Skip to main content

ALIBI editie 2 2021/2022

Page 1

ALIBI EDITIE 2 | 2022 | WWW.ALIBIONLINE.NL

In gesprek met Bas Haan Auteursrecht OVER DE ‘EIGENDOM’ VAN MUZIEK EN DE STRIJD TUSSEN ARTIEST EN PLATENLABEL Strafrecht IS HET STRAFBAAR STELLEN VAN PESTEN DE OPLOSSING VOOR DIT MAATSCHAPPELIJK PROBLEEM? ALIBI MAGAZINE HET ONAFHANKELIJKE, JURIDISCHE TIJDSCHRIFT VAN DE FACULTEIT DER RECHTSGELEERDHEID VAN DE UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM


VOORWOORD

Sophie Mostert Hoofdredacteur Beste lezers,

W

elkom bij de tweede editie van ALIBI en tevens de eerste editie van het jaar 2022. Terwijl 2021 als een nachtkaars uitging in een (gedeeltelijke) lockdown, lezen jullie deze editie misschien inmiddels wel weer op het terras met een een drankje erbij. Een goede start van 2022 als je het mij vraagt, en dat geeft hoop voor een beter jaar dan het voorgaande.

Met het begin van 2022 al in zicht kwam de Hoge Raad eind december nog tot een baanbrekend arrest. De fiscalisten onder ons zijn hoogstwaarschijnlijk wel bekend met het debat omtrent box 3. Amin Larossi bespreekt in zijn artikel: ‘Het belastingstelsel weer opgeschud: Box 3 nu definitief op de schop?’ wat de uitspraak van de Hoge Raad inhoudt, wat de gevolgen hiervan zijn en meer.

De artikelen van vorige editie waren goed ontvangen. Ook voor deze editie hebben de redacteuren van ALIBI zich ingezet om interessante en leesbare artikelen neer te zetten. Ik heb ze zelf met plezier gelezen en kan beloven dat er voor ieders wat wils bij zit.

Over eigendom gesproken, wisten jullie al dat Taylor Swift haar gehele discografie opnieuw opneemt om weer eigendom te krijgen over haar muziek? Destiny Ebinum schrijft in haar artikel ‘Over de ‘eigendom’ van muziek en de strijd tussen artiest en platenlabel’ hoe een artiest de regie over zijn of haar muziek kan verliezen en deze zelfs niet meer kan gebruiken. Kom door dit artikel meer te weten over de gevolgen van het verschil tussen het auteursrecht en de naburige rechten!

Jennifer Mol en Bram ten Broecke hebben het eerste interview van het jaar op hun naam staan met onderzoeksjournalist Bas Haan. Bas Haan is een journalist, schrijver en verslaggever. Je zou hem kunnen kennen van zijn verslagen rondom de Deventer moordzaak en het boek dat hij hierover schreef. De verfilming van dit boek “de Veroordeling” kwam in december 2021 uit. Lees het interview om meer over het verhaal erachter te weten te komen te komen!

Een relevant onderzoek werd afgelopen jaar bekend gemaakt in de Week tegen Pesten. In Nederland blijft pesten een maatschappelijk probleem. De Kinderombudsvrouw wil laten onderzoeken of het mogelijk is om pesten strafbaar te stellen. Hoe dit kan worden gerea-

liseerd? Je leest het in het artikel van Oumaima Mkabri ‘Is het strafbaar stellen van pesten de oplossing voor dit maatschappelijke probleem?’ Niet alleen op de scholen, maar in de gehele samenleving is er behoefte aan maatschappelijke verbetering. In Nederland heeft maar liefst zeventig procent van de bevolking geen vertrouwen meer in de overheid. Dit maakt Nederland een laag-vertrouwenssamenleving. Charlotte Nab bespreekt in haar artikel: ‘De Laag-vertrouwenssamenleving en het sociaal contract’ wat de gevolgen zijn van laag vertrouwen in de overheid, dit is met name relevant gedurende de pandemie. Een van de oorzaken die mede bijdroeg aan het lage vertrouwen is de toeslagenaffaire. Hierbij stond de verzwakte positie van de burger tegen de overheid centraal. Lisa Verhoeven beschrijft in haar artikel: ‘De buitensporige gevolgen van de korte termijnen in de Awb’ hoe een fout van de burger disproportioneel grote gevolgen kan hebben. Genoeg relevante onderwerpen om je in te verdiepen dus. Namens de gehele redactie wens ik u veel leesplezier toe!

Colofon

Wil je schrijven voor ALIBI?

Voorzitter Joachim Niemeijer

ALIBI is het tijdschrift van de Faculteit der

Mail dan naar: voorzitter@alibionline.nl

Hoofdredacteur Sophie Mostert

Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van

Redactie ALIBI

Penningmeester Bonny Burger

Amsterdam en wordt uitgebracht door en

Nieuwe Achtergracht 166,

Redactie Lisa Verhoeven, Bram ten Broecke,

voor studenten. Vier keer per jaar doet onze

Kamer A0.55C

Destiny Ebinum, Mijke Kuijper, Amin Larossi,

vaste redactie haar best om studenten te

1018 WV Amsterdam

Charlotte Nab, Aileen Howard, Jennifer Mol,

voorzien van interessante artikelen betref-

www.alibionline.nl

Oumaima Mkabri

fende diverse rechtsgebieden.

voorzitter@alibionline.nl

Vormgeving & illustraties Fier Media

2

ALIBI MAGAZINE | EDITIE 2 2022


INHOUDSOPGAVE

INHOUDSOPGAVE ALIBI MAGAZINE 2 02 04 12

VOORWOORD

INTERVIEW IN GESPREK MET BAS HAAN

ARTIKEL DE LAAG-VERTROUWENSAMENLEVING EN HET SOCIAAL CONTRACT

04 EDITIE 2 2022 | ALIBI MAGAZINE

16 20 16

ARTIKEL OVER DE ‘EIGENDOM’ VAN MUZIEK EN DE STRIJD TUSSEN ARTIEST EN PLATENLABEL

ARTIKEL IS HET STRAFBAAR STELLEN VAN PESTEN DE OPLOSSING VOOR DIT MAATSCHAPPELIJK PROBLEEM?

24 28

ARTIKEL DE BUITENSPORIGE GEVOLGEN VAN DE KORTE TERMIJNEN IN DE AWB

ARTIKEL HET BELASTINGSTELSEL WEER OPGESCHUD: BOX 3 NU DEFINITIEF OP DE SCHOP?

24 3


INTERVIEW

4

ALIBI MAGAZINE | EDITIE 2 2022


INTERVIEW

IN GESPREK MET BAS HAAN VOOR DEZE EDITIE VAN ALIBI GINGEN WE IN GESPREK MET BAS HAAN. DE 48-JARIGE BAS HAAN, GEBOREN IN HET BRABANTSE SINT-OEDENRODE, IS JOURNALIST, SCHRIJVER EN VERSLAGGEVER. HIJ PUBLICEERDE ONDER MEER DE BOEKEN DE REKENING VOOR RUTTE EN LENOIR EN WON VELE PRIJZEN VOOR ZIJN WERK ALS ONDERZOEKSJOURNALIST. HIJ MAAKTE MEER DAN VIJFTIEN REPORTAGES OVER DE DEVENTER MOORDZAAK, WAAROVER HIJ IN 2009 EEN BOEK UITBRACHT EN WAARVAN VORIG JAAR DE GEACTUALISEERDE HERDRUK VERSCHEEN. DE RECENTE BIOSCOOPFILM (2021) GENAAMD ‘DE VEROORDELING’ IS GEBASEERD OP DIT BOEK. DOOR JENNIFER MOL EN BRAM TEN BROECKE

© Ruud Pos

EDITIE 2 2022 | ALIBI MAGAZINE

Op 25 september 1999 werd weduwe Jacqueline Wittenberg Willemen levenloos in haar huis aangetroffen. De weduwe was vermoord. In het onderzoek en de strafzaak die hierop volgde bleek sprake van een justitiële dwaling toen Ernest Louwes (de boekhouder) op basis van onjuist bewijs werd veroordeeld voor de moord. Er was onder andere een moordwapen aangewezen, een mes, dat dit later niet bleek te zijn. Tijdens een herziening van de zaak werd DNA-bewijs tegen Louwes gevonden, waardoor hij opnieuw werd veroordeeld. Er zijn echter tot op de dag van vandaag mensen die geloven in zijn onschuld, zoals opiniepeiler Maurice de Hond die zelfs een ander als schuldige aanwees, namelijk Michael de Jong (de klusjesman). De media heeft een grote rol ge-

speeld in de Deventer moordzaak. Bas Haan was betrokken bij dit mediacircus en heeft vanuit diverse perspectieven verslag gedaan. U HEEFT TECHNISCHE NATUURKUNDE GESTUDEERD, MAAR STUDEERDE AF ALS MAATSCHAPPIJHISTORICUS. WANNEER WIST U DAT U DE JOURNALISTIEKE KANT OP WILDE? Natuurkunde is natuurlijk een technisch vak, maar vooral analyse. Het is de ultieme vorm van filosofie. Het is het creeren van structuur in chaos en dat vond ik mooi. Vandaar mijn keuze voor de TU. Ik vond het echter verschrikkelijk. In die tijd was de Faculteit Technische Natuurkunde een soort buitenaardse planeet. Ik voelde me er niet thuis. Daarom ben ik kunst en cultuurweten-

5


INTERVIEW

Er ontstaat dan een tunnelvisie van de massa. schappen gaan studeren. Deze studie had echter niets met kunst te maken en het niveau was ook niet al te hoog. Journalistiek leek mij een combinatie van het analytische om dingen uit te zoeken, maar ook het creatieve omdat je uiteindelijk iets moet opschrijven of tv moet maken. Ik wilde een universitaire opleiding doen en ben toen geschiedenis gaan studeren met het doel om onderzoeksjournalist te worden. Tijdens mijn studie kwam ik terecht bij een persbureau om rechtbankverslagen te schrijven. Ik heb dat jaren fulltime gedaan totdat ik bij de publieke omroep terecht kwam. WAT MAAKTE HET DAT U ZICH DESTIJDS ZO IN DE DEVENTER MOORDZAAK HEEFT VASTGEBETEN? Allereerst was het inhoudelijk fascinerend. Het begon met een krantenartikel in de Trouw over een schriftkundig echtpaar in Almere. Zij zouden hebben ontdekt, in een zaak waar ze niets mee te maken hadden, dat het moordwapen dat zou zijn gebruikt niet het daadwerkelijke moordwapen kon zijn. Daarnaast speelde het cliché mee van

BIO Jennifer Mol

Masterstudent Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam

6

de ultieme journalistieke zaak. Door journalistiek onderzoek een onschuldig iemand uit de gevangenis krijgen is een soort journalistieke droom die waarheid wordt. Toen dacht ik dus nog; ‘Louwes is onschuldig’. OP WELKE MANIEREN HEEFT JUSTITIE STEKEN LATEN VALLEN, WAARDOOR ER AANVANKELIJK SPRAKE WAS VAN EEN GERECHTELIJKE DWALING EN HOE HEEFT DIT KUNNEN GEBEUREN? Dat moet je vooral plaatsen in de tijd. De moordzaak speelde eind vorige eeuw. Midden jaren 90 was er de IRT-affaire. Tijdens die affaire maakten politie en justitie jacht op drugscriminelen in Nederland. Zoals er nu een jacht op Taghi was maakten ze toen jacht op ‘’de Holleeders’’ van die tijd, die vooral bezig waren met wiet. Dit deden ze door agenten te laten infiltreren en eigen drugslijnen op te zetten in een poging om de grote vissen te vangen. Dit is destijds totaal uit de hand gelopen; er was geen verschil meer tussen agenten en criminelen. Dit schokte de hele rechtsstaat. Daarna is justitie strikter gaan opereren en meer ’crimefighter’ geworden. In deze periode werd er vanuit zowel de advocatuur als de wetenschap kritiek geleverd op justitie. Dit vanwege het feit dat zij niet meer onafhankelijk als magistraat boven de partijen hing, maar gericht was op veroordeeld krijgen in plaats van op waarheidsvinding. Als de politie eenmaal een verdachte had werd daar zo op gefocust dat ze niet meer bezig waren met het beoordelen van de feiten, maar enkel met het vinden van bewijs dat hun eigen theorie zou onderschrijven. Er was dus sprake van ‘tunnelvisie’. In

de Deventer moordzaak was er geen forensisch bewijs en was er geen bekentenis afgelegd. Ze zijn toen vanuit een wanhoopspoging met een mes, geurproeven en het aanpassen van processen-verbaal aan de gang gegaan. Er was dus sprake van een zuivere gerechtelijke dwaling. Door tunnelvisie werd er gerotzooid met bewijs, waardoor een rechter totaal op het verkeerde been werd gezet. BENT U ZELF WELEENS BANG VOOR TUNNELVISIE IN UW WERK? Tijdens deze zaak zat ik zelf volledig in die tunnel. Het verhaal van de klusjesman kende ik ook. Sterker nog, ik dacht ook dat hij het gedaan kon hebben. Desalniettemin heb ik dat nooit gemeld omdat dat ethisch, moreel en journalistiek gezien niet kan. Als journalist heb je in zo’n zaak de omgekeerde functie van een rechter. Rechters moeten tot een schuldigverklaring komen. Ik kan, mag en wil niemand als schuldige aanwijzen, maar ik kon wel laten zien dat het bewijs in de zaak niet deugde. Thuis, tegen mijn vrouw of tegen collega’s aan de bar, ging ik wel een stap verder. In die setting sprak ik wel mijn tunnelvisie uit. Met andere woorden, ondanks dat ik leed aan tunnelvisie hield ik me wel aan de journalistieke grenzen. Als ik de overtuiging van de onschuld van Louwes niet had, had ik niet 10 uitzendingen over het onderwerp gemaakt. Het heeft dus het wel degelijk invloed gehad. Maar het is voor mij wel een belangrijke les geweest dat we moeten uitkijken met veroordelen. Dat zie je ook in de huidige tijd: Neem de affaire over The Voice. Natuurlijk staat vast dat daar onacceptabel gedrag is geweest. Maar wat er precies is gebeurd en welke sanctie daarop staat is echt aan de rechter, niet aan de media. Nu werden alle betrokkenen al voor de BOOS-uitzending zo’n beetje gelyncht, terwijl ze nog niet eens in staat van

ALIBI MAGAZINE | EDITIE 2 2022


INTERVIEW

beschuldiging waren gesteld. Vragen worden hierbij omgezet in conclusies en in oordelen en dat kun je alleen doen als je daar onderling de feiten voor hebt. Kortom, Nederland lijdt momenteel dus collectief aan tunnelvisie. Ik denk dat dit ook een verklaring is voor het feit dat de verfilming van het verhaal over Deventer nu zo aanslaat. De film laat zien dat het hanteren van deze normen zo belangrijk is. Dit laat het zien in de tijd van 15 jaar geleden toen er nog geen social media waren. Toen was er nog de hoop dat internet alleen maar mooie dingen zou brengen. Het is echter vooral een accelerator van ophef en polarisatie geworden. Je moet goed zoeken wat feiten zijn en wat fictie is. Mensen zijn op zoek naar eenvoudige antwoorden in complexe problemen en zullen daarom eerder achter een waanzinnige theorie aanlopen. Als er dan iemand opstaat die het wantrouwen tegen de overheid verwoordt op een manier die aanspreekt, dan denken mensen: ’die kunnen we

EDITIE 2 2022 | ALIBI MAGAZINE

vertrouwen want die neemt het voor ons op tegen de overheid’. Er ontstaat dan een tunnelvisie van de massa. IN DE ZAAK IS UW VISIE OP EEN BEPAALD PUNT VERANDERD OVER WIE DE MOGELIJKE DADER WAS. HOE KEEK U DAARNAAR? Op 2 manieren: ’Fuck, ik zit ernaast’ was de eerste gedachte die ik had. Al snel dacht ik ook: ’wow, gelukkig heb ik nooit aan de verleiding toegegeven om mijn eigen overtuiging uit te zenden en heb ik me altijd bij de feiten gehouden die nog steeds kloppen’. Ik was dus wel in de valkuil gelopen van de hoeveelheid stukken die ik had gemaakt over de onschuld van Louwes, maar niet in de echte valkuil van het toegeven aan emotie. Journalistiek mag niet over emoties gaan maar het moet primair over de feiten gaan. Als je de feiten hebt mogen er emoties bij komen kijken, niet andersom.

ZOU U EEN VERGELIJKBARE ZAAK NU OP DEZELFDE MANIER AANPAKKEN OF ZIJN ER DINGEN DIE U NU ANDERS ZOU DOEN? U WIST DESTIJDS ENKEL ER SPRAKE WAS VAN ONDEUGDELIJK BEWIJS. Dat klopt. Aanvankelijk zou ik zo’n zaak hetzelfde aanpakken. Echter, toen Maurice de Hond kwam met het verhaal dat hij niet alleen zeker wist dat Louwes onschuldig was, maar ook wist dat de klusjesman de dader was ging heel Nederland zich met de zaak bemoeien. Het OM koos ervoor opnieuw onderzoek te gaan doen op basis van de gegevens van de Hond. Ik had al het interview met de Hond opgenomen waarin hij zei: ‘’ik weet het zeker, de klusjesman heeft het gedaan’’. Ik had met hem de afspraak dat ik dit pas zou uitzenden als het OM in actie zou komen. Ik ben er hierbij van uitgegaan dat het OM dit nooit zou doen. Toen kwam het OM opeens met het persbericht dat zij het onderzoek in een afgesloten moordzaak gingen her-

7


INTERVIEW

Daarmee heb ik bijgedragen aan het circus wat ik daarna ben gaan bestrijden. openen op basis van informatie van een opiniepeiler. Wat je er ook van vindt; dat is nieuws en dus zond ik het uit. Dat zou ik nu anders doen. Waar ik nu een hele uitzending heb gemaakt over theorieen van de Hond zou ik nu naar het OM gaan en de vraag stellen: ’Hoezo gaan jullie een afgesloten onderzoek in een moordzaak heropenen op basis van een opiniepeiler? Wat is de magistratelijke overweging en wat zijn de harde feiten op basis waarvan jullie dit doen?’. Mijn focus zou dus liggen op wat een journalist hoort te doen; de macht controleren. Ik zou niet meer meehelpen aan het op een podium hijsen van de Hond. Daarmee heb ik bijgedragen aan het circus wat ik daarna ben gaan bestrijden. HEEFT HET VOOR U GEVOELD ALSOF HET EEN STRIJD WERD TUSSEN MAURICE DE HOND EN U? Het voelt, tot op de dag van vandaag, alsof ik moet voorkomen dat mensen denken dat het een strijd is tussen mij en Maurice de Hond. De Hond probeert dat frame zelf te creëren, zoals hij nu

BIO Bram ten Broecke

Bachelorstudent Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam

8

ook het frame in stand houdt dat hij tegenover het OMT staat in de coronacrisis. Dat doet hij omdat het hem de positie geeft waarbij het ’hij tegen de rest’ is. Maar het is natuurlijk geen wedstrijd om het gelijk. Dat is onderdeel van de mediaexplosie van aandacht; er een wedstrijd van maken. Ik probeer het juist uit het frame van de wedstrijd te halen. Mijn doel was niet om Nederland ervan te overtuigen dat Louwes het toch gedaan heeft. Mijn doel was juist om Nederland te laten zien dat de campagne van de Hond misdadig is. HOE WAS HET VOOR U OM BEIDE KANTEN VAN HET VERHAAL VAN ZO DICHTBIJ MEE TE MAKEN? Daar heb ik veel van geleerd. Dit is eigenlijk per ongeluk gebeurd omdat ik nooit een actievoerder van een van de partijen ben geworden. Ik heb nooit tegen Louwes gezegd: ‘’ik ga je uit de cel halen, jij bent onschuldig’’. Ik heb het zakelijk gehouden. Toen bleek dat hij het wel gedaan had voelde ik me ook niet belazerd. Ik kan het hem niet kwalijk nemen dat hij niet de waarheid spreekt. Ik heb er wel van geleerd. Wanneer ik mensen met wie ik praat iets toezeg, dan kom ik dat ook na. Daarbij ging ik er aanvankelijk van uit dat de mensen met wie ik praat hetzelfde doen. Nu houd ik er rekening mee dat iedereen praat vanuit zijn of haar eigen belang en dat dit niet altijd eerlijk hoeft te zijn. Als je dat als uitgangspunt neemt kun je gek genoeg uitgaan van vertrouwen. Ik vertrouw erop dat mensen in beginsel de waarheid spreken omdat ik er per definitie in mijn achterhoofd rekening mee houd dat het

zo kan zijn dat ze dit niet doen. Ik heb vaker met criminelen te maken gehad die zeiden: ‘’ik doe dit voor jou, wat krijg ik ervoor terug?’’. Ik antwoord dan: ‘’je krijgt een kop koffie van me, maar meer niet’’. Als je dat zo zuiver weet te houden, dan houd je relaties ook zuiver en kun je met iedereen omgaan. Met Louwes heb ik 1 keer per 2 jaar nog steeds contact. Hij is niet boos op mij, want hij snapt wat ik gedaan heb en ik snap wat hij gedaan heeft. Wij kunnen een normaal gesprek voeren omdat we allebei weten hoe het zit. En dat hij tot op de dag van vandaag aan zijn verhaal vasthoudt om de rest van zijn leven met zijn familie samen te kunnen gaan dat snap ik heel goed. Ik moet eerlijk bekennen dat toen de klusjesman het Gouden Kalf voor de film op ging halen, de professionele standaard wel even weg viel. Ik vond dat heel aangrijpend. Het creëert immers een band. De klusjesman is mede door mij gesloopt en daarna mede door mij gerehabiliteerd. HOE GAAT HET NU MET DE KLUSJESMAN? VOELT HIJ ZICH DOOR DE FILM MEER GEHOORD EN GEZIEN IN ZIJN KANT VAN HET VERHAAL? Ja, dat is een wereld van verschil. Die man is vanaf begin deze eeuw als moordenaar afgeschilderd. Ook mensen die niet in de gekte van de Hond meegingen hadden op z’n minst zoiets van: ‘ja.. dat zat toch niet helemaal lekker’. Het was dus eigenlijk zuiver negatief. De klusjesman was zijn drama. Hij was de klusjesman en dat betekende ellende. Nu is hij nog steeds de klusjesman, maar is hij degene die het monster van de beeldvorming verslagen heeft. Dit heeft hem letterlijk, in zijn eigen woorden, zijn leven teruggegeven. WAT IS UW VISIE OP HET NOG LOPENDE HERZIENINGSVERZOEK? Er is geen strafzaak in Nederland die zo onderzocht is en waarin het bewijs zo evident is als in deze zaak. Je zou

ALIBI MAGAZINE | EDITIE 2 2022


INTERVIEW

© Frank Groeliken

EDITIE 2 2022 | ALIBI MAGAZINE

9


INTERVIEW

De klusjesman was zijn drama. Hij was de klusjesman en dat betekende ellende. Nu is hij nog steeds de klusjesman, maar is hij ook degene die het monster van de beeldvorming verslagen heeft. dus kunnen zeggen stop ermee, strik eromheen, klaar. Tegelijkertijd is het juridisch interessant. Hij was veroordeeld en het OM heropent de zaak. Het bewijs wat hierna is gevonden is breed

10

uitgemeten in de pers, maar nooit voor de rechter gekomen. Ik kan me dus heel goed voorstellen dat een advocaat dit aanhaalt. Ook is het strikt juridisch gezien wel degelijk een zinvol argu-

ment dat het DNA bewijs pas 6/7 jaar later is opgedoken. Toch denk ik dat er niemand bij gebaat is. Als de zaak wordt heropend, wordt Louwes opnieuw veroordeeld. In de loop der tijd is er zoveel nieuw bewijs gevonden, het gaat maar een kant op. Er valt geen eer meer te behalen in deze zaak. DE DEVENTER MOORDZAAK LAAT HEEL DUIDELIJK DE SCHADE ZIEN DIE MEDIA TEWEEG KAN BRENGEN. IN DEZE TIJD WORDT DE ROL VAN DE MEDIA ONDERMIJNT DOOR COMPLOTDENKERS EN MISINFORMATIE. WAT IS UW KIJK HIEROP? Even een stapje terug; de media, die bestaat niet. Er is bijvoorbeeld een groot verschil tussen Shownieuws en Nieuwsuur. Dat is heel belangrijk.

ALIBI MAGAZINE | EDITIE 2 2022


INTERVIEW

leest. Dit moet je dan echter wel doen. Tegenwoordig halen mensen nieuws uit hun eigen bubbel op TikTok of Instagram. Hierdoor ontstaat een verknipt wereldbeeld. De vraag die bij media dan ook speelt is: ’Hoe bereik je de groep die jou niet wil bereiken?’

Iedereen kan zich journalist noemen. Dat betekent dat je de media niet als entiteit kan zien. Zeker met social media is ieder individu zijn eigen medium. Mijn werk wordt altijd door meerdere mensen, zoals bijvoorbeeld een eindredacteur, gecontroleerd. Die checks and balances zorgen voor een betrouwbaarheidsgarantie. Maurice de Hond, met 150.000 volgers op twitter, is zijn eigen eind- en hoofdredacteur. Daar zijn geen checks and balances. Het feit dat het om ons heen ontploft is dus niet dankzij ons, maar ondanks ons; ondanks het feit dat er media zijn die de rust bewaren en nadenken. Voor wat betreft de complottheorieën ben ik ervan overtuigd dat je een goed beeld kan krijgen van de werkelijkheid als je naar Nieuwsuur kijkt of het NRC

EDITIE 2 2022 | ALIBI MAGAZINE

U STELT IN EEN INTERVIEW MET DE VOLKSKRANT DAT HET PUBLIEKE DEBAT UWS INZIENS DE LAATSTE TIJD IS VERANDERD. KUNT U DIT TOELICHTEN? Waar het in de kern op neerkomt is dat zowel in de journalistiek als daarbuiten emoties en meningen leidend zijn geworden, in plaats van feiten en standpunten. Dit zorgt er onder meer in de politiek voor dat debatten steeds meer gaan over het zwart maken van de ander in plaats van het overbrengen van een eigen visie. Het publieke debat wordt steeds meer gedomineerd door rattenvangers zoals Willem Engel of Maurice de Hond. Zij zetten een soort vijandelijk beeld neer van de macht en de elite die niet deugt. Vervolgens zeggen ze dat zij wel weten hoe het zit. Dit doen ze niet om iets goeds te doen, maar voor eigen gewin. Dat maakt het allemaal heel lelijk. WAAR BENT U HET MINST EN WAAR HET MEEST TROTS OP IN UW CARRIÈRE? In de Deventer moordzaak ben ik terechtgewezen door Peter R. de Vries omdat ik het nieuwe bewijs tegen Louwes niet benoemd had in een interview met hem. Dit was een menselijk interview, met vragen als: ’hoe is het om zo lang onterecht vast te zitten?’. Die avond werd Prinses Amelia geboren, dus de uitzending werd verschoven naar de volgende dag. Op de dag van de uitzending werd duidelijk dat er DNA-bewijs tegen Louwes was gevonden. De uitzending is daar niet op aangepast. Ik ben daar niet trots op. Ik ben wel trots op mijn boeken. Soms zit

het ook in andere, kleine dingen: zo heb ik ooit tijdens het filmen bij een asielzoekerscentrum ene mevrouw Ferreira ontmoet, een uitgeprocedeerde asielzoeker met een bijzonder en principieel verhaal. Ik heb haar toen geholpen met het krijgen van een goede advocaat. Jaren later is die zaak geëindigd met het Ferreira-arrest. In dit arrest stelt de Hoge Raad dat asielzoekers, ook al zijn ze hier illegaal, niet gescheiden mogen worden van hun kinderen. Ik heb hier een kleine, ondergeschikte rol in gehad, maar toch is dit iets waar ik trots op ben. WELKE TIP HEEFT U VOOR EEN ASPIRANT-JOURNALIST EN DE RECHTENSTUDENT DIE DIT BLAD LEZEN? Voor een journalist is het belangrijk om oprechte interesse te hebben en daaraan vast te houden. Natuurlijk gelden er redactionele eisen en moet je bepaalde deadlines halen. Doe voor 80% wat je moet doen en houd die 20% over om rust te houden, om na te denken. Als je iemand moet interviewen voor het stuk, neem dan tien minuten extra de tijd om vragen te stellen vanuit oprechte interesse. Maak gebruik van het privilege dat je met veel kundige mensen in gesprek mag gaan. Aan alle rechtenstudenten zou ik zeggen dat het echt jullie taak is om de rechtsstaat te beschermen. Als er een ontwikkeling is die ik nu zie in Den Haag is dat, dat de fundamenten van de rechtsstaat uit het oog verloren worden. Er zijn op dit moment drie bewindslieden op het ministerie van Justitie en Veiligheid die geen jurist zijn. Daarmee wil ik ze niet diskwalificeren, maar het zegt wel wat. De topambtenaren komen uit een poule van topambtenaren die om de zoveel jaar wisselen van ministerie en organisatie. De fundamentele vraag is dan; waar is het rechtsstatelijk denken? Het is dus niet alleen jullie taak om criminelen te vervolgen, maar bewaak ook de rechtsstaat.

11


ARTIKEL | RECHTSFILOSOFIE

DE LAAG-VERTROUWENSAMENLEVING EN HET SOCIAAL CONTRACT

SINDS HET BEGIN VAN DE CORONACRISIS ZIJN WE HET ALLEMAAL WEL EENS ONEENS GEWEEST MET HET BELEID VAN ONZE OVERHEID. UIT EEN RAPPORT VAN DE ERASMUS UNIVERSITEIT BLIJKT ZELFS DAT HET VERTROUWEN IN DE OVERHEID, SINDS HET BEGIN VAN DE CORONACRISIS, DRASTISCH IS GEDAALD: NOG MAAR DERTIG PROCENT VAN DE NEDERLANDERS HEEFT VERTROUWEN IN ONZE OVERHEID. ER KAN ZELFS GESPROKEN WORDEN VAN EEN LAAG-VERTROUWENSAMENLEVING.1 DOOR CHARLOTTE NAB

12

ALIBI MAGAZINE | EDITIE 2 2022


ARTIKEL | RECHTSFILOSOFIE

Naast het beleid tijdens de coronacrisis worden als andere mogelijke redenenen de afhandeling van de toeslagenaffaire en missers tijdens de kabinetsformatie genoemd. Daarnaast had in januari een kwart van de Nederlandse bevolking zelfs geen vertrouwen meer in instituties van onze rechtsstaat, zoals de politie of rechters.2 De oorzaken daargelaten, wil ik vooral kijken naar de gevolgen van dit lage vertrouwen. Welke implicaties zijn er wanneer zeventig procent van de bevolking geen vertrouwen meer heeft in de overheid? We leven immers in een democratie. De overheid dient het volk en niet andersom. Wij verkiezen onze volksvertegenwoordigers, maar hebben geen vertrouwen in hun samenwerking met onze regering. LAAG-VERTROUWENSAMENLEVING Het bovengenoemde rapport laat een daling zien in het vertrouwen in de landelijke overheid van zeventig procent in april 2020 naar dertig procent in september 2021. Even een korte opfrisser: tot de rijksoverheid behoren de regering, ministeries en het parlement.3 Het rapport stelt ook dat het vertrouwen tussen mensen onderling is afgenomen. De Nederlandse samenleving kan daarom in september 2021 beschouwd worden als een ‘laag-vertrouwensamenleving’.4 Dit is een samenleving waarin mensen weinig vertrouwen hebben in instituties en verminderd vertrouwen in elkaar. De dertig procent van nu is historisch laag: sinds 2008 was het vertrouwen in de regering niet lager dan veertig procent en het vertrouwen in het parlement niet lager dan 45 procent. Toen was dit het gevolg van het beleid rondom de beruchte financiële crisis. De onderzoekers verwachten dat nu, net als toen, het vertrouwen ook weer zal stijgen, maar voegen wel toe dat de overheid nu van ver moet komen.5

EDITIE 2 2022 | ALIBI MAGAZINE

De Nederlandse samenleving kan daarom in september 2021 beschouwd worden als een ‘laag-vertrouwensamenleving’. Dat het vertrouwen van historische hoogte naar laagte is afgenomen heeft natuurlijk gevolgen. Sommigen gevolgen liggen voor de hand: 44 procent van de ongevaccineerde ondervraagden meldde bij een onderzoek dat zij zich niet hadden laten vaccineren, omdat zij geen vertrouwen hadden in de overheid.6 Dit onderzoek werd overigens uitgevoerd in juni 2021, maar het laat de gevolgen goed zien. Het is immers zo dat de overheid het vaccin (en het boostervaccin) wil inzetten om door de coronacrisis heen te komen. Echter, met een te lage vaccinatiegraad slaagt deze aanpak niet, terwijl een gedeelte van het tekort aan draagvlak voortkomt uit wantrouwen tegen de overheid. Ik overweeg dat vertrouwen in de overheid van het land waar iemand in leeft belangrijk is voor het gevoel dat die persoon heeft. We leven immers in een democratische rechtsstaat waarin de overheid bestaat uit de mensen die jij (mede) hebt verkozen, die jouw land besturen én die jouw wetten maken. Juist in tijden van crisis, zoals deze, is het belangrijk dat er vertrouwen is. Toch lijkt het dan juist af te nemen. De vicepresident van de Raad van State stelt in een speech het volgende: “Vertrouwen is het bindmiddel in onze democratische rechtsstaat. Zonder vertrouwen kan de rechtsstaat niet functioneren, misschien zelfs niet eens bestaan”.7 Hij noemt dat de toeslagenaffaire en de coron-

acrisis beiden laten zien hoe de vertrouwensrelatie tussen overheid en burger van beide kanten onder druk staat. Hier rafelt de rechtsstaat, omdat vertrouwen vooraf lijkt te gaan aan de legitimiteit van macht en bestuur. De bevolking geeft vertrouwen aan de overheid en de overheid moet dit op haar beurt waarmaken. Dit is wat ook wel bekend staat als het ‘sociale contract’, aldus de vicepresident. SOCIAAL CONTRACT Met dit sociaal contract wordt veelal het hypothetische contract bedoeld, waarbij een groep individuen, kort gezegd, een gedeelte van haar individuele vrijheden heeft opgegeven in ruil voor handhaving van de vrede. Veel van de ‘contractdenkers’ gaan er namelijk vanuit dat er voor dit sociale contract een soort natuurtoestand was. Iedereen was weliswaar vrij, maar er was geen orde, wel chaos en iedereen kon voor eigen rechter spelen. Thomas Hobbes, een Engelse filosoof die leefde van 1588

BIO Charlotte Nab

Bachelorstudent Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam

13


ARTIKEL | RECHTSFILOSOFIE

tot 1679, omschreef de natuurtoestand als een situatie van oorlog: een toestand van allen tegen allen. Hij stelt dan ook dat de bevolking vanaf het moment van het sluiten van het sociaal contract verplicht is om de staat te gehoorzamen. Zij heeft door de contractsluiting als het ware afstand gedaan van haar bevoegdheid om zichzelf naar eigen inzicht te verdedigen. De staat heeft wel morele plichten, maar deze zijn niet afdwingbaar. Hobbes’ redenering hiervoor is dat alleen de situatie waarin een staat de levens van haar burgers zou bedreigen, erger zou zijn dan de natuurtoestand en dus verzet tegen de staat zou rechtvaardigen.8 Hobbes pleit dus voor een meer absolute heerser. Ik acht de kans heel klein dat Hobbes ons lage vertrouwen in de overheid zal beschouwen als problematisch voor het sociaal contract. We hebben immers ook al ingestemd met haar macht. Volgens John Locke, een andere Engelse filosoof die leefde van 1632 tot 1704, was het doel van de staat juist de bescherming van individuele rechten van haar burgers. Volgens Locke gaat het dan vooral om de oorspronkelijke en onopgeefbare rechten op leven, lichamelijke integriteit, vrijheid en het iets meer beperkte recht op eigendom. Deze rechten vormen eigenlijk een soort moraal die niet afhankelijk is van het bestaan van gezag. Locke zag dan

ook in de situatie van de natuurtoestand vooral ongemakken, zoals botsende rechten van zelfverdediging en conflictoplossing. Om dit op te lossen schept een groep mensen een samenwerkingsverband: de politieke gemeenschap. Deze gemeenschap kan een regering instellen die namens haar regeert. Het gezag van de regering blijft berusten op deze delegatie. De politieke gemeenschap kan de oorspronkelijke en onopgeefbare rechten waarborgen door haar regering aan bepaalde constitutionele voorwaarden te onderwerpen: de rechtsstaat en de scheiding der machten. Als de regering buiten deze grenzen treedt, dan verliest zij haar gezag en mag de politieke gemeenschap in opstand komen om een regering te verkrijgen die wel haar doel vervult. Eigenlijk is er zelfs geen sprake van een opstand volgens Locke, omdat de staat haar gezag verliest op het moment dat ze buiten haar grenzen treedt. Er is dan alleen maar sprake van privépersonen die andere privépersonen onderdrukken. Locke zijn denkwijzen hebben enorm veel invloed gehad. Van de founding fathers tot de Franse revolutie, soms werd Locke direct genoemd, maar in ieder geval zijn zijn sporen duidelijk.9 Verder in de tekst zal ik pogen om Locke zijn ideeën en onze huidige situatie te combineren. Er zijn nog veel meer filosofen die over het sociaal contract hebben na-

“Vertrouwen is het bindmiddel in onze democratische rechtsstaat. Zonder vertrouwen kan de rechtsstaat niet functioneren, misschien zelfs niet eens bestaan.” 14

gedacht, maar ik houd het bij Hobbes en Locke. Mijns inziens bestaat het sociaal contract praktisch gezien niet. Jij en ik hebben nooit toegezegd om deel te nemen aan het sociaal contract en ik kan mij ook niet voorstellen dat onze oorlogvoerende voorouders ooit de koppen bij elkaar hebben gestoken en dit sociaal contract hebben afgesloten. Dit neemt niet weg dat de theorie van het sociaal contract wel goed omschrijft hoe de verhouding tussen de overheid en burgers, ook nu nog, is. Het is dan ook verweven met mijn rechtsgevoel. Bepaalde individuele vrijheden of rechten die ik wel zou hebben in een natuurtoestand, lever ik nu in. Denk aan het niet onbeperkte recht op zelfverdediging, maar ook zoiets als het verplicht afstaan van belastingen zoals afvalstoffenheffing. Bovendien kan ik niet zelf direct bepalen wie, bijvoorbeeld in de regering, beslissingen maakt die mij ook treffen. Tegelijkertijd zie ik ook dat er een soort orde voor terugkomt. Ik vind het nogal handig dat we conflictoplossing overlaten aan de rechter, dat mijn afval wordt opgehaald door de gemeente en ik ben blij dat we in een democratie leven, ook al brengt dat met zich mee dat ik niet altijd direct kan bepalen wie er regeert. We leveren dus steeds iets in, maar dat is prima, want we krijgen er ook steeds iets voor terug. Echter, juist met dit in gedachte is het vrij dubieus dat er zo weinig vertrouwen is in de overheid, de partij die op haar beurt ook een prestatie moet leveren.

DE COMBINATIE Het is dus problematisch dat nu de meerderheid van de kiezers in onze samenleving geen vertrouwen heeft in de overheid. Hoe werkt het sociaal contract tussen het wantrouwende, ontevreden volk en de democratisch gekozen overheid?

ALIBI MAGAZINE | EDITIE 2 2022


ARTIKEL | RECHTSFILOSOFIE

De Raad van State, zoals ik ook al hierboven heb besproken, plaatst het vertrouwen van burgers nog voor de legitimiteit van macht en bestuur. Het vertrouwen gaat aan de legitimiteit van macht en bestuur vooraf. Het volk, de politieke gemeenschap, is soeverein en zeventig procent van het volk heeft geen vertrouwen meer in de overheid. Geen vertrouwen, ergo geen legitimiteit van macht en bestuur? Ik denk dat naar Locke zijn opvattingen beargumenteerd zou kunnen worden dat er inderdaad bij te weinig vertrouwen geen legitimiteit zou zijn en onze regering daarom ook nu buiten haar grenzen treedt. Het sociale contract schept immers aan twee kanten verbintenissen. Dit zou echter wel alleen maar zo zijn als we ook echt geen vertrouwen meer zouden hebben in dat de overheid Locke’s oorspronkelijke en onopgeefbare rechten zou kunnen waarborgen. En misschien is dat ook wel een belangrijk punt: de overheid is niet de enige institutie die onze rechten waarborgt. Zo hebben we ook nog de rechtsmacht: we hebben dan misschien gezien dat het vertrouwen in de rechtsmacht naar 75 procent is gedaald, maar dat percentage blijft toch aanzienlijk hoger dan ons vertrouwen in de overheid. Daarnaast zou ook vertrouwen in het algehele democratische proces los kunnen staan van het wantrouwen tegen de overheid. Locke zijn ideeën van de scheiding der machten en de rechtsstaat zie je goed terug in ons staatsbestel. We hebben echter ook de parlementaire democratie, iets wat bij Locke niet op de voorgrond stond. Onze democratie houdt niet alleen in dat de meerderheid beslist, maar brengt ook bepaalde waardes met zich mee, zoals vrijheid van meningsuiting, nieuwe verkiezingen en onafhankelijke rechtspraak, aldus rechtsfilosoof Bastiaan Rijpkema.10

EDITIE 2 2022 | ALIBI MAGAZINE

Dat er sprake is van wantrouwen tegen de overheid, brengt niet perse met zich mee dat sprake is van wantrouwen tegen deze democratische waardes. CONCLUSIE We leven nu in een laag-vertrouwenssamenleving met alle gevolgen van dien. Zo heeft het negatieve gevolgen voor onze vaccinatiegraad en zoals de Raad van State het het beste zegt: “De relatie van wederzijds vertrouwen tussen overheden en burgers is cruciaal voor het goed functioneren van onze democratische rechtsstaat. Rafelt dat vertrouwen, dan rafelt ook de rechtsstaat”.11 De theorie van het sociaal contract tussen de overheid en burgers staat bovendien ook wankel. Ondanks haar hypothetische vorm lijkt het sociaal contract toch van grote invloed. De vicepresident van de Raad van State plaatst het vertrouwen in de regering voor de legitimiteit van haar macht en bestuur. Het is erg problematisch

1

2

3 4

5

‘Dalend vertrouwen in de overheid: de laag-vertrouwensamenleving’, Nederlands Juristenblad, 4 november 2021. ‘Kwart Nederlanders heeft gebrek aan vertrouwen in instituties van de rechtsstaat’, Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, 26 januari 2021. ‘Wie vormen de overheid?’, overheid.nl. Rapport de laag-vertrouwensamenleving, Rotterdam: Erasmus School of Social and Behavioural Sciences & Kenniswerkplaats Leefbare Wijken november 2021. Rapport de laag-vertrouwensamenleving, Rotterdam: Erasmus School of Social and Behavioural Sciences & Kenniswerkplaats Leefbare Wijken november 2021.

dat er zo weinig vertrouwen in de overheid is, maar een pluspunt is dat het erop lijkt dat we het gevoel hebben in ieder geval nog wel te kunnen terugvallen op de rechtsmacht en wellicht ook op het democratisch proces. We leven immers in een democratische rechtsstaat waarin we onze overheid simpel gezegd om de vier jaar kunnen wegstemmen en de rechter onze overheid soms in toom houdt. Ik neem dan ook aan dat we, indien het vertrouwen zo laag blijft als nu, bij de volgende verkiezingen een hele andere uitkomst zouden moeten hebben. De overheid zal veel energie moeten stoppen in het terugwinnen van vertrouwen, ook al denk ik dat er niet snel een revolutie zal aanbreken. In het contractenrecht kennen we remedies voor contracten waarbij er geen vertrouwen in nakoming is. Nu we echter voor een soort publiekrechtelijk ‘oppercontract’ staan, gok ik dat opschorting niet van toepassing is…

6

7

8

9

10

11

Rapport Coronavaccinaties, in opdracht van NOS, Amsterdam: I&O Research juli 2021. T de Graaf, vicepresident RvS,‘Investeren in vertrouwen’, Raad van State, 24 juni 2021. C.W. Maris & F.C.L.M. Jacobs, Recht, orde en vrijheid: een historische inleiding in de rechtsfilosofie, Deventer: Wolters Kluwer 2011, p. 145 & 147. C.W. Maris & F.C.L.M. Jacobs, Recht, orde en vrijheid: een historische inleiding in de rechtsfilosofie, Deventer: Wolters Kluwer 2011, p. 151, 154, 155 & 156. ‘Kan een democratie zichzelf om zeep helpen?’, prodemos.nl, 16 juni 2017. ‘Waar het vertrouwen rafelt, rafelt ook de rechtstaat’, Nederland Juristenblad, 15 april 2021.

15


ARTIKEL | AUTEURSRECHT

OVER DE ‘EIGENDOM’ VAN MUZIEK EN DE STRIJD TUSSEN ARTIEST EN PLATENLABEL IN 2019 MAAKTE DE ARTIEST TAYLOR SWIFT BEKEND DAT ZIJ AL HAAR ALBUMS OPNIEUW ZAL GAAN OPNEMEN. IN 2021 VERSCHENEN OOK DAADWERKELIJK DE HEROPGENOMEN VERSIES VAN EEN AANTAL BEKENDE ALBUMS. DEZELFDE ALBUMNAMEN, MAAR DAN TAYLOR’S VERSION. HET HEROPNEMEN VAN JE GEHELE DISCOGRAFIE IS GEEN MAKKELIJKE TAAK EN MENSEN KEKEN ER DAN OOK VAN OP DAT DE ARTIEST DIT PROJECT OP ZICH HAD GENOMEN. DOOR DESTINY EBINUM

16

ALIBI MAGAZINE | EDITIE 2 2022


ARTIKEL | AUTEURSRECHT

In interviews verklaarde de artiest weer eigenaar te willen zijn van haar muziek. Ondanks het feit dat zij de auteursrechten heeft die op haar werk rusten, was ze toch enigszins de controle hierover kwijtgeraakt. De vraag rijst bij wie de rechten op muziek rusten en wat deze rechten – met name in de praktijk – inhouden. Wie bezit muziek en hoe kan een artiest de zeggenschap over zijn muziek kwijtraken?

de maker te hebben.6 In de jurisprudentie is bepaald dat het hier moet gaan om een werk dat het resultaat is van menselijke arbeid en creatieve keuzes – een voortbrengsel van de menselijke geest.7 Bij een muziekwerk zijn er verschillende creatieve keuzes die een artiest maakt, zoals bij de tekst, het ritme of de toon. Alle keuzes die de artiest heeft gemaakt met betrekking tot het werk, bepalen uiteindelijk of het gaat om een auteursrechtelijk beschermd werk.

HET AUTEURSRECHT Het auteursrecht is het exclusieve recht van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst om zijn werk openbaar te maken of te verveelvoudigen.1 Ook muziek wordt auteursrechtelijk beschermd.2 De maker van een muziekstuk of nummer – doorgaans een schrijver of componist - verkrijgt van rechtswege het auteursrecht bij de schepping van het werk.3 In de praktijk komt dit er vaak op neer dat een artiest zoals Taylor Swift, die haar eigen nummers schrijft, het auteursrecht verkrijgt bij de schepping van het muziekwerk. Dit betekent dat zij in principe het alleenrecht heeft om de door haar geschreven nummers op de markt te brengen en om te kiezen in welke vorm dit gebeurt. Het auteursrecht kan ook door meerdere personen worden gedeeld, als zij samen het nummer gecreëerd hebben.4

Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, bestaat er een beschermd werk en heeft de auteursrechthebbende het recht om te bepalen wat er met de muziek gebeurt. De auteursrechthebbende, zoals Taylor Swift, kan er bijvoorbeeld voor kiezen om zijn muziek te verspreiden via streamingskanalen zoals Spotify. Doorgaans gebeurt dit door het verlenen van een licentie.8 Ook bepaalt hij of zijn muziek gebruikt wordt in films of in reclamespotjes. Uiteindelijk is het de bedoeling dat een auteursrechthebbende de regie in handen heeft. Van anderen wordt verwacht dat zij, behoudens de wettelijke uitzonderingen, wijken voor dit recht.

Niet ieder werk wordt zonder meer door het auteursrecht beschermd, het moet aan twee voorwaarden voldoen. Ten eerste dient het werk een eigen oorspronkelijk karakter te hebben. De vorm van het werk, als het gaat om muziek bijvoorbeeld de tekst, mag niet ontleend zijn aan een ander werk.5 Dit komt er vaak concreet op neer dat het werk niet een (licht aangepaste) kopie mag zijn van een ander werk. Ten tweede dient het werk een persoonlijke stempel van

EDITIE 2 2022 | ALIBI MAGAZINE

DE EXPLOITATIEOVEREENKOMST Voor het uitbrengen van muziek is echter meer nodig dan het schrijven van de tekst en het componeren van de muziek. Het nummer moet ook opgenomen worden in een studio en bewerkt worden door een professional. Hier komt doorgaans een platenlabel bij kijken, die de artiest ondersteunt bij het uitbrengen van muziek. Tegenover deze hulp staat vaak een exploitatieovereenkomst. De exploitatieovereenkomst geeft het platenlabel het recht om het auteursrecht uit te oefenen, als ware zij de auteursrechthebbende, zonder daadwerkelijk het auteursrecht te hebben.9 Het label heeft door de

overeenkomst de bevoegdheid om muziek te verspreiden en te verveelvoudigen, waar zij uiteraard geld mee kunnen verdienen. Hiertegenover staat weer een financiële vergoeding voor de artiest.10 Het lijkt erop alsof het auteursrecht van de maker hier dus wordt beperkt. Het exclusieve recht dat de auteursrechthebbende heeft, wordt in feite bij een ander neergelegd. Dit levert in de praktijk echter weinig problemen op. Een exploitatieovereenkomst blijft een overeenkomst als alle anderen, die vrijwillig en in samenwerking met de auteursrechthebbende wordt vastgesteld. In de overeenkomst kan bijvoorbeeld worden afgesproken hoe lang de overeenkomst geldt. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat de artiest vaak een zwakkere onderhandelingspositie heeft, juist omdat zij voor het uitbrengen van hun muziek afhankelijk zijn van het platenlabel. De auteursrechthebbende heeft wel altijd het recht om de exploitatieovereenkomst te laten ontbinden, wanneer hij van mening is dat het platenlabel het muziekwerk niet langer voldoende exploiteert.11 De auteursrechthebbende heeft daarnaast ook een aantal andere rechten die wettelijk zijn vastgelegd, hier kan hij ook geen afstand van doen.12 Daarbij ligt het auteursrecht de gehele tijd officieel nog bij de maker.

BIO Destiny Ebinum

Bachelorstudent Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam

17


ARTIKEL | AUTEURSRECHT

‘’Voor het uitbrengen van muziek is echter meer nodig dan het schrijven van de tekst en het componeren van de muziek.’’ DE NABURIGE RECHTEN Vaak heeft het platenlabel ook een

het recht om te bepalen of de opname verspreid wordt, aan streamings-

eigen set rechten. Via de exploitatieovereenkomst kunnen zij handelen als ware zij auteursrechthebbende, maar het werkelijke auteursrecht hebben zij niet. De naburige rechten bezit het platenlabel doorgaans wel zelf.

kanalen verkocht wordt of gebruikt wordt in films. Dit recht van de fonogrammenproducent noemen we een naburig recht.

Een platenlabel ondersteunt een artiest bij het produceren van muziek. Eén van de manieren waarop een label dat doet is door het opnemen van het nummer. De artiest kan bijvoorbeeld gebruik maken van de studio en opname apparatuur die het label ter beschikking stelt. Het platenlabel is daarom ook wel een fonogrammenproducent. Een fonogram is namelijk de opname van geluiden, oftewel muziek, en een producent van fonogrammen is de rechtspersoon of natuurlijke persoon die de fonogrammen voor de eerste keer doet vervaardigen.13 Hoewel de artiest het nummer speelt of zingt, is het de platenmaatschappij die de opname maakt. De producent van een fonogram heeft het uitsluitende recht om toestemming te verlenen voor het reproduceren, verkopen, verhuren, of op enig andere wijze in het verkeer brengen van een door hem vervaardigde fonogram.14 Het is dus het platenlabel dat bepaalt wat er mag gebeuren met de officiële opname van de muziek. De producent heeft

18

Tegen het bestaan van dit recht kan de artiest niks inbrengen. Het recht is namelijk een tegenprestatie voor de investering die de fonogrammenproducent in de opname van de fonogram heeft gestoken.15 Vereist is overigens dat het platenlabel ook daadwerkelijk een investering heeft gemaakt en daarmee het financiele risico draagt van de kosten die gemoeid zijn met het maken van de opname.16 De artiest is in dit opzicht afhankelijk van de producent en heeft het platenlabel nodig om deze investering te maken. Daarom ligt het naburige recht ook bij het platenlabel en niet bij de artiest zelf. HET CONFLICT Dit betekent dat er twee verschillende sets met rechten bestaan op één nummer. De artiest beschikt over het auteursrecht: het exclusieve recht om te bepalen of de muziek openbaar wordt gemaakt of verveelvoudigd wordt. Tegelijkertijd heeft het platenlabel het uitsluitende recht om te bepalen wat er gebeurt met de opname van de muziek. Zij hebben het uitsluitende recht om de opname te reproduceren – ofwel te verveelvoudigen – en te verkopen/verhuren/op de markt te brengen – ofwel open-

baar te maken. De artiest mag dus bepalen of er een licentie verleend wordt aan Spotify voor streaming van het nummer, maar het platenlabel mag bepalen of er een licentie wordt verleend aan Spotify voor streaming van de opname van het nummer. In de praktijk lijken de afzonderlijke rechten van het platenlabel en de artiest dus erg op elkaar. Toch kunnen het auteursrecht en de naburige rechten naast elkaar bestaan. Bijna ieder nummer dat op de markt gebracht wordt komt tot stand met behulp van zowel een artiest als een platenlabel en beide hebben dus hun eigen rechten. Indien er duidelijke afspraken gemaakt worden – of partijen zijn het simpelweg met elkaar eens – is er geen reden tot paniek. Deze werkwijze is immers de standaard in de muziekindustrie. Het probleem ontstaat pas wanneer artiest en platenlabel van elkaar scheiden, zoals het geval was bij Taylor Swift. In 2019 besloot de artiest van platenlabel te veranderen.17 Haar originele label hield, ook na haar vertrek, de naburige rechten op de opnames. Zij hielden daarmee ook het recht om de opnames te verspreiden, te verkopen en te verhuren. Ook als Swift het daarmee oneens was. Opeens was er een situatie denkbaar waarin Swift een nummer van het internet wilde halen, maar dit nummer erop bleef staan omdat het ging over de verspreiding van de specifieke opname die het label had laten vervaardigen. Ook kon de eigenaar van de opname Swift verbieden de opname te gebruiken voor andere projecten.18 Uiteindelijk leidde dit tot het gevoel dat Swift geen eigenaar meer was van haar muziek.19 DE OPLOSSING(EN) Er zijn meerdere manieren om dit

ALIBI MAGAZINE | EDITIE 2 2022


ARTIKEL | AUTEURSRECHT

probleem op te lossen. De meest voor de hand liggende oplossing is door overdracht van de naburige rechten, deze zijn namelijk overdraagbaar.20 Artiesten kunnen de rechten op hun muziek dus kopen van hun (voormalige) label. De overdracht van muziekrechten is in de muziekindustrie ondertussen vrij gebruikelijk geworden. Niet alleen artiesten kopen rechten op, maar er bestaat een zogezegde handel in muziekrechten, waar ook andere labels of muziekmagnaten aan deelnemen.21 Dit leidt er echter ook toe dat een artiest – opnieuw het geval bij Swift – niet altijd de rechten van zijn eigen muziek kan opkopen. Anderen kunnen de artiest voor zijn. Wanneer een artiest zich niet kan verenigen met het feit dat de (naburige) rechten op zijn muziek bij een ander liggen, dan kan die artiest dezelfde weg inslaan als Swift. Hij kan dan zijn volledige oeuvre opnieuw opnemen. Als auteursrechthebbende bepaalt de artiest namelijk nog steeds of het werk verveelvoudigd mag worden en openbaar gemaakt mag worden. Zij hebben enkel geen zeggenschap over de originele opname. Door de muziek opnieuw op te nemen, verkrijgen zij ook de naburige rechten op de nieuwe opnames. Als de artiest niet de middelen heeft om de nummers zelf op te nemen, kan de artiest met zijn nieuwe label onderhandelen dat hij de naburige rechten overgedragen krijgt. Op die manier kan de artiest bewerkstelligen dat hij zowel de auteursrechten als de naburige rechten op zijn muziek bezit. Toch is dit niet de ideale oplossing, de rechten op de originele opnames liggen nog altijd bij een ander. Het kan zich hierdoor nog steeds voordoen dat een artiest een nummer niet op een streamingsplatform of het internet wil hebben, maar hij

EDITIE 2 2022 | ALIBI MAGAZINE

daar niks aan kan veranderen. Op deze manier kan de artiest wel voorkomen dat hijzelf geen gebruik meer kan maken van zijn muziek. Hoewel de originele opnames niet aan een film kunnen worden verkocht, kunnen de nieuwe tapes dat bijvoorbeeld wel. Zo riskeert de artiest het in ieder geval niet om daarin belemmerd te worden.

1 2 3

4

5

CONCLUSIE Als schepper van een muzieknummer heeft de artiest hierop het auteursrecht. Een nummer produceren is echter een taak waar meer mensen bij komen kijken dan alleen de artiest. Een platenlabel ondersteunt de artiest bij het produceren van het nummer. Onder andere door het beschikbaar stellen van een muziekstudio en opnameapparatuur om het nummer op te nemen. Hierdoor verkrijgt het platenlabel naburige rechten, die bestaan naast het auteursrecht. In de praktijk kunnen deze rechten naast elkaar bestaan, maar het komt voor dat deze rechten botsen met elkaar zoals het geval was bij Taylor Swift. Zo kan het gebeuren dat de artiest niet meer de regie heeft over het gebruik van zijn nummer en, in het ergste geval, kan de artiest zijn muziek ook zelf niet meer gebruiken. De oplossing die hiervoor het meest voor de hand ligt is het opkopen van de muziekrechten. Helaas blijkt dit niet altijd mogelijk; er liggen vaak kapers op de kust. De artiest kan er dan voor kiezen om zijn muziek opnieuw op te nemen. Geen makkelijke taak, maar het loont; de artiest verkrijgt namelijk wel de zeggenschap over de heropnames. De artiest heeft dan niet volledige zeggenschap over zijn muziek, maar kan in ieder geval niet belemmerd worden in het gebruik hiervan. Als auteursrechthebbende is dat het minste wat je mag verwachten, toch?

6

7

8 9

10 11 12 13 14 15

16

17

18 19 20 21

Artikel 1 Auteurswet. Artikel 10 lid 1 sub 5 Auteurswet. M. van Aerde, ‘De Wet auteurscontractenrecht. Een nieuwe regeling voor de exploitatieovereenkomst tussen maker en exploitant’, Tijdschrift overeenkomst in de rechtspraktijk 2016/1, p. 1. Er is in dat geval sprake van een gemeenschap in de zin van artikel 3:166 BW. HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2153, r.o. 4.5.1. HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2153, r.o. 4.3. HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2153, r.o. 4.5.1. Zie artikel 2 lid 2 en 3 Auteurswet. M. van Aerde, ‘De Wet auteurscontractenrecht. Een nieuwe regeling voor de exploitatieovereenkomst tussen maker en exploitant’, Tijdschrift overeenkomst in de rechtspraktijk 2016/1, p. 1-2. Artikel 25c lid 1 Auteurswet. Artikel 25e lid 1 Auteurswet. Artikel 25h lid 1 Auteurswet. Artikel 1 sub c en d Wet op de Naburige Rechten Artikel 6 lid 1 Wet op de Naburige Rechten Hof Arnhem-Leeuwarden 24 december 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:11117, r.o. 7.79. HR 17 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1923, r.o. 3.5.1. R. van Gijssel, ‘Door haar werk opnieuw op te nemen probeert Taylor Swift weer de baas te worden over haar eigen muziek’, Volkskrant, geraadpleegd via https://www.volkskrant.nl/ cultuur-media/door-haar-werk-opnieuw-op-tenemen-probeert-taylor-swift-weer-de-baas-teworden-over-haar-eigen-muziek~bef0e598/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F op 3 januari 2021. Idem. Idem. Artikel 9 lid 1 Wet op de Naburige Rechten. R. van Gijssel, ‘Door haar werk opnieuw op te nemen probeert Taylor Swift weer de baas te worden over haar eigen muziek’, Volkskrant, geraadpleegd via https://www.volkskrant.nl/ cultuur-media/door-haar-werk-opnieuw-op-tenemen-probeert-taylor-swift-weer-de-baas-teworden-over-haar-eigen-muziek~bef0e598/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F op 3 januari 2021.

19


ARTIKEL | STRAFRECHT

IS HET STRAFBAAR STELLEN VAN PESTEN DE OPLOSSING VOOR DIT MAATSCHAPPELIJK PROBLEEM? IS HET STRAFBAAR STELLEN VAN PESTEN DE AANPAK DIE KAN LEIDEN TOT HET STOPPEN VAN PESTEN? DAT IS DE VRAAG DIE DE NEDERLANDSE KINDEROMBUDSVROUW WIL LATEN ONDERZOEKEN. AANLEIDING HIERVOOR WAREN DE RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK NAAR PESTEN DIE BEKEND WERDEN GEMAAKT TIJDENS DE WEEK TEGEN PESTEN.1 IEDER JAAR ORGANISEERT STICHTING SCHOOL EN VEILIGHEID IN SEPTEMBER DE WEEK TEGEN PESTEN OM SCHOLEN TE HELPEN BIJ HUN INSPANNINGEN OM PESTEN TE VOORKOMEN EN TEGEN TE GAAN. DOOR OUMAIMA MKABRI

20

ALIBI MAGAZINE | EDITIE 2 2022


ARTIKEL | STRAFRECHT

In Nederland worden ieder jaar 350.000 kinderen gepest. Dit blijkt uit resultaten van het Nederlands Jeugdinstituut en Jeugdmonitor CBS. De Kinderombudsvrouw, prof. dr. mr. Margrite Kalverboer, liet deze

“In Nederland worden ieder jaar 350.000 kinderen gepest.”

analyse naar pesten uitvoeren. In verschillende interviews begin dit

op de pester maar op de overheid.

PESTEN IN DE STRAFWET

schooljaar heeft de Kinderombuds-

Pestgedrag leidt dus niet tot een

vrouw aangegeven mogelijk te willen onderzoeken of het strafbaar stellen

mogelijkheid om de pester via deze artikelen direct aan te spreken. Een

Pestgedrag zou al strafbaar kunnen zijn indien het valt onder belaging.

van pesten zou kunnen helpen bij het terugdringen hiervan.

artikel in de strafwet zou in dat geval uitkomst kunnen bieden.

SCHOLEN MOETEN ZICH INSPANNEN VOOR SOCIALE VEILIGHEID

PESTEN IN DE SAMENLEVING Volgens de Kinderombudsvrouw

In Nederland zijn er verschillende bepalingen die betrekking hebben op pesten. De Wet Veiligheid op School

is veel van wat nu pesten wordt genoemd eigenlijk al strafbaar gedrag. Het gaat dan volgens haar om

verplicht scholen zich in te spannen voor een sociaal veilig klimaat.

bedreiging, mishandeling en smaad. Maar je zou bijvoorbeeld ook kunnen

De school moet zijn best doen om pesten tegen te gaan. Dit kan met behulp van pestprotocollen, door het

denken aan uitingen van discriminerende of (seksueel) intimiderende aard. Waarom dan toch een specifie-

trainen van personeel op alertheid voor pestgedrag en door het instellen van een aanspreekpunt binnen de school. Deze zorgplicht blijkt

ke strafbaarstelling voor pesten? De term pesten zorgt volgens Kalverboer voor een bagatellisering van veel handelingen die heel ernstig zijn.

ook uit uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Volgens het EHRM rust er een zorgplicht op scholen om zich in te spannen voor het zorgen voor een veilige omgeving. Deze verplichting valt onder artikel 2 EVRM. Artikel 2 EVRM beschermt het recht op leven. Niet bij alle meldingen in het onderzoek zijn de redenen van het pesten genoemd, maar waar het genoemd is blijken persoonskenmerken zoals genoemd in het artikel 2 van het Verdrag Inzake de Rechten van het Kind de aanleiding. In dat geval is dus artikel 2 IVRK van toepassing. Dit artikel houdt onder meer in dat de overheid ervoor moet zorgen dat kinderen niet worden gediscrimineerd op basis van bijvoorbeeld huidskleur, geslacht, taal of godsdienst. De regels in bovenstaande artikelen zijn echter allemaal niet gericht

Eén van de redenen is volgens haar dat we in de samenleving denken dat pesten erbij hoort, waardoor er niet veel aan wordt gedaan. Bij pesten denkt men namelijk vaak aan scholen en kinderen, maar dit gedrag komt natuurlijk ook voor in verschillende sociale machtsverhoudingen tussen volwassenen, bijvoorbeeld op de werkvloer, tussen collega’s onderling of door iemand met een hogere functie. En ook discriminatie, op welke grond dan ook, bewust of onbewust, is niet voorbehouden aan kinderen. Een kwalificatie van pesten wordt in het onderzoek niet gegeven. Dat is gelijk één van de moeilijkheden van het strafbaar stellen van pesten; het is moeilijk af te bakenen wat precies onder pestgedrag valt en wanneer er sprake is van een grap of toch een grens wordt overschreden.

EDITIE 2 2022 | ALIBI MAGAZINE

Belaging staat opgenomen in art. 285b van het Wetboek van Strafrecht. Dit is “het opzettelijk inbreuk maken op eens anders persoonlijke levenssfeer met het oogmerk die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen.” Volgens de Hoge Raad is het bij belaging van belang om te kijken naar de aard, duur, frequentie en intensiteit van de gedragingen, de omstandigheden waaronder deze gedragingen hebben plaatsgevonden en de invloed van de gedragingen op de persoonlijke levenssfeer en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer. In de meeste gevallen gaat dit

BIO Oumaima Mkabri

Masterstudent Privaatrecht aan de Universiteit van Amsterdam

21


ARTIKEL | STRAFRECHT

22

ALIBI MAGAZINE | EDITIE 2 2022


ARTIKEL | STRAFRECHT

om bedreiging of stalking. Dit zijn gedragingen die al een duidelijke vorm van agressie zijn. Ook moet er sprake zijn van dwang. Pesten is echter vaak een vorm van emotionele mishandeling die minder goed te bewijzen is. Het gedrag is subtieler. De gevolgen van pesten kunnen

“De Wet Veiligheid op School verplicht scholen zich in te spannen voor een sociaal veilig klimaat.”

iemand echter zijn of haar hele leven blijven achtervolgen. Hierbij kan worden gedachtaan een laag zelfbeeld dat leidt tot het hebben van moeite bij het krijgen van een baan, moeite hebben met relaties en in ernstige gevallen zelfmoord. Daarnaast is belaging een klachtdelict. Er kan alleen tot vervolging over worden gegaan als het slachtoffer aangifte doet. Door de drempel die

zakelijk, anders kunnen de feiten niet worden bewezen. Wat precies valt onder pesten is daarom één van de vragen die nader onderzocht zal worden door de Kinderombudsman. Als vervolg op de analyse is namelijk een onderzoek gestart onder kinderen die zijn of worden gepest om te bepalen wat de oorzaken, de omvang

en impact zijn van pesten. Of het nu wenselijk is om pesten strafbaar te stellen of niet, het is van belang dat er meer aandacht komt voor de oorzaken en gevolgen van pesten. Niet alleen op school, maar in de hele samenleving, zodat we met zijn allen kunnen zorgen voor een veilige omgeving voor iedereen.

voor de gepeste kan bestaan om een klacht in te dienen, is het lastiger om op deze manier het grotere pestprobleem aan te pakken. Belaging dekt de lading van pesten daarom niet. Met de strafbaarstelling van pesten wil de Kinderombudsvrouw dat een duidelijk signaal wordt afgegeven waarmee recht wordt gedaan aan de

1

2

grootte en urgentie van het probleem. DE ROL VAN DE KINDEROMBUDSMAN Het instituut de Kinderombudsman zorgt er sinds 1 april 2011 voor dat de rechten van kinderen in Nederland door de wetgever, beleidsmakers en uitvoerende professionals gewaarborgd worden. De Kinderombudsvrouw, Margrite Kalverboer, is de vertegenwoordiger van dit instituut. Daarnaast is zij verbonden aan de Universiteit Groningen als bijzonder hoogleraar ‘Kind, (Ortho)pedagogiek, en Kinderrechten en Vreemdelingenrecht.’ In de analyse naar pesten wordt niet gekwalificeerd welke gedragingen en uitingen onder het pesten vallen. Dit maakt het moeilijk om te bepalen of dit gedrag in de wet kan worden opgenomen. Voor een strafbaarstelling is een duidelijke afbakening van het gedrag nood-

EDITIE 2 2022 | ALIBI MAGAZINE

3

4

5

6

7

30 september 2021, https://www.parool.nl/amsterdam/halsema-pesten-was-niet-de-hoofdreden-voor-zelfmoord-brandweerman~b445d5e6/

E. van der Aa., ‘Kinderombudsvrouw denkt aan strafbaar stellen van pesten,’ AD 24 september

2021, https://www.ad.nl/gezin/kinderombudsvrouw-denkt-aan-strafbaar-stellen-van-pesten~ad76d1080/ De Kinderombudsman, ‘Kinderombudsman begint onderzoek: pestgedrag te vaak niet herkend,’ Kinderombudsman Nieuws 24 september 2021, https://www.dekinderombudsman.nl/nieuws/ kinderombudsman-begint-onderzoek-pestgedrag-te-vaak-niet-herkend Stichting School en Veiligheid, ‘Terugblik Week tegen Pesten 2021,’ september 2021, https:// www.weektegenpesten.com/week-tegen-pesten-2017/ Rijksoverheid, ‘Veilig leren en werking in het onderwijs’, https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/veilig-leren-en-werken-in-het-onderwijs/ veiligheid-op-school, (laatst geraadpleegd op 27 januari 2022) EHRM 10 juli 2012, ECLI:NL:XX:2012:BY0915, m. nt. SD Lindenbergh (Kayak/Turkije) De Kinderombudsman, Analyse opening onderzoek buiten spel - pestervaringen, 24 september 2021, https://www.dekinderombudsman.nl/ publicaties/analyse-opening-onderzoek-buiten-spel-pestervaringen Het Parool, ‘Halsema: pesten was niet de hoofdreden voor zelfmoord brandweerman,’ Het Parool

8

9

10

11

12

13

Y, Hofs, Belastingdienst schuldig aan structurele discriminatie van mensen die toeslagen

ontvingen, De Volkskrant 17 juli 2020, https:// www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/belastingdienst-schuldig-aan-structurele-discriminatie-van-mensen-die-toeslagen-ontvingen~baebefdb/ HR 12 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3626, NJ 2013/394 L. Koren, ‘Wat is pesten en wat zijn de gevolgen van pesten,’ Onderwijsconsument 7 oktober 2021, ’https://www.onderwijsconsument.nl/wat-is-pesten-en-wat-zijn-de-gevolgen-van-pesten/ E. van der Aa., ‘Kinderombudsvrouw denkt aan strafbaar stellen van pesten,’ AD 24 september 2021, https://www.ad.nl/gezin/kinderombudsvrouw-denkt-aan-strafbaar-stellen-van-pesten~ad76d1080/ Nationale ombudsman, https://www.nationaleombudsman.nl/kinderen RUG, ‘Margrite Kalverboer benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau,’ 26 april 2021 ’https://www.rug.nl/news/2021/04/margrite-kalverboer-appointed-officer-in-the-order-of-orange-nassau

23


ARTIKEL | BESTUURSRECHT

DE BUITENSPORIGE GEVOLGEN VAN DE KORTE TERMIJNEN IN DE AWB

RECENTELIJK KWAM IN EEN UITZENDING VAN NIEUWSUUR EEN ITEM VOORBIJ OVER DE TERMIJNEN VAN DE ALGEMENE WET BESTUURSRECHT (HIERNA: AWB). IN DIT ITEM SPREEKT ONDER ANDERE MICHIEL SCHELTEMA, OOK WEL ‘DE GRONDLEGGER VAN DE AWB’ GENOEMD, ZICH UIT OVER DE IN ZIJN OGEN TE KORTE BEZWAAR- EN BEROEPSTERMIJN VAN ZES WEKEN. OOK ANDERE DESKUNDIGEN STELLEN DAT DE TERMIJN TE KORT EN TE HARD IS. DOOR LISA VERHOEVEN

24

ALIBI MAGAZINE | EDITIE 2 2022


ARTIKEL | BESTUURSRECHT

Na de toeslagenaffaire zijn de rechten van burgers in conflict met de overheid steeds vaker onderwerp van discussie. Zo heeft Pieter Omtzigt op 25 november een motie ingediend over de versterking van de positie van de belanghebbende via bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht.1 Een langere bezwaar- en beroepstermijn kan hier aan bijdragen, zodat een belanghebbende ook na zes weken nog in bezwaar kan gaan tegen een besluit. De positie van de belanghebbende in het bestuursrecht is dus omstreden. Maar zijn de termijnen in de Awb echt zo beperkend en een ‘juridische fuik’ zoals het artikel van Nieuwsuur beweert? En wat is dan wel een redelijke termijn? TERMIJN BEZWAAR EN BEROEP Het bestuursrecht biedt de mogelijkheid voor een belanghebbende om in bezwaar (en in een latere fase in beroep) te gaan tegen een besluit. Om belanghebbende te zijn moet je een belang hebben bij het besluit. Dit belang moet objectief bepaalbaar, persoonlijk (en eigen), rechtstreeks en actueel zijn. De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt volgens artikel 6:7 Awb zes weken. Dit is een fatale termijn. Dat betekent dat je als burger dus zes weken hebt om te reageren op besluiten van de overheid. Als je later dan zes weken na het besluit bezwaar indient, volgt over het algemeen niet-ontvankelijkverklaring. Er volgt dan geen inhoudelijke behandeling van je bezwaar, en de inhoud van het door jou bestreden besluit staat vast. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan de rechter bepalen dat een termijnoverschrijding niet redelijkerwijs kan leiden tot een niet-ontvankelijkverklaring.2 Dit noemen we ook wel een ‘verschoonbare termijnoverschrijding’. In de praktijk wordt dit alleen ingeroepen

EDITIE 2 2022 | ALIBI MAGAZINE

Dit overduidelijk grote contrast tussen de gevolgen van termijnoverschrijding voor de belanghebbende en het bestuursorgaan zorgt voor een gevoel van onevenwichtigheid. door de rechter als er sprake is van bijvoorbeeld een belanghebbende die gedurende langere tijd ernstig ziek is geweest en daardoor niet in staat was tijdig bezwaar aan te tekenen.3 Van de bijzondere bepaling in dit artikel wordt dus zelden gebruik gemaakt. EQUALITY OF ARMS Er zou in de bezwaar- en beroepsprocedure sprake moeten zijn van equality of arms. Dit is een beginsel dat voortvloeit uit artikel 6 EVRM. Equality of arms houdt in het bestuursrecht in dat de burger het recht heeft om in een procedure ‘dezelfde wapenen’ als de overheid te kunnen gebruiken om te procederen. De strenge termijn van 6 weken geldt in principe zowel voor de burger als termijn bij het indienen van het bezwaar of beroep, als voor de overheid als beslistermijn. Zoals eerder genoemd, is de termijn voor indiening van bezwaar of beroep een fatale termijn. Als een bezwaar of beroep niet binnen deze termijn wordt ingediend, volgt in principe een niet-ontvankelijkverklaring. De beslistermijn, de termijn die het bestuursorgaan heeft om een beslissing te maken, is een ordetermijn.4 Dit betekent dat bij een overschrijding van de termijn de bevoegdheid om een besluit te nemen alsnog kan worden uitgeoefend.5

Dat beslistermijnen ordetermijnen zijn, wordt gerechtvaardigd vanuit het oogpunt van het algemeen belang.6 Immers, de bevoegdheid van het bestuursorgaan is in het leven geroepen om het algemeen belang te behartigen, en het zou onwenselijk zijn als deze bevoegdheid door het verstrijken van een termijn zou vervallen. De termijnen voor de belanghebbende om bezwaar of beroep in te stellen komt niet voort uit algemeen belang, maar uit het beginsel van rechtszekerheid.7 Als er meerdere partijen betrokken zijn bij een besluit, is het vanuit het oogpunt van de rechtszekerheid belangrijk dat de betrokken derden er na verloop van tijd op kunnen vertrouwen dat besluiten niet meer gewijzigd of ingetrokken worden.8

BIO Lisa Verhoeven

Masterstudent Fiscaal Recht aan de Universiteit van Amsterdam

25


ARTIKEL | BESTUURSRECHT

Een verruiming van de termijn van zes weken zou een stap in de goede richting zijn om de positie van de belanghebbende in het bestuursrecht aanzienlijk te verbeteren. In beginsel heeft het niet voldoen aan de ordetermijn voor het bestuursorgaan dus weinig gevolgen. Natuurlijk moet eventuele schade die voortvloeit uit de vertraagde beslissing van het bestuursorgaan worden vergoed. Ook is er de mogelijkheid om een dwangsom te verbeuren bij het betreffende bestuursorgaan. De gevolgen van termijnoverschrijding voor een belanghebbende zijn vele malen groter. Het bezwaar of beroep wordt niet-ontvankelijk. Het betreffende besluit wordt dan in rechte onaantastbaar.9 Dit betekent dat de bestuursrechter het niet meer kan

26

vernietigen, en de belanghebbende niks meer kan doen. Dit overduidelijk grote contrast tussen de gevolgen van termijnoverschrijding voor de belanghebbende en het bestuursorgaan zorgt voor een gevoel van onevenwichtigheid. Natuurlijk is het logisch dat er een termijn is om in bezwaar of beroep te gaan als het gaat om besluiten waar derden bij betrokken zijn. Daarmee blijft de rechtszekerheid voor derden gewaarborgd. Daar waar het gaat om besluiten waarbij slechts de belanghebbende en het bestuursorgaan be-

trokken zijn, ligt dat echter anders.10 In het burgerlijk recht, in gevallen waar het gaat over vergelijkbare tweepartijenrelaties, geldt doorgaans een termijn van vijf jaar.11 Een termijn van zes weken binnen het bestuursrecht is dus, waar het gaat om dit soort tweepartijenrelaties, opvallend kort. Volgens deskundigen zijn er zelfs gelijkenissen met de toeslagenaffaire.12 Het gaat hier immers om relatief kleine fouten van burgers, die disproportioneel grote gevolgen kunnen hebben. MOTIE PIETER OMTZIGT Recentelijk heeft Pieter Omtzigt een motie ingediend over de positie van de belanghebbende in het bestuursrecht.13 Hierin constateert hij eerst een aantal zaken. Hij stelt onder andere dat het bestuursprocesrecht als hoofddoel het bieden van rechtsbescherming van de burger tegen onrechtmatig overheidshandelen heeft en dat mede vanuit het oogpunt van equality of arms de procespositie van de burger versterking behoeft. De burger heeft namelijk geen moge-

ALIBI MAGAZINE | EDITIE 2 2022


ARTIKEL | BESTUURSRECHT

lijkheid om gemaakte processuele fouten te herstellen. Hier hoort dus ook het verstrijken van de termijnen bij. Hij verzoekt vervolgens de regering op korte termijn grondig te onderzoeken welke wettelijke bepalingen in de Awb kunnen worden opgenomen om de positie van de belanghebbende te versterken. Volgens deze motie dient dit onderzoek in ieder geval de mogelijkheid te bevatten tot het in de Awb opnemen van een nieuwe wetsbepaling. Hierin moet de burger de mogelijkheid worden geboden om eigen gemaakte procedurele fouten te herstellen. Op 30 november 2021 werd deze motie aangenomen met 147 stemmen. De kamer is het er dus over eens dat er iets moet veranderen wat betreft de positie van de belanghebbende in het bestuursrecht. De resultaten van het door Omtzigt voorgestelde onderzoek moeten worden meegenomen in het wetsvoorstel tot aanpassing van de Awb dat in het voorjaar van 2022 in publieke consultatie gaat.14 Dit wetsvoorstel gaat momenteel nog niet in op de termijn voor bezwaar en beroep. Hopelijk kan dit naar aanleiding van deze motie veranderen. HOE NU VERDER? Het item van Nieuwsuur over de termijnen in het bestuursrecht is ook opgepikt door onze landelijke politiek. Naar aanleiding van het item en het artikel dat over daarover is gepubliceerd, zijn op 2 december 2021 Kamervragen gesteld door Inge van Dijk en Hilde Palland.15 De vragen zijn gericht aan de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Justitie en Veiligheid. Zij stellen een aantal rake vragen. Zo vragen zij zich onder andere af wat de heer Grapperhaus en mevrouw van Huffelen vinden van de reactie van Michiel Scheltema die stelt dat de tijd rijp is om de wet aan te passen voor wat betreft de termijnen, en deze te verlengen van zes weken te verlen-

EDITIE 2 2022 | ALIBI MAGAZINE

gen naar zes maanden (vraag 8). Ook vragen ze of, naar hun mening, de Awb wat betreft termijnen inderdaad te hard uit kan pakken voor burgers (vraag 12). Daarnaast halen zij nogmaals de toeslagenaffaire aan, waarbij kleine administratieve fouten desastreuze gevolgen hebben gehad, en vragen zich hierbij af of het algemeen belang gediend zou zijn met het kritisch bezien van de termijnen in de Awb (vraag 13). Nu men bezig is met een wetsvoorstel betreffende aanpassingen in de Awb, lijkt het een goed moment om de bezwaartermijn in het Awb te herzien. Het gaat al veel langer over een herziening van deze termijn. Uit het verslag van het Rondetafelgesprek 25 jaar Algemene wet bestuursrecht16, waar ook Michiel Scheltema bij aanwezig was, bleek al dat de aanwezigen een termijn van zes weken erg kort vonden. Scheltema heeft het hier, net als in het item bij Nieuwsuur, over een termijn van zes maanden. Ook de andere aanwezigen zijn hierover erg enthousiast. Een verruiming van de termijn van zes weken zou een stap in de goede richting zijn om de positie van de belanghebbende in het bestuursrecht aanzienlijk te verbeteren.

cipe binnen drie weken gebeuren. In tegenstelling tot de belanghebbende in het bestuursrecht kunnen ministers echter wél heel makkelijk uitstel van termijnen aanvragen. Ironisch genoeg laat Minister Grapperhaus in een reactie op de Kamervragen weten dat de vragen niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen. Dat is natuurlijk begrijpelijk. Het zou echter wel zo netjes zijn om de belanghebbende in het bestuursrecht ook wat coulance te gunnen.

1

2 3 4 5 6 7 8 9 10

De positie van de belanghebbende in het bestuursrecht is momenteel dus regelmatig onderwerp van gesprek. Ook staat dit onderwerp door onder andere de motie van Pieter Omtzigt en de Kamervragen Inge van Dijk en Hilde Palland op de politieke agenda. De enorme meerderheid waarmee de motie is aangenomen laat zien dat de tweede kamer het belang van een versterkte positie van de belanghebbende in het bestuursrecht inziet.

11

Op de rake vragen van van Dijk en Palland is helaas nog steeds geen antwoord gegeven. Het beantwoorden van Kamervragen moet in prin-

16

12

13

14

15

Tweedekamer.nl, Motie van het lid Omtzigt c.s. over versterking van de positie van de belanghebbende via bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 6:11 Awb HR 18 november 2016, nr. 16/02080 Termijnen: het wordt tijd voor differentiatie, NTB Termijnen: het wordt tijd voor differentiatie, NTB Termijnen: het wordt tijd voor differentiatie, NTB Termijnen: het wordt tijd voor differentiatie, NTB Termijnen: het wordt tijd voor differentiatie, NTB Termijnen: het wordt tijd voor differentiatie, NTB Termijnen: het wordt tijd voor differentiatie, NTB Termijnen: het wordt tijd voor differentiatie, NTB Nos.nl, Juridische fuik overheid maakt burgers ‘kansloos’ Motie van het lid Omtzigt C.S., Voorgesteld 25 november 2021 Tweede kamer wil positie belanghebbende in het bestuursprocesrecht versterken, V-N 2021/53.14 2021Z22286, Vragen van de leden Inge van Dijk en Palland (beiden CDA) aan de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Justitie en Veiligheid over het artikel «Juridische fuik overheid maakt burgers «kansloos»» (ingezonden 2 december 2021) Verslag van het Rondetafelgesprek 25 jaar Algemene wet bestuursrecht gehouden op woensdag 30 augustus 2017

27


ARTIKEL | BELASTINGRECHT

HET BELASTINGSTELSEL WEER OPGESCHUD: BOX 3 NU DEFINITIEF OP DE SCHOP? VRIJDAG 24 DECEMBER 2021, DE LAATSTE DAG VAN MIJN TENTAMENWEEK. DE INKT VAN MIJN TENTAMEN CORPORATE FINANCE LAG NOG TE DROGEN TOEN IK GEHEEL ONVERWACHTS OVERSPOELD WERD DOOR MELDINGEN OVER DE KERSVERSE UITSPRAAK VAN DE HOGE RAAD. IN DEZE BAANBREKENDE UITSPRAAK OORDEELDE DE HOGE RAAD DAT DE VERMOGENSRENDEMENTSHEFFING VAN BOX 3 IN STRIJD IS MET HET EIGENDOMSRECHT EN HET DISCRIMINATIEVERBOD. DOOR AMIN LAROSSI

28

ALIBI MAGAZINE | EDITIE 2 2022


ARTIKEL | BELASTINGRECHT

Het debat rondom de rechtmatigheid van box 3 is niet bepaald een nieuw fenomeen te noemen. Al meerdere malen stond de vraag naar de rechtvaardigheid van de box 3-systematiek centraal. De Bond voor Belastingbetalers, beter bekend als de aanjager van deze rits aan box 3-rechtspraak, strijdt naar eigen zeggen voor eerlijke belastingen en pleit al jaren voor een herziening van het box 3-stelsel. Heeft de Bond nu dan definitief haar zin gekregen? In het navolgende tracht dit artikel de gevolgen van het arrest van 24 december 2021 te bespreken. Hiertoe zal eerst de vermogensrendementsheffing van box 3 globaal uiteengezet worden. Vervolgens worden argumenten voor en tegen het forfaitaire rendement in het licht van het arrest van 24 december 2021 besproken. DE FORFAITAIRE RENDEMENTSHEFFING UIT BOX 3: ‘THE MAKING OF’ Hoofdstuk 5 van de wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: IB 2001) belast het zogenoemde belastbaar inkomen uit sparen en beleggen. Dit inkomen bestaat uit het voordeel uit sparen en beleggen verminderd met de persoonsgebonden aftrek.1 Om het voordeel uit sparen en beleggen te berekenen dient allereerst de rendementsgrondslag aan het begin van de peildatum volgens de systematiek van artikel 5.3 IB 2001 bepaald te worden. De rendementsgrondslag is – kortgezegd – de waarde van de bezittingen van een belastingplichtige verminderd met de waarde van de schulden van de belastingplichtigen voor zover dit bedrag hoger ligt dan het heffingsvrij vermogen. Zodra de rendementsgrondslag is vastgesteld wordt over het forfaitaire rendement – en dus niet het daadwerkelijk behaalde rendement – van de rendementsgrondslag belasting geheven via het proportionele box-3 tarief.2 Het forfaitaire rendement wordt door

EDITIE 2 2022 | ALIBI MAGAZINE

‘De inkt van mijn tentamen Corporate Finance lag nog te drogen toen ik geheel onverwachts overspoeld werd door meldingen over de kersverse uitspraak van de Hoge Raad.’ de wetgever vastgesteld en heeft gedurende haar bestaan metamorfoses gekend. Zo werd tot 2017 de omvang van het forfaitaire rendement vastgesteld op een vast percentage dat gelegd was op 4%. Het probleem was echter dat het daadwerkelijk behaalde rendement op het box 3-vermogen lager lag dan 4%, waardoor belastingplichtigen belast werden over een rendement wat zij niet daadwerkelijk behaalden. Een en ander betekende dat belastingplichtigen inteerden op hun vermogen doordat zij meer belasting afdroegen dan het inkomen dat op het vermogen behaald werd. Dit leidde tot een rits aan arresten waarin de vraag naar strijdigheid van de systematiek van het forfaitaire rendement met het eigendomsrecht centraal stond. Deze vraag werd door rechters niet bepaald eenduidig beantwoord. Zo stelde de Hoge Raad in zijn arrest op 29 september 2017 dat de forfaitaire rendementsheffing uit box 3 niet strijdig zou zijn met het eigendomsrecht omdat het forfaitaire rendement van 4% op lange termijn wel haalbaar zou zijn voor belastingplichtigen, waardoor de box 3 heffing voor belastingplichtigen geen buitensporige last zou zijn.3 Een ander geluid luidde op 14 juni 2019 toen de Hoge Raad oordeelde dat het forfaitaire rendement van 4% voor belastingplichtigen onhaalbaar zou zijn zonder dat belastingplichtigen te

grote risico’s zouden lopen met hun vermogen.4 Dit heeft ertoe geleid dat de Hoge Raad voor het eerst oordeelde dat de box 3-systematiek in strijd was met eigendomsrecht uit artikel 1 van het Eerste Protocol van het EVRM. Hier was echter nog niet alles mee gezegd. Met dit oordeel van strijdigheid wierp zich een rechtstekort op wat enkel de Hoge Raad zou kunnen opvullen. De Hoge Raad heeft destijds echter verzuimd om het rechtstekort op te vullen, nu de Hoge Raad zich niet in staat achtte om op stelselniveau rechtsherstel te bieden vanwege de politieke overwegingen die aan een dergelijke compensatie en wijziging ten grondslag zouden liggen. Met deze – naar mijn idee terechte – terughoudende instelling heeft de Hoge Raad getracht te voorkomen om zitting te nemen op de stoel van de wetgever.

BIO Amin Larossi

Masterstudent Law & Finance aan de Universiteit van Amsterdam

29


ARTIKEL | BELASTINGRECHT

‘Met dit arrest onder de hand kunnen belastingplichtigen voor wie het huidige forfaitaire rendement nadelig is een heffing op basis van het werkelijke rendement bewerkstelligen.’ Om tegemoet te komen aan de heersende maatschappelijke kritiek besloot de wetgever op 1 januari 2017 het vaste forfaitaire rendement van 4% in te ruilen voor een forfaitair rendement wat, naar eigen zeggen, beter aansloot bij het gemiddelde rendement wat daadwerkelijk door belastingplichtigen gehaald werd. Daartoe heeft de wetgever de systematiek van de rendements-

30

klassen bedacht.5 Dit systeem deelt de rendementsgrondslag op in twee rendementsklassen met ieder hun eigen tarief. Tot rendementsklasse 1 behoort het ‘spaardeel’ van de rendementsgrondslag en tot rendementsklasse 2 behoort het ‘beleggingsdeel’. Het tarief over het beleggingsdeel ligt hoger dan het tarief over het spaardeel. Hiermee werd recht gedaan aan de gedachte dat

met beleggingsvermogen een groter rendement behaald zou worden dan met spaarvermogen. Hoe groot het aandeel van de rendementsgrondslag tot het spaardeel en het beleggingsdeel behoorde werd vrij arbitrair bepaald volgens de tabel in artikel 5.2 IB 2001. In het kort kwam het er op neer dat hoe groter het bedrag van de rendementsgrondslag is, des te groter het percentage van de grondslag dat in het beleggingsdeel zou vallen is. Dit betekende dus ook een hoger forfaitair rendement, wat op zijn beurt resulteert in een hogere afdracht van belasting. Met dit systeem heeft de wetgever rekening willen houden met de aanname dat vermogende belastingplichtigen meer zouden beleggen dan belastingplichtigen met een kleiner vermogen (en dus een kleinere rendementsgrondslag). Met de introductie van de rendementsklassen bleven de oorspronkelijke bezwaren jegens de forfaitaire

ALIBI MAGAZINE | EDITIE 2 2022


ARTIKEL | BELASTINGRECHT

rendementsheffing nog bestaan. Nog steeds werden belastingplichtigen belast over het forfaitaire rendement en niet het over het rendement wat ze daadwerkelijk behaalden over hun vermogen. DISCUSSIE IN HET LICHT VAN HET ARREST VAN 24 DECEMBER 2021 De hierboven geschetste forfaitaire regeling gaat gepaard met een bepaalde vorm van ongelijkheid tussen belastingplichtigen. Belastingplichtigen die de verwachtingen overtroffen en een hoger daadwerkelijk rendement over hun vermogen behaalden dan het forfaitaire rendement worden fiscaal gunstiger behandeld dan belastingplichtigen die een lager rendement dan het forfaitaire behalen. Als we hier de aanname van de wetgever naast leggen, waaruit blijkt dat er een positief verband is tussen vermogen en beleggingen, komt er een tamelijk denivellerend beeld naar boven. Onder het huidige stelsel zijn het (onder andere) de vermogende pandjesbazen – inmiddels benoemd tot volksvijand nummer 1 – die in staat zijn om het forfaitaire rendement ruimschoots te overtreffen en daarmee profiteren van een onbelast renemdentsurplus. De ‘zielige’ box 3 spaarder die vrijwel geen rendement over zijn vermogen behaalt wordt zo – anders dan de pandjesbaas – benadeeld nu hij over het hogere forfaitaire rendement belast wordt. Gelet op deze ongelijkheid is het ook niet verwonderlijk dat de Hoge Raad in zijn arrest op 24 december 2021 tot het oordeel kwam dat er geen toereikende rechtvaardiging viel aan te wijzen voor het forfaitaire stelsel van box 3.6 Voor wat betreft het rechtstekort stelt de Hoge Raad dat de belastingplichtige rechtsherstel toekomt en dat niet alleen kan worden stilgestaan bij een vaststelling dat de belastingplichtige, als gevolg van de

EDITIE 2 2022 | ALIBI MAGAZINE

heffing, een individueel buitensporige last heeft.7 Het geboden rechtsherstel was in deze zaak een verlaging van het voordeel uit sparen en beleggen. Met dit arrest in de hand kunnen belastingplichtigen voor wie het huidige forfaitaire rendement nadelig is een heffing op basis van het werkelijke rendement bewerkstelligen. De ongelijke behandeling tussen belastingplichtigen wordt met dit arrest aangepakt nu belastingplichtigen het voor hen gunstige systeem kunnen kiezen: de belastingplichtige zijnde een belegger die beschikt over een hoog daadwerkelijk rendement zal ‘gewoon’ het voor hem gunstige huidige box 3-regime blijven toepassen, terwijl spaarders met een laag daadwerkelijk rendement zullen opteren voor belasting op basis van het daadwerkelijk behaalde rendement. Een reële angst is echter dat dit arrest een tweedeling in de belasting systematiek teweeg zal brengen: aan de ene kant de beleggende pandjesbazen voor wie het voordelig zal zijn om op basis van het forfaitaire rendement belast te worden en aan de andere kant de spaarders voor wie belasting op basis van het daadwerkelijke rendement gunstiger zal zijn. WAAROM BELASTEN WE NIET ‘GEWOON’ HET DAADWERKELIJKE RENDEMENT ? Deze problematiek werpt de vraag op waarom belastingplichtigen niet ‘gewoon’ over het daadwerkelijke rendement belast worden. Het antwoord is te vinden in de doelmatigheid van de belastingheffing. Het achterhalen van het daadwerkelijk behaalde rendement op vermogen van iedere belastingplichtige is een kostbare exercitie. Onder de huidige box 3-systematiek hoeft de Belastingdienst niet van elk vermogensbestanddeel van belastingplichtigen te achterhalen wat het daadwerkelijke rendement is. Dit betekent dat

onder het huidige stelsel de Belastingdienst – die het al moeilijk heeft – niet overtollige data van beleggingsinstellingen en banken hoeft te analyseren. Men kan zich afvragen of het verruilen van rechtvaardige belastingheffing voor doelmatigheid door de wetgever, gelet op de huidige uitspraak, de juiste keuze is geweest. TOEKOMSTPERSPECTIEF De huidige box 3-systematiek is een doorn in het oog van sparende belastingplichtigen nu hun rendement lager ligt dan het forfaitaire rendement. Om tegemoet te komen aan de kritiek die deels ook is aangewakkerd door de lage spaarrente heeft de Staatssecretaris van Financiën de Tweede Kamer in 2019 middels het contourenbriefje al laten weten dat een hervorming van box 3 voor spaarders mogelijk was. De recente uitspraak kan dan ook gezien worden in de lijn van deze ontwikkeling. Voor nu blijft het nog onduidelijk wat de concrete gevolgen van dit arrest zijn. Onduidelijk is of de belastingdienst alle box 3-aanslagen van ná 2017 met terugwerkende kracht moet compenseren en het overtollig geïnde moet terugbetalen. Het is nu aan de Staatssecretaris om snel met een reactie te komen op het arrest waarin dit wordt opgehelderd.

1 2 3

4 5 6

7

Artikel 5.1Wet inkomstenbelasting 2001 Artikel 2.3 Wet inkomstenbelasting 2001 Hoge Raad, 29 september 2017, ECLI:L:HR:2017:2517 Hoge Raad, 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:816 Artikel 5.2 wet inkomstenbelasting 2001 Rechtsoverweging 3.6.1, Hoge Raad, 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:816 Rechtsoverwegingen 3.6.2 en 3.6.3, Hoge Raad, 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:816

31


ALIBI


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
ALIBI editie 2 2021/2022 by ALIBImagazine - Issuu