Better Together

“Samenwerken met veehouders geeft een betere bodemgezondheid”
Agrifirm kiest voor dialoog in maatschappelijk debat
De ontwikkeling van Crunch










![]()

“Samenwerken met veehouders geeft een betere bodemgezondheid”
Agrifirm kiest voor dialoog in maatschappelijk debat
De ontwikkeling van Crunch

















Het is de tijd van het jaar waarin mensen terugkijken en ook mij wordt de vraag gesteld: hoe was je eerste jaar bij Agrifirm? Mijn antwoord is positief. We hebben een heldere strategie voor het bedrijf ontwikkeld en die levert nu al resultaat: we sluiten het jaar weer af met een positief resultaat. Veel bedrijfsonderdelen, waaronder de buitenlandse, groeien weer en de kosten zijn verlaagd.
Maar zeker zo belangrijk als de cijfers zijn natuurlijk de mensen, en ook daar zie ik een verandering. Ik zie dat onze collega’s meer resultaatgericht werken en meer samenwerken binnen afdelingen en bedrijfsonderdelen. Dat werkt en dat geeft energie. Juist doordat we samen aan een duidelijk doel werken en een beter resultaat realiseren, hebben mensen meer focus en plezier in hun werk. Ze durven dingen te proberen en delen hun trots en enthousiasme daarover. Mooi om te zien.




















Het laat ook zien dat resultaat een goede drijfveer kan zijn en meer is dan alleen winst maken. Ook die vraag krijg ik, past die focus op resultaat wel bij een coöperatie? Volgens mij past dat juist bij een coöperatie. In de eerste plaats omdat we onze leden een mooie ledenuitkering willen geven en dat kan alleen als we winst maken, zeker ook bij de buitenlandse dochters. Daarnaast kan









alleen een financieel gezond bedrijf investeren in het behartigen van de belangen van onze leden en de sector, en in innovatie. Juist door die innovatie kunnen we producten en diensten aanbieden die onze leden verder helpen, die duidelijk meer opleveren dan ze kosten. Ook dat is in 2025 goed gelukt, met een aantal mooie introducties.


Toch kende oktober 2025 ook een dieptepunt: de melkveevoerleveringen waarin aflatoxine werd aangetroffen. Dit incident betreuren we ten zeerste. We realiseren ons dat dit voor de betrokken veehouders en zuivelbedrijven extreem vervelend is geweest en grote gevolgen heeft gehad voor hun bedrijfsvoering. Vanaf het eerste moment hebben we met man en macht gewerkt om de situatie zo zorgvuldig mogelijk op te lossen. Ons doel is om de nazorgactie niet alleen correct, maar ook naar volle tevredenheid van alle betrokkenen af te ronden.
Wij willen onze grote waardering uitspreken voor de medewerking, het geduld en het begrip van onze klanten, leden, ketenpartners, zuivelondernemingen, de autoriteiten en alle andere betrokkenen.
Dankzij de snelle samenwerking en open communicatie kon de omruilactie voortvarend worden uitgevoerd.
Onze strategie ‘Volle kracht vooruit’ is duidelijk: we brengen het huis weer op orde en herstellen de winstgevendheid verder. De stappen die we tot nu toe hebben gezet, zijn nog maar het begin. De eerste positieve signalen zijn zichtbaar – nu is het zaak om dat vast te houden. We richten ons op verdere groei, nog betere samenwerking. En laten we niet vergeten om onderweg ook samen te genieten en af en toe te lachen.

in vogelvlucht













Piet Hilarides CEO Royal Agrifirm Group
Willem van Erp uit
Gasselternijveenschemond (DR)
In Gasselternijveenschemond runt Willem van Erp een maatschap met zijn ouders een gemengd bedrijf met akkerbouw en pluimvee. Op 65 hectare worden zetmeelen consumptieaardappelen, suikerbieten, granen en uien geteeld. Daarnaast houden ze 40.000 leghennen met het één ster Beter Leven-keurmerk. De familie Van Erp komt oorspronkelijk uit Brabant, waar Willems oom het ouderlijk bedrijf voortzette.

“De tarwe die we op onze eigen grond verbouwen, slaan we in deze silo op en voeren we zelf op aan onze kippen.”
“Komend jaar bouwen we een nieuwe loods, deels voor machineberging en deels voor bewaring. De loods krijgt twee bewaarcellen: één voor aardappelen en één voor uien. Door zelf te kunnen bewaren hoeven we niet alles direct af-land te verkopen, later afzetten levert vaak meer op, dit verschilt per jaar. De vergunning van de loods is rond; we wachten nog op de constructieberekeningen. Agrifirm Exlan heeft ons bij het vergunningstraject begeleid.”
“Mijn ouders zijn in 1990 op dit bedrijf gestart met vleeskippen en akkerbouw. In 2004 zijn zij overgeschakeld naar leghennen. In de loop van de jaren zijn er twee schuren bij gebouwd. Inmiddels zitten er geen kippen meer in de oudste schuur; een deel gebruiken we als caravanstalling, de rest is opslag.”
“In een straal van zo’n 10 kilometer verbouwen we op 65 hectare zetmeel- en consumptieaardappelen, suikerbieten, granen en uien. In onze teelt werken we nauw samen met Agrifirm: zij begeleiden ons en leveren de gewasbeschermingsmiddelen die we nodig hebben. Mijn interesse ligt vooral bij de akkerbouw. Mijn ouders richten zich op de kippen. De combinatie van akkerbouw en pluimvee vind ik mooi.”
"Ons bedrijf ligt aan de route richting het centrum van Stadskanaal, wat zorgt voor veel doorgaand verkeer. Op dit moment verkopen we eieren in een automaat aan de weg. Wellicht gaan we in de toekomst ook nog andere producten aanbieden. De ideeën zijn er al, maar concrete stappen nog niet.”

