Skip to main content

Jaargang 73_april 2026

Page 1


ChatGPT zet de scriptie onder druk 8

JAARGANG 73 APRIL 2026

VOLUME 73 APRIL, 2026

Hoe het debat verdween van de VU-campus 12

Houkje Vlietstra werd vlak voor haar pensioen ontslagen 16

3D is no one’s mouthpiece 22

VU student fled the war in Ukraine 28

Room service and rats

Student hotels offer international students a dubious lifeline 24

‘Politiek gevoelige voorstellingen laten wij ook zien’

P6–7

Margreet Cornelius, directeur van cultuurcentrum VU Griffioen, vindt dat kunst vragen moet stellen, juist ook als ze ongemakkelijk zijn.

De scriptie is dood, leve de scriptie

P8–11

Sinds de komst van ChatGPT staat de scriptie onder druk. Toch is het schrijven ervan een van de beste manieren om academische vaardigheden te testen.

Housing crisis COVER

In the midst of Amsterdam’s housing shortage, student hotels offer a lifeline to incoming international students looking for a room. (p24–27)

Hoe het debat verdween van de VUcampus

De VU was nooit kampioen van het vrijmoedige debat, maar de laatste tijd vindt er wel erg veel plaats achter gesloten deuren.

(p12–15)

Houkje Vlietstra, redacteur bij de dienst Communicatie & Marketing, is altijd goed voor reuring in de tent. Zelfs rond haar pensionering was er gedoe. (p16–17)

‘You don’t always have to include the opposing perspective’

P22–23

As a programme maker for 3D, Jaron van der Veer tries to draw the ‘hard-to-reach VU student’ to thought-provoking events.

‘I had no idea what it was like to be in a war’

P28–30

Volg ons op Twitter

@advalvas_vu en Instagram

@advalvas

VU student Nataliia Krysanova fled from the war in Ukraine and hopes to build a successful career in the Netherlands.

FOTO Atoni Bańkowski
FOTO Peter Breedveld
Yvonne Compier
Peter Valckx
Peter Gerritsen

Gastdocenten zijn niet kritisch

Docenten uit de praktijk missen afstand. Ze zijn niet kritisch op hun eigen positie, belangen of instituties.
DOOR HILDE

VAN DER SCHOT

In september begon ik aan de master privaatrecht. De VU maakte onder meer reclame met het feit dat er veel college wordt gegeven door mensen uit de praktijk. Dat klinkt natuurlijk fantastisch. Maar inmiddels, aangekomen bij blok 4, ben ik erachter gekomen dat deze mensen uit het veld vooral preken voor eigen parochie – soms letterlijk.

Het eerste vak dat ik volgde was internationaal privaatrecht. Naast een aantal zeer capabele docenten gaf ook een advocaat van de Zuidas college. In de eerste les leerde hij ons dat je als advocaat van grote vervuilende bedrijven een zaak vooral zo lang mogelijk moet rekken, totdat de tegenpartij het opgeeft omdat het geld aan die kant simpelweg op is. Met andere woorden: de nieuwe generatie advocaten aan de VU wordt geleerd dat rechtvaardigheid

en ethiek ondergeschikt zijn, en dat procederen vooral een kwestie is van traineren tot de ander bezwijkt. Dat werd niet eens problematisch gevonden, maar gepresenteerd als slimme beroepspraktijk.

Mijn laatste vak was religie en recht. Daar kwamen een imam, een rabbijn en iemand van de katholieke kerk lesgeven – allemaal mannen, uiteraard. Volgens de imam is de sharia een soort leidraad voor het leven: ze zou mensen mentaal gezond houden, eigendom regelen en goed zorgen voor het nageslacht. Dat klonk bijna als een neutraal bestuursmodel. Wat volledig ontbrak, was enige reflectie op de keerzijde: geen woord over het feit dat binnen sharia-recht vrouwen structureel ongelijk worden behandeld, dat afvalligheid strafbaar kan zijn, of dat lijfstraffen zoals steniging en amputatie

in sommige interpretaties expliciet zijn toegestaan. Ook het feit dat de sharia de scheiding tussen religie en recht afwijst, en daarmee fundamentele rechtsstatelijke beginselen ondermijnt, bleef onbesproken.

De katholieke docent kon ons vervolgens uitgebreid vertellen over de nadelen van presbyteriale en congregationele kerkgenootschappen – lees: de protestantse kerk en nieuwe vormen van geloof. Nadelen van het katholieke organisatiemodel? Die wist hij eigenlijk niet. Volgens hem deed de katholieke kerk het juist uitstekend, omdat ze de paus heeft als lichtend uithangbord, wat zorgt voor herkenbaarheid en eenheid.

Geen woord over hoe de katholieke kerk jarenlang structureel seksueel misbruik in de doofpot stopte door daders intern te berechten en slachtoffers monddood te maken. Dat institutionele falen bleef volledig buiten beeld. En daarin schuilt het grote probleem van docenten uit de praktijk. Ze missen afstand. Ze zijn niet kritisch op hun eigen positie, belangen of instituties. Ze zijn geen wetenschappers, maar belangenbehartigers, geestelijken of beroepsideologen die hun eigen wereldbeeld komen legitimeren. Ze baseren zich op anekdote in plaats van analyse, op ervaring in plaats van empirisch of normatief onderzoek, en verwarren gezag met gelijk. Een universiteit zou juist de plek moeten zijn waar machtsstructuren, beroepsethiek en ideologische claims kritisch worden bevraagd. Het is de verantwoordelijkheid van de VU om studenten op te leiden tot kritische juristen die zelfstandig kunnen denken – niet om collegezalen te vullen met ongefilterde lezingen uit het veld.

Hilde Brontsema is masterstudent privaatrecht; werkte bij Milieudefensie aan rechtszaken tegen Shell en gaat vanaf 1 augustus aan de slag als sociaal advocaat bij Van Doorn c.s.

Indien nodig staan wij zelf op

Er wordt regelmatig geschreven over polarisatie op de VU. Helemaal als het om een thema als Gaza gaat, zou het onmogelijk zijn om daarover een inhoudelijk debat te voeren. Maar klopt dat wel? Gefaciliteerd door de zogeheten Dialogue Incubator met als format ‘wereldtafels’ gingen medewerkers van de faculteit Sociale en Geesteswetenschappen begin februari deze uitdaging aan.

De medewerkers misten een inhoudelijke dialoog met de bestuurders

Een eerste opvallende conclusie uit de dialoogsessie was dat medewerkers prima in staat zijn deze dialoog te voeren. Er werd respectvol naar elkaar geluisterd. Wat de medewerkers echter misten, is een inhoudelijke dialoog met de bestuurders. Waarom is de VU ondertussen een van de laatste Nederlandse universiteiten die niet publiekelijk heeft besloten geen nieuwe banden aan te gaan met Israëlische universiteiten? Het bleef raden naar inhoudelijke argumenten voor deze uitzonderingspositie. De aanwezigen spraken over afwezige leiders, die het inhoudelijke debat vermijden met een beroep op het tegengaan van polarisatie. Wetenschappelijk onderzoek wordt genegeerd en VU-experts op dit gebied worden niet geraadpleegd. Tweehonderd medewerkers van de faculteit Sociale en Geesteswetenschappen hadden

al eerder een petitie ondertekend om bestaande samenwerkingen met Israëlische universiteiten te beëindigen en geen nieuwe samenwerkingen aan te gaan. Medewerkers vroegen aan het eind van de dialoogsessie aan het aanwezige faculteitsbestuur om recht te doen aan de roep van de medewerkers van de faculteit om tot een inhoudelijk oordeel te komen. Het faculteitsbestuur deed de toezegging dat zij zich hierover zullen beraden. Daaraan zullen ze door de medewerkers worden gehouden. Deze dialoogsessie liet zien dat medewerkers wel degelijk collectief in staat zijn om, in een goede sfeer en op basis van de inhoud, tot een oordeelsvorming te komen. Ik kan andere faculteiten dit format aanraden. Niet alleen over Gaza moeten we met elkaar praten om tot een ander beleid te komen, maar ook bijvoorbeeld over sociale veiligheid. De afgelopen twee maanden was de VU zes keer prominent in het nieuws wegens jarenlange nalatigheid ten aanzien van intimidatie en geweld door leden van een extreemrechtse studentenorganisatie. Als de bestuurders het af laten weten, moeten wij zelf opstaan en van onderaf de agenda gaan bepalen.

Another VU is possible!

Maurice Crul hoogleraar onderwijs en diversiteit

‘Politiek gevoelige voorstellingen laten wij ook zien’

Sinds anderhalf jaar is Margreet Cornelius directeur van cultuurcentrum VU Griffioen. Zij vindt dat kunst vragen moet stellen, juist ook als ze ongemakkelijk zijn.

‘Het anti-woke cabaret van Jay Francis is niet mijn stijl, maar we schrappen die voorstelling niet’

Hoe ziet een doorsnee werkdag er voor u uit? “Het eerste jaar was ik vooral bezig met management, waaronder het financiële plaatje. Naast de subsidie moeten we zelf meer geld in het laatje brengen. Het komende jaar zal mijn werkdag meer draaien om de vraag: wat betekent het om een theater op een universitaire campus te zijn? Hoe kunnen we faculteiten meer bij de programmering betrekken? We hadden een tijd terug bijvoorbeeld een voorstelling met een robot-acteur van de afdeling AI, met een script geschreven door studenten. Dat was fantastisch. Net zoals de voorstelling Hoeveel kunnen we aan van antropologie-alumnus Djûke Stammeshaus, muzikaal cabaret over migratiedilemma’s, EU-beleid en Brusselse bureaucratie.”

U hebt lang gewerkt bij het Eye Filmmuseum en bij Movies that Matter. Ligt uw hart eigenlijk bij film? “Ik heb een groot hart voor film, werkte vanaf mijn achttiende in een bioscoop, maar ik hou van alle kunstdisciplines. Kunst schuurt, draait dingen om, zet aan het denken en maakt de wereld invoelbaar. Het analyseert niet, zoals de wetenschap, maar biedt een persoonlijke perceptie van de werkelijkheid. Zoals literatuur vaak de binnenwereld in kaart brengt, nemen films je mee op reis en laten je nieuwe werelden ontdekken. Ik zit niet drie keer per week in de bios, maar ik zie elke week wel een film.”

In de programmering van VU Griffioen voert cabaret de boventoon. Is dat waar de meeste studenten warm voor lopen? “Ja, ik denk dat cabaret het dichtst bij de jongerencultuur ligt en dat studenten daar veel affiniteit mee hebben. Voor ons is het voordeel dat het risicoloze voorstellingen zijn, dat ze meestal uitverkopen. Of het nou Micha Wertheim betreft of Rayen Panday. We hebben ook een eigen talentprogramma, waarbij mensen met zo goed als geen ervaring een regisseur krijgen toegewezen die met hen werkt aan zaken als timing en podiumge -

bruik. Grote namen als René van Meurs en Jasper van Kuijk zijn hier begonnen.”

Welke acts zijn geliefd bij medewerkers? “Die kiezen opvallend vaak voor muziek. De band Her Majesty is onder medewerkers heel populair, maar we hebben ook Spinvis gehad. Daar kwamen ook veel jongeren op af. Bij dit soort voorstellingen houden we kaarten voor studenten achter de hand. Die zitten namelijk niet achter de laptop op het moment dat we ons nieuwe programma bekendmaken in mei.”

Zien jullie weleens af van voorstellingen, over Gaza bijvoorbeeld, omdat ze politiek te gevoelig liggen?

“Voor een theatercollege van schrijfster Lale Gül hadden we beveiliging geregeld, maar we hebben nog nooit een voorstelling geschrapt vanwege politieke gevoeligheid. Dat moet je als podium ook niet doen. Vrijheid van meningsuiting is een grondrecht en dat stopt pas waar haatzaaien begint. Niet eerder. We hebben hier ook cabaretier Jay Francis gehad, een anti-woke cabaretier die moeite heeft met transgenders. Niet mijn stijl, maar ik vind dat kunst vragen moet stellen en oproepen, juist ook als ze ongemakkelijk zijn. We laten het allemaal zien. Zowel de platte grappen van comedian Nienke Plas als de filosofische try-outs van Tim Fransen.”

Wat zijn uw toekomstplannen met dit cultuurcentrum? “We willen niet alleen de faculteiten meer betrekken bij het programma, maar ook de studenten. Wie bijvoorbeeld in de cursus Stand-up Comedy van Greg Shapiro eruitspringt, willen we later ook op het podium terugzien. Meer kruisbestuiving dus tussen cursussen en theater. Zo zijn ook het VU-orkest en het VU-kamerkoor ooit ontstaan.”

“Een ander mooi voorbeeld vormen de cursisten van de dansworkshops, die de ene na de andere prijs winnen op kampioenschappen. Dat gebeurt onder leiding van onze dansdocenten die met veel aandacht een community en crew van de grond hebben getild. De danscursisten geven vier voorstellingen per jaar. Altijd uitverkocht.”

2024 – heden

Directeur van VU Griffioen

2018 – 2024

Manager Netwerk Filmeducatie, Eye Filmmuseum

2010 – 2018 Projectcoördinator Educatie, Stichting Movies that Matter 2000 – 2010 Leerkracht en docent in het primair onderwijs, vmbo en mbo

1998 – 1999 Communicatie & Educatie, Theater Kikker

VU Griffioen

Dit cultuurcentrum is met twee zalen gevestigd in het Nieuwe Universiteitsgebouw. Het trekt jaarlijks zo’n 28.000 bezoekers, een kwart VU’ers en driekwart Amsterdammers. Daarnaast biedt VU Griffioen creatieve cursussen en workshops, goed voor ruim 2.000 inschrijvingen per jaar, vooral van studenten. In april starten onder meer de workshops straatfotografie en acteren. Aan de programmering werken 35 VU-docenten mee. Het cultuurcentrum draait op 13 vaste medewerkers en 12 studenten.

Sinds de komst van ChatGPT staat de scriptie onder druk. Toch is het schrijven ervan nog altijd een van de beste manieren om academische vaardigheden te testen, vinden deskundigen.

DOOR WELMOED VISSER

ILLUSTRATIES MERLIJN DRAISMA

De scriptie is dood, leve de scriptie

Soms is het gemakkelijk om AI-gegenereerde teksten te herkennen. Een VU-student kunstmatige intelligentie kreeg vorig jaar een onvoldoende voor een opdracht omdat ze de tussenzinnetjes had meegekopieerd in haar werkstuk: ‘Thought for 4 seconds’. Tja, dan vraag je erom. Toch stapte ze naar de rechter. Ze had alleen AI gebruikt om haar eigen tekst te verbeteren, stelde ze. De rechter ging er niet in mee, vooral omdat het in de opdracht uitdrukkelijk verboden was om AI te gebruiken.

De meeste studenten zullen iets nauwkeuriger zijn met knippen en plakken en dan is AI-gebruik een stuk moeilijker te bewijzen. Zeker als de student checkt of de bronnen die het programma oplepelt ook echt bestaan, want ook daar ging het in het verleden nog weleens mis. AI-programma’s als ChatGPT verzinnen soms bronnen of husselen ze door elkaar. Maar laten we ervan uitgaan dat dit beginnersfouten zijn die de meeste studenten inmiddels niet meer maken. In 2024 gebruikte 65 procent van de Nederlandse studenten weleens AI voor hun studie en heeft 28 procent het weleens gebruikt voor een opdracht zonder dat de docent het doorhad. Het is aannemelijk dat dit percentage inmiddels alweer is gegroeid. Wereldwijd gebruikte in 2025 zo’n negentig procent van de studenten AI. Kortom, we kunnen niet meer doen alsof het 2020 is en ChatGPT nog niet bestaat. In een paar jaar heeft generatieve AI de academische wereld flink door elkaar geschud.

Meesterproef afstoffen

Academisch onderwijs heeft altijd veel nadruk gelegd op schrijfvaardigheid. Tot voor kort was het de manier bij uitstek om te testen of studenten in staat zijn om zelfstan-

dig een berg informatie tot zich te nemen, te verwerken en de relevante elementen ervan te gebruiken in een eigen gestructureerd verhaal dat voor anderen te begrijpen is. Als studenten dat konden, waren ze geslaagd als academicus. Zijn deze vaardigheden nog steeds relevant in een wereld waarin AI steeds meer schrijfwerk zal overnemen? En hoe test je als universiteit of studenten hun eigen werk inleveren of goed zijn in ‘prompting’, het formuleren van de opdracht voor het AI-programma? En de vraag die zich als een olifant in de academische coulissen heeft verstopt: moet er een alternatief komen voor de scriptie, de meesterproef waarmee studenten laten zien dat ze hun academische titel waard zijn?

Wellicht gaan studenten de komende jaren afstuderen op tentoonstellingen, adviesrapporten, documentaires en podcasts. De komst van AI is tenslotte ook een kans om het academisch curriculum eens grondig af te stoffen en eigentijdser te maken. Toch zijn de deskundigen die ik spreek gehecht aan de scriptie, maar dan wel op een eigentijdse manier begeleid.

Minder solitair, meer feedback

“Studenten in hun eentje maandenlang laten aanmodderen met een scriptie was eigenlijk al nooit een goed idee”, stelt Gea Dreschler, universitair docent Engelse taalkunde en directeur van het Academic Language Programme, “en met de komst van generatieve AI is het belangrijker dan ooit dat je als docent nauw betrokken bent bij het hele proces.” Dreschler denkt aan regelmatige gesprekken waarin studenten hun voortgang laten zien, hun onderzoeksvragen en methodiek beargumenteren, laten zien welke selectie ze maken, welke bronnen ze gebruiken en hoe ze hun materiaal

Homa

‘Mijzelf vooruithelpen ervaar ik als een enorme vrijheid’

Homa uit Afghanistan studeerde Internationaal

Recht aan de VU.

Samen laten we gevlucht talent bloeien

Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF begeleidt sinds 1948 gevluchte studenten, professionals en wetenschappers bij hun scholing en aansluiting op het Nederlandse onderwijssysteem en de arbeidsmarkt. Met persoonlijke begeleiding, financiële ondersteuning en toegang tot netwerken helpen we hen hun kennis, talenten en ambities volop te benutten. Dat is goed voor vluchtelingen én goed voor Nederland.

Het UAF helpen kan op veel manieren. Met geld, met tijd of door een actie te organiseren.

Doe mee! Help gevlucht talent op weg via uaf.nl/help-mee

Hoe herken je een AI-tekst?

> Vaak dezelfde zinsstructuren en steeds terugkerende woorden

> Dol op gedachtestreepjes

> Nogal stellig

> Weinig tot geen fouten

> Bevat stellingen die de kennis van de gemiddelde student te boven gaan

Bron: ALP Gids

AI-teksten herkennen

Wellicht gaan studenten afstuderen op tentoonstellingen, adviesrapporten, documentaires en podcasts

via een aantal kladversies uiteindelijk verwerken tot een eindproduct. “Dat is inderdaad intensief voor de docent”, zegt ze, “maar ik vind dat het bij mijn taak hoort.” “Je kunt het begeleidingsproces ook in groepjes organiseren”, zegt toetsdeskundige Susan Voogd van het Centre for Teaching and Learning, “zodat studenten elkaar feedback geven, dan hoef je als docent niet alles alleen te doen.”

Sowieso is de scriptie een minder solitair project geworden: het is belangrijker geworden om kladversies samen te bespreken en feedback van anderen te verwerken. Ook is het van groter belang dat studenten hun denkstappen laten zien. “Er ligt meer nadruk op het proces en minder op het eindproduct”, stelt beleidsmedewerker onderwijs Alice Schaap van Student- en Onderwijszaken.

Steeds vaker wordt de scriptie als afstudeerwerk gecombineerd met andere elementen, zoals een mondelinge verdediging of een portfolio. Docentenopleider Voogd: “In onze opleiding zijn videofragmenten van lessen een logisch onderdeel van iemands eindbeoordeling.”

Scherper denken

Door de komst van generatieve AI gaan opleidingen zich opnieuw afvragen wat het nut is van die scriptie die ze hun studenten laten schrijven. Dreschler: “Eigenlijk is de scriptie een oefenvorm. We zeggen dat we studenten leren schrijven voor publiek, maar wie is dat publiek dan? Vaak is de begeleider de enige die het werk leest.” Dat kan ook anders volgens Dreschler: “Misschien kunnen we studenten ook artikelen laten schrijven die wel echt worden gepubliceerd, of je laat ze hun onderzoek presenteren voor medestudenten.”

Dat schrijven nuttig is, daarover zijn de deskundigen het eens. Schrijven gaat door AI een andere plek innemen in het academisch curriculum en in de hele samenleving, maar nog steeds is het dé manier om je gedachten grondig te ordenen en te onderzoeken. Pas als je iets opschrijft, kom je erachter of er nog gaten zitten in je redenering. In de podcastserie Nooit meer schrijven? die Dreschler maakte over dit onderwerp, verwoordt hoogleraar organisatiewetenschap Christine Moser het zo: “Het op papier krijgen van een gedachte, doet iets met die gedachte. Het proces om iets goed op papier te krijgen, helpt om het denken aan te scherpen.”

Gemankeerde alternatieven

Studenten vinden schrijven vaak moeilijk, weet Dreschler, die verschillende vakken over academic writing geeft. Het is belangrijk om hen uit te leggen waarom het toch zo belangrijk is. Als docent is ze geïnteresseerd in wat haar studenten beweegt om AI te gebruiken. Ze gaat er geregeld over met

ze in gesprek. Saai, geen tijd, teveel schrijfopdrachten zijn redenen die ze hoorde. Op basis van die gesprekken richtte Dreschler haar onderwijs anders in. Ze geeft nu minder schrijfopdrachten en denkt beter na over de opdrachten die ze wel geeft. “Als ik een schrijfopdracht geef waarbij ik van meer dan de helft van mijn studenten AI-teksten terugkrijg, dan was de opdracht dus niet goed”, zegt ze. Ze probeert opdrachten te verzinnen waar studenten zelf ook iets aan hebben. Ze legt het belang ervan uit en maakte de opdrachten persoonlijker, meer gericht op wat studenten zelf vinden. Wat valt jou op? Wat heb jij gevonden? “Ik hoop dat dat studenten motiveert om zelf te schrijven”, zegt ze, “maar nog steeds krijg ook ik soms werk terug waarvan ik vermoed dat het door AI is gemaakt.”

AI-geletterdheid

Twee jaar geleden leidde Dreschler met haar collega Abby Gambrel al een workshop met de titel The death of the thesis?, waarin docenten en deskundigen met elkaar in gesprek gingen over de vraag of de scriptie als academische meesterproef aan vervanging toe is. De belangrijkste conclusie: de meeste docenten zijn aan de scriptie gehecht omdat die de academische criteria het best toetst. Bovendien missen docenten vaak kennis om andere vormen, zoals een documentaire of tentoonstelling goed te kunnen begeleiden en beoordelen.

Aan de VU beslissen docenten zelf of AI-gebruik geoorloofd is bij hun vak. AI-geletterdheid zou een vast onderdeel moeten zijn in het programma, vindt Voogd. Vragen als: wat doet AI wel en niet? Welke gegevens kun je met het oog op de privacy beter niet delen met AI-programma’s? Hoe beoordeel je de kwaliteit van een gegenereerde tekst? “Als je AI op die manier integreert in je onderwijs, leid je uiteindelijk mensen op die de gegenereerde teksten kritisch kunnen beoordelen. Kritisch denken was altijd al een belangrijke academische vaardigheid en dat is met de komst van AI zeker niet minder geworden”, stelt ze.

VU-breed debat in 2023 over samenwerkingen met de fossiele industrie

Hoe het debat verdween van de VU-campus

De VU was nooit kampioen van het vrijmoedige debat, maar de laatste tijd vindt er wel erg veel plaats achter gesloten deuren.

TEKST EN FOTO

PETER BREEDVELD

Wanneer is het debat precies van de VU verdwenen?

Je zou zaterdag 21 april 2018 kunnen nemen, toen de krakers van De Verrekijker onder druk van de VU vertrokken. De Verrekijker zat in de ruimte in het Wis- en Natuurkundegebouw waar nu debatcentrum 3D is. Het was een hol waar vooral links-progressieve studenten, onder wie veel internationale studenten, samenkwamen om muziek te maken, poëzie voor te dragen en te debatteren, over ‘de Palestijnse kwestie’, met name.

Ze werden lang gedoogd, totdat er een omstreden, wegens terrorisme veroordeelde Palestijnse vrouw kwam spreken en De Verrekijker de aandacht van de landelijke media trok, met name De Telegraaf en het Nieuw Israëlietisch Weekblad. Toen trok de VU de stekker eruit. Na een korte loopgraafoorlog kozen de mensen achter De Verrekijker eieren voor hun geld.

“De Verrekijker was symbool van het vrije debat op de VU-campus”, zei de toenmalige collegevoorzitter Mirjam Van Praag. “Nu willen wij dat als VU overnemen en vergroten, zodat het op de hele campus kan”, kondigde ze aan. “We willen het debat institutionaliseren.” Vrij debat, maar geïnstitutionaliseerd. Dat betekende volgens Van Praag dat “sommige onderwerpen zo spannend zijn dat we ze niet uit de weg willen gaan, maar zich wellicht lenen voor een andere vorm dan een debat, zodat het niet polariserend werkt”.

Bij het stroomlijnen van de organisatie van de VU werd het debat minder vrij

Pizza’s en warme dekens

Maar eigenlijk is het flauw om het einde van De Verrekijker als markeerpunt voor het vertrek van het debat te nemen. Ten eerste was het debat nooit heel erg vrij op de VU-campus, behalve als studenten het naar zich toetrokken. Denk aan de bezettingen van de VU, begin jaren zeventig, en daarna zijn er nog wat van die momenten geweest, zoals de bezetting van de Kerkzaal op de zestiende verdieping van het hoofdgebouw in 2014. Dat was, zeg maar, het Maagdenhuis van de VU. Alleen liet de VU de actievoerders niet verwijderen; ze liet pizza’s brengen, en warme dekens. Daar hadden die actievoerders toen gemengde gevoelens over. Lief, die pizza’s, maar het maakt het moeilijk om lang kwaad te blijven op de VU-bestuurders.

Maar er zijn ook wel actievoerders van de campus verwijderd. Een jongeman van de Internationale Socialisten, die zomaar zonder toestemming politieke redevoeringen begon af te steken in het hoofdgebouw, werd begin jaren 2000 regelmatig door beveiligers naar buiten gedragen. En debatten over wat Israël de Palestijnen aandeed, waren altijd al taboe. Dat mocht alleen als er ook Vrienden van Israël mochten spreken. Er waren een paar geslaagde, niet per se academische debatten waarin mensen hun emoties de vrije loop lieten. Vlak na de moord op Theo van Gogh bijvoorbeeld, in 2005. Iedereen deed in een grote collegezaal openlijk zijn zegje, Ad Valvas zat erbij en schreef het allemaal op. Ook kort daarna, toen een handjevol orthodoxe moslims hun docenten biomedische wetenschappen tot wanhoop dreef door de evolutietheorie tot taboe te verklaren, werden daarover meningen geroepen in een nokvolle grote zaal. Gewoon openbaar, met de pers erbij.

Fossiele brandstoffen

Op initiatief van Van Praag werd er ook in het openbaar gedebatteerd door voor- en tegenstanders van samenwerking met de fossiele brandstoffenindustrie. Ad Valvas was overal bij, ook bij de deeldebatjes in kleine groepen, gewoon open en transparant, zo recent als 2023 was dat. Toen de VU het besluit nam om die samenwerking op te schorten – tot teleurstelling van sommigen en vreugde van anderen – was het volkomen helder op welke grond dat besluit was genomen. Maar bij VUture, de stroomlijning van de organisatie van de VU, die effectiever en slagvaardiger moest, werd dat debat minder vrij. Er waren grote woorden over de werkvloer die betrokken werd en veranderingen die van ‘bottom-up’ zouden komen, maar Ad Valvas werd een keer bot weggestuurd bij een sessie waarin werknemers ‘open

‘De angst voor cancelen kun je niet negeren’

Sem Barendse is dialoogcoördinator aan de VU en sinds Ad Valvas in november werd weggestuurd bij dat debat over academische vrijheid, hebben we regelmatig contact. Barendse zegt het jammer te vinden “dat we Ad Valvas tot nog toe niet op een goede manier hebben weten te betrekken”.

Hij wil graag dat de hele VU-gemeenschap meedoet bij de debatten over sociale veiligheid en academische vrijheid, ook over de samenwerking van de VU met defensie. “Omdat we willen weten wat iedereen te zeggen heeft over die onderwerpen.”

Het is niet alleen de VU die de pers wegstuurt, mensen willen zelf ook niet meer door de pers worden geciteerd, uit angst dat hun carrière wordt geschaad.

“Sommige wetenschappers en medewerkers zijn huiverig om zich publiekelijk uit te spreken en al helemaal om geciteerd te worden, omdat ze bang zijn dat uitspraken later tegen hen gebruikt kunnen worden. Dat is iets waar je rekening mee moet houden, ook als journalist. Je zou bijvoorbeeld van tevoren kunnen afspreken om mensen niet met naam en toenaam te citeren.”

Moeten mensen niet wat moediger worden? Als iedereen zich in zijn safe space verschuilt, komt er nooit meer een debat tussen verschillend denkenden.

“Er zijn wel machtsverschillen op de werkvloer. Werknemers en hun leidinggevenden hebben afhankelijkheidsrelaties, dat kun je niet negeren. Het zal altijd nodig blijven om een veilige omgeving te creëren waarin mensen zich wel durven te uiten. Daarnaast moeten we ook situaties faciliteren waarin gemarginaliseerde stemmen naar voren worden gehaald, om de dominante groep naar ze te laten luisteren, zich in een ander te laten verplaatsen.

“In mijn rol houd ik me minder bezig met debat in de klassieke zin, met twee kampen tegenover elkaar, en meer met het ontwerpen van ruimtes en gesprekken waarin mensen kunnen onderzoeken wat er onder hun standpunt ligt en wat dit betekent voor de universiteit als gemeenschap.”

De pers is een belangrijke factor voor een echt open debat. In plaats van Ad Valvas weg te sturen, zou je ons actief moeten betrekken. We zijn óók een podium voor iedereen binnen de VU-gemeenschap.

“Als dat een uitnodiging is, dan neem ik die graag aan.”

Voor vrienden van de VU

De oprichters van de VUvereniging wilden in 1879 een andere universiteit in Nederland. Los van de overheid, voor eigen keuzes met een eigen kompas. Een universiteit die staat voor rechtvaardigheid, medemenselijkheid en verantwoordelijkheid voor elkaar en voor de wereld. Zo ontstond de bijzondere universiteit waar iedereen welkom is: de Vrije Universiteit.

De VUvereniging subsidieert jaarlijks met 1 miljoen euro bijzondere projecten en activiteiten op het snijvlak van onderzoek, onderwijs, zorg en maatschappij. Daarnaast organiseren we verrassende en inspirerende evenementen.

De VUvereniging is een maatschappelijk netwerk voor vrienden van de VU.

Lid van de VUvereniging ben je al voor €10 per jaar.

Je bent van harte welkom.

Lid worden kan hier

Misschien laat de transparantie te wensen over als je de pers wegblaft bij openbare bijeenkomsten

en transparant’ hun mening mochten geven over wat er volgens hen goed en slecht ging aan de VU, en de inloopsessies hadden meer vorm dan inhoud.

Na maanden en maanden presenteerde de VU de uitkomst van het VUture-debat waaraan 1700 medewerkers zouden hebben bijgedragen en dat had geresulteerd in totaal negentien adviezen die neerkwamen op minder vergaderen, dunnere rapporten, efficiënter samenwerken en in het weer tot leven wekken van een gimmick die de VU een paar jaar eerder had geïntroduceerd, de Art of Engagement.

Art of engagement gaat over zaken als deep listening en transparant zijn. Of het debat rond VUture daar een voorbeeld van is, daarover kun je discussiëren. Misschien laat de transparantie te wensen over als je de pers wegblaft bij openbare samenkomsten en iedereen je dus maar op je blauwe ogen moet vertrouwen als je zegt dat 1700 medewerkers hebben besloten dat Art of Engagement, dat twee jaar lang lag te verstoffen op de zestiende verdieping van het hoofdgebouw, bij nader inzien toch wel de oplossing is.

Besloten vergaderingen

De VU is er, eerlijk gezegd, niet transparanter op geworden en dat gaat dan niet alleen over het

Grote Zwijgen rond de extreemrechtse studentenpartij VSP (zie het vorige magazine van Ad Valvas) en de verkramping ten aanzien van het Gaza-debat. Het lijkt zelfs wel alsof er een omgekeerd evenredige relatie is tussen het gebruik van het woord transparant in de VU-communicatie en de feitelijke transparantie van de organisatie.

Toen de VU in 2013 en 2014 een pijnlijke reorganisatie met veel gedwongen ontslagen onderging, werd daarover in alle openheid fel gedebatteerd, ook bij de medezeggenschapsraden, met Ad Valvas erbij. Nu, in 2026, de tijd van Art of Engagement, wordt Ad Valvas om de haverklap weggestuurd vanwege ‘besloten gedeeltes’ in de vergaderingen van de ondernemingsraad en de gezamenlijke vergadering van de OR en de universitaire studentenraad.

In de berichtgeving over die vergaderingen, doorgaans saai, maar bij vlagen interessant, belangrijk en zelfs spannend, werden raadsleden gewoon met naam en toenaam geciteerd. Nu willen ze dat niet meer, onder andere omdat ze door hun leidinggevenden worden aangesproken op wat ze tijdens een medezeggenschapsvergadering hebben gezegd over een bepaald onderwerp. Die leidinggevenden mogen dat helemaal niet. Maar ze doen het toch. Het gevolg: bij de OR-verkiezingen staan er kandidaten op de lijst die al een of twee periodes bij de OR achter de rug hebben, maar van wie niemand weet wat ze daar

precies gedaan hebben. Dat moet semi-geheim blijven. Je weet dus niet echt waarop je stemt.

Debat moet soms onveilig zijn

Eind vorig jaar was er een openbare bijeenkomst voor alle VU-medewerkers over academische vrijheid. Ad Valvas had zich ook aangemeld. Het was in de VU-foyer, iedereen kon erbij, maar de vorm was wat gimmickachtig, waarbij mensen een koptelefoon op kregen en iets in groepjes moesten doen. Sowieso moeilijk om over te schrijven, misschien was het leuk voor een foto op Instagram, maar zodra de camera tevoorschijn kwam, snelden er mensen toe om te zeggen dat dát niet de bedoeling was, want medewerkers moesten in veiligheid kunnen zeggen wat ze op hun lever hadden.

Nu is dat het excuus waarmee Ad Valvas de laatste jaren vaker de deur in zijn gezicht krijgt dichtgesmeten. Soms begrijpelijk, want als mensen in kleine groepjes bij elkaar komen om over hun persoonlijke, soms pijnlijke ervaringen te praten, moet dat in een beschermde, veilige omgeving kunnen. Maar een openbare bijeenkomst over wat de VU zou moeten doen om de academische vrijheid te beschermen? Come on! Dat gaat ons allemaal aan.

Bovendien moet over zaken als seksuele geaardheid, gender, racisme, sociale veiligheid en tal van andere gevoelige zaken ook in het openbaar kunnen worden gepraat, zeker in een academische omgeving. Het is misschien onveilig, maar wel nodig, om tal van redenen, om daar zoveel mogelijk mensen bij te betrekken.

GEZOCHT: STUDENTLID ADVIESRAAD

Ben jij student aan de Vrije Universiteit en vind je onafhankelijke journalistiek belangrijk?

De Adviesraad van Ad Valvas, onafhankelijk journalistiek platform van de VU, zoekt een studentlid.

Als lid denk je mee over de koers en het functioneren van het platform en geef je gevraagd en ongevraagd advies.

De Adviesraad komt ongeveer 3 keer per jaar samen en de aanstelling is voor minstens één jaar.

Interesse? Mail naar secretariaat.advalvas@vu.nl

‘Ik kan niet tegen onrecht’

Houkje Vlietstra, redacteur bij de dienst Communicatie & Marketing (C&M), is altijd goed voor reuring in de tent. Zelfs rond haar pensionering was er gedoe. ‘Ik ben onnodig diep beledigd.’

TEKST EN FOTO’S PETER BREEDVELD

‘Als

je zo’n grote bek hebt als ik, krijg je weleens herrie’

Afgelopen december kreeg C&M-medewerker Houkje Vlietstra een wat treurig kerstcadeau van haar baas, de VU. Per 1 mei 2026 was ze boventallig verklaard. Drie weken voor haar pensioen zou ze na 44 jaar trouwe dienst aan de kant worden gezet. Ze vond het heel erg. Maar, zei haar leidinggevende: “Het moet van HRM.”

Ze vindt het een “onnodig diepe belediging” en dom bovendien. “Financieel levert het ze niks op.” Nog absurder werd het toen ze tijdens dat boventalligheidsgesprek hoorde dat ze per 1 mei in aanmerking zou kunnen komen voor een van de nieuwe banen bij Communicatie & Marketing. “Heel surrealistisch natuurlijk als je op 22 mei 67 jaar wordt.”

Vlietstra uitte haar ongenoegen in een bericht op LinkedIn, waar ze meer dan 50.000 views scoorde, honderden reacties en 85 commentaren kreeg van mensen die net zo geschokt waren als zij. Emeritus hoogleraar oude geschiedenis Bert van der Spek foeterde: ‘Dat krijg je ervan als je keihard afscheid neemt van de christelijke idealen van de universiteit: compassie, zorg voor de medemens, strijd tegen egoïsme.’

“Pure dommigheid”, zegt ze. Inmiddels heeft ze een keurige pensioenbrief waarin staat dat haar dienstverband per 21 mei eindigt. Ze draagt de VU niks na, want “ik ben dol op de VU.”

Ze vroeg zich wel af of haar ontslag, drie weken voor haar pensioen, “een trap na” was geweest vanwege haar “kritische grote bek”. Want ja, Vlietstra heeft van haar hart nooit een moordkuil gemaakt en als ze vindt dat de VU iets niet goed doet, mag iedereen dat horen. Maar met haar pensioen in zicht lijkt ze milder te zijn geworden, want, zegt ze: “Uiteraard heb ik ook fouten gemaakt.”

Vuurtje opstoken

Als lid van de ondernemingsraad (OR) kreeg ze ruzie met de directeur van HRM. Dat liep zo hoog op dat ze uit de OR stapte. Daar is ze nog wel steeds boos over. Ze heeft altijd aan de bel getrokken als het ging om de rechten van werknemers en studenten. Als OR-lid, gewoon als collega, maar ook als lid van het Lokaal Overleg van de FNV, dat landelijke kaderregelingen in de cao vertaalt naar de werkvloer van de VU. Als het ging over ouderschapsverlof, vrije dagen, een sociaal plan bij reorganisaties. “Ik heb het altijd leuk gevonden om er voor collega’s uit te halen wat eruit te halen viel”, vertelt ze.

Bijvoorbeeld als ze op hun vrije zaterdag moeten werken vanwege een bachelorvoorlichtingsdag. “Dan hebben ze recht op anderhalf uur compensatie per gewerkt uur en na 16 uur zelfs op twee uur. Dat weten mensen vaak niet, maar Vlietstra wijst dat dan aan in de cao.

Ze stookt het vuurtje graag op, zegt ze. “Ik kan niet tegen onrecht.” Soms heeft ze dan een conflict. “Als je zo’n grote bek hebt als ik, krijg je weleens herrie”, zegt ze daarover. Soms vindt ze dat collega’s hun mond niet genoeg opendoen. “Er zitten helaas ook bange mensen in de OR”, oordeelt ze.

Seksuele intimidatie

Ze kwam dus 44 jaar geleden, in december 1981, bij de VU werken, waar ze net klaar was met haar kandidaatsexamen geschiedenis. Ze kreeg een baantje bij de voorloper van de dienst Communicatie & Marketing, het VU Informatiecentrum. Ze verzorgde de knipselkrant en las alle dagbladen, “zelfs de feuilletons in het Reformatorisch Dagblad, om daar de berichten uit te knippen die relevant waren voor de VU”. Tweeëntwintig was ze, streng protestants opgevoed maar wel samenwonend met wie later haar echtgenoot zou

Vlietstra: ‘Als vrouw ben je vogelvrij’

worden. Als VU-werknemer werd je toen geacht de doelstelling van de VU te ondertekenen, op de VU werkte je voor ‘God en zijn wereld’.

Ze werd bepoteld door haar baas, hoofd van het bureau Pers & Voorlichting. “Losse handjes”, noemt ze dat. “Hij was ook lid van de ‘natte gemeente’, dat betekent dat hij wel van een borrel hield. Die ongewenste intimiteiten vielen ook andere jonge vrouwen aan de VU ten deel. “Je was als vrouw vogelvrij”, aldus Vlietstra. Ze bedenkt zich even: “Nog steeds is dat zo. Ook in de wetenschap valt het niet mee om een vrouw te zijn. Veel mannen denken dat ze zich alles kunnen permitteren wanneer een vrouw afhankelijk van hen is.”

Toen ze trouwde, hielden de ongepaste aanrakingen op. “Ik was toen van een andere man, en dan mocht dat blijkbaar niet meer.” Ze heeft nooit een klacht tegen hem ingediend. “Aan wie moest je zoiets vertellen?”, zegt ze. “Ik huilde weleens uit bij een collega die er ook last van had.”

