ARTIKEL | RECHTSFILOSOFIE
DE LAAG-VERTROUWENSAMENLEVING EN HET SOCIAAL CONTRACT
SINDS HET BEGIN VAN DE CORONACRISIS ZIJN WE HET ALLEMAAL WEL EENS ONEENS GEWEEST MET HET BELEID VAN ONZE OVERHEID. UIT EEN RAPPORT VAN DE ERASMUS UNIVERSITEIT BLIJKT ZELFS DAT HET VERTROUWEN IN DE OVERHEID, SINDS HET BEGIN VAN DE CORONACRISIS, DRASTISCH IS GEDAALD: NOG MAAR DERTIG PROCENT VAN DE NEDERLANDERS HEEFT VERTROUWEN IN ONZE OVERHEID. ER KAN ZELFS GESPROKEN WORDEN VAN EEN LAAG-VERTROUWENSAMENLEVING.1 DOOR CHARLOTTE NAB
12
ALIBI MAGAZINE | EDITIE 2 2022
ARTIKEL | RECHTSFILOSOFIE
Naast het beleid tijdens de coronacrisis worden als andere mogelijke redenenen de afhandeling van de toeslagenaffaire en missers tijdens de kabinetsformatie genoemd. Daarnaast had in januari een kwart van de Nederlandse bevolking zelfs geen vertrouwen meer in instituties van onze rechtsstaat, zoals de politie of rechters.2 De oorzaken daargelaten, wil ik vooral kijken naar de gevolgen van dit lage vertrouwen. Welke implicaties zijn er wanneer zeventig procent van de bevolking geen vertrouwen meer heeft in de overheid? We leven immers in een democratie. De overheid dient het volk en niet andersom. Wij verkiezen onze volksvertegenwoordigers, maar hebben geen vertrouwen in hun samenwerking met onze regering. LAAG-VERTROUWENSAMENLEVING Het bovengenoemde rapport laat een daling zien in het vertrouwen in de landelijke overheid van zeventig procent in april 2020 naar dertig procent in september 2021. Even een korte opfrisser: tot de rijksoverheid behoren de regering, ministeries en het parlement.3 Het rapport stelt ook dat het vertrouwen tussen mensen onderling is afgenomen. De Nederlandse samenleving kan daarom in september 2021 beschouwd worden als een ‘laag-vertrouwensamenleving’.4 Dit is een samenleving waarin mensen weinig vertrouwen hebben in instituties en verminderd vertrouwen in elkaar. De dertig procent van nu is historisch laag: sinds 2008 was het vertrouwen in de regering niet lager dan veertig procent en het vertrouwen in het parlement niet lager dan 45 procent. Toen was dit het gevolg van het beleid rondom de beruchte financiële crisis. De onderzoekers verwachten dat nu, net als toen, het vertrouwen ook weer zal stijgen, maar voegen wel toe dat de overheid nu van ver moet komen.5
EDITIE 2 2022 | ALIBI MAGAZINE
De Nederlandse samenleving kan daarom in september 2021 beschouwd worden als een ‘laag-vertrouwensamenleving’. Dat het vertrouwen van historische hoogte naar laagte is afgenomen heeft natuurlijk gevolgen. Sommigen gevolgen liggen voor de hand: 44 procent van de ongevaccineerde ondervraagden meldde bij een onderzoek dat zij zich niet hadden laten vaccineren, omdat zij geen vertrouwen hadden in de overheid.6 Dit onderzoek werd overigens uitgevoerd in juni 2021, maar het laat de gevolgen goed zien. Het is immers zo dat de overheid het vaccin (en het boostervaccin) wil inzetten om door de coronacrisis heen te komen. Echter, met een te lage vaccinatiegraad slaagt deze aanpak niet, terwijl een gedeelte van het tekort aan draagvlak voortkomt uit wantrouwen tegen de overheid. Ik overweeg dat vertrouwen in de overheid van het land waar iemand in leeft belangrijk is voor het gevoel dat die persoon heeft. We leven immers in een democratische rechtsstaat waarin de overheid bestaat uit de mensen die jij (mede) hebt verkozen, die jouw land besturen én die jouw wetten maken. Juist in tijden van crisis, zoals deze, is het belangrijk dat er vertrouwen is. Toch lijkt het dan juist af te nemen. De vicepresident van de Raad van State stelt in een speech het volgende: “Vertrouwen is het bindmiddel in onze democratische rechtsstaat. Zonder vertrouwen kan de rechtsstaat niet functioneren, misschien zelfs niet eens bestaan”.7 Hij noemt dat de toeslagenaffaire en de coron-
acrisis beiden laten zien hoe de vertrouwensrelatie tussen overheid en burger van beide kanten onder druk staat. Hier rafelt de rechtsstaat, omdat vertrouwen vooraf lijkt te gaan aan de legitimiteit van macht en bestuur. De bevolking geeft vertrouwen aan de overheid en de overheid moet dit op haar beurt waarmaken. Dit is wat ook wel bekend staat als het ‘sociale contract’, aldus de vicepresident. SOCIAAL CONTRACT Met dit sociaal contract wordt veelal het hypothetische contract bedoeld, waarbij een groep individuen, kort gezegd, een gedeelte van haar individuele vrijheden heeft opgegeven in ruil voor handhaving van de vrede. Veel van de ‘contractdenkers’ gaan er namelijk vanuit dat er voor dit sociale contract een soort natuurtoestand was. Iedereen was weliswaar vrij, maar er was geen orde, wel chaos en iedereen kon voor eigen rechter spelen. Thomas Hobbes, een Engelse filosoof die leefde van 1588
BIO Charlotte Nab
Bachelorstudent Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam
13
ARTIKEL | RECHTSFILOSOFIE
tot 1679, omschreef de natuurtoestand als een situatie van oorlog: een toestand van allen tegen allen. Hij stelt dan ook dat de bevolking vanaf het moment van het sluiten van het sociaal contract verplicht is om de staat te gehoorzamen. Zij heeft door de contractsluiting als het ware afstand gedaan van haar bevoegdheid om zichzelf naar eigen inzicht te verdedigen. De staat heeft wel morele plichten, maar deze zijn niet afdwingbaar. Hobbes’ redenering hiervoor is dat alleen de situatie waarin een staat de levens van haar burgers zou bedreigen, erger zou zijn dan de natuurtoestand en dus verzet tegen de staat zou rechtvaardigen.8 Hobbes pleit dus voor een meer absolute heerser. Ik acht de kans heel klein dat Hobbes ons lage vertrouwen in de overheid zal beschouwen als problematisch voor het sociaal contract. We hebben immers ook al ingestemd met haar macht. Volgens John Locke, een andere Engelse filosoof die leefde van 1632 tot 1704, was het doel van de staat juist de bescherming van individuele rechten van haar burgers. Volgens Locke gaat het dan vooral om de oorspronkelijke en onopgeefbare rechten op leven, lichamelijke integriteit, vrijheid en het iets meer beperkte recht op eigendom. Deze rechten vormen eigenlijk een soort moraal die niet afhankelijk is van het bestaan van gezag. Locke zag dan
ook in de situatie van de natuurtoestand vooral ongemakken, zoals botsende rechten van zelfverdediging en conflictoplossing. Om dit op te lossen schept een groep mensen een samenwerkingsverband: de politieke gemeenschap. Deze gemeenschap kan een regering instellen die namens haar regeert. Het gezag van de regering blijft berusten op deze delegatie. De politieke gemeenschap kan de oorspronkelijke en onopgeefbare rechten waarborgen door haar regering aan bepaalde constitutionele voorwaarden te onderwerpen: de rechtsstaat en de scheiding der machten. Als de regering buiten deze grenzen treedt, dan verliest zij haar gezag en mag de politieke gemeenschap in opstand komen om een regering te verkrijgen die wel haar doel vervult. Eigenlijk is er zelfs geen sprake van een opstand volgens Locke, omdat de staat haar gezag verliest op het moment dat ze buiten haar grenzen treedt. Er is dan alleen maar sprake van privépersonen die andere privépersonen onderdrukken. Locke zijn denkwijzen hebben enorm veel invloed gehad. Van de founding fathers tot de Franse revolutie, soms werd Locke direct genoemd, maar in ieder geval zijn zijn sporen duidelijk.9 Verder in de tekst zal ik pogen om Locke zijn ideeën en onze huidige situatie te combineren. Er zijn nog veel meer filosofen die over het sociaal contract hebben na-
“Vertrouwen is het bindmiddel in onze democratische rechtsstaat. Zonder vertrouwen kan de rechtsstaat niet functioneren, misschien zelfs niet eens bestaan.” 14
gedacht, maar ik houd het bij Hobbes en Locke. Mijns inziens bestaat het sociaal contract praktisch gezien niet. Jij en ik hebben nooit toegezegd om deel te nemen aan het sociaal contract en ik kan mij ook niet voorstellen dat onze oorlogvoerende voorouders ooit de koppen bij elkaar hebben gestoken en dit sociaal contract hebben afgesloten. Dit neemt niet weg dat de theorie van het sociaal contract wel goed omschrijft hoe de verhouding tussen de overheid en burgers, ook nu nog, is. Het is dan ook verweven met mijn rechtsgevoel. Bepaalde individuele vrijheden of rechten die ik wel zou hebben in een natuurtoestand, lever ik nu in. Denk aan het niet onbeperkte recht op zelfverdediging, maar ook zoiets als het verplicht afstaan van belastingen zoals afvalstoffenheffing. Bovendien kan ik niet zelf direct bepalen wie, bijvoorbeeld in de regering, beslissingen maakt die mij ook treffen. Tegelijkertijd zie ik ook dat er een soort orde voor terugkomt. Ik vind het nogal handig dat we conflictoplossing overlaten aan de rechter, dat mijn afval wordt opgehaald door de gemeente en ik ben blij dat we in een democratie leven, ook al brengt dat met zich mee dat ik niet altijd direct kan bepalen wie er regeert. We leveren dus steeds iets in, maar dat is prima, want we krijgen er ook steeds iets voor terug. Echter, juist met dit in gedachte is het vrij dubieus dat er zo weinig vertrouwen is in de overheid, de partij die op haar beurt ook een prestatie moet leveren.
DE COMBINATIE Het is dus problematisch dat nu de meerderheid van de kiezers in onze samenleving geen vertrouwen heeft in de overheid. Hoe werkt het sociaal contract tussen het wantrouwende, ontevreden volk en de democratisch gekozen overheid?
ALIBI MAGAZINE | EDITIE 2 2022
ARTIKEL | RECHTSFILOSOFIE
De Raad van State, zoals ik ook al hierboven heb besproken, plaatst het vertrouwen van burgers nog voor de legitimiteit van macht en bestuur. Het vertrouwen gaat aan de legitimiteit van macht en bestuur vooraf. Het volk, de politieke gemeenschap, is soeverein en zeventig procent van het volk heeft geen vertrouwen meer in de overheid. Geen vertrouwen, ergo geen legitimiteit van macht en bestuur? Ik denk dat naar Locke zijn opvattingen beargumenteerd zou kunnen worden dat er inderdaad bij te weinig vertrouwen geen legitimiteit zou zijn en onze regering daarom ook nu buiten haar grenzen treedt. Het sociale contract schept immers aan twee kanten verbintenissen. Dit zou echter wel alleen maar zo zijn als we ook echt geen vertrouwen meer zouden hebben in dat de overheid Locke’s oorspronkelijke en onopgeefbare rechten zou kunnen waarborgen. En misschien is dat ook wel een belangrijk punt: de overheid is niet de enige institutie die onze rechten waarborgt. Zo hebben we ook nog de rechtsmacht: we hebben dan misschien gezien dat het vertrouwen in de rechtsmacht naar 75 procent is gedaald, maar dat percentage blijft toch aanzienlijk hoger dan ons vertrouwen in de overheid. Daarnaast zou ook vertrouwen in het algehele democratische proces los kunnen staan van het wantrouwen tegen de overheid. Locke zijn ideeën van de scheiding der machten en de rechtsstaat zie je goed terug in ons staatsbestel. We hebben echter ook de parlementaire democratie, iets wat bij Locke niet op de voorgrond stond. Onze democratie houdt niet alleen in dat de meerderheid beslist, maar brengt ook bepaalde waardes met zich mee, zoals vrijheid van meningsuiting, nieuwe verkiezingen en onafhankelijke rechtspraak, aldus rechtsfilosoof Bastiaan Rijpkema.10
EDITIE 2 2022 | ALIBI MAGAZINE
Dat er sprake is van wantrouwen tegen de overheid, brengt niet perse met zich mee dat sprake is van wantrouwen tegen deze democratische waardes. CONCLUSIE We leven nu in een laag-vertrouwenssamenleving met alle gevolgen van dien. Zo heeft het negatieve gevolgen voor onze vaccinatiegraad en zoals de Raad van State het het beste zegt: “De relatie van wederzijds vertrouwen tussen overheden en burgers is cruciaal voor het goed functioneren van onze democratische rechtsstaat. Rafelt dat vertrouwen, dan rafelt ook de rechtsstaat”.11 De theorie van het sociaal contract tussen de overheid en burgers staat bovendien ook wankel. Ondanks haar hypothetische vorm lijkt het sociaal contract toch van grote invloed. De vicepresident van de Raad van State plaatst het vertrouwen in de regering voor de legitimiteit van haar macht en bestuur. Het is erg problematisch
1
2
3 4
5
‘Dalend vertrouwen in de overheid: de laag-vertrouwensamenleving’, Nederlands Juristenblad, 4 november 2021. ‘Kwart Nederlanders heeft gebrek aan vertrouwen in instituties van de rechtsstaat’, Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, 26 januari 2021. ‘Wie vormen de overheid?’, overheid.nl. Rapport de laag-vertrouwensamenleving, Rotterdam: Erasmus School of Social and Behavioural Sciences & Kenniswerkplaats Leefbare Wijken november 2021. Rapport de laag-vertrouwensamenleving, Rotterdam: Erasmus School of Social and Behavioural Sciences & Kenniswerkplaats Leefbare Wijken november 2021.
dat er zo weinig vertrouwen in de overheid is, maar een pluspunt is dat het erop lijkt dat we het gevoel hebben in ieder geval nog wel te kunnen terugvallen op de rechtsmacht en wellicht ook op het democratisch proces. We leven immers in een democratische rechtsstaat waarin we onze overheid simpel gezegd om de vier jaar kunnen wegstemmen en de rechter onze overheid soms in toom houdt. Ik neem dan ook aan dat we, indien het vertrouwen zo laag blijft als nu, bij de volgende verkiezingen een hele andere uitkomst zouden moeten hebben. De overheid zal veel energie moeten stoppen in het terugwinnen van vertrouwen, ook al denk ik dat er niet snel een revolutie zal aanbreken. In het contractenrecht kennen we remedies voor contracten waarbij er geen vertrouwen in nakoming is. Nu we echter voor een soort publiekrechtelijk ‘oppercontract’ staan, gok ik dat opschorting niet van toepassing is…
6
7
8
9
10
11
Rapport Coronavaccinaties, in opdracht van NOS, Amsterdam: I&O Research juli 2021. T de Graaf, vicepresident RvS,‘Investeren in vertrouwen’, Raad van State, 24 juni 2021. C.W. Maris & F.C.L.M. Jacobs, Recht, orde en vrijheid: een historische inleiding in de rechtsfilosofie, Deventer: Wolters Kluwer 2011, p. 145 & 147. C.W. Maris & F.C.L.M. Jacobs, Recht, orde en vrijheid: een historische inleiding in de rechtsfilosofie, Deventer: Wolters Kluwer 2011, p. 151, 154, 155 & 156. ‘Kan een democratie zichzelf om zeep helpen?’, prodemos.nl, 16 juni 2017. ‘Waar het vertrouwen rafelt, rafelt ook de rechtstaat’, Nederland Juristenblad, 15 april 2021.
15