 0,17 miljoen euro labotoestellen uit het actief
gehaald en 0,04 miljoen euro aan meubilair. Beide waren volledig afgeschreven.
Hydronautstudies zijn studies die worden uitgevoerd om tot een correct ontwerp te komen van het gerelateerde bovengemeentelijke investeringsproject en worden bijgevolg geactiveerd. Ook voor het beheer van bestaande infrastructuur worden hydronautstudies uitgevoerd. In 2025 werd er enerzijds voor 1,5 miljoen euro geïnvesteerd en anderzijds ook voor 3,3 miljoen euro afgeschreven.
In het kader van de rol van Asset Manager van Vlaanderen, werd het takenpakket van Aquafin uitgebreid met o.a. de overname van het overstortmeetnet van VMM. In 2025 werden overstortmeettoestellen aangekocht en geplaatst ter waarde van 0,3 miljoen euro waarop 0,6 miljoen euro werd afgeschreven.
Naast bovengemeentelijke infrastructuur bestaan de activa van Aquafin ook voor een klein deel uit gemeentelijke infrastructuur. In het kader van de contracten met de gemeenten kan Aquafin zogenaamde transportdiensten op zich nemen. Onder deze contracten zorgt Aquafin voor de nodige investeringen en biedt het bedrijf de gemeente of intercommunale de mogelijkheid om afvalwater via deze riolen te transporteren gedurende de looptijdtijd van het contract (15 jaar) waarna de activa worden
overgedragen aan de gemeente of intercommunale. In 2025 werd 2,7 miljoen euro aan afschrijvingen verwerkt op de gemeentelijke infrastructuur.
Financiële vaste activa
waarmee een deelnemingsverhouding bestaat
De financiële vaste activa bestaan in hoofdzaak uit de meerderheidsparticipaties van Aquafin in Aquaplus en Aqcelerator.
Sinds 2022 is Aquafin 100% aandeelhouder van Aquaplus. Eerdere waardeverminderingen worden teruggenomen ten belope van het resultaat van Aquaplus.
Op 8 februari 2024 werd Aqcelerator opgericht. Aqcelerator is een venturing ven-
nootschap waarvan de participaties zich concentreren op twee topics: enerzijds het stimuleren van de relevante innovaties die direct of indirect bijdragen tot de visie van Aquafin, en anderzijds het investeren in projecten gerelateerd aan common goods. Deze laatste participaties van Aqcelerator betreffen projecten die verband houden met de aanwending van gezuiverd afvalwater, maar nooit projecten om drinkwater te produceren. Hierbij is het belangrijk te vermelden dat Aqcelerator in die gevallen enkel een deelneming overweegt nadat het objectieve toewijzingsproces van het common good volledig gelopen is, en enkel op initiatief van de private partij.
Aquafin heeft in Synductis een deelneming van 14,29% en wordt weergeven onder Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat.
De aandelen die Aquafin heeft in Riopact worden weergegeven in Overige deelnemingen.
In het kader van de Call Groene Stroom ontving Aquafin in 2022 een subsidie voor de ondersteuning van middelgrote installaties op basis van zonne-energie en kleine en middelgrote windturbines. In ruil moest Aquafin 7,5% waarborg storten van het toegekende steunbedrag en minstens 2 duizend euro.
Voorraden en bestellingen in uitvoering
Buiten de taken in opdracht van het Vlaamse Gewest (die in 2025 92% van onze activiteiten omvatten) toegekend via de samenwerkingsovereenkomst, kunnen steden en gemeenten voor rioleringstaken een beroep doen op Aquafin, dat daartoe een specifiek aanbod heeft ontwikkeld. Zij kunnen hiertoe ofwel rechtstreeks een concessieovereenkomst afsluiten met Aquafin, ofwel onrechtstreeks een beroep doen op Aquafin via één van de samenwerkingsverbanden die Aquafin heeft afgesloten met Water-link, De Watergroep of Pidpa.
De werken die in dit kader gestart maar nog niet voltooid zijn, worden opgenomen onder de rubriek bestellingen in uitvoering.
De sterke toename van de bestellingen in uitvoering is een gevolg van de omschakeling naar SAP vanaf juni 2025 en de lange doorlooptijd van de datamigratie waardoor in de tweede jaarhelft uitzonderlijk geen nieuwe projecten opgeleverd en in resultaat genomen werden. In de eerste 5 maanden 2025 werden nieuwe projecten opgeleverd ter waarde van 24,1 miljoen euro.
Sedert midden 2024 is de samenwerking met De Watergroep ondergebracht in een maatschap. Een maatschap legt zelf geen jaarcij-
fers neer bij de Nationale Bank. Dit heeft als gevolg dat de cijfers van Riopact opgenomen moeten worden in Aquafin voor het gedeelte van haar aandeel in Riopact en dat alle onderlinge transacties geëlimineerd worden (geconsolideerd).
in duizend euro 2025 2024
Water-link 153.264 104.991
Overige (Pidpa, individuele gemeenten) 107.329 79.334
Riopact (samenwerking De Watergroep) 83.559 56.254 344.152 240.579
Vorderingen op ten hoogste één jaar
in duizend euro 2025 2024
Handelsvorderingen 101.701 60.334
Overige vorderingen 5.953 10.491 107.654 70.825
klanten en het moment van betaling door onze klanten. Per einde 2025 stijgen de handelsvorderingen van 60,3 miljoen euro naar 101,7 miljoen euro.
De stijging van 41,4 miljoen euro (inclusief BTW) op klanten is het gevolg van de late doorfacturatie van commerciële projecten. In december werden zowel de kosten van Q3 als Q4 gefactureerd doordat dit niet eerder mogelijk was omwille van de migratie. Door incorporatie Riopact komt er bijkomend 3,4 miljoen euro handelsvorderingen binnen buiten de “gewone operaties”.
Overige vorderingen bestaat uit terug te vorderen BTW, terug te vorderen belastingen (7,6 miljoen euro) en vordering op De Watergroep als gevolg van de consolidatie met Riopact (-1,4 miljoen euro). Deze dalen van 10,5 miljoen euro in 2024 naar 6,2 miljoen euro in 2025.
Vorderingen op ten hoogste één jaar omvatten handelsvorderingen en overige vorderingen. Het saldo van Handelsvorderingen wordt bepaald door de timing van facturatie aan onze
De voornaamste oorzaak is de daling van het bedrag terug te vorderen vennootschapsbelasting. In 2024 was er een terug te vorderen vennootschapsbelasting van 2,7 miljoen euro waar deze in 2025 1,3 miljoen euro was. Dit onder andere als gevolg van een hoger bedrag aan verworpen uitgaven en een hoger resultaat ten opzichte van 2024.
Geldbeleggingen en liquide middelen
Aquafin beheert zijn liquiditeit actief. Er wordt gewerkt naar minimale cashoverschotten en desgevallend worden deze belegd, rekening houdend met de liquiditeit en opbrengst van de belegging, alsook met de kredietwaardigheid van de tegenpartij.
De post Geldbeleggingen en liquide middelen is met 5,5 miljoen euro gestegen van 8 miljoen euro naar 13,5 miljoen euro. Dit bedrag is in lijn met de policy voor cashoverschotten.
Overlopende rekeningen van het actief in duizend euro 2025 2024
Aankopen
De post aankopen VMM activa met eigen vermogen omvat de opbouw van de vordering die is ontstaan naar aanleiding van activa die Aquafin sinds 2010 van de Vlaamse Milieumaatschappij heeft overgekocht (meer info hierover bij Materiële vaste activa – aankopen VMM activa). Deze aankopen financiert Aquafin gedeeltelijk met vreemd vermogen en gedeeltelijk met eigen vermogen. De aankopen via eigen vermogen worden niet doorgerekend aan de drinkwatermaatschappijen, maar zullen bij een eventueel einde van de samenwerkingsovereenkomst, die een rollend karakter van 20 jaar heeft, in één keer worden gefactureerd. De vordering die hierdoor ontstaat, wordt jaarlijks met 1/20ste van de aanschafwaarde van de activa verhoogd en wordt geboekt op het overlopend actief.
De Overige over te dragen kosten zijn kosten die Aquafin in 2025 heeft ontvangen maar welke geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op 2026. Het gaat hier voornamelijk over onderhoudscontracten, licentiekosten of vooruitbetaalde huur of intresten.
De daling op over te dragen rentelasten is hoofdzakelijk het gevolg van de uitgifte van commercial paper welke in 2025 anders wordt verwerkt. In 2024 werd de rentevergoeding voor de volledige looptijd betaald op het moment van uitgifte en vervolgens overgedragen. Vanaf 2025 zal de kost pas
verwerkt worden op moment van betaling. Het gaat enkel om een presentatie op balans, financieel gezien heeft dit geen impact.
In het kader van de contracten met de gemeenten neemt Aquafin transportdiensten (cfr. Materiële vaste activa – gemeentelijke activiteiten) op zich, waarbij op vraag van de gemeenten een systeem van betalingsmodaliteiten kan uitgewerkt worden. De post gemeentelijke projecten weerspiegelt het positieve verschil tussen de afschrijvingen op de gemeentelijke projecten en het aflossingsdeel van de onderliggende leningen dat gefactureerd wordt aan de gemeenten. Op deze manier worden tussentijds kosten en opbrengsten in evenwicht gehouden.
Ter indekking van het renterisico sluit Aquafin voor bepaalde leningen rente-indekkingscontracten af, binnen het door de raad van bestuur goedgekeurde beleid. Om een resultaatmeting voor de indekking mogelijk te maken, wordt er per indekkingsstrategie een benchmark vastgelegd. Als de rentelasten van de benchmark lager zijn dan de som van de rentelasten van de onderliggende lening en de fixing van de bijhorende indekkingsinstrumenten, wordt dit verschil geboekt als financiële kost. Aangezien de rente zes maanden voor betaaldatum vastgelegd wordt en dus ook de afwijking ten opzichte van de benchmark gekend is en aldus geboekt wordt, vindt bij afsluiting een pro rata boeking
plaats op de toe te rekenen intresten rentemanagement. Dankzij optimalisaties van een groot aantal van onze indekkingen in de voorbije jaren, zijn de resultaten van het rentemanagement positief en leidt dit niet tot financiële kosten die op de toe te rekenen intresten rentemanagement geprorateerd moeten worden. Daarnaast worden de financiële kosten, die het verschil zijn tussen de benchmark en de rentelasten van de lening en als intrestcorrectie rentemanagement in het resultaat zijn geboekt, ook via deze overlopende rekening geprorateerd. De rentevoeten van de leningen bestaan uit een euribor-rente verhoogd met een marge. In 2025 is de 6 maands-euribor gedaald van ca. ca. 2,6% naar 2,1% en ligt de benchmarkrente van vele indekkingen boven de rente van de lening. Dit maakt dat er per eind 2025 toe te rekenen intresten met betrekking tot het rentemanagement op het actief zijn.
De toe te rekenen opbrengsten omvatten de toekenning van het resultaat over 2025 dat voortkomt uit een samenwerkingsverband voor gemeentelijke rioleringsactiviteiten tussen Aquafin en De Watergroep genaamd Riopact. Hierbij geven beide partijen 50% van hun resultaat af aan elkaar. Aquafin rondde het boekjaar af met een winst van 0,59 miljoen euro en De Watergroep behaalde een resultaat van 0,52 miljoen euro. De verdeling van de winst wordt verwerkt als een op te maken creditnota van 0,59 miljoen euro en een te ontvangen vergoeding van
0,55 miljoen euro. Daarnaast wordt de helft van de maatschap op rekeningniveau geconsolideerd in de cijfers van Aquafin, en dit na eliminatie van de intercompanyposities.
Eigen vermogen
Het kapitaal van Aquafin bedraagt momenteel 298 miljoen euro. Het kapitaal bestaat uit 1.001.613 aandelen die niet-beursgenoteerd zijn en is volledig volgestort.
De reserves bestaan uit de wettelijke reserve en de beschikbare reserve.
De wettelijke reserve wordt jaarlijks aangevuld totdat die gelijk is aan 10% van het kapitaal. Volgens artikel 7:211 WVV wordt jaarlijks 5% van de winst na belasting gereserveerd.
Indien de Algemene Vergadering de voorgestelde winstverdeling voor boekjaar 2025 aanvaardt, wordt de wettelijke reserve met 363 duizend euro verhoogd tot 16.928 duizend euro en het resterende resultaat van 2,7 miljoen euro toegevoegd aan overgedragen winst.
Als gevolg van een nieuwe schatting van de gronden Dijkstraat en Ingberthoeveweg werd er in 2021 een herwaarderingsmeerwaarde van 1,8 miljoen euro geboekt.
In 1992 ontving Aquafin een advies van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen waarbij de toelating werd verleend om de post kapitaalsubsidies afwijkend van de gangbare interpretatie in te vullen. Deze rubriek weerspiegelt de impact van het verschil tussen terugbetalings- en afschrijvingstermijn van de opgeleverde bovengemeentelijke projecten. Het terugbetalingsritme van deze projecten loopt immers niet volledig gelijk met het afschrijvingsritme, waardoor een mismatch ontstaat tussen kosten en gerelateerde opbrengsten. Het gaat met andere woorden om vooruitbetaalde afschrijvingen.
De door Aquafin verworven terreinen worden niet afgeschreven en onmiddellijk terugbetaald.
Het verschil tussen terugbetalings- en afschrijvingstermijn is als volgt samengesteld: in duizend euro 2025 2024
Bouwkunde 500.301 527.922
Gronden en erfdienstbaarheden 121.168 119.852
VMM-activa 70.065 64.550
installatie is opgenomen onder kapitaalsubsidies slibmonoverbrander (22,1 miljoen euro) en betreft het bedrag dat reeds ontvangen is en gereserveerd voor de toekomstig geplande milestonevergoeding.
Voorzieningen voor risico’s en kosten
De belangrijkste mutaties in de voorzieningen voor risico’s en kosten kunnen teruggebracht worden naar deze voor bovengemeentelijke projectkosten, mogelijk verworpen werkingskosten en personeelsgerelateerde provisies.
We merken dat bijna alle posten stijgen met als belangrijkste uitzondering bouwkunde en in mindere mate elektromechanica. Bouwkunde werd tot 2008 over 15 jaar gefactureerd en op 33 jaar afgeschreven. Vanaf 2009 wordt de categorie bouwkunde gefactureerd over 30 jaar en is de terugbetalingstermijn van de nog openstaande bedragen aangepast, wat maakt dat het jaarlijkse facturatiebedrag gehalveerd werd. Naarmate de tijd vordert zullen dus steeds meer projecten volledig gefactureerd zijn en wordt er enkel nog afschreven waardoor het bedrag aan kapitaalsubsidies opnieuw verkleint.
Het bedrag voor de slibmonoverwerkings-
De provisie voor bovengemeentelijke projectkosten (1.925 duizend euro) heeft enerzijds betrekking op risico’s tijdens uitvoering en projecten die omwille van een vertraagde/ uitgestelde uitvoering van gemeentelijke projecten niet kunnen opgeleverd worden omdat deze nog onvoldoende renderen (1.441 duizend euro). Anderzijds worden provisies aangelegd gerelateerd aan de inhouding van projectkosten die na oplevering nog worden geregistreerd, de zogenaamde nagekomen kosten (483 duizend euro). De afname van de provisie wordt voornamelijk verklaard door de oplevering van project 21.378BB Deinze, in 2025, met een terugname van de provisie ter waarde van 597 duizend euro.
Voor juridische geschillen wordt een provisie aangelegd, ter waarde van een redelijke inschatting van de claim, wanneer de kans waarschijnlijk is dat Aquafin het geschil verliest. Per 31 december 2025 bedraagt de provisie voor juridische geschillen 283 duizend euro voor 60 geschillen. In 2025 registreerden we 17 nieuwe zaken en konden 19 dossiers afgesloten worden. In uitvoering van de adviezen van de boekhoudkundige normen wordt elk jaar een provisie aangelegd voor de verwerkingskost van het slib dat zich in de buffers bevindt. Dit zijn de voorzieningen voor slibbuffers.
Voorziening voor brugpensioenen is gestegen met 15 duizend euro. Enerzijds werd een nieuwe werknemer toegevoegd, anderzijds ver-
kleint elk jaar de kloof tussen SWT en effectief pensioen voor de mensen die in aanmerking komen voor brugpensioen.
Mogelijk verworpen werkingskosten zijn werkingskosten waarbij de mogelijkheid bestaat dat deze niet vergoed zullen worden volgens de samenwerkingsovereenkomst.
Enerzijds werd een provisie van 96 duizend euro behouden voor mogelijk niet aanvaarde werkingskosten zoals endogene groei, uitzuivering RWZI Borgloon uit TZPE (patrimoniumeenheden gerelateerd aan tijdsbesteding) en TZPA (patrimoniumeenheden gerelateerd aan de waarde van het patrimonium) en KaderRichtlijnWater fosforverwijdering voor de kaderrichtlijn Water. Anderzijds werd er een nieuwe provisie aangelegd van 931 duizend euro voor exogene inkomsten fosfor.
De voorziening voor verzekeringsdossiers bedraagt 30 duizend euro. Enerzijds werden de provisies van 8 duizend euro voor verzekeringsdossier KLIP Turnhout en 3 duizend euro voor het dossier Lieven Gevaertstraat 15 Kapellen – riolering teruggenomen, anderzijds werd er een nieuwe provisie genomen voor schadegeval Bornem van 30 duizend euro.
Overige omvat eind 2025 hoofdzakelijk de provisie in het kader van het afschakelplan voor de slibverwerking van Brugge en een provisie voor digitale vervoersdocumenten.
Schulden op meer dan één jaar, inclusief het gedeelte dat binnen het jaar vervalt
Ter financiering van onze bovengemeentelijke investeringsuitgaven die de drinkwatermaatschappijen gespreid terugbetalen, werd in 2025 bijkomend 230 miljoen euro opgenomen onder affectatie. De affectatieratio die hieruit voortvloeit, waarbij de resterende aanspraken op de drinkwatermaatschappijen worden afgezet tegenover de schulden onder affectatie, bedraagt op het einde van het boekjaar 2025 1,11 (deze dient steeds groter dan 1 te zijn).
Voor de dagelijkse bedrijfswerking doet Aquafin enerzijds beroep op financiering met een middellange looptijd om een stabiele financieringsbasis te hebben en anderzijds op
kortetermijnkredieten en commercial paper om in te kunnen spelen op fluctuaties in de werken in uitvoering van investeringsprojecten. Het bedrag van deze schulden voor general purpose daalde als gevolg van de aflossing van 75,6 miljoen euro en de slechts gedeeltelijke herfinanciering ten bedrage van 26,5 miljoen euro.
Op vraag van de gemeenten kan in het kader van onze gemeentelijke activiteiten een systeem van betalingsmodaliteiten worden uitgewerkt. In 2025 werden in dit kader geen nieuwe langetermijnfinancieringen aangegaan. De uitstaande schuld voor gemeentelijke activiteiten daalde door de kapitaalafbouw van de lopende schulden volgens hun aflossingsschema’s.
in duizend euro 2024 nieuwe leningen aflossingen 2025
Financiële schulden op ten hoogste één jaar
in duizend euro 2025 2024
Commercial paper 381.482 145.500
Fixings
rentemanagement 1.982 -498
Kredietlijnen 14.790 5.100
de schulden en vorderingen die het gevolg zijn van deze fixings opgenomen als een financiële schuld op korte termijn. Een daling van de kortetermijnrente in 2025 betekent dat Aquafin minder rente ontvangt op het vlottende been. Aquafin betaalt het vaste been, de langetermijnrente. Over alle swapcontracten heen heeft Aquafin niet langer een vordering maar een schuld van 2 miljoen euro.
in duizend euro 2025 2024
Leveranciersschulden 7.828 47.022
Te ontvangen facturen 56.264 36.708
Op te maken creditnota’s drinkwatermaatschappijen huidig boekjaar 11.333 34.303
De financieringen op ten hoogste één jaar worden in hoofdzaak aangewend om de werken in uitvoering vóór oplevering te financieren. Binnen het commercial paper programma ter waarde van 650 miljoen euro, waarvan 485,5 miljoen euro beschikbaar voor korte termijn financiering, stond er per 31 december 2025 381,5 miljoen euro schuldpapier open. Het uitstaand saldo hangt af van verschillende factoren en betreft slechts een momentopname. De stijging kan in grote mate verklaard worden door de stijging van de activa in aanbouw die voorgefinancierd moeten worden en het (tijdelijk) lagere niveau van middellange termijnfinancieringen, de andere financieringscomponent van de activa in aanbouw.
In het kader van het rentemanagement gebeuren fixings altijd 6 maanden voor betaaldatum. Gedurende deze periode wordt het saldo van
Binnen de bestaande kredietlijnen ten bedrage van 465 miljoen euro – inclusief het gesyndiceerde krediet – liep er per 31 december 2025 een straight loan ten bedrage van 4,9 miljoen euro ter financiering van gemeentelijke werken in uitvoering en een straight loan ten belope van 10 miljoen euro ter financiering van bovengemeentelijke werken in uitvoering.
Overige 6.683 5.550 82.108 123.583
De post leveranciersschulden is met 39,2 miljoen euro gedaald ten opzichte van vorig jaar. Om de mogelijke vertraging van het verwerken van facturen binnen SAP te compenseren werd beslist om tijdelijk alle facturen onmiddellijk te betalen zodra deze verwerkt zijn. In 2024 werden facturen betaald op moment van vervaldag.
Te ontvangen facturen omvat ramingen voor reeds geleverde goederen en diensten, waarvoor de factuur nog niet is ontvangen of verwerkt.
De post op te maken creditnota’s drinkwatermaatschappijen reflecteert het verschil tussen de budgetramingen werkingskosten –ramingen waarop de voorschotfacturen aan
de drinkwatermaatschappijen zijn gebaseerd – en de eindfactuur van Aquafin, op basis van de effectief geleverde prestaties en afrekening van het vergoedingsmodel voor werkingskosten. In 2025 resulteerde de eindafrekening van het vergoedingsmodel 2024 in een creditnota van 30,7 miljoen euro, daar waar over 2025 een provisie op te stellen creditnota werd voorzien van 8,9 miljoen euro. Het resterende saldo (2,2 miljoen euro) bestaat uit een reserve die Aquafin heeft opgebouwd om herstructureringen door te voeren in het rentemanagement programma.
De post overige bevat enerzijds een herindeling tussen actief en passief van klanten met een tegoed saldo en leveranciers met een saldo verschuldigd aan Aquafin (2,5 miljoen euro). Anderzijds bevat dit een provisie voor op te stellen creditnota’s aan onder andere het Vlaamse Gewest en De Watergroep in het kader van de resultaatsverrekening binnen Riopact (samen 4,1 miljoen euro).
Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen
De prestaties die Aquafin levert en factureert aan de gemeentelijke klanten en die nog niet voltooid zijn, worden opgenomen onder de rubriek ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen en evolueren in dezelfde zin als
de bestellingen in uitvoering. Per einde 2025 steeg deze balanspost met 107,5 miljoen euro tot 343,4 miljoen euro.
Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten
in duizend euro 2025 2024
Bezoldigingen en sociale lasten
Gewestelijke, provinciale en gemeentelijke belastingen en taksen
Vennootschapsbelasting 0 533
immers opgebouwd in 2025 en uitbetaald in 2026. Verder werd er in 2025 een bijkomende provisie aangelegd van 1 miljoen euro voor vakantiedagen welke niet opgenomen werden in 2025 maar werden overgedragen naar 2026, hoofdzakelijk als gevolg van het ingevoerde verlofspaarplan. Hierdoor evolueert de provisie van 3,2 miljoen euro naar 4,2 miljoen euro.
Gewestelijke, provinciale en gemeentelijke belastingen en taksen dalen 8 duizend euro. Deze schulden fluctueren enerzijds in functie van het binnenkomen van de werkelijke kosten, en anderzijds als gevolg van de indexatie.
De uitstaande vennootschapsbelasting 2024 heeft betrekking op de fiscale controle over het boekjaar 2022.
De uitstaande verplichtingen met betrekking tot belastingen betreffen de verschuldigde vennootschapsbelasting, gewestelijke, provinciale en gemeentelijke belastingen en taksen.
De positie Schulden met betrekking tot belastingen, bezoldigingen en sociale lasten stijgt van 25,1 miljoen euro naar 27,3 miljoen euro.
In 2025 werd, bij het aanleggen van de provisie vakantiegeld, rekening gehouden met de indexatie 2026. Vakantiegeld wordt
Dit omvat de schuld ten opzichte van Aqcelerator met betrekking tot cash pooling (3,7 miljoen euro) en nog te betalen intresten (19 duizend euro) en schuld ten opzichte van Riopact (1 miljoen euro).
Verder wordt hier het te betalen dividend opgenomen.
Indien de Algemene Vergadering de voorgestelde winstverdeling goedkeurt zal, op
21 april 2026, aan PMV een bruto dividend uitbetaald worden van 4.207 duizend euro. Dit bedrag is gelijkaardig aan het uitbetaalde dividend over boekjaar 2024.
Overlopende rekeningen van het passief
in duizend euro 2025 2024
Toe te rekenen rente op leningen 15.694 17.155
Toe te rekenen rente rentemanagement 911 726
Overige toe te rekenen kosten
De toe te rekenen rente op leningen bevat de rente op financieringen op zowel korte als lange termijn (met uitzondering van de rente van commercial paper op korte termijn), die bij afsluiting pro rata toegerekend worden aan het betreffende boekjaar. Deze zijn licht afgenomen. Hoewel de lange termijnrente gestegen is, wordt de stijging van de rentelasten voor de nieuwe middellange en lange termijnfinancieringen meer dan gecompenseerd door de daling van de korte termijnrente. Hierdoor zijn de rentelasten op onze leningen met een
variabele rente gedaald. Dit is ook merkbaar in een daling van de pro rata’s.
Ook de pro rata van de rentelasten met betrekking tot indekkingscontracten van renterisico’s van bepaalde leningen worden via de overlopende rekeningen geboekt. Om een resultaatmeting voor de indekking mogelijk te maken, wordt er per indekkingsstrategie een benchmark vastgelegd. Als de rentelasten van de benchmark hoger zijn dan de som van de rentelasten van de onderliggende lening en de fixing van het bijhorende indekkingsinstrument, wordt dit verschil geboekt op een opbrengstenrekening. Aangezien de rente 6 maanden voor betaaldatum gefixed wordt en dus de afwijking ten opzichte van de benchmark gekend is en aldus geboekt wordt, vindt bij afsluiting een pro rata boeking plaats via de toe te rekenen rente rentemanagement. Voor nagenoeg al onze indekkingscontracten is het verschil met de benchmark in 2025 kleiner geworden door een verdere daling van de korte termijnrente, waardoor de vlottende benen van de swaps (die we ontvangen) en dus de opbrengsten lager liggen. Mits investering van besparingen van het rentemanagement herstructureerde Aquafin echter één indekkingscontract, waardoor er een bijkomend positief resultaat gegenereerd werd ten opzichte van de benchmark. Daarnaast zijn er ook een aantal nieuwe leningen met variabele rente
en herzienbare marge afgesloten die ingedekt zijn met swaps, die opbrengsten genereren ten opzichte van hun benchmark. Hierdoor is de toe te rekenen rente van het rentemanagement licht gestegen.
Overige toe te rekenen kosten bevatten 25 miljoen euro over te dragen opbrengsten. Sinds 2021 omvat deze post ook reeds ontvangen maar nog niet aangewende budgetten voor de uitrol van het digitaliseringsprogramma Digital4Us en voor de uitwerking van de rol Asset Manager van Vlaanderen. In 2025 zijn deze gecumuleerd naar respectievelijk 16,4 miljoen euro en 2,6 miljoen euro.
Sinds 2023 werden bijkomende budgetten ontvangen voor de financiering van de bouw van een slibmonoverwerkingsinstallatie, de investering in het beschikbaar stellen van restwater aan de land- en tuinbouw. Het nog aanwendbare saldo voor restwater bedraagt 4,7 miljoen. Het ontvangen, nog niet aangewende, bedrag voor de slibmonoverwerkingsinstallatie (22,1 miljoen euro) wordt vanaf 2024 gepresenteerd als kapitaalsubsidies.
Deze opbrengsten worden in omzet genomen a rato van de gerelateerde kosten. De overige elementen worden in de tabel hiernaast weergegeven.
Overige bevat een provisie voor nog niet afgesloten gemeentelijke projecten. Op basis van de lijst van projecten die per einde 2025 een negatief saldo vertonen is gedreven door het voorzichtigheidsbeginsel een provisie aangelegd.
Bank gerelateerde kosten 2024 omvatten een commitment fee van 110 duizend euro. In 2025 werd deze commitment fee van 118 duizend euro verwerkt als te ontvangen factuur (Handelsschuld).
In de samenwerkingsovereenkomst met het Vlaamse Gewest, die de bepalingen bevat over de bovengemeentelijke opdracht van Aquafin, is bepaald dat de vergoeding voor de bovengemeentelijke activiteiten van Aquafin gebeurt op basis van de doorrekening van alle redelijke kosten, verhoogd met een vergoeding voor de aandeelhouder(s) die gebaseerd is op de inbreng in het eigen vermogen. Hieruit volgt dat de kosten en opbrengsten voor deze activiteiten in grote mate een spiegelbeeld zijn van elkaar.
De beschikbare middelen om de werkingskosten te financieren – exclusief financieringskosten en exclusief fluctuaties in energieprijzen – wordt bepaald via een formule, waarbij het budget aan werkingsmiddelen van Aquafin afhankelijk gesteld wordt van een aantal parameters zoals het patrimonium en de behandelde vuilvracht en specifieke indices, het zogenaamde prestatiebudget.
Het verschil tussen enerzijds het resultaat volgens de formule van het prestatiebudget en anderzijds de werkelijk geboekte kosten voor dit boekjaar, heeft een positief effect van 2,6
miljoen euro op het boekhoudkundig resultaat per 31 december 2025, en dit hoofdzakelijk als gevolg van het droge weer dat een substantiële daling van de kosten van chemicaliën en slibverwerking tot gevolg heeft.
Omzet
Aquafin realiseert het grootste deel van de omzet uit de bovengemeentelijke activiteiten die voortvloeien uit de samenwerkingsovereenkomst met het Vlaamse Gewest. Binnen deze vergoeding kan een onderscheid worden gemaakt tussen vergoedingen die betrekking hebben op bouwactiviteiten (investeringskosten) en vergoedingen met betrekking tot operationele werking (werkingskosten) die, in lijn met de steeds toenemende activiteiten, in dezelfde zin mee-evolueren.
De vergoeding van de werkingskosten betreffen de facturatie van het budget vastgelegd door de formule van het prestatiebudget. De evolutie in de werkingskosten is het gevolg van de stijging van de outputparameters en indices van het vergoedingsmodel. Dit budget stijgt omwille van een stijging in activiteiten: onder meer het toekomstige opleveringsvolume, de stijging in patrimonium en de verwerkte vuilvracht. Ook de evolutie van de energieprijzen spelen hier een belangrijke rol.
De gespreide facturatie investeringskosten betreffen de terugbetaling van opgeleverde rioolwaterzuiveringsinfrastructuur. De terugbetalingstermijnen van deze infrastructuur houden rekening met de verwachte levensduur van de onderliggende activa.
De afrekening van de rentelasten betreft de doorfacturatie van de rentelasten, die het gevolg zijn van de prefinancieringsrol van Aquafin.
De vergoeding eigen middelen bedraagt 1,95% van het eigen vermogen. Dit moet leiden tot het uitkeren van het gewenste dividend rekening houdende met de belastingen. In 2025 is de verschuldigde vennootschapsbelasting 4,2 miljoen euro ten opzichte van 2,6 miljoen euro in 2024. Dit onder andere als gevolg van een hoger bedrag aan verworpen uitgaven en overschot op prestatiebudget.
Daarnaast omvat de omzet de doorrekening van kosten aangerekend voor de sanering van gewest-overschrijdend afvalwater door het Brusselse Gewest, via Hydria.
De diensten die Aquafin aanbiedt aan de steden en gemeenten die niet kaderen binnen de samenwerkingsovereenkomst resulteerden voor 2025 in een omzet van 44 miljoen euro. Dit betreft de omzet van projecten die in resultaat genomen zijn. Deze beperkte omzet is het gevolg van de omschakeling naar SAP vanaf juni 2025 in combinatie met de lange doorlooptijd van de datamigratie waardoor in de 2de helft van het jaar uitzonderlijk geen nieuwe projecten meer werden opgeleverd en in resultaat genomen. Volgens de waarderingsmethode
completed contract wordt een project pas in resultaat genomen wanneer het project volledig afgewerkt is. Deze afname in gerealiseerde omzet wordt gecompenseerd door een toename in de bestellingen in uitvoering (zie verder).
Als gevolg van een timingverschil tussen de afschrijving en de doorfacturatie van bovengemeentelijke investeringen – zoals toegelicht onder de post kapitaalsubsidies – wordt een correctie via de netting facturatie investeringskosten naar afschrijvingen in het resultaat opgenomen, om zo de afschrijvingen met de gerelateerde omzet in lijn te brengen.
Wijziging in bestellingen in uitvoering
Deze rubriek reflecteert de wijziging in de rubriek voorraden en bestellingen in uitvoering op het actief van de balans, huidige periode ten opzichte van vorige periode.
Volgens de waarderingsmethode completed contract wordt een project pas in resultaat genomen wanneer het project volledig afgewerkt is. Deze rubriek reflecteert de aangroei van de aankopen gelinkt aan nog niet opgeleverde commerciële projecten en diensten. De sterke toename van de bestellingen in uitvoering is een gevolg van de omschakeling naar SAP vanaf juni 2025 en de lange doorlooptijd van de datamigratie waardoor geen nieuwe projecten of diensten meer werden opgeleverd en in resultaat werden genomen in de 2de helft van het boekjaar.
Het samenwerkingsverband ‘Riopact’ is sedert 2024 een Maatschap. Dit heeft als gevolg dat de cijfers van Riopact opgenomen moeten worden in Aquafin voor het gedeelte van haar aandeel in Riopact en dat alle onderlinge transacties geëlimineerd worden (geconsolideerd).
Geproduceerde vaste activa
Geproduceerde vaste activa omvat geactiveerde kosten van onderzoek en ontwikkeling, vervaardigd door werknemers van Aquafin en externe consultants. In 2025 bedraagt deze 11,8 miljoen euro. De stijging met 10,4 miljoen euro ten opzichte van 2024 is het gevolg van de wijziging van de manier van boeken. In AS400 werden deze kosten rechtstreeks geboekt op het vast actief (27-rekening AIA).
In SAP worden deze kosten eerst op een 61-rekening (diensten en diverse goederen) geboekt. Waarna de kost geneutraliseerd wordt via een 72-rekening (geproduceerde vaste activa) en overgeboekt wordt naar het vast actief. Dit verklaart ook waarom de kost op externe medewerkers (zie Diensten en diverse goederen) zo sterk is gestegen.
Andere bedrijfsopbrengsten
Andere bedrijfsopbrengsten stijgen met 697 duizend euro ten opzichte van vorig jaar.
Andere bedrijfsopbrengsten zijn voornamelijk recuperaties van kosten die niet tot de reguliere omzet kunnen gerekend worden. Bij de voornaamste verschillen zien we enerzijds een stijging in de recuperatie opleidingspremies (+229 duizend euro), recuperatie BV O&O (+120 duizend euro) en fietsleasing (+133 duizend euro) en conso Riopact (+617 duizend euro), anderzijds een daling bij recuperatie educatief verlof (-77 duizend euro), recuperatie oud ijzer (-156 duizend euro) en recuperatie extern afvalwater (-188 duizend euro).
Diensten en diverse goederen
De belangrijkste posten binnen de rubriek
Handelsgoederen, grond en hulpstoffen worden hieronder weergegeven.
duizend euro
Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen
Als gevolg van een hermapping van kosten binnen SAP is er een verschuiving tussen de posten Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen en Diensten en Diverse goederen. Voor 2024 betekent dit een verschuiving van 665 duizend euro van Diensten naar Handelsgoederen.
Kosten voor afvoer van slib, zand en roostergoed
Chemicaliën voor waterzuivering en slibverwerking
Mechanisch, elektrische en bouwkundige werken
Exploitatie door het Brusselse Gewest (Hydria)
Binnen de Energiekosten zijn de elektriciteitskosten (met een aandeel van 92% van het totaal) in 2025 verder gedaald (-12 %) omwille van zowel een lager verbruik (o.a. door de drogere weersomstandigheden) als een lagere gemiddelde prijs per Mwh (2% lager). Voor aardgas daalde de gemiddeld aangerekende prijs met 13%.
Kosten voor afvoer van slib, zand en roostergoed daalden met 2,7 miljoen euro. De opeenvolging van het zeer natte 2024 en het zeer droge 2025 veroorzaakte een daling van de te verwerken hoeveelheid ontwaterd slib in 2025 (-16k ton versus 2024). De transportkosten voor afvoer van vloeibaar, ontwaterd en gedroogd slib bleven quasi stabiel (-1 % of -0,1 miljoen euro). De afzetkosten inclusief milieuheffing daalden omwille van de lagere te verwerken hoeveelheid met 11 % (-2,6 miljoen euro).
De Chemicaliënkosten dalen in 2025 met 0,5 miljoen euro. Op de waterlijn (-0,8 miljoen euro) noteren we lagere verbruiken omwille van de zeer droge weersomstandigheden. Op de sliblijn stegen de chemicaliënkosten met 0,26 miljoen euro (3%).
Bij Mechanisch, elektrische en bouwkundige werken zien we een verschuiving van de post Diensten en diverse goederen naar Handels-
goederen, grond- en hulpstoffen. Kosten Mechanisch, elektrische en bouwkundige werken stijgen met 28,89% als gevolg van inflatoire druk op de prijzen en het effect van het steeds verouderende patrimonium.
Ook bij de post Overige is er een verschuiving van Diensten en diverse goederen naar Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen. Het gaat over kosten verzorgend onderhoud en ruimingskosten. De post Overige daalt met 12% verspreid over diverse posten waarvan de grootste gerelateerd aan ruimingen en slibdrogers.
Op de post exploitatie door derden stijgen de kosten met 0,8 miljoen euro. Het betreft de doorfacturatie van Hydria voor de bijdrage van Aquafin aan het Brussels Gewest in de afvalwaterzuiveringskost van de Vlaamse randgemeenten via de RWZI’s Brussel-Noord en Brussel-Zuid. De stijging wordt voornamelijk verklaard door enerzijds de gestegen loonkosten en anderzijds door fluctuaties van de jaarlijkse voorraadwijzigingen.
Diensten en diverse goederen stijgen van 155 miljoen euro naar 174,9 miljoen euro.
De kosten met betrekking tot gemeentelijke activiteiten stijgen met 6,4 miljoen euro in ver-
gelijking met 2024. Deze kosten hebben een beperkte impact op het resultaat. Ze worden namelijk geneutraliseerd via de bestellingen in uitvoering naar de balans en worden pas in resultaat genomen na volledige afwerking van het project of de service. Deze stijging is voornamelijk het gevolg van aannemingsprijzen die zich handhaven op een hoog peil ten gevolge van onder andere blijvende hoge materiaalprijzen, loonindexeringen,…
Bij de bovengemeentelijke activiteiten zien we voornamelijk een stijging in kosten gerelateerd aan aannemingswerken elektromechanica (2,5 miljoen euro), IT (2,7 miljoen euro) en externe medewerkers ( 6 miljoen euro). De stijging ten opzichte van 2024 op externe medewerkers is het gevolg van de wijziging van de manier van boeken. In AS400 werden deze kosten rechtstreeks geboekt op het vast actief (27-rekening AIA). In SAP worden deze kosten eerst op een 61-rekening (diensten en diverse goederen) geboekt. Waarna de kost geneutraliseerd wordt via een 72-rekening (geproduceerde vaste activa) en overgeboekt wordt naar het vast actief.
Diensten en diverse goederen welke betrekking hebben op conso Riopact stijgen van 20,3 miljoen euro naar 22,2 miljoen euro (+9,5%).
Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen
De stijging van de personeelskosten volgt het toenemende personeelsbestand van 1.201 VTE naar 1.213 VTE. Deze stijging ligt in lijn met de groei van de infrastructuur die door Aquafin geëxploiteerd en uitgebouwd wordt, zowel op gemeentelijk als bovengemeentelijk vlak. in duizend euro 2025 2024
Bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen
Werkgeversbijdragen voor sociale verzekeringen
Werkgeverspremies voor bovenwettelijke verzekeringen
Andere personeelskosten
Bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen stijgen met 5,4 miljoen euro. Enerzijds daalt de personeelskost met 0,35 miljoen als gevolg van de consolidatie met Riopact. Anderzijds stijgen de bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen met 5,7
miljoen euro op. Dit als gevolg van gestegen personeelsbestand, de loonindexatie in 2025 en de aanpassing van de lonen in het kader van groei. Daarnaast werd er in 2025 een bijkomende provisie aangelegd van 1 miljoen euro voor vakantiedagen die niet opgenomen werden in 2025 en werden overgedragen naar 2026, hoofdzakelijk als gevolg van het ingevoerde verlofspaarplan.
Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa
De afschrijvingen kunnen onderverdeeld worden in onderstaande vier rubrieken. in duizend euro 2025 2024
Installaties, machines & uitrusting
Immateriële vaste activa
Gezien de gestage uitbreiding van het patrimonium van Aquafin – de waarde van de activa van Aquafin neemt jaarlijks nog steeds toe – stijgen eveneens de afschrijvingen op Installaties, machines & uitrusting.
De afname op gebouwen met 0,1 miljoen euro is het gevolg van een daling van eenmalige schadevergoedingen op terreinen. Kosten gerelateerd aan de aankoop van terreinen worden bij oplevering in één keer afgeschreven. De daling van de afschrijving is het gevolg van een daling van het aantal opgeleverde terreinen.
Waardeverminderingen
op voorraden, bestellingen in uitvoering en handelsvorderingen
– voorzieningen voor risico’s en kosten
De tabel hiernaast geeft de aansluiting met de mutaties op de gerelateerde balansrekeningen weer.
Waardeverminderingen op voorraden en bestellingen in uitvoering en Handelsvorderingen
Vorderingen samenwerkingsovereenkomst 8 8 0
Voorzieningen voor risico’s en kosten werden reeds besproken bij de betreffende balanspositie.
Onder deze rubriek vallen de directe belasting en taksen die geheven worden op de installaties van Aquafin. Het betreft onroerende voorheffing en taksen op gewestelijk, provinciaal, gemeentelijk en milieuvlak.
In 2024 werd de regularisatie van de BTW op eigen bijdrage verwerkt voor de boekjaren 2022, 2023 en 2024 voor een totaal van 0,4 miljoen euro.
Onder overige kosten bevindt zich voornamelijk de niet aftrekbare BTW op autokosten (476 duizend euro in 2024 vs 188 duizend euro in 2025). Binnen SAP wordt de niet aftrekbare BTW verwerkt op autokosten. De 188 duizend euro heeft betrekking op de verwerking van de wagenkosten binnen AS400 waarbij deze nog wel op niet aftrekbare BTW werd verwerkt.
Financiële kosten en opbrengsten
in duizend euro
Financiële kosten
Onder deze rubriek worden de rentelasten op financiering op korte en lange termijn opgenomen, de kosten en opbrengsten met betrekking tot het actief rentemanagement en de ontvangen rente op de zicht- en spaarrekeningen die Aquafin aanhoudt.
Het nettoresultaat van het rentebeheer (kosten en opbrengsten) daalt van 704 duizend euro naar 245 duizend euro.
De rentelasten van de financieringen liggen hoger als gevolg van een toename van de uitstaande schuld om de werken in uitvoering en bijkomende opleveringen te kunnen voorfinancieren.
Verder ontvangt Aquafin, ondanks een actief thesauriebeheer 503 duizend euro minder rente vergeleken met 2024. Dit komt door de gedaalde euribor rentevoeten (2,9% in januari 2025 naar 1,9% in december 2025) en door kleinere kasoverschotten.
Niet-recurrente financiële opbrengsten en kosten
Hieronder valt de aanpassing van de geboekte minwaarde op de deelneming in Aquaplus. De waardering in de boeken van Aquafin wordt jaarlijks aangepast aan het eigen vermogen van Aquaplus. In 2025 behaalde Aquaplus een positief resultaat van 266 duizend euro. Als gevolg werd er in Aquafin een terugname van 266 duizend euro verwerkt op de waardevermindering van de deelneming. Deze aanpassing loopt enkel zolang de eerder aangelegde waardevermindering kan worden teruggenomen.
in duizend euro 2025 2024
Niet-recurrente financiële opbrengsten
266 290
Niet-recurrente financiële kosten 0 0
266 290
Rekening houdend met de winst na belastingen bedraagt de winst van het boekjaar: 7.256.782,13 euro. — toevoeging aan de wettelijke reserve: 362.839,11 euro
toevoeging aan de overige reserve: 0 euro
vergoeding van het kapitaal: 4.206.774,60 euro
overgedragen winst: 2.687.168,42 euro
Belastingen op het resultaat
De vennootschapsbelasting op het resultaat bedraagt 4,2 miljoen euro.
Indien de Algemene Vergadering de voorgestelde winstverdeling goedkeurt, zal op 21 april 2026 aan PMV een bruto dividend uitbetaald worden van 4,2 euro per aandeel.
Hedge accounting
Gelet op de hoogte en de looptijd van de langetermijnschuld van Aquafin stemde de raad van bestuur in 2006 in om het renterisico actief te beheren. Het kader bepaalt dat het renterisico verbonden aan de financiële schulden als volgt mag ingedekt worden:
D Gebudgetteerde langetermijnschuld
50% mag ingedekt worden (maximaal 5 jaar forward)
Elke indekkingstransactie is bij afsluiting volledig gedocumenteerd en gekoppeld aan een (gebudgetteerde) onderliggende lening.
Volgende tabel illustreert de verdeling van het uitstaand kapitaal van lange- en middellangetermijnleningen op basis van het rentetype, al dan niet als gevolg van een rente-indekking.
in duizend euro 2025 2024
we per saldo een vaste rentevoet betalen. Het percentage financieringen met een vlottende of een begrensd vlottende rentevoet neemt af vanwege het afbouwende kapitaal van de meeste van deze financieringen.
De marktwaarde van de instrumenten gebruikt voor het indekken van het renterisico bedraagt per 31 december 2025 88,2 miljoen euro, een stijging met maar liefst 113,4 miljoen euro ten opzichte van een jaar geleden. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van een sterke stijging van de langetermijnrentes.
onderschreven onder de vorm van een groepsverzekering die voor iedere aangeslotene individueel beheerd wordt.
Iedere werknemer met een contract van bepaalde of onbepaalde duur wordt onmiddellijk bij indiensttreding aangesloten bij de waarborg ‘leven’ en ‘overlijden’.
A Langetermijnschuld
(initiële looptijd langer dan 10 jaar)
maximaal 10% van de langetermijnschuld mag een onbegrensd vlottende rente hebben;
maximaal 35% van de langetermijnschuld mag vlottend zijn, echter met een begrenzing van de rentekost (door middel van caps).
minimaal 65% van de langetermijnschuld moet een vaste rentevoet hebben.
B Middellangetermijnschuld
(initiële looptijd tussen 1-10 jaar)
Maximaal 50% mag ingedekt worden
C Kortetermijnschuld
— wordt niet ingedekt
(ingedekt met caps en floors)
Het aandeel financieringen met een vaste rentevoet is licht toegenomen ten nadele van de financieringen met een vlottende rentevoet (al dan niet ingedekt met opties). De meerderheid van nieuwe financieringen in 2025 werd opgenomen met een vaste rentevoet. Nieuwe financieringen met een vlottende rentevoet zijn ingedekt met swaps, waardoor
De cashflows gerelateerd aan rente-indekkingsinstrumenten maken onderdeel uit van de rentekost conform de bepalingen in de samenwerkingsovereenkomst.
Binnen de onderneming bestaan er twee types pensioenplannen.
Werknemers in dienst voor 1 januari 2007 hebben een plan van het type ‘vaste prestaties’ of te bereiken doel. Werknemers in dienst vanaf 1 januari 2007 hebben een plan van het type ‘vaste bijdrage’.
Deze plannen ‘leven en overlijden’ worden beheerd door AG Insurance NV. Ze worden
Voor de huidige populatie werknemers is de eindleeftijd van het plan 65 jaar (eerste van de maand die volgt op de 65ste verjaardag). Indien een aangeslotene in dienst van de werkgever blijft na de voorziene einddatum, wordt deze verdaagd voor opeenvolgende periodes van een jaar.
De premies zijn volledig ten laste van de werkgever.
Er stelt zich geen probleem van onderfinanciering in de groepsverzekering. Voor beide plannen is het saldo van het financieringsfonds aanzienlijk groter dan het tekort op het contract voor actieven en ‘slapers’ (uitgetreden werknemers die het bedrag van hun aanvullend pensioen hebben laten staan in het plan).
Kasstromen
Onderstaande tabel geeft de kasstromen weer voor 2025 in vergelijking met 2024.
KASSTROMENTABEL (in duizend euro)
OPERATIONELE & INVESTERINGSACTIVITEITEN
Betalingen
FINANCIERINGSACTIVITEITEN Betaalde
De kasstromentabel geeft belangrijke mutaties weer in de operationele activiteiten.
De netto uitgaande operationele en investeringskasstroom nemen toe met 78,7 duizend euro. Dit grotendeels door de stijging van betalingen aan leveranciers, investeringen en ontvangsten van klanten.
Het saldo op ontvangsten klanten wordt onder andere bepaald door de timing van facturatie aan onze klanten en het moment van betaling door onze klanten.
In 2025 was het bedrag op ontvangsten klanten hoger, in lijn met de evolutie van de bedrijfsopbrengsten.
Om de mogelijke vertraging van het verwerken van facturen binnen SAP te compenseren werd beslist om tijdelijk alle facturen onmiddellijk te betalen zodra deze verwerkt zijn. Hierdoor stijgt de post Betalingen aan leveranciers.
Bij Investering zien we vooral een stijging op de activa in aanbouw.
Bij de netto financieringskasstroom zien we voornamelijk een stijging bij nieuwe opnames & aflossingen financiering.
Nieuwe opnames & oplossingen financiering: geven de financiële schulden weer.
De toename situeert zich vooral op de kortetermijnfinanciering die in hoofdzaak wordt aangewend om de werken in uitvoering vóór oplevering te financieren. Binnen het commercial paper programma ter waarde van 650 miljoen euro, waarvan 485 miljoen euro beschikbaar voor kortetermijnfinanciering, stond er per 31 december 2025 383.5 miljoen euro schuldpapier open. Het uitstaand saldo hangt af van verschillende factoren en betreft slechts een momentopname. De stijging kan in grote mate verklaard worden door de stijging van de activa in aanbouw die voorgefinancierd moeten worden.

In april 2020 publiceerde Aquafin een nieuw Green Finance Framework. Hiermee wordt aan financiers gestructureerde informatie aangeleverd over de ecologische impact van de projecten. Het Green Finance Framework kan geraadpleegd worden op www.aquafin.be. Ook de jaarlijkse rapportering is terug te vinden op de website, maar wordt eveneens onder dit hoofdstuk in het jaarverslag opgenomen.
Toewijzing
BUFFER 31/12/2025 (in duizend euro)
Metric Beschrijving
Metric 1 Jaarlijks volume afvalwater gezuiverd door Aquafin op een RWZI
Metric 2 Jaarlijkse slibproductie vóór vergisting
Metric 3 Jaarlijkse hoeveelheid vergist slib met biogasproductie
Metric 4 Percentage van de inwoners in Vlaanderen dat is aangesloten op een rioolwaterzuiveringsinstallatie
Metric 5 Energie:
5.1. Totaal jaarlijks energieverbruik RWZI’s
5.2. Totale jaarlijkse productie van hernieuwbare energie
Metric 6 Technische prestaties van de RWZI’s 6.1
6.3 Percentage RWZI’s dat voldeed aan alle Vlaamse en Europese normen

Verduidelijking van de metrics
metric definitie
Totaal debiet afvalwater dat binnenkomt op alle RWZI’s en KWZI’s die op 31/12 in dienst zijn. IBA’s en commercieel geëxploiteerde RWZI’s worden niet meegerekend. De cijfers zijn gebaseerd op een extrapolatie van staalnamedagen.
2
Totale slibproductie afgezet zonder vergisting + de totale hoeveelheid slib gevoed aan de eigen vergistingsinstallaties.
3 Totale hoeveelheid slib die naar de vergisting ging
*Tot en met 2021 officiële cijfers van VMM, vanaf 2022 eigen berekening door Aquafin onder voorbehoud wegens ontbreken van updates door VMM 5.1
Totaal elektriciteitsverbruik van RWZI’s (mechanische en biologische zuivering) en Totaal elektriciteitsverbruik (metric 5.1) herrekend naar gezuiverde m³ afvalwater
5.2
6.1
6.2
Eigen productie van hernieuwbare energie uit verschillende bronnen
Jaargemiddeld verwijderingspercentage stikstof over alle geëvalueerde RWZI’s (in dienst op 30/6)
Jaargemiddeld verwijderingspercentage fosfor over alle geëvalueerde RWZI’s (in dienst op 30/6)
6.3
Percentage van het aantal geëvalueerde RWZI’s (in dienst op 30/6) dat voldoet aan alle normen
Toelichting bij de resultaten
2025 was een zeer droog jaar, wat concreet betekent dat er veel minder regenwater mee werd getransporteerd door het rioleringsstelsel naar de waterzuivering. Daardoor ligt het totale behandelde debiet een heel stuk lager. Het betekent dus niet dat we minder vuilvracht hebben verwerkt. Een lager debiet vertaalt zich ook in een lagere slibproductie en dus minder slib dat vergist wordt, een lagere productie van slibpellets én in een hoger energieverbruik per m³ behandeld afvalwater. De daling in het energieverbruik t.o.v. 2024 ligt niet in lijn met het lagere debiet. Dat komt doordat naast het debiet ook de vuilvracht en de capaciteit bepalende aspecten in het energiemodel zijn, zoals bijvoorbeeld de vaste energieverbruikers onafhankelijk van het debiet.
De componenten van hernieuwbare energie weerspiegelen de strategie van Aquafin om méér in te zetten op groene energie. In de productie van groene stroom door biogas zien we een dalende tendens door de gedeeltelijke omschakeling van warmtekrachtkoppelingen naar biomethaanproductie. Doordat bijna alle potentieel van zonne-energie benut is, zal de productie ervan afvlakken in de toekomst. Windenergieprojecten zijn momenteel in ontwikkeling.
De metrics voor de technische prestaties van de RWZI’s liggen in lijn van de verwachtingen.

AQUAFIN NV
Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025

VERSLAG VAN DE COMMISSARIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING VAN AQUAFIN NV OVER HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP 31 DECEMBER 2025
In het kader van de wettelijke controle van de jaarrekening van Aquafin NV (de “Vennootschap”), leggen wij u ons commissarisverslag voor. Dit bevat ons verslag over de jaarrekening en de overige door wet- en regelgeving gestelde eisen. Dit vormt een geheel en is ondeelbaar.
Wij werden benoemd in onze hoedanigheid van commissaris door de algemene vergadering van 15 april 2025, overeenkomstig het voorstel van het bestuursorgaan uitgebracht op aanbeveling van het auditcomité en op voordracht van de ondernemingsraad. Ons mandaat loopt af op de datum van de algemene vergadering die beraadslaagt over de jaarrekening afgesloten op 31 december 2027. Wij hebben de wettelijke controle van de jaarrekening van de Vennootschap uitgevoerd gedurende 3 opeenvolgende boekjaren.
VERSLAG OVER DE JAARREKENING
Oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben de wettelijke controle uitgevoerd van de jaarrekening van de Vennootschap, die de balans op 31 december 2025 omvat, alsook de resultatenrekening van het boekjaar afgesloten op die datum en de toelichting, met een balanstotaal van 4.476.651.664 EUR en waarvan de resultatenrekening afsluit met een winst van het boekjaar van 7.256.782 EUR.
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van het vermogen en de financiële toestand van de Vennootschap per 31 december 2025, alsook van haar resultaten over het boekjaar dat op die datum is afgesloten, in overeenstemming met het in België van toepassing zijnde boekhoudkundig referentiestelsel.
Basis voor het oordeel zonder voorbehoud
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens de internationale controlestandaarden (ISA’s) zoals van toepassing in België. Onze verantwoordelijkheden op grond van deze standaarden zijn verder beschreven in de sectie “Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de jaarrekening” van ons verslag. Wij hebben alle deontologische vereisten die relevant zijn voor de controle van de jaarrekening in België nageleefd, met inbegrip van deze met betrekking tot de onafhankelijkheid.
Wij hebben van het bestuursorgaan en van de aangestelden van de Vennootschap de voor onze controle vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan voor het opstellen van de jaarrekening
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen van de jaarrekening die een getrouw beeld geeft in overeenstemming met het in België van toepassing zijnde boekhoudkundig referentiestelsel, alsook voor de interne beheersing die het bestuursorgaan noodzakelijk acht voor het opstellen van de jaarrekening die geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten.
Bij het opstellen van de jaarrekening is het bestuursorgaan verantwoordelijk voor het inschatten van de mogelijkheid van de Vennootschap om haar continuïteit te handhaven, het toelichten, indien van toepassing, van aangelegenheden die met continuïteit verband houden en het gebruiken van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuursorgaan het voornemen heeft om de Vennootschap te liquideren of om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of geen realistisch alternatief heeft dan dit te doen.
Verantwoordelijkheden van de commissaris voor de controle van de jaarrekening
Onze doelstellingen zijn het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid over de vraag of de jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten en het uitbrengen van een commissarisverslag waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoog niveau van zekerheid, maar is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de ISA’s is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer die bestaat.
Afwijkingen kunnen zich voordoen als gevolg van fraude of fouten en worden als van materieel belang beschouwd indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij, individueel of gezamenlijk, de economische beslissingen genomen door gebruikers op basis van deze jaarrekening, beïnvloeden.
Bij de uitvoering van onze controle leven wij het wettelijk, reglementair en normatief kader dat van toepassing is op de controle van de jaarrekening in België na. Een wettelijke controle biedt evenwel geen zekerheid omtrent de toekomstige levensvatbaarheid van de Vennootschap, noch omtrent de efficiëntie of de doeltreffendheid waarmee het bestuursorgaan de bedrijfsvoering van de Vennootschap ter hand heeft genomen of zal nemen. Onze verantwoordelijkheden inzake de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling staan hieronder beschreven.
Als deel van een controle uitgevoerd overeenkomstig de ISA’s, passen wij professionele oordeelsvorming toe en handhaven wij een professioneel-kritische instelling gedurende de controle. We voeren tevens de volgende werkzaamheden uit:
• het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat die het gevolg is van fraude of van fouten, het bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden die op deze risico’s inspelen en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het risico van het niet detecteren van een van materieel belang zijnde afwijking is groter indien die afwijking het gevolg is van fraude dan indien zij het gevolg is van fouten, omdat bij fraude sprake kan zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten om transacties
AQUAFIN NV Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 2.

vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
• het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle, met als doel controlewerkzaamheden op te zetten die in de gegeven omstandigheden geschikt zijn maar die niet zijn gericht op het geven van een oordeel over de effectiviteit van de interne beheersing van de Vennootschap;
• het evalueren van de geschiktheid van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van de door het bestuursorgaan gemaakte schattingen en van de daarop betrekking hebbende toelichtingen;
• het concluderen of de door het bestuursorgaan gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, en het concluderen, op basis van de verkregen controleinformatie, of er een onzekerheid van materieel belang bestaat met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die significante twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de Vennootschap om haar continuïteit te handhaven. Indien wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij ertoe gehouden om de aandacht in ons commissarisverslag te vestigen op de daarop betrekking hebbende toelichtingen in de jaarrekening, of, indien deze toelichtingen inadequaat zijn, om ons oordeel aan te passen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van ons commissarisverslag. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de Vennootschap haar continuïteit niet langer kan handhaven;
• het evalueren van de algehele presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening, en van de vraag of de jaarrekening de onderliggende transacties en gebeurtenissen weergeeft op een wijze die leidt tot een getrouw beeld.
Wij communiceren met het auditcomité onder meer over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante controlebevindingen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing die wij identificeren gedurende onze controle.
OVERIGE DOOR WET- EN REGELGEVING GESTELDE EISEN
Verantwoordelijkheden van het bestuursorgaan
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor het opstellen en de inhoud van het jaarverslag, van de documenten die overeenkomstig de wettelijke en reglementaire voorschriften dienen te worden neergelegd, voor het naleven van de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften die van toepassing zijn op het voeren van de boekhouding, alsook voor het naleven van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en van de statuten van de Vennootschap.
Verantwoordelijkheden van de commissaris
In het kader van onze opdracht en overeenkomstig de Belgische bijkomende norm (herziene versie 2023) bij de in België van toepassing zijnde internationale controlestandaarden (ISA’s), is het onze verantwoordelijkheid om, in alle van materieel belang zijnde opzichten, het jaarverslag, bepaalde documenten die overeenkomstig de wettelijke en
AQUAFIN NV Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 3.

reglementaire voorschriften dienen te worden neergelegd, alsook de naleving van bepaalde verplichtingen uit het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en van de statuten te verifiëren, en verslag over deze aangelegenheden uit te brengen.
Aspecten betreffende het jaarverslag
Na het uitvoeren van specifieke werkzaamheden op het jaarverslag, zijn wij van oordeel dat dit jaarverslag overeenstemt met de jaarrekening voor hetzelfde boekjaar en is opgesteld overeenkomstig de artikelen 3:5 en 3:6 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
In de context van onze controle van de jaarrekening, zijn wij tevens verantwoordelijk voor het overwegen, in het bijzonder op basis van de kennis verkregen in de controle, of het jaarverslag een afwijking van materieel belang bevat, hetzij informatie die onjuist vermeld is of anderszins misleidend is. In het licht van de werkzaamheden die wij hebben uitgevoerd, dienen wij u geen afwijking van materieel belang te melden met betrekking tot het onderdeel “Financieel verslag”. Wij hebben geen werkzaamheden uitgevoerd op de overige onderdelen.
Vermelding betreffende de sociale balans
De sociale balans neer te leggen bij de Nationale Bank van België overeenkomstig artikel 3:12, § 1, 8° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, bevat, zowel qua vorm als qua inhoud alle door dit Wetboek voorgeschreven inlichtingen, waaronder deze betreffende de informatie inzake de lonen en de vormingen en bevat geen van materieel belang zijnde inconsistenties ten aanzien van de
informatie waarover wij beschikken in het kader van onze opdracht.
Vermeldingen betreffende de onafhankelijkheid
• Ons bedrijfsrevisorenkantoor en ons netwerk hebben geen opdrachten die onverenigbaar zijn met de wettelijke controle van de jaarrekening verricht, en ons bedrijfsrevisorenkantoor is in de loop van ons mandaat onafhankelijk gebleven tegenover de Vennootschap.
• De honoraria voor de bijkomende opdrachten die verenigbaar zijn met de wettelijke controle van de jaarrekening bedoeld in artikel 3:65 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen werden correct vermeld en uitgesplitst in de toelichting bij de jaarrekening.

Andere vermeldingen
• Onverminderd formele aspecten van ondergeschikt belang, werd de boekhouding gevoerd in overeenstemming met de in België van toepassing zijnde wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften.
• De resultaatverwerking, die aan de algemene vergadering wordt voorgesteld, stemt overeen met de wettelijke en statutaire bepalingen.
• Wij dienen u geen verrichtingen of beslissingen mede te delen die in overtreding met de statuten of het Wetboek van vennootschappen en verenigingen zijn gedaan of genomen.
Zaventem, 3 april 2026
Bert Kegels
Digitally signed by Bert Kegels DN: cn=Bert Kegels, ou=BDO_Users, email=bert.kegels@bdo.be
BDO Bedrijfsrevisoren BV Commissaris
Vertegenwoordigd door Bert Kegels
Bedrijfsrevisor
*Optredend voor een vennootschap
Pieter De Smet
Digitally signed by Pieter De Smet DN: cn=Pieter De Smet, ou=BDO_Users, email=pieter.desmet@bdo.be
BDO Bedrijfsrevisoren BV Commissaris
Vertegenwoordigd door Pieter De Smet*
Bedrijfsrevisor
*Optredend voor een vennootschap
AQUAFIN NV Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 4.
AQUAFIN NV Verslag van de commissaris aan de algemene vergadering over het boekjaar afgesloten op 31 december 2025 5.
[ ESRS 2 | BP-1 ]
Dit is het geïntegreerde jaarverslag van Aquafin NV, met maatschappelijke zetel Dijkstraat 8 – 2630 Aartselaar.
Dit jaarverslag bevat de belangrijkste financiële cijfers over het boekjaar 2025 en hun toelichting, een overzicht van de bedrijfsactiviteiten, het corporate governance verslag en een uitgebreide rapportering van duurzaamheidsinitiatieven binnen het corporate sustainability beleid van Aquafin.
Aquafin heeft twee dochterondernemingen: Aquaplus, dat de expertise van de organisatie valoriseert bij industriële klanten en op de private markt en Aqcelerator, dat zich richt op technologische en infrastructurele innovatie. De cijfers van Aquaplus en Aqcelerator wor-
den niet geconsolideerd in dit jaarverslag, zij leggen zelf een jaarrekening neer.
Riopact is de maatschap waarin de samenwerking tussen Aquafin en De Watergroep is samengebracht. Aangezien een maatschap zelf geen jaarcijfers neerlegt, zijn de cijfers van Riopact voor het aandeel van Aquafin opgenomen in het financiële verslag van Aquafin.
De duurzaamheidsverklaring heeft enkel betrekking op de activiteiten van Aquafin en zijn waardeketen.
Het financieel verslag werd geauditeerd door BDO. De duurzaamheidsverklaring werd niet geauditeerd.
PUBLICATIEDATUM
21 april 2026
RAPPORTERINGSPERIODE
1 januari 2025 – 31 december 2025
VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Jan Goossens © Aquafin, Dijkstraat 8 – 2630 Aartselaar
GRAFISCHE CONCEPT EN LAY-OUT wit ’n grid FOTOGRAFIE Studio Fossiel, Frederik Beyens, Christophe De Muynck, SKINN, Aquafin
Het jaarverslag is enkel online beschikbaar op www.aquafin.be onder de sectie Investeerders. Hier vind je eveneens de digitale versies van vorige jaarverslagen.
Een verkort overzicht van de jaarresultaten vind je op aquafin.jaarverslag.org