Gouden kooi

Als student was ze al activistisch. “Ik deed twee keer mee met een bezetting van de VU.” Waar het om ging, staat haar niet meer zo scherp voor de geest. “Iets met verhoging van het collegegeld.” Ze was actief voor de SRVU en zat in de subfaculteitsraad. Ze was een van de weinige vrouwen die geschiedenis studeerden. “In die tijd zeiden ze dat als je aan de man wilde, je geschiedenis moest gaan studeren.” Ze ontmoette aan de VU inderdaad haar toekomstige man en stopte met haar studie nadat ze haar kandidaatsdiploma haalde, zeg maar het huidige bachelordiploma. “Ik wilde baby’s”, zegt ze. Die baby’s kreeg ze, drie kinderen, onder wie een tweeling, binnen twee jaar. De baby’s kregen zelf weer baby’s, waar Vlietstra ook altijd op heeft gepast.

Passieloos werken

Haar familie is belangrijk voor haar, en daarom was het werken aan de VU ideaal. “Bij de VU kon altijd alles. Om half drie weg om je kinderen van school te halen, jarenlang heb ik 16 uur per week gewerkt, je had veel vakantiedagen en goede secundaire arbeidsvoorwaarden. De VU is eigenlijk een gouden kooi, wat dat betreft.” Ze voegt daar nog aan toe: “Voor het ondersteunend personeel.”

Ze heeft altijd met plezier gewerkt en nooit minder dan haar best gedaan, maar ze kwam eens in opstand toen de VU tegen haar personeel begon te ronken over duurzame inzetbaarheid, je constant ontwikkelen en ambities realiseren. “Waarom is het niet meer genoeg als je je vak verstaat”, zei Vlietstra tegen destijds Ad Valvas. “Er wordt ook altijd verwacht dat je je werk met passie doet. Sodemieter op! Mag ik alsjeblieft passieloos mijn werk doen?”

Ze doorbrak een taboe en zegt dat ze ontzettend veel reacties van mensen kreeg die er ook zo over dachten. “Zelfs hotemetoten aan de VU schreven me dat ik gelijk had. Werken doe ik om te leven, en ik doe het met plezier, maar mijn werk is niet mijn leven. Mijn familie is mijn leven.”

Ogen dicht, benen omhoog, lekker wegdommelen in de zon... het is maar goed dat VUmcmedewerkers geen natuurlijke vijand hebben. In hun helblauwe kleuren zijn ze een makkelijk te spotten prooi in de nog wat kale hortus. (ES)

FOTO

PETER GERRITSEN

VU HONOURS PROGRAMME

Application deadline: 1 May

For

motivated and eager 1st

year students

Join and apply before 1 May

More info: vu.nl/honours

H A L L E N G E Y O U R TA L E N T S !

JOURNALISTIEK PLATFORM VAN DE VRIJE UNIVERSITEIT WWW.ADVALVAS.VU.NL

Redactieadres

De Boelelaan 1105

BelleVue, Kamer 1H-43 1081 HV Amsterdam redactie.advalvas@vu.nl

Hoofdredacteur

Peter Breedveld

Redactie

Bryce Benda, Nour Khamis, Emma Sprangers, Welmoed Visser

Eindredactie

Win Castermans, Emma Sprangers

Secretariaat en VU-advertenties

Anna Jansen (020) 5985630 secretariaat.advalvas@vu.nl

Art-direction/vormgeving Rob Bömer – rbbmr.nl

Medewerkers

Atoni Bańkowski, Yvonne Compier, Dido Drachman, Merlijn Draisma, Peter Gerritsen, Bas van der Schot, Peter Valckx, Wout van Zaale

Copyright HOP-kopij Hoger Onderwijs Persbureau, Amsterdam

Commerciële advertenties Bureau Van Vliet (023) 5714745

Druk

Senefelder Misset, Doetinchem

Werken bij de VU

Bijdragen aan een betere wereld, door onderscheidend onderwijs en grensverleggend onderzoek. Dat is de ambitie van de Vrije Universiteit Amsterdam. Persoonlijke vorming en maatschappelijke betrokkenheid staan hierbij centraal. Vanuit verschillende disciplines en achtergronden werken wij samen aan innovaties en nieuwe inzichten op het hele wetenschappelijke spectrum.

Aan de VU werken ruim 6.150 medewerkers en volgen ruim 31.000 studenten wetenschappelijk onderwijs. De uitstekend bereikbare VU-campus ligt in het hart van de Amsterdamse Zuidas.

Ben jij geïnteresseerd in werken bij de VU?

Kijk dan op: werkenbij.vu.nl

Werk jij al bij de VU? Hou dan de interne vacatures in de gaten op: interne-vacatures.vu.nl

C

ADVALVAS.VU.NL

JOURNALISTIEK PLATFORM VAN DE VRIJE UNIVERSITEIT

Nieuws, interviews, blogs en achtergrondverhalen

Elke dag actueel op advalvas.vu.nl

Niks missen? Abonneer je op onze wekelijkse Ad Valvas Mail Update: https://tinyurl.com/updateadvalvas

STRATEGISCH PLAN

Wereldburgerschap centraal in VU-plan

In taalgebruik op het snijvlak van corporate lingo en motivational speech, rolt de VU haar strategisch plan uit voor de komende vier jaar. De term die de kernwaarden van de VU tot een geheel smeedt, is wereldburgerschap. ‘Wereldburgers hebben oog voor verschillende perspectieven en belangen, van lokaal tot mondiaal.’

DEFENSIE

OR vindt defensie een eng woord

Kan dat nieuwe Centrum Defensie en Weerbare Samenleving niet gewoon Centrum Weerbare Samenleving heten, vroeg de ondernemingsraad het college van bestuur. “Met defensie raak je een deel van je gemeenschap kwijt”, zei een OR-lid. Maar volgens CvB-voorzitter Margrethe Jonkman wordt Defensie te negatief neergezet.

GELD

Geen vergoeding voor toeslagenaffaire

Lokale kinderombudsmannen roepen het kabinet op studieschulden van gedupeerden van de toeslagenaffaire kwijt te schelden, maar krijgen nul op het rekest. Het kabinet wijst op compensatie via ouders en bestaande regelingen, terwijl de kinderombudsmannen stellen dat getroffen jongeren structureel zwaarder worden belast.

ADVALVAS.VU.NL/EN

JOURNALISTIC PLATFORM OF VU AMSTERDAM

News, interviews, blogs, features Daily updated on advalvas.vu.nl/en

Don’t miss out! Subscribe to our weekly Ad Valvas Mail Update: https://tinyurl.com/updateadvalvas

OPINION

‘Emergohal is an accessibility nightmare’

With on-campus exam location TenT demolished, VU students are sometimes forced to travel to the outskirts of Amstelveen to take their exams. VU considers it the most suitable option, but psychology student Claire Tait-Doak argues this endeavour puts a strain on students, especially those with a disability.

LEFT OUT

Internationals don’t feel at home

International students are discriminated against and excluded when looking for housing, they pay higher rents, and struggle to connect with their Dutch peers. Still, more than half consider staying in the Netherlands after graduation, or at least returning at some point – appreciating the healthy Dutch work-life balance.

POLITICS

Knowledge Security Desk gets personal

The National Contact Point for Knowledge Security may soon be allowed to process personal data, including researchers’ names. A new bill aims to improve oversight of risky international collaborations, but also raises questions about privacy and the monitoring of individual academics.

‘You don’t always have to include the opposing perspective’ As a programme maker for 3D, Jaron van der Veer tries to draw the ‘hard-to-reach VU student’ to thought-provoking events.
‘VU doesn’t have a particularly strong debate culture’

What requirements must a 3D event meet?

“It has to concern our community and be socially relevant. Sometimes it concerns society as a whole, sometimes specifically the campus, such as the meeting about VU’s collaboration with the Ministry of Defence. Students who took a critical stance felt that VU didn’t provide enough space for their voices. It is a core task of the university to organise dialogue and debate about such issues. And it really did become a dialogue.”

Is it true that there has been little debate lately? I mainly see events that claim to facilitate dialogue; the entire VU seems to be throwing around that term. “Dialogue is indeed very much hot and happening. It is often used as a way to include different viewpoints, but in a non-confrontational way. Recently, there have been relatively few debates. VU doesn’t have a particularly strong debate culture.”

I’ve also noticed that your events are not always well attended. Why is that? “The VU student is hard to reach. We have relatively many commuting students who travel back and forth from outside Amsterdam, and we share our city with one of the most activist universities in the Netherlands. So we’re looking at how best to market ourselves. How do we let people know an event is taking place? I may be biased, but it is a shame when few people show up because we have very interesting, relevant topics. But even when events are not well attended, it is still valuable to organise them. A university should facilitate this.”

3D stands for dialogue, debate and diversity. On your Instagram I see quite a few arts and crafts events. Which of the three D’s do those fall under? “These evenings are organised for and by students under the heading Life is better in 3D. 3D has an afternoon and an evening programme. The afternoon consists of the more

substantive, thought-provoking events, while the evenings are more socially oriented. The concept of diversity also involves inclusion. Such an evening provides a space for people who may find it difficult to find connection in lecture halls, or for students with a hobby that doesn’t have its own student organisation – like knitting.”

Are there debate centres you take as an example? “No, but maybe that will come. I haven’t been doing this for very long, and I know how I learn and how I approach things. I tend to jump in head-first and run around like a headless chicken trying to reinvent the wheel. And yes, this forces me to face myself. But that also gives me direction: what needs to change? I am currently in that phase. I had an idea for a programme and thought: I’ll sort it out – if I promote it, people will surely come. That turned out to be a bit of a disappointment. I am now working on making the promotion process more efficient and standardised, so it doesn’t rely solely on Miranda’s network [project manager of 3D, Ed.].”

Does your Philosophy degree come in handy? “Philosophers usually tend to say that their degree is relevant to everything. But I am starting to think that marketing might be an exception. What does help is that during my studies I learned to take different perspectives into account, even if they are not your own. That is definitely relevant for what we do with 3D.”

How do you approach organising events on sensitive topics with different perspectives? “We don’t really have a fixed formula; we make a decision for each event. We want to say yes as much as possible to people who want to organise things, but 3D is no one’s mouthpiece. For a dialogue or a debate, it is important that different viewpoints are present. At the same time, I don’t think you always have to include the opposing perspective if there’s a broad consensus. At an event on climate change, I’m not going to also invite someone who doesn’t believe in it.”

Jaron van der Veer

30

2025 – now Programme maker, 3D 2024 – now Philosophy teacher, various secondary schools

2023 – 2024

Master’s in Teaching (Upper Secondary Education) in the Social Sciences and Humanities, University of Amsterdam

2021 – 2023

Master’s in Philosophy, University of Amsterdam 2014 – 2020

Bachelor’s in Philosophy, VU

3D

Before 3D occupied the space, it was squatted for three years by students under the name De Verrekijker in the W&N building. After a media controversy in 2018, VU closed the space and asked current project manager Miranda van Holland to set up a centre for dialogue, debate and diversity. Students, researchers and lecturers can organise ‘fitting’ programmes there.

Housing crisis

‘I think no one wanted to be here’
Photo’s by Antoni Bańkowski, Cotârlan’s friend, CASA and The Social Hub
In the midst of Amsterdam’s housing shortage, student hotels offer a lifeline to incoming international students looking for a room. But do the amenities weigh up against their exorbitant prices?

Room service and rats

“Institutions like this shouldn’t exist.” As he makes coffee among unwashed glasses, empty beer bottles and plastic wrappers in a gloomy kitchen of The Social Hub, master’s student Baran Luis Pasaoglu reflects on the hotel he’s been staying in these last months. You can tell eleven other students use the space. A cupboard door has come off its hinges, and a long board that was once fitted between the cabinets and the floor lies flat at his feet.

Pasaoglu moved into one of the ‘extended stay’ rooms at the hotel’s Wibautstraat location last September to start his American Studies master’s at the University of Amsterdam (UvA). It costs him around 2,000 euros a month and is far from what he had hoped for when choosing to study in Amsterdam after finishing his bachelor’s in Turkey. His housing search got delayed because he was waiting for a decision from other universities he applied to. He knew rent wouldn’t be cheap because of the housing crisis, and yet he still hoped to find a studio for under 1,500 euros. He started looking in July, and after a week of little success, he was forced to lower his expectations.

He had heard about The Social Hub from a friend and was lucky enough to instantly find an available room on the hotel’s website. Although the hotel does offer rooms cheaper than his, all of those were already taken. Still, he was glad for the search to be over. “It was really a relief”, he says.

Pasaoglu’s first impression of his room was that it was small. But he wasn’t one to complain. He says he lived in smaller spaces before, and after seeing other rooms on his floor he was glad he didn’t end up with a cheaper option, which he says would be too small, even for him.

He became friends with students he shared the kitchen with. Most of them ended up at the hotel in similar circumstances to his. “I think no one wanted to be here in the first place”, he says, adding that some of them are still looking for housing alternatives now.

Little flexibility

Student hotels like The Social Hub have been a subject of controversy for the past couple of years. De Landelijke Studentenvakbond (Dutch Student Union) advises students not to choose The Social Hub because of its “exorbitant prices” and limited tenancy rights compared to regular student housing.

In the meantime, the housing crisis in Amsterdam deepens every year, as construction of new complexes struggles to catch up with private landlords selling off their student housing stock. This means that incoming students often go for any accommodation they can find, including student hotels. Despite being hotels, the establishments offer little flexibility when it comes to ending the contract prematurely, and while their amenities are enjoyable, it seems like most students wouldn’t choose them if they had more options.

Last chance

“I’m just gonna take whatever”, Briana Cotârlan thought to herself in July 2023, a month before she was set to move out of Romania and begin her Computer Science degree at VU. She was waiting for a website to open that listed accommodations reserved for the university’s incoming international students.

Because she didn’t pay VU’s housing fee in time, she couldn’t take part in earlier opportunities to book a room. Stories of people who failed to find housing and gave up their studies in the Netherlands because of it had been haunting Cotârlan for months. Now, it was her last chance to get a room through the university’s housing programme – if she didn’t get it, she considered her odds of finding a place grim.

When the housing platform went online, the website crashed. For five nerve-racking minutes, Cotârlan couldn’t

He witnessed a rat helping itself to a bowl of cookies on the reception counter

It was a reality check when maintenance became her own responsibility

log in. When she finally did, only a couple of rooms were left. One of them caught her eye – for 1,087 euros a month, she would get a hotel room with access to a shared kitchen. It was at The Social Hub in Amsterdam West, a student hotel she had heard of before. This late into the housing process, the other available rooms were just as expensive as the hotel. It was never her first choice, but she liked the fact it had a reception and security. So she decided to do it.

Unwanted guests

Cotârlan didn’t like the high price of the accommodation but started missing some of the benefits that came with it when she moved out a year later. Being used to monthly room cleaning service, she admits it was a “reality check” when maintenance became her own responsibility.

She appreciated the sense of safety the hotel’s security had provided, and the reception staff, ready to help day and night. The discounts she got at a café on the hotel’s ground floor, the access to a gym at no extra cost, rental bikes free to use – it all sweetened the deal.

Similarly to Pasaoglu, she had no choice but to choose the more expensive room. But upon seeing other people’s rooms, which can get as small as 14 square metres, she was happy with where she was.

Pasaoglu had access to the same amenities as Cotârlan did, which he does appreciate. But he doesn’t think they justify how high the rent is, especially considering the hotel’s shortcomings. The kitchen needs fixing, which the hotel ignores, despite his requests. The internet is slow. Rats visit the lobby and common study area – he witnessed one helping itself to a bowl of cookies on the reception counter. It all makes the price hard to accept for him.

Cheaper exceptions

Student hotels can, however, be affordable, as proven by Hotel Casa, which currently charges 605 euros a month for its long-stay student rooms. Annejet Vreeburg,

a Journalism master’s student at VU who lived there for over a year starting in 2020, says that period was a great start to living on her own. She chose it over regular student housing, taking advantage of the Covid pandemic shortening the hotel’s waitlist. Nowadays, it takes two years to get a room in the same hotel.

What also shows that the hotel is a reasonable choice is that Vreeburg remembers around half of the hotel’s student residents to be Dutch. Students who lived in the Netherlands before going to university tend to end up with better housing than internationals as they have more insight into the market. At The Social Hub, both Pasaoglu and Cotârlan say they encountered almost no Dutch students.

Fleeing the hotel

It seems like signing a long-term contract with a student hotel does not come with much freedom. That’s something Hania Frej, a second-year European Studies student at UvA, learned this last year when staying at Hotel Jansen, which also offers long-stay options for students. After a month in a hotel-sized room, which she paid 1700 euros for, she was excited to hear that she could move into an apartment two months earlier than expected. Then she learned that leaving the hotel before the end of her contract would cost her 400 euros, which she says is different from what the hotel had told her when she asked about this upon arrival. According to her, she was told there would be no such fee.

Pasaoglu faced similar issues. His plan was to move out in January, but because of his one-year contract, he had to find a person to take over his room if he wanted to end the contract early. He didn’t find anyone, which was not surprising to him. “I get why most people don’t want to pay 2,000 euros for a room”, he says. He now has to stay at The Social Hub until the end of the contract.

What cheers him up is that soon he is flying out of Amsterdam, leaving the hotel room behind for a couple of nights. “I can’t wait”, he says. “I’m counting the days.”

VU student Nataliia Krysanova fled from the war in Ukraine and hopes to build a successful career in the Netherlands.
‘I

had no idea what it was like to be in a war’

Nataliia Krysanova (48) had just finished the first year of a PhD programme in Economics when the war started in her home country. She fled to the Netherlands with her eleven-year-old son and wanted to start studying immediately – also to take her mind off the war, she says. Now, the Ukrainian refugee student is studying Business Analytics, hoping she can still make a career in the Netherlands. “I’m aiming for a position as a business analyst, possibly in a bank, where I can combine my banking experience with my freshly obtained analytical and programming skills”, she says. She hopes to become financially independent and be able to afford her own apartment.

When she started her study, she worried about “being much older”, surrounded, as she says, by students in their twenties or even younger. “But they don’t give me the feeling of being older. Sometimes there were students who thought I was a teacher when I entered the room. But when I’m working with them on a project or a group assignment, they treat me as a peer, as one of their own.”

Before fleeing Ukraine, she worked for the plastic card department of a bank in Dnipro, where she lived, and was responsible for the development of payment cards and services.

‘We moved forward in complete darkness, sharing medicines and water with each other’

Escape from Ukraine

The war started with a Russian invasion across multiple regions, targeting Kyiv and other major cities. “In Dnipro, we were not under attack yet, but the first days were terrifying”, Krysanova says. “I had no idea what it was like to be in a war. I imagined soldiers would enter our house and threaten us or worse. But it wasn’t like that. There were air raid sirens, local military preparing defenses, constant news updates, and this dread of what was about to come. We mostly stayed and slept in the basement because of the alarms. It was very scary.”

After hearing the news about a heavy attack on Kharkiv’s Freedom Square, around the regional administration building, where around thirty people died, she was determined to take her son and try to reach the border by train. “I had no tickets; it was impossible to buy them. We just went to the station and were shocked by the huge crowds of people trying to leave. The train doors were closed, and people were knocking on the windows, asking to let women with children in. Eventually, a train worker opened the door, and I don’t even remember how we got inside, the crowd carried us in. I held my son’s hand tightly, trying not to lose him. A sleeping wagon built for 50 people had easily 250 inside. It was hard to move, let alone go to the toilet.”

The lights of the train were extinguished to avoid becoming a target for Russian fighter jets. “We moved forward in complete darkness, sharing medicines and water with each other. It was terrifying. We weren’t even allowed to text friends or family because of the lights from our phones, so we covered ourselves with our coats to send messages.”

Holiday on Ice

Upon arriving in Lviv, they were relieved to get off the train after 23 hours of travel and overwhelmed by the number of volunteers that handed out food, coffee, and tea. They reached the border at night and after waiting in line for about four hours, they finally crossed into safe territory.

From there, they changed trains to Bratislava, then Prague, and Berlin. At every station, volunteers offered food and a place to stay, “but we kept moving on, further and further from the war”, Nataliia says.

When they arrived at Amsterdam Central Station, nobody was there to meet them – they were among the first to make it so far from Ukraine. “We asked two policemen for help”, Krysanova says, showing a photo on her phone of her and her son posing with a smiling policewoman. “We were accommodated in the Savoy Hotel. It was such a relief. We were tired, but finally safe.”

The stories of Ukrainian refugees are somewhat different from those of refugees from countries like Syria or Eritrea. Krysanova and her son were treated as guests, taken to museums and concerts. “They gave us tickets to Holiday on Ice.”

After she settled in, her sister arrived with her children. “While my son hadn’t experienced the sounds of bomb attacks because we left Ukraine earlier, my six-year-old niece was initially triggered by the noise of fireworks and planes overhead”, Nataliia says. Later, her 26-year-old daughter also came to Amsterdam, bringing along two cats. They are all living with other Ukrainians in a kind of dorm in Duivendrecht, each in a small but private room. They’re learning Dutch, and the children study and enjoy swimming lessons, which are mandatory in the Netherlands.

