Skip to main content

Schildwacht_2026-01

Page 1


De Schildwacht

Januari - Februari 2026 - nr. 01

Voorwoord

Tweemaandelijks tijdschrift van de Algemene Centrale van het Militair Personeel

Militaire chefs doen wat henzelf in een gunstig daglicht stelt

‘Ik ben het vaak met je eens, maar dat mogen wij niet hardop zeggen.’ ‘Je hebt natuurlijk het recht op vrijheid van meningsuiting, maar als ik mijn meerdere vertel wat hij niet graag wil horen, krijg ik problemen.’ ‘Wat je schrijft is waar, ze zijn er alleen niet blij mee in Evere.’ ‘Jij schrijft op wat wij niet mogen zeggen, want dat kost ons onze carrière, dan zijn wij niet loyaal of integer’.

Zomaar wat zinnen die de afgelopen tijd door verschillende militairen tegen mij gezegd werden en die aangeven hoe er bij Defensie met kritiek wordt omgegaan. Uiteraard ging dit mondeling, want schriftelijk zou er een schrikbarende werkelijkheid aan het licht komen.

Het specifieke statuut van de militair kent beperkingen, maar mag nimmer leiden tot een situatie waarin Defensie niet kan leveren en niemand dat mag zeggen. Want het militaire beroep is uniek en gaat in ultimo over leven en dood. Dan moet je de mensen waarvan je die offers vraagt wel serieus nemen. Zeker omdat, ondanks alles, een militair nooit een legitieme opdracht mag en zal weigeren.

Dit is de kwestie: militairen zijn intrinsiek geneigd om ‘ja, chef’ te zeggen. Het leger kent op dit vlak een reeks knelpunten. Veel individuen (ondergeschikten) proberen één persoon (hun chef) tevreden te stellen, die op zijn beurt weer één van de vele individuen is die een ander individu hoger in de commandostructuur proberen ter

wille te zijn, enzovoort. En de top heeft te maken met politici, die dan weer hun eigen agenda hebben. Het heeft dus veelal te maken met individuele persoonlijkheden en vooroordelen en heel weinig met rationaliteit. Het gaat met andere woorden niet zelden om het tevreden stellen en uit de wind houden van superieuren in een structuur van individuele grillen op steeds hogere niveaus.

Daarom zouden commandanten zich moeten roeren of laten horen in plaats van als een loutere ‘personal assistant’ van hun chefs te fungeren. Zolang militaire chefs in de eerste plaats doen wat henzelf in een goed daglicht stelt naar hun superieuren toe, in plaats van op te komen voor het algemeen belang of de rechten van hun mensen, zal er een leiderschapsdeficit blijven bestaan. Zolang militairen bij een disciplinaire procedure niet alleen schuldig zijn totdat hun onschuld is bewezen, maar zij bovendien in de ogen van sommige chefs schuldig blijven - ook al worden zij onschuldig bevonden - zal er autoriteitswillekeur blijven heersen.

Zolang beloften niet worden nagekomen, zolang militairen niet mogen zeggen dat de krijgsmacht niet kan leveren en op het matje worden geroepen als ze dat wel doen, zolang hen dan een gebrek aan loyauteit of integriteit verweten wordt, zal het leger suboptimaal blijven functioneren. Zolang ‘vergaderen, vergaderen, vergaderen’ het motto blijft binnen Defensie, zullen essentiële beslissingen achterwege blijven. Zolang er 58 mensen in cc van een mail blijven staan, wat in feite niets anders is dan een vorm van indekken, zal de angst- en afrekencultuur bestendigd worden. Zolang het blijft gaan over die ene mislukking en niet over de negen dingen die een militair goed heeft gedaan en zolang het ‘incidentalisme’ de overhand blijft hebben, zal de leuze ‘Personeel op 1’ een holle slogan blijven.

Zolang militairen monddood gemaakt blijven en het hun chefs aan morele moed blijft ontbreken, zal de krijgsmacht blijven aanmodderen.

Foto: Gert-Jan D'haene

Colofon

De Schildwacht is het tweemaandelijkse tijdschrift van de Algemene Centrale van het Militair Personeel. Alle leden krijgen een exemplaar toegestuurd.

Oplage: 9.800 exemplaren.

Adresgegevens worden behandeld overeenkomstig de wet op de privacy (wet 8/12/1992 & GDPR).

Verantwoordelijke uitgever:

Yves Huwart

Coördinatie:

Jesse Arents & Concetto Bandinelli

Algemene gegevens - ACMP: Romboutsstraat 1 – Bus 021 1932 Zaventem srt@acmp-cgpm.be www.acmp-cgpm.be Tel.: 02 245 72 14

BE32 2100 6234 6602

BIC: GEBABEBB

BE57 0682 3639 9535

BIC: GKCCBEBB

Foto cover: Gert-Jan D'haene

De Schildwacht

Januari - Februari 2026 - nr. 01 2 4 6 8 11 14 17 18

Militaire chefs doen wat henzelf in een gunstig daglicht stelt

Fietsleasing bij Defensie: hoe werkt het nieuwe systeem?

Einde van de biotheek!

Het vrijwillige Militaire Dienstjaar start weldra!

Tijdskrediet en Operationaliteitstoelage

Stilstaan is achteruitgaan, ook voor gepensioneerde militairen

Continuïteit in verandering

Indexcijfers worden herijkt

Volg ons op Facebook

Fietsleasing bij Defensie: hoe werkt het nieuwe systeem?

Vanaf 2026 introduceert Defensie een nieuwe mogelijkheid voor personeelsleden die hun woon-werkverkeer willen verduurzamen: de fietsleasing. Het principe is eenvoudig: wie dat wil, kan de eindejaarstoelage geheel of gedeeltelijk omzetten in een theoretisch leasebudget, dat vervolgens gebruikt wordt om gedurende drie jaar een fiets te leasen.

De fietsleasing is een volledig vrijwillige keuze, waarbij de eindejaarstoelage gedurende een periode tot drie jaar wordt ingezet om de maandelijkse leasekosten (grotendeels) te dekken.

De berekening van het leasebudget gebeurt automatisch via HRM@Defence. Het hypothetisch bedrag wordt berekend op basis van de eindejaarstoelage, verhoogd met een vaste coëfficient en vermenigvuldigd over drie jaar. Binnen deze som kunt u een keuze maken voor de besteding van een fietsleasing. Van zodra het beschikbare budget gesimuleerd werd, dient u een engagementsverklaring aan te gaan, waarmee u bevestigt om effectief van de maatregel gebruik te willen maken. Daarna kan de eigenlijke zoektocht naar een fiets starten. Binnen de raamovereenkomst met de leasemaatschappij is er een ruime keuze aan modellen, variërend van stadsfietsen en elektrische fietsen tot sportieve varianten en speedpedelecs. Opties en accessoires kunnen worden toegevoegd binnen het beschikbare budget, en wie toch een duurdere

samenstelling verkiest, kan ervoor kiezen om het verschil met een persoonlijke opleg te financieren.

Het leasecontract omvat verschillende diensten die automatisch inbegrepen zijn. Zo wordt de fiets jaarlijks onderhouden door een erkend servicepunt en is hij gedurende de volledige periode verzekerd tegen schade en diefstal. Voor elektrische fietsen met snelheidsondersteuning gelden bijkomende verplichtingen, zoals een inschrijving bij de DIV (Dienst Inschrijving Voertuigen) en een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid.

Bij pech kunnen gebruikers rekenen op fietsbijstand, die permanent beschikbaar is in België en de aangrenzende landen. De praktische opvolging ervan gebeurt rechtstreeks via de leasemaatschappij.

Zodra het contract officieel door Defensie is ondertekend en de fiets geleverd wordt, gaan de maandelijkse leasekosten van start. Defensie betaalt deze kosten aan de leasemaatschappij en verrekent ze op het einde van het jaar met de eindejaarstoelage. Een positief verschil wordt uitbetaald onder de

Foto: Pixabay

vorm van een kleine eindejaarstoelage, terwijl een eventueel tekort wordt afgerekend volgens de bestaande administratieve regels. Leveringsdata kunnen hierbij een rol spelen: wie later in het jaar een fiets ontvangt, zal minder maanden leasing aangerekend zien en houdt daardoor een deel van het budget over dat op het einde van het jaar wordt uitgekeerd.

Na drie jaar loopt het contract automatisch af. Het personeelslid kan er op dat moment voor kiezen de fiets over te nemen tegen de vastgelegde restwaarde, of hem terug bezorgen aan de leasemaatschappij. De voorwaarden voor teruggave, zoals het aanbieden van een goed onderhouden fiets met alle bijhorende onderdelen, worden tijdig meegedeeld. Ook voortijdige beëindiging is mogelijk, waarbij de kosten afhangen van het moment in de looptijd en van de omstandigheden, zoals

beschreven in de richtlijn die door de Defensiestaf uitgegeven zal worden.

Het fietsleaseproject wordt door Defensie gepositioneerd als een modern mobiliteitsvoordeel, dat medewerkers toelaat op een fiscaal gunstige manier een kwalitatieve fiets te gebruiken. Het systeem is strikt omschreven,

zodat zowel de administratieve verwerking als de financiële verplichtingen duidelijk zijn. Collega’s die interesse hebben, kunnen via HRM@Defence hun persoonlijk budget simuleren en zich informeren over de praktische stappen, de voorwaarden en de diensten die bij het leasecontract horen. 

Foto: Pixabay
Foto: Pixabay

Einde van de biotheek!

De biotheek van het Militair Hospitaal in Neder-Over-Heembeek is gesloten. Geen gerucht, geen toekomstplan, maar een voldongen feit. De installatie wordt ontmanteld en de bewaarde bloedstalen verdwijnen. De vraag die elke militair zich zal stellen is eenvoudig: Wat verlies ik hiermee en wat komt ervoor in de plaats?

Wat was de biotheek eigenlijk?

Om misverstanden te vermijden: de biotheek bood geen medische bescherming of betere zorg. Ze diende enkel om achteraf te kunnen bewijzen wat er met iemands lichamelijke gezondheid was gebeurd. Hiervoor nam Defensie op geijkte momenten en op vrijwillige basis bloedstalen af van de militair, vóór, heel zelden tijdens en na een buitenlandse opdracht. Zo kon de overheid op individuele basis mogelijke juridische slagkracht bieden bij ernstige ziekte. Dat gold enkel wanneer er een redelijk vermoeden bestond dat de oorzaak jobgerelateerd was. De militair moest namelijk niet alleen aantonen dát hij ziek

De biotheek bood geen garantie op erkenning, zoals in 2011 reeds in De Schildwacht werd aangehaald.

was, maar ook waardoor, wanneer, en vooral: dat het geen toeval was. In een juridisch gevecht tegen de overheid geldt één harde realiteit: zonder objectieve metingen ben je vrijwel machteloos.

De biotheek bood geen garantie op erkenning, zoals in 2011 reeds in De Schildwacht werd aangehaald. De bloedstalen, leert ervaring inmiddels, waren nooit echt een nauwkeurige momentopname. Hierdoor is het zoeken naar een pathologisch verband, zelfs bij aantoonbaarheid van toxische stoffen in de genomen bloedstalen, moeilijk en daarom als alleenstaand bewijsmateriaal, onvoldoende.

Er dient ten slotte ook een duidelijk onderscheid gemaakt te worden met de staalnamen ‘post-tropen’ die daar volledig los van staan en behouden blijven.

Waarom sluiten?

De feiten zijn duidelijk en weinig flatterend voor Defensie want tussen 2006 en 2024 werd slechts drie keer een analyse uitgevoerd op de in bewaring genomen stalen. Bovendien leidde geen enkel van de onderzoeken tot erkenning of ondersteuning van een beroepsziekte.

De praktische meerwaarde voor individuele erkenningsprocedures is in de praktijk beperkt en onzeker gebleken. Intussen heeft het project handen vol geld gekost om de verouderende installaties 

Foto: Pixabay

zoals vloeibare stikstoftanks te onderhouden en de brandveiligheid te garanderen. Kortom, een geschenkverpakking die enkel nog de strik van een complexe juridische uitbatingsproblematiek nodig had om het genadeschot toe te dienen. Ruim voldoende om een definitieve sluiting te rechtvaardigen, gaf de CHOD vervolgens groen licht.

België staat hier niet alleen, zowat alle NAVO-landen trokken intussen de stekker uit gelijkaardige systemen en enkel de VS houdt nog vast aan een grootschalige biomonitoring.

Statistiek vervangt bewijs?

Defensie heeft wel een alternatief. Longitudinaal gezondheidstoezicht is een over langere periode gespreide monitoring van de militair en maakt deel uit van de mitigerende maatregelen. Militairen

worden gemonitord vóór, tijdens en na hun missies en hun loopbaan. Zo’n screening kan op meerdere manieren. Patronen worden herkend en vervolgens statistisch geanalyseerd. Daarvoor wordt onder meer een epidemioloog aangeworven en zal Defensie nog sterker inzetten op preventie en medische risicoanalyses vóór buitenlandse missies.

Dat beleid kan zinvol zijn maar het verlegt de focus van individuele bescherming naar collectief risicobeheer.

Waar ligt de echte waakzaamheid?

De militaire vakbond ACMP-CGPM heeft begrip voor de sluiting, maar dringt er op aan om de aangekondigde mitigerende maatregelen daadwerkelijk en volledig uit te rollen. Op dit moment zijn die

nog niet allemaal in voege en dat is geen detail, maar een risico!

Met de sluiting verdwijnt het laatste instrument dat expliciet bedoeld was om individuele causaliteit te ondersteunen. Dat verlies wordt vandaag niet opgevangen, wat het belang van een degelijke syndicale partner alleen maar vergroot. Dossiers zoals deze verdienen nauwlettende opvolging zodat ook wie binnen twintig jaar ziek wordt, de mogelijkheid heeft om aan te tonen dat een opgelopen aandoening al dan niet beroepsgerelateerd is. Dan zal het beschikbare bewijsmateriaal hoofdzakelijk statistisch van aard zijn. Gegevens die mogelijks niet automatisch deel uitmaken van een individueel dossier en waarvoor de militair, in een latere erkenningsprocedure, afhankelijk wordt van de bereidheid van de werkgever om ze vrij te geven.

Foto: Pixabay

Het vrijwillige Militaire Dienstjaar start weldra!

Het vrijwillige Militaire Dienstjaar (VMDJ) wordt door Defensie naar voren geschoven als een antwoord op meerdere uitdagingen tegelijk: een nijpend personeelstekort, een verzwakte band tussen samenleving en de organisatie die instaat voor haar soevereiniteit en veiligheid. Defensie moet zo vissen in een vijver waarin een generatie jongeren zoekt naar zingeving, structuur en maatschappelijke relevantie terwijl de wereld om ons heen steeds minder stabiel lijkt te worden.

het militair dienstjaar, doet dat niet als vrijblijvende vrijwilliger, maar als militair reservist, met alle rechten, plichten én risico’s van dien.

Het Vrijwillige Militaire Dienstjaar in zijn juridische, operationele en sociale context geplaatst, toont hoe belangrijk het is dat ook voor hen de militaire vakbond ACMP-CGPM een rol te spelen heeft.

Wat is het vrijwillige Militair Dienstjaar?

versterking van de band tussen burger en Defensie, en verhoging van de operationele paraatheid van de krijgsmacht.

Die definitie is cruciaal want het gaat niet om een educatief stagejaar of een civiel vrijwilligersproject met een laagje camouflage erover. Juridisch en statutair maakt de deelnemer deel uit van het reservekader, en valt hij of zij onder het militair statuut zoals vastgelegd in de wet van 16 mei 2001 en het koninklijk besluit van 3 mei 2003 dat in 2024 werd aangepast.

Binnenkort is het zover, de eerste lichtingen vrijwilligers van het vrijwillig Militair Dienstjaar zullen onze rangen vervoegen. Dit is niet zomaar een ‘jeugdproject’ maar een gezien de geopolitieke situatie waarin Europa en dus ook België verkeert, bittere ernst! 

Op papier klinkt het aantrekkelijk. In de praktijk verdient dit inventieve systeem, waar België overigens niet alleen mee aan de slag gaat, een grondige uitleg en vooral een kritische lezing. Want wie instapt in

Het VMDJ wordt in de regelgeving expliciet gedefinieerd als een periode van één jaar waarin jongvolwassenen als reservist deelnemen aan vormingen, trainingen en activiteiten binnen Defensie. Het doel is drievoudig: persoonlijke ontwikkeling van de deelnemer,

Wie kan deelnemen?

De oproep richt zich op jongeren die voldoen aan de algemene voorwaarden voor rekrutering

Foto: Defensie

bij Defensie. Zo ontvingen alle 17-jarigen eind vorig jaar een persoonlijke felicitatiebrief voor hun nakende 18e verjaardag van niemand minder dan het Ministerie van Defensie! Een welgemikte campagne want Defensie overtrof ruimschoots haar eigen verwachtingen toen de inschrijvingen voor de infosessies binnenstroomden.

Na zo’n infosessie schrijven kandidaten zich online in voor een functie naar keuze. De daarop volgende selectieprocedure is identiek aan die van andere vrijwilligers voor het actieve en reservekader met medische onderzoeken, fysieke proeven, psychotechnische testen en psychologische gesprekken.

Die selectie is geen formaliteit. De medische en fysieke drempels worden jaarlijks vastgelegd door de Directie-generaal Human Resources, na overleg met onder meer de medische component. Er is bovendien een formeel beroep mogelijk tegen testresultaten, met strikte termijnen en procedures. Een eerste belangrijke hindernis waar de militaire vakbond soms van onschatbare waarde kan blijken.

Jongeren die niet slagen voor bepaalde sportproeven krijgen immers in sommige gevallen wel de kans om die een maand later opnieuw af te leggen. De mogelijkheid zelf is weinig bekend, maar kan doorslaggevend zijn voor wie tijdig start met de procedure en vanzelfsprekende training.

Instroomcijfers en motivatie

De interesse is aanzienlijk. Kort na de opening van de inschrijvingen meldden zich al 3.000 jongeren, waaruit uiteindelijk 500 kandidaten worden geselecteerd. Dat betekent meteen ook dat meer dan vier op de vijf geïnteresseerden worden geweigerd.

De motivaties die naar voren komen zijn opvallend consistent met de gebruikelijke sollicitanten voor een militaire carrière: de wens om iets nuttigs te doen, nood aan structuur, bijdragen aan veiligheid, persoonlijke heroriëntatie. Dat zijn motivaties waar Defensie acht moet op slaan want ze maken jongeren tegelijk gemotiveerd én kwetsbaar wanneer Defensie verwachtingen opwekt zonder voldoende garanties te bieden die ook in te zullen vullen.

Statutair kader: reservist vanaf dag één

Wie het dienstjaar aanvat, ziet meteen een groot deel van ‘vrijwillig’ wegvallen in zijn nieuw statuut van Militair van het reservekader van de Krijgsmacht. Die tijdelijke dienstneming als militair van het reservekader heeft gevolgen die elke geïnteresseerde ernstig moet nemen! Feitelijk is vanaf het moment van inlijving, juridisch geen sprake meer van ‘kandidatuur’, ondanks dat de opleiding nog moet starten. Eens reservist in opleiding, valt die onder:

- De disciplinaire regels van Defensie;

- De regelgeving rond medische geschiktheid en inzetbaarheid; 

Foto: Muylaert Adrien
Foto: Dumoulin Thiery

- De bepalingen inzake prestaties, training en eventuele inzet; - De beperkingen en rechten eigen aan reservisten.

Kortweg, alles waar iemand van het beroepskader en tijdelijke kader ook onder valt eens ze uit hun kandidatuur zijn. Opmerkelijk is dan weer dat militairen in hun dienstjaar over andere voordelen genieten dan de getrainde reserve. Een ongelijkheid die expliciet vastgelegd in de administratieve en praktische regelgeving. Ongetwijfeld ontstaat hier vroeg of laat een spanningsveld waar de verschillen in verplichtingen en statutaire bescherming aan de oppervlakte zullen komen.

Na het dienjaar: en dan?

Na afloop van het militair dienjaar zijn er verschillende scenario’s:

1. Instroom in de reserve : de ex-VMDJ’er blijft in principe beschikbaar als oproepbare

reservist waar dan betaalde prestaties tegenover staan.

2. Doorstroom naar het actief kader : kandidaten die willen blijven, moeten aantonen dat hun eerder afgelegde testen overeenstemmen met de vereisten van de gekozen functie. Ontbrekende proeven moeten alsnog worden afgelegd. Zekerheid tot doorstromen is er niet want de sollicitatie hangt af van de score die bepaalt of je al dan niet gunstig gerangschikt bent om te mogen starten.

3. Afhaakscenario’s: wie het jaar stopzet of afziet van verdere engagementen, kan zijn statuut verliezen, maar hier kunnen juridische gevolgen aan vast

hangen die (nog) niet altijd helder gecommuniceerd worden.

Een sluitend en transparant kader rond de begeleiding, heroriëntatie en nazorg is nodig, want behalve een administratieve afronding is er geen volwaardig nazorgstatuut en dreigt de exit-procedure vooral af te zullen hangen van de lokale ‘goodwill’ van oversten en interne diensten, of zoals gekend: de betrokkene zelf die blijft duwen.

De argus-ogen van de militaire vakbond

Het militair dienstjaar wordt voorgesteld als een win-winsituatie. Maar het belang van de jonge reservisten die een engagement van een jaar aangaan, mag niet uit het oog verloren worden. Daarom is het uitermate belangrijk dat ook zij gebruik maken van het recht op syndicale bijstand. Zeker gezien de specificiteit en nog vele ongekende parameters in hun al dan niet korte loopbaan. De militaire vakbond ACMP-CGPM wil daarom alle jonge dienaren van het Vaderland informeren en vervolgens collectief en wanneer nodig individueel verdedigen. Want ook zij tellen mee!

Foto: Jorn Urbain
Foto: Defensie
Foto: Dumoulin Thierry

Tijdskrediet en Operationaliteitstoelage

In een context waarin de militaire loopbaan evolueert en langer wordt, is het essentieel dat opgebouwde prestaties duurzaam worden erkend. Het gespaard tijdskrediet en de operationaliteitstoelage vormen in dat opzicht belangrijke instrumenten om langdurige inzet structureel te valoriseren. Dankzij het Sociaal akkoord van 25 juli 2025 worden deze nieuwe rechten nu uitgewerkt in wettelijke en reglementaire teksten. Vanaf 01 januari 2027 zou dit allemaal moeten in voege treden.

Gespaard tijdskrediet

Gespaard tijdskrediet is een persoonlijk opgebouwde reserve van tijd. Militairen kunnen hierin bepaalde prestaties en rechten opsparen, zodat ze niet verloren gaan, maar op een later moment kunnen worden opgenomen of, binnen bepaalde grenzen, worden uitbetaald.

Het doel van het systeem is duidelijk:

- voorkomen dat rechten vervallen,

- het creëren van een wettelijke basis voor een tijdskrediet als gevolg van periodes van uithuizigheid,

- het mogelijk maken van het tijdskrediet op te nemen of te laten uitbetalen bij het einde van de loopbaan of in geval van overlijden.

Welke rechten kunnen worden opgespaard?

Het gespaard tijdskrediet wordt opgebouwd uit concrete elementen:

- niet-opgenomen vakantieverlof: inclusief dagen die in het verleden niet konden worden opgenomen (2021-2026), kunnen worden ingebracht in het systeem.

- Uithuizigheid (DO UTH): prestaties die gepaard gaan met overnachtingen of langdurige inzet worden omgezet in tijdskrediet volgens vaste regels:

• 4 uur per overnachting bij dienstreizen én bij oefeningen en operaties van minder dan 30 dagen,

• 2,7 uur per 24 uur bij oefeningen en operaties van meer dan 30 dagen (de overige 1,3 uur per 24 uur zullen worden uitbetaald),

• 4 uur per 24 uur bij een permanentie.

- Teveel gepresteerde uren, dit zijn uren die niet tijdig konden worden gerecupereerd, zij gaan niet langer

verloren en worden toegevoegd aan het gespaard tijdskrediet. Prestaties die vroeger vaak zonder compensatie bleven, zullen nu systematisch worden geregistreerd en beschermd.

- Overuren, voor zover ze niet eerder werden opgenomen en geen deel uitmaken van ander gespaard tijdskrediet.

Forfaitair tijdskrediet als collectieve rechtzetting

Het forfaitair tijdskrediet wordt toegekend als een compensatie voor het verleden. Zij komt toe aan militairen en kandidaat-militairen die op 1 januari 2027 in dienst zijn, waarbij de omvang van het forfaitair tijdskrediet afhankelijk is van het geboortejaar én van een pro rata berekening op basis van de effectieve dienstjaren.

- geboren tot en met 1971: vast forfait (100 dagen)

- geboren in 1972: vast forfait (150 dagen)

- geboren 1973–1992: pro rata tot maximaal 200 dagen

- geboren 1993–1997: pro rata tot maximaal 100 dagen

- geboren vanaf 1998: geen forfaitair tijdskrediet

Dit forfaitair krediet kan niet worden uitbetaald en telt mee voor de plafonds die gelden voor ander gespaard tijdskrediet ten belope van max 100d / jaar of 200d op het einde van de loopbaan.

Dit forfaitair tijdskrediet vormt een erkenning voor de inzet van militairen in een periode waarin opgebouwde rechten minder structureel werden toegekend dan vandaag.

Wanneer en hoe kan dit tijdskrediet worden gebruikt?

Opname van gespaard tijdskrediet gebeurt tijdens de loopbaan altijd op aanvraag, bijvoorbeeld in de vorm van verlof. De dienst blijft doorslaggevend waardoor de hiërarchie de beslissingsmacht behoudt zodat de operationaliteit verzekerd blijft.

Een geldig motief van weigeren kan dus roet in het eten gooien. Langdurige opname is in deze dus geen echt afdwingbaar recht. Bovendien bepaalt de wet dat bij opname van tijdskrediet voor langere periodes de vierdagenweek automatisch eindigt en een eventuele halftijdse vervroegde uitstap stopt, tenzij deze expliciet opnieuw wordt aangevraagd.

Strikt begrensde uitbetaling

- Uitbetaling op eigen vraag op basis van de hoogste bruto jaarwedde van het jaar van de prestaties, kan maar met een maximaal van 30 dagen per jaar, waarin de uitbetaling gebeurt in de maand die op de uitbetalingsaanvraag volgt.

- Automatische uitbetaling op basis van de bruto jaarwedde van het jaar van overschrijding geschiedt wanneer het gespaard tijdskrediet meer dan 200 dagen bedraagt of wanneer het gespaard + forfaitair krediet samen meer dan 300 dagen bedragen en DO uithuizigheid meer dan 30 dagen per jaar bedraagt.

- Bij ontslag of pensioen kunnen maximaal 100 dagen worden uitbetaald. Het bedrag is berekend op basis van de hoogste bruto jaarwedde van het prestatiejaar

Operationaliteitstoelage

Naast het gespaard tijdskrediet voorziet het Sociaal Akkoord ook in een operationaliteitstoelage.

Deze toelage is bedoeld als een financiële compensatie voor langdurige inzetbaarheid en effectieve dienstprestaties die eventueel (dus niet noodzakelijk!) werden geleverd en staat los van het gespaard tijdskrediet, maar vormt wel mee een complementair luik in een verbetering van het militaire statuut.

Twee uitbetalingssystemen

De militair kan in aanmerking komen voor één van de volgende opties:

- Een éénmalige uitbetaling van 14 maandweddes

Voor militairen die minstens 45 jaar oud zijn én 20 jaar effectieve dienst hebben.

- Gespreide uitbetaling van 14 maandweddes

Voor militairen die minstens 30 jaar oud zijn én 12 jaar effectieve dienst hebben (volledig van toepassing vanaf 2038).

Overgangsmaatregelen

Voor militairen geboren in de jaren 1971 tot 1973 worden overgangsbedragen voorzien (respectievelijk 3,5 - 7 en 10,5 maandweddes), die kunnen worden uitbetaald of opgenomen in tijd.

De uitbetaling van de operationaliteitstoelage zal telkens in de loop van het eerste trimester van het jaar worden uitbetaald. Tijdens de overgangsmaatregelen startend in deze volgorde volgens geboortejaar:

- 1971 en 1972 eerste trimester 2027

- 1973 en 1974 eerste trimester 2028

- 1975 en 1976 eerste trimester 2029

- 1977 en 1978 eerste trimester 2030

- 1979 en 1980 eerste trimester 2031

- 1981 en 1982 eerste trimester 2032

- 1983 en 1984 eerste trimester 2033

- 1985 en 1986 eerste trimester 2034

- 1987 en 1988 eerste trimester 2035

Foto: Luna Rip
Foto: Pixabay

- 1989 en 1990 eerste trimester 2036

- 1991 en 1992 eerste trimester 2037

- Na 1993 in regime volgens één van de twee uitbetalingssystemen.

De militaire vakbond ACMP-CGPM heeft met haar verbeten doorzettingsvermogen bekomen dat voor elke militair in de toekomst:

- Opgebouwde prestaties niet langer automatisch verloren gaan.

- Rechten systematisch worden geregistreerd en dus nog beter worden beschermd.

- Compensatie mogelijk wordt tijdens of op het einde van de loopbaan waardoor men aanzienlijk vroeger kan stoppen met werken dan de vroegst mogelijke pensioendatum.

- Langdurige inzet eindelijk structureel wordt erkend.

Ondanks dat geen enkel systeem de beperkingen van een operationele organisatie kan wegnemen, werd er toch een structureel kader gecreëerd waarin opgebouwde rechten en langdurige beschikbaarheid worden erkend. De militaire vakbond ACMP-CGPM heeft zich in de onderhandelingen consequent ingezet om deze structurele erkenning te realiseren en zal blijven toezicht houden op de correcte uitvoering van alle maatregelen die voorzien werden door het Sociaal akkoord van 25 juli 2025. Een akkoord dat ook nog andere statutaire verbeteringen bevat die we in de komende edities van De Schildwacht verder zullen toelichten.

Eens bovenstaande maatregelen, die opgenomen werden in een wetsontwerp dat het volledige budgettaire en administratief traject nog moet doorlopen, gestemd worden in de Kamer van Volksvertegenwoordigers zullen ook de praktische modaliteiten via een Koninklijk besluit door de Ministerraad moeten worden goedgekeurd. Na publicatie in het Belgisch Staatsblad zouden alle maatregelen vanaf 01 januari 2027 in voege moeten treden. Deze hervorming zal met andere woorden een nieuwe mijlpaal betekenen in de verdere bescherming en valorisatie van het militair personeel!

Foto: Bn Jagers Te Paard
Foto: Michael Moors

Stilstaan is achteruitgaan, ook voor gepensioneerde militairen

De Programmawet van 18 juli 2025 legt de beperkingen op aan de indexering van de wettelijke pensioenen. Met de Wet van 15 september 2025 werd deze beslissing discreet bevestigd en verankerd. Ziehier een ‘tijdelijke’ maatregel die in werkelijkheid levenslang de koopkracht van heel wat gepensioneerde militairen aantast.

De militaire vakbond ACMP-CGPM vindt de wetsbepalingen méér dan één brug te ver. De beslissing om deze wet, in samenspraak met enkele gepensioneerde militairen, aan te vechten voor het Grondwettelijk Hof kon dan ook niet uitblijven. De vraag om vernietiging van de artikelen 220 tot 224 van de programmawet van 18 juli 2025, die het indexeringsmechanisme uithollen, is een principiële zaak, omdat ze op fundamentele wijze de rechten van een grote groep gepensioneerden aantasten. Bovendien betekent ze voor de getroffen groep een zware vermindering van het pensioenbedrag, die kan oplopen tot vele duizenden euro’s op jaarbasis.

Wat staat er juist in deze wetsaanpassing?

De programmawet van 18 juli 2025 voert op zich twee maatregelen in waar alles om draait: een

beperking van de hogere wettelijke pensioenen van zodra een bepaald grensbedrag wordt bereikt en de invoering van het absolute pensioenplafond (ook wel het Wijninckx-plafond) dat niet langer geïndexeerd zal worden en € 8.291,60 per maand bedraagt.

Bij elke volgende indexering van het pensioenbedrag dat het bruto maandplafond van € 5.250,- overschrijdt, zal niet langer de volledige indexaanpassing van 2% toegepast worden, maar een forfaitaire stijging van € 36,17,-. Het verschil is aanzienlijk want zo zal bijvoorbeeld een pensioen van € 5.700,stijgen tot tot € 5.736,17,- in plaats van € 5.814,- bruto in het geval van een verhoging van 2%.

Ook al noemt deze regering deze maatregelen ‘tijdelijk’ (tot eind 2029), elke gemiste indexering wordt nooit meer ingehaald en dus wie vandaag pensioen ontvangt, kan zijn rechtmatig pensioenbedrag blijven achternalopen. Wie later met pensioen gaat, start al met een mogelijke structurele achterstand. Bovendien, laten we los van deze al permanente verlaging van de reële pensioenwaarde,

niet vergeten hoe vaak een tijdelijke maatregel nadien ook nog eens onbeperkt in tijd blijft doorlopen. Al is het in deze niet vanzelfsprekend en kan dit niet zonder opnieuw een wetswijziging toe te passen, de mogelijkheid bestaat! Vandaar de noodzaak voor de militaire vakbond ACMP-CGPM om, als enige vakbondsorganisatie bij Defensie ten andere, aan de bel te trekken bij het Grondwettelijk Hof om de betwiste wetsartikelen te doen vernietigen, zodat pensioenrechten van de militairen gevrijwaard worden.

Waarom raakt dit militairen bijzonder hard?

Anders dan in sommige privésectoren zijn de militaire pensioenen noch een gunst noch een cadeautje van de staat. Met de gemakkelijkste minachting wordt nogal eens genegeerd dat wat militairen na de actieve dienst overhouden, een uitgesteld loon is voor een loopbaan met unieke verplichtingen. Kortom, wat zij als pensioen bekomen is het resultaat van erkende beloften die gedurende decennia lang werden bevestigd. Het militair pensioen is, onder meer, een ‘vertaling’ van de

beschikbaarheid, de risico’s, de beperkingen van aardig wat fundamentele rechten en ten slotte de zware en fysieke emotionele belasting waaraan de doorsnee militair gedurende zijn loopbaan wordt blootgesteld.

Het niet vrij kunnen onderhandelen van loon- en arbeid- en pensioenvoorwaarden tijdens de loopbaan is daarenboven een belangrijk argument om deze rechtszekerheid te blijven garanderen. Het achteraf en eenzijdig ingrijpen van de overheid raakt daarom de kern van de vertrouwensband tussen de Staat en de militair.

Stilstand is achteruitgang

Het standstill-principe vloeit voort uit de sociale grondrechten uit onze Belgische Grondwet. Het recht op een degelijk pensioen maakt daar deel van uit. Het

principe zegt in feite het volgende: de wetgever mag het bestaande beschermingsniveau van sociale rechten niet wezenlijk verlagen, tenzij daar een zwaarwegende en proportionele reden voor bestaat. De rechten waar met de Programmawet zwaar wordt ingesneden, zijn niet min:

- De afbouw van de bescherming tegen inflatie,

- Een jaar-na-jaar dalende koopkracht,

- Een aanzienlijke achteruitgang die op vijf jaar tijd tot ongeveer 10% van het pensioenbedrag kan oplopen,

- De maatregel werkt levenslang door, het verlies wordt nooit meer ingehaald.

De huidige regering beroept zich weliswaar op budgettaire noodzaak, maar heeft tegelijkertijd de besparing onvoldoende becijferd en de mogelijke alternatieven niet

ernstig onderzocht, waardoor de uitwerking ongelijk is verdeeld.

In deze zijn wij van mening dat budgettaire argumenten niet automatisch voldoende zijn om zomaar grondrechten af te bouwen.

Discriminatie

De Grondwet verbiedt discriminatie tussen de burgers van ons land. Dat wil niet zeggen dat iedereen exact hetzelfde moet krijgen, maar wel dat verschillen objectief en redelijk verantwoord moeten worden. Gepensioneerde militairen worden met deze wetsartikelen onevenredig zwaar getroffen, zonder dat daarvoor voldoende rechtvaardiging bestaat. Ondanks vergelijkbare loopbanen worden militairen met hogere pensioenen toch anders behandeld. Zo dragen zij disproportioneel meer bij aan de besparingsoperatie van de 

Foto: Pixabay

regering ‘De Wever’ en dat zorgt er mee voor dat de lasten niet evenwichtig gespreid worden over alle inkomens en vermogens.

De ACMP is trouwens niet de enige die wijst op de schending van het gelijkheids- en standstillbeginsel, zowel de Raad van State als het FIRM (Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de Rechten van de Mens) bracht op eigen initiatief een

gelijkaardig advies uit inzake het ontwerp van de programmawet. Daarnaast vechten ook andere beroepsgroepen deze bepalingen van de Programmawet aan: politiemensen, magistraten en professoren.

Procedures met haken en ogen

Los van de inhoud van de wetswijziging zijn er ernstige kanttekeningen te maken over hoe deze wetswijziging tot stand is gekomen. De verplichte syndicale onderhandelingen werden genegeerd of op z’n zachts gezegd ernstig uitgehold. De adviezen werden laattijdig of onvolledig verwerkt, waardoor het parlement geen compleet beeld kreeg van de impact die zou volgen. In een rechtstaat is procedure geen detail: wie regels maakt, dient er zich zelf ook aan te houden. Wanneer de grondregels van onze samenleving of fundamentele

rechten met de voeten worden getreden, is het Grondwettelijk Hof het aangewezen orgaan, niet om in de aanval te gaan maar juist om de verdediging op zich te nemen van zij die beneden de grondwettelijke ondergrens dreigen te vallen.

Ten gronde staat er zoveel meer op het spel dan louter de indexering. De betrouwbaarheid van pensioenbeloften valt of staat hiermee. De militaire vakbond ACMP-CGPM is uw laatste bescherming tegen de sluipende afbraak, vermomd als iets tijdelijks maar feitelijk opnieuw een definitief verlies van een verworden recht. Wanneer we dat zomaar laten passeren, dan is het vandaag pensioenen en morgen iets anders. Niets doen is dus geen optie, noch voor de gepensioneerde militairen en evenmin voor zij die op pensioen zullen gaan.

Foto: Pixabay
Foto: Pixabay

Continuïteit in verandering

Na het plotse overlijden van onze gewaardeerde collega Jean-Pierre Hulin verloor de Directieraad een van zijn verantwoordelijke leiders. Conform de wettelijke bepalingen en de statutaire voorschriften diende de militaire vakbond een opvolger aan te duiden om zijn mandaat verder te zetten. Sinds 16 december 2025 is in die opvolging voorzien.

De Directieraad vervult binnen de militaire vakbond een rol die vergelijkbaar is met die van een regering in een democratie: het staat in voor het dagelijks bestuur en legt rekenschap af aan zowel het Nationaal Bureau (‘het Parlement’) als aan de leden van de ACMP-CGPM (‘de bevolking’). De Directieraad telt zes leden en zorgt voor de uitvoering van beslissingen die worden genomen tijdens specifieke vergaderingen, intern of in overleg met de 23 regionale verantwoordelijken. Samen vormen zij met 29 het Nationaal Bureau. Sinds het overlijden van Jean-Pierre in november vorig jaar stond zijn mandaat ter beschikking. Na een oproep tot kandidaturen werd Dimitry Modaert tot opvolger verkozen.

Als vaste afgevaardigde en inmiddels verantwoordelijke leider stelde Dimitry Modaert zich kandidaat omdat hij dit essentieel vond voor de goede werking en de toekomst van de organisatie. Volgens hem was die kandidatuur niet alleen noodzakelijk voor de continuiteit, maar ook een manier om zijn waardering voor de organisatie te tonen. Tegelijk benadrukt hij dat hij zijn verantwoordelijkheid wilde én moest opnemen. De Directieraad moet immers soms op zeer korte termijn beslissingen nemen, wat een dagelijkse inzet en nauwe betrokkenheid bij de collega’s vereist.

Drievoudige visie

De omvangrijke en onbetwiste nalantenschap van Jean-Pierre Hulin schrikt de kersverse verantwoordelijke leider niet af. Vanuit zijn opgebouwde ervaring formuleert hij drie heldere prioriteiten: ‘Ik wil de verdere groei van de ACMP-CGPM blijven stimuleren, in het belang van de leden en afgevaardigden, en dat binnen een exponentiële groeidynamiek. Daarnaast moet de militaire vakbond een onmisbare gesprekspartner blijven voor de overheid. Tot slot moet voor mij de kernopdracht primeren op het louter organisatorische: een degelijke interne werking is noodzakelijk, maar de essentie van een vakorganisatie blijft het syndicale werk.

We mogen nooit uit het oog verliezen waarom we bestaan.’

Grondig werk

‘Ik ben blij dat ik deze rol kan opnemen,’ vervolgt Dimitry. ‘Binnen de Directieraad wordt er grondig voorbereidend werk verricht en worden beslissingen collegiaal genomen, met debat over wat echt essentieel is’, benadrukt Dimitry Modaert. Daarmee verwijst hij naar het besluitvormingsproces binnen het Nationaal Bureau, dat bestaat uit de 23 regionale verantwoordelijken en de 6 verantwoordelijke leiders.

‘Uit mijn ervaring blijkt dat deze werkwijze, samen met het Algemeen programma dat op het vijfjaarlijkse Congres — toegankelijk voor alle afgevaardigden en leden — werd goedgekeurd, getuigt van echte democratie,’ stelt Dimitry. Hij verwijst daarbij naar de snelle reactie in het recente dossier over het Sociaal Akkoord. ‘Er was geen behoefte aan een zogenaamd ondoorzichtige, haastig opgezette bevraging van de achterban.’

Indexcijfers worden herijkt

Wie de indexcijfers in De Schildwacht regelmatig opvolgt, zal al gemerkt hebben dat de getallen plots lager ogen dan voordien. Waar de spilindex in december 2025 nog op 133,28 lag, zien we nu in januari 2026 het getal 100,28 verschijnen. ACMP legt het u kort uit.

stijging van 100 naar 101 economisch identiek aan een stijging van 130 naar 131.

Op de voorlaatste pagina van De Schildwacht leest u zoals altijd de actuele indexcijfers van de consumptieprijzen en het cijfer van de gezondheidsindex . De cijfers tekenen opmerkelijk lager aan dan eind vorig jaar omdat de referentiewaarden opnieuw werden geijkt.

Wat is er precies veranderd?

Vanaf 2026 publiceert www.statbel.be de indexcijfers met 2025 als basisjaar voor de referentiewaarde. (voorheen was 2013 het basisjaar) Eenvoudig uitgelegd betekent dit dat alle cijfers in de indexkorf opnieuw berekend worden op dezelfde schaal, waarbij de gemiddelde waarde van 2025 als vertrekpunt wordt gebruikt.

Dit verandert niets aan de index op zich want de stijging in getal telt, en niet het absolute cijfer. Zo is een

Waarom een nieuwe ijking?

Een basisjaar dient nu eenmaal als referentiepunt. Na verloop van tijd wordt zo’n referentie minder relevant, als het steeds verder in het verleden komt te liggen. Door een nieuw basisjaar te kiezen:

- blijven cijfers beter leesbaar - sluiten ze nauwer aan bij de huidige economische realiteit - worden internationale vergelijkingen eenvoudiger

De ‘Centenindex’

De federale regering heeft in de programmawet voorzien dat de sociale uitkeringen en de ambtenarenlonen in de toekomst pas drie maanden na de overschrijding van het indexcijfer van de consumptieprijzen worden verhoogd. Dit betekent dat de wedden en pensioenen van het overheidspersoneel

pas in maart 2026 met 2% aangepast worden nadat de spilindex in december 2025 werd overschreden. Bovendien is het de laatste maal dat een integrale opslag van 2% wordt toegekend want vanaf de hierna volgende overschrijding van de spilindex geldt de (tijdelijke) ‘Centenindex’!

Daardoor zullen de sociale uitkeringen en de wedden van het overheidspersoneel geïndexeerd worden, zullen overeenkomstig de modaliteiten van de maatregel 'centenindex' worden berekend.

Concreet betekent dit dat het indexeringspercentage van 2% slechts toegepast worden op de schijf tot 2.000 euro bruto per maand voor de pensioenen en sociale uitkeringen en op de schijf tot 4.000 euro bruto per maand voor de lonen

Vaste rubriek ‘Indexcijfer’ in De Schildwacht

Uiteraard blijft de militaire vakbond ACMP-CGPM u trouw informeren met de juiste cijfers. Om verwarring te vermijden, kiest De Schildwacht vanaf de volgende editie wel consistent voor indexcijfers op basis van de 2025 referte. Voor vragen kan u uiteraard altijd terecht bij srt@acmp-cgpm.be 

België in cijfers
Foto: Pixabay

REY EN RAVY – 03/02/2025

In het gezin van Joycie VANGILBERGEN HEYNDERICKX (Herentals)

LISA – 06/10/2025

In het gezin van Valentin RENARD (Luik)

FLO – 19/10/2025

In het gezin van Jurgen SEYNAEVE en BAETEN Shana (Genk)

LUCIEN – 28/10/2025

In het gezin van Jasper DE PILLECYN (Herentals)

ROMEO – 26/11/2025

In het gezin van Thomas CASADEI (Charleroi)

ELISABETH – 30/12/2025

In het gezin van Alexis CHERBAKOV (Anderlecht)

JAXX – 01/01/2026

In het gezin van Thomas DE RESE (Aalst)

CELESTINE - 26/01/2026

In het gezin van Thomas BRONKART (Seraing)

OVERLIJDENS

31/01/2025

ROBERTO Lucas en BULCKENS Océane (Seneffe)

08/08/2025

PUSTJENS Dennis en TYTECA Tina (Roosdaal)

30/08/2025

NYS Kathy en PAUWELS Cis (Dessel)

13/09/2025

ISLEYEN Fatih en LOOS Natasja (Beringen)

23/10/2025

VANHOVE Jonathan en WIELANT Tessa (Dilbeek) (Wettelijke samenwoning)

08/11/2025

BROGNIEZ Joffroy en BARBIEUX Alexandra (Rancennes – Frankrijk)

13/11/2025

LOBÉ Nicholas en MATHURIN Lesly (Binche) (Wettelijke samenwoning)

23/12/2025

SYMOENS Ayrton en ROMBAUT Ilona (Zele) (Wettelijke samenwoning)

30/12/2025

DESSY Nicolas en CHEVALIER Floriance (Clavier) (Wettelijke samenwoning)

20/01/2026

DE JONGH Jan en NIEUWKOOP Mieke (Lommel) BERQUIN François (Nijvel) 1956 – … 15/01/2026

WATTIER Laurent (Bergen) 1967 – … 16/01/2026

Indexcijfer van de consumptieprijzen

- November: 100,67 punten (136,20 punten ref. 2013)

- December: 100,73 punten

- Januari: 101,17 punten

Gezondheidsindexcijfer

- November: 100,68 punten (136,49 punten ref. 2013)

- December: 100,82 punten

- Januari: 101,33 punten

De afgevlakte gezondheidsindex bedraagt in januari 98,73 punten.

De federale regering heeft in de programmawet voorzien dat de sociale uitkeringen en de ambtenarenlonen pas drie maanden na de overschrijding van het indexcijfer van de consumptieprijzen worden verhoogd. Dit betekent dat de wedden en pensioenen van het overheidspersoneel pas in maart 2026 met 2% aangepast worden.

De volgende overschrijding van de spilindex voor het openbaar ambt en de sociale uitkeringen is vastgelegd op 100,28 punten wordt naar alle verwachting niet voor november 2026 overschreden.

Opgelet! Vanaf de volgende overschrijding geldt de (tijdelijke) ‘Centenindex’!

De sociale uitkeringen en de wedden van het overheidspersoneel die in februari 2027 geïndexeerd worden, zullen overeenkomstig de modaliteiten van de maatregel 'centenindex' worden berekend. Concreet betekent dit dat het indexeringspercentage van 2% slechts toegepast wordt op de schijf tot 2.000 euro bruto per maand voor de sociale uitkeringen en op de schijf tot 4.000 euro bruto per maand voor de overheidswedden

Bron: Statbel

Als militair staan we steeds paraat voor anderen. Maar voor ons?

Wie staat er altijd klaar voor ons?

Foto: ACMP-CGPM

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook