HOOFDARTIKEL
10
november 2018 | ALIBI Magazine
HOOFDARTIKEL
WCAM-SCHIKKING FORTIS: NA 10 JAAR PROCEDEREN EN ONDERHANDELEN € 1,3 MILJARD VOOR GEDUPEERDE BELEGGERS
SEBASTIAN RENSHOF masterstudent Privaatrechtelijke Rechtspraktijk aan de Universiteit van Amsterdam en als werkstudent verbonden aan Loyens & Loeff N.V.
Foto Roel Rozenburg
Op 13 juli 2018 verklaarde het Gerechtshof Amsterdam de schikking tussen Ageas (de rechtsopvolger van Fortis) en verschillende belangenorganisaties algemeen verbindend. Het resulteerde in de grootste WCAM-schikking tot nu toe en betekende het einde van een lange periode van procederen en onderhandelen. De schikking komt voort uit grote verliezen die beleggers in 2007 en 2008 leidden. In dit artikel bespreek ik het verhaal achter de schikking, de schikking zelf en de beoordeling daarvan door het hof. Ik sluit af met enkele opmerkingen. Achtergrond van het geschil In oktober 2007 nam Fortis, samen met RBS en Santander, ABN AMRO over. Om de overname te bekostigen besloot Fortis tot een aandelenemissie waarmee zij € 13,4 miljard verwachtte op te halen. Desondanks had de overname negatieve gevolgen voor de financiële positie van Fortis. Om haar solvabiliteit te verbeteren nam Fortis tevergeefs verschillende maatregelen. Op 26 juni 2008 maakte Fortis een nieuw pakket maatregelen bekend om haar solvabiliteit verder te versterken. De maatregelen waren een nieuwe aandelenemissie en geen dividenduitkering. Ook deze maatregelen hadden niet het gewenste resultaat en ondertussen bereikte tevens de kredietcrisis zijn hoogtepunt. Eind september 2008 kreeg Fortis staatssteun, maar ook daarmee verbeterde haar solvabiliteit niet. Om Fortis van de ondergang te redden, nationaliseerde de Nederlandse staat begin oktober Fortis Bank Nederland, ABN Amro Nederland en
de Nederlandse verzekeringsactiviteiten van Fortis. Gedurende de zojuist besproken gebeurtenissen verdampte de beurswaarde van Fortis. Op 10 oktober 2007 was het aandeel € 23,26 waard en op 3 oktober 2008 – daags voor de nationalisatie – nog maar € 5,41. Beleggers leiden forse verliezen en verwijten Fortis het verstrekken van misleidende informatie. Onder andere de gepubliceerde Trading Update naar aanleiding van de aandelenemissie ter bekostiging van de overname wordt door beleggers onrechtmatig geacht. Daarnaast zou ook andere berichtgeving van Fortis onjuist en onvolledig zijn geweest. Zo zei de toenmalig financieel directeur een halfjaar na de overname van ABN AMRO en een maand voor de aankondiging van het nieuwe pakket maatregelen: “We liggen goed op schema van onze solvabiliteitsdoelstellingen.” Dezelfde dag verkondigde Fortis in een
11
HOOFDARTIKEL
persbericht: “We hebben nu op alle fronten grote vooruitgang geboekt. Alle belangrijke mijlpalen in dit proces zijn bereikt.” De gang van zaken leidde tot verschillende procedures. De Vereniging van Effectenbezitters (hierna: VEB) startte een enquêteprocedure tegen Fortis. Stichting Investor Claims Against Fortis (hierna: SICAF) trad in deze procedure als belanghebbende op. Bij beschikking van 5 april 2012 oordeelde de OK onder meer dat Fortis welbewust selectieve en onevenwichtige informatie heeft verstrekt aan het beleggend publiek. Fortis stelde tegen deze beschikking cassatie in, maar dat werd door de Hoge Raad verworpen. Hierna volgden verschillende civiele procedures. Eén daarvan was de collectieve actie van FortisEffect, waarin zij een verklaring voor recht vorderde dat Fortis in de besproken periode door het verspreiden van misleidende informatie onrechtmatig handelde. Op 29 juli 2014 wees het Gerechtshof Amsterdam deze vordering toe. De schikking Op 14 maart 2016 bereiken Ageas enerzijds, en de VEB, Deminor, SICAF en FortisEffect (hierna: belangenorganisaties) anderzijds, een schikking. De schikking is “gesloten in verband met gebeurtenissen die in 2007 en 2008 zijn voorgevallen bij het voormalige Belgisch/Nederlandse Fortis S.A./N.V. en die van invloed kunnen zijn geweest op de koers van de aandelen in Fortis.” Partijen wenden zich tot het Gerechtshof Amsterdam om de schikking op grond van art. 7:907 BW algemeen verbindend te verklaren. Dit artikel bepaalt – kort gezegd – dat het Gerechtshof Amsterdam, op gezamenlijk verzoek van één of meer belangenorganisaties en één of meer andere partijen, een overeenkomst strekkende tot vergoeding van schade verbindend kan verklaren
12
“GEDURENDE DE ZOJUIST BESPROKEN GEBEURTENISSEN VERDAMPTE DE BEURSWAARDE VAN FORTIS. OP 10 OKTOBER 2007 WAS HET AANDEEL € 23,26 WAARD EN OP 3 OKTOBER 2008 – DAAGS VOOR DE NATIONALISATIE – NOG MAAR € 5,41” voor de gehele groep benadeelden. De overeenkomst moet strekken ter vergoeding van schade ontstaan door één of gelijksoortige gebeurtenissen en de belangenorganisaties moeten de belangen van de benadeelden ingevolge hun statuten behartigen. Het hof wijst een dergelijk verzoek onder meer af indien de hoogte van de vergoeding niet redelijk is, de belangen van de personen ten behoeve van wie de overeenkomst is gesloten onvoldoende zijn gewaarborgd of de belangenorganisatie onvoldoende representatief is. De beoordeling van het hof De eerste schikkingsovereenkomst die aan het hof werd voorgelegd maakt een onderscheid tussen active claimants en non-active claimants. De active claimants zijn benadeelden die of zelf een procedure tegen Ageas zijn gestart of zich tijdig bij één van de belangenorganisaties hebben aangesloten. De non-active claimants zijn benadeelden die dit niet hebben
gedaan. Active claimants krijgen een aanzienlijk hogere vergoeding dan non-active claimants. Volgens de verzoekers is het verschil redelijk, omdat zonder de inspanningen van de active claimants geen schikking tot stand zou zijn gekomen. Het hof heeft een aantal bezwaren tegen het gemaakte onderscheid. Ten eerste staat het standpunt haaks op de bedoeling van de WCAM, namelijk dat massaschade zoveel mogelijk collectief wordt afgewikkeld en dat benadeelden de uitkomst van de collectieve actie op een weinig belastende wijze kunnen afwachten zonder dat zij hun rechten verliezen. Daarnaast zou door het gemaakte onderscheid een oneigenlijke prikkel (voor belangenorganisaties) ontstaan om zo snel mogelijk een procedure te starten, omdat daarmee een hogere vergoeding in het vooruitzicht ligt. Tot slot is het onderscheid niet gebaseerd op daadwerkelijke schade, waardoor gelijke
november 2018 | ALIBI Magazine
HOOFDARTIKEL
gevallen ongelijk worden behandeld. Op basis van het voorstaande oordeelt het hof dat de achterstelling van de nonactive claimants niet redelijk is en in de weg staat aan de verbindendverklaring. In samenhang met de achterstelling acht het hof de hoogte van de vergoedingen die de belangenorganisaties op grond van de overeenkomst krijgen ook bezwaarlijk. De VEB krijgt € 25 miljoen, Deminor € 10,5 miljoen, FortisEffect € 7 miljoen en SICAF € 2,5 miljoen. Het hof neemt als uitgangspunt dat deze vergoedingen op zichzelf nog niet betekenen dat de belangen van benadeelden onvoldoende zijn behartigd. Belangenorganisaties maken immers kosten en lopen procesrisico. De belangenorganisaties zijn echter wel verplicht om openheid over hun financieringsmodel te geven. Volgens het hof wekken de VEB, Deminor en FortisEffect met de vergoedingen die zij hebben bedongen de indruk dat zij een eigen belang bij de verbindendverklaring hebben. Hierdoor ontstaat twijfel in hoeverre de belangen van de non-active claimants zijn meegewogen bij het uiteindelijk bereikte onderhandelingsresultaat. Het hof komt tot de conclusie dat de belangen van benadeelden in deze overeenkomst onvoldoende zijn gewaarborgd en dat de opgenomen vergoedingsregeling niet redelijk is. De overeenkomst komt daardoor niet voor verbindendverklaring in aanmerking. De verzoekers worden in de gelegenheid gesteld om de overeenkomst aan te passen.
De tweede schikkingsovereenkomst Om tot een nieuwe schikkingsovereenkomst te komen heeft Ageas € 100 miljoen extra vrijgemaakt. De verzoekers hebben de aangepaste schikkingsovereenkomst op 12 december 2017 gesloten en vervolgens ter verbindendverklaring bij het hof ingediend. In de aangepaste overeenkomst zijn de vergoedingen voor de belangenorganisaties ongewijzigd. De belangenorganisaties hebben wel openheid gegeven over hun kostenvergoedingen, verdienmodellen en de wijze waarop de schikking tot stand is gekomen. In het licht van de procesrisico’s die belangenorganisaties en hun financiers lopen, acht het hof de vergoedingen redelijk. Het belangrijkste verschil met de eerste schikkingsovereenkomst is dat de aangepaste overeenkomst anders om gaat met non-active claimants. In de aangepaste schikkingsovereenkomst maken alle gerechtigden aanspraak op dezelfde vergoeding per aandeel. Active claimants maken in de aangepaste overeenkomst wel aanspraak op een additionele vergoeding van 25%, berekend over het bedrag aan vergoedingen waar de betreffende benadeelde recht op heeft. De verzoekers voeren aan dat deze vergoeding enkel ter compensatie van de kosten en inspanningen van active claimants dient. Voor active claimants die zelf een procedure tegen Ageas zijn begonnen acht het hof de additionele vergoeding verdedigbaar. Ook ten aanzien van
“OM TOT EEN NIEUWE SCHIKKINGSOVEREENKOMST TE KOMEN HEEFT AGEAS € 100 MILJOEN EXTRA VRIJGEMAAKT”
november 2018 | ALIBI Magazine
13
HOOFDARTIKEL
active claimants aangesloten bij de belangenorganisaties SICAF, FortisEffect, Deminor, Consumentenclaim en Stichting Fortisclaim acht het hof de additionele vergoeding verdedigbaar, omdat aansluiten bij hen niet vrijblijvend was. Ten aanzien van de benadeelden aangesloten bij de VEB acht het hof de additionele vergoeding echter niet verdedigbaar. De reden hiervoor is dat de leden van de VEB geen daadwerkelijke kosten maken of hebben gemaakt. De positie van de bij de VEB aangesloten beleggers is in feite hetzelfde als de positie van non-active claimants. De additionele vergoeding voor de leden van de VEB staat hierdoor op gespannen voet met de reden voor die vergoeding, namelijk dat de vergoeding bedoeld is ter compensatie van gemaakte kosten, geïnvesteerde tijd en verrichtte inspanningen. De additionele vergoeding voor de de active claimants uit de achterban van de VEB is daarom volgens het hof niet te rechtvaardigingen. Het hof komt tot de conclusie dat zich ten opzichte van de VEB een tweetal afwijzingsgronden voordoen. Ten eerste kan niet worden vastgesteld dat de VEB de belangen van alle benadeelden onder de overeenkomst voldoende waarborgt. De additionele vergoeding die de VEB voor haar leden heeft bedongen is niet objectief te rechtvaardigen en bovendien niet redelijk. Ten tweede is de VEB hierdoor niet voldoende representatief ter zake van de belangen van alle benadeelden onder de overeenkomst. Het hof wijst op grond hiervan het verzoek tot verbindendverklaring ten aanzien van de VEB af. Gelukkig voor de verzoekers heeft dit geen gevolgen voor de schikking in zijn geheel. Het hof overweegt dat voor de verbindendverklaring van de schikkingsovereenkomst niet vereist is dat iedere verzoeker
14
afzonderlijk voldoende representatief is voor de belangen van de gehele groep benadeelden. Voldoende is dat zij gezamenlijk voldoende representatief zijn. Dit is het geval ten aanzien van Deminor, Fortiseffect en SICAF. De afwijzing van het verzoek van de VEB heeft daardoor “geen consequenties voor de geldigheid van de overeenkomst tussen VEB en de overige verzoeksters, noch voor de praktische uitwerking, nakoming en uitvoering van de overeenkomst nadat de verbindendverklaring onherroepelijk is geworden.” Gevolgen Desondanks bestaat er alsnog een (kleine) kans dat de schikking geen doorgang vindt. Indien te veel benadeelden gebruik maken van hun opt out-recht kan de schikking nog mislukken. Op grond van de schikkingsovereenkomst is Ageas gerechtigd om de overeenkomst naar eigen inzicht te doen eindigen als het totale opt out-bedrag meer dan 5% van het totale schikkingsbedrag bedraagt. Het hof heeft een opt out-termijn van 5 maanden bepaald. Interessant is nog de vraag of de afwijzing van het verzoek tot verbindendverklaring ten aanzien van de VEB gevolgen heeft. Adjunctdirecteur van de VEB Errol Keyner denkt dat het allemaal wel meevalt: ‘Je hebt het Hof niet nodig voor het sluiten van een schikking en de meeste sluiten wij gewoon met het bedrijf’. Desalniettemin heeft het hof voor WCAM-schikkingen een duidelijk signaal afgegeven. De vergoedingen moeten redelijk zijn tegenover de gehele groep benadeelden. De kans is groot dat een dergelijke kostenvergoeding er in een volgende WCAM-schikking minder goed vanaf komt. Bovendien ligt het voor de hand dat de WCAM-procedure – in ieder geval totdat het wetsvoorstel afwikkeling
november 2018 | ALIBI Magazine
HOOFDARTIKEL
“DE ADDITIONELE VERGOEDING VOOR DE ACTIVE CLAIMANTS UIT DE ACHTERBAN VAN DE VEB IS DAAROM VOLGENS HET HOF NIET TE RECHTVAARDIGINGEN”
massaschade in collectieve actie in werking treedt – aan populariteit wint. Naar aanleiding van grote schadeveroorzakende gebeurtenissen worden schadeveroorzakende partijen tegenwoordig vaak aangesproken door verschillende belangenorganisaties die elk de belangen van een andere groep benadeelden behartigen. In dergelijke gevallen zal de schadeveroorzakende partij niet enkel met één partij willen schikken, omdat hij dan nog steeds blootstaat aan een veelheid van andere collectieve en individuele schadeclaims. Omdat een WCAM-schikking voorziet in finaliteit, zal de voorkeur van de aangesproken partij daar naar uit gaan. Conclusie Door de verbindendverklaring van de schikking door het Gerechtshof Amsterdam zien de benadeelden tien jaar na dato eindelijk een vergoeding tegemoet. Met een schikkingsbedrag
1. 2.
3.
4. 5.
6.
7.
8.
9.
10. 11. 12. 13. 14.
Hof Amsterdam 13 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2442. Redactie, ‘Consortium zet bod op ABN Amro door’, NRC 10 oktober 2007, te raadplegen via: https://www.nrc.nl/nieuws/2007/10/10/ consortium-zet-bod-op-abn-amro-door11408209-a1109572, laatstelijk bekeken op 13 oktober 2018. Redactie, ‘Fortis wil 13,4 mld uit emissie’, te raadplegen via: https://www.nrc.nl/ nieuws/2007/09/21/fortis-wil-134-mlduit-emissie-11396927-a584500, laatstelijk geraadpleegd via 13 oktober 2018. Hof Amsterdam 13 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2442, r.o. 6.10. Zie P. de Wit Wijnen en H. de Graaf, ‘Fortis terug bij af na mislukte overname ABN Amro’, NRC 29 september 2008, te raadplegen via: https://www.nrc.nl/nieuws/2008/09/29/ fortis-terug-bij-af-na-mislukte-overnameabn-amro-11614883-a1085953, laatstelijk bekeken op 13 oktober 2018. Redactie, ‘Fortis en ABN Amro gered door nationalisatie’, NRC 4 oktober 2008, te raadplegen via: https://www.nrc.nl/ nieuws/2008/10/04/fortis-en-abn-amrogered-door-nationalisatie-11618463-a454554, laatstelijk beken op 13 oktober 2018. VEB, ‘Aandeelhouders Fortis betalen de rekening’, VEB 7 mei 2009, te raadplegen via: https://www.veb.net/artikel/01313/ aandeelhouders-fortis-betalen-de-rekening, laatstelijk bekeken op 13 oktober 2018. Zie Press release, ‘Fortis trading update: 21 september 2007’, te raadplegen via: https:// www.ageas.com/nl/node/3151, laatstelijk bekeken op 13 oktober 2018. P. de Witt Wijnen, ‘Fortis wist dat het slecht ging, maar zweeg’, NRC 15 februari 2012, te raadplegen via: https://www.nrc.nl/ nieuws/2012/02/15/fortis-wist-dat-hetslecht-ging-maar-zweeg-12166477-a401981, laatstelijk bekeken op 13 oktober 2018. OK 5 april 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW0991, JOR 2013/41, m.nt. C.D.J. Bulten. HR 6 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1586, NJ 2014/167, m.nt. P. van Schilfgaarde. Hof Amsterdam 29 juli 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:3005. Hof Amsterdam 16 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2257 r.o. 2.3. Op grond van art. 1013 lid 3 Rv is het gerechtshof Amsterdam is exclusief bevoegd kennis te nemen van een verzoek tot
november 2018 | ALIBI Magazine
15. 16. 17. 18.
19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30.
31. 32. 33. 34. 35. 36. 37.
verbindendverklaring. Art. 7:907 lid 1 BW. Art. 7:907 lid 1 BW. Art. 7:907 lid 3 sub b, e en f BW. Hof Amsterdam 16 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2257, r.o. 7.2. De active claimants ongeveer 50% meer dan de nonactive claimants. Zie Hof Amsterdam 16 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2257 r.o. 8.16. Op grond van de overeenkomst krijgen de active claimants ongeveer 50% meer vergoeding dan de non-active claimants. De non-active claimants worden gekwalificeerd als free riders. Hof Amsterdam 16 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2257 r.o. 8.22. Hof Amsterdam 16 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2257 r.o. 8.23. Hof Amsterdam 16 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2257 r.o. 8.26. Hof Amsterdam 16 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2257 r.o. 8.27. Hof Amsterdam 16 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2257 r.o. 8.39. Hof Amsterdam 16 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2257 r.o. 8.41. Hof Amsterdam 16 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2257 r.o. 8.41. In de zin van artikel 7:907 lid 3 sub b BW. Op grond van art. 7:807 lid 4 BW. S. Jonker, ‘Nieuw akkoord met claimclubs over recordschikking Fortis’, FD 12 december 2017, te raadplegen via: https://fd.nl/beurs/1232080/ nieuw-akkoord-met-claimclubs-overrecordschikking-fortis, laatstelijk bekeken op 13 oktober 2018. Zie ook Hof Amsterdam 13 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2422, r.o. 4.8. Hof Amsterdam 13 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2422, r.o. 3.1. Hof Amsterdam 13 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2422, r.o. 5.42. Hof Amsterdam 13 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2422, r.o. 5.3. Hof Amsterdam 13 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2422, r.o. 5.44. Hof Amsterdam 13 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2422, r.o. 5.46. Aangesloten benadeelden dienden zich te verbinden tot een succesfee en/of dienden een bijdrage te betalen. De leden van de VEB betalen enkel een jaarlijkse contributie, waarvan de gelden breder worden ingezet dan enkel de Fortiszaak. De VEB maakt onder meer een maandblad voor haar leden en is betrokken bij consultaties en
van € 1,3 miljard is het de grootste WCAM-schikking tot dusver. De weg naar de verbindverklaring was geen makkelijke. Ondanks het feit dat de betrokken partijen het met elkaar eens waren, was het hof zeer kritisch. Het onderscheid tussen active en non-actieve claimants in de eerste schikkingsovereenkomst stond aan een verbindendverklaring in de weg en diende te worden aangepast. Daarnaast moesten de belangenorganisaties de vergoedingen die hen zelf toekwamen inzichtelijk maken. Het leidde tot een aangepaste schikkingsovereenkomst die de beoordeling van het hof uiteindelijk wel doorstond. Enkel ten aanzien van de VEB wees het hof het verzoek tot verbindendverklaring af, omdat zij de kostenvergoeding voor de achterban van de VEB niet te rechtvaardigen vond. Gelukkig voor de betrokken partijen stond dit punt niet aan de verbindendverklaring van de schikking in de weg. •
38. 39. 40. 41. 42. 43. 44. 45. 46. 47.
48. 49.
50.
51.
wetgevingstrajecten. Zie hof Amsterdam 13 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2422, r.o. 5.52.1. Hof Amsterdam 13 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2422, r.o. 5.58. Hof Amsterdam 13 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2422, r.o. 5.55. Hof Amsterdam 13 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2422, r.o. 5.51-5.55. Art. 7:907 lid 3 sub e. Hof Amsterdam 13 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2422, r.o. 5.59. Art. 7:907 lid 3 sub f. Zie ook Hof Amsterdam 13 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2422, r.o. 5.59. Hof Amsterdam 13 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2422, r.o. 5.59. Hof Amsterdam 13 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2422, r.o. 5.60. Hof Amsterdam 13 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2422, r.o. 8.3. Zie art. 7.2 van de ‘Amended and Restated Settlement Agreement’, te raadplegen via: https://www.rechtspraak.nl/ SiteCollectionDocuments/ageas-aangepastesettlement-agreement.pdf, laatstelijk bekeken op 13 oktober 2018. Hof Amsterdam 13 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2422, r.o. 9.1. E. van Rein, ‘Verdienmodel VEB onder druk door Fortis-schikking’, FD 31 juli 2018, te raadplegen via: https://fd.nl/beurs/1264446/ verdienmodel-veb-onder-druk-doorfortisschikking, laatstelijk bekeken op 13 oktober 2018. In de voorgestelde procedure wordt er door de rechter één exclusieve belangenbehartiger aangewezen. Deze exclusieve belangenbehartiger komt in de procedure op voor alle benadeelden. Onder het wetsvoorstel worden aangesproken partijen dus in mindere mate geconfronteerd verschillende procedures door verschillende belangenorganisaties. Art. 1018e Rv Wetsvoorstel. Voor meer achtergrond, zie: Kamerstukken II 2016/17, 34 608, nr. 3 (Memorie van Toelichting), p. 42-46. De Fortis-zaak is daar een goed voorbeeld van, maar staat niet alleen. Andere voorbeelden zijn verschillende procedures naar aanleiding van affaires omtrent renteswaps, woekerpolissen en de aandelen lease. Ook beboete karteldeelnemers worden doorgaans door verschillende belangenbehartigers aangesproken. KLM wordt naar aanleiding van het luchtvrachtkartel bijvoorbeeld aangesproken door Equilib, Stichting Cartel Compensation en East West Debt.
15