Onderscheidende woonkwaliteit en beleving op een boeiende locatie
Een groene oase met kronkelende wandelpaden tussen de gebouwen en een bloementuin met appelboomgaard. Royale leefterrassen, een bovengemiddelde afwerking, kamerhoge ramen en uitzonderlijk vooruitstrevende technieken.
26 appartementen, 6 gezinswoningen en 1 commerciële ruimte. De oplevering wordt verwacht najaar 2026. 6% btw mogelijk. Informeer naar de voorwaarden.
NIEUWS
DE ARCHITECTUURWERELD
STAAT NOOIT STIL. NIEUWE PROJECTEN, BAANBREKENDE ONTWERPEN EN INSPIRERENDE SAMENWERKINGEN ZORGEN
ERVOOR DAT ONZE OMGEVING CONTINU VERANDERT. IN DEZE RUBRIEK NEMEN WE JE MEE LANGS DE MEEST OPVALLENDE ONTWIKKELINGEN VAN DE VOORBIJE PERIODE. VAN ARCHITECTEN DIE IN DE PRIJZEN VALLEN EN DE KOMST VAN EEN NIEUW ZOMERPAVILJOEN TOT DE RENOVATIE VAN ICONISCHE KLASSIEKERS. LEES JE MEE?
1.
MEXICAANSE ARCHITECTUUR IN KENSINGTON GARDENS
In Kensington Gardens in Londen kan je nog de hele zomer het nieuwe Serpentine Pavilion bewonderen, ontworpen door het Mexicaanse Lanza Atelier. Met dit ontwerp tekent het architectenbureau voor de 25ste editie van het jaarlijkse paviljoen.
Wijlen Zaha Hadid mocht in 2000 het eerste paviljoen ontwerpen en sindsdien passeerden veel beloftevolle namen de revue. Het ontwerp van het Mexicaanse duo verwijst naar de historische crinklecrankle wall: een slingerende bakstenen muur die in de 18de en 19de eeuw vaak opdook in Engelse tuinen. Nog te bezichtigen tot 25 oktober.
2.
HORTAMUSEUM ONDER HANDEN
Het Hortamuseum in Sint-Gillis – het voormalige huis en atelier van architect Victor Horta –ondergaat dit jaar een ingrijpende renovatie die stapsgewijs zal verlopen. De restauratie van de gevel en de structurele elementen van het art-nouveaugebouw wordt naar verwachting in november 2026 afgerond. De tweede fase staat gepland voor 2029 en omvat onder meer de opening van de tuin en de museumwaardige herinrichting van het atelier. Het vernieuwingsprogramma heeft een prijskaartje van ongeveer 800.000 euro. Tijdens de werkzaamheden blijft het museum open voor bezoek.
3. PRITZKER MET EEN RANDJE CONTROVERSE
De Pritzker Architecture Prize is dit jaar toegekend aan de Chileense architect Smiljan Radić Clarke, de 55ste laureaat van ’s werelds meest prestigieuze architectuuronderscheiding. Radić staat bekend om werk waarin zware materialen soms verrassend licht aanvoelen en waarin gebouwen een subtiele kwetsbaarheid uitstralen. In 2014 ontwierp hij het iconische Serpentine Pavilion in Londen. De uitreiking verliep dit jaar echter niet zonder controverse. De traditionele bekendmaking kwam even onder druk te staan nadat documenten uitlekten waarin de naam van Thomas Pritzker, de sponsor van de prijs, meerdere keren opdook in verband met de beruchte Epstein-files.
4.
AFTRAP VAN RENOVATIE GENTSE OPERA
De langverwachte renovatie van het Gentse operagebouw aan de Kouter, een 19de-eeuws icoon, is begin dit jaar van start gegaan, bijna twee jaar later dan oorspronkelijk gepland. Het Britse architectenbureau DRDH Architects ontwierp de restauratie van de historische ruimtes en de nieuwe centrale ontvangstruimte. De heropening is voorzien voor 2030. Intussen verhuist Opera Ballet Vlaanderen zijn voorstellingen tijdelijk naar alternatieve locaties in Gent.
Op 7 juni organiseerde het Vlaams Architectuurinstituut (VAi) voor het eerst de Architectuur Prijs Vlaanderen, een nieuwe onderscheiding die hedendaagse architectuur in Vlaanderen en Brussel bekroont. Voor deze eerste editie selecteerde een vakjury twintig recente projecten, verdeeld over vijf categorieën: wonen, werken, leren, ontmoeten en zorgen. Overdag openden de genomineerde gebouwen hun deuren voor het brede publiek tijdens de Dag van de Architectuur. ’s Avonds werden in Gent zes prijzen uitgereikt: vijf categoriewinnaars, gekozen door een publieksjury, en één overkoepelende vakjuryprijs. Die ging naar Karbon’ architectuur en stedenbouw en TVK voor de renovatie van de modernistische Goujons toren in Anderlecht.
6.
TERUG VAN WEGGEWEEST: ABDIJKERK IN HERKENRODE
Sinds deze zomer is op de abdijsite van Herkenrode de doorkijkkerk ‘Clausura’ te zien. Het kunstenaarsduo Gijs Van Vaerenbergh brengt er met een constructie in cortenstaal de contouren van de verdwenen 16de-eeuwse abdijkerk opnieuw tot leven. De kerk ging verloren bij een brand in de 19de eeuw. De structuur volgt de oorspronkelijke plattegrond en schaal, waardoor de historische footprint opnieuw zichtbaar wordt in het landschap van de abdijsite. Een aanrader voor wie deze zomer een architecturale uitstap zoekt in de regio rond Hasselt.
7. BRUSK OPENT IN HISTORISCH HART VAN BRUGGE
In mei opende in het centrum van Brugge het nieuwe tentoonstellingsgebouw BRUSK, ontworpen door Robbrecht en Daem architecten en Olivier Salens architecten. Het gebouw bevindt zich naast het Groeningemuseum en vormt met zijn eigentijdse architectuur een opvallende aanvulling op de historische stadskern. In de publieke doorgang trekt meteen een monumentale fresco van de Franse kunstenares Laure Prouvost de aandacht. Op de bovenliggende verdieping vinden wisselende tentoonstellingen plaats.
8.
BELGISCH PROJECT VALT IN DE PRIJZEN
Met Chapex in Charleroi won België dit jaar voor het eerst de prestigieuze EUmies Award voor hedendaagse architectuur. Voor het project werkten AgwA en Architecten Jan de Vylder Inge Vinck samen aan de herbestemming van het voormalige Palais des Expositions, een grootschalig complex uit de jaren 1950. In plaats van het gebouw volledig te transformeren, vertrok het ontwerp vanuit de bestaande structuur. Die werd opengewerkt en opnieuw verbonden met de stad. Het resultaat is een hedendaagse ontmoetingsplek die perfect aansluit bij de voortdurende vernieuwing van Charleroi.
9. NIEUW LEVEN VOOR VOORMALIGE WASSERIJ GENT
De voormalige Wasserij der Vlaanderen in SintAmandsberg kreeg een nieuwe bestemming als levendige plek waar ateliers, werkruimtes, horeca en buurtfuncties samenkomen. dmvA architecten vertrok daarbij vanuit het bestaande industriële complex en liet verschillende historische elementen bewust zichtbaar in het nieuwe ontwerp. Tegelijk werd de site opengetrokken met een publieke doorgang tussen twee straten, waardoor het voormalige industriegebouw opnieuw aansluiting vindt bij de omliggende wijk.
Een nieuw restaurant, een bistro, hoe je het ook noemen wil. Op de kaart: carpaccio van Belgisch witblauw, zalm en kabeljauw (die laatste op vel gebakken), wilde gamba’s en vitello tonnato, en uiteraard filet pur of vol-au-vent. Je bent echter het pad van het vegetarische dieet ingeslagen, en nadat je uiteindelijk dat ene voorgerecht hebt gevonden – de obligate ‘twee kaaskroketten’ – denk je: nah, toch niet opnieuw. Je trekt je stoute schoenen aan en geeft de ober mee dat de chef carte blanche krijgt. Hij mag zich uitleven met de ingrediënten die hij liggen heeft, of kwijt wil, zo je wil.
Het zal je veel leren over deze eetzaak, alleszins over de passie waarmee de chef in zijn potten roert.
15.000 kilometer verder, aan de andere kant van de wereld. Die ene droomreis, Australië verkennen. En dan rijd je bij het ochtendgloren – je was nochtans gewaarschuwd: nooit bij schemering rijden – tegen een reuzenkangoeroe aan. Blikschade, dat alvast, maar de springer is gelukkig ongedeerd. Toch even checken voor je de resterende 1600 kilometer naar de luchthaven aanvat. En helaas: het blijkt meer dan blikschade, en remmen zijn nu eenmaal te belangrijk om te negeren. Dus keer je op je stappen terug, naar de dichtstbijzijnde garage. “Jazeker meneer, we kunnen dat komende vrijdag inplannen.” Euh… die vlucht. Op naar de volgende garage. Zelfde riedel, maar nu ben je voorbereid en vraag je of je de mecanicien zelf even mag spreken. Hier en daar een veeg motorolie, en met puppyogen vraag je hem of dit niet exact het soort situatie is waarvoor zijn mecanicienhart sneller gaat slaan.
Het zal je veel leren over de garage, alleszins over de passie waarmee de mecanicien aan wagens en motoren sleutelt.
In deze Absoluut neem ik je graag mee naar Meise. Met veel genegenheid en ergens toch ook wel een beetje trots durf ik te beweren dat die stralende kinderopvang een stille getuige is van passie. Uiteraard geen gefrituurd peterselietakje, en - toegegeven, niet zonder zweet en hier en daar een Ty-Rap - wees maar zeker: een ‘opgeofferde’ middagpauze, en ‘on the road again’
Met gepaste schroom voor het gewichtige woordgebruik, maar wel vanuit deze oprechte ‘missieverklaring’ wens ik je alvast veel leesplezier.
Arne
Uitgever ABSoluut Magazine St Denijs Westrem, 1 juni 2026
ABSOLUUT ARCHITECTUUR
NIEUWS
Nieuwe projecten, baanbrekende ontwerpen en inspirerende samenwerkingen uit de wereld van architectuur, kunst en design
BENOIT VIAENE
“Veel gebouwen die vandaag worden neergezet, zijn niet gemaakt voor de eeuwigheid”
VOORWOORD
Ode aan de passie
DADA CHAPEL
Verscholen vakmanschap
ABSOLUUT DESIGN
PROJECT AQUARELL
Wonen in een park voor iedereen
BELGISCH DESIGN
Stille kracht tussen Duitse degelijkheid en Italiaanse flair
CREATOR OF CURATOR?
Tussen algoritme en auteurschap
OUDE MUREN, NIEUWE MAKERS
Drie verhalen over respect, contrast en de kunst van het juiste moment
ABSOLUUT KUNST
KINDEROPVANG KIEMCLUB
Waarom ABS Bouwteam soms ook een stoutmoedige opdracht aanneemt
ZAV ARCHITECTS
Architectuur als sociaal ecosysteem
HOOFDGEDACHTE
Een kijkje in het hoofd van de Brusselse architecte Oana Bogdan
LITERATUUR
Arne tipt een passage uit ‘Misschien wisten zij alles’ van Toon Tellegen
DE ANALOGE RUIMTE
Sculpturale designobjecten voor prikkelloos genieten
BOEKEN
Een kunstcollectie in je eigen boekenkast
EXPO
Kunst in openlucht
5 VRAGEN
Een gesprek met het Italiaanse duo achter 6:AM
Elke editie gaan twee partijen in gesprek over architectuur. In deze editie trekt Arne Schollaert, CEO van ABS Bouwteam en uitgever van dit magazine, met architect Benoit Viaene naar de Gentse destilleerderij Dada Chapel. Het middeleeuwse gebouw wisselde doorheen de jaren vaak van eigenaar en evolueerde in alle anonimiteit mee. Eén constante bleef altijd overeind: de blijk van vakmanschap die in elke hoek voelbaar is. Volgens Benoit maakt dat van de stadsbrouwerij een parel van formaat: “Ik ga door de knieën voor de monumentaliteit, de belichting, het vakmanschap, de patine en de beleving.”
DADA CHAPEL DISTILLERY
VERSCHOLEN VAKMANSCHAP
“Eigenlijk had ik jullie willen meenemen naar het National Numismatic Museum in Mexico. Dat was wat te ver reizen, en dus staan we hier, voor een gebouw in eigen stad dat ook de schoonheid van ambacht viert. Net als het Mexicaanse industriële erfgoedgebouw, is deze distilleerderij misschien geen schoolvoorbeeld van wat we doorgaans als iconische architectuur bestempelen, maar ik ga door de knieën voor de monumentaliteit, de belichting, het vakmanschap, de patine en de beleving. Ik heb dit gebouw leren kennen tijdens de Gentse Feesten en ik hou ervan hoe het uitnodigt om te zitten, te kijken en te flaneren. Daarom staat een bezoek aan het Mexicaanse museum ook jaarlijks op mijn agenda, zodat ik het gebouw en de ruimtes af en toe opnieuw kan ‘voelen’.” Het is een gedachte die Arne raakt. Het duo zit aan tafel in de voorkamer van wat in de hoogdagen in de 18de eeuw een statige herenwoning was. Middaglicht valt diffuus door de gordijnen en vult moeiteloos de hoge, witte ruimte. Arne: “Het is aantoonbaar dat goede architectuur een dagelijkse impact heeft op het welzijn van de mens. Wat mij ongelooflijk aantrekt tot architectuur, is dat de schoonheid ervan een publiek goed is. Iedereen kan ervan genieten, en dat is van onschatbare waarde. Daarom vind ik het essentieel om tijdens het bouwproces duurzame keuzes te maken, niet alleen op het vlak van materialen, maar ook van ruimtegebruik, lichtinval en de relatie met de omgeving. Bovendien wil ik werken met architecten die ook vanuit die dagelijkse beleving ontwerpen. Wie bouwen uitsluitend benadert vanuit kostenefficiëntie, mist volgens mij gevoel voor verantwoordelijkheid.”
“WIE
BOUWEN UITSLUITEND BENADERT VANUIT KOSTENEFFICIËNTIE, MIST VOLGENS MIJ GEVOEL VOOR VERANTWOORDELIJKHEID.”
Arne, ABS Bouwteam
DIENAAR VAN HET GEBOUW
Vanuit die gedachte maken we een flinke sprong terug in de tijd, naar de oorsprong van de stadsbrouwerij in de 14de eeuw, toen het gebouw dienstdeed als herberg. Een eeuw later werd het uitgebreid en omgevormd tot een patriciërswoning. Nadat het pand in de 19de eeuw meermaals van eigenaar wisselde, raakte het in de 21ste eeuw geleidelijk in verval. In 2008 kocht Michel Moortgat, CEO van Duvel Moortgat, de site en liet hij het gebouw nauwgezet renoveren. Die renovatie duurde uiteindelijk twaalf jaar.
Arne en Benoit lopen door de imposante poort de binnenkoer op, waar de sporen van de late barok en de vroege rococo nog tastbaar aanwezig zijn. Weelderige decoraties met saters en sierlijke ornamenten flankeren het binnenplein en delen vandaag de buitenruimte met een hedendaagse karakterkop van de Nederlandse kunstenaar Mark Manders. Benoit wijst intussen naar de raampartijen van het koetshuis in getrokken glas, een detail dat hij wegens de imperfecte aard ervan, bijzonder apprecieert. “Het past binnen het bredere actuele verlangen naar authenticiteit. Laat mensen kiezen tussen een gebouw met industrieel gemaakt glas en hetzelfde gebouw met artisanaal glas. Zonder echt te weten waarom, zullen ze altijd het tweede kiezen. Omdat het onbewust inwerkt op een goed gevoel.” Benoit gaat verder: “Dit gebouw heeft een fascinerend parcours afgelegd. Verschillende eigenaars hebben er telkens een nieuw hoofdstuk aan toegevoegd. Het doet je beseffen dat wij als mens niet meer zijn dan passanten in het leven van een gebouw, en dat we ons maar beter respectvol opstellen als dienaar ervan. Dat respect
vormt ook de leidraad in mijn eigen werk. Vanuit die houding kan ik keuzes maken die niet alleen zijn afgestemd op het leven van nieuwe bewoners, maar ook op het voortbestaan van het gebouw zelf. Die manier van werken brengt wel beperkingen met zich mee, maar net dat vind ik interessant. Het dwingt me om creatief om te gaan met uitdagingen en verklaart ook waarom ik liever verbouwingen doe dan nieuwbouw. Ik wil daarbij niet per se terugkeren naar het origineel, maar bekijk liever welke periode het gebouw het best tot zijn recht laat komen. Dat is ook hoe ze het hier hebben aangepakt.” “Dat is een super boeiende insteek,” vult Arne Benoit enthousiast aan, “want al te vaak wordt een restauratie beoordeeld op hoe het oorspronkelijk was, terwijl dat soms eenvoudigweg niet langer relevant is.”
Even verderop lonkt de kapel. Wat ooit een theaterzaal was voor muziekuitvoeringen, werd later een kapel voor de zusters die hier het langst hebben verbleven. Vandaag huist er Dada Chapel, een Gentse distilleerderij waar jaarlijks zo’n honderdduizend flessen worden geproduceerd en opgeslagen. In de ontwijde kapel rusten nu 106 houten vaten, van bourbon tot rum. “Het gebouw heeft een nieuwe, passende functie gevonden”, glimlacht Benoit. “Religie en drank zijn historisch altijd nauw met elkaar verbonden geweest. Daarom vind ik het soms jammer wanneer memorabele gebouwen uiteindelijk musea worden. Ik zie een gebouw liever verder leven dan bevroren worden in de tijd.”
VERBLUFFEND HANDWERK
Ondertussen is het duo aangekomen in de meest indrukwekkende ruimte van het gebouw: de trappenhal. Vier restaurateurs werkten er zestien maanden lang aan het herstel van de monumentale wandschilderingen die in de 18de eeuw werden aangebracht door de Gentse schilder Norbert Heylbroeck. Van de eerste trede tot aan het plafond verbeeldt het fresco de overgang van de onderwereld naar de hemel. De majestueuze eiken eretrap werd met de hand gemaakt door de Gentse schrijnwerker J.F. Allaert, die ook meewerkte aan een deel van de trap in het huidige Design Museum Gent. “Het handwerk is verbluffend. Zoiets kunnen we vandaag niet meer maken’, zegt Benoit. “In die tijd was het tentoonspreiden van rijkdom een vorm van macht, terwijl de makers zelf op de achtergrond bleven. Maar precies dat bijna egoloze vakmanschap vind ik vaak interessanter dan sommige voorbeelden van hedendaagse architectuur. Van de kant van de eigenaar is het dan weer nobel om een gebouw in ere te herstellen en in functie te houden, maar het mag je niet tot slaaf maken. Gebouw en mensen moeten elkaar ontmoeten.”
Hoe Benoit dan kijkt naar het moderne stationsgebouw in Luik van de Spaanse architect Santiago Calatrava wil Arne nieuwsgierig weten. “Misplaatst”, antwoordt Benoit zonder aarzelen. “Door de locatie, de Belgische seizoenen, de manier waarop het gebouw veroudert en nog andere factoren komt het gebouw niet tot zijn recht. Ik heb al verschillende bouwwerken van Calatrava gezien en op andere plekken, zoals in Manhattan, werkt zijn architectuur wel. In dat opzicht vind ik onze Krook in Gent bijvoorbeeld beter geslaagd. Het is een indrukwekkend gebouw voor de eerder statische functie die het herbergt, maar het bruist. Dat geldt ook voor het Wintercircus. Als we nu nog het Zuidcomplex kunnen afbreken – dat volgens mij toch gedoemd is om te verloederen – en het park uitbreiden, kunnen we de bibliotheek extra ademruimte geven. Soms moet er eens tabula rasa worden gemaakt, en hier lijkt me dat gepast.”
Vier restaurateurs werkten zestien maanden lang voltijds aan het herstel van het monumentale schilderwerk dat van de eerste trede tot aan het plafond de overgang van de onderwereld naar de hemel verbeeldt.
“VERSCHILLENDE EIGENAARS HEBBEN TELKENS EEN NIEUW
HOOFDSTUK AAN DIT GEBOUW
TOEGEVOEGD. HET DOET JE
BESEFFEN DAT WIJ ALS MENS NIET
MEER ZIJN DAN PASSANTEN IN HET LEVEN VAN EEN GEBOUW, EN DAT
WE ONS MAAR BETER RESPECTVOL
OPSTELLEN ALS DIENAAR ERVAN.”
Benoit Viaene
SCHOONHEID VAN NATUURLIJKE MATERIALEN
“Waar voor Benoit de grens ligt tussen vrijheid in ontwerp, compromis of het weigeren van een project”, vraagt Arne. Benoit: “Ik wil duidelijk zijn: carte blanche krijg ik nooit. Hoeves doe ik niet meer, omdat deze op het vlak van regelgeving te complex zijn geworden. Wanneer ik het compromis zoek met een bouwheer, probeer ik altijd bewustzijn te creëren rond de duurzaamheid en schoonheid van natuurlijke materialen. Projecten waarbij ik word verplicht om met kunstmatige materialen te werken, weiger ik.” Hij glijdt met zijn hand over de ronding van de eiken trapleuning en vervolgt: “De natuur heeft alles te bieden, maar laat zich nooit volledig controleren. Net daarin schuilt haar kracht. Ze brengt imperfecties, veroudering en patine met zich mee en dat zijn kwaliteiten die ik net wil omarmen. Kijk naar Venetië: die stad rust letterlijk op de kracht van natuurlijke materialen en technieken. Zonder dat fundament was ze allang verdwenen. Veel gebouwen die vandaag worden neergezet, zijn niet gemaakt voor de eeuwigheid. Ik vrees dat we dat de komende decennia op een pijnlijke manier zullen ondervinden.”
In de trappenhal werden aan het lijstje bijdragers die in de muur staan gekrast, ook de namen van de huidige restaurateurs toegevoegd. En helemaal onderaan staat ook een onzichtbare naam, die je enkel met een blacklight kan lezen. Terwijl ze de ruimte verlaten sluit Arne af met de vraag of Benoit zich kan vinden in de stelling dat architectuur een beleving is. Benoit denkt na terwijl hij de zwart geschilderde gang doorkruist richting uitgang. “Absoluut.”
“WAT MIJ ONGELOOFLIJK AANTREKT
Arne, ABS Bouwteam
Interieur- en kleuradvies, binnen- en buitenschilderwerken, decoratieve verftechnieken, behangwerken, exclusieve raamdecoratie, stoffering, meubilair, maatwerk, vast tapijt en karpetten.
www.evelynmoreels.be
WONEN IN EEN PARK VOOR IEDEREEN
PROJECT AQUARELL
AAN DE RAND VAN DRONGEN, GENESTELD IN EEN RUSTIGE WOONOMGEVING MET EEN GROEN PARK ALS KLOPPEND HART, LIGT AQUARELL. DIT RESIDENTIËLE PROJECT OMVAT
DRIE WOONVOLUMES DIE ZORGVULDIG
ROND EEN CENTRALE BEUK WERDEN
INGEPLANT EN SAMEN EEN THUIS ZULLEN BIEDEN AAN ZEVEN GEZINNEN. HET WOONPROJECT ONDERSCHEIDT ZICH
DOOR ZIJN DUURZAME BOUWMETHODE IN MASSIEF HOUT EN WERD ONTWORPEN
DOOR CAS ARCHITECTEN IN SAMENWERKING MET ABS BOUWTEAM, VANUIT ÉÉN DUIDELIJKE AMBITIE: HET
CREËREN VAN EEN DUURZAAM EN COLLECTIEF WOONCONCEPT ZONDER IN TE BOETEN AAN WOONKWALITEIT. EVEN BIJZONDER IS DAT OOK DE OMGEVING
MEEGENIET. DANKZIJ DE STERKE
SYMBIOSE TUSSEN ARCHITECTUUR EN NATUUR IN HET PUBLIEK TOEGANKELIJKE
PARK, WORDT AQUARELL NIET ALLEEN
EEN AANGENAME WOONPLEK VOOR DE BEWONERS, MAAR OOK EEN
ARCHITECTURALE MEERWAARDE VOOR DE BUURT EN VOORBIJGANGERS.
Aquarell bestaat uit drie volumes die zich rond een majestueuze beuk groeperen. Die boom werd bewust gekozen als centraal punt en verankert het project op de site. Het is een mooie vertaling van de visie van het bouwteam, waarbij architectuur zich niet opdringt, maar zich voegt naar haar omgeving. Wie het domein betreedt via het pad dat door de gemeenschappelijke parktuin loopt, ervaart hoe de ingetogen gevels naadloos opgaan in het groen. Daartussen ontvouwen zich drie villa’s die samen goed zijn voor zeven woningen: twee volumes met twee woonentiteiten en een derde met drie. Door de speelse spreiding ontstaan openheid en doorzichten, waardoor elke woning maximaal gericht is op het park en er visueel mee versmelt.
PUBLIEKE KWALITEIT VAN ARCHITECTUUR
Voor het Gentse bouwteam vertrekt elk project vanuit de overtuiging dat architectuur niet enkel haar bewoners moet dienen, maar ook een publieke waarde moet hebben. Schoonheid wordt beschouwd als een gedeeld goed: ook voorbijgangers moeten de kwaliteit van een plek kunnen ervaren. Aquarell vertaalt die visie in een toegankelijk parklandschap waarin het wonen zich discreet afspeelt. Niet-bewoners kunnen vrij door de site wandelen en ervaren mee de harmonieuze relatie tussen architectuur, landschap en rust.
Naast de sterke landschappelijke verwevenheid toont Aquarell een heldere visie op collectief en duurzaam wonen. Door meerdere woningen op één site te bundelen, wordt de beschikbare ruimte efficiënt benut en de ecologische voetafdruk beperkt, zonder aan woonkwaliteit in te boeten. Kamerhoge ramen en zorgvuldig geplaatste openingen versterken de relatie met de omgeving. Elke woning beschikt bovendien over een privatieve buitenruimte, waardoor een boeiende woonervaring ontstaat: collectief waar het kan, intiem waar het moet. Het permanente contact met het groen draagt bij aan een dagelijks weldadig gevoel van rust, licht en welzijn.
Aquarell bestaat uit drie volumes die zich rond een majestueuze beuk groeperen. Het is een mooie vertaling van de visie van het bouwteam, waarbij architectuur zich niet opdringt, maar zich voegt naar haar omgeving.
HOUT ALS DUURZAAM FUNDAMENT
Onder de handgemaakte crèmekleurige gevelsteen en de accenten in afzeliahout schuilt een volledig houtmassieve draagstructuur in crosslaminated timber (CLT). Voor ABS Bouwteam was deze primeur een bewuste keuze die zowel technisch als ecologisch overtuigt. CLT combineert immers hoge structurele prestaties met uitstekende akoestische eigenschappen en een sterke brandweerstand. Bovendien is het materiaal hernieuwbaar, aangezien de bossen waaruit het hout afkomstig is sneller aangroeien dan ze worden ontgonnen. En met voor elke woning individuele grondboringen, zijn de woningen ook energetisch klaar voor de toekomst.
“ELK PROJECT VERTREKT
VANUIT DE DUIDELIJKE VISIE DAT
ARCHITECTUUR NIET ALLEEN
HAAR BEWONERS MOET DIENEN,
MAAR OOK EEN MEERWAARDE
MOET ZIJN VOOR DE OMGEVING.”
WONEN MET EEN VISIE OP MORGEN
Aquarell is een woonconcept dat niet alleen inspeelt op de noden van vandaag, maar ook een helder antwoord formuleert op de vragen van morgen. Hoe dicht kunnen we samenleven zonder in te boeten aan kwaliteit? Hoe bouwen we duurzamer zonder dat het comfort daaronder lijdt? En vooral: hoe creëren we architecturale schoonheid die niet exclusief is, maar gedeeld kan worden met iedereen die ermee in aanraking komt? In Aquarell worden die vragen tastbaar vertaald naar een doordachte woonomgeving die bewijst dat verdichting niet gelijk hoeft te staan aan verlies, maar net een kans biedt om ruimte en rust samen te organiseren.
Onder de handgemaakte crèmekleurige gevelsteen en de accenten in afzeliahout schuilt een volledig houtmassieve draagstructuur in cross-laminated timber.
Belgisch design heeft zich de voorbije decennia op de internationale kaart gezet dankzij een subtiele mix van creativiteit, innovatie en vakmanschap. Het verenigt – zo wordt gezegd – het beste van twee werelden: de functionele precisie van Duitse degelijkheid en de warme elegantie van Italiaanse vormgeving. Misschien schuilt net daarin de typisch Belgische reflex: uitblinken zonder grote gebaren. Vandaag staat die ontwerpmentaliteit meer dan ooit onder spanning. In tijden van economische uitdagingen en digitale globalisering gaan wij daarom na: hoe kan Belgisch design relevant blijven op internationaal niveau? En hoe kijken makers, merken en organisaties naar de toekomst van wonen en ontwerpen?
Belgisch design is in binnen- én buitenland een begrip, met een geschiedenis die we kunnen terugbrengen tot de oprichting van het iconische Belgische kristalhuis Val Saint Lambert, dat dit jaar zijn 200-jarige bestaan viert (zie kaderstuk). Na de Tweede Wereldoorlog volgde een doorbraakperiode, met ontwerpers als Jules Wabbes, Pieter De Bruyne en Emiel Veranneman. Zij bouwden voort op het internationale prestige dat art-nouveaupioniers als Victor Horta en Henry van de Velde eerder al hadden opgebouwd. Christian Oosterlinck van Flanders District of Creativity neemt ons mee langs enkele kantelmomenten die het Belgische designlandschap mee hebben gevormd. “Het in 1964 opgerichte Design Centre en later ook Interieur Kortrijk speelden een belangrijke rol in de professionalisering van de sector. In de jaren tachtig werkten veel ontwerpers nog individueel, al slaagden sommigen erin door te breken via buitenlandse bedrijven. Een echte versnelling kwam er in 1995, toen Vitra de stoel van Maarten Van Severen opnam in zijn collectie. Daardoor groeide ook de belangstelling voor andere Belgische ontwerpers”, aldus Oosterlinck. “Vlaamse bedrijven kregen internationale zichtbaarheid via initiatieven van Design Vlaanderen, onder meer tijdens de Milan Design Week. Belgische merken als Tribù, Extremis, Modular, Kreon en Delta Light groeiden uit tot internationale toppers. In Franstalig België kwam die ontwikkeling later op gang, maar sinds initiatieven als WBDM, MAD Brussels en Belgium is Design wordt Belgisch design ook internationaal gezamenlijk gepromoot.”
WOELIG VAARWATER
Hoe staat Belgisch design er vandaag voor, in tijden van economische onzekerheid en geopolitieke spanningen? Volgens Oosterlinck bevindt de sector zich in woelig vaarwater. Hij spreekt van een bredere crisis in de designwereld, waarbij bedrijven voorzichtiger worden en minder risico’s nemen. Dat maakt het ook voor ontwerpers moeilijker om te experimenteren of nieuwe paden te verkennen. Kevin Snyders, productmanager furniture bij Fedustria en directeur van BelgoFurn/Best of Belgium, spreekt zelfs van ‘de perfecte storm’. “We dragen nog altijd de naweeën van de sterke verkoop tijdens de coronaperiode. Onze producten zijn kwalitatief en gaan lang mee, maar tegelijk kampt de maakindustrie met een structureel kostenprobleem door hoge loon- en energiekosten. Op dat vlak moet iets gebeuren”, zegt hij. “In combinatie met de huidige geopolitieke context leidt het tot een groot gebrek aan consumentenvertrouwen. Dat maakt het vandaag bijzonder uitdagend.”
Hoewel Belgisch design vaak wordt geassocieerd met ingetogenheid en vakmanschap, groeit tegelijk het besef dat internationale zichtbaarheid essentieel is om verder te kunnen groeien en de huidige uitdagingen het hoofd te bieden. Het verschil maken is daarbij de kernboodschap, benadrukt Kevin Snyders. “België is voor 70 à 80 procent afhankelijk van export, en het is een voordeel dat het merendeel daarvan binnen Europa wordt gerealiseerd”, zegt hij. “Maar het grootste groeipotentieel ligt buiten Europa. Er is markt genoeg, maar je moet je onderscheiden, snel kunnen schakelen en daar consequent in blijven. Onze sterkte is dat we erg innovatief en flexibel zijn, al is de context vandaag allesbehalve eenvoudig.” Volgens Snyders is België internationaal sterk ingeburgerd in de design- en meubelsector. “We staan bekend om alles wat met het goede leven te maken heeft. We zijn pioniers in design en meubelontwerp, vooral op het vlak van functionaliteit. Op Salone del Mobile in Milaan is België na Italië de grootste afnemer van beursoppervlakte. In outdoordesign zijn we zelfs toonaangevend, met merken als Tribù en Royal Botania.” Ook op andere internationale podia valt de Belgische aanwezigheid op. “Op Maison&Objet stonden in de belangrijkste hal bijna uitsluitend Belgische merken. Wij gaan vaak een stap verder dan de Italiaanse focus op schoonheid en vorm. We voegen functionaliteit toe, combineren eigenlijk de Duitse degelijkheid met de Italiaanse flair.” Toch blijft één mentaliteit volgens hem een werkpunt. “We proberen al jaren om de terughoudendheid van ons af te schudden en trotser te zijn op wat we doen. Die bescheidenheid mag echt wat vaker plaatsmaken voor zelfvertrouwen.”
EIGEN STIJL
Als reactie op de huidige marktsituatie ziet Christian Oosterlinck veel designers terugkeren naar de werkwijze van de jaren tachtig, met eigen productie en directe verkoop: “Ook de sector van het collectible design groeit sterk: unieke stukken of gelimiteerde oplages die via galerieën worden verkocht. Gelukkig slagen nog heel wat jonge Belgische designers erin om via die weg internationaal door te breken.” In een markt die steeds harder op prijs concurreert, volstaat een mooi product niet langer. Een uitgesproken identiteit en financiële slagkracht worden steeds belangrijker, klinkt het. Oosterlinck: “Veel succesvolle Belgische bedrijven situeren zich in het hogere segment. In de lagere prijsklasse is de concurrentie van IKEA, JYSK en de laatste jaren ook de import uit China bijzonder sterk. Wie zich in het duurdere segment wil onderscheiden, moet kwaliteit en vernieuwing brengen. Een eigen stijl is daarbij essentieel.” Hij verwijst onder meer naar Atelier Vierkant, actief in de competitieve wereld van keramische objecten, dat ondanks ambachtelijke productie in België internationaal blijft groeien, mede dankzij een herkenbare signatuur. Daarnaast spelen ook ondersteuning en verbinding een rol. Flanders District of Creativity ondersteunt, verbindt en promoot ontwerpers en bedrijven uit de Vlaamse design- en modesector, onder meer via initiatieven zoals FOR THE NOW en de Henry van de Velde Awards. “Dat gebeurt ook via individuele coaching, webinars en labs”, zegt Oosterlinck. “Met Innoveren met Design brengen we designers in contact met sectoren zoals voeding, transport en bouw.”
“WE ZIEN DAT NIET LANGER ENKEL DE DESIGNLIEFHEBBER, MAAR VOORAL DE
DESIGNPROFESSIONAL
AAN ZET IS. DIE BEPAALT STEEDS MEER WELKE OBJECTEN EFFECTIEF
EEN PLEK KRIJGEN IN EEN INTERIEUR. DESIGN NATION
SPEELT DAAROP IN MET
EEN NIEUWE AANPAK.”
FDC (Flanders District of Creativity) ondersteunt, verbindt en promoot ontwerpers en bedrijven uit de Vlaamse design- en modesector, onder andere met events als FOR THE NOW en de Henry van de Velde Awards.
Interieurontwerper Filip Tack lanceerde vorig jaar in Milaan zijn eerste reeks unieke, handgemaakte en genummerde objecten, een ‘nomadencollectie’ waarbij hij streeft naar zowel duurzaamheid als zuiverheid in elke vorm.
Daarnaast klinkt de roep naar eenvoud, duurzaamheid en bewuste productie steeds luider, stelt Hannelore Caenepeel van Design Nation. “Om als designmerk succesvol te zijn, heb je een gezonde dosis nuchterheid en een heldere visie nodig, maar je kan ook niet meer voorbij aan thema’s zoals duurzaamheid en de levensduur van een product. Dat zien we ook in de selectie van producten die onze juryrondes voor Design Nation doorstaan. We merken dat er een generatie zit aan te komen die teruggrijpt naar de eenvoud en de basics van weleer. Zaken zoals vintage, maar ook het productieproces, de gebruikte materialen en additieven worden steeds belangrijker.” Die evolutie wordt bovendien versterkt door nieuwe regelgeving en transparantie-eisen. “Het productpaspoort komt eraan in België. Jonge designers moeten daar echt op inspelen en mee zijn met die ontwikkeling”, besluit ze.
DE DESIGNPROFESSIONAL AAN ZET
Ook het beurslandschap zelf is de voorbije jaren sterk veranderd, onder invloed van digitale evoluties, een kritischer publiek en de nasleep van de coronaperiode. Klassieke succesformules werden herbekeken en heruitgevonden. De vraag stelt zich steeds nadrukkelijker in hoeverre een beursdeelname vandaag nog financieel haalbaar en een echte springplank is voor jonge designers en een commerciële versterker voor gevestigde merken.
De Biënnale Interieur, sinds de jaren zestig een vaste waarde in Kortrijk en ooit bekend als het ‘Milaan van het Noorden’, maakte intussen een transformatie
door naar een nieuwe 2.0-werking onder de naam Design Nation. Hannelore Caenepeel licht die evolutie en de huidige aanpak toe. Volgens haar is de digitalisering begin jaren 2000 een kantelpunt geweest. “Door het internet is alles veel toegankelijker geworden, maar dat maakt het voor beurzen ook moeilijker. Onze rol is verschoven en de doelgroep veranderd. Als we kijken naar sterke merken met een solide nieuw portfolio, zien we dat niet langer enkel de designliefhebber, maar vooral de designprofessional aan zet is. Die bepaalt steeds meer welke objecten effectief een plek krijgen in een interieur. Daar speelt Design Nation op in met een nieuwe aanpak, gebaseerd op marktonderzoek en gesprekken met fabrikanten. We richten ons expliciet op de designprofessional en tonen innovaties aan een meer gericht publiek. Daarbij staat het object zelf centraal: de materialen, kleuren, technologie en ecologische voetafdruk. Die aanpak vertaalt zich bijvoorbeeld ook in de opbouw van de beurs. Geen overdadige standenbouw meer, maar compacte presentaties. Het product moet spreken, niet de branding die vaak veel geld kost. Zo kan een gevestigde naam perfect naast een jonge designer staan.” Volgens Caenepeel wordt de rol van de beurs in digitale tijden opnieuw zintuiglijker. “In het AI-tijdperk ligt de kracht van een beurs meer dan ooit in ervaring, in het tastbare, en in een sterk inhoudelijk randprogramma met objectieve content. Met de eerste editie in Berlijn hebben we alvast een sterke start gemaakt, met merken zoals bulthaup en Tecta die mee geloven in die verandering.”
Interieurdesigner Filip Tack van Più Studio lanceerde vorig jaar tijdens Salone del Mobile zijn eerste objectencollectie, Più Objects. “Ik hou er niet van om in hokjes te denken, en dus ook niet in de zin van ‘Belgisch design’. Met deze collectie wilde ik iets universelers creëren: objecten die je als een nomade kan meenemen van plaats naar plaats. Tegelijk zijn het duurzame stukken uit eik, ontworpen om generaties mee te gaan en uiteindelijk erfstukken te worden. Ze spreken een universele taal en blijven functioneel. België heeft, net als NoordItalië, altijd een sterke traditie van eigenzinnige makelij gekend. We slagen erin een unieke beeldtaal neer te zetten, maar missen vaak het Italiaanse talent voor storytelling en marketing. Als sector zijn we nog te bescheiden en dragen we ons vakmanschap onvoldoende uit.” Volgens Tack blijft de behoefte aan schoonheid en betekenis overeind, ook in economisch uitdagende tijden. “De mentaliteit verschuift naar compacter wonen, met meer aandacht voor enkele sterke, duurzame stukken. Net daar zie ik opportuniteiten. Mensen kopen bewuster en kiezen objecten waarmee ze zich kunnen identificeren.”
De presentatie op Salone del Mobile vormde voor Tack een belangrijke internationale test. “In enkele maanden tijd hebben we onze deelname aan de designweek van Milaan georganiseerd. Dat was een tour de force én een stevige investering, maar ook een enorme leerervaring. In Milaan kom je rechtstreeks in contact met de wereld. Mensen raken de objecten aan – het is een erg tactiele ervaring – en je krijgt onmiddellijke feedback. Dat werkt stimulerend. Voor jonge of onafhankelijke designers is het vandaag interessant om een ruimte te delen met complementaire merken. Zo spreid je niet alleen de kosten, maar versterk je ook elkaars netwerk en zichtbaarheid.” Daarna begint volgens hem het echte traject. “Met wie ga je in zee? Wat is het juiste verdienmodel? Wij kiezen bewust voor een Belgische producent. Dat brengt hogere productiekosten met zich mee, maar omwille van de kwaliteit en het ambacht vinden we het belangrijk dat iedereen binnen de keten correct wordt vergoed. We willen een eerlijk product, in alle betekenissen van het woord. Net zoals onze slow furniture zal ook het succes langzaam moeten groeien. Te snel gaan is niet de bedoeling; we willen de objecten niet in grote oplages produceren.”
MEER ZELFVERTROUWEN
Tussen economische druk, internationale concurrentie en veranderende woon- en consumptiepatronen staat Belgisch design vandaag op een kruispunt. Toch schuilt net daarin ook de grootste kracht. De toekomst van de sector lijkt minder te draaien om schaalvergroting of massaproductie, maar des te meer om authenticiteit, innovatie en een uitgesproken eigen signatuur. Belgisch design onderscheidt zich internationaal door zijn combinatie van functionaliteit, verfijning en vakmanschap, maar zal die troeven ook nadrukkelijker moeten uitdragen. Experts zien daarbij vooral groeipotentieel in een sterkere focus op de designprofessional, zoals architecten, interieurvormgevers en projectontwikkelaars, want zij bepalen vandaag in grote mate welke merken en objecten internationaal doorbreken, én in het verder aanboren van markten buiten Europa. Meer samenwerking, gerichte internationale zichtbaarheid, duurzame productie en investeringen in jong talent lijken daarom essentieel om relevant te blijven. Of zoals verschillende stemmen uit de sector het impliciet samenvatten: de kwaliteit is aanwezig, nu komt het erop aan die met meer overtuiging en zelfvertrouwen aan de wereld te tonen.
“VOOR JONGE OF ONAFHANKELIJKE DESIGNERS IS HET VANDAAG INTERESSANT
OM EEN RUIMTE TE DELEN MET COMPLEMENTAIRE MERKEN.
ZO SPREID JE NIET ALLEEN DE KOSTEN, MAAR VERSTERK JE OOK ELKAARS NETWERK EN ZICHTBAARHEID.”
Interieurarchitect en designer Filip Tack
Klinken op 200 jaar Belgisch kristal
De iconische kristal- en glasfabriek Val Saint Lambert, symbool voor Belgische topkwaliteit en internationaal erkend vakmanschap, viert dit jaar haar 200ste verjaardag. Dat gebeurt met de immersieve tentoonstelling Cristal vivant in Seraing en een reeks evenementen die traditie en hedendaagse creativiteit met elkaar in dialoog brengen. Het jubileum markeert tegelijk een belangrijk kantelmoment in het denken over de toekomst en het voortbestaan van het huis.
Constant Beerden, beeldhouwer en productiemanager met meer dan veertig jaar ervaring bij Val Saint Lambert, kijkt terug op de gloriejaren zonder de realiteit van vandaag uit het oog te verliezen.
“Waar in 1905 ongeveer 5000 mensen in de fabriek werkten, zijn dat er nu nog een vijftiental. Veel mensen denken zelfs dat we niet meer bestaan. Dankzij het feestjaar vinden we opnieuw meer aansluiting bij het publiek. We hebben ook een tiental verkooppunten geopend om onze nieuwe producten te tonen, onder meer in Nieuwpoort.”
Volgens Beerden waait er opnieuw een frisse wind door het huis.
“We vullen de traditionele collecties aan met hedendaagse creaties, waarbij ontwerpers hun creativiteit combineren met onze knowhow. De designerstukken, genummerd en gesigneerd, doen het bijzonder goed.” Naast erfgoed speelt ook vernieuwing een belangrijke rol.
“Onze Millenium-collectie bestaat uit eerder decoratieve dan functionele stukken, zoals lampen, kaarsen en vazen in zachte pastelkleuren. We merken tegelijk een dalende vraag naar klassiek tafelwerk en servies.” De ambitie blijft duidelijk: het ambacht behouden en tegelijk moderniseren. “We willen mooi kristal blijven maken met een hedendaagse toets, volgens eeuwenoude Belgische knowhow. Alles is nog steeds volledig met de hand gemaakt en mondgeblazen. Tegelijk zijn we genoodzaakt om sterk in te zetten op lagere productiekosten en minder energieverbruik”, besluit Beerden.
De nieuwe Millenium-collectie van Val Saint Lambert focust op decoratieve stukken waaronder lampen, kaarsen en vazen.
Selling atmosphere, not just furniture
CURATOR? CREATOR of
TUSSEN ALGORITME EN AUTEURSCHAP
Een architect die ’s ochtends zijn eerste koffie drinkt terwijl AI al vijf bezwaarschriften heeft samengevat. Een gevelstudie die in vijf minuten tientallen materiaalvarianten oplevert. Een render die er verbluffend uitziet, maar technisch onmogelijk blijkt. Terwijl artificiële intelligentie mee aan tafel zit in het architectenbureau, rijst de fundamentele vraag: wat blijft er over van het architecturale auteurschap wanneer de machine steeds sneller tekent, berekent en genereert? Het antwoord is complex, want AI is zowel een briljante assistent als een gevaarlijke illusionist. AI versnelt processen en opent nieuwe creatieve pistes, maar produceert ook beelden zonder ruimte te ervaren, optimaliseert gebouwen zonder ooit ergens te wonen, en genereert schoonheid zonder betekenis te kennen. Is de architect in dit landschap nog een creator, of steeds meer een curator die kiest uit wat AI hem voorschotelt?
Betekenis dragen
Net in architectuur, een discipline die meer omvat dan efficiëntie, esthetiek of data, raakt AI aan de kern van het debat. Architectuur vormt hoe we wonen, werken en samenleven, en is daarbij onlosmakelijk verbonden met auteurschap en verantwoordelijkheid. De opmars van AI noopt ons tot het stellen van scherpe vragen. Daarover spreken we met prof. ir. architect Paulus Present (Bureau Bouwtechniek, UGent), Dirk Mattheeuws (Netwerk Architecten Vlaanderen, ARW Architecten) en Elien Vissers-Similon (Universiteit Antwerpen). Tussen enthousiasme en scepsis groeit een helder betoog: AI zal de architect niet vervangen, maar dwingt het beroep om zichzelf te herdefiniëren. Wat betekent het wanneer algoritmen in seconden doen waar vroeger uren denkwerk voor nodig waren? En wat wordt de rol van de architect: blijft die auteur van ruimte en betekenis, of evolueert hij tot curator van gegenereerde mogelijkheden? Het is een vraag die zowel technisch, cultureel als filosofisch is en raakt aan auteurschap, verantwoordelijkheid en de essentie van architectuur. Voor Paulus Present ligt daar de kern: “AI berekent, maar een mens betekent. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar eigenlijk zit alles daarin vervat. Algoritmen kunnen optimaliseren, vergelijken en genereren, maar betekenis ontstaat pas in context. Architectuur is geen optelsom van prestaties of efficiëntie; ze geeft vorm aan hoe we wonen, werken en samenleven, en draagt een grote culturele en sociale waarde in zich. Net daarom is de vraag of AI kan ontwerpen eigenlijk de verkeerde. De echte vraag is: kan AI betekenis dragen?” En dat betwijfelt Present sterk.
Van BIM tot AI
Die reflectie staat niet op zichzelf, maar kadert in een bredere evolutie waarbij ontwerpintelligentie steeds verder digitaliseert – een evolutie die AI op radicale wijze versterkt. Jarenlang verdiepte Present zich in BIM-modellen (Building Information Modeling). Die geven een gebouw niet alleen geometrisch weer, maar fungeren ook als een databank vol informatie over materialen, kosten, onderhoud, energieprestaties en technische eigenschappen. Present: “Een architect beheert vandaag een complexe digitale representatie van een gebouw. Dat BIM het bouwproces ingrijpend veranderde, ervoer ik voor het eerst bij het Havenhuis in Antwerpen, een van de eerste grootschalige projecten in ons land die via BIM tot stand kwamen en al vroeg de kracht en mogelijkheden van bouwinformatiemodellen aantoonden. AI gaat een stap verder en analyseert, voorspelt en genereert. Ze maakt niet alleen informatie zichtbaar, maar produceert zelf nieuwe voorstellen op basis van bestaande data. Dat klinkt efficiënt en dat kan het ook zijn, want AI kan snel verschillende studies maken op basis van lichtinval, oriëntatie en regelgeving. In een sector waar budgetten krimpen en deadlines strakker worden, is die efficiëntiewinst onweerstaanbaar. Maar efficiëntie heeft altijd een prijs. “Wanneer ontwerpers steeds meer denkwerk uitbesteden, moeten we ons afvragen wie nog begrijpt wat er wordt ontworpen”, zegt Present. Zijn vragen hierbij zijn talrijk: wie draagt de verantwoordelijkheid wanneer een AI-gegenereerd voorstel technisch problematisch blijkt? Wie leert nog door te falen? En krijgt een jonge architect nog de kans om het vak te ontwikkelen via trial-and-error, als de machine steeds sneller ‘goede’ antwoorden geeft?
Rentmeesterschap
Present focust op de vraag: waar stuur ik, en waar stuurt AI mij? “Voor mij is dat cruciaal. De gebouwde wereld vormt ons leven: hoe we wonen, werken en samenleven. Hoewel de simulatie van menselijkheid steeds overtuigender wordt, ze blijft asymptotisch: ze benadert de menselijke ervaring, maar bereikt nooit haar volledige rijkdom en betekenis. Ik wil geloven in mensen en in krachtige tools die ons ondersteunen, maar niet in het overdragen van onze verantwoordelijkheid of het rentmeesterschap over de wondere wereld die ons is toevertrouwd. Als alles draait om efficiëntie, verliezen we misschien net datgene wat architectuur waardevol maakt: reflectie, twijfel, discussie en zorgvuldigheid. Ons vak vraagt soms om traagheid. Niet omdat we inefficiënt willen zijn, maar omdat betekenis tijd nodig heeft.” Voor de architect en docent komt het erop neer dat technologie moet ondersteunen, maar niet mag verdoven. Ook Dirk Mattheeuws, afscheidnemend voorzitter van Netwerk Architecten Vlaanderen en eigenaar van een multidisciplinair bureau, staat positief tegenover AI, maar vanuit precies datzelfde bewustzijn: “Ik ben fan en geloof absoluut dat AI een enorme meerwaarde kan zijn voor architecten. Maar dat betekent niet dat je zomaar het stuur uit handen kan geven. Als architect moet je zelf aan het roer blijven staan. Jij blijft de kapitein. AI is een hulpmiddel, geen vervanger van je verantwoordelijkheid.” Dat enthousiasme vindt zijn oorsprong in de dagelijkse realiteit van het beroep, niet in futuristische droomscenario’s.
Minder administratie, meer architectuur
Architectuur draait al lang niet meer uitsluitend om ontwerpen. De praktijk wordt overspoeld door regels, bezwaarschriften, omgevingsvergunningen, conformiteitsstudies en administratieve procedures. Precies daar ziet Mattheeuws de grootste directe meerwaarde van AI. Zelfs eenvoudige taalmodellen blijken volgens hem bijzonder bruikbaar als assistent. Niet als auteur, maar als eerste filter. Een eerste analyse van ontvankelijkheidsvoorwaarden of een voorzet voor een technische nota: het zijn taken die veel tijd vragen, maar weinig architecturale waarde toevoegen. “Als je vier of vijf bezwaarschriften ontvangt, dan moet je daar veel tijd in investeren. Als AI die eerst kan structureren, samenvatten en de essentie eruit halen, dan helpt dat gigantisch. Niet omdat het de architect vervangt, maar omdat het ruimte vrijmaakt voor waar het beroep echt om draait. In een werking met veel administratieve overlast kan AI echt verzachtend werken.” Ook bij technische berekeningen biedt AI ondersteuning.
Mooie renders bouwen geen huizen
Bij stikstofanalyses bijvoorbeeld – hoeveel uitstoot genereert het uitbreken van een bepaalde hoeveelheid beton? – kan een model snel een eerste inschatting maken, die vervolgens door de architect wordt gecontroleerd en verfijnd. “Je laat AI nooit de finale beslissing nemen, maar als je sneller tot een eerste werkbasis komt, win je tijd. En tijd is in onze sector vaak het meest schaarse materiaal.” Die logica blijft voor Mattheeuws voorop staan: AI versnelt, maar beslist niet.
Naast administratie en analyse ligt een tweede grote AI-toepassing in de beeldvorming, en daar wordt het debat emotioneler. Voor architecten is vooral beeldende generatieve AI bijzonder zichtbaar. In enkele seconden ontstaan renders, sfeerbeelden en gevelvarianten waarvoor vroeger uren werk nodig waren. Tools zoals Midjourney of Adobe Firefly maken het mogelijk om een SketchUp-volume razendsnel te transformeren in uiteenlopende materialisaties, atmosferen of alternatieve ontwerpintenties. Dat opent creatieve mogelijkheden, want een architect kan een gevel laten herinterpreteren in verschillende materialen, een volume toetsen aan een andere vormentaal of onderzoeken hoe een ontwerp oogt binnen een specifieke context. AI wordt zo een soort schetsmachine op steroïden: sneller, rijker, brutaler, maar ook gevaarlijk overtuigend, weet Mattheeuws: “Je kan dus een ontwerp laten maken dat er spectaculair uitziet, maar dan komt de echte vraag: is het realistisch? Is het ook uitvoerbaar? Kan het gebouwd worden? Daarin zal AI al te vaak hallucineren. Een mooi beeld is nog geen goed gebouw en uiteindelijk zal het altijd de aannemer of de architect zijn die verifieert of iets ook realistisch is. AI kan de menselijke inbreng versterken en de creativiteit aanscherpen, maar vervangt de architect niet.” Een spectaculair beeld is dus geenszins een bouwrijp project en zonder technische controle dreigt fictie zich als architectuur te vermommen.
“EEN MOOI BEELD IS NOG GEEN GOED GEBOUW EN UITEINDELIJK ZAL HET ALTIJD DE AANNEMER OF DE ARCHITECT ZIJN DIE VERIFIEERT OF IETS OOK
IS.”
CREATOR
Dirk Mattheeuws, voormalig voorzitter van Netwerk
Architecten Vlaanderen en architect bij ARW Architecten
Een goede illusionist
Precies daar situeert zich ook het onderzoek van Elien Vissers-Similon, mandaatassistent aan de Universiteit Antwerpen, waar ze haar doctoraat wijdt aan de implementatie van artificiële intelligentie in architectuurontwerp. Haar expertise ligt specifiek bij beeldgenererende modellen en ze waarschuwt expliciet voor het misverstand dat AI-systemen werkelijk ‘nadenken’: “Generatieve AI-technieken doen enkel alsof ze slim zijn, maar eigenlijk gaat het om domme technologie. Dat klinkt hard, maar het is belangrijk om dat goed te begrijpen. Ze overtuigen de gebruiker er alleen van dat ze het juiste beeld tonen. Onderliggend gokken ze welke pixels in welke kleur, volgorde en positie wij waarschijnlijk willen zien. Er zit geen echte referentie, geen ruimtelijk inzicht of geen redenering achter. Ze zijn vooral heel goed in ons doen geloven dat ze slim zijn.” Dat onderscheid is cruciaal. Want hoewel taal- en beeldmodellen steeds beter worden in het simuleren van intelligentie, blijft ruimtelijk denken fundamenteel menselijk werk. Beeldgenererende AI begrijpt geen ruimte, geen schaal en heeft geen verstand van wonen, maar voorspelt enkel waarschijnlijkheden. “De mens is veel slimmer dan AI”, benadrukt Vissers-Similon, die zichzelf een sceptische believer noemt. “Architecten hoeven niet te vrezen voor hun job. Architectuur draait immers om veel meer dan beelden: het gaat over interpretatie, ruimtelijk inzicht, verantwoordelijkheid en menselijke beleving, kwaliteiten die vooralsnog geen enkel model kan vatten.”
DE KERN VAN DE ZAAK IS BESEFFEN DAT JE MET AI
NIET BEZIG BENT MET EEN EINDBEELD TE MAKEN. DAT IS DE GROOTSTE MINDSHIFT.”
Extra collega op kantoor
In haar gesprekken met architecten hoort VissersSimilon vaak dezelfde metafoor terugkomen: “Ze zien AI als een extra collega op kantoor, zonder dat die een echte collega vervangt. AI wordt ervaren als een sparringpartner die onverwachte associaties maakt en helpt om sneller verschillende pistes te verkennen.” Vooral in de vroege ontwerpfase blijkt dat waardevol, niet om een eindbeeld te produceren, maar om creativiteit te stimuleren. Noem het een soort visuele pingpong. “Architecten worden traditioneel opgeleid volgens een lineair proces: eerst schetsen, daarna modelleren en pas op het einde een fotorealistische visualisatie. Met generatieve AI verschuift dat beeld plots naar het begin van het ontwerpproces. Maar de kern van de zaak is beseffen dat je met AI niet bezig bent om een eindbeeld te maken. Dat is de grootste mindshift. Soms neem je slechts één relevant element uit zo’n beeld mee naar de volgende stap. Het draait niet om dat perfecte plaatje, maar om de ontwerpkwaliteiten die je hieruit destilleert.” AI is dus geen representatie van een finale oplossing, maar een instrument dat ontwerpbeslissingen ondersteunt. De gegenereerde beelden zijn geen eindbeeld, wel een onderzoeksmedium.
Onderzoeker Elien Vissers-Similon van Universiteit Antwerpen
Ontwerpen is geen prompt
Verschuift daarmee de rol van de architect van creator naar curator? Misschien deels, maar dat hoeft niet noodzakelijk een verarming te zijn. De architect selecteert, interpreteert en geeft betekenis. De machine genereert en de mens bepaalt wat relevant is. Zoals Present het stelt: “AI produceert output, maar geen auteurschap. Ze kan combineren, extrapoleren en optimaliseren, maar echte creatie, die geworteld is in menselijke ervaring, blijft buiten haar bereik.” Die verschuiving zet het begrip auteurschap op scherp. Van wie is een AI-gegenereerd beeld: van de ontwerper, de promptschrijver of de softwareontwikkelaar?
Een extra referentielaag
“Ik schrijf het toe aan de gebruiker: het zijn diens keuzes en verkenningen binnen het systeem –zoekend, kiezend en bijsturend – die het eindbeeld vormgeven, niet louter de onderliggende code of de initiële instructie.” Vissers-Similon bevestigt dat: “In de praktijk blijkt vooral de mate van sturing doorslaggevend. Wie de tool beheerst en actief stuurt via prompts en gerichte keuzes, zal zich sneller auteur voelen van het resultaat. Wie die sturing minder ervaart, veel minder. Tegelijk blijft er een wezenlijk onderscheid: auteurschap over een beeld is niet hetzelfde als auteurschap over een gebouw.” Architectuur laat zich nooit herleiden tot het louter visuele. Ze manifesteert zich in ervaring, ritme, licht, gebruik en emotie – precies in dat subtiele onderscheid tussen een huis en een thuis. Mattheeuws verwoordt het zo: “Ontwerpen begint bij het aanvoelen van hoe iemand wil wonen, niet bij software, maar in het gesprek. Wat betekent rust voor een gezin? Waar valt het ochtendlicht het best binnen? Hoe krijgt geborgenheid vorm binnen deze specifieke context? Zulke vragen laten zich niet vatten in een prompt. AI kan de uitwerking verfijnen en versnellen, maar de kwaliteit van wonen, de onmiddellijk voelbare feelgoodfactor, blijft in essentie mensenwerk.”
Een terugkerende angst rond AI is die van de architecturale eenheidsworst: als iedereen dezelfde modellen gebruikt, gaan gebouwen dan niet nog meer op elkaar lijken? VissersSimilon nuanceert: “Architectuur is altijd al referentiegedreven geweest. Iedereen ontwerpt vanuit ervaringen, reizen, geschiedenis, opleidingen of eerdere projecten. AI voegt daar vooral een extra referentielaag aan toe. Het gevaar ontstaat pas wanneer ontwerpers de output kritiekloos en letterlijk overnemen. Maar dat zien we in de praktijk weinig.” In haar doctoraat begeleidde ze vijf architectenbureaus die AI actief integreerden. Op gevelniveau bleek de meerwaarde bijvoorbeeld tastbaar in materiaalstudies, kleuronderzoek en het contextualiseren binnen straatbeelden. Niet omdat AI besliste, maar omdat ze sneller veel relevante opties kon genereren. “De deelnemers ervaarden het als een duidelijke meerwaarde en kregen het gevoel dat het hen echt vooruithielp. Vooral in situaties waarin al een heldere ontwerpintentie aanwezig was en verschillende materialiteiten moesten worden afgetoetst: hout, prefabbeton, baksteen – welke sfeer sluit het best aan? In dat proces fungeert AI niet als beslisser, maar als versneller die opties inzichtelijk maakt en keuzes onderbouwt.” Architecten willen niet dat AI hun werk overneemt, integendeel. Repetitieve en administratieve taken automatiseren ze graag, maar ruimtelijk inzicht, intuïtie en empathie blijven essentieel. Zoals Vissers-Similon aangeeft: “Laat AI vooral het monotone werk doen, niet het denken zelf. Dat geldt ook voor jonge architecten: expertise groeit nog altijd via ervaring en frictie, niet alleen via efficiëntie.” Mattheeuws ziet tegelijk kansen: “Wanneer AI routinetaken overneemt, ontstaat er ruimte voor de kern van onze praktijk en wordt het team sneller inhoudelijk betrokken. Dat vraagt wel om een doordachte aanpak. AI mag geen excuus worden om in te boeten op opleiding en begeleiding.”
Gevaar voor denkverlies
Oorspronkelijkheid
Ook het onderwijs moet mee evolueren. Zoals CAD ooit vanzelfsprekend werd, zal ook AI deel worden van het curriculum. Studenten moeten leren wantrouwen en begrijpen wat AI kan en wat niet. “Leren prompten wordt een nieuwe vaardigheid, maar nog belangrijker is dat studenten kritisch blijven. Ze moeten begrijpen wanneer automatisering helpt en wanneer menselijke interpretatie absoluut noodzakelijk blijft”, benadrukt Mattheeuws. De grootste risico’s liggen uiteindelijk niet in jobverlies of esthetische uniformiteit, maar in het verlies van kritisch denken, duidt Vissers-Similon: “Het grootste gevaar bij beeldende generatieve AI is dat mensen hun eigen interpretatievermogen niet meer gebruiken. Het echte risico ontstaat wanneer men ervan uitgaat dat het algoritme ook daadwerkelijk denkt. Niet de technologie zelf vormt het probleem, maar de manier waarop wij ermee omgaan. AI is geen magie. De overtuigingskracht van mooie beelden doet ons vergeten hoe beperkt die systemen eigenlijk zijn. Ze lijken intelligent omdat ze goed zijn in simulatie.”
Present vult aan met de woorden van Yuval Noah Harari: “Welbeschouwd is AI minder een artificiële dan wel een ‘alien’ intelligentie, fundamenteel vreemd aan de menselijke manier van begrijpen. Een grote misvatting schuilt in de term zelf, want van zodra je ‘artificieel’ als adjectief gebruikt, houdt een voorwerp op te zijn wat het oorspronkelijk was. De intelligentie van AI is in die zin pseudo, omdat ze put uit de denkpatronen van ontelbare conversaties en internetdata. De vraag is dus of het wel verstandig is om al onze eieren te leggen in het mandje van een pseudo-intelligentie zonder echte eigen wil of menselijk moreel kompas?”
En precies daarom blijft architectuur een menselijke discipline. De etymologische oorsprong van het woord ‘architect’, afgeleid uit het Grieks, verwijst naar kernbegrippen als oorsprong, verantwoordelijkheid en auteurschap. Een artificiële architect is in die zin bijna een contradictie. Wat artificieel is, kan niet oorspronkelijk zijn. De gebouwde wereld is gemaakt voor mensen, niet voor machines en moet betekenis dragen, niet alleen functioneren. Misschien is dat wel de conclusie: AI is bedreiging noch wondermiddel, wel een gereedschap en geen architect, maar hoogstens een collega. Een goede collega of een snelle collega en misschien een confronterende collega, maar wel altijd iemand die richting nodig heeft. De architect van morgen zal waarschijnlijk tegelijk creator en curator zijn, maar niet in gelijke verhouding. Curatie van AI-output kan het ontwerpproces versnellen, verrijken en ondersteunen, maar creatie blijft de kern van het vak. Of zoals Present het samenvat: “We moeten ons alle aspecten van het ontwerpproces blijven eigen maken, zodat we steeds verantwoordelijkheid kunnen nemen voor het geheel ervan. Technologie zal blijven evolueren en de vraag is niet of AI komt, want ze is er al; de echte vraag is hoe we als architecten mens blijven terwijl de machine meewerkt.” Misschien is dat de echte verschuiving: niet dat de architect verdwijnt, maar dat hij zich moet herpositioneren in een praktijk waarin creatie en curatie steeds meer in elkaar grijpen, zonder ooit volledig samen te vallen.
“DE GEBOUWDE WERELD IS GEMAAKT VOOR MENSEN, NIET VOOR MACHINES EN MOET
BETEKENIS DRAGEN, NIET ALLEEN FUNCTIONEREN.”
Prof. ir. architect Paulus Present van Bureau Bouwtechniek, UGent
DUURZAME SCHILDERWERKEN, BEHANGWERKEN EN RAAMDECORATIE.
Schilderwerken Venneman bvba
De Vlaamse Staak 8, 1745 Opwijk
T 0475/50 62 30
www schilderwerkenvenneman be
KV5: New Kitchen Tap
Five functions in a single kitchen tap: Boiling water, filtered water, chilled still water, chilled sparkling water, and a traditional cold/hot water mixer. Timeless Danish design. KV5 in brushed stainless steel.
VOLA Studio - Tour & Taxis Havenlaan 86C - 1000-Brussels - Tel.: 02 4659600 - sales@vola.be
Oude muren,
Soms hoeft een gebouw niet volledig gestript of heruitgevonden te worden om opnieuw te leven. Eén ingreep kan al volstaan om een ruimte opnieuw zin te geven. Drie creatives deden precies dat: ze plaatsten een eigentijds werk in een historische context en veranderden daarmee de manier waarop we naar die plek kijken. Unfold maakte een wapperend gordijn van aluminium voor het vernieuwde Design Museum Gent, Amber Andrews vulde de verborgen kapel van Z33 in Hasselt met kleur en zorgzaamheid, en Olivier Goethals gaf de gangen van het Gentse Dominicanenklooster een sculpturale backbone. Drie verhalen over respect, contrast en de kunst van het juiste moment.
nieuwe makers
Het bevroren gordijn
UNFOLD – DESIGN MUSEUM, GENT
Vier jaar geleden kregen ze de opdracht in handen. Vier jaar later hangt een poort van 360 kilogram aluminium in de gevel van het vernieuwde Design Museum Gent. Unfold – de studio van het Antwerpse duo Claire Warnier en Dries Verbruggen – maakt werk op de grens van design, onderzoek en technologie, en is gekend om zijn 3D-geprinte keramiek. Een monumentale aluminium toegangspoort? Dat was een heel ander verhaal.
Respect voor de nieuwe architectuur stond van bij het begin centraal. Die is beheerst, geometrisch en monolithisch, uitgevoerd in natuurlijke grijze materialen. “We sloten daarbij aan door ook te kiezen voor aluminium, dat van nature grijs is. Maar vormelijk gaan we er radicaal tegenin: waar de nieuwbouw strak en rechtlijnig is, brengen wij er een heel dynamische, turbulente golvende vorm in”, zegt Dries Verbruggen. “Bovendien heeft de Gentse regio een rijke geschiedenis met textiel, en op die heritage wilden we bewust inhaken.”
Het idee van een gordijn groeide vanuit de filosofie achter de nieuwe vleugel: geen museum als archief, maar als werkplaats. “We wilden iets wat leeft, iets wat het gevoel geeft dat er achter die poort iets beweegt.”
Ze lieten een computersimulatie draaien van een wapperend gordijn, kozen het spannendste moment – iemand die net om de hoek piept – en stolden dat digitaal. Vandaar de naam: Freeze Frame 82.2.
De uitvoering vond haar weg naar MX3D in Amsterdam, gespecialiseerd in metaalprinten. “Voor hen was aluminium op die schaal nieuw terrein. Een robotarm bouwde het gordijn laag per laag op, bij temperaturen tussen 1000 en 1200 graden. Dan spat het materiaal alle kanten uit en hecht het zich onderweg vast. Fouten corrigeren zichzelf. En dat wilden we er bewust inlaten. Van ver zie je een wapperend gordijn. Van dichtbij zie en voel je het ruwe spoor van het maakproces. We zijn dat bewust niet smooth gaan maken.” Net zoals bij hun keramiekwerk zit de schoonheid van Unfold in die twee lagen tegelijk.
“Op macroniveau zie je een wapperend gordijn. Van dichtbij zie en voel je het ruwe spoor van het maakproces. We zijn dat bewust niet smooth gaan maken.”
Kleurrijke bezinningsplek
AMBER ANDREWS – Z33, HASSELT
“Ik haalde Maria van haar sokkel, niet om haar naar beneden te halen, maar om de andere vrouwen ook een eervolle plek te geven.”
Niet veel mensen weten het, maar in de gevel van het Hasseltse Z33 zit een kapel verborgen die de deuren tot voor kort maar om de zeven jaar opende, tijdens de Virga Jessefeesten. Toen het kunstenhuis aan Amber Andrews vroeg om daar verandering in te brengen, was ze meteen overtuigd. “Ik dacht: misschien kan een kapel ook een permanente ontmoetingsplek worden. De ronde vorm, het gewelfde plafond, de omhelzende architectuur – dat riep bij mij meteen iets vrouwelijks op. Een borst, een baarmoeder, een zwangere buik. Van daaruit is het idee voor mijn muurschildering beginnen groeien.”
Swirls of Tenderness omhult de volledige kapel en is een ode aan alle vrouwen, met referenties naar mythische figuren, mirakelverhalen en de Hasseltse Mariaverering. Ook Maria zelf kreeg een nieuwe plek: niet langer op haar altaar, maar tussen de andere figuren, verbonden via een touw dat door het hele schilderij loopt. “Dat was belangrijk voor mij: geen verheerlijking van één persoon, geen Maria op eenzame hoogte, maar gewoon Maria met haar crew. Ik haalde Maria van haar sokkel, niet om haar naar beneden te halen, maar om de andere vrouwen ook een eervolle plek te geven.”
De architecturale drager werd ontworpen door Pauline Clarot en Leander Venlet: een houten cocon die de curve van de kapel volgt en een doorkijkopening richting Z33 creëert. “Ik koos hen bewust als tegenwicht voor mijn eigen overvloed. Zij zijn heel statisch, heel less is more. Ik ben bijna more is more. Ik wou een team dat mijn veelheid kon filteren.”
Technisch was het project intens. Amber schilderde de hele ruimte in twee weken, met acryl in plaats van haar vertrouwde olieverf, op een schraag die haar nog minder bewegingsvrijheid gaf. “Ik was letterlijk een deel van de figuren die ik aan het schilderen was.” Die nabijheid werd ook haar sterkste wapen: wat ze wilde dat bezoekers zouden voelen – deel uitmaken van die groep vrouwen – ervoer ze zelf het sterkst door er middenin te staan.
“De functie is in wezen niet veranderd: dit is gewoon een hoogwaardigere
uitvoering van het prikbord van vroeger.”
Een magneetbord als sculptuur
OLIVIER GOETHALS – DOMINICANENKLOOSTER, GENT
Wie door de gangen van het Dominicanenklooster aan de Gentse Hoogstraat loopt – vandaag de architectuurcampus van KU Leuven –ziet een vier maal veertig meter lange wand van gegalvaniseerd staal, bekroond met strakke boogjes en verlicht door een doorlopende lichtlijn. Een magneetbord, technisch gezien. Maar dan wel een dat zich als een sculptuur gedraagt.
Olivier Goethals is architect en kunstenaar, gastdocent aan KU Leuven en lid van het kunstcollectief 019. De vraag voor dit project kwam van binnenuit: de vorige directeur had al stappen gezet, en uiteindelijk groeide het uit tot een samenwerking met Ignaas Back. “Er hing een wat stoffig prikbord met Ikea-lampen erboven. Ik had altijd het gevoel dat er iets scherpers moest komen. Iets met meer contrast ten opzichte van die architectuur.” Scherper, maar niet vreemd: voor Olivier moet een ingreep altijd een relatie aangaan met de omgeving zonder erin te verdwijnen. “Je wilt dat je eigen ingreep krachtig en autonoom staat, maar tegelijk de kwaliteiten van het bestaande in de verf zet.”
Het proces duurde drie jaar, door de vele betrokken partijen en het trage ritme van een grote instelling. Het meest precaire moment? “De boogjes bovenaan de platen. Er was wat twijfel over, maar zonder die afronding had het project er helemaal anders uitgezien.” Die boogjes zijn een subtiele echo van de bestaande architectuur: Olivier fotografeerde de bogen in het klooster, maakte er zijn eigen interpretatie van en werkte ze in in het metaal.
Het lichtsysteem is even doordacht: één lijn die de volledige pandgang benadrukt. “In de hoeken lopen de lampen door, zodat de lichtlijn continu lijkt. Ik probeer altijd top-down te denken: eerst een concept bepalen, dan een lamp zoeken die dat mogelijk maakt. Nooit omgekeerd.” Het resultaat is een wand die volop wordt gebruikt – voor jury’s, voor presentaties, voor de dagelijkse stroom van studenten – en die Olivier zelf nog dagelijks passeert. “Soms zie ik een plakstrook die er te lang hangt en dan heb ik de reflex om die eraf te trekken. Ik wil dat het er netjes bij staat.” (lacht)
RAMEN en DEUREN
lang
Want bij Raemen zijn we verliefd op het ambacht. Onze producten worden stuk voor stuk vervaardigd uit duurzame materialen van de hoogste kwaliteit. En dat door gespecialiseerde vakmensen die hun creativiteit en perfectionisme de vrije loop laten.
Vertel ons wie je bent, wat je wenst en wij doen de rest. Zo garanderen we de perfecte ramen en deuren voor U!
ALLES ONDER ÉÉN MEESTERHAND
He who works with his hands, his head and his heart is a true artist.
KINDEROPVANG KIEMCLUB
WAAROM SOMS OOK
EEN STOUTMOEDIGE OPDRACHT DE
MOEITE WAARD IS
Er zijn projecten die perfect in een portfolio passen. En er zijn projecten die op het eerste gezicht ver buiten de lijnen vallen. Kinderopvang Kiemclub in Meise behoort tot die tweede categorie. Geen uitgepuurde villa, geen evident residentieel traject, maar een aaneenschakeling van oude woningen, een zomerdeadline van amper twee maanden en een opdracht waarvoor elke rationele aannemer best beleefd had bedankt. Precies daarom willen we dit project tonen.
Voor het verhaal van deze kinderopvang vertrekken we niet vanuit het interieur – hoe warm, licht en eigenzinnig dat uiteindelijk ook is geworden. Wel vanuit het gegeven dat dit project iets blootlegt over de manier waarop ABS Bouwteam naar bouwen kijkt. Als een vak, uiteraard. Als een zoektocht naar schoonheid en woonkwaliteit. Maar ook als een instrument: een zorgvuldig opgebouwd apparaat van mensen, kennis, vertrouwen en goodwill dat nadrukkelijk betekenis krijgt wanneer het wordt ingezet om een verschil te maken.
De opdracht kwam niet uit het niets. Het bouwkoppel was met ABS Bouwteam in gesprek over een groter residentieel project toen bijkomend de vraag kwam of ABS Bouwteam ook een oud pand in Meise wilde omvormen tot een veelzijdige ruimte die in de eerste plaats dienst zou doen als buitenschoolse opvang. De opvang sloot pas eind juni en moest begin september al opnieuw open. De timing was dus scherp, de bestaande toestand complex en de krijtlijnen van de opdracht op zijn zachtst gezegd nog rekbaar.
BOUWEN BUITEN DE RENDEMENTSLOGICA
Een typisch Vlaams pand: oude woningen die doorheen de jaren waren aangepast, opgelapt en opnieuw ingedeeld. Denk: kleine kamers, niveauverschillen, aanbouwen en ingrepen uit verschillende periodes. Binnen die contouren iets open, licht en aangenaam realiseren, doet bij velen een belletje rinkelen. Maar evenveel alarmbelletjes rinkelen bij de doemscenario’s die om de hoek schuilen, al zeker als tijd een dwingende factor is. Daar ligt de kern voor ABS Bouwteam, dat een bouwbedrijf ziet als meer dan leveranciers van een planning en een offerte. Het is een netwerk van vakmensen en partners die elkaar vertrouwen. Het is een team van mensen die bereid zijn een versnelling hoger te schakelen omdat ze weten dat de vraag uitzonderlijk is en omdat ze voelen dat het project klopt. Zonder dat duurzaam opgebouwde krediet bij de mensen wiens handen op het einde van de dag vuil zijn, zag Kiemclub zelf, of toch minstens het traject daarheen, er zonder twijfel anders uit.
“ZONDER DUURZAAM OPGEBOUWD
KREDIET BIJ DE MENSEN WIENS
HANDEN OP HET EINDE VAN DE
DAG VUIL ZIJN, ZAG KIEMCLUB ER
ZONDER TWIJFEL ANDERS UIT”
Het plan groeide uit tot een opvang die bewust afstand neemt van het klassieke beeld van felle kleuren en louter praktische ruimtes.
“KIEMCLUB TOONT DAT SCHOONHEID NIET ALLEEN IN HOOGWAARDIGE ARCHITECTUUR OF PERFECTE DETAILS ZIT, MAAR OOK IN HET MOGELIJK MAKEN VAN EEN PRETTIG ZOT IDEE.”
In een sector die steeds nadrukkelijker spreekt over efficiëntie en schaalbaarheid, kiest ABS Bouwteam hier voor een andere lezing van ondernemerschap. Niet naïef of vrijblijvend, maar bewust. Soms bestaat goed bouwen erin een moeilijk detail tot in de perfectie af te werken. En soms houdt het in dat je een opdracht aanneemt waarvan je op voorhand weet dat die je werking onder druk zal zetten: niet omdat het project commercieel interessant is, maar omdat het anders wellicht nooit, of toch nooit goed, zou gebeuren. Het vraagt liefde voor het vak, maar wanneer een idee mooi en zinvol is, is het de ambitie om het beschikbare instrumentarium juist in te zetten.
Kiemclub werd zo een oefening in vertrouwen. De bouwvrouw bracht niet alleen de vraag, maar ook een reeks ideeën mee die het project veel verder tilden dan een snelle, functionele renovatie. Samen met het bouwteam en de (interieur)architecten groeide het plan uit tot een opvang die bewust afstand neemt van het klassieke beeld van felle kleuren en louter praktische ruimtes. Het resultaat? De opvang kon - ei zo na - op tijd openen, de plek werkt, en het gebouw kreeg een betekenis die verder reikt dan zijn programma.
EEN OEFENING IN VERTROUWEN
Voor de kinderen is Kiemclub een lichtrijke, vrije en prettige omgeving. Voor de medewerkers is het een plek die niet aanvoelt als een doorsnee opvang. Voor de buurt betekent het extra capaciteit in een regio waar kinderopvang schaars is. En voor ABS Bouwteam is het een herinnering aan wat bouwen de moeite waard maakt, ook wanneer het ingewikkeld wordt. Want bouwen brengt iets uitzonderlijk moois met zich mee. Op een dag staat er iets dat er voordien niet was, iets dat wordt gebruikt, wordt beleefd en onderdeel wordt van iemands leven. Kiemclub toont dat die schoonheid niet alleen in hoogwaardige architectuur of perfecte details zit, maar ook in het mogelijk maken van een prettig zot idee dat zonder vertrouwen waarschijnlijk niet verder dan het papier was geraakt.
Daarom is deze kinderopvang voor ABS Bouwteam geen zijspoor, maar net een zuivere illustratie van de bedrijfsvisie. Schoonheid, kwaliteit en duurzaamheid blijven de vaste uitgangspunten. Daarnaast is er die vierde pijler: bouwen als een manier om mensen door een complex traject te loodsen, met kennis, zorg en goesting. Gedreven door de overtuiging dat vakmanschap extra waarde krijgt wanneer het iets in beweging zet.
Voor de kinderen is Kiemclub een prettige omgeving. Voor de medewerkers is het een plek die niet aanvoelt als een doorsnee opvang. En voor de buurt betekent het extra capaciteit in een regio waar kinderopvang schaars is.
ZAV ARCHITECTS
Architectuur
Hoe kan je architectuur inzetten als sociaal instrument? Het antwoord leidt naar het Iraanse ZAV Architects. Vanuit hun thuisbasis in Teheran werkt het bureau aan architectuur die nauw verbonden is met de locatie en haar bewoners. Met succes. Het team gooide de afgelopen jaren hoge ogen tot ver buiten het Midden-Oosten. Dat leverde al verschillende awards op en daarnaast wordt ZAV Architects sinds 2024 terugkerend opgenomen in de AD100-lijst van Architectural Digest. Een van de meest sprekende projecten ligt op het Iraanse eiland Hormuz. Daar
realiseerde het architectenteam ‘Majara Residence’, een ‘dorp’ van zo’n tweehonderd kleurrijke koepels, opgebouwd uit gestapelde zandzakken. Het project creëert niet alleen een plek voor toerisme, maar heeft ook een positieve impact op het dagelijkse leven van de bewoners. Hoog tijd dat we nader kennismaken met deze ontwerpers van architectuur, sociale weefsels en landschappelijke interventies.
ZAV Architects werd in 2006 opgericht door het architectenduo Mohamadreza Ghodousi en Parsa Ardam. De voorbije twintig jaar groeide het bureau uit tot een onderzoeksgerichte praktijk met een uitgesproken maatschappelijke missie; een houding die voortkomt uit een kritische reflectie op de economische realiteit in veel Iraanse regio’s. Toeristische ontwikkelingen leiden er immers vaak tot uitsluiting van lokale bewoners. ZAV Architects probeert dat patroon te doorbreken door projecten te ontwikkelen die duurzame toeristische ontwikkeling koppelen aan economische meerwaarde voor de gemeenschap.
Architectuur in Hormuz
Sinds de toegenomen geopolitieke aandacht voor de Straat van Hormuz krijgt het eiland Hormuz opnieuw internationale belangstelling. Binnen die context zorgt Majara Residence voor een positieve noot als kleurrijk en lokaal verankerd ontwikkelingsproject in een fragiel gebied. Het project werd door ZAV Architects in 2021 opgeleverd binnen het programma ‘Presence in Hormuz’, in opdracht van private investeerders. Niet als een klassiek hotel, maar als een sociaalruimtelijk model waarin architectuur, landschap en gemeenschap samenkomen. Majara is een bont, tactiel en collectief gebouwd miniatuurdorp dat evenveel over mensen als over vorm gaat. Het project probeert economische meerwaarde
te creëren voor de lokale bevolking en tegelijk massatoerisme te vermijden, door bezoekers en bewoners op een betekenisvolle manier met elkaar te verbinden. Wie door het project langs pleinen en paden wandelt, merkt hoe de verschillende koepels met elkaar verbonden zijn. Er is plaats voor overnachting, naast zones om te werken, activiteiten te organiseren of elkaar te ontmoeten in cafés en restaurants.
Majara Residence ligt te midden van een ruw, bijna buitenaards kustlandschap als een cluster van caleidoscopische, koepelvormige verblijfunits met open zicht op de Perzische Golf en de omliggende ongerepte natuur. Het is een plek waar landschap, zand, zout en kleur letterlijk de omgeving bepalen. ‘Rainbow Island’ wordt het eiland Hormuz ook wel genoemd, naar de extreem kleurrijke bodem met rode, gele en oranje mineralen, zoutformaties en rotsachtige heuvels die het landschap een bijna surrealistisch karakter geven. Wat het project ook bijzonder maakt, is de bouwmethode. De koepels zijn gerealiseerd met behulp van de zogeheten Superadobe-techniek, waarbij gebruik wordt gemaakt van gestapelde zandzakken gevuld met lokaal materiaal. Het resultaat is een zeer directe en elementaire vorm van architectuur met een grote thermische massa, geschikt voor het hete klimaat. Tegelijk maakte deze methode het mogelijk om te bouwen met lokale, vaak ongeschoolde arbeidskrachten, die tijdens het proces werden opgeleid.
Majara Residence ligt te midden van een ruw, bijna buitenaards kustlandschap als een cluster van caleidoscopische, koepelvormige verblijfunits met open zicht op de Perzische Golf en de omliggende ongerepte natuur.
Een blik in het portfolio
Majara Residence kreeg veel internationale aandacht en werd bekroond met verschillende onderscheidingen en awards, waaronder de Aga Khan Award for Architecture in 2025. Het project past naadloos binnen de bredere ontwerpstrategie die het oeuvre van ZAV Architects kenmerkt en is hun tweede project op het eiland Hormuz. In 2017 realiseerde het bureau in de havenzone het Rong Culture Center, een cultureel centrum waar bewoners samenkomen voor culturele en educatieve activiteiten. Het zandkleurige gebouw rijst uit het landschap en bestaat uit twee koepelvolumes die verbonden zijn door een grote, oplopende trap die dienstdoet als een ontmoetingsplatform voor bewoners en bezoekers. Net als bij Majara werd ook hier gebouwd met de hulp van lokale arbeidskrachten en hun kennis. Het project won in 2019 de Dezeen Award voor ‘Cultural Building of the Year’. Een ander sleutelproject is Habitat for Orphaned Girls, een kleinschalige maar veelzeggende woonomgeving voor weesmeisjes in Iran. Het project werd in 2018 bekroond met de AR House Awards en illustreert mooi de sociale dimensie van hun praktijk.
Een andere toekomst voor architectuur
Vandaag wordt ZAV Architects internationaal gezien als een praktijk die architectuur benadert als een open, sociaal en ecologisch systeem. Hun werk overstijgt het louter ontwerpen van gebouwen en zet in op relaties tussen mensen, materialen en plaats. Door te vertrekken vanuit lokale middelen, kennis en gemeenschappen ontstaat een architectuur die nauw verbonden is met haar context; een benadering die steeds relevanter wordt in een tijd van klimaatdruk, verstedelijking en groeiende ongelijkheid. In plaats van een conceptuele insteek vormen concrete vragen het vertrekpunt: wie leeft hier, wat is nodig, en welke rol kan architectuur daarin spelen? Het resultaat is een praktijk waarin architectuur niet alleen vormgeeft aan ruimte, maar ook actief bijdraagt aan het sociale en economische weefsel waarvan ze deel uitmaakt.
ZAV Architects haalt inspiratie uit plekken waar architectuur en samenleving elkaar versterken. Benieuwd naar die inspiratiebronnen? Voor ons selecteerden ze een trio van toonaangevende voorbeelden die architectuur en maatschappelijke impact naadloos samenbrengen.
1. PEARLING PATH | Muharraq, Bahrein
“Wat ons aanspreekt in het Pearling Path-project, is hoe het tegelijk functioneert als stedelijke ingreep én architecturaal project, zonder die twee van elkaar los te koppelen. In plaats van te vertrouwen op spektakelarchitectuur, creëert het via een reeks gerichte interventies een netwerk van publieke ruimtes doorheen de stad. In de context van de Perzische Golf, waar architecturale competitie vaak draait om schaal en iconografie, voelt deze aanpak tegelijk bescheiden en monumentaal aan.”
2. SESC POMPEIA | São Paulo, Brazilië
“SESC Pompeia inspireert ons door de manier waarop dit cultuurcentrum het publieke leven in al zijn complexiteit en imperfectie omarmt. Het project probeert geen gecontroleerde of geïdealiseerde omgeving te creëren, maar stimuleert net openheid, ontmoeting en collectief gebruik in elk aspect van de ruimtelijke organisatie. Het is een krachtig voorbeeld van architectuur die werkt als sociale katalysator, zonder daarbij aan architecturale kracht in te boeten.”
3. LA FRICHE BELLE DE MAI | Marseille, Frankrijk
“Wat we waarderen aan La Friche Belle de Mai is het vermogen om onaf, open en sociaal dynamisch te blijven, en tegelijk een sterke ruimtelijke identiteit te behouden. Het project creëert een kader waarin culturele, economische en publieke activiteiten elkaar overlappen zonder overregulering of overmatige afwerking. In een stad als Marseille, met haar diverse en vaak tegenstrijdige stedelijke context, toont het hoe architectuur het publieke leven kan ondersteunen via openheid en voortdurende transformatie.”
In elke editie houden we even halt aan de ontwerptafel. Dit keer doen we dat samen met Oana Bogdan. Met haar bureau &bogdan staat de Brusselse architecte bekend om haar uitgesproken visie op architectuur, duurzame stadsontwikkeling en collectief wonen. Daarnaast laat ze zich geregeld horen in het maatschappelijke debat over ruimtelijke kwaliteit, de toekomst van onze steden en de rol van architecten.
“Vroeger zag ik architectuur vooral als het ontwerpen van goede gebouwen. Vandaag draait het voor mij rond het bevragen van de systemen die bepalen wat er überhaupt gebouwd mag worden, voor wie en op wiens kosten. Dat is de meest fundamentele verschuiving in mijn denken.”
Waarom ben je architect geworden?
Oana: “Mijn passie voor architectuur is geboren in het Roemeense Sighișoara, in een tijd dat ik drie keer per week de trappen naar de middeleeuwse citadel beklom voor mijn pianolessen. De schoonheid van die citadel stond in schril contrast met de geprefabriceerde paneelbouw en het noordgerichte appartement waar ik woonde. Als ik ‘s avonds in bed lag, stelde ik me voor hoe ik de buurt, het gebouw en dat appartement zou verbeteren. Dat is wat ik nog steeds het liefste doe: vernieuwen, herdenken en verbeteren – of het nu gaat om een gebouw, een plek, een systeem of een organisatie.”
Als er maar één van jouw realisaties zou kunnen blijven bestaan, welke kies je dan?
“Mijn werk als staatssecretaris van Cultuur in Roemenië. Wat ik in die periode heb gerealiseerd, heeft meer impact gehad dan al het andere dat ik ooit heb gedaan, zelfs al was die periode veel korter dan de rest van mijn loopbaan. Het leerde me dat de echte krijtlijnen voor onze gebouwde omgeving niet op de tekentafel worden getrokken, maar in de politiek.”
Bij welk gebouw denk je: zonde van de grondstoffen of de ingenomen ruimte? En waarom?
“Elk gebouw dat louter als financieel actief bestaat en leegstaat terwijl we kampen met een acute wooncrisis. Grond is een essentiële natuurlijke hulpbron, net zo vitaal als lucht en water, en we mogen die niet langer louter als handelswaar beschouwen.”
Moeten we blijven bouwen, of ligt de toekomst vooral in hergebruik en transformatie?
“De toekomst ligt absoluut in hergebruik en transformatie. Elke minuut wordt in Europa een gebouw gesloopt, terwijl de bouwsector verantwoordelijk is voor een gigantische uitstoot en afvalberg. Bestaande gebouwen zijn ecologische hulpbronnen. In Brussel heeft de expertencommissie Good Living, waarvan ik in de periode 2021-2022 voorzitter was, vastgelegd dat verbouwen het uitgangspunt moet zijn en sloop enkel in zeer uitzonderlijke omstandigheden kan worden toegestaan. We moeten af van de sloop-en-nieuwbouwreflex.”
Wanneer bent u voor het laatst van mening veranderd over een fundamenteel principe in uw werk?
“Ik heb lang geloofd dat goede architectuur volstond. Het kantelpunt was mijn tijd als staatssecretaris van Cultuur in Roemenië, in 2016. Ik zat plots aan de andere kant van de tafel en zag hoe de échte beslissingen worden genomen. Dat leerde me dat we als architecten vaak te laat in het proces komen om de echte randvoorwaarden te bepalen, en dat duurzame, inclusieve stedelijke ruimte creëren binnen een politieke realiteit van vierjarige verkiezingscycli extreem moeilijk is. In die periode situeer ik de meest fundamentele verschuiving in mijn denken: van het ontwerpen van goede gebouwen naar het bevragen van de systemen die bepalen wat er überhaupt gebouwd mag worden, voor wie en op wiens kosten.”
Welke overtuiging binnen de architectuursector vindt u vandaag het meest problematisch?
“De georganiseerde race to the bottom en de zelfuitbuiting van ons beroep. Architecten werken mee aan hun eigen economische uitbuiting door te doen alsof ons werk te moeilijk is om er een correct prijskaartje op te kleven. In België wordt architectuur cultureel gevierd, maar het beroep stort in: jonge afgestudeerden kampen met burn-outs en bureaus overleven op zelfuitbuiting. We worden geconfronteerd met een exponentiële toename van verantwoordelijkheden, complexe regelgeving en BANANA-gedrag (Build Absolutely Nothing Anywhere Near Anyone), terwijl onze erelonen tot de laagste van Europa behoren. Zolang we architectuur louter als een economische daad zien en niet als een culturele praktijk die correct gewaardeerd moet worden, ondermijnen we de waardigheid van ons eigen beroep. Maar ja, België is een klein en versnipperd land met te veel architecten per inwoner, waardoor het voor architecten vrijwel onmogelijk is om zich op een invloedrijke manier te organiseren.”
Aan welke maatschappelijke verandering bouwt u graag mee?
“Aan de transitie naar een regeneratieve en rechtvaardige samenleving, waarbij we de relatie tussen mens en land fundamenteel herdefiniëren. Ik wil af van het neoliberale idee dat land louter privé-eigendom en handelswaar is. We moeten terug naar het concept van de commons, als gedeelde bronnen die we collectief beheren. Sociale rechtvaardigheid is in de kern een ruimtelijk vraagstuk.”
“Echte
kwaliteit ontstaat door de wisselwerking tussen een ambitieuze overheid met een langetermijnvisie, onafhankelijke kwaliteitsbewakers zoals een stadsbouwmeester, geëngageerde burgers, visionaire ontwikkelaars en architecten die hun maatschappelijke rol opnemen.”
Jullie werken bewust met een multicultureel team. Waar in jullie projecten kunnen we de positieve impact daarvan zien?
“Absoluut. Ons team bij &bogdan bestaat uit mensen uit België, Roemenië, Polen, Spanje, Zwitserland, China, Bosnië en Iran. We opereren vanuit Brussel, wat ik graag het laboratorium voor Europesiteit noem. Die diversiteit is voor ons essentieel. Je ziet de impact ervan in onze holistische aanpak en in onze weigering om dogmatisch te ontwerpen. Omdat we verschillende culturele achtergronden en disciplines samenbrengen, begrijpen we beter dat we niet voor iedereen dezelfde behoeften mogen veronderstellen. We ontwerpen ruimtes die openstaan voor interpretatie, die niet prescriptief zijn. We dicteren niet hoe mensen zich moeten gedragen, maar creëren de ruimtelijke voorwaarden voor wederkerigheid.”
Bouwen we voor iedereen of worden er doelgroepen faliekant over het hoofd gezien?
“We zouden voor iedereen moeten ontwerpen, maar in de praktijk vertrekken we nog te vaak vanuit een universele, vaak mannelijke standaardgebruiker. In ons geval helpt de diversiteit van ons team om die blinde vlekken te herkennen. Als je alleen sportvelden ontwerpt, domineer je de ruimte voor jonge mannen. We moeten ‘buitenkamers’ ontwerpen met verschillende functies en gradaties van zichtbaarheid, zodat iedereen zich de ruimte kan toe-eigenen.”
Jullie ontwerpen ontstaan uit de samenwerking met bewoners, overheden, ontwikkelaars, enzovoort. Uit conflicterende belangen ontstaat compromis, maar wanneer wordt compromis voor u problematisch?
“Wanneer een compromis de fundamentele kwaliteit of de publieke meerwaarde van een project vernietigt. Conflicterende belangen zijn normaal in de stad – sterker nog, de stad is de plek waar complexiteit wordt opgelost. Maar zodra een compromis leidt tot uitsluiting, of louter dient om kortetermijnwinsten te maximaliseren ten koste van de lange termijn, trekken we een grens. We nemen bijvoorbeeld alleen deel aan wedstrijden waar bouwmeesters bij betrokken zijn, omdat die onafhankelijke rol garandeert dat de architecturale cultuur en de publieke agenda centraal blijven staan, zelfs wanneer harde onderhandelingen nodig zijn.”
U beweegt zich op de grens tussen praktijk en politiek. Wat kan de architectuurpraktijk leren van beleidswerk, en omgekeerd?
“Architectuur is politiek – alles wat we doen heeft een politieke dimensie. De praktijk moet leren dat we niet louter uitvoerders zijn van een programma dat door anderen is geschreven. We moeten onze vaardigheden gebruiken om de complexiteit van de samenleving te doorgronden en actief te wegen op het beleid. Beleidsmakers daarentegen moeten leren dat ruimtelijke ordening en architectuur geen louter technische of economische kwesties zijn, maar culturele praktijken die de wereld vormgeven. Mijn tijd als staatssecretaris in Roemenië heeft me geleerd dat je zonder politieke wil vastloopt in goede bedoelingen.”
Wie bepaalt vandaag echt de kwaliteit van onze gebouwde omgeving: de architect, de ontwikkelaar of de regelgeving?
“Geen van hen afzonderlijk. Echte kwaliteit ontstaat door de wisselwerking tussen een ambitieuze overheid met een langetermijnvisie, onafhankelijke kwaliteitsbewakers zoals een stadsbouwmeester, geëngageerde burgers, visionaire ontwikkelaars en architecten die hun maatschappelijke rol opnemen. Zonder die cultuur van dialoog en samenwerking wordt architectuur een louter economische transactie.”
In elke editie brengt Arne, uitgever van dit magazine en CEO van ABS Bouwteam, een passage uit een boek dat bijzonder aanspreekt. Het is een warme uitnodiging om te vertragen.
TUSSEN DE REGELS
“Twee kantjes, meer niet. Maar dat wel zo’n driehonderd keer. En elke keer weer word je verrast. De walvis op de bank bij de eekhoorn. Even zijn hart luchten.
Een bloemlezing van de melancholische, maar meesterlijk zorg- en minzame Toon Tellegen.
Het vraagt wat liefde voor verbeelding. Maar leg het op je nachtkastje, niet aarzelen.
Geen betere manier om je geest los te koppelen van de dagelijkse hectiek en beslommeringen dan je even te verliezen in die ogenschijnlijk absurde, maar steevast diepmenselijke beschouwingen. Het vleugje humor zal je met een glimlach om de mond de nacht in sturen.
Ik wens het je van harte.”
PASSAGE
De eekhoorn zat op het puntje van een tak, raakte in gedachten verzonken en viel. Een windvlaag sleepte hem mee en hij kwam in de vijver terecht. Daar verdween hij onder water en dook hij even later weer op.
‘Help’, zei hij.
Naast hem stak de karper zijn hoofd omhoog.
‘Ik ben doornat!’ riep de eekhoorn.
‘Nat, nat …’, zei de karper. ‘Kijk maar uit dat je niet droog wordt.’
‘Maar als ik nat ben, krijg ik het koud,’ zei de eekhoorn en hij begon alvast te rillen.
‘Als ik het droog heb, krijg ik het warm’, zei de karper en hij trok zijn hoofd zo ver mogelijk terug onder water. Alleen zijn lippen bleven boven, zodat hij nog wel iets kon zeggen.
‘Soms’, ging hij verder, ‘regent het lucht hier beneden. Van die dikke luchtdruppels, dan ga ik helemaal koken. Pas ben ik daar nog drie dagen heel erg dor van geweest, zodat ik onder het wier moest gaan liggen. Nee, je kunt beter maar nooit droog zijn …’
‘Maar wat voor jou droog is, is voor mij …’
Maar de karper was al in de diepte verdwenen en de eekhoorn dacht: ik moet niet altijd doen alsof ik alles weet. Want misschien heb ik wel ongelijk. Misschien heb ik altijd wel ongelijk.
Hij rilde en dacht: wie weet heb ik het nu wel warm.
Hij zwom naar de kant en dacht: wie weet vlieg ik nu wel in een groene jas hoog door de lucht …
Hij ging op de oever in de zon liggen en dacht: en misschien weet ik wel niets.
Wat zou dát eigenaardig zijn!
Hij fronste zijn voorhoofd zodat de laatste waterdruppels en een klein stukje kroos tussen twee rimpels tevoorschijn kwamen en langs zijn wangen naar beneden gleden.
Toen viel hij in slaap.
Even later stak de karper zijn hoofd weer omhoog, keek om zich heen en zag de eekhoorn in het gras liggen. Hij schudde zijn hoofd, zwom naar de kant en sloeg heel voorzichtig met zijn staart een golf water over de eekhoorn heen.
‘Je wordt nog dor’, zei hij zacht.
De eekhoorn droomde dat hij het heel warm had en dat de zweetdruppels aan alle kanten van hem af gutsten, terwijl zijn vingers, zijn oren en zijn neus blauw werden en wit.
Misschien wisten zij alles – Toon Tellegen, Em. Querido’s Uitgeverij, 1995.
Welkom in de
ANALOGE RUIMTE
Sculpturale designobjecten voor prikkelloos genieten
Hoe maak je van een onderbenutte logeerkamer of een verwaarloosde hoek een plek waar schermen verdwijnen en echte gesprekken ontstaan? Wij selecteerden sculpturale objecten die niet alleen de ruimte vormgeven, maar ook je pleidooi voor een bewuster, trager leven versterken.
(01 — 05)
RETRO AUDIO IN EEN NIEUW JASJE
Het Wooden Music Cabinet van Love Hultén voegt in één klap een sculpturaal meubelstuk toe aan je interieur. Dit op maat vervaardigde kabinet combineert een verticaal draaiende platenspeler met een geïntegreerd cassettedeck, vervat in een warm houten frame. Het ontwerp is een hedendaagse knipoog naar het iconische Rosita Commander Luxus-systeem uit de jaren 70.
DE VORM VAN GELUID
De Music Studio-speakers van Samsung, ontworpen in samenwerking met de Franse ontwerper Erwan Bouroullec, tonen hoe audioapparatuur in een interieur kan functioneren als een volwaardig designobject. Bouroullec vertrok vanuit eenvoudige, tijdloze vormen: een orb met een punt in het midden als visuele verwijzing naar de essentie van geluid en luidsprekers, en werkte dit uit tot een zacht afgerond, sereen object in de ruimte.
UITGEROLD COMFORT
Voor Roll voor cc-tapis vertrok Sabine Marcelis vanuit een ogenschijnlijk eenvoudige handeling: het uitrollen van een tapijt. De Nederlandse designer bevriest dit vluchtige moment en transformeert de opgerolde vorm tot een geïntegreerde rugsteun, waardoor het tapijt zich ontvouwt tot een uitnodigende plek om te zitten. Het zachte wollen meubel krijgt zo een sculpturale dimensie, waarin functionaliteit en esthetiek subtiel samenkomen. Het resultaat is een laag, informeel zitlandschap dat rust, tactiliteit en verfijnd design samenbrengt.
BRUTALISME DOOR EEN ROZE BRIL
Met Brutalist Pink onderzoekt YONT Studio hoe audioapparatuur kan uitgroeien tot een architecturaal object. Het Berlijnse ontwerpteam verzacht de monolithische kracht van brutalistische vormen met een roze afwerking. De serie omvat onder andere een dj-booth en een vinyl luisterstation, elk opgebouwd uit schuim verstevigd met epoxy en afgewerkt tot een massief ogend meubelstuk.
ZITTEN OP MAAT
Wegzakken in een stoel is voor iedereen anders. De eenzitszetel CHLL van Più studio biedt je daarom de mogelijkheid om de hellingsgraad van de zitting zelf te kiezen. Elke zetel is uniek en handgemaakt in een Belgisch atelier. De CHLLzetel belichaamt bovendien het ‘slow furniture’concept: een tijdloos meubelstuk dat van generatie op generatie kan worden doorgegeven en blijft uitnodigen tot reflectie in alle comfort.
De keramische boekensteun uit de Apartamento x BD-collectie is een sculpturaal ontwerp van de Spaanse keramist Xavier Mañosa. Elk exemplaar is uniek, dankzij subtiele variaties in klei en glazuur. In een analoge ruimte voegt de boekensteun instant karakter toe en nodigt hij uit tot lezen en bladeren.
POUFS MET PRESENCE
De TAITŌ Poufs van het Oekraïense designcollectief +kouple markeren hun eerste stap richting zitmeubilair, na een oeuvre in verlichting. Met zorgvuldig geselecteerde stoffen en een robuuste interne structuur blijven de poefs duurzaam en comfortabel in gebruik, terwijl de geometrische vormen en kleurkeuzes de toon zetten in een analoge ruimte. Dankzij de twee verschillende formaten kunnen ze zowel als losse zitplaatsen dienen als samen een complete zithoek vormen.
MINIMALISME OP DE DRAAITAFEL
Het New Yorkse Slash Objects presenteert met de X-Desk een dj-draaitafel waarin massieve metalen materialen, zoals gepolijst roestvrij staal en messing, mooi samenkomen. De minimalistische draaitafel ordent je platencollectie tot een overzichtelijk geheel en gaat zo naadloos op in je interieur.
LANGUIT LUISTEREN
Vertragen begint met ruimte om echt tot rust te komen. Het Daybed by Minimal, ontworpen door interieurontwerpster Geraldine Van Heuverswyn, maakt deel uit van haar eigen meubelcollectie en nodigt uit tot trage momenten. De zachte, uitgepuurde vorm leent zich perfect om languit naar muziek te luisteren, te lezen of simpelweg even niets te doen. Dankzij de losse kussens krijgt het meubel bovendien een flexibele invulling: van een intieme cocon voor jezelf tot een comfortabele zitplek om te delen. Klaar om neer te ploffen? Het Daybed by Minimal is verkrijgbaar in de eigen winkels van Geraldine in Kruisem en, op afspraak, in Knokke-Heist.
DEMPEND DESIGN
In een prikkelarme kamer zijn akoestiek en verlichting van groot belang. Uit de verlichtingsreeks van +kouple mag de JEFFREYlamp niet ontbreken. Naast het verspreiden van licht draagt de lamp dankzij gerecycleerd PETvilt ook bij aan de akoestiek van de ruimte. Het verzacht het geluid in een open ruimte en zorgt tegelijkertijd voor subtiel, gericht licht boven een luisterhoek of leesplek.
Audiofielen hoeven al lang niet meer naar Japan om een hifibar te ervaren. Het concept van de Japanse muziekbars vindt steeds vaker zijn weg naar Europa.
In zo’n luisterbar staat aandachtig luisteren centraal, met akoestiek, verlichting en interieur zorgvuldig afgestemd op de beleving. Benieuwd waar je terechtkan voor een cocktail van muziek en design? Wij selecteerden enkele van de meest inspirerende luisterbars in binnen- en buitenland.
Voor een uitgekiende vinylcollectie en een highend audiosysteem moet je in Gold Listening Bar in Gent zijn. Oprichter Rob Visser vertaalde zijn passie voor geluid en platen naar een intieme setting, waarin luistersessies en thematische avonden het weekprogramma bepalen. Zware gordijnen en kurk zorgen voor een warme, gedempte sfeer en creëren het perfecte decor voor een avond puur luistergenot.
Goudstraat 2, Gent
L’ALTITUDE, VORST
In Vorst openden vinylliefhebber Thomas en chef Camille met L’altitude de eerste volwaardige luisterbar van Brussel. Het duo matcht er food met muziek: een zorgvuldig gekozen vinylcollectie, afgespeeld op een hifisysteem met vintage luidsprekers, in combinatie met seizoensgebonden gerechten. ‘s Avonds nemen dj’s plaats achter de houten draaitafel en via hun livestreams krijg je zelfs vanuit je luie zetel een voorproefje van de unieke muziekervaring in L’altitude.
Molièrelaan 2, Vorst
MOK STUDIO, BRUSSEL
Na twee succesvolle koffiebars in Brussel en Leuven opende Jens Crabbé MOK Studio in de lobby van het Brusselse platenlabel PIAS. In deze luisterbar staan uitstekende koffie, handgemaakt meubilair en loepzuivere audio centraal. Curator Cyriel Lemmens programmeert de muziek en speelt die af via een indrukwekkend audiosysteem met luidsprekers uit de jaren vijftig. Tip: bezoek de bar op de laatste zondag van de maand. Met een glaasje natuurwijn in de hand kan je dan zelf bijdragen aan de playlist.
Sint-Laurensstraat 36, Brussel
BOABOA, UKKEL
In Boaboa in Ukkel wordt muziek gedragen door een op maat ontwikkeld audiosysteem van het Berlijnse H.A.N.D. HiFi. Meer dan duizend platen prijken achter de bar, klaar om de ruimte te vullen met rijke, analoge klanken. Naast de zuiderse gerechten maken vooral de vinylselectie en de bezielde, intieme ambiance van deze plek een unieke luisterbestemming voor audiofielen.
Vanderkinderestraat 356, Ukkel
SMUDGED, ANTWERPEN
Op de Sint-Paulusplaats in Antwerpen smelt in Smudged de energie van restaurant, cocktailbar en luisterbar samen tot een eigenzinnige, zintuiglijke beleving. Het interieur biedt plaats aan een uitgebreide vinylcollectie en een centraal geplaatste dj-stand die de mood van de avond bepaalt. De open keuken speelt visueel én culinair mee, met creatieve gerechten die de muzikale dynamiek moeiteloos volgen. Plaatsnemen kan in een vintage leren zitbox of aan de bar. Tip voor vroege vogels: op zondag wordt regelmatig een listening brunch georganiseerd.
Sint-Paulusplaats 20, Antwerpen
SPACE TALK, LONDEN
Luisterbar Space Talk nodigt je uit om de Britse hoofdstad op een andere manier te beleven. De bar werd ontworpen door EBBA Architects en designer Charlotte Taylor. Warm hout, sfeerverlichting en doordacht geplaatste akoestische panelen maken van de bar een intieme ruimte waarin geluid en architectuur elkaar versterken. Van loungehoek tot een houten bar met stalen accenten en een draaitafel met een op maat gemaakte hifi-installatie: deze plek heeft het allemaal.
18-20 St John Street, Londen
ONDA, MILAAN
In Onda in hartje Milaan gebeurt luisteren heel ingetogen. Het interieur werd ontworpen door SOLUM Studio en is minimalistisch, rauw en elegant tegelijk. Centraal staat een semicirculaire totemkast met vinylplaten en vintage Altecspeakers, die audiofielen zowel visueel als auditief imponeren. Later op de avond transformeert de cocktailbar moeiteloos tot een dansvloer. Ideaal voor muziekliefhebbers die ook graag de benen losgooien.
Via Bonvesin de la Riva 3, Milaan
JAÇ HI‑FI CAFE, BARCELONA
Jaç Hi- Fi Cafe in Barcelona voegt de koffiecultuur toe aan het concept van de Japanse muziekbars. Het interieurontwerp van Studio Isern Serra zorgt er bovendien voor dat design en muziek een gelijkwaardige plek krijgen. Zo doet de houten bar dienst als toonbank, vinylarchief én speakerkast. Het interieur werd verder aangevuld met maatmeubilair en tactiele materialen. Wie plaatsneemt, komt terecht in een intieme cocon met een optimale akoestiek, dankzij de sculpturale walnoten rand die langs de muur en het plafond loopt.
Avinguda Diagonal 335, Barcelona
ONLINE LISTENING ROOM, SILENT SONGS
Voor wie liever vanuit zijn eigen interieur van muziek wil genieten, bestaan er ondertussen ook digitale luisterruimtes. Zo ontwikkelde platenlabel Silent Songs, in samenwerking met de Londense designer Charlotte Taylor – bekend van Space Talk – een online listening room. De minimalistische interface functioneert als een digitaal interieur waarin je moeiteloos van de albumselectie naar de virtuele platenspeler navigeert. Zo wordt iedereen, ook zonder draaitafel of luidsprekers in huis, in één klik zijn eigen dj.
In deze editie laten we boeken vol kunst op je los, van klassiek tot hedendaags, met één duidelijke boodschap: ook een boek kan een tastbare kunstervaring zijn. Ze nodigen je uit om al bladerend te verdwalen in een wereld van verbeelding en artistiek vakmanschap, en vormen stuk voor stuk een mooie aanvulling op je eigen kunstcollectie in boekenkastformaat.
1 – Stupid Faces in Stunning Paintings
Na een nieuwe generatie via Instagram met kunst te hebben laten kennismaken, brengt Matthijs Van Mierlo zijn speelse blik nu naar papier. In ‘Stupid Faces in Stunning Paintings’ ontleedt hij vijftig historische schilderijen door met een kwinkslag in te zoomen op de meest eigenzinnige, vreemde en vaak hilarische personages uit die werken. Met verrassende weetjes toont hij dat kunsthistorisch kijken ook licht en toegankelijk mag zijn. Een heerlijk kunstboekje voor jong en oud.
Borgerhoff & Lamberigts, 25,99 euro
2 – Collecting Contemporaries: The Fuhrman Collection
In 336 pagina’s biedt ‘Collecting Contemporaries’ een inkijk in de privéverzameling van de Amerikaanse verzamelaar Glenn Fuhrman en zijn vrouw Amanda. Het lijvige boek brengt een eclectische mix van schilderijen, tekeningen, fotografie en sculpturen, waarin gevestigde namen en opkomende kunstenaars elkaar ontmoeten. Dankzij gesprekken met kunstenaars en curatoren krijg je niet alleen meer context bij de werken, maar ook inzicht in hoe en waarom deze collectie tot stand kwam.
Phaidon, 79,95 euro
3 – Rinus Van de Velde: A Fictional Autobiography II
In dit tweede deel van zijn fictieve autobiografie neemt Rinus Van de Velde de lezer opnieuw mee in zijn bijzondere beelduniversum. Met houtskool, potlood, oliepastel en diverse media bouwt de Belgische kunstenaar verder aan een verhalend oeuvre waarin realiteit en verbeelding door elkaar lopen. Met ‘A Fictional Autobiography II’ haal je een rijk geïllustreerd boek in huis en een uitgebreid overzicht van het recente werk van een van Belgiës favoriete hedendaagse kunstenaars.
Hannibal, 64,50 euro
4 – Matisse: The Bigger Picture
In ‘Matisse: The Bigger Picture’ krijg je een ruime en rijk geïllustreerde kijk op het oeuvre van Henri Matisse. De monografie brengt schilderijen en iconische cut-outs samen en belicht de artistieke zoektocht van de Franse expressionist. Zo ontstaat een allesomvattend portret van deze legendarische kunstenaar die kleur, vorm en compositie voortdurend heruitvond. Ook de vormgeving van het boek zit in een expressief jasje.
Prestel, 42,95 euro
5 – The Art Book – Mini Format
Met de uitstraling van een kunstwoordenboek presenteert ‘The Art Book
– Mini Format’ zich als een compacte visuele encyclopedie van meer dan zeshonderd kunstenaars uit alle tijden en regio’s. Dankzij de alfabetische ordening blader je moeiteloos door een brede waaier aan stijlen en namen.
Een wereldcollectie in pocketformaat.
Phaidon, 22,95 euro
6 – Tracey Emin on Painting: My Heart Is This
In dit nieuwe boek schetst de Britse hedendaagse kunstenaar Tracey Emin een persoonlijk en openhartig beeld van haar leven en werk. In gesprek met Martin Gayford reflecteert ze op de betekenis van schilderen, haar artistieke ontwikkeling en de rol van kunst in tijden van tegenslag, waaronder een ernstige ziekte. Het rijk geïllustreerde geheel verweeft haar woorden met beelden van haar werk en atelier.
Thames & Hudson, 34,95 euro
7 – Onvergetelijk. Vrouwelijke kunstenaars van Antwerpen tot Amsterdam, 1600-1750
‘Onvergetelijk’ brengt de lang onderbelichte stemmen van vrouwelijke kunstenaars uit de Lage Landen naar de voorgrond. Het boek, dat aansluit bij de gelijknamige tentoonstelling die tot eind mei in het MSK Gent liep, bundelt het werk van meer dan vijftig makers uit de periode 1600-1750. Het toont overtuigend hoe essentieel en tegelijk vaak vergeten hun bijdrage was aan de kunstgeschiedenis.
Hannibal, 59 euro
Omgekeerde archeologie: Gijs Van Vaerenbergh transformeert Italiaanse ruïne tot kunstinstallatie
Wie tijdens een vakantie naar Zuid-Italië het Archaeological Park of Herakleia in Policoro bezoekt, kan er sinds kort een opvallende installatie van het Belgische kunstenaarsduo Pieterjan Gijs en Arnout Van Vaerenbergh bewonderen. De sitespecifieke interventie draagt de titel ‘Inverse Ruin’ en vertrekt vanuit restanten van een archeologische tempel uit 433-432 v.Chr. In plaats van de ruïne klassiek te reconstrueren, werden delen van de muren, zuilen en het dak herplaatst en gecombineerd met de originele resten. Het resultaat is een stalen structuur met sculpturale kalkmortelelementen die bezoekers een omgekeerd perspectief op de tempel biedt. De installatie volgt nauwgezet de oorspronkelijke schaal (ongeveer 35 meter lang, