ARTIKEL | INFORMATIERECHT
BESCHERMING VAN DE PERS ALS ‘’PUBLIC WATCHDOG’’ IN HET LICHT VAN DESINFORMATIE EN BEDROG DIE HET PUBLIEKE DEBAT VERSTOREN, IS ‘’GOEDE JOURNALISTIEK ALLES WAT WE HEBBEN’’.1 DIT ZIJN DE WOORDEN VAN VOORMALIG HOOFDREDACTEUR VAN THE GUARDIAN, MENEER ALAN RUSBRIDGER. ZIJN STANDPUNT WORDT ONDERSTEUNT DOOR ONS HUIDIGE RECHTSSYSTEEM WAARIN DE TRADITIONELE PERS PRIVILEGES TOEKOMT TEN OPZICHTE VAN DE GEWONE BURGER. DIT VOORAL WANNEER HET GAAT OM DE UITINGSVRIJHEID VAN DEZE PERS. HOE WERKT DIT PRECIES, WAT IS DE GRONDSLAG VOOR DEZE PRIVILEGES, ZITTEN HIER BEPERKINGEN AAN EN BIEDEN DEZE PRIVILEGES NOG VOLDOENDE BESCHERMING IN HET HUIDIGE DIGITALE-MEDIA TIJDPERK? DOOR JENNIFER MOL
28
ALIBI MAGAZINE | EDITIE 1 2021/2022
ARTIKEL | INFORMATIERECHT
DE PERS ALS PUBLIC WATCHDOG In een democratische samenleving zoals Nederland is een ‘’public watchdog’’ nodig om machthebbers rekenschap af te laten leggen aan het publiek. Onafhankelijke en pluriforme nieuwsmedia vervullen deze rol en zijn dan ook onmisbaar in de samenleving. Het EHRM heeft de term ‘’public watchdog’’ dan ook regelmatig herhaald. Zij leggen dit uit door de media aan te merken als de spreekwoordelijke waakhond van de democratische samenleving.2 Er is niet alleen behoefte aan controle op machthebbers en de overheid maar ook aan controle op andere invloedrijke economische entiteiten en publieke figuren. Wanneer de media eerlijk en objectief accurate feiten naar buiten brengt zal dit zorgen voor een transparant beleid binnen de democratie: iets wat cruciaal wordt geacht voor deze bestuursvorm. De vrijheid van meningsuiting van traditionele media draagt naast deze controlefunctie ook bij aan de democratische participatie.3 Deze bijdrage bestaat uit het creëren van een gunstig klimaat waarbinnen het publieke debat kan worden gevoerd en men hier een bijdrage aan kan leveren.4 Op deze manier kan kennis worden gedeeld en het beleid worden besproken. Er kan kritiek worden geleverd en mee worden gedacht over diverse onderwerpen binnen de samenleving waardoor de ‘’ideale’’ versie hiervan ontwikkeld kan worden. Het Hof heeft overwogen dat er buiten de taak en het recht van de media om informatie te verstrekken ook een recht is voor het publiek om geïnformeerd te worden over zaken van algemeen belang.5 De vrijheid van meningsuiting impliceert dus twee verschillende rechten: het recht om te uiten en het recht om te ontvangen. De pers heeft een groot bereik en daardoor veel invloed op de maatschappij: zij kan burgers informeren,
EDITIE 1 2021/2022 | ALIBI MAGAZINE
waarschuwen en ervoor zorgen dat bepaalde maatschappelijke problemen onder de aandacht worden gebracht en op de politieke agenda komen.6 DE VISIE VAN HET EHRM OP DE PERSVRIJHEDEN Uit meerdere uitspraken van het EHRM blijkt dat zij de rol van journalisten en diens bijzondere juridische status onderstrepen.7 Journalisten moeten onafhankelijk en in vrijheid kunnen opereren. Alleen op deze manier kan de berichtgeving transparant zijn. Ook is het volgens het Hof belangrijk dat journalisten de mogelijkheid behouden om de anonimiteit van hun bronnen te waarborgen. Wanneer dit niet het geval is, wordt het verkrijgen van informatie voor een journalist nagenoeg onmogelijk. Niemand zal medewerking willen verlenen aan kritische artikelen vanwege bijvoorbeeld de angst voor ontslag, dreigend gevaar etc. Dit heeft het Hof gesteld in de zaak ‘’Goodwin.’’ Het bronnengeheim van journalisten werd toen officieel onder artikel 10 EVRM (waarin het recht op vrijheid van meningsuiting is vastgelegd) geschaard.8 Het is belangrijk om op te merken dat het EHRM bovendien een ruime definitie van het begrip ‘journalist’ hanteert. Hieronder verstaan zij dan ook ‘’eenieder die regelmatig of professioneel betrokken is bij het verzamelen en publiekelijk verspreiden van informatie, ongeacht het communicatiemiddel dat wordt gehanteerd.‘’ 9 Wanneer een publicatie bijdraagt aan het publieke debat omtrent een maatschappelijk relevantie kwestie blijkt deze definitie niet langer van belang te zijn. De boodschap wordt dan namelijk beschermd ongeacht wie de verteller hiervan is. Het ontvangen van dit soort boodschappen draagt immers bij aan het stimuleren van het maatschappelijk debat. Dit is een voorbeeld van het feit dat er, zoals
eerder beschreven, zowel een recht bestaat op het verkondigen van een belangrijke boodschap als een recht op het ontvangen hiervan. De voor het publiek debat relevante boodschappen worden onder deze laatstgenoemde grond beschermd. Het Hof heeft eveneens vastgesteld dat ook nieuws mag worden gepubliceerd dat als beledigend, schokkend of storend kan worden ervaren.10 CHILLING EFFECT Het EHRM deed voor het eerst een uitspraak over de vrijheden die de pers geniet in het kader van artikel 10 EVRM in de zaak Barthold.11 In deze zaak was er sprake van een dierenarts die volgens het Duitse nationale recht geen uitspraken mocht doen in interviews wanneer deze een vorm van reclame voor zijn eigen praktijk zouden bevatten. Dit is echter een verbod in de nationale wetgeving dat volgens het EHRM een ‘’chilling effect’’ kan veroorzaken. Deze term zal in latere jurisprudentie van het hof meermaals herhaald worden. Van een ‘’chilling effect’’ is sprake als het gebruik van
BIO Jennifer Mol
Masterstudent Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam
29
ARTIKEL | INFORMATIERECHT
een grondwettelijk recht- met name de vrijheid van meningsuiting- door de mogelijkheid van of dreiging met vervolging of andere juridische sancties wordt ontmoedigd of verhinderd. Het Hof stelt dan ook dat ‘the most careful scrutiny’ moet worden toegepast wanneer het gaat om de beoordeling van door lidstaten opgelegde maatregelen die de pers mogelijkerwijs zouden ontmoedigen om verslag te doen van zaken die betrekking hebben op of bijdragen aan een ‘legitiem publiek debat’.12 In de Jerslid/Denemarken zaak werd een Deense interviewer genaamd Jerslid veroordeeld vanwege het feit dat hij een televisieprogramma had gemaakt waarin een van de geïnterviewde racistische uitlatingen deed. Ook hier heeft het Hof gesteld dat het publiek belang behoort te prevaleren en dat het bestraffen van de journalist in kwestie ertoe zou leiden dat de pers zich minder goed kan mengen in zaken die een maatschappelijk belang
30
hebben, hetgeen ten alle tijden moet worden bestreden. Deze zaak ziet op audiovisuele media in plaats van geschreven media en dus kan door deze uitspraak eveneens geconcludeerd worden dat voor deze twee mediavormen dezelfde normen gelden.13 STRIJD MET ARTIKEL 8 EVRM Artikel 10 EVRM is echter niet onbegrensd. De vrijheid die hierbij wordt beschermd brengt immers ‘plichten en verantwoordelijkheden met zich’ en kan daardoor worden beperkt, mits dit bij wet voorzien is en noodzakelijk is in een democratische samenleving. Een voorbeeld van een bepaling die inbreuk kan maken op artikel 10 EVRM is artikel 8 EVRM. In dit artikel ligt het recht op de privacy besloten. Hieronder valt eveneens het recht op het behouden van de eer en goede naam. Het Hof toetst bij een belangenafweging tussen privacy en uitingsvrijheid of er sprake is van het strafrechtelijke beginsel van belediging/smaad. Ook houdt het Hof
rekening met het ‘’public-figure criterium’’. Dit criterium houdt in dat publieke persoonlijkheden, zoals politici en directeuren van grote bedrijven, in beginsel meer kritiek moeten kunnen ontvangen. De ratio hierachter is dat deze personen er ‘’zelf voor hebben gekozen’’ om in het middelpunt van de belangstelling te staan.14 Een voorbeeld van deze redenering is te vinden in de Von Hannover II zaak.15 In deze zaak procedeert prinses Caroline van Monaco bij het Europees Hof tegen de Duitse overheid. In een Duits tijdschrift waren destijds foto’s gepubliceerd van haar skivakantie. Naast deze foto’s stond een artikel over haar vader, prins Rainier, die ernstig ziek was. Het tijdschrift suggereerde dat, terwijl Caroline op vakantie was, haar zus de enige zou zijn die de zorg droeg voor hun vader. De Duitse rechter heeft de publicatie van de foto’s toegestaan. Caroline stapt vervolgens naar het Europees Hof. Het Hof stelt aan de hand van deze casus een aantal criteria op waarnaar gekeken moet
ALIBI MAGAZINE | EDITIE 1 2021/2022
ARTIKEL | INFORMATIERECHT
1
worden bij een belangenafweging als die in het onderhavige geschil. Allereerst is het volgens het Hof van belang of het onderwerp van de publicatie in de publieke belangstelling staat. In dit geval is dit aangenomen. Ook stelt het Hof dat prinses Caroline en haar vader publieke figuren zijn die zich meer moeten laten welgevallen dan de gemiddelde burger. De Duitse rechter wordt aan de hand van deze criteria door het Hof in het gelijk gesteld. DE ROL VAN ‘SOCIAL MEDIA’ Door technische ontwikkelingen is de rol van traditionele media (wiens rechten door het EHRM zijn verankerd) sterk veranderd. Iedereen kan nu op elk gewenst moment een breed publiek bereiken door informatie te verspreiden via social media platformen.16 Er vindt ‘user generated content’ (informatie die door gebruikers van een bepaald medium wordt aangeleverd) plaats wat een enorme hoeveelheid informatie met zich mee brengt. Deze digitalisering heeft eveneens tot gevolg dat het publieke debat wordt gestimuleerd en dat burgers een ‘media watchdog’ rol aan kunnen nemen waarmee zij bepaalde fouten van traditionele media recht kunnen zetten.17 Ook is het belangrijk om op te merken dat de kans dat traditionele media, zoals wij die van oudsher kennen, vanwege hun economische positie zal verdwijnen, groot is. Het creëren van traditionele media kost veel geld en het businessmodel is gebaseerd op adverteerders. Deze adverteerders kiezen ervoor om een advertentie te plaatsen via de krant, de televisie of de radio. Er zijn nu echter meer digitale advertentiemogelijkheden waarmee een grotere doelgroep wordt bereikt. De nieuwe generatie zal een advertentie immers grotendeels eerder op Instagram zien langskomen dan in de krant. Hierdoor verschuiven advertentiebudgetten van traditionele media naar het internet.18
EDITIE 1 2021/2022 | ALIBI MAGAZINE
Hierop moet juridisch geanticipeerd worden. Dit is dan ook de reden dat de privileges van de traditionele media moeten worden overgedragen aan de digitale media. Op deze manier kan de digitale media een ‘’public watchdog’’ rol vervullen en hiermee een groot publiek bereiken. Echter zitten hier ook een aantal haken en ogen aan. Zo zijn mediaverschaffers via het internet (zoals bijvoorbeeld bloggers) vaak individueel aan het werk en is er niemand die het nieuws wat zij naar buiten brengen controleert. Dit verhoogt de kans voor het op grote schaal ontstaan van desinformatie. De Europese commissie is bezig met het maken van passende wetgeving en richtlijnen. Het is echter nog afwachten hoe het EHRM dit in praktijk zal toepassen
2 3
4
5
6
7
8
9
CONCLUSIE Journalisten zijn de ogen en oren van het publiek en het is van cruciaal belang dat zij worden beschermd en hun rol in de samenleving kunnen vervullen. Hoewel er in de jurisprudentie van het EHRM een aantal voorbeelden zijn genoemd waaruit blijkt dat er wel degelijk beperkingen zitten aan de vrijheid van meningsuiting is de rode draad van het Hof dat de rol van de media als ‘public watchdog’ moet worden beschermd. Er zal in de nabije toekomst dan ook een oplossing moeten komen voor het verschuiven van informatievoorziening van traditionele media naar digitale media en het hierbij waarborgen van deze journalistieke vrijheden. Dit omdat het recht op het ontvangen van juiste informatie en het recht op vrijheid van meningsuiting onmisbaar zijn in een democratische samenleving. Zoals Engelse correspondent voor de BCC F. Keane ooit zei; ‘’Als het verhaal verteld moet worden, als we getuigenis moeten geven, wat kunnen we dan anders doen dan ons concentreren, de opnameknop aanzetten en de band of film laten lopen?”19
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
A. Rusbridger, “ De verkiezing in de media: tegen ontduiking en leugens, goede journalistiek is alles wat we hebben”, The Guardian, 14 december 2019 S.S. Coronel, ‘The Media as Watchdog’; a.w. E. Barendt, Freedom of Speech, Oxford: Oxford University Press 2005, p. 18-23 en 417-418. M. Oostveen en M. Oosterveld, Van ‘public watchdog’ naar ‘public watchblog’: het EHRM en journalistieke webblogs, Mediaforum 2013-6, p. 146- 153 EHRM 26 april 1979, nr. 6538/74 (Sunday Times/Verenigd Koninkrijk), r.o. 65 M. Oostveen en M. Oosterveld, ‘Van ‘public watchdog’ naar ‘public watchblog’: het EHRM en journalistieke webblogs’, Mediaforum 2013-6, p. 146- 153 D. Voorhoof, ‘Krijgen journalisten een streepje voor in Straatsburg?’, Mediaforum 2008-5, p. 197-203. EHRM 27 maart 1996, nr. 17488/90 (Goodwin/ Verenigd Koninkrijk), r.o. 39. Appendix bij Aanbeveling CM/Rec(2011)7 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa (21 september 2011), On a new notion of media, onder Definitions sub a. EHRM 7 december 1976, r. 5493/72, (Handyside vs. United Kingdom), r.o. 49 EHRM 25 maart 1985, nr. 8734/79, (Barthold/ Bondsrepubliek Duitsland) r.o. 58. EHRM 5 december 2018, nr. 9657/12 (Frisk en Jensen/Denemarken), par. 78. EHRM 23 september 1994, nr. 15890/89 (Jersild/Denemarken), r.o. 31. EHRM 8 juli 1986, NJ 1987/901 m.nt. EAA (Kreisky), EHRM 23 mei 1991, NJ 1992/456 m.nt. EJD (Oberschlick), EHRM 1 juli 1997, NJ 1999/709 m.nt. EJD (Oberschlick) en EHRM 29 augustus 1997, NJ 1999/10 (Worm). EHRM 24 juni 2004,Nr. 59320/00, (Caroline von Hannover – Duitsland). T.M. Harrison en B. Barthel, ‘Wielding new media in Web 2.0: exploring the history of engagement with the collaborative construction of media products’, New Media & Society 2009, p. 159-160. D. Domingo en A. Heinonen, ‘Weblogd and Journalism: A Typology to Explore the Blurring Boundaries’, Nordicom Review 2008-29, p.7 J. Turow, The Daily You, New Have: Yale University Press 2009, p.7 F. Keane, Letter to Daniel: ‘Despatches from the Heart’, Londen: BBC
31