Ceesjan en Norbert van Stee uit Steggerda
Bedrijf
> Hoofdteelt: eerstejaars plantuien, consumptieaardappelen, pioenrozen.
> Daarnaast gras, mais, graan, suikerbieten, afrikaantjes, in samenwerking met veehouders uit de regio.
> 1 vaste medewerker en losse seizoenskrachten.
Deze winter zijn Ceesjan (39) en Norbert van Stee (33) weer aan verschillende keukentafels te vinden. Als akkerbouwers kiezen ze voor samenwerking met veehouders, waarbij ze zoeken naar voordeel voor beide partijen. In combinatie met innovatie, zoals de Robot One die onkruiden lasert, zien de broers volop mogelijkheden voor hun bedrijf.
Hoe is jullie bedrijf ontstaan?
Norbert: “We zijn op een akkerbouwbedrijf in de Noordoostpolder geboren, waar onze vader al jong overleed. We wilden beiden graag boer worden, hebben een agrarische opleiding gevolgd en kregen in 2019 de kans om hier grond te huren in de buurt van onze oom. Zo zijn we langzamerhand begonnen. Boeren is echt mijn passie, de vrijheid, het buiten werken, dat vind ik mooi.”
Ceesjan: “Ik begon eerst met uien, Norbert met pioenrozen. We hebben beiden dezelfde passie en dan loopt het eigenlijk heel natuurlijk om dat samen te doen. Dat is efficiënt en gezellig. En omdat je broers bent heb je aan een paar woorden genoeg.”
Eerstejaars plantuien en pioenrozen zijn geen alledaagse teelten. Waarom kiezen jullie hiervoor? Norbert: “Zulke speciale teelten zijn uitdagend. Dat maakt het leuk om te telen. Bij de eerstejaars plantuien bijvoorbeeld moet je 100% opkomst hebben, zodat alle bollen dezelfde grootte hebben. 80% opbrengst is een misoogst. Dat is echt topsport.”
Ceesjan: “Aaltjes zijn dus funest. Daarom is de conditie en gezondheid van de grond enorm belangrijk, omdat wij uitgangsmateriaal voor de volgende telers maken.”
Hoe werken jullie aan die bodemgezondheid?
Ceesjan: “We willen de geschiedenis van een perceel kennen. Wij werken daarom veel samen met veehouders. Dus dan telen we bijvoorbeeld bij hen pioenrozen, en wij op een ander stuk mais voor hen, waardoor je een hele
>>
>>
ruime rotatie hebt. Als je een jaar op de grond boert en het perceel kent, kun je naar minder chemie toe.”
Norbert: “Zo kunnen we echt per perceel kiezen wat waar past. Of de grond door de juiste groenbemester voorbereiden op de teelt. En je hebt veel minder ziektedruk.”
Wat is belangrijk voor een goede samenwerking tussen veehouders en akkerbouwers?
Ceesjan: “We gaan ’s winters de boer op, om te horen wat zij nodig hebben. Dat is heel leuk. De een heeft mais nodig, de ander wil graag stro hebben en weer een ander wil zijn mest graag kwijt. Zo weidt iemand bijvoorbeeld zijn koeien op ons gras. Dan kijk je echt hoe je de ander kunt helpen. Dat is denk ik onze kracht.”
Norbert: “Dit geeft ook verantwoordelijkheid. Soms moeten we een perceel ploegen, kilveren, drainage aanleggen of zelfs een bron slaan, om uiteindelijk het beloofde gewas te kunnen leveren. Je moet er beiden voordeel bij hebben. En ook tijd voor maken. Als ik druk aan het aardappels rooien ben, zit ik niet
per se te wachten op een praatje, maar dat is juist wel belangrijk.”
De bollenteelt ligt maatschappelijk gezien onder een vergrootglas, hoe ervaren jullie dit?
Ceesjan: “Dat is best lastig om mee om te gaan. Wij zien de zorg bij omwonenden ook toenemen. We sturen mensen soms een appje als we een perceel rond hun huis spuiten. Maar je merkt dat mensen willen weten wat je spuit, hoe laat en waarom.”
Norbert: “Er is minder keuze in middelen en middelen werken minder goed. We zien onze opbrengst daardoor echt teruglopen. Wij hadden nooit meeldauw, maar afgelopen jaar moesten we soms wel twee keer per week spuiten. Dus juist door die veranderende wetgeving ziet de omgeving ons vaker met de spuit rijden.”
Ceesjan: “De kloof tussen boer en burger is daarin groot, lang niet iedereen weet meer hoe ons voedsel gemaakt wordt, dat vind ik zorgelijk.”
Norbert: “Wij vinden: in duurzaamheid moet je gewoon voorop lopen.”


Hoe doen jullie dat, voorop lopen in duurzaamheid?
Ceesjan: “Efficiënt met middelen en bemesting omgaan. Elke korrel moet exact op de juiste plek terechtkomen, dus wij doen alles op GPS.”
Norbert: “De pioenroos is een tweejarig gewas, waarbij we de wortelstokken op aardappelruggen telen. Het eerste jaar groeit het gewas niet dicht,
Robot One lasert onkruid
“De Robot One heeft een camera die dankzij AI onkruid herkent en vervolgens met een laser onkruid doodt”, legt Rene Kremers, die de broers begeleidt bij het werken met de robot, uit. “Op dit moment trainen we hem nog door heel veel foto’s te laten maken en die te definiëren zodat hij onkruiden in de verschillende stadia herkent. Dankzij provincie Friesland, doen we dat ook in de pioenrozen van Ceesjan en Norbert. Op termijn kunnen we mechanische onkruidbestrijding toevoegen, elementen om grasklaver tussen de rijen te zaaien en te maaien of een doseerlans voor compostthee of biostimulanten toevoegen”, schetst Kremers als toekomstbeeld.
waardoor je een hoge onkruiddruk hebt. De pioenroos is ook nog eens heel gevoelig, dus je kunt niet volvelds spuiten. Daarom zijn we nu bezig met de Robot One, die het onkruid lasert.”
Hoe werkt deze Robot One?
Norbert: “De robot rijdt op termijn autonoom. Hij herkent het onkruid en brandt dit vervolgens met een laser weg, zodat je geen of minder gewasbeschermingsmiddelen nodig hebt.”
Ceesjan: “Vorig jaar heeft de robot vooral beelden gemaakt om te werken aan de herkenning van onkruid. Dit jaar heeft hij ook al onkruiden weggebrand. Dit is echt de toekomst, ook al is hij nu nog in ontwikkeling. Maar als iedereen wacht, gebeurt er niets.”
Hoe zien jullie de toekomst?
Norbert: “Ik zie alleen maar kansen. In samenwerking met stoppende boeren, maar ook in druppelirrigatie voor onze droge zandgrond. En we willen flexibel blijven zodat we kansen kunnen pakken.”
Ceesjan: “Ik zie ook veel kansen in de samenwerking met veeboeren. Ook op mest. Met krakers kunnen we dierlijke mest wellicht nog veel beter gaan benutten en inzetten. Ik hoop dat de wetgeving en het GLB meer ruimte biedt om elkaar als akkerbouwers en veehouders te versterken.”
Wie?
Lourens Herrema (25)
Wat?
Controle bij de melkrobot
Waar?
Menaldum
Wanneer?
17 november 2025

Sinds anderhalf jaar werkt melkveehouder Lourens Herrema met melkrobots. Aan beide kanten van de stal heeft hij twee Lely A5 robots en dat was een goede investering vindt hij. Nu worden zijn koeien drie keer per dag gemolken in plaats van twee keer. Het resultaat: een betere uiergezondheid, meer rust in de stal, live data van het wel en wee van zijn dieren in een app op zijn telefoon en een hogere melkproductie. Die ging het afgelopen jaar van 32,5 liter naar 34,5 liter per koe per dag. Het doel is om dat nog verder te verhogen richting de 36 liter. Lourens runt het melkveebedrijf met 220 melkkoeien en 100 stuks jongvee in een maatschap met zijn ouders en oom en tante. Het bedrijf heeft ook een akkerbouwtak en een pluimveetak.
Agrifirm kiest voor dialoog in maatschappelijk debat
“Met een goed onderbouwd gesprek kun je echt bruggen slaan”

Hoe vertel je als sector je eigen verhaal, terwijl je onder een vergrootglas werkt? Het vertellen van ‘het echte verhaal’ verzandt al gauw in het zenden van feiten, die bot vangen in een discussie waar ook emotie een rol speelt. Agrifirm gaat de komende jaren daarom volop in gesprek met onder andere NGO’s en ketenpartijen. “We zetten in op een inhoudelijk gesprek op specifiek gekozen dossiers”, legt Ruud Tijssens, Director Public & Cooperative Affairs, uit.
Bij de keuze voor die dossiers gaat het om thema’s waar de situatie dringend is én waar Agrifirm vanuit haar inhoudelijke kennis en ervaring een verschil kan maken. Een voorbeeld is het gewasbeschermingsmiddelendossier (zie kader), maar ook op andere onderwerpen in zowel plantaardige als veehouderijsectoren zal Agrifirm pro-actief het gesprek opzoeken.
Beeldvorming
“We zien dat de beeldvorming zich op sommige
terreinen snel ontwikkelt. Dat heeft soms veel invloed op onze leden, terwijl de discussie niet altijd op de juiste informatie gebaseerd is”, licht Ruud toe. “Logisch ook, we hebben het vaak over partijen zoals retailers, politiek of NGO’s die wel geïnteresseerd in de keten zijn, maar niet de gedetailleerde technische en economische kennis van onze sector hebben. Dat is soms frustrerend, maar het is wel de realiteit waar we mee te maken hebben en dus is het belangrijk daar een goed antwoord op te hebben.”
Het echte verhaal
Dat antwoord zit hem voor Agrifirm in het vertellen van het ‘echte verhaal’. Een aanpak die lijkt op de route die de sector vaak kiest, maar toch is er een belangrijk verschil met de benadering van Agrifirm, stelt Ruud. “Er worden vaak wel feiten of rationele argumenten gedeeld, maar de onderbouwing mist. En daarmee ook de aansluiting op de ontvanger. Daarom geloven we ook niet in zenden, maar in een echte dialoog. Dat begint met vragen en luisteren:
waar zit het pijnpunt, waar hebben jullie behoefte aan? Vervolgens kunnen we daar uitleg over geven, onderbouwd met feiten en cijfers. Ik merk dat we daarmee, ook bij meer activistische NGO’s, echt bruggen kunnen slaan.” Als voorbeeld noemt Ruud het onderbouwen van de ecologische impact van bepaalde producten of werkwijzen. “We hebben exact de milieubelastingspunten in beeld van de producten die we adviseren. Daarmee kunnen we zichtbaar aantonen dat de sector stappen zet en dat we ambitieuze doelstellingen durven stellen, maar ook wat er voor nodig is om verdere stappen te zetten. Dan kun je echt samen naar oplossingen zoeken.”
Financiële impact
Als startpunt heeft Agrifirm een onderzoek uitgevoerd onder de eerder genoemde stakeholders, om erachter te komen waar de behoefte ligt en welke thema’s vooral belangrijk zijn. Ruud: “Het gaat dan bijvoorbeeld om de impact op biodiversiteit en water of de mogelijkheden om klimaatverandering te beperken.” Agrifirm gaat de komende tijd op onder andere deze onderwerpen actief het gesprek opzoeken, om met feiten onderbouwd te laten zien waar mogelijkheden liggen om het verschil te maken en wat daarvoor nodig is. “Juist daar ligt ook onze toegevoegde waarde, want op technisch vlak hebben we vaak wel oplossingen om bijvoorbeeld de milieu-impact
te verlagen, maar die hebben ook een economische impact. Die financiële kant blijft vaak onderbelicht in het debat, terwijl we juist inzichtelijk willen maken dat dit geen kwestie van luxe of onwil is, maar dat het oplossen van de financiële puzzel echt de sleutel kan zijn. Daar zijn twee routes voor, namelijk ketenproposities die waarde toevoegen of overheidsregelingen en subsidies, en bij beide is het belangrijk om met de betrokken partijen in gesprek te gaan.”
Actief in gesprek
Ook in de afgelopen jaren was Agrifirm actief in het maatschappelijk debat. Nu scherpt de coöperatie deze koers aan met een duidelijke focus op specifieke dossiers, en een pro-actievere aanpak.
“We hebben als Agrifirm al best een stevige positie in het maatschappelijk debat en kiezen ervoor om die positie heel gericht in te zetten. De algemene belangenbehartiging laten we, net als voorheen, over aan de brancheorganisaties. In de dossiers die wel onder onze expertise vallen gaan we actiever het podium en het gesprek opzoeken, ook met partijen die verder van ons af lijken te staan. Dat stuit soms op weerstand in de sector, maar de realiteit is dat dit essentieel is om in de toekomst een gezonde sector te behouden.”
Het dossier gewasbescherming
Op verschillende plekken in deze Better Together lees je over de maatschappelijke discussies over gewasbeschermingsmiddelen. Het is dan ook niet voor niets dat Agrifirm juist dit onderwerp op korte termijn prioriteit geeft in de dialoog met maatschappelijke partijen. “De noodzaak is hier erg groot, we zien dat er op korte termijn teelten dreigen te verdwijnen als we niet snel stappen kunnen zetten”, legt Ruud Tijssens uit. “Ook bij andere thema’s en sectoren zetten we stappen, maar is het over het algemeen zo dat de bedrijfsvoering van onze leden niet direct op korte termijn in gevaar komt. In sectoren zoals akkerbouw en bollen zien we dat nu wel, en daarom leggen we daar extra nadruk op.”









































Ben jij een enthousiaste jonge boer of teler en wil je agrarische bestuurservaring opdoen? Kom dan bij de Jongerenraad van Agrifirm. Een ambitieuze club jonge mensen (20-32 jaar) die meedenkt met het bestuur van Agrifirm. Een mooie kans om jezelf te ontwikkelen en samen te werken met andere jonge ondernemers en ervaren districtsbestuurders bij jou in de regio. Momenteel zijn we specifiek op zoek naar nieuwe kandidaten uit de varkens- en bloembollensector, maar uiteraard is iedereen van harte welkom!













Heb je interesse? Kijk op onze website voor meer informatie en meld je direct aan.

Begin 2026 organiseert Agrifirm een 2-daagse excursie voor jonge boeren en telers in het Noorden van Nederland. Tijdens de excursie worden er diverse bedrijven bezocht voor interessante inzichten en inspiratie. De voorbereidingen zijn momenteel in volle gang. Lijkt jou dit interessant? Houd dan onze website in de gaten voor meer informatie en de mogelijkheid tot aanmelden.
Agrifirm ook de NAJK en de provinciale AJK’s in Friesland, Groningen, Drenthe, Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Brabant ondersteunt? Daarmee hopen we perspectief te bieden voor jonge boeren en telers. Want samen maken we het verschil!
Agrarisch ondernemen is dynamischer dan ooit. We helpen elkaar verder, kijken vooruit. Met een open blik en oog voor een ander. Wij zijn de makers van voer voor vooruitgang. En dát is dan ook het thema van de Agrarische Jongerendag die 4 februari 2026 in Barneveld plaatsvindt. Georganiseerd door meer dan 16 coöperaties en belangenbehartigers, waaronder natuurlijk ook Agrifirm als een van de belangrijke initiatiefnemers. De voorbereidingen zijn in volle gang en het wordt weer een erg leuk programma vol boeiende sprekers. Ben jij er ook bij? Kijk op onze website voor meer informatie en de mogelijkheid om je aan te melden.



Binnen Agrifirm optimaliseren we continu onze dienstverlening, producten en processen. Hierbij kunnen we jouw hulp als klant goed gebruiken: we willen graag weten wat voor jou echt belangrijk is. Als panellid denk je vrijblijvend mee over onze producten, diensten en processen. Je ontvangt maximaal 10 keer per jaar een e-mailuitnodiging voor korte online onderzoeken (3-5 minuten). Omdat je bij je aanmelding aangeeft in welke sector je actief bent, ontvang je alleen relevante uitnodigingen die aansluiten bij jouw ervaring. San de QR-code en meld je aan.
De ledenraad van Agrifirm heeft Han Kolff benoemd tot bestuurslid, waarna hij is toegetreden tot de Raad van Commissarissen van Agrifirm. Met zijn brede bestuurlijke en internationale ervaring en meer dan twintig jaar expertise in de foodsector vormt hij een waardevolle toevoeging aan de Raad. De benoeming gaat officieel in op 11 december 2026.
In februari 2026 worden de nieuwe leden voor de ledenraad gekozen. Er is besloten om de ledenraad van Agrifirm de komende jaren, door natuurlijk verloop, in te krimpen van 60 naar 50. Dit betekent concreet dat we geen nieuwe kandidaten zoeken voor 2026, maar dat er wel ledenraadsleden herkiesbaar zijn voor een nieuwe termijn. Op onze website stellen de herkiesbare leden zich graag voor.

‘Geitenbrij’ maakt 100% reststromen in geitenrantsoen mogelijk
Na uitgebreid onderzoek hebben Agrifirm en Bonda hét recept ontwikkeld voor een geitenrantsoen op 100% reststromen: Geitenbrij. Het levert niet alleen een duurzame, circulaire voeroplossing met een lage CO2-impact op. In de praktijk laten de geiten met Geitenbrij ook een hoge voerefficiëntie zien bij een minimaal gelijkblijvende melkproductie en bijbehorende gezondheidskenmerken.



Ken jij hem al, de podcast van KennisBoeren? KennisBoeren is hét platform om samen te bouwen aan toekomstbestendige landbouw. Naast de kennisbank en het forum vind je hier podcasts. Of het nu gaat om regeneratieve landbouw, fertigatie, digestaat, mest, methaanemissie verlagen of compost, overal is wel een podcastaflevering over te vinden. Luister je mee? Luister de podcasts via jouw favoriete podcastkanaal bij KennisBoeren.
Scan de QR-code en luister direct onze podcasts op Spotify.

Op donderdag 25 september vond de 71e Agrarische Schouw plaats in Park Heremastate in Joure. Onder het thema “Leidt de strijd om melk ons naar een euro per liter?” verzamelden duizenden bezoekers zich om inspiratie op te doen en elkaar te ontmoeten. Agrifirm was er uiteraard bij als trouwe sponsor. Op de stand konden bezoekers meedoen aan een prijsvraag en kans maken op de Gouden Combinatie: Kalvolac-melkpoeder en DairyStart-krachtvoer, de perfecte start voor sterke en gezonde kalveren.




Agrifirm was op de Pork & Poultry-beurs aanwezig met een stand die volledig in het teken stond van Crunch. Want naast Crunch voor varkens hebben we nu ook Crunch voor pluimvee: selectievrij voer voor een uniform en beter presterend koppel. De lancering vond plaats voorafgaand aan de beurs met een feestelijke lunch met klanten. Tijdens de beurs werd Crunch bekroond met de Innovatie Award: een mooie erkenning voor dit revolutionaire productieproces.

RMV dagen 2025
Eigenlijk kunnen we wel zeggen dat onze deelname in zowel Hardenberg als Gorinchem een doorslaand succes was.
Vanuit een nieuwe Agrifirm stand, met goed getrainde en gemotiveerde collega’s hebben ruim 1900 bezoekers hun badge bij ons gescand om meer te weten te komen over onder andere TopStart.


Potato Europe
Het zit erin! En samen halen we het eruit.
Tijdens Potato Europe, begin september in Lelystad, lanceerde Agrifirm haar nieuwe profilering voor de aardappelsector.
Daarmee laten we zien waar we voor staan: Agrifirm is dé aardappelteeltspecialist.
De aardappelplant staat bij ons centraal.
De uitstraling van de stand sluit aan bij deze nieuwe koers. Minder productgericht, meer teeltgericht. Dat maken we waar met een aanpak met inzicht en overzicht. Met data, middelen, slimme tools en uiteraard onze kennis.
Scan de QR-code voor meer informatie over onze aanpak.






Sectorinbreng zorgt voor onderbouwing bij discussie
Nieuw Galmijt lab geopend
Onlangs opende het Expertisecentrum
Bloembollenteel een nieuw Galmijt lab. Galmijt is een hardnekkige plaag in de bloembollenteelt en met dit nieuwe lab beschikt de sector over een unieke plek om bestaande kennis verder uit te bouwen en praktische oplossingen te ontwikkelen. Zo komt een duurzame en effectieve beheersing steeds dichterbij. Scan de QR-code en lees meer.
Eerder in deze Better Together las je over de rol die Agrifirm inneemt in het maatschappelijke debat over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Een voorbeeld van zo’n bijeenkomst is de informatieavond van de vereniging Meten=Weten over de relatie tussen gezondheid en deze middelen. Behalve veel burgers en lokale politici waren ook vertegenwoordigers van de sector aanwezig, waaronder Agrifirm Specialist Akkerbouw Arjan Ottens.
De vereniging Meten=Weten zet zich in voor ‘een leefomgeving zonder pesticiden’ en organiseerde afgelopen september een bijeenkomst in Westerbork. “De opkomst was hoog, en het was duidelijk dat er veel mensen waren met een beperkte kennis van de sector”, vertelt Arjan. “Er werden dan ook de nodige dingen gezegd die achterhaald zijn, of vooral op aannames berusten. Omdat ook de agro-sector goed vertegenwoordigd was, ontstond er toch een goede en respectvolle discussie waarbij onjuiste statements weerlegd konden worden met goed onderbouwde reacties.”
Cas: “De laatste tijd help ik steeds vaker mee op het melkveebedrijf van mijn ouders. Ik krijg er ook wat extra zakgeld voor, want “voor wat, hoort wat”, zegt mijn vader altijd. Ik geef de kalfjes melk, strooi hooi en stro, help de koeien naar buiten doen, wijs de loonwerker waar hij moet hakselen en soms mag ik meerijden op de verreiker of trekker. We hebben ook net een nieuwe werktuigenloods gebouwd, en daar hielp ik ook met allerlei kleine klusjes.”
Nils: “Ons eigen geitenweitje verzorgen mijn broer en ik helemaal zelf. Dat is superleuk!
Maar het allerleukste vind ik de kalverhokken schoonspuiten (daar word je zelf lekker vies van) en een rondje rijden op de mestrobot.
Soms slaat die een stukje over en dan springen Cas en ik erop voor een ritje door de stal. Met de afstandsbediening kunnen we hem zelf besturen!”

Antwoord op ondernemersvragen
‘Ik heb bericht van de provincie gehad dat
ze van plan zijn handhavend op te treden tegen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op mijn perceel. Wat nu?’

Lambert Polinder: “Je bent niet de enige: in verschillende provincies zijn er milieuorganisaties die honderden handhavingsverzoeken indienen. Daarbij gaat het om de vraag of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (GBM) effect zou kunnen hebben op Natura 2000-gebieden. Als niet uitgesloten kan worden dat hier sprake van is, moet de teler een Natuurvergunning hebben.
De organisaties die deze verzoeken indienen maken bezwaar tegen het gebruik van GBM zonder natuurvergunning.
Na ontvangst beoordeelt de provincie een verzoek. Meestal wordt de teler pas op de hoogte gebracht als de provincie informatie aanvraagt. Wees heel voorzichtig met wat je deelt, omdat de milieuorganisatie al deze informatie kan opvragen via de Wet open overheid. Lever dus niet je spuitregistratie aan, en vraag bij specifieke informatie-aanvragen altijd om de vraag op de mail te zetten. Dat geeft je de tijd om juridische ondersteuning in te schakelen. Ik zou dat zo vroeg mogelijk in het traject doen om te voorkomen dat je verkeerde afslagen neemt.
Als de provincie inderdaad vermoedt dat er sprake kan zijn van een overtreding, ontvang je het voornemen om handhavend op te treden. Je kunt dan reageren met een zienswijze en ons advies is om dit altijd te doen. Laat de zienswijze bij voorkeur opstellen door een jurist die thuis is in het natuurbeschermingsrecht en ervaring heeft met Natura 2000-wetgeving.
De volgende stap is dat de provincie een besluit neemt. Als ze besluiten om te handhaven kun je in beroep gaan. Bespreek ook dit met een jurist. Besluit de provincie om niet te handhaven, dan kan de milieuorganisatie in beroep gaan. Feitelijk is dit een zaak tussen de provincie en de milieuorganisatie, maar toch kun je als belanghebbende invloed uitoefenen en informatie aandragen. Doe dat ook vooral, want je kent je eigen perceel het beste en de inbreng van een gespecialiseerd jurist kan de zaak van de provincie zeker versterken.”
De beste aanpak verschilt per situatie. Neem contact op met Juridisch Advies voor meer informatie. E-mail juridischadvies@agrifirm.com of T 088 488 29 29.

Wie over de Noordkade in Veghel wandelt, ziet vandaag restaurants, een theater en een museum. Maar wie beter kijkt, herkent nog de sporen van graansilo’s, laadkades en spoorrails die ooit het kloppend hart vormden van Cehave, de coöperatie die later opging in Agrifirm. In de rubriek Toen en Nu blikken we met Geert van Grunsven (68) terug op de ontwikkeling van het Agrifirm-terrein in Veghel – van de Noordkade tot de Rijksweg.
Geert vertelt met zichtbaar plezier over de geschiedenis van de coöperatie. “Cehave ontstond in 1911 in Eindhoven, op initiatief van Pater Van den Elzen, als antwoord op de armoede onder boeren

op volle toeren. “Er was nog weinig kennis van mengvoer maken”, herinnert hij zich.
“Cehave groeide sneller dan de productie aankon. Boeren stonden letterlijk op een wachtlijst om klant te worden.”
Hij startte bij de Kwaliteitsdienst op de Noordkade, waar hij onderzoek deed naar grondstoffen en processen. “We hadden een kleine proeffabriek waar we onderzochten wat er in een brokje gebeurde. Op de Noordkade ging er in die tijd nog veel met de hand. Bijvoorbeeld een recept inwegen met een klokweger: 300 kilo tarwe erin, 600 kilo gerst enzovoort. Nu doet de computer dat sneller en veel nauwkeuriger.”
Rijksweg
De bouw van de fabrieken aan de Rijksweg en in Den Bosch en Oss in de jaren zestig en zeventig luidde een nieuw tijdperk in.
op de schrale zandgronden. Maar Eindhoven had één groot probleem: er was geen vaarwater voor schepen.” Veghel bood dat wel. “De Zuid-Willemsvaart gaf toegang tot zeehavens. Grondstoffen als tapioca en soja
kwamen per schip uit Azië, via Veghel vond het zijn weg naar de boeren.” In 1915 verhuisde de coöperatie naar de Noordkade, waar ze uitgroeide tot een van de grootste veevoederproducenten van Nederland.
Brokjes
Cehave was altijd vooruitstrevend. Al in 1936 begon de coöperatie met het persen van brokjes. Een innovatie die boeren aanvankelijk wantrouwden, vertelt Geert. “Je kon het immers
niet zien, ruiken of voelen. Pas toen externe controles aantoonden dat de kwaliteit goed was, kwam het vertrouwen terug.” Na de oorlog volgde een moderniseringsgolf. Dankzij de Marshallhulp verschenen nieuwe persen en transportbanden. De productie van Cehave steeg van 370 duizend ton in 1950 naar 2,6 miljoen ton in 1987.
Wachtlijst
Toen Geert in 1982 begon, draaiden de fabrieken in Veghel
Hier begon de grote expansie onder andere met bulkvervoer met blaaswagens en bulksilo’s en werd een grote stap richting automatisering gemaakt. “Aan het eind van de jaren tachtig ben ik me meer gaan richten op de kwaliteit van fabrieken naast dat van het voer”, vertelt Geert. “Daarna begon in de jaren negentig de inkrimping.
De erfenis van Veghel Vandaag bruist de Noordkade van cultuur en horeca. Voor Geert blijft het een bijzondere plek. “Als je er loopt, zie je nog onderdelen van vroeger. Ze hebben spullen gebruikt die wij achterlieten en ruimtes namen gegeven als ‘de apotheek’ en ‘de proeffabriek’. Dat is mooi om te zien.” De Rijkswegfabrieken kregen nadat ze waren gesloopt een nieuwe bestemming, met bedrijven als Jumbo langs de A50 en recent het nieuwe laboratorium van Nutricontrol Tussen 2012 en 2020 heeft een bijzonder lichtkunstwerk met dansende LED-lampjes tegen het opslagblok gehangen. “Dat gaf de fabriek een heel eigen gezicht.”
Fluitend naar mijn werk Na 41 jaar bij Cehave en Agrifirm ging Geert met pensioen, maar hij bleef actief als auditor en adviseur. “Ik geef nog adviezen en doe audits voor SecureFeed. Zolang ik kan bijdragen, blijf ik dat doen.” Hij kijkt terug zonder spijt. “Ik ben altijd fluitend naar mijn werk gegaan. Altijd iets bijgeleerd, altijd iets verbeterd. Mijn doel was mezelf overbodig maken en als dat lukte, was het tijd voor iets nieuws. Dat hield het werk leuk.
De fabrieken in Den Bosch aan de Rijksweg (1 en 1a en 2) werden afgebroken en die aan de Noordkade werden gesloten en verkocht. Na de fusie is Rijksweg 5 volledig gemoderniseerd en ingericht als varkensvoerfabriek. Toen werd ook Rijksweg 4 afgebroken.”
Hoe worden de producten die Agrifirm levert gemaakt, en wat komt daarbij kijken?
We volgen de route in de rubriek ‘In de maak’.
In deze editie: Crunch.
Van idee binnen een klein team tot een succesvol product voor meerdere sectoren.

Begin 2024 introduceerde
Agrifirm een nieuwe voervorm voor de varkenssector: Crunch.
Bijna twee jaar later heeft Crunch zich bewezen als vezelrijke én energiezuinige voervorm voor varkens, en sinds kort ook voor pluimvee. Hoe ging Crunch van eerste idee tot een succesvol en bewezen product? Jan van Gisbergen, Nutritionist Brijvoer, en bedrijfsleider Henry Wesselink van de fabriek in Veghel, nemen ons mee.
2
Het eerste Crunch voer
1
De vraag & het idee
Het begint allemaal al veel eerder dan 2024, legt Jan uit.
“Eigenlijk waren we sinds 2015 al bezig met een structuurmengsel waarmee de varkenshouder meer vezels kan toevoegen aan zijn brijvoer, via enkelvoudig bijmengen. We zagen namelijk dat het toevoegen van extra vezels aan het voer een positief effect heeft op de darmgezondheid. Het succes van dit structuurmengsel deed mij denken: "Kunnen we niet iets maken dat voor iedere varkenshouder toepasbaar is?” Met die gedachte schuift Jan vaak bij Henry aan tafel in Veghel. Henry: “De vraag van Jan over het behouden van vezels in het voer en daarnaast de energiecrisis vanaf 2021 zette mij aan het denken, kunnen we iets veranderen in ons productieproces waardoor we energiezuiniger produceren en tevens meer intacte vezels behouden?”
Zo is het balletje gaan rollen. Samen met zijn Technisch Coördinator bekijkt Henry de mogelijkheden in de fabriek en wordt er uiteindelijk een voermonster gemaakt, waarmee Henry bij Jan aanklopt. “Dat doe ik alleen als ik ervan overtuigd ben dat het eindproduct goed is, en dat was ik.” Jan is enthousiast en er wordt stapsgewijs gestart met proeven.

3
Proef op de som Jan: “We zijn heel klein begonnen, met een kleine groep mensen met ieder hun eigen kennis en kunde. Ik denk dat daar ook de kracht van deze ontwikkeling zit. De samenwerking tussen de afdelingen en de korte lijntjes die we hadden. Liep ik ergens tegenaan? Dan was het één telefoontje naar Henry en we konden het samen oplossen. En ook gewoon het nuchtere boerenverstand dat we gebruikt hebben hielp mee.” “De eerste proeven werden gedraaid bij varkenshouders waar we verwachtten iets te kunnen verbeteren op het gebied van darmgezondheid”, legt Jan uit.

5
Crunch-voerlijn
4
Positieve resultaten
Al snel werden de eerste positieve resultaten geboekt. “Betere mestconsistentie, hogere voeropname, meer rust in de stal. Al binnen 24 uur waren de eerste resultaten zichtbaar.” En dan gaat het snel, vertelt Jan: “Als de boer enthousiast is, gaat het als een lopend vuurtje en wordt ook onze buitendienst enthousiast.”
Na de succesvolle proeven moet er een structurele aanpassing in de fabriek gedaan worden. Henry: “Op basis van de succesvolle ervaringen en het verhaal van Jan uit de praktijk kon ik mijn projectbrief schrijven en konden we met de aanpassing aan de slag. Dat blijft spannend natuurlijk, we wilden er continu samen zeker van zijn dat het klopt wat we bedacht hebben en checkten dan ook regelmatig bij elkaar of we niet iets vergeten waren. Maar alles leek te kloppen.”
6
In de praktijk
En zo wordt Crunch langzaamaan uitgerold als dé nieuwe voervorm voor de varkenssector. Niet alleen in brij, maar ook bij de biggen blijkt het een succes en leidt Crunch tot minder uitval, minder oor- en staartbijten en drogere hokken. “Natuurlijk blijft het per varkenshouder kijken of Crunch daar de beste voervorm is of niet”, legt Jan uit. “Het is niet ons doel alle klanten op Crunch te krijgen, ook andere voervormen hebben zeker hun voordelen. Eigenlijk kijken we continu naar drie elementen, ook wel SPA genoemd: de Samenstelling van het voer, het Productieproces en het juiste Advies. En Crunch kan hier een onderdeel van zijn.”

7
Doorontwikkeling
Crunch is inmiddels ook beschikbaar in de pluimveesector. “Het succes van Crunch bij varkens heeft ook onze collega’s van pluimvee doen nadenken over het productieproces”, aldus Jan. “We zijn ook zeker nog niet uitontwikkeld en blijven kijken naar mogelijkheden.” Henry: “Misschien gaan we de grens nog wel over, wie weet. In Nederland loopt het goed in ieder geval. Eind 2024 hebben we de 100.000ste ton Crunch voer geleverd en de productie draait nu (oktober ‘25, red.) al over de 150.000ste ton. Een bijzonder mooi resultaat dat ontstaan is door goede samenwerking en enthousiaste collega’s.”

Algemeen Directeur
Jos Hooijer - Commercieel Manager
“Ik ben commercieel eindverantwoordelijk voor alle markten waar wij actief zijn (o.a. diervoeding, zuivel en petfood). We ondersteunen Agrifirm op alle vlakken op het gebied van analyses, zowel chemisch, microbiologisch als NIR, en we bewegen mee met ontwikkelingen binnen de sector. We hebben veel kennis in huis en zijn een goed geoliede machine van fantastische mensen, met passie voor hun vak. Dat zichtbaar maken en nieuwe kansen in de markt zien, daar krijg ik energie van!”

Iedere dag zetten meer dan 3.000 medewerkers bij Agrifirm zich samen in voor een verantwoorde voedselketen voor toekomstige generaties. Maar wat houdt dit concreet in, waar houdt iedereen zich mee bezig? Kijk mee achter de schermen bij een van de Agrifirmlocaties, dit keer bij dochteronderneming NutriControl in Veghel. Maak kennis met de gezichten van NutriControl.
NutriControl is de laatste jaren flink gegroeid. Dit heeft geleid tot de plannen voor een nieuw laboratorium in Veghel, waar we afgelopen september onze intrek hebben genomen. We zijn tijdens de verhuizing gewoon in bedrijf gebleven om onze klanten te kunnen blijven bedienen. Het verhuisproces is soepel verlopen, mede dankzij de inzet van al onze enthousiaste medewerkers. Het voordeel van een nieuw gebouw is dat we opnieuw de ideale flow voor ons laboratorium konden bepalen en zo alles optimaal konden inrichten. En dat is goed gelukt! Het lab is overzichtelijk en volledig transparant opgezet, zodat de lab-activiteiten vanuit het kantoor goed zichtbaar zijn. Ik ben dan ook trots op het nieuwe laboratorium. Met het nieuwe pand en alle kennis en kunde die we in huis hebben, kunnen we groeien in bestaande markten, maar ook nieuwe markten bedienen. Zo kunnen we een belangrijke bijdrage leveren aan de voedselveiligheid in de gehele keten. Een mooie missie waar ik graag aan meewerk.
Het nieuwe pand van NutriControl zal begin 2026 feestelijk geopend worden.

Esther de Bie - Coördinator Nutritionele Analyses
“Op onze afdeling doen we diverse analyses zoals vocht-, eiwit- en zetmeelanalyses. Als coördinator is geen dag hetzelfde. Ik doe de aansturing, planning, apparatuurbeheer en ik schakel veel met andere afdelingen binnen NutriControl. De diversiteit en het vele contact met collega’s, om problemen op te lossen en efficiënter te werken, maken dit vak zo leuk.”
Tessa Peters - NIR & Data Analist
“Ik houd me elke dag bezig met data. Enerzijds met het maken van wiskundige rekenmodellen voor onze NIR-techniek (Nabij-Infrarood Spectroscopie), anderzijds gebruik ik bedrijfsbrede data van NutriControl voor het maken van rapportages. Hoe kunnen we nog meer uit onze data halen en onze processen verbeteren? Er valt telkens weer iets nieuws te ontdekken en te bevragen en dat maakt het zo interessant.”

Kim Morssink - Medewerker Monsterlogistiek

“Bij ons komen alle monsters binnen. Dat gaat om allerlei producten: ‘van stront tot slagroom’ roep ik weleens. En dat maakt het juist zo leuk. Ieder monster is uniek en vraagt om zijn eigen aanpak. Wij controleren alles, registreren het in het systeem en zorgen ervoor dat alles homogeen bij de analyse-afdeling terechtkomt. Deze afwisseling en het samen verzinnen van creatieve oplossingen vind ik ontzettend leuk.”
Robert van Kaathoven - QSHE Manager
“Binnen NutriControl houd ik mij bezig met Kwaliteit, Gezondheid, Veiligheid en Milieu. Van het ontwikkelen en implementeren van nieuwe systemen en richtlijnen tot het continu verbeteren van het kwaliteits- en veiligheidsniveau binnen NutriControl. Zo zorgen we voor kwalitatief hoogwaardige analyses, die de boer als de bereiders van diervoeders helpen betere beslissingen te nemen op basis van de kwaliteit van bijv. diervoeder en grondstoffen. Dit ondersteunt de verantwoorde productie en daarmee een toekomstbestendige landbouw.”

Jan Kippers over koers houden, samenwerken en groeien met resultaat
“Als het de boeren goed gaat, gaat het Agrifirm goed”

Sinds juli 2025 is Jan Kippers de nieuwe Business Unit Director Ruminants bij Agrifirm Group. Hij is er niet het type naar om op de winkel te passen, maar iemand met duidelijke doelen en daden. Groei, samenwerking en resultaat, daar draait het hem om. “Als het met de boeren goed gaat, gaat het met Agrifirm goed.” Die overtuiging vormt het fundament van de nieuwe strategie waarmee de rundveesector de komende jaren vooruit moet.
De ambitie van Agrifirm is helder: de marktpositie van de divisie Ruminants versterken door volumegroei en kostenbeheersing, zodat het verdienmodel van de leden verbetert. In een markt die onder druk staat, kiest Jan Kippers voor een nuchtere, doelgerichte aanpak.
Financieel gezond
“We willen niet alleen groeien in marktaandeel”, zegt Jan, “maar vooral zorgen dat onze leden financieel gezond blijven. Dat vraagt om focus: geen tien dingen tegelijk, maar concrete stappen met zichtbaar resultaat.” Met een groeidoelstelling
van vijf procent in de komende jaren ziet hij dat als realistisch, mits de organisatie samen optrekt. “Succes bereik je alleen als iedereen dezelfde kant op kijkt.”
Rendabele bedrijfsvoering
De grootste uitdaging ligt volgens Jan in het vertalen van duurzaamheidsdoelen naar rendabele bedrijfsvoering. “Beleid moet boeren helpen innoveren, niet dwingen om minder vee te houden.” Hij spreekt liever over financieel-economische duurzaamheid: een balans tussen groene ambities en gezonde financiën. “Winst is geen vies woord binnen een coöperatie”, benadrukt hij. “Winst is de voorwaarde om waarde terug te kunnen geven aan onze leden. Alleen zo houd je een bedrijf én een sector toekomstbestendig.”
Innovatie begint op het erf
Binnen de nieuwe Agrifirm-strategie draait vernieuwing niet om abstracte projecten, maar om praktische oplossingen op het boerenerf.
Concepten als TopStart, DairyStart en KrachtKuil
zijn daar het bewijs van. “Met TopStart helpen we veehouders om koeien in topconditie te brengen en melkziekte te voorkomen”, legt hij uit. “DairyStart zorgt voor vitale kalveren met een uitgebalanceerd melk- en krachtvoerprogramma. En KrachtKuil helpt boeren hun ruwvoer beter te benutten, met hogere voedingswaarde en betere conservering.”
Deze concepten laten zien dat vernieuwing niet iets abstracts is, zegt Jan. “Het gaat om oplossingen die boeren meteen verder helpen: meer melk, gezondere dieren en een sterker saldo.”
GroeiZicht: inzicht als groeimotor Een nieuw concept dat Agrifirm onlangs introduceerde, GroeiZicht, onderstreept de resultaatgerichte koers van Agrifirm. “Met GroeiZicht brengen onze specialisten het potentieel van een bedrijf in kaart, van kalveropfok tot CO2beheersing”, legt Jan uit. “We helpen ondernemers ontdekken waar nog ruimte ligt.” De tool, met 8 verschillende modules, biedt gerichte adviezen en plannen om boeren te helpen hun bedrijf toekomstbestendig te organiseren. De tool is een goed voorbeeld van hoe samenwerking leidt tot meerwaarde. “We hebben zoveel expertise in huis, van dochterondernemingen tot verschillende diergroepen. GroeiZicht brengt dat allemaal samen, zodat de boer profiteert van de volle breedte van Agrifirm.”

Herkenning
Toch gaat het Jan niet alleen om groei in cijfers. Met de strategie ‘Volle kracht vooruit’ wil Agrifirm laten zien dat groei en coöperatief denken hand in hand kunnen gaan. De ambitie is duidelijk: meer tevreden leden, een sterkere marktpositie én een toekomst waarin boeren trots zijn op hun coöperatie. Jan glimlacht: “We vinden het belangrijk dat leden zich herkennen in de coöperatie. Transparantie, herkenning en betrokkenheid zijn geen loze woorden”, zegt hij. “We willen dat leden zich uitgenodigd voelen om mee te denken. Alleen samen kunnen we bepalen waar we beter in kunnen worden.”
Aflatoxine in melkveevoeders
‘Samen’ is ook een belangrijk gegeven als het gaat om het omgaan met tegenslagen, geeft Jan aan.
“In oktober jaar werden wij en de melkveehouders geconfronteerd met een uitdagende situatie: tijdens een routinecontrole werd een verhoogd gehalte aan Aflatoxine B1 vastgesteld in enkele melkveevoeders. Dat was een situatie die ons allemaal raakte, want voedselveiligheid en kwaliteit staan bij ons altijd voorop. Het is dan ook zeer vervelend dat dit is gebeurd,” aldus Jan. “We realiseren ons dat dit vooral voor de betrokken melkveehouders een grote impact heeft gehad. Hun bedrijfsvoering kwam onder druk te staan en dat nemen we zeer serieus. Vanaf het eerste moment hebben we dag en nacht gewerkt om de situatie onder controle te krijgen en zorgvuldig op te lossen. Juist in een crisis blijkt hoe sterk onze samenwerking is - daar ben ik trots op.”
De betreffende batches zijn omgeruild en teruggehaald. In nauwe samenwerking met de NVWA, SecureFeed en de NZO zijn alle stappen zorgvuldig afgestemd. “We bevinden ons nu in de nazorgfase en een speciaal team is opgericht om de betrokkenen actief te ondersteunen. Daarnaast evalueren we het volledige proces om herhaling in de toekomst te voorkomen.”

Bedankt voor de fijne
samenwerking en jullie betrokkenheid
het afgelopen jaar. Samen maken we het verschil. We wensen jullie en jullie dierbaren mooie feestdagen en een gezond, succesvol nieuw jaar!