Toekomstbestendige en duurzame centrumstraat Extra drinkwater in Aalst
Slimme stikstofverwijdering in Merksplas
04 instroom Kort nieuws
10 waterkwaliteit Zuunbeek herleeft
12 matchmaker Innoveren binnen overheidsopdrachten
18 samenwerking Europa versnelt innovaties in water
20 waterketen Lokaal Pact rioleringsinvesteringen
24 awards De winnaars van Aquafin Connects
28 gefilterd Gezuiverde weetjes
30 mijn vak Ontmoet Thibeau, Analist programmeur
26
Systeemdenken en innovaties
COLOFON
Aqua is het viermaandelijks magazine van Aquafin NV. Redactie communicatiedienst Aquafin, externe freelance copywriters
Fotografie Aquafin, Frederik Beyens, Studio Fossiel, Christophe De Muynck, Shutterstock
Concept&opmaak Marlies Nachtergaele (wit ’n grid) Druk Daddy Kate | Gedrukt op milieuvriendelijk papier
Verantwoordelijke uitgever Jan Goossens, Dijkstraat 8, 2630 Aartselaar, ondernemingsnummer 0440.691.388 Aqua niet meer ontvangen? Mail naar redactie@aquafin.be
“Door onze activiteiten te verbreden, vergroten we onze maatschappelijke impact.”
Jan Goossens | CEO
Welkom in de vernieuwde Aqua! Een nieuwe look-and-feel, zoals je ziet. Fris, helder, en klaar voor de toekomst.
Uiteraard rekenen we niet enkel op een opgefriste huisstijl om de toekomst tegemoet te gaan. De afgelopen maanden namen we onze eigen werking en organisatiestructuur nog eens grondig onder de loep. Met enkele ingrijpende aanpassingen willen we de komende jaren onze kernopdracht nog efficiënter uitvoeren, en tegelijk ruimte creëren voor vernieuwing en verbreding van onze activiteiten. Dat doen we niet voor onszelf, maar om onze maatschappelijke impact verder te vergroten.
En die toenemende impact is er zeker. Enerzijds verhoogt het Vlaams Gewest de komende jaren Aquafins investeringsportefeuille aanzienlijk. Een blijk van vertrouwen die ons toelaat om de verdere uitbouw van het rioleringsnet en de waterzuiveringsinfrastructuur te versnellen. En dus ook grotere stappen te zetten richting de kaderrichtlijn Water. Een uitdaging met
veel verantwoordelijkheid die we graag met beide handen aanpakken. Want elke bijkomende aansluiting maakt een verschil. In Sint-Pieters-Leeuw bijvoorbeeld, zorgt de aanleg van ontbrekende schakels in het collectornetwerk ervoor dat jaarlijks 45 ton stikstof en 6 ton fosfor minder in de Zuunbeek terechtkomt (p10-11).
Anderzijds zetten we steeds sterker in op een verbreding van onze activiteiten. Daartoe bundelden we intern de krachten van onze diensten onderzoek, innovatie en digitale ontwikkelingen, en focussen we extern meer dan ooit op relevante samenwerkingen. Zoals in Aalst, waar Waterunie ons gezuiverde afvalwater opwaardeert tot drinkwater en het rechtstreeks op het net injecteert, uniek in Europa (p16-17).
Versnellen en antwoorden bieden op alles wat rondom ons verandert, kunnen we alleen dankzij een sterk netwerk van partners. Hun expertise, ondersteuning, en flexibiliteit zijn voor ons van onschatbare waarde. En dan hebben we het niet enkel over studiebureaus en aannemers. Denk ook aan dienstverleners die instaan voor slibtransporten, rioolinspecties, onderhoud en reparaties aan onze installaties, het groenonderhoud van onze terreinen. Firma’s met een grote impact op onze werking, want het is medee dankzij hun inzet en snelle interventies dat Aquafin blijft draaien. Die waardering spreken we sinds vorig jaar uit op “Aquafin Connects”. Een netwerkevent waar we dit jaar voor het eerst awards uitreikten. Ontdek de winnaars op p24-25.
Ook in een nieuw jasje gaan we dus voor hetzelfde doel: propere waterlopen voor de volgende generaties en een leefomgeving in harmonie met water.
INSTROOM
Investeren in proper water en natuurveiligheid
Judith Verdcourt is niet enkel al jaren vrijwillig ‘paddenoverzetter’, ze is ook Accountmanager bij Aquafin. Toen ze kikkers uit een sterk vervuilde beek haalde, rijpte het plan om de twee werelden samen te brengen. Ze bracht de drie partijen –gemeente Londerzeel, VMM en Aquafin – rond de tafel om de aanleg van een gescheiden rioolstelsel te bekijken. Intussen zijn we een paar jaar verder en komt Judith met goed nieuws. “Klopt, want zowel het bovengemeentelijke als het gemeentelijke project staan intussen op de agenda. Het huishoudelijk afvalwater, dat de beken vervuilt, zal door het project aangesloten worden op de zuiveringsinstallatie van Aquafin in Merchtem. Het gemeentelijke deel krijgt hiervoor ook subsidies, in het kader van het Gemeentelijk InvesteringsProgramma (GIP).” En de padden zelf? “Die zwemmen binnenkort niet alleen in proper water, er wordt ook werk gemaakt van een ondergrondse amfibieëntunnel voor een veilige oversteek.”
Vierde biomethaaninstallatie opgestart
Op onze zuiveringsinstallatie van Dendermonde draait de biomethaaninstallatie sinds eind maart op volle toeren. Samen met de drie andere installaties die al operationeel waren, tikt de teller van groen gas uit de vergisting van zuiveringsslib zo aan tot 25 GWh per jaar. Dat is vergelijkbaar met het gasverbruik van 1.650 gezinnen. Biomethaan heeft dezelfde kwaliteit als aardgas en kan daarom als groen gas geïnjecteerd worden op het aardgasnet van Fluvius.
Een extra troef? In Dendermonde en Gent verwarmen we de slibgisting op basis van riothermie, restwarmte uit gezuiverd afvalwater. Groen gas dat dus op een groene manier wordt geproduceerd.
Een vijfde – en voorlopig laatste – installatie wordt in de loop van dit jaar gebouwd. De vijf installaties samen zullen de komende 15 jaar groen gas kunnen leveren voor Vlaanderen. Op die manier verduurzamen we niet alleen het aardgasnet, het is ook een (kleine) stap om minder afhankelijk te worden van buitenlands gas.
Een project in samenwerking met Biogas-e, Fluvius, Nuoro en Prodeval.
Nieuw Sponslabel beloont
klimaatrobuuste keuzes
Vlaanderen verhardt nog altijd sneller dan het water kan volgen. Regen botst te veel op beton, asfalt en daken, en verdwijnt vervolgens via riolen. Het kostbare water stroomt weg zonder dat bodem en grondwater erdoor worden gevoed. De gevolgen zijn voelbaar: verdroging en waterschaarste in droge periodes en lokale wateroverlast bij hevige buien.
Met het label ‘Sponsgemeente’ willen VLARIO en Natuurpunt steden en gemeenten stimuleren om water beter vast te houden. Wie inzet op ontharding, infiltratie en buffering maakt de omgeving beter bestand tegen piekregen, hitte en droogte. Het sponslabel maakt zichtbaar welke steden en gemeenten vandaag al kiezen voor die aanpak.
Het label is de Vlaamse vertaling van het internationale Ramsar Wetland City label, met criteria die aangepast zijn aan de lokale context. Vanaf 1 mei 2026 kunnen steden en gemeenten inschrijven om het label te behalen. Ze moeten daarvoor een vragenlijst invullen en voorbeelden toevoegen. Vervolgens wordt de aanvraag beoordeeld door een vijfkoppige jury met vertegenwoordigers van Natuurpunt, VLARIO, KU Leuven, het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek en Leo Van Broeck (voormalig Vlaams Bouwmeester). De eerste uitreiking van het label Sponsgemeente vindt plaats op 24 juni 2027 tijdens de eindconferentie van het LIFE Wetlands4cities-project van Natuurpunt.
ook een sponsgemeente
Vind meer informatie over het label en de voorwaarden op www.sponsgemeente.be
“Met de Blue Deal 2.0 werken we verder aan de waterweerbaarheid van Vlaanderen en leggen
we de focus op gebiedsgerichte samenwerking en concrete sponsdoelen.”
Vlaams minister van Landbouw en Omgeving
Jo
Brouns (CD&V)
op VLARIO-dag
Kraainem en Riopact maken van lokale vijver een slimme buffer
Kantelstuw
Wat als een bestaande vijver een nieuw leven krijgt als instrument tegen overstromingen? In Kraainem kan de Jourdainvijver (2 hectare) voortaan bij hevige regenval tot 2.000 m³ extra regenwater opvangen. Daarmee zet de gemeente, samen met rioolbeheerder Riopact – een samenwerking tussen De Watergroep en Aquafin – een volgende stap in slim en duurzaam regenwaterbeheer.
De vijverbuffering kan er komen dankzij een recent afgerond rioleringsproject op de Steenweg op Zaventem, uitgevoerd door Riopact. Door de aanleg van gescheiden riolering stroomt regenwater van de omliggende straten nu via een aparte leiding eerst naar de Maelbeek en – wanneer die vol zit – naar de Jourdainvijver. Zo houden we regenwater uit de riolering en de waterzuivering, en zetten we de vijver lokaal nuttig in als buffer.
De vijver is uitgerust met een kantelstuw. Die laat toe het waterpeil tijdelijk en gecontroleerd te verhogen om piekafvoeren van regenwater op te vangen en wateroverlast stroomafwaarts te voorkomen. Vandaag bedient de gemeente de stuw nog manueel, maar Aquafin werkt aan een geautomatiseerd systeem op basis van realtime peilmetingen en, op termijn, ook neerslagvoorspellingen. Zo kan proactief bufferruimte worden vrijgemaakt bij aangekondigde regen.
Gedurfd blauwen groen
Oostkamp
Het doel van de gemeente Oostkamp voor de Schooldreef was duidelijk: een (be)leefstraat realiseren met de focus op water, groen, veiligheid, ontmoeting en toegankelijkheid.
Aquafin zette mee zijn schouders onder een klimaatrobuust en blauwgroen plan van Studiebureau Lobelle, gaf advies en hielp het project mee realiseren, wat resulteerde in een volledige transformatie van de straat.
Oostkamp → onder liggend verhaal
onder liggend verhaal
“Als bestuur geef je richting aan het project. We kozen ervoor om in te zetten op blauw en groen in het centrum. De ondersteuning en expertise van Aquafin waren hierbij essentieel”
Schepen Delphine Roels
Hoe werd de Schooldreef in het centrum van Oostkamp omgetoverd tot een toekomstbestendige centrumstraat? Dankzij een klimaatrobuust plan van de gemeente Oostkamp in samenwerking met het studiebureau en Aquafin.
“De redenen voor de vernieuwing lagen voor de hand: de centrumstraat was een parkeerstraat met te veel verharding, gewurgde bomen en weinig groen”, zegt Sophie Coene, Projectmanager bij Aquafin. “Dit gezamenlijke ontwerp moest meer kwaliteit en beleving brengen in de straat. We werkten aan een aangename plek om te vertoeven die de groene long
van het Beukenpark en de Hogedreef werkelijk tot in het centrum brengt.”
“De aanpak van de Schooldreef vloeit voort uit het masterplan centrum Oostkamp en een mobiliteitscharette”, licht schepen Delphine Roels toe. “Daarin hebben we als gemeente bepaald hoe we ons centrum willen zien evolueren in de toekomst. We hebben wegwijzers uitgezet voor zowel ruimtelijke ontwikkelingen, kernhandelsgebied, mobiliteit als publieke ruimte. Als we het masterplan wilden uitvoeren en de Hogedreef wilden doortrekken naar het centrum, was parkeren een uitdaging. De gemeente heeft daarom de plannen voor een bouwproject aangegrepen om gesprekken op te starten rond extra parkeerplekken voor publiek gebruik. Zo konden we de Schooldreef uitwerken, Studiebureau Lobelle aanstellen voor een ontwerp en Aquafin vragen als bouwheer vanuit het water- en rioleringsverhaal. In een mooi partnerschap, tijdens de uitvoering van de werken ook met de aannemer van het bouwproject en de we-
“De Schooldreef in Oostkamp is een referentieproject. Noem het gerust een gedurfde transformatie.”
Sophie Coene
genis, hebben we deze straat kunnen realiseren.” Reinaert Laureys, Accountmanager bij Aquafin, voegt eraan toe: “Van bij de eerste gesprekken over het project verliep de communicatie met de gemeente, het studiebureau en de bouwonderneming vlot. Met al onze bedenkingen en opmerkingen werd rekening gehouden.”
Blauwgroene acties
Annelies Cloet-Osselaer, Water- en Omgevingsingenieur, bracht de hydraulische expertise in: “In eerste instantie vervingen we de gemengde riolering door een gescheiden stelsel, waardoor het opwaarts gelegen stelsel in de Kortrijksestraat afgekoppeld werd. Maar het klimaatrobuust plan ging verder en omvatte ook heel wat blauwgroene acties. Denk maar aan ontharden waar het kan, verharding laten afwateren naar infiltratiezones en het voorzien van extra groenzones, bomen en struiken. In het plan zijn ook natuurlijke overgangen voorzien voor de voetpaden, zodat ze goed afstromen naar de groenzones.”
De maatregelen die zorgen voor een klimaatbestendige centrumstraat:
Ontharding
In functie van een aangename woon-, leef- en schoolomgeving (overleg met de bewoners).
Infiltratiestroken
Deze verdiepte, beplante stroken ontvangen al het oppervlaktewater van de verharding en laten toe dat het infiltreert en verdampt via de beplanting.
Beton voor de verharding
Weerkaatst de warmte beter dan asfalt en zorgt zo voor hittereductie in de zomer.
Groengevel
Draagt bij aan hittereductie en meer biodiversiteit.
Plantvakken
Perken en stroken die bestaan uit (sier)beplanting voor hittereductie en meer biodiversiteit.
Waterpartij
Met gerecycleerd water voor hittereductie.
Communicatie met de burger
“Het overleg met de bewoners was belangrijk om het project te doen slagen”, stelt Sophie Coene. “De beoogde veranderingen waren niet vanzelfsprekend en de bezorgdheden gingen vooral over de bereikbaarheid en de toegankelijkheid van de woningen.” Schepen Delphine Roels: “We informeerden de mensen in de straat met workshops en infosessies, maar het parkeren was ook belangrijk voor de mensen die naar het centrum komen, en de handelszaken en welzijnsschakel in de straat. Nu het project is afgerond, zijn alle bewoners en bezoekers blij met de ingrepen. Het gaat zelfs zover dat bewoners van andere straten ook vragen om dezelfde ingrepen.”
Meerwaarde van het project
“Met onze expertise, onze blauwgroene adviezen en onze neus voor opportuniteiten, geven we de gemeente de nodige ondersteuning om deze projecten te realiseren”, zegt Sophie Coene. “We zijn samen met de gemeente bijzonder trots op het resultaat. De Schooldreef is een referentieproject, noem het gerust een gedurfde transformatie en een volgende stap voor Oostkamp. Het gaat een stuk verder dan de traditionele rioleringswerken.” Schepen Delphine Roels bevestigt: “We kozen als bestuur voor deze aanpak omdat we geloven dat dit nodig is om het centrum toekomstgericht, klimaatadaptief, verbindend, veilig, leefbaar en aantrekkelijk te maken voor inwoners en handel.”
Oostkamp wint de Openbaargroen-award
De Schooldreef is in 2025 terecht uitgeroepen tot beste tuinstraat van Vlaanderen. De autoluwe straat combineert vergroening, ontharding en slim waterbeheer, met 40% minder verharding en meer biodiversiteit. Dankzij de samenwerking met bewoners en partners werd met beperkte middelen een richtinggevend, leefbaar project gerealiseerd dat de kern vernieuwt, en als voorbeeld dient voor toekomstige duurzame projecten.
Opmerkelijke verbetering van de waterkwaliteit van de Zuunbeek
Jarenlange inspanningen lonen
De Zuunbeek is bezig aan een opvallende comeback. Waar de waterkwaliteit jarenlang onder druk stond, keren vandaag vissen en libellen terug.
De mooie, meanderende Zuunbeek geeft de Zuunvallei in VlaamsBrabant haar karakter en uitstraling. De beek loopt van Kester (Pajottegem) naar Sint-Pieters-Leeuw, waar ze bij de grens met Brussel in de ingebuisde Zenne uitmondt. Het grootste deel van het stroomgebied ligt in landbouwgebied met kleinere woonkernen en er liggen ook enkele beschermde natuurzones langs de waterloop. Het stroomafwaartse deel is meer verstedelijkt, met de kern van Sint-Pieters-Leeuw, de handels- en industriezone langs de Bergensesteenweg en het Kanaal BrusselCharleroi. De vervuiling door huishoudelijk afvalwater, industriële lozingen en afstroom van landbouwpercelen maakte de waterkwaliteit van de beek lange tijd problematisch. De regio kampte – zeker in het verleden – ook met ernstige wateroverlast. Het was tijd voor actie.
Werken met impact
De uitbouw van de riolerings- en zuiveringsinfrastructuur in dit gebied bleek een werk van lange adem en begon in
de jaren ‘90. Er volgde jaren van grote collectorwerken waarin het verzamelde huishoudelijke afvalwater geleidelijk werd aangesloten op de zuiveringsinstallatie van Sint-Pieters-Leeuw. In 2020 werd de laatste grote ontbrekende schakel in het collectorennetwerk uiteindelijk aangelegd en kon het afvalwater van Kester (Pajottegem), een deel van Pepingen, Lennik en een bijkomend deel van SintPieters-Leeuw worden aangesloten op de zuiveringsinstallatie. Daarmee steeg het behandelde volume ineens met 37% t.o.v. de situatie in 2011.
Verdere stappen
Er is wel nog werk aan de winkel om de resterende huishoudelijke vuilvracht aan
te sluiten op het rioleringsstelsel. Dit is een gezamenlijk werk van gemeentelijke rioolbeheerder Fluvius en Aquafin, via de aanleg van riolering, collectoren, IBA’s en KWZI’s (kleinschalige waterzuiveringsinstallaties). Eén KWZI Pepingen-Bellingen en de bijhorende toevoerleidingen zullen in 2027 afgerond zijn. “Momenteel zijn er ook nog een 20-tal gemeentelijke en bovengemeentelijke projecten opgestart die tezamen zo’n 10% bijkomende vuilvracht zullen saneren”, zegt Accountmanager bij Aquafin Judith Verdcourt. “In de Bergensesteenweg (N6) leggen we op dit moment samen met het Agentschap Wegen en Verkeer en de gemeente Sint-Pieters-Leeuw een dubbel gescheiden stelsel aan. Dat zorgt ervoor
dat er minder regenwater naar onze zuiveringsinstallatie stroomt. Op die manier ontlasten we de riolering, en is er aanzienlijk minder overstortwerking, waarbij afvalwater, hetzij verdund, ongezuiverd in de Zuunbeek terechtkomt.”
Vissen en libellen
“De hoeveelheden stikstof en fosfor die we dankzij de jarenlange inspanningen uit de Zuunbeek houden, zijn sterk gestegen”, vertelt Griet Beuckelaers trots. Als Water- en Omgevingsplanner bij Aquafin heeft ze de voorbije jaren een omslag gezien in de waterkwaliteit. “Er komt jaarlijks maar liefst 45 ton stikstof en ruim 6 ton fosfor minder in de beek terecht. Daarmee haalt Aquafin de bovengemeen-
“Dankzij de werken houden we jaarlijks 45 ton stikstof en ruim 6 ton fosfor uit de Zuunbeek, en dat is goed voor het leven in de beek.”
Griet Beuckelaers
telijke reductiedoelstellingen voor deze waterloop, die worden opgelegd door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). De recentste meetresultaten van de waterkwaliteit zijn veelbelovend voor een volledig herstel van de Zuunbeek. Als ik in de omgeving rondwandel, merk ik ook dat de Zuunbeek weer trots haar plaats mag innemen in het mooie landschap. Vissen en libellen hebben alvast weer hun plek gevonden in en rond de beek.”
Werken aan een klimaatbestendige vallei Om de waterkwaliteit van de Zuunbeek in een versneld tempo te verbeteren en om alle acties van verschillende actoren op elkaar af te stemmen, werd in 2018 het integraal project Zuunbeek opgestart.
Dit gebeurt onder leiding van het bekkensecretariaat (onderdeel van de Vlaamse Milieumaatschappij), en in samenwerking met Aquafin, de provincie Vlaams-Brabant, de gemeenten Pajottegem, Pepingen, SintPieters-Leeuw, Lennik en lokale partners. Naast ingrepen om de waterkwaliteit te verbeteren, wordt ook werk gemaakt van het herstel van de natuurlijke loop van de Zuunbeek. Dat bevordert de biodiversiteit en zorgt voor een betere waterberging, wat noodzakelijk is tijdens droge zomers. De beek is tegelijk gevoelig voor hoge waterstanden na hevige regenval. Om het overstromingsrisico in de winter te beperken, heeft VMM de bestaande wachtbekkens geoptimaliseerd. Daarnaast bekijkt VMM de mogelijkheden om een deel van de overdekte Zuunbeek in SintPieters-Leeuw opnieuw open te leggen als een verbindend project tussen stadsdelen en natuurgebied, en voor bijkomende buffering. Een totale aanpak dus voor een klimaatbestendige omgeving met een propere waterloop. “Zo willen we van de Zuunvallei weer een fijne plek maken voor bewoners en bezoekers”, besluit Griet.
Innoveren binnen de wetgeving overheidsopdrachten
Weg van gekende paden
Innovatieve oplossingen laten ontwikkelen binnen de wetgeving overheidsopdrachten is een dagelijkse uitdaging voor Aquafin. Begeleiding en cofinanciering van het Vlaams Programma voor Innovatieve Overheidsopdrachten is een hefboom om meer impact te maken.
Het Programma Innovatieve Overheidsopdrachten (PIO) bij VLAIO helpt organisaties uit de publieke sector met advies, begeleiding en cofinanciering om innovatieve producten en diensten te laten ontwikkelen, te testen en aan te kopen. “Een win-win”, zegt An Schrijvers, Programmamanager bij PIO. “We vertrekken vanuit concrete noden van publieke organisaties. Die verzamelen we door middel van een oproep en selecteren we op basis van hun innovatiepotentieel en maatschappelijke impact. Ook voor bedrijven die de oplossingen mee co-creëren is het een interessante aanpak. Zij krijgen een eerste klantervaring, en mits positief en de oplossing breed inzetbaar is, vergroot het hun afzetmarkt.”
Samen innovatie versnellen Aquafin heeft een sterk innovatie- en R&Dteam, en procesingenieurs die voortdurend zoeken naar manieren om de eigen werking te verbeteren. PIO is daarvoor een belangrijke partner, volgens Maarten Raemdonck,
Manager Innovatie bij Aquafin: “Vooral bij atypische aanbestedingen, waarbij we producten of diensten willen aankopen die nog ontwikkeld moeten worden en waar we zelf richting aan willen geven. Dergelijke projecten vragen vaak andere partners dan de vertrouwde leveranciers. Het verkennen van de markt en het aantrekken van nieuwe spelers vraagt specifieke kennis en capaciteit. Die rol neemt PIO op zich, en dat is voor ons een grote meerwaarde”.
Daarnaast faciliteert PIO ook de vorming van consortia. “Innovatie werkt vaak het best in co-creatie, waarbij verschillende expertises samenkomen”, aldus Maarten. “Aan zulke samenwerking is ook altijd een zeker risico verbonden. Door de cofinanciering en het vooruitzicht op een effectieve aankoop helpt PIO dat risico gedeeltelijk opvangen. Bovendien ondersteunen ze ons bij het kiezen van de juiste procedure binnen de regelgeving rond overheidsopdrachten. Dat neemt een aantal risico’s weg uit innovatietrajecten.”
match maker
“Innovatie is voor Aquafin van groot belang om onze eigen werking te verbeteren.”
Maarten Raemdonck Manager Innovatie Aquafin
“Met advies, begeleiding en cofinanciering faciliteert PIO innovatieve oplossingen binnen de publieke sector.”
An
Schrijvers Programmamanager PIO
3x impact
Volgens An creëert PIO een drievoudige impact: “Ten eerste verbeteren publieke organisaties hun eigen dienstverlening door innovatie. Ten tweede krijgen bedrijven de kans om nieuwe oplossingen te ontwikkelen, testen en te commercialiseren, waardoor ze competitiever worden. En als laatste plukt de samenleving de vruchten van de innovatieve oplossingen die we op deze manier ontwikkelen: betere zorg, duurzamere landbouw, efficiëntere mobiliteit of – in het geval van Aquafin – performantere waterzuivering.”
Na de selectie begeleidt PIO het volledige traject: van grondige marktverkenning en voorbereiding tot aanbesteding, gunning en oplevering. “Het programma cofinanciert bovendien tot 50% van de aankoop”, zegt An. “De VLAIO-middelen verlichten zo de investering (en het risico) van de publieke organisaties, en komen tegelijkertijd terecht bij de bedrijven die oplossingen ontwikkelen. Zo creëren we een win-win voor zowel de publieke als de private markt.”
Leren, ook als het niet lukt
Niet elk PIO-project leidt tot een effectieve aankoop, of een grootschalige uitrol. Soms blijkt een oplossing technisch haalbaar, maar is deze economisch minder interessant, of toont marktonderzoek aan dat er op dit moment geen match is tussen vraag en aanbod. In zulke gevallen kan een traject worden stopgezet. “Maar ook dan is er winst”, weet An. “Door te experimenteren leren we wat werkt en wat niet. Die kennis delen we, zodat ook andere organisaties eruit kunnen leren.”
Verantwoord innoveren
De weg naar een innovatieve oplossing is vaak complex. Samen risico nemen, expertise bundelen en publieke middelen duurzaam inzetten: dat is waar PIO en Aquafin elkaar vinden. Niet om innovatie om de innovatie, maar om tastbare meerwaarde te creëren voor Vlaanderen, vandaag én morgen.
Zandfilters van de toekomst
Aquafin diende al verschillende dossiers in bij PIO. De hyperstandaardisatie van de zandfilters is er daar één van. “Richting de kaderrichtlijn Water moet Aquafin extra inspanningen leveren om verdergaande nutriëntverwijdering (stikstof en fosfor) te realiseren. Een groot aantal zuiveringsinstallaties moet daarom uitgerust worden met een tertiaire zandfilter”, legt Kathleen Moons uit, Procesingenieur bij Aquafin. “De klassieke aanpak? Voor elke site een apart bestek en aanbesteding. Maar dat leidt tot versnippering, inefficiëntie en hogere kosten.” Aquafin wil evolueren naar een gestandaardiseerde, modulaire oplossing die op meerdere locaties kan worden ingezet. Een concept dat onder meer inzet op prefab- en modulaire bouw. “Om dit concept te ontwikkelen is co-creatie nodig tussen verschillende partners, zoals betonproducenten, elektromechanische specialisten en technologiepartners. Dat brengt onzekerheid met zich mee. Dat in combinatie met de grote maatschappelijke impact die het project heeft, maakte dat PIO ons project goedkeurde. Door de opbouw van de tertiaire zandfilter in de toekomst te standaardiseren, maken we de werking van onze installaties niet alleen efficiënter, maar ook eenvoudiger te bouwen en te beheren,” zegt Kathleen. “Als het concept zich bewijst, kan het bovendien mogelijk ook breder worden toegepast, waarom bijvoorbeeld niet in het buitenland?”
Schaalbaar, toekomstbestendig en robuust
Slimme stikstofverwijdering loont op de zuiveringsinstallatie van Merksplas
Op RWZI Merksplas is een type slimme sturing geactiveerd, gebaseerd op een digital twin. Het doel?
De biologische zuivering van afvalwater nog efficiënter maken. Dat moet leiden tot lagere operationele kosten én een kleiner risico op het overschrijden van de normen waaraan het gezuiverde afvalwater moet voldoen.
Een digital twin is een digitale kopie van een fysiek proces, systeem of installatie. Deze virtuele versie werkt in realtime en gebruikt data uit sensoren, modellen en historische gegevens om het gedrag van het echte systeem te simuleren en te voorspellen. Zo kunnen we proactief sturen in plaats van achteraf te reageren. Zuiveringsinstallaties worden natuurlijk al decennialang volautomatisch aangestuurd. Op basis van meetsignalen schakelt de sturing toestellen aan, uit of laat ze
de componenten sneller of trager draaien. Zo’n klassieke sturing is niet altijd optimaal voor de actuele omstandigheden, maar wel voor gemiddelde omstandigheden.
Vooruitkijken i.p.v. achteruit
Een slimme sturing gebaseerd op een digital twin levert precisiewerk voor de toekomst. Ze voorspelt op basis van historische data hoeveel vuilvracht eraan komt en kan in de toekomst ook rekening houden met weersinvloeden. Wouter
Maenhout, Procesingenieur bij Aquafin: “De bekkens en tanks op zuiveringsinstallaties worden groot genoeg gebouwd om piekbelastingen aan te kunnen. Die zie je bijvoorbeeld bij felle regen. Bij lage belasting, ’s nachts als gezinnen weinig water verbruiken of bij droog weer, is het debiet in de tank veel kleiner. Die bufferruimte geeft mogelijkheden om met instellingen te spelen. We kunnen de beluchting van het afvalwater tijdens het zuiveringsproces in de tijd verschuiven, de intensiteit aanpassen of de cycli van beluchting en niet-beluchting optimaliseren. Daardoor kunnen we bijvoorbeeld de hoeveelheid chemicaliën nauwkeuriger doseren, wat tot betere zuiveringsresultaten leidt.” Alle zuiveringsinstallaties samen vertegenwoordigen ongeveer 0,7% van het totale energieverbruik in Vlaanderen. Elke optimalisatie leidt dus onmiddellijk tot significante financiële besparingen. Thibeau De Mol, Analist Programmeur bij Aquafin: “Bovendien is de sturing ook afgestemd op fluctuerende energieprijzen: door energie-intensieve beluchting te verschuiven naar uren met lage Belpex-prijzen, kunnen we tegelijk CO₂-uitstoot en kosten beperken.”
Wat doet het algoritme?
Het algoritme, ontworpen door onze afdeling Procestechnologie, bestaat uit drie onderdelen:
Digital twin van de stikstofverwijdering
• Een model van de zuivering en vuilvrachttoevoer.
• Een automatische, datagedreven kalibratie die het model continu bijstuurt.
Simulaties voor de komende uren
• Berekening van kosten en effluentkwaliteit voor verschillende sturingsopties.
Model Predictive Control (MPC)
• Selecteert automatisch de meest optimale aansturing op basis van een kostfunctie en limieten. De MPC houdt rekening met de actuele energieprijzen, die via de cloud worden doorgestuurd naar het Edge device.
Meer naar rechts
Te traag
Meer naar links
Gewoon het model volgen
Vergelijk een slimme sturing met autorijden. Voortdurend aanpassen op basis van trial en error en ervaringen die je eerder opdeed, of ineens de juiste baanpositie hebben doordat je een model kan volgen dat ervaringen verwerkt en vooruitkijkt.
Een sterk Vlaams innovatie-ecosysteem Aquafin ontwikkelde zelf de oplossing, met steun van Flanders Make. Deze organisatie bundelt de expertise van Vlaamse universiteiten en ondersteunt de industrie bij complexe digitalisatieprojecten. Dankzij hun ervaring met Model Predictive Control (MPC) en digital twins in de maakindustrie, vormden ze de ideale partner in combinatie met onze eigen kennis van waterzuivering. Zo werd het mogelijk een oplossing te bouwen die niet alleen technisch geavanceerd is, maar ook robuust, onderhoudbaar en geschikt voor continue operationele inzet in een 24/7 veeleisende omgeving. Dankzij de open architectuur en de keuze voor niet-afgeschermde code, behouden we de controle over onze technologie en kunnen we sneller opschalen. Wouter Maenhout: “Aquafin beschikt over veel zuiveringen die historisch sterk gestandaardiseerd zijn opgebouwd. Dit maakt dat een geavanceerde sturing die op één installatie performant werkt, relatief eenvoudig kan worden opgeschaald naar andere RWZI’s met een gelijkaardige configuratie. De meerwaarde hiervan is groot: één generiek ontwikkelingsalgo-
ritme kan een groot aantal zuiveringen tegelijk optimaliseren.”
Groot potentieel
Voor de toekomst brengen slimme sturingen wellicht nog meer voordelen. Ze helpen ons kostenbewust te voldoen aan strengere wetgeving en misschien ook om de uitstoot van broeikasgassen te beperken.
Wouter Maenhout: “Op sommige installaties moet een extra zuiveringsstap geplaatst worden (tertiaire zandfilter, lees meer op p.13) om nog meer stikstof te verwijderen. Als we de bestaande hoofdzuivering maximaal benutten door slimme sturingen, kunnen we de kosten van de nabehandeling beperken. Waterzuivering
“De meerwaarde is groot: één generiek ontwikkelingsalgoritme kan een groot aantal zuiveringen tegelijk optimaliseren.”
Wouter Maenhout
is nodig om de kwaliteit van beken en rivieren op peil te houden, maar heeft vandaag ook ongewenste neveneffecten. Zo ontstaat er lachgas als bijproduct bij stikstofverwijdering uit afvalwater. Dit krachtige broeikasgas komt voornamelijk vrij door de activiteit van micro-organismen die ons afvalwater zuiveren. Door deze complexe dynamiek op te nemen in het digital twin-model, kunnen we de uitstoot mogelijk beperken. Dit aspect wordt nu onderzocht door onze afdelingen R&D en Procestechnologie.”
In een volgende fase plannen we alvast een uitrol naar tien extra zuiveringsinstallaties, want het effect van slimme sturingen op lange termijn is duidelijk: een betere effluentkwaliteit, minder procesverstoringen en lagere operationele kosten.
Gegarandeerd
drinkwater in Aalst, ook bij droogte
In Aalst waardeert Waterunie gezuiverd afvalwater op tot drinkwater. Het overschot wordt binnenkort opgeslagen in de diepe ondergrond als reservevoorraad bij droogte en een grote drinkwatervraag. Een primeur in Europa.
Gezuiverd afvalwater als basis
Aquafin zuivert jaarlijks 800 miljard liter afvalwater. Het grootste deel daarvan is nodig om de waterlopen op peil te houden, maar zo’n 10% kan perfect dienen als basis voor hergebruikprojecten. “We willen gezuiverd afvalwater – of effluent – zo breed mogelijk inzetten voor nuttige toepassingen die de samenleving ten goede komen”, zegt Wim Dhooge, Water- en Omgevingsingenieur bij Aquafin. “Dat kan gaan van proceswater voor de industrie tot de productie van drinkwater.”
Kwaliteit voorop
Het project in Aalst is een Blue Deal-project van Waterunie, een dochterbedrijf van Farys en De Watergroep, in samenwerking met Aquafin en onderzoeksplatform Capture. Waterunie zuivert het effluent van de rioolwaterzuiveringsinstallatie van Aquafin in Aalst op tot drinkwater in verschillende stappen. “We gebruiken o. a. membranen voor ultrafiltratie (3) en omgekeerde
ondergrondse
osmose (4), filteren het water over actieve kool (6) en desinfecteren het meermaals (5&8)”, legt Bart De Gusseme uit. Hij is Senior Expert Innovatie Water bij Farys en trekker van het project. “De kwaliteit wordt sterk gecontroleerd op ruim 250 parameters, zodat het drinkwater op elk moment voldoet aan alle normen. Sinds de opstart van de installatie in mei 2025 wordt elk uur 50.000 liter drinkwater rechtstreeks in het net geïnjecteerd, richting de watertoren van Aalst. Tegen het einde van dit jaar willen we dat debiet verdubbelen.”
Drinkwater opslaan in de bodem Het project heeft nog een tweede bijzondere pijler: de opslag van het opgezuiverde drinkwater in de ondergrond via de ASR-techniek (Aquifer Storage and Recovery). Opslag in de diepe ondergrond heeft heel wat voordelen. “Zo kunnen we vraag en aanbod beter op elkaar afstemmen”, legt Bart uit. “In de winter
is de vraag naar water kleiner, maar het aanbod groter. Die overschotten kunnen we opslaan in de bodem en opnieuw oppompen bij waterschaarste in de zomer.” Momenteel is enkel de rechtstreekse injectie van drinkwater in het drinkwaternet, dus zonder de ondergrondse opslag, operationeel. “We onderzoeken nog of het gesteente en de verblijftijd van het water in de ondergrond een effect hebben op de drinkwaterkwaliteit”, zegt Bart. “Als alle resultaten voldoen aan de strenge kwaliteitsnormen, kunnen we later dit jaar ook effectief starten met water uit de ondergrond op het drinkwaternet te zetten.” Op volle schaal kunnen we 15 m3 per uur in de put in Aalst injecteren”, zegt Bart. “Gebeurt
“Effluent is het hele jaar door beschikbaar, ook in tijden van droogte, en vormt daarom een perfecte basis voor o.a. drinkwater.”
Koen Rummens
Die constante kwaliteit maakt de drinkwaterproductie bovendien ook efficiënter. “Bij andere bronnen, zoals brak water, zien we in de zomer hogere zoutconcentraties. Dat maakt het zuiveringsproces complexer. Bij effluent hebben we minder last van seizoenseffecten en blijven de instellingen van onze installatie vrijwel het hele jaar hetzelfde.”
Samenwerken
Gezuiverd afvalwater kan dus perfect dienen als alternatieve waterbron, al zal het nooit de enige oplossing zijn. “We onderzoeken samen met Aquaduin bijvoorbeeld of zeewater ook een rol kan spelen”, zegt Bart. “Vandaag is dat nog een energie-
dat in de acht natte maanden van het jaar, dan bouwen we een reserve op van 85.000 m3 drinkwater. Het oppompen kan aan een sneller tempo, waardoor we in de vier droge maanden drinkwater kunnen leveren aan 2.500 gezinnen. Uit één put, zonder dat er bovengronds plaats voor nodig is.”
Betrouwbaar, het hele jaar door Voor dit project werken Waterunie en Aquafin nauw samen. “Aquafin is dan ook een essentiële partner in het hergebruikverhaal”, zegt Koen Rummens, studieverantwoordelijke bij Aquafin. “Effluent is het jaar door beschikbaar en heeft een vrij constante kwaliteit. Het is dus een betrouwbare bron, ook in tijden van droogte.”
“Dit
jaar verdubbelen we de drinkwaterproductie in Aalst naar 100.000 liter per uur.”
Bart De Gusseme
intensief en complex proces, maar als we onze drinkwatervoorziening in de toekomst willen veiligstellen, is het de moeite om dit te onderzoeken. Eén ding is alvast zeker, structurele samenwerkingen met partners zoals Aquafin zijn hoe dan ook van groot belang”, vindt Bart. Aquafin en drinkwaterbedrijven vinden elkaar steeds vaker voor hergebruikprojecten. Aan de kust neemt drinkwaterbedrijf Aquaduin al meer dan 20 jaar gezuiverd afvalwater af om er drinkwater van te maken. Door de handen in elkaar te slaan, zetten we samen een waterslimme en waterrobuuste toekomst op poten.
Geïnteresseerd in een samenwerking? Op www.aquamarkt.be vind je een handig overzicht van het potentieel in Vlaanderen.
Aquafin en De Blauwe
Cluster sturen
EIT Water mee aan
Europa versnelt innovaties in water
De komende vijftien jaar krijgt waterinnovatie in Europa een stevige duw in de rug. Met EIT Water lanceert het Europees Instituut voor Innovatie en Technologie (EIT) een nieuwe Knowledge and Innovation Community (KIC). Die is gericht op oplossingen voor de brede waaier aan wateruitdagingen: van klimaatadaptatie tot waterkwaliteit en grondstoffenrecuperatie.
Het doel van de nieuwe community is helder: kennis niet alleen ontwikkelen, maar ook valoriseren. Innovaties moeten sneller hun weg vinden naar de markt, om zo de competitieve positie van Europa in de wereld én onze klimaatweerbaarheid te versterken.
Het consortium ALLWATERS, onder leiding van de Deense Aarhus University, haalde de opdracht binnen. De Blauwe Cluster, coördinator aan Belgische kant, bracht Aquafin mee aan boord. Dit netwerk verbindt bedrijven, kenniscentra en overheden om duurzame innovatie in
de blauwe economie te stimuleren. We spraken met Arnout Desmet, interim director CLC West voor EIT Water en senior advisor bij De Blauwe Cluster, en Birgit De Bock, Manager R&D bij Aquafin.
Vijf consortia dongen mee naar het leiderschap van EIT Water. Waarom viel de keuze op ALLWATERS?
Arnout: “Een KIC draait rond de kennisdriehoek: educatie, innovatie en businesscreatie. ALLWATERS slaagde erin om sterke partners rond die drie pijlers te verzamelen én ze geografisch goed te sprei-
den over Europa. Aarhus University heeft ook bewust clusterorganisaties zoals De Blauwe Cluster aangetrokken. Wij brengen al jaren bedrijven, kennisinstellingen en overheden samen rond de blauwe economie. Die verbindende rol is cruciaal. Ook onze aanpak speelde mee. Transparantie, duidelijke mijlpalen en een projectmatige organisatie maakten het verschil.”
Birgit: “Voor EIT was die no-nonsense strategie van ALLWATERS doorslaggevend. Snel starten, zo weinig mogelijk bureaucratie en focus op impact. Die hands-on-mentaliteit sluit perfect aan bij hoe Aquafin naar innovatie kijkt.”
Wat is de rol van Aquafin?
Birgit: “Wij zijn geen onbekende binnen De Blauwe Cluster, dat zich vooral richt op de mariene en maritieme sector en dus kustwater. Corrosie, waterkwaliteit, robuuste infrastructuur: of het nu om zeewater of afvalwater gaat, de technische vraagstukken liggen dicht bij elkaar. Van de vijf inhoudelijke uitdagingen waarop EIT Water focust, sluiten er drie
“Een groot deel van de Europese middelen zal naar marktintroductie gaan. Daarvoor is kruisbestuiving essentieel.”
rechtstreeks aan bij de R&D-strategie van Aquafin: klimaatadaptatie, grondstoffenrecuperatie en waterkwaliteit. De andere twee uitdagingen zijn ook voor Aquafin relevant: de fragmentatie binnen de sector en een gebrek aan gekwalificeerde mensen. Onze rol binnen EIT Water is –zoals in veel ander Europees onderzoek – die van facilitator en probleemeigenaar. We beschikken over een uitgebreid netwerk van zuiveringsinstallaties en infrastructuur. Dat biedt unieke test- en demonstratiemogelijkheden. We kunnen start-ups en technologieontwikkelaars helpen om innovaties in reële omstandigheden te valideren en op te schalen. En duidelijk maken met welke uitdagingen we elke dag geconfronteerd worden. ”
Arnout: “Aquafin was voor ons een evidente partij om aan te sluiten bij ons consortium. We zochten industriële spelers met een duidelijke positionering én een ambitie om op grote schaal impact te maken. Aquafin combineert technische expertise met een sterke focus op innovatie, valorisatie en opschaling. Dat complementaire profiel versterkt het consortium.”
Wat staat er op korte termijn op de agenda?
Arnout: “Het eerste werkjaar, 2026, staat in het teken van opstart en verbinding. Met 130 partners uit heel Europa werken we via regionale hubs. Die moeten nu inhoudelijk op elkaar afgestemd worden. We brengen prioritaire thema’s in kaart
en vertalen die naar concrete roadmaps voor educatie, innovatie en businesscreatie. Later dit jaar wordt het consortium opengesteld voor bijkomende partners. Vanuit De Blauwe Cluster brengen wij het ecosysteem in de Benelux en Frankrijk in kaart. We zoeken complementariteit met bedrijven, kennisinstellingen en overheden die een meerwaarde kunnen bieden.”
Hoe slaat Aquafin de brug met de praktijk?
Birgit: “De watersector is sterk gefragmenteerd. We werken al met veel van de partners samen in andere projecten, maar EIT Water brengt een breder en gestructureerd netwerk samen. Academische instellingen, start-ups, ngo’s, grote ondernemingen: die kruisbestuiving is essentieel. De sterkte van EIT Water is dat de focus hier ligt op marktintroductie. Een aanzienlijk deel van de middelen zal naar businesscreatie gaan. Innovaties waar al jaren onderzoek naar gebeurt, moeten nu effectief toegepast worden. Dat is precies waar wij ook op inzetten: oplossingen niet in het labo of op pilootschaal laten hangen, maar ze in de praktijk brengen.”
Arnout: “Er bestaan al veel Europese initiatieven rond water, zoals de Europese Strategie voor Waterweerbaarheid en de Europese “Blue Deal”. De meerwaarde van deze KIC is inderdaad om al die sector- of domeinspecifieke programma’s te verbinden en de marktvalorisatie via gerichte investeringen en opleidingsprogramma’s te versnellen. Grote spelers zoals Aquafin kunnen leren van wat in andere regio’s gebeurt en hun expertise delen. Zo verstevigen ze hun positie in de sector op Europees niveau.”
Wat levert deze samenwerking op voor Vlaanderen?
Arnout: “Vanaf 2027 worden oproepen gelanceerd rond start-up- en scale-uptrajecten, inclusief matchmaking met investeerders. Voor Vlaamse kmo’s actief in watertechnologie is dit een enorme kans.
Arnout Desmet
“Deze community creëert kansen voor start-ups en scale-ups.”
Ze krijgen toegang tot sterke profielen, internationale partners en nieuwe markten.
Dat zal onze economie versterken.
Daarnaast moeten de resultaten van al die projecten op termijn voelbaar zijn voor iedereen. Ze moeten bijdragen aan oplossingen voor droogte, overstromingen en waterverontreiniging door complexe polluenten. Tegelijk willen we kansen benutten, zoals het koppelen van natuurgebaseerde oplossingen aan klimaatadaptatie en herstel van waterecosystemen. Vlaanderen kan hier, dankzij zijn toonaangevende havenclusters, innovatieve watersector, hoge bevolkingsdichtheid en sterke kennisbasis, een voortrekkersrol opnemen.”
Birgit: “Voor Aquafin past EIT Water naadloos in de missie om Vlaanderen klimaatrobuuster te maken. Wateruitdagingen stoppen niet aan landsgrenzen. Door Europees samen te werken, versnellen we innovatie en maken we oplossingen schaalbaar. Dat is goed voor Europa én voor onze regio.”
Meer weten?
EIT Water
Birgit De Bock
Lokaal Pact versnelt rioleringsinvesteringen
Sinds de start van het Lokaal Pact in 2008 nam het Vlaamse Gewest al voor honderden miljoenen euro’s aan rioleringsinvesteringen van steden en gemeenten over. Zo vermindert de financiële druk op lokale besturen, terwijl de inspanningen voor propere waterlopen blijven doorgaan.
1 2 3 water keten
Eind 2025 besliste de Vlaamse Regering om het Lokaal Pact opnieuw te verlengen. In de periode 2026-2030 wordt 500 miljoen euro voorzien voor de overname van gemeentelijke rioleringsprojecten. Aquafin staat daarbij in voor de uitvoering en zorgt voor de aansluiting tussen gemeentelijke en bovengemeentelijke rioleringsinfrastructuur. Na uitvoering neemt de gemeentelijke rioolbeheerder het beheer over.
De nieuwe programmaperiode focust op vier domeinen waar Vlaanderen versneld
vooruitgang wil boeken: het verhogen van de zuiveringsgraad, het beantwoorden aan de nieuwe Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater (ERSA), het verminderen van overstortwerking en het stimuleren van innovatieve oplossingen.
Aqua vroeg de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en Aquafin hoe zij naar deze nieuwe fase van het Lokaal Pact kijken.
Als regisseur van de waterketen speelt de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) een ondersteunende rol in het Lokaal Pact. Samen met rioolbeheerders en Aquafin werkt ze de criteria uit voor de verschillende projectcategorieën en beoordeelt ze of ingediende projecten in aanmerking komen.
“EGerichte investeringen voor betere waterkwaliteit
uropa legt de lat voor waterkwaliteit hoog en dat stelt steden en gemeenten voor grote uitdagingen,” zegt Jennifer D’Hondt, verantwoordelijke Toezicht en Financiering Sanering bij de VMM. “Met het Lokaal Pact neemt Vlaanderen een deel van de financiele inspanningen over. Door de uitvoering bij Aquafin te leggen, kunnen investeringen bovendien in de tijd gespreid worden. Na oplevering gaat het beheer van de infrastructuur opnieuw naar de gemeente of rioolbeheerder.”
De nieuwe programmaperiode telt elf categorieën, waarvan drie nieuwe: projecten om een lage zuiveringsgraad op te krikken, om te voldoen aan de doelstellingen van de ERSA-richtlijn en om overstortwerking te verminderen in kwetsbare gebieden of zones die belangrijk zijn voor de zwemwaterkwaliteit.
Voor die nieuwe categorieën werken de VMM, VVSG, rioolbeheerders en Aquafin momenteel de criteria uit. “We bepalen bijvoorbeeld drempelwaarden voor wat we als een lage zuiverings-
graad beschouwen of welke gebieden als kwetsbaar gelden”, zegt Jennifer. “Projecten moeten binnen één van de elf categorieen passen. De nieuwe categorieen en innovatieve proefprojecten krijgen daarbij prioriteit.”
Volgens de VMM kunnen innovatieve projecten een belangrijke versnelling brengen. “Tot nu toe kwamen er relatief weinig voorstellen binnen voor innovatie. Door die expliciet naar voren te schuiven, wil het beleid gemeenten en rioolbeheerders stimuleren om nieuwe oplossingen te verkennen.”
Zodra de criteria zijn vastgelegd, worden ze gepubliceerd in een afsprakenprotocol dat ook toelicht hoe projecten worden geprioriteerd. “Dat moet gemeenten en rioolbeheerders helpen om beter in te schatten welke projecten een goede kans maken om op het programma te komen”, volgens Jennifer. “Daarnaast waken wij erover dat er geen overlap ontstaat met andere subsidieprogramma’s. Gemeenten beslissen zelf of en via welk instrument ze een project willen indienen.”
Voor de Vlaamse steden en gemeenten blijft het Lokaal Pact een belangrijk instrument om rioleringsprojecten mogelijk te maken. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) vertegenwoordigt de lokale besturen in het sectoroverleg met gemeentelijke rioolbeheerders, Aquafin en de VMM.
“HLokale besturen zoeken duidelijkheid en flexibiliteit
et Lokaal Pact is voor steden en gemeenten heel waardevol”, zegt Christophe Claeys, stafmedewerker Waterbeleid bij VVSG. “Binnen dit programma worden zowel de rioleringswerken als het herstel van de wegenis gefinancierd. Bij de klassieke rioolsubsidies wordt enkel een deel van de rioleringskost gesubsidieerd. Beide instrumenten blijven dus nodig, al zien we ze graag groeien naar één systeem.”
VVSG pleit ervoor om de sterke punten van beide financieringsmechanismen dichter bij elkaar te brengen. “Het Lokaal Pact biedt bijvoorbeeld meer
flexibiliteit dan het subsidieprogramma. En het zou goed zijn als de bijdrage in het subsidieprogramma wordt gelijkgetrokken met die in het Lokaal Pact,” zegt Christophe. “Tegelijk vragen gemeenten meer transparantie over de voortgang van Lokaal Pact-projecten die ze na oplevering in beheer nemen. Bij gesubsidieerde projecten is er nu wél meer zicht op de tussenstappen.”
Het afsprakenkader dat momenteel wordt uitgewerkt, moet lokale besturen meer duidelijkheid geven over wanneer welk instrument het meest geschikt is. “Er wordt in het sectoroverleg hard gewerkt om de categorie-
en helder te definiëren”, zegt Christophe. “Maar het is ook belangrijk dat de administratieve drempels beperkt blijven, zodat alle middelen goed benut worden. Als een project aan de voorwaarden voldoet en vlot kan worden uitgevoerd, moet het ook op een programma kunnen geraken zonder te botsen op voorrangsregels.”
Volgens VVSG verdienen projecten die bijdragen aan de nieuwe Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater bijzondere aandacht. Christophe: “Door de nieuwe afbakening van agglomeraties gelden in bepaalde delen van Vlaanderen plots nieuwe, ver-
snelde normen. Die zogenaamde missing links moeten al tegen 2027 gerealiseerd zijn, terwijl de gemeentelijke meerjarenplannen ondertussen al vastliggen. Dat deze projecten wél voorrang krijgen, lijkt me logisch.”
Ook de aanpak van overstorten en het verhogen van de riolerings- en zuiveringsgraad blijven belangrijke prioriteiten voor lokale besturen. “De nieuwe categorieën bieden alvast meer ruimte voor zuiver gemeentelijke projecten, terwijl er vroeger een sterkere link moest zijn met het bovengemeentelijke”, besluit Christophe.
Net als bij eerdere Lokaal Pact-programma’s zal Aquafin instaan voor de realisatie van de projecten waarvan het Vlaamse Gewest de financiering van gemeenten overneemt. Na oplevering draagt Aquafin het beheer van de infrastructuur over aan de gemeente of rioolbeheerder.
CVersnelling richting propere waterlopen
EO Jan Goossens ziet de verlenging van het Lokaal Pact als een belangrijke stap voor de waterkwaliteit in Vlaanderen. “Met dit programma spreekt het beleid een duidelijke ambitie uit om op enkele cruciale domeinen sneller vooruitgang te boeken”, zegt hij. “Tegelijk wordt erkend dat de doelstellingen bijzonder uitdagend zijn en dat de middelen waarover gemeenten vandaag beschikken niet altijd volstaan. Via het Lokaal Pact kunnen we gemeenten helpen om sneller hun ecologische doelstellingen te halen zonder dat ze zelf de investeringen moeten dragen. De opmaak van het
afsprakenprotocol in overleg met de sector is een uitgelezen kans om heldere criteria te formuleren, de prioritering af te stemmen en afspraken te maken over transparantie en pragmatisme doorheen het projectverloop.”
Ook voor de bovengemeentelijke infrastructuur werkt Aquafin nauw samen met lokale besturen en rioolbeheerders. “We kennen de lokale situaties goed en hebben zicht op welke projecten het meeste effect kunnen hebben voor de waterkwaliteit”, zegt Jan. “Het Lokaal Pact ondersteunt in die zin ook ons streven naar een ‘verticaal geïntegreerd rioolbeheer’. Hierbij worden gemeen-
telijke en bovengemeentelijke projecten niet alleen geselecteerd vanuit een overkoepelende visie op waterkwaliteit, maar worden ze ook zo veel mogelijk gecombineerd en door dezelfde partij uitgevoerd. Daarom streven we naar structurele samenwerkingsverbanden met elk van de gemeentelijke rioolbeheerders.”
Een extra investeringsvolume van 500 miljoen euro, gespreid over vijf jaar, betekent voor Aquafin en zijn technische partners ook een uitbreiding van de projectenportefeuille. “De verlenging van het Lokaal Pact komt bovenop een al sterke stijging van de reguliere projectenportefeuille
voor het Gewest de komende jaren”, verduidelijkt Jan. “Er zijn nog grote investeringen nodig om de waterlichamen in Vlaanderen in een goede toestand te brengen, zoals de kaderrichtlijn Water het vraagt. Maar dat is niet alles: ook de nieuwe Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater vraagt bovengemeentelijk zware inspanningen, bijvoorbeeld voor de uitbreiding van rioolwaterzuiveringsinstallaties met een extra zuiveringsstap voor micropolluenten. Samen met de sector bereiden we ons momenteel volop voor om al deze mooie projecten op de efficiëntst mogelijke manier te realiseren.” 3 A quafin
Aquafin Connects
Wie zijn de
winnaars?
Niets dan lachende gezichten op Aquafin Connects, het netwerkevent dat we sinds vorig jaar organiseren voor onze leveranciers en dienstverleners. Er werden prijzen uitgedeeld voor uitblinkers in samenwerking en veiligheid, maar zo’n avond is vooral ook een moment om de banden te versterken en onze waardering te tonen voor het werk van onze partners.
Naar analogie met de Aquafin Awards voor studiebureaus en aannemers, bekroonden we dit jaar op ons event Aquafin Connects de partners die uitblinken op het vlak van samenwerking en veiligheid. Een mooi moment om eens stil te staan bij wat pas opvalt als het er niet zou zijn: partners waarop je kan bouwen, ook in moeilijke omstandigheden.
Verbinden en waarderen
Genodigden op Aquafin Connects zijn de bedrijven die de infrastructuur op onze eigen terreinen onderhouden, doen draaien en herstellen. We verwelkomden leveranciers van chemicaliën, pompen en meettoestellen en dienstverleners voor onderhoudswerken, elektrische installaties, groenonderhoud, slibtransport, …
Allemaal firma’s die soms wat onderbelicht blijven, maar een grote impact hebben op onze werking. Want het is mede dankzij hun inzet en snelle interventies dat Aquafin ook op moeilijke momenten afvalwater volgens de normen kan zuiveren. Voor velen was het de eerste keer dat ze elkaar en Aquafin ontmoeten, en net daarom is het netwerkmoment achteraf bijzonder waardevol. We hopen jaar na jaar tot meer verbinding te komen.
Meedenken
Elk van de genodigden vormt een cruciale schakel voor de goede werking van onze zuiveringsinstallaties, pompstations en collectoren. “Op basis van wat we bij Aquafin zelf het allerbelangrijkst vinden, riepen we drie awards in het leven, binnen de categorieën ‘samenwerking’ en ‘veiligheid’.”
Aan het woord zijn Matthew Geirnaert (Manager Gespecialiseerd Onderhoud) en Katrien Bauduin (Operationeel Manager), die Aquafin Connects mee organiseerden. “Binnen de categorie ‘samenwerking’ waren er twee awards te verdienen: één voor aannemers, en één voor andere dienstverleners, zoals transporteurs en leveranciers”, legt Matthew uit. “Na een interne bevraging kwamen we tot een long list van bedrijven die kans maakten”, vult Katrien aan. “Een team van experten en betrokken partijen bepaalde per categorie uiteindelijk drie genomineerden. De winnaar maakten we pas op 19 maart bekend, tijdens een fijne avond in Schelle. Leading by example past bij elk van de winnaars: ze tonen hoe ze het verschil maken, hoe ze meedenken met ons, en inspelen op onze noden en vereisten.”
DE LAUREATEN
Samenwerking met dienstverleners:
• SNF Water (leverancier chemicaliën)
• Antoine Lazeroms (reinigingswerken slib)
• Tom Vansteenkiste (TVS) (transport)
Samenwerking met aannemers:
• Cocquyt Roger (kraanwerken)
• Elmech Services (elektromechanisch onderhoud)
• Welec (hoogspanning en preventief onderhoud)
Veiligheid:
• Soga nv (bouwkundige onderhoudswerken)
• Goossens Metaal (aluminiumen inox-constructies)
• Kris Langers (hijswerken en betonboringen)
DE WINNAARS
“De vervoerder van vloeibaar slib, krijgt de award voor samenwerking omwille van de flexibiliteit, vooruitstrevendheid, klantgerichtheid en betrouwbaarheid die het bedrijf als partner van Aquafin aan de dag legt.”
“Wele is al jarenlang raamcontractor voor het onderhoud van de hoogspanningsinstallaties in het oosten van het land, en levert een hoge kwaliteit en vakkennis. Het onderhoudswerk in Hoegaarden, waar in snel tempo een defecte hoogspanningscabine omgebouwd en opnieuw in dienst gesteld werd, bewees de oplossingsgerichte ingesteldheid van het bedrijf.”
“Soga nv is al jarenlang raamcontractor voor de bouwkundige herstellingen in het westen van het land, en werkt voor ons met ‘dedicated’ technische onderhoudsploegen. Daardoor zijn hun ploegen goed opgeleid en vertrouwd met de veiligheidseisen van Aquafin. Elke veiligheidsopmerking nemen ze meteen ter harte, wat hun focus op constante verbetering nog in de verf zet.”
Tom Vansteenkiste | TVS
Welec
Soga nv
vooruit blik
SYSTEEMDENKEN EN INNOVATIE
Professor Peter Goethals over duurzaam waterbeheer
Gezonde waterlopen in een dichtbevolkt Vlaanderen, met woonkernen, industrie en landbouw dicht op elkaar, kan dat? “Een evenwicht tussen mens, technologie en natuur is mogelijk. Polarisatie is hierbij niet nodig.”
Peter Goethals onderzoekt hoe moderne technologieën ingezet kunnen worden om natuurlijke systemen, specifiek waterlopen en ecosystemen, beter te begrijpen en te beheren. Zijn onderzoeksgroep aan de UGent ontwikkelt methoden om een evenwicht te vinden tussen menselijke activiteiten zoals landbouw en verstedelijking, en gezonde waterecosystemen. “Via wetenschappelijke innovatie en grensverleggend systeemdenken kunnen we de veerkracht van onze leefomgeving vergroten, wat ook het welzijn van de mensen bevordert”.
Modern waterbeheer evolueert steeds meer naar een integrale, holistische benadering, die erkent dat water, energie en voedselproductie nauw met elkaar verweven zijn en dat ingrepen in één sector direct invloed hebben op de andere. Om vooruitgang op lange termijn te boeken, is een verregaande geïntegreerde systeemaanpak nodig. Het behoud van ecosystemen en het duurzaam exploiteren ervan vereist een ecosysteembenadering, waarbij menselijke activiteiten worden geïntegreerd met de natuurlijke processen. “Daarvoor moeten we weten
hoe ze precies functioneren, en vooral beter begrijpen hoe de menselijke ingrepen op een meer gebalanceerde manier kunnen gebeuren, zonder ze te overbelasten of uit te putten, “zegt professor Goethals. Hij vergelijkt dat met de geneeskunde. “Grondige kennis van het menselijk lichaam, technologische hulpmiddelen en interdisciplinaire samenwerking leiden tot innovatieve methodes om ziekten te voorkomen en mensen te genezen. Voor ecosystemen geldt hetzelfde: met meer kennis, slim systeemdenken en bredere samenwerking kunnen we betere oplossingen vinden.”
Meten is meer dan ooit weten “De Vlaamse Milieumaatschappij en Aquafin leveren prachtig werk: 88% van het afvalwater is ondertussen aangesloten op de riolering en afvalwaterzuivering
in Vlaanderen. Dat is het resultaat van een duidelijke aanpak binnen het decreet Integraal waterbeleid. Aquafin focust sterk op digitalisering en ook op blauwgroene maatregelen die verder gaan dan afvalwaterzuivering. Om vooruitgang te blijven boeken moeten we inzetten op beslissingsondersteunende modellen voor waterbeheer”, benadrukt professor Goethals. “Het is duidelijk dat de uitdagingen zich meer en meer op systeemniveau stellen. Denk bijvoorbeeld aan de landbouw en de gezondheidsrisico’s bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, de belasting van het milieu, de aantasting van de biodiversiteit en extreme klimaatveranderingen. Klassieke methoden zoals irrigatie zijn vaak niet meer mogelijk en ontoereikend.
Een meer systeemgerichte aanpak kan een oplossing bieden voor landbouwers, voor de natuur en drinkwaterwinning. Drones en sensoren zijn onmisbaar om inzicht te krijgen in ecosystemen. Stilaan worden ook realtime ‘smart control’ systemen geïntegreerd, die meten en duiding geven over teelten, overstromingen, droogte, waterkwaliteit enzovoort. Als we deze gegevens efficiënt verzamelen
“Vergelijk het met moderne geneeskunde voor ecosystemen”
en integreren in modellen, komen we tot de best mogelijke opties om bijvoorbeeld met intense neerslag of droogteperiodes om te gaan. Die opties moeten natuurlijk worden getoetst aan de realiteit, en concreet worden uitgewerkt in overleg met de omgeving: landbouwers, bewoners, bezoekers, enz. We moeten samenwerken en ieders ervaring benutten voor duurzame verandering.” Professor Goethals voegt er nog aan toe: “Een evenwicht tussen mens, technologie en natuur is mogelijk. Polarisatie is hierbij niet nodig.”
Systeemdenken in de praktijk
Europees onderzoeksproject
Blue4Green
Waterwijs
De voorbije zomer kampte het water in de stad Brugge met intense blauwalgenbloeien (cyanobacteriën). Dat bracht risico’s met zich mee voor recreatie én voor watervogels. De Brugse Reien groeiden daardoor uit tot een testlocatie voor nieuwe zuiveringstechnologieën en ecologische oplossingen die zulke problemen moeten voorkomen en de stedelijke waterlopen klimaatbestendiger maken.
De stad Brugge, onderzoekers, beleidsinstanties en adviesbureaus werken er samen aan een ‘digital twin’ – een virtuele kopie – van de stadswateren. Gegevens van verschillende sensoren werden gecombineerd met extra informatie van drones en zelfs smartphones van bewoners en bezoekers. Zo kan het watersysteem slimmer worden beheerd en kunnen functies zoals recreatie en irrigatie beter worden afgestemd.
In dit project werden ook filters, drijvende planteneilanden en sensornetwerken geplaatst. Die helpen om watervervuiling, waaronder meststoffen en microverontreinigingen, op te sporen en te verwijderen. Zo wordt het stedelijke water gezonder en krijgen toxische blauwalgenbloeien (cyanobacteriën) veel minder kans.
Wie is professor Peter Goethals?
Peter Goethals was al jong gefascineerd door dieren en planten. Als zoon van een landbouwer keek hij ook met grote bewondering naar het werk en de machines van landbouwers en ondernemers. Tegelijkertijd ervaarde hij van dichtbij de negatieve impact van die activiteiten op het leven in beken en sloten. Zo ontwikkelde hij een passie voor de bescherming van ecosystemen, waarbij hij de balans zoekt tussen natuur en economie.
Als hoogleraar aan de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de Universiteit Gent, denkt hij vernieuwend over ecosysteemanalyse en duurzaam waterbeheer vanuit wiskundige modellen, industriële bedrijfsvoering, AI en ecologie. Professor Goethals is lid van de Raad van Bestuur en voormalig voorzitter van de Belgian Chapter of the International Water Association (IWA).
GEFILTERD
Duurzame
warmte voor nieuw zwembad
Sinds midden februari ontvangt het gloednieuwe zwemcomplex De Watermolen in Stad SintNiklaas officieel bezoekers. Met verschillende types zwembaden, glijbanen, speelzones en een heuse wellnesszone vindt iedereen hier zijn gading.
Wat het nog mooier maakt?
Het complex wordt verwarmd met duurzame energie uit de riool: riothermie. Sportoase, eigenaar van het nieuwe zwembad, volgde hiermee de aanbeveling uit het warmtezoneringsplan van de stad op. Aquafin plaatste een warmtewisselaar in de collector die vlakbij het sportpark loopt. Een geleidervloeistof brengt de warmte uit het afvalwater over naar de warmtepomp van het zwembad. Die zet deze vervolgens om naar de ideale, comfortabele temperatuur. Een eenvoudige techniek met grote impact!
Aanbesteding Werf van de Toekomst Duurzaamheid gepubliceerd
Met de Werf van de Toekomst Duurzaamheid dagen we aannemers, studiebureaus én onszelf uit om een project zo duurzaam mogelijk te realiseren. Aquafin heeft als grote bouwheer immers ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid: de CO2-uitstoot zo laag mogelijk houden. Binnenkort starten we met de volledige vernieuwing van RWZI Borgloon. “Om de sector aan te jagen om meer in te zetten op duurzame materialen, bekeken we samen met studiebureau Sweco waar we onze bestekken wat meer konden ‘openzetten’. Dit laat aannemers toe om écht ver-
nieuwend te denken”, legt Koen Dockx, projectmanager eigen domein, uit. De aannemer die de beste offerte indiende, kwam met een heuse innovatie. “Voor het eerst toonde een aannemer ons aan te kunnen werken met wapeningsstaal dat voor 90% uit gerecycleerd staal bestaat. Het zou tot een CO2-reductie kunnen leiden van wel 50% op het totale project, in vergelijking met een traditionele werf. De meerkost voor het gebruik van deze innovatieve materialen wordt bovendien gecompenseerd door slimme en doordachte materiaalreducties en optimalisaties die de aannemer zelf voorstelde.”
georganiseerd
Kennisdag is terug van weggeweest
De Kennisdag – georganiseerd door Aquafin – is na drie jaar terug, en hoe. 170 partners en Aquafinners doken samen in de Werven van de Toekomst, met focus op orde en netheid, veiligheid en Minder Hinder. In twee break-outrooms werkten de deelnemers rond Publiek en Eigen domein, deelden ze goede voorbeelden en brainstormden ze over hoe we onze werven samen duurzamer en futureproof maken. Een dag vol info, inspiratie en vooral veel goesting om ermee aan de slag te gaan.
geruimd
Uniek plaatsbezoek in Antwerpse ruien
Waadbroek aan, gasdetectie bij de hand want … dit was geen gewone werkdag. Samen met Water-link gingen we op plaatsbezoek in de Antwerpse ruien. Stap voor stap verkenden we het ondergrondse traject van een project dat we samen zullen aanvatten. Bij de opdracht zullen we 12.000 meter aan leidingen voor afvalwater reinigen, waarbij Water-link het zuiver houden van het grondoppervlak voor zijn rekening neemt. Door de krachten te bundelen, werken we efficiënter én zorgen we voor een propere, toekomstbestendige waterinfrastructuur in het hartje van Antwerpen.
UHasselt kiest voor riothermie gerecupereerd
In Diepenbeek bouwt Aquafin een nieuwe zuiveringsinstallatie waar straks het afvalwater van 20.000 IE’s gezuiverd wordt. Maar er is meer. De restwarmte uit het gezuiverde afvalwater zal gerecupereerd worden om het hoofdgebouw van de universiteit Hasselt in Diepenbeek te verwarmen en koelen met riothermie. De UHasselt wil klimaatneutraal worden en zocht voor haar verwarming een alternatief voor fossiele brandstof. Ze richten hun pijlen nu op de betrouwbare warmte van riothermie.
Kijk op www.aquamarkt.be voor warmte in jouw buurt.
geconnecteerd
Wanneer
Oosterweel je buur wordt
De Oosterweelwerken in Antwerpen passeren vlak naast de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Deurne. Aquafin stelde hiervoor tijdelijk een stuk terrein ter beschikking en maakte duidelijke veiligheidsafspraken met bouwheer Lantis. We zoeken samen naar veilige en efficiënte oplossingen voor de verkeerscirculatie op ons terrein. De collega’s van Aquafin kregen recent een rondleiding op de werf en zagen met eigen ogen hoe dit grote infrastructuurproject naast onze site vorm krijgt.
Propere waterlopen en een leefomgeving in harmonie met water
F aquafin.be
Volg ons
Klimaatrobuuste projecten
Aquafin is dé referentiepartner voor klimaatrobuuste projecten in het publieke domein.
F waterenomgevingsadvies@aquafin.be
F contacteer je accountmanager
Rosi voor optimaal rioolbeheer
F rosi.be
AquaMarkt
Inspirerend aanbod van waardevolle resten nevenproducten uit afvalwaterzuivering: restwarmte (riothermie), gezuiverd afvalwater, …
F aquamarkt.be
Samen innoveren
Wij staan open voor nieuwe ideeën en samenwerkingen. Onze projecten, infrastructuur, ... als een proeftuin voor deze nieuwigheden.
F Geïnteresseerd? innovatie@aquafin.be
Samen onderzoeken
Schaalgrootte, expertenteam en uitgebreide infrastructuur met onderzoeksfaciliteiten maken van ons de onderzoekspartner die je zoekt.
F RND@aquafin.be
Aquaplus
ontzorgt bedrijven met industriële waterzuivering en rioolbeheer.
F info@aquaplus.be
Klimaatrobuuste inrichting van private domeinen
F waterenomgevingsadvies@aquafin.be
Contactcenter
Vragen over onze rioleringswerken of infrastructuur?
F 03 450 45 45 | contact@aquafin.be op weekdagen bereikbaar van 8 tot 17 uur
F Noodnummer buiten de werkuren: 0800 16 603
Een klacht?
F ombudsdienst@aquafin.be
Van abstracte codes naar concrete impact
Neem een kijkje op jobs.aquafin.be
mijn vak
Data zijn essentieel om de betrouwbaarheid van onze assets te verhogen, de eigen werking efficiënter aan te pakken, én het milieu te beschermen. Collega Thibeau De Mol is Analist Programmeur en bouwt met abstracte codes concrete impact. “Zonder digitalisering en data vaar je blind.”
Thibeau De Mol Analist Programmeur
Met honderden assets verspreid over Vlaanderen zijn data onmisbaar voor Aquafin. “Dankzij data kunnen we installaties vandaag nauwkeuriger opvolgen en efficiënter laten draaien.”
Thibeau bouwt digitale bruggen tussen installaties en systemen: van PLC’s en sensoren op het terrein tot toepassingen in de cloud. “R&D ontwikkelt algoritmes; ik zorg voor de software errond, test alles grondig en rol het uit. De data die we verzamelen gebruiken we voor analyses en rapporten.”
De digitale wereld is voor Thibeau één grote speeltuin: “Het blijft ongelooflijk welke mogelijkheden data vandaag hebben. We kunnen bijvoorbeeld onze eigen meetgegevens koppelen aan externe data, en dat levert vaak grote winsten, zowel financieel als ecologisch. Op de installatie van Merksplas bijvoorbeeld test een digital twin hoe we aan de hand van realtime metingen, modelberekeningen en Belpex-prijzen, efficiënter en energiezuiniger kunnen beluchten (p. 14-15).”
Digitalisering helpt ook om problemen, zoals verstoppingen in de riolering sneller te detecteren, en zo milieu-incidenten te vermijden. “We meten de waterstanden in de riolering en koppelen deze aan neerslagvoorspellingen. Bij hoge waterstanden tijdens droge periodes, wijst dit wellicht op een verstopping. De collega’s op het terrein kunnen op deze manier snel en gericht ingrijpen, en voorkomen dat afvalwater ontsnapt.”
Het is de tastbare impact die voor Thibeau het verschil maakt. “Het werk dat je doet, loont, en is een investering, zowel voor Aquafin als voor het milieu. Kunnen bijdragen aan die dubbele hoedanigheid, da’s mooi.”
Een nieuw jasje, dezelfde ambitie:
Propere waterlopen voor de volgende generaties en een leefomgeving in harmonie met water.
CEO Jan Goossens vertelt in het voorwoord hoe Aquafin de komende jaren impact wil blijven maken.