HANDELSOVEREENKOMSTEN EN BESCHERMING VAN HET KLIMAAT: GAAT HET SAMEN? ARTIKEL
Maart 2019 | ALIBI Magazine
ARTIKEL
“IS DIT EEN MANIER WAAROP DE EUROPESE UNIE HAAR HANDELSPARTNERS DAADWERKELIJK KAN AANZETTEN TOT VERDUURZAMING OF BLIJFT HET SLECHTS BIJ EEN NIETSZEGGENDE FORMALITEIT?” Door de meeste mensen worden handelsovereenkomsten niet direct geassocieerd met duurzaamheid en het tegengaan van klimaatverandering. Sterker nog, met enige regelmaat wordt betoogd dat staten door het aangaan van handelsovereenkomsten minder ruimte hebben voor het nemen van milieumaatregelen en dat staten hiertoe minder geneigd zijn, omdat zij hun positie op de wereldwijde markt willen behouden.1 Toch worden in steeds meer van deze overeenkomsten bepalingen opgenomen die de handelspartner aan dient te zetten tot het nemen van maatregelen ter bescherming van het klimaat. Dit is ook voor de Europese Unie sinds eind jaren negentig vaste praktijk.2 Is dit een manier waarop de Europese Unie haar handelspartners daadwerkelijk kan aanzetten tot verduurzaming of blijft het slechts bij een nietszeggende formaliteit? Dit artikel bespreekt eerst wat handelsovereenkomsten precies zijn en, meer specifiek, hoe de Europese Unie hiermee klimaatbeleid van haar handelspartners probeert te beïnvloeden. Daarnaast wordt stilgestaan bij de effectiviteit van de Europese aanpak en worden enkele kanttekeningen gemaakt. Wat zijn handelsovereenkomsten? Een handelsovereenkomst is een verdrag waarbij twee of meer landen – of economische unies zoals de Europese Unie – toezeggen handel ten opzichte van elkaar te faciliteren en verhinderingen voor handel te elimineren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het afschaffen van douanetarieven ten opzichte van elkaar of het versoepelen van de vereisten waaraan import- en exportproducten moeten voldoen. De gedachte hierachter is dat
LISA LANGENDIJK Master studente Law and Finance en International Trade and Investment Law aan de Universiteit aan Amsterdam
beide economieën hiervan profiteren doordat hun markten specialiseren en middelen op een zo efficiënt mogelijke manier worden gebruikt.3 Ontwikkeling van duurzaamheidsbepalingen in handelsovereenkomsten Ook de Europese Unie sluit veel van zulke handelsovereenkomsten met als uitgangspunt dat dit gebeurd op een manier waarop Europese waarden worden gewaarborgd. Denk hierbij aan het promoten van mensenrechten, sociale rechten en het milieu.4 Sinds de eind jaren negentig is de Europese Unie, net als veel andere economische grootmachten, er praktijk van gaan maken om in deze overeenkomsten bepalingen op te nemen met betrekking tot duurzaamheid. In het begin ging het hierbij vooral om bepalingen die duurzame ontwikkeling als een gezamenlijk uitgangspunt voor de handelspartners vastlegden en de lidstaten van de overeenkomst een uitzondering bood voor het nemen van handelsmaatregelen ter bescherming van het klimaat. Sinds 2000 is de benadering echter veranderd en bevatten handelsovereenkomsten gehele hoofdstukken met betrekking tot duurzaamheid en klimaat. Op deze manier probeert de Europese Unie haar handelspartners te bewegen
ARTIKEL
tot het in acht nemen van bepaalde milieustandaarden.5 Effect van duurzaamheidsbepalingen in handelsovereenkomsten De vraag is echter of de Europese aanpak ook daadwerkelijk effect heeft. Hier wordt in de literatuur veel aandacht aan besteedt. De reden daarvoor is de Europese Unie wat betreft deze klimaathoofdstukken met name vertrouwt op zogenaamde soft measures, waarbij het niet gaat om het dwingen van een handelspartners tot het nemen van bepaalde maatregelen door middel van sancties, zoals het tijdelijk herinvoeren van eerder geëlimineerde handelsbarrières. In plaats daarvan probeert de Europese Unie haar handelspartners door middel van informatie en samenwerking aan te zetten tot het nemen van milieumaatregelen. Een voorbeeld hiervan is de Civil Society Dialogue die erop is gericht om overheidsinstellingen en maatschappelijke instellingen van zowel de Europese Unie als haar handelspartners collectief te laten werken aan de implementatie van de substantiële delen uit de handelsovereenkomst. Uit onderzoek van Bastiaens en Postnovik blijkt dat dit, ondanks het missen van dwingende sancties, in veel landen leidt tot een verbetering van het klimaatbeleid. Geconcludeerd kan dus worden dat het opnemen van hoofdstukken over klimaatbeleid een gunstig effect kan hebben op het beleid van de handelspartners van de Europese Unie.6 Op het eerste gezicht lijkt dit een zeer welkome ontwikkeling, maar bij deze conclusie moeten enkele kanttekeningen worden geplaatst.
Kanttekeningen Ten eerste hangt de effectiviteit van de Europese aanpak af van of er een goed georganiseerde en relatief sterke maatschappelijke instellingen aanwezig is.7 Niet alle economische grootheden hebben dezelfde aanpak als de Europese Unie op dit vlak. In de literatuur wordt vaak het onderscheid gemaakt tussen de Europese handelsovereenkomsten en die van de Verenigde Staten. Hoewel de inhoudelijke standaarden en de uiteindelijke doelen vergelijkbaar zijn, richt de Verenigde Staten, in tegenstelling tot de Europese Unie, haar pijlen op dwingende methoden om naleving van de milieuhoofdstukken te garanderen. De dreiging van sancties zorgt ervoor dat, in vergelijking met de handelsovereenkomsten van de Europese Unie, de handelspartners reeds tijdens onderhandelingen over en in ieder geval voor het inwerking treden van het handelsverdrag maatregelen moeten nemen om te voldoen aan de milieuvereisten. Deze aanpak werkt beter dan de aanpak van de Europese Unie in landen waar maatschappelijke instelling minder invloed hebben.8
“BEPLEIT KAN WORDEN DAT DIT KWESTIES ZIJN DIE BESPROKEN MOETEN WORDEN IN HET KADER VAN DEVELOPMENT POLICY COOPERATION IN PLAATS VAN IN HET KADER VAN HANDELSOVEREENKOMSTEN”
Een andere kanttekening heeft niet zozeer betrekking op de effectiviteit van de Europese aanpak, maar op de vraag in hoeverre het te rechtvaardigen is dat de Europese Unie haar handelspartners niet-aan-handel gerelateerd beleid oplegt. Hai Ha wijst erop dat het voor veel landen moeilijk is om aan de niet-aan-handel gerelateerde voorwaarden te voldoen door een gebrek aan middelen, zoals infrastructuur en kennis.9 Daarnaast is het voor ontwikkelingslanden politiek gezien controversieel om duurzaamheid na te streven terwijl het voor hen primaire doel economische ontwikkeling is. Door
Maart 2019 | ALIBI Magazine
ARTIKEL
bepaalde eisen mengt de Europese Unie zich in de nationale politiek en een economisch zwakker land heeft niet altijd de reële mogelijkheid om niet toe te treden tot zo’n handelsovereenkomst. Hiermee tast de Europese Unie aan het soevereiniteitsbeginsel. Bepleit kan worden dat dit kwesties zijn die besproken moeten worden in het kader van development policy cooperation in plaats van in het kader van handelsovereenkomsten.10 Aan de andere kant zou men kunnen beargumenteren dat ook de Europese Unie de effecten zal ondervinden van klimaatverandering. Is er dan iets mis met het geven van een economische motivatie voor maatregelen aan landen die anders misschien niks zouden doen? De laatste kanttekening neemt een breder perspectief en betreft de vraag wat de invloed van handelsovereenkomsten is op de daadwerkelijke milieuvervuiling. De huidige onderzoeken richten zich met name op de veranderingen van beleid, maar dat zegt niks over of een milieuclausule in een handelsverdrag uiteindelijk leidt tot minder uitstoot. Je kunt je afvragen of meer handel, ondanks verbeterd beleid, niet leidt tot meer uitstoot. Daarnaast wijst Gamso erop dat de effectiviteit van milieuhoofdstukken in Europese handelsovereenkomsten in steeds sterkere mate wordt beïnvloed door de handelsovereenkomsten die de
Maart 2019 | ALIBI Magazine
handelspartner heeft met opkomende economieën zoals China en India. Het is essentieel om ook nieuwe, opkomende importerende landen ertoe aan te zetten dezelfde standaarden op te nemen in hun handelsbeleid.11 Conclusie Kortom, het beleid van de Europese Unie om milieuhoofdstukken in haar handelsovereenkomsten op te nemen kan geen nietszeggende formaliteit genoemd worden; de Europese aanpak kan tot een positieve verandering in het klimaatbeleid van handelspartners leiden. Dit is echter wel afhankelijk van verschillende factoren zoals de invloed van maatschappelijke organisaties en de invloed van opkomende importerende economieën. De milieuhoofdstukken in handelsovereenkomsten zijn geen gouden oplossing, maar een kleine stap in de goede richting.•
1. 2.
3.
4.
5.
6.
7. 8. 9. 10. 11.
“DE MILIEUHOOFDSTUKKEN IN HANDELSOVEREENKOMSTEN ZIJN GEEN GOUDEN OPLOSSING, MAAR EEN KLEINE STAP IN DE GOEDE RICHTING”
M. J. Trebilcock, Advanved introduction to International Trade Law, Elgar (2018), p. 9. Zie bijvoorbeeld: Agreement Establishing an Association between the European Community and Its Member States and the Republic of Chile [2002] OJ L352/3; Agreement on Trade, Development and Cooperation between the European Community and Its Member States and the Republic of South Africa. [1999] OJ L311/3. Zie voor een meer uitgebreide beschrijving: M. J. Trebilcock, ‘Chapter 1: Setting the Context’ in: Advanved introduction to International Trade Law, Elgar (2018). Zie Artikel 21 Verdrag Betreffende de Europese Unie; Artikel 207 Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie; 2006 Global Europese Strategy. S. Jinaah en E. Morgera, ‘Environmental Provisions in American and EU FreeTrade Agreements: A Preliminary Comparison andResearch Agenda’, Review of European Community & Environmental Law 2013(22), te raadplegen via: https://onlinelibrary-wileycom.proxy.uba.uva.nl:2443/doi/epdf/10.1111/ reel.12042, laatstelijk bekeken op 8 februari 2019, p. 325. I. Bastiaens en E. Postnikov, ‘Greening up: the Effects of Environmental Standards in EU and US Trade Agreements’, Environmental Politics (2017(26), te raadplegen via: https:// www-tandfonline-com.proxy.uba.uva. nl:2443/doi/pdf/10.1080/09644016.2017.13 38213? needAccess=true, laatstelijk bekeken op 8 februari 2019, 863-64. Idem. Idem. Idem, p. 854. H. Hai Ha, ‘The Social Dimension in EU Free Trade Agreements: ASEAN Perspectives’, European Review, 2017(25), p. 543. J. Gamso, ‘Trade Partnerships and Environmental Performance in Developing Countries’, Journal of Environment & Development, 2017(26), p. 391.