Skip to main content

ALIBI jan. 2020 - Wet afwikkeling massaschade

Page 1

ARTIKEL

“DE WAMCA WIL SCHIKKEN AANTREKKELIJKER MAKEN DOOR VERBETERING VAN DE KWALITEIT VAN COLLECTIEVE BELANGENBEHARTIGERS, COÖRDINATIE VAN COLLECTIEVE NEDA NAVASER PROCEDURES EN MEER Bachelorstudent Rechtsgeleerdheid aan de UvA FINALITEIT”

DE WET AFWIKKELING MASSASCHADE IN COLLECTIEVE ACTIE: EEN STAP VOOR- OF ACHTERUIT? Op 1 januari van dit jaar is de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) in werking treden. Deze wet maakt het mogelijk om in een collectieve actie schadevergoeding in de vorm van geld te vorderen, wat het Nederlandse recht tot op heden nog niet toestaat. Daarmee gaat het wetsvoorstel een flinke stap verder dan wat nu mogelijk is onder de werking van de huidige collectieve actie van art. 3:305a BW en de Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM).1 Tot op heden kon enkel de aansprakelijkheid van partijen worden vastgesteld. Voor de schadevergoeding moesten alle gedupeerden vervolgens een individuele procedure starten. Die beperking is nu weggenomen. In deze bijdrage zal ik kort ingaan op de belangrijkste wijzigingen van deze wet en de gevolgen voor de praktijk, om na te gaan of de nieuwe wetgeving een stap vooruit of achteruit is.

Januari 2020 | ALIBI Magazine

verklaring voor recht dat er onrechtmatig is gehandeld, waarmee de benadeelden een schikking kunnen bereiken. Als dat niet lukt kunnen de individuele gedupeerden in een aparte procedure procederen over een individuele vergoeding.2 Het probleem ontstond dat deze collectieve actie niet heel efficiënt was, aangezien het geen finaliteit bood terwijl daar wel belang bij was.3 Als oplossing hiervoor is het daarnaast sinds 2005 via de Wet collectieve afwikkeling massaschade (WCAM) mogelijk voor belangenorganisaties en de aangesproken partij(en) om op gezamenlijk verzoek een collectieve schikkingsovereenkomst ter

Foto door Maud Verheij

De huidige situatie Er is sprake van massaschade wanneer verschillende personen schade lijden door éénzelfde gebeurtenis. Het Nederlands recht kent ruime mogelijkheden voor collectieve acties. Al sinds 1994 bestaat de mogelijkheid voor een belangenbehartiger (een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid) om op grond van artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek een collectieve actie te starten. Artikel 3:305a lid 3 bepaalt dat een collectieve actie niet mag bestaan uit een schadevergoedingsvordering in geld. In veel gevallen wordt dan een vordering ingesteld ter verkrijging van een

33


Foto door Maud Verheij

ARTIKEL

afwikkeling van een massaschadezaak verbindend te laten verklaren door het Gerechtshof Amsterdam.4 Indien het hof de schikking verbindend verklaart zijn alle benadeelden daaraan gebonden, tenzij ze binnen een door het hof vastgestelde termijn van ten minste drie maanden hebben laten weten dat zij zich aan de schikkingsovereenkomst willen onttrekken (een zogenoemde optoutverklaring).5 De nieuwe situatie Het is goed om op te merken dat de WCAM blijft zoals die is. Een collectieve schikking blijft dus een mogelijkheid voor de betrokken partijen in de nieuwe situatie. Artikel 3:305a wordt volledig herschreven en voorziet in één regime voor de collectieve actie op grond van dit artikel.6 De wettelijke regeling heeft bevordering van een efficiënte en effectieve collectieve afwikkeling van massaschade tot doel.7 Ook heeft de WAMCA tot doel schikken aantrekkelijker te maken door verbetering van de kwaliteit van de collectieve belangenorganisaties, een betere coördinatie van de procedure en meer finaliteit. Veel auteurs spreken in dit verband ook wel van een ‘stok achter de deur’.8

34

De procedure in de nieuwe situatie begint ermee dat de rechter moet vaststellen of de belangenbehartiger voldoet aan de ontvankelijkheidsvereisten van artikel 3:305a lid 1 tot en met lid 3 BW.9 De ontvankelijkheidseisen voor belangenorganisaties worden, ten opzichte van de oude situatie, aangescherpt op het punt van governance, financiering en representativiteit.10 In het geval meer belangenorganisaties een collectieve vordering willen instellen naar aanleiding van dezelfde gebeurtenis(sen), wijst de rechter uit hun midden de meest geschikte organisatie aan als de zogeheten ‘Exclusieve Belangenbehartiger’.11 De criteria die de rechter voor benoeming van de Exclusieve Belangenhartiger in acht moet nemen zijn: a) de omvang van de groep personen voor wie de belangenorganisatie opkomt; b) de grootte van het door deze groep vertegenwoordigde financiële belang; c) andere werkzaamheden die de eiser verricht voor de personen voor wie hij opkomt in of buiten rechte en d) de eerdere door de eiser verrichte werkzaamheden of ingestelde collectieve vorderingen.12 Deze Exclusieve Belangenbehartiger verricht de proceshandelingen,

treedt op voor de belangen van alle personen in de omschreven groep en is de vertegenwoordiger voor de belangenorganisaties die niet als Exclusieve Belangenbehartiger zijn aangewezen.13 De belangenbehartiger is in de nieuwe situatie onderworpen aan strengere ontvankelijkheidsvereisten. Een uitzondering geldt voor gevallen waarin het stellen van deze eisen disproportioneel zouden zijn.14 Verder is één van de ontvankelijkheidsvereisten dat de collectieve actie een scope rule heeft: een belangenorganisatie is slechts ontvankelijk indien de vordering een voldoende nauwe band heeft met de Nederlandse rechtssfeer. Het doel van deze scope rule is om een aanzuigende werking van collectieve schadevergoedingsacties tegen te gaan die een onvoldoende band hebben met de Nederlandse rechtssfeer.15 Er is sprake van een nauwe banden indien: ‘(i) de rechtspersoon genoegzaam

“MET DE WAMCA WORDT HET NU MOGELIJK OM EEN COLLECTIEVE SCHADEVERGOEDINGSVORDERING IN GELD IN TE STELLEN, WAT VOORHEEN NIET KON” Januari 2020 | ALIBI Magazine


ARTIKEL

aannemelijk maakt dat het merendeel van de personen tot bescherming van wier belangen de rechtsvordering strekt, zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft; of (ii) degene tegen wie de rechtsvordering zich richt, woonplaats in Nederland heeft; of (iii) de gebeurtenis of de gebeurtenissen waarop de rechtsvordering betrekking heeft, in Nederland heeft of hebben plaatsgevonden; (...)’16 Nadat er is voldaan aan de ontvankelijkheidsvereisten van artikel 3:305a lid 1 tot en met 3 BW toetst de rechter: ‘’ dat de eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het voeren van deze collectieve vordering efficiënter en effectiever is dan het instellen van een individuele vordering omdat de te beantwoorden feitelijke en juridische vragen in voldoende mate gemeenschappelijk zijn, het aantal personen tot bescherming van wier belangen de vordering strekt voldoende is en, indien de vordering strekt tot schadevergoeding, dat zij alleen dan wel gezamenlijk een voldoende groot

“ER KOMT ÉÉN REGIME VOOR COLLECTIEVE ACTIES OP GROND VAN ARTIKEL 3:305A BW, ONGEACHT OF ZE STREKKEN TOT SCHADEVERGOEDING IN GELD OF NIET” financieel belang hebben’’ en ‘’dat niet summierlijk van de ondeugdelijkheid van de collectieve vordering blijkt op het moment van indiening van de procesinleiding.’’17 Na aanwijzing van de Exclusieve Belangenbehartiger volgt de eerste opt-out mogelijkheid voor de gedupeerden. In de volgende fase kan er inhoudelijk naar de zaak worden gekeken. De

Januari 2020 | ALIBI Magazine

rechter stelt een termijn voor het beproeven van een schikking. Voor een schikking gelden dezelfde vereisten als de WCAM-schikking.18 In het geval een schikking wordt bereikt kunnen de gedupeerden aangeven hier niet aan gebonden te willen zijn. Dit is de tweede opt-out mogelijkheid.19 Als geen schikking tot stand komt volgt de inhoudelijke beoordeling van de collectieve vordering en kan de rechter, als ultimum remedium, een collectieve schadeafwikkeling opleggen.20 De rechter probeert bij de vaststelling van de schadevergoeding afdeling 6.1.10 BW toe te passen en zal daarbij waar mogelijk categorieën van benadeelden vaststellen om zo goed mogelijk tegemoet te komen aan de onderlinge verschillen tussen de betrokken gedupeerden.21 De collectieve schikking of de collectieve schadeafwikkeling is bindend voor alle in Nederland woonachtige gedupeerden die niet hebben ge-optout én voor alle niet in Nederland woonachtige gedupeerden die met de behartiging van hun belangen hebben ingestemd (de zogenoemde opt-in).22 Gevolgen voor de praktijk Het doel van de WAMCA is het opzetten van een instrument dat leidt tot een effectieve en efficiënte afwikkeling van massaschade. Zoals al eerder naar voren is gekomen, wil de WAMCA met de invoering van een collectieve schadevergoedingsactie een ‘stok achter de deur’ voorzien om te komen tot een collectieve schikking.23 De WAMCA probeert mogelijk misbruik van de procedure tegen te gaan door strikte voorwaarden te verbinden aan het gebruik ervan, door middel van de scope rule en de strenge ontvankelijkheidseisen. Ook de aangesproken partijen kunnen er baat bij hebben dat er één vast aanspreekpunt is in de vorm van de Exclusieve Belangenbehartiger. In de literatuur worden er echter ook kanttekeningen

“EEN COLLECTIEVE VORDERING MOET EEN VOLDOENDE NAUWE BAND HEBBEN MET DE NEDERLANDSE RECHTSSFEER” geplaatst bij het instellen van een Exclusieve Belangenbehartiger. Het risico van het benoemen van een Exclusieve Belangenbehartiger is dat geschillen ontstaan tussen de eisende partijen omdat mogelijkerwijs de belangentegenstellingen in de achterban worden aangescherpt, zeker indien de belangen van de achterban niet parallel lopen.24 De achterban zou namelijk beter af zijn als de 305-organisaties naast elkaar het geschil zouden beslechten. Aan de andere kant kan het gevolg van de twee opt-out mogelijkheden zorgen voor een groot aantal optout-verklaringen. Hierdoor wordt mogelijk de beoogde efficiëntie en de schikkingsbereidheid van verweerders verminderd, wat het doel van de WAMCA niet ten goede komt. Op weg naar een claimcultuur? Een ander gevreesd punt is de angst voor een ‘claimcultuur’. Er is sprake van een claimcultuur indien het aantal schadeclaims toeneemt en/ of de omvang van de gevorderde schadevergoeding toeneemt.25 Deze wet kan tot meer collectieve acties leiden waardoor de vrees voor een ‘claimcultuur’ aanwezig is. In het geval de kosten en risico’s van procedures afnemen, neemt het aantal zaken toe, zo luidt de theorie.26 Hier passen een aantal kanttekeningen bij. Ten eerste is er gesprek aan bewijs voor.27 Ten tweede zal de toename van procedures meevallen, omdat commerciële belangenbehartigers vooral vorderingen instellen met een bepaalde kans op succes.28 Ten derde lijkt de angst op een claimcultuur onterecht met het oog

35


ARTIKEL

“ALS MEER BELANGENORGANISATIES EEN COLLECTIEVE VORDERING WILLEN INSTELLEN VOOR DEZELFDE GEBEURTENIS OF GEBEURTENISSEN OVER SOORTGELIJKE FEITELIJKE EN RECHTSVRAGEN, WIJST DE RECHTER UIT HUN MIDDEN DE MEEST GESCHIKTE AAN ALS EXCLUSIEVE BELANGENBEHARTIGER VOOR ALLE GEDUPEERDEN”

op het instellen van de scope rule en de strenge ontvankelijkheidsvereisten van de WAMCA. Dat neemt echter niet weg dat de nieuwe mogelijkheid om een schadevergoedingsvordering in te stellen en in één procedure klaar te zijn zeer interessant kan zijn voor gedupeerden.29 Conclusie De collectieve afwikkeling van massaschade neemt een steeds prominentere plek in het privaatrecht in. De huidige situatie van artikel 3:305a lid 3 bepaalt dat een collectieve actie niet mag bestaan uit een schadevergoedingsvordering in geld, daarvoor moeten individuele gedupeerden in een aparte procedure procederen. Het probleem ontstond dat deze collectieve actie niet heel efficiënt was aangezien het geen finaliteit bood terwijl daar wel belang voor was. Met WAMCA kan dat wel. In de nieuwe situatie gelden strengere ontvankelijkheidsvereisten, wordt er een Exclusieve Belangenbehartiger aangesteld en bevat de regeling een scope rule. Het doel van de WAMCA is het beogen van een instrument dat leidt tot een de effectieve en efficiënte afwikkeling van massaschade. De WAMCA probeert de mogelijke negatieve effecten tegen te gaan door strikte voorwaarden te verbinden aan het gebruik ervan, door middel van het instellen van een scope rule en de strenge ontvankelijkheidseisen. Ondanks de kanttekeningen die bij de nieuwe wetgeving worden geplaatst is de WAMCA een stap in de goede richting. De strenge eisen moeten misbruik voorkomen en het wordt eindelijk mogelijk om een collectieve schadevergoeding in geld te vorderen. •

1.

2.

3.

4. 5.

36

W.H. van Boom en F. Weber, ‘Collectief procederen – ontwikkelingen in Nederland en Duitsland’, WPNR 2017, afl. 7145, p. 291. J.M.L. van Duin en R.S.I. Lawant, ‘Wetsvoorstel Afwikkeling massaschade in een collectieve actie: ontbrekende schakel of brug te ver?’, TCR 2015/1, p. 7. J.M.L. van Duin en R.S.I. Lawant, ‘Wetsvoorstel Afwikkeling massaschade in een collectieve actie: ontbrekende schakel of brug te ver?’, TCR 2015/1, p. 8. 4 I. Tillema, ‘Tien jaar WCAM: een overzicht’, MvO 2016/3, afl. 4, p. 90. M.L.A. Rijndorp en Mr. I. Tillema, ‘Over meelifters, gelukzoekers en rechters die problemen maken als partijen die niet hebben, Beschouwingen naar aanleiding van de Fortis/Ageas-schikking’, MvO 2018/685, afl. 5-6, p. 121.

6.

7.

8.

9.

10.

11.

12. 13.

14. 15.

16. 17. 18. 19.

20. 21.

22.

23.

24.

25.

26.

27.

28.

29.

J. Kortmann, ‘Wetsvoorstel afwikkeling massaschade in collectieve actie (34608) Aanzienlijk verbeterd, maar het moet nog beter!’, NJB 2018/407, afl. 8, p. 556. T.M.C. Arons en mr. G.F.E. Koster, ‘Op weg naar collectief schadeverhaal in het Nederlands recht Perikelen bij het Wetsvoorstel collectieve schadevergoedingsactie’, Ondernemingsrecht 2017/86, afl. 10/11, p. 487. Zie bijv. E. Bauw en S. Voet, ‘Van stok achter de deur tot keurslijf? Een eerste verkenning van het wetsvoorstel tot invoering van een collectieve schadevergoedingsactie’, NJB 2017/206, afl. 4, I. Tillema, ‘Exclusieve en concurrerende belangenbehartigers: balanceren op glad ijs?’, AA 2018/6, M.W.F. Bosters, ‘Het wetsvoorstel collectieve schadevergoedingsactie: de scope rule nader bekeken’, NTHR 2017/5 en M. Oudenaarden, ‘De nieuwe Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie: een welkome ‘stok achter de deur’ of een doos van Pandora?’, Bb 2019/74, afl. 22. C.G. van der Plas, ‘De collectieve actie 2.0 in grensoverschrijdende zaken: het territoriaal ontvankelijkheidsvereiste onder de loep’, NIPR 2019/406, afl. 3, p. 539. J. Kortmann, ‘Wetsvoorstel afwikkeling massaschade in collectieve actie (34608) Aanzienlijk verbeterd, maar het moet nog beter!’, NJB 2018/407, afl. 8, p. 556. J. Kortmann, ‘Wetsvoorstel afwikkeling massaschade in collectieve actie (34608) Aanzienlijk verbeterd, maar het moet nog beter!’, NJB 2018/407, afl. 8, p. 556. Artikel 1018e lid 1 Rv. M.W.F. Bosters, ‘Het wetsvoorstel collectieve schadevergoedingsactie: de scope rule nader bekeken’, NTHR 2017/5, p. 249. Artikel 1018e lid 6 Rv. M.W.F. Bosters, ‘Het wetsvoorstel collectieve schadevergoedingsactie: de scope rule nader bekeken’, NTHR 2017/5, p. 250. Art. 3:305a lid 3 aanhef en onderdeel b BW. Artikel 1018c lid 5 Rv. Art. 7:907 lid 2 sub a-f BW. M. Oudenaarden, ‘De nieuwe Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie: een welkome ‘stok achter de deur’ of een doos van Pandora?’, Bb 2019/74, afl. 22. M.F.J.N. van Osch, ‘De rol van de rechter in het wetsvoorstel massaschade in collectieve actie’, TvPP 2018/4, p. 109. W.H. van Boom en F. Weber, ‘Collectief procederen – ontwikkelingen in Nederland en Duitsland’, WPNR 2017, afl. 7145, p. 297. M. Oudenaarden, ‘De nieuwe Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie: een welkome ‘stok achter de deur’ of een doos van Pandora?’, Bb 2019/74, afl. 22. E. Bauw en S. Voet, ‘Van stok achter de deur tot keurslijf? Een eerste verkenning van het wetsvoorstel tot invoering van een collectieve schadevergoedingsactie’, NJB 2017/206, afl. 4, p. 241. T.M.C. Arons en mr. G.F.E. Koster, ‘Op weg naar collectief schadeverhaal in het Nederlands recht Perikelen bij het Wetsvoorstel collectieve schadevergoedingsactie’, Ondernemingsrecht 2017/86, afl. 10/11, p. 491. J.M. Vermolen en W.H. van Boom, ‘Wetgeving en claimcultuur: rationeel proces of politiek ritueel?’, NTBR 2017/35, afl. 8, p. 245. I. Tillema, ‘Commerciële actoren in massaschadezaken: pionieren tussen toegang tot het recht en claimcultuur’, AA 2019, afl. 6, p. 510. I. Tillema, ‘Commerciële motieven in privaatrechtelijke collectieve acties: olie op het vuur van de claimcultuur?’, AA 2016, afl. 5, p. 340. I. Tillema, ‘Commerciële actoren in massaschadezaken: pionieren tussen toegang tot het recht en claimcultuur’, AA 2019, afl. 6, p. 510. M. Oudenaarden, ‘De nieuwe Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie: een welkome ‘stok achter de deur’ of een doos van Pandora?’, Bb 2019/74, afl. 22.

Januari 2020 | ALIBI Magazine


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
ALIBI jan. 2020 - Wet afwikkeling massaschade by ALIBImagazine - Issuu