Skip to main content

ALIBI jan. 2020 - Richtlijn niet-financiële rapportering

Page 1

ARTIKEL

Master studente Law and Finance en International Trade and Investment Law aan de Universiteit aan Amsterdam.

“ZOWEL CONSUMENTEN ALS INVESTEERDERS HECHTEN EEN STEEDS GROTER BELANG AAN MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN” 30

Januari 2020 | ALIBI Magazine

Foto door Gabriel Jimenez

LISA LANGENDIJK

RICHTLIJN NIETFINANCIËLE RAPPORTERING: GESCHIKT VOOR HET DOEL?


ARTIKEL

Zowel consumenten als investeerders hechten een steeds groter belang aan maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dat betekent ook dat de vraag naar het openbaar maken van niet-financiële informatie toeneemt. Het gaat hier bijvoorbeeld om informatie over de invloed van een onderneming op het milieu en het beleid op het gebied van corruptie, diversiteit en mensenrechten.1 In de Europese Unie bleef de publicatie van niet-financiële informatie – ondanks de toenemende vraag – achter bij wat noodzakelijk is voor het behalen de Europese doelen op zowel het sociale als duurzaamheidsvlak.2 Daarnaast ontbrak een eenduidig beleid hiervoor, met als gevolg dat de informatie die wel werd gepubliceerd moeilijk te vergelijken en te beoordelen was.3 In 2014 is daarom de Europese Richtlijn Niet-Financiële Informatie (“NFI-Richtlijn”) aangenomen.4 Het doel van deze richtlijn is het bevorderen van zowel de publicatie van niet-financiële informatie als de vergelijkbaarheid daarvan.5 In dit artikel zal worden stilgestaan bij de vraag of deze richtlijn haar doelen bereikt. Eerst worden het belang van de publicatie van niet-financiële informatie en de situatie voor het invoeren van de richtlijn uiteengezet. Daarna worden het doel en de inhoud van de NFI-Richtlijn besproken. Tot slot wordt geanalyseerd of de richtlijn haar doelen kan vervullen en volgt de conclusie.

“HOEWEL DE RICHTLIJN EEN STAP IN GOEDE RICHTING IS, IS ER MEER SPECIFIEKE EN MINDER VRIJBLIJVENDE REGELGEVING NODIG OM DEZE DOELEN TE KUNNEN VERVULLEN”

Het belang van publicatie van nietfinanciële informatie De meest directe belanghebbenden bij de publicatie van niet-financiële informatie zijn investeerders in beursgenoteerde ondernemingen. Hoewel de financiële informatie in

gebied van corruptie en mensenrechten, zal ook minder financiering naar deze ondernemingen stromen. Dat betekent dat het hebben van een positieve invloed op de samenleving aantrekkelijker wordt.6 Met andere woorden, het zorgt ervoor dat de mate van maatschappelijk

de verslaglegging de investeerder informatie verschaft over de prestaties en de waarde van de ondernemingen en een basis geeft voor een inschatting van het toekomstig succes, biedt dit niet een volledig beeld. Er is een groeiend besef onder investeerders dat de toekomstige winstgevendheid van een onderneming ook in belangrijke mate wordt bepaald door factoren die niet direct financieel meetbaar zijn. Hierbij valt te denken aan informatie over de reputatie van de onderneming en haar relaties met afnemers en de plaatselijke gemeenschappen, maar ook aan het beleid op het gebied van duurzaamheid. Een ontoereikend beleid op dit gebied vergroot immers de kansen dat in de toekomst niet zal worden voldaan aan de steeds strengere wetgeving en is van groot belang voor de reputatie van een onderneming.

verantwoord ondernemen kan worden meegewogen in de waardebepaling van beursgenoteerde ondernemingen.

Doordat de publicatie van niet-financiële informatie het mogelijk maakt voor investeerders om een meer accurate en meeromvattende inschatting te maken van de toekomstige waarde van de onderneming, dient de publicatie ook een breder maatschappelijk doel. Een betere inschatting van de toekomstige winstgevendheid zorgt namelijk voor een efficiëntere verdeling van financiering. Op het moment dat investeerders hun verwachtingen negatief bijstellen als gevolg van bijvoorbeeld een negatief effect op het milieu of een ontoereikend beleid op het

Januari 2020 | ALIBI Magazine

Situatie voor de NFI-Richtlijn Het toenemende besef van het belang van niet-financiële informatie heeft geleid tot een toename in de vraag naar geïntegreerde verslaglegging. In deze vorm van verslaglegging worden ook niet-financiële aspecten betrokken, waardoor het verslag geheel een zo compleet mogelijk beeld geeft over de daadwerkelijke waarde van de onderneming.7 Deze toename in de vraag heeft ook voor de invoering van de NFI-Richtlijn al gezorgd voor een aantal initiatieven die dienden als een hulpmiddel voor de publicatie van nietfinanciële informatie. Dit bleef echter geheel vrijwillig, en daarnaast werkte dit de divergentie van informatie, en daarmee de onvergelijkbaarheid, in de hand. Daarbij bleef het dikwijls onduidelijk of de informatie die gepresenteerd werd wel relevant was.8 NFI-Richtlijn Om deze problemen tegen te gaan is in 2014 de Richtlijn betreffende openbaarmaking van niet-financiële informatie ingevoerd, met als doel het bevorderen van de samenhang en vergelijkbaarheid van niet-financiële informatie binnen de EU. De richtlijn legt de Europese lidstaten de verplichting op wetgeving te implementeren op grond waarvan het voor bepaalde

31


ARTIKEL 1.

2.

3.

4.

beursgenoteerde ondernemingen verplicht zal worden te publiceren hoe zij omgaan met milieu-, maatschappelijke, en personeelsaangelegenheden, de naleving van mensenrechten en het tegengaan van corruptie en omkoping. Dit gebeurt door middel van een verplicht overzicht van beleidsmaatregelen, de resultaten daarvan, en de risicoaspecten met betrekking tot deze onderwerpen. Tot slot moet ook worden aangegeven hoe de gestelde doelen meetbaar zijn: er moeten zogenaamde Key Performance Indicators worden gegeven.9 Analyse: wordt het doel behaald? Een van de doelen van de NFI-Richtlijn is het bevorderen van de eenduidigheid van de gepubliceerde niet-financiële informatie. In andere woorden, de richtlijn probeert harmonisatie tot stand te brengen. Hoewel er bewust is gekozen voor een richtlijn in plaats van verordening – een van de redenen is dat niet eerder Europese regelgeving op dit specifieke gebied is geweest – heeft dit als gevolg dat de lidstaten een zekere mate van vrijheid behouden in de implementatie in nationale wetgeving. Dit leidt er dan ook toe dat harmonisatie beperkt wordt. Dit probleem kan in ieder geval deels worden opgelost door lidstaten minder keuzevrijheid te geven bij het implementeren van de richtlijn. Daarnaast blijkt de NFI-Richtlijn onvoldoende concreet te zijn. Doordat de richtlijn is gebaseerd op principes, hebben ondernemingen veel vrijheid om te kiezen hoe zij deze principes toepassen. Ook dit leidt ertoe dat een van de belangrijkste doelen van de richtlijn, namelijk eenduidige verslaggeving

32

met betrekking tot niet-financiële informatie, niet behaald kan worden.10 Daarnaast is een van de problemen dat er een zogenaamd comply-or-explain beleid is: bedrijven moeten rapporteren over een niet-financieel onderwerp of moeten uitleggen waarom zij hier niet over rapporteren en die onderwerp in hun geval niet materieel is.11 Daarbij is er nog geen sprake van daadwerkelijk geïntegreerde verslaglegging, maar publiceren veel ondernemingen de nietfinanciële informatie in een apart deel. Dit verijdelt tot op zekere hoogte het doel van integratie van maatschappelijk relevante onderwerpen in de waardering van beursgenoteerde ondernemingen.12 Zoals Dinant suggereerde, zou een beter model moeten worden ontwikkeld in samenwerking met de gebruikers van richtlijn, zoals investeerders, beurzen en regelgevende instanties.13 Conclusie De vraag die centraal stond in dit artikel was of de NFI-Richtlijn aan haar doelen voldoet, namelijk het bevorderen van de publicatie van niet-financiële informatie en de eenduidigheid hiervan. Het antwoord hierop is dat het instrument van een richtlijn daarvoor van nature niet geschikt is en zeker niet als deze alleen principes bevat. Hoewel de richtlijn een stap in goede richting is, is er meer specifieke en minder vrijblijvende regelgeving nodig om deze doelen te kunnen vervullen. Op die manier kan er worden bewogen naar een manier van verslaglegging waarmee de invloed van een onderneming op de samenleving daadwerkelijk kan worden meegewogen in de waardebepaling. •

5. 6. 7.

8.

9. 10. 11. 12. 13.

J. Dinant, ‘Niet-financiële informatie in de financiële verslaggeving – Het Besluit bekendmaking niet-financiële informatie nader toegelicht’, Tijdschrift voor Jaarrekeningenrecht 2019(3), p. 113. Richtlijn 2014/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 tot wijziging van richtlijn 2013/34/ EU met betrekking tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote ondernemingen en groepen (PbEU 2014, L 330) (“NFIRichtlijn”), preambule §1. Deze richtlijn wijzigt de richtlijn 2013/34/ EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182). Zie ook Kamerstukken II 2015/16, 34383, 3. J. Dinant, ‘Niet-financiële informatie in de financiële verslaggeving – Het Besluit bekendmaking niet-financiële informatie nader toegelicht’, Tijdschrift voor Jaarrekeningenrecht 2019(3), p. 113114. In Nederland geïmplementeerd in Besluit van 14 maart 2017, houdende regels ter uitvoering van richtlijn 2014/95/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 22 oktober 2014 tot wijziging van richtlijn 2013/34/EU met betrekking tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote ondernemingen en groepen (PbEU 2014, L 330). NFI-Richtlijn, preambule § 5-6. NFI-Richtlijn, preambule § 1-6. J. Dinant, ‘Niet-financiële informatie in de financiële verslaggeving – Het Besluit bekendmaking niet-financiële informatie nader toegelicht’, Tijdschrift voor Jaarrekeningenrecht 2019(3), p. 113. J. Dinant, ‘Niet-financiële informatie in de financiële verslaggeving – Het Besluit bekendmaking niet-financiële informatie nader toegelicht’, Tijdschrift voor Jaarrekeningenrecht 2019(3), p. 120. NFI-Richtlijn, artikel 1 lid 1. KPMG, ‘The next steps in non-financial information reporting’, rapport KPMG (2019), p. 8. KPMG, ‘The next steps in non-financial information reporting’, rapport KPMG (2019), p. 21. KPMG, ‘The next steps in non-financial information reporting’, rapport KPMG (2019), p. 21. J. Dinant, ‘Niet-financiële informatie in de financiële verslaggeving – Het Besluit bekendmaking niet-financiële informatie nader toegelicht’, Tijdschrift voor Jaarrekeningenrecht 2019(3), p. 120.

“HOEWEL DE FINANCIËLE INFORMATIE IN DE VERSLAGLEGGING DE INVESTEERDER INFORMATIE VERSCHAFT OVER DE PRESTATIES EN DE WAARDE VAN DE ONDERNEMINGEN EN EEN BASIS GEEFT VOOR EEN INSCHATTING VAN HET TOEKOMSTIG SUCCES, BIEDT DIT NIET EEN VOLLEDIG BEELD” Januari 2020 | ALIBI Magazine


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
ALIBI jan. 2020 - Richtlijn niet-financiële rapportering by ALIBImagazine - Issuu