Listening to

Dutch while biking

Krysanova couldn’t work at a bank because her Dutch wasn’t at the required level, so she took a job on a computer factory’s assembly line.

When they arrived at Amsterdam Central Station, nobody was there to meet them

“After two months, I realised it wasn’t what I really wanted. I wasn’t happy or satisfied”, she says.

Determined to pursue a meaningful career while learning Dutch, she enrolled in Applied Mathematics at Inholland University of Applied Sciences, the only Amsterdam university at the time offering reduced tuition fees for Ukrainians under the EU Temporary Protection Directive. She quickly found her footing and improved her English.

Hearing that the University Assistance Fund (UAF) supports only a small number of Ukrainians in pursuing their studies and starting careers, she applied. She expected rejection because of her age, “but I was motivated and had a clear career path, so they accepted me”, she recalls. She earned her first-year certificate at Inholland and then continued at VU. This year, she plans to complete her Bachelor’s in Business Analytics. “I am also considering pursuing a Master’s in Computational Science in parallel”, she adds, aiming to advance further in her field.

It shows just how determined she is. She has gone to great lengths to learn Dutch. She can speak it, but she doesn’t yet feel confident enough to do a job interview in Dutch. She started with a course for refugees offered by her municipality, earning her an A2 certificate, and then continued studying Dutch at VU. “It’s hard to balance learning Dutch with my studies, so now I improve my Dutch by listening to recorded speech while biking to and from the university”, she explains.

Celebrating King’s Day

Her son, however, speaks it like a native, she says. “I realised when we were at McDonald’s the other day, how proficient he was ordering at the counter. When we arrived in the Netherlands, he spoke neither English nor Dutch.” It took him a while to get used to his new surroundings. In primary school, there were Ukrainian teachers who supported the Ukrainian children, but when he turned twelve and started secondary school, he struggled to keep up because of the language. Over time, however, he became really good at Dutch.

Krysanova: “Now fifteen, he feels at home in the Netherlands. He celebrates King’s Day and has his friends here. He’s happy, and I’m happy for him. I’m incredibly grateful to the Netherlands, to VU Amsterdam, and to the UAF for their support and for giving me the chance to rebuild my life.”

The university student council is the representative participation council of and for students of VU Amsterdam. The council concerns itself mainly with the quality and accessibility of education at VU Amsterdam and with the student policy of this university. The council consults with the executive board periodically.

How do you do so much?

We’re already well past the halfway point of this year. I could describe it in so many ways, beyond a normal board year. I genuinely believe that what you meet in life meets you for a reason. For me, this year has been a quiet experiment in capacity: how many ‘roles’ can one person carry while the world feels like it’s shaking a little? Two boards. Two jobs. Honours. Trying to show up for friends. Trying to show up for myself. And still, the question that keeps returning, almost like a chorus, has been: “How do you do so much?”

The council changes your relationship with yourself

Passion? Obsession? Probably a mix of both. But if I’m honest, it’s also something simpler: a refusal to let opportunities pass me by just because they look intimidating at first. I see everything I do as puzzle pieces I’m collecting: small, imperfect fragments that don’t make sense on their own.

My role in the University Student Council gives me space to arrange those pieces into something that matters beyond me. It’s not just ‘extra activities’. It’s being close to the heartbeat of the university: hearing what students need, translating that into action, and

realising how much change can start from one conversation that someone took seriously. With elections coming up, I wanted this blog to be an honest note to anyone who’s ever wondered whether doing something outside your studies is ‘worth it’. It is, because it changes your relationship with yourself. The University Student Council isn’t just a line on a CV. It’s a training ground for becoming the kind of person who doesn’t wait for permission to contribute. For me, the council not only means new opportunities, but a whole different world. I will dare to say it’s the best experience you can have in your twenties. What this year taught me is that this experience will shape your whole future: as an individual, as a future worker, as a friend, as who you choose to be when the world tries to shape you differently. So if you’re reading this and thinking, ‘I could never do all that’, you don’t have to. You just have to start with one step. One small puzzle piece. And then another. Because sometimes the most surprising thing isn’t how much you can do, it’s how much you can become when you finally let yourself try.

What’s going on

A selection of the topics that the USC is currently considering or negotiating.

• Revision of the Code of Conduct based on past incidents

• Updated election regulations to better reflect current needs

• Reallocation of roles within the council

PERSONEELSPAGINA

ONDER REDACTIE VAN HRMAM VU, JAARGANG 73, NUMMER 5, MAART 2026

Spanningen in je team? Teamcoaching kan helpen

Binnen teams kan de druk soms aardig oplopen.

Bezuinigingen op onderwijs, technologische veranderingen, maatschappelijke onrust en toenemende polarisatie brengen spanning en stress met zich mee. Dit kan in een team negatief doorwerken in de sfeer en de kwaliteit van samenwerking.

Uit onderzoek weten we dat organisaties met een open ontwikkelingsgerichte cultuur, waarin feedback geven normaal is en van fouten wordt geleerd, beter presteren. Teamcoaches Mieke Reidinga en Hanna Boersema hebben afgelopen jaar verschillende VU-teams geholpen om de samenwerking en sfeer weer op de rit te krijgen. “Juist als je onder druk staat, is tijd nemen voor de verbinding met elkaar broodnodig. Het helpt om oud zeer op te ruimen en samen beter te kunnen focussen op je doelen als groep.”

Wat is het risico van een ongezonde spanning voor een team?

“In teams die onder druk staan zien we vaak een verstoorde verhouding tussen leidinggevenden en professionals of tussen collega’s onderling. Er wordt over elkaar gepraat in plaats van met elkaar. Voorvallen worden niet uitgepraat, waardoor mensen zich ongemakkelijk en gespannen voelen.” Mieke en Hanna zien dat zulke situaties er gemakkelijk toe leiden dat mensen energie verliezen, vertrouwen in elkaar kwijtraken of erger. Soms wordt dit versterkt door meningen en oordelen van buiten, zoals collega’s of media, met nog meer spanning tot gevolg. Zo kan een sfeer ontstaan van verwijten en

onbegrip en wordt het steeds lastiger om in gesprek te komen over onderliggende emoties. In de teams die ze begeleid hebben zagen ze een brede waaier aan zulke emoties, variërend van teleurstelling over ingevoerde veranderingen, ontgoocheling over impactvolle keuzes, angst om niet aan hoge eisen te voldoen tot behoefte aan steun en waardering. Zolang deze gevoelens en behoeften niet worden benoemd en erkend, blijven ze doorwerken in de samenwerking.

Wat helpt teams die onder druk staan?

De dienst HRM, Arbo & Milieu krijgt regelmatig vragen van teams om de samenwerking en communicatie vlot te trekken. Vaak is teamontwikkeling in de vorm van de TeamUp workshop of een dialooggesprek passend, maar wanneer de druk te hoog is opgelopen kan het helpen om externe professionele hulp van een teamcoach in te schakelen. De VU heeft een teamcoachpool met externe teamcoaches die de organisatie goed kennen, maar er geen deel van uitmaken. Een teamcoach helpt het team om uit de groef te stappen en samen te onderzoeken en uit te spreken wat het team belemmert in het samen realiseren van de doelstellingen van het team (zie het kader Teamcoaching).

Heeft een leidinggevende hierin ook een rol?

“Absoluut. We zien hoe belangrijk het is dat een leidinggevende aandacht heeft voor zowel de zichtbare bovenstroom als de minder zichtbare onderstroom. In de bovenstroom zijn vragen belangrijk als: zijn er heldere afspraken over hoe we omgaan met roostervraagstukken?

Wat zijn de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van een sectiehoofd? Hoe zorgen we samen voor het inwerken van nieuwe docenten? Om de onderstroom te begrijpen is een ander soort vragen belangrijk: bespreken we voldoende de zaken die niet goed gaan? Is er ruimte om elkaar feedback te geven? Wat zijn hier de ongeschreven regels en helpen die ons of zitten ze ons juist in de weg?”

Hanna en Mieke zien dat veel van deze vragen klinken als de bekende weg, maar in de praktijk door teamleden heel verschillend beleefd worden. De leidinggevende heeft een rol om zowel de boven- als de onderstroom bespreekbaar te maken. Ze hebben namelijk allebei invloed op het welzijn van het team.

Hanna Boersema

Wat is jullie belangrijkste bijdrage in de teamcoaching?

“Dat is een lastige vraag, want elk team is anders. Maar als we terugkijken, kun je wel zeggen dat twee zaken altijd terugkomen: ten eerste het team helpen ruimte te maken voor een goed gesprek over de samenwerking en ten tweede het leren kijken vanuit een systemisch perspectief.”

Hanna: “Voor veel teams is het nieuw om tijd in te ruimen voor het gesprek over samenwerking en welzijn in het team. Hoe willen we samenwerken? Welke waarden vinden wij belangrijk? Hoe gaan we om met conflict? Wat zijn onze spelregels? Door dit naar elkaar uit te spreken wordt de drempel lager om het erover te hebben wanneer het een keer moeilijk gaat. En door dit regelmatig te doen groeit het vermogen van het team om gezamenlijk kwesties op te lossen en gedeelde verantwoordelijkheden op te pakken.”

Dat is herkenbaar. Maar wat is systemisch kijken?

Mieke: “Systemisch kijken wil onder meer zeggen dat je niet denkt in termen van dader en slachtoffer of schuldige en onschuldige, maar dat je focust op de onderlinge relaties en de dynamiek die je samen creëert. Samenwerking is immers altijd het resultaat van een wisselwerking tussen mensen. Als er spanning is helpt het om de vraag te stellen: wat gebeurt er tussen ons? Maar vooral ook: wat doe ik waardoor jij zo doet? Uiteindelijk is het doel van samenwerking dat mensen hun werk goed kunnen uitvoeren, dat er synergie ontstaat en dat je het een beetje leuk hebt met elkaar. Juist als het spannend is wil je immers een prettige thuishaven hebben met collega’s waar je op kunt leunen.”

Teamcoaching: de inzet van een professionele teamcoach

Teams kunnen besluiten tijd en energie te willen steken in hun samenwerking. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Er zijn veel nieuwe collega’s bijgekomen. Er is iets vervelends gebeurd. Er komt een grote verandering aan die veel van het team vraagt. Er zijn spanningen. In zulke situaties kan het helpen om de hulp in te schakelen van een teamcoach.

• Een teamcoach is een professional die geen relatie heeft met het team. De teamcoach wordt als neutraal gezien en kan helpen om het teamgesprek voldoende diepgang te geven en ook zaken te bespreken die lastig of spannend zijn. De VU heeft een teamcoachpool met externe teamcoaches die gematcht worden op een teamvraag.

• De vorm en duur van teamcoaching kan variëren van 1 of 2 dagdelen rond een specifieke vraag tot een traject van een half jaar met meerdere bijeenkomsten en tussentijdse gesprekken.

• De invulling van de teamcoachbijeenkomsten hangt af van de situatie. Soms start de teamcoach met individuele gesprekken. Zo kunnen mensen hun verhaal kwijt en geeft het de teamcoach een beeld over wat er speelt en welke vervolgstappen er nodig zijn.

• Soms is een vervolgstap gericht op teruggaan in de tijd en stilstaan bij impactvolle gebeurtenissen, zodat er ruimte komt om deze te verwerken. Een vervolgstap kan ook toekomstgericht zijn door te bespreken waar men samen naar toe wil en wat daarvoor nodig is in termen van houding en gedrag.

Denk je dat jouw team met een teamcoach aan de slag moet om teamproblemen op te pakken en de samenwerking weer op de rit te krijgen? Neem een kijkje op onze teamcoachpagina!

Wat kun je als team zelf doen?

In teams, afdelingen of secties kun je bewust met elkaar sturen op fijne werkrelaties. Mieke en Hanna hebben al in de loop van de tijd allerlei initiatieven voorbij zien komen. Enkele voorbeelden:

• Maak tijd voor gezamenlijke activiteiten. Denk aan gezamenlijke afdelingslunches, al dan niet met een vakinhoudelijk thema. Vakinhoud is wat professionals immers het meeste bindt.

• Organiseer momenten om de teamsamenwerking te bespreken. Zorg dat je tijdens een vergadering ook een moment hebt om te bespreken hoe de samenwerking ervaren wordt en hoe mensen erbij zitten. Wat gaat goed? Wat kan beter?

• Maak het gewoon om feedback te kunnen geven aan elkaar. Vertel wat het gedrag van de ander betekent voor jou. Geef feedback aan degene die het betreft en vermijd gesprekken over elkaar. Vraag waarom hij of zij ‘zo’ doet. Soms zit er iets anders achter.

• Geef lucht aan emoties. Neem de tijd om naar het verhaal van je collega te luisteren, stel vragen, vraag door. Emoties zijn er en doen mee. Iedereen heeft de behoefte om gehoord en gezien te worden en erbij te horen. Je hoeft het er niet mee eens te zijn, maar je kunt wel proberen te begrijpen waar iemands reactie vandaan komt en wat de situatie met iemand doet.

Wil je meer lezen over wat de VU te bieden heeft op gebied van teamontwikkeling en de TeamUp workshop?

Redactie Personeelspagina > HRMAM Tekst > Rolien Walinga Vormgeving > Designstudio VU

Mieke Reidinga

Tijdloze cultklassieker

Rialto VU

Nieuw Universiteitsgebouw De Boelelaan 1111

The Man Who Fell to Earth

Draait vanaf donderdag 12 maart

Check de agenda en speeltijden op rialtofilm.nl

Niet alle sciencefictionfilms gaan over de toekomst, soms gaan ze over onszelf. The Man Who Fell to Earth (1976) is daar een voorbeeld van. In het Amerika van de jaren zeventig arriveert een buitenaards wezen op aarde, op zoek naar water voor zijn stervende planeet. Wat begint als een zakelijke missie, groeit uit tot een confronterende kennismaking met menselijke verlangens, verslaving en liefde. Regisseur Nicolas Roeg verfilmde de roman van Walter Tevis met een vervreemdende, zintuiglijke stijl: geen klassieke sciencefiction, maar een portret van een buitenstaander in een wereld die hij nooit helemaal zal begrijpen. Gedragen door de raadselachtige aanwezigheid van David Bowie is het een tijdloze cultklassieker over vervreemding en verlangen. Deze film laat zien hoe moeilijk het is om thuis te komen in een wereld die niet de jouwe is.

Pieter Greup, online marketing

Word nog sterker en fitter

Bereid je goed voor op de tweede editie van de Hyrox VU-simulatie op zondag 29 maart bij Sportcentrum VU. Tijdens deze 80 minuten durende simulatie ervaar je hoe een echte Hyrox-wedstrijd voelt: een combinatie van hardlopen en functionele oefeningen in vaste tijdsblokken.

Of je nu meedoet als single of samen knalt als doubles, dit is jouw kans om je kracht en uithoudingsvermogen te testen in een energieke en motiverende setting. Geschikt voor alle fitnessniveaus, want iedereen doet mee op zijn of haar eigen tempo. Koop snel je tickets en kom naar onze Hyrox-lessen voor de ultieme voorbereiding.

Eline Schüchner, communicatie & marketing

Sportcentrum VU

VU campus (OZW-gebouw) Boelelaan 1109 020-5983656

maandag–vrijdag: 12–20 uur zaterdag en zondag: gesloten Uilenstede Uilenstede 100 020-5985090

maandag–vrijdag: 08–23 uur zaterdag en zondag: 10–18 uur sportcentrumvu.nl

Onkreukbaar op de Zuidas

VU Griffioen

Nieuw Universiteitsgebouw De Boelelaan 1111 Onkreukbaar op de Zuidas

Live journalistiek door Joost van de Loo en Frederique de Jong

Woensdag 3 en 17 juni

Aanvang: 20 uur, zaal 5

Toegang: 7,50 euro voor studenten en VU-medewerkers griffioen.vu.nl

Journalist Joost van de Loo begon vier jaar geleden met zijn zoektocht naar een onkreukbaar iemand op de Zuidas.

Inmiddels heeft hij ruim vijfendertig mensen gesproken op topposities in de advocatuur, consultancy en het bankwezen. In de non-fictie voorstelling Onkreukbaar op de Zuidas word je door Joost én journalist Frederique de Jong meegevoerd achter de schermen van de macht. Je stapt een wereld binnen die voor de meeste buitenstaanders hermetisch gesloten blijft. Hoe doen deze mensen het goede in een omgeving die uitlokt tot minder mooie zaken?

Eric-Jan Hartstra, communicatiemedewerker

Surinaamse toko

SFEER De inrichting is duidelijk meer gericht op afhalers, er zijn maar drie tafels. Een deel van het eten ligt in een vitrine. Onze tafel staat naast de koelkasten, maar wij voelen dat niet als een belemmering of probleem. Aan de muren hangt van alles, ook kunst. Mijn disgenoot fleurt dit op. ETEN Erg lekker. Wij kiezen een roti met tempeh en kerrie-ei, nasi met kippenbout en groente. We krijgen een bakje sambal erbij om zelf de pittigheid te bepalen.

BEDIENING Vlot, we kunnen zelf drankjes uit de koelkast pakken. Wel zo handig. De man achter de kassa is vriendelijk en maakt met alle klanten een kort praatje. Ook herkent hij een bezoeker die net terugkomt van een half jaar buitenland.

TIP Kom op tijd, want er zijn maar weinig zitplekken. Afhalen kan natuurlijk altijd.

AANRADER De Surinaamse gerechten zijn top, maar ze hebben ook Javaanse. Beide kan ik aanbevelen.

PRIJS We delen een voorgerecht en bestellen ieder een hoofdgerecht. Met Fernandes-drankjes erbij redden we het met 50 euro. Niet goedkoop voor een toko.

Daan van Leeuwen, master Accounting & Control

Safari Sranang

Andreas Bonnstraat 26 1091 AZ Amsterdam

Wil je ook GRATIS ETEN, in ruil voor een restaurantrecensie? Mail naar redactie. advalvas@vu.nl.

Seks-enquête

Hij staat pontificaal op de website van Ad Valvas. Een enquête over seks. Deelnemers maken kans op een waardebon van 50 euro, dus ik besluit hem in te vullen. Praten over mijn seksleven in ruil voor vijftig piek. Dichter bij prostitutie ga ik in mijn monogame bestaan waarschijnlijk niet komen. Zoals in wel meer gesprekken over seks begint de enquête met onschuldige vragen over het belang van intimiteit in mijn relatie, maar voor ik het weet, zit ik details in te vullen die ik mijn beste vrienden onder invloed van een halve krat bier nog niet toevertrouw. En dan spookt door mijn hoofd: wat als deze antwoorden uitlekken?

Want die kans bestaat. Zo kreeg ik onlangs een brief van de financiële afdeling van de VU, waarin ze me lieten weten dat mijn BSN-nummer was gelekt. Fantastisch. Dan had ik net zo goed bij Odido kunnen zitten. BSN-nummers zijn van het type informatie waarover men altijd zegt dat het heel privacygevoelig is en dat je hem met niemand moet delen, anders zwaait er wat.

Een korte zoekopdracht leerde mij dat criminelen wel raad weten met het nummer: door het te combineren met simpele gegevens als je adres en geboortedatum kunnen ze rekeningen openen, leningen afsluiten en online aankopen doen op jouw naam. En ík vind het al frustrerend als iemand zonder overleg voor mij een toetje bestelt. Het BSN-nummer is slechts een deel van de buit. Eigenlijk geldt voor alle persoonsgegevens dat ze – eenmaal op straat – leiden tot een verhoogde kans op diefstal, oplichting en identiteitsfraude. En toch vul ik naast mijn adres ook mijn naam, geboortedatum en telefoonnummer gedachteloos naar waarheid in als ik een bestelling plaats bij Snackbar Joop. Want ja, hoe groot is de kans dat die gehackt wordt?

Nou, let op. In opdracht van het ministerie van Economische Zaken is het risico van verschillende bedrijfsongevallen onderzocht. Zo is de kans op brand 1 op 8000 en een inbraak 1 op 250. Een cyberaanval scoort 1 op 5. Toch zie ik een datalek bij Snackbar Joop als een verwaarloosbaar kleine kans, maar ik vul wel een seks-enquête in omdat ik een goede kans denk te maken op een van de vijf cadeaubonnen, die onder duizenden deelnemers worden verdeeld.

Eigenlijk zou het delen van persoonsgegevens dezelfde argwaan moeten opwekken als die seksvragenlijst. Daarom wil ik dit voorstellen: laten we die bewijs-dat-je-geen-robotbent-checkbox onderaan zo’n invulformulier vervangen door een controlevraag over die ene (onvervalsbaar menselijke) bezigheid. ‘Beschrijf de verbeterpunten in uw seksleven’ bijvoorbeeld. Of: ‘Heeft u een fetisj en zo ja, welke?’ Dan pas gaan we het delen van gevoelige data ook echt vóélen.

FOTO’S
Yvonne
Compier
Dido Drachman illustrator en striptekenaar
Wout van Zaale is masterstudent bestuurskunde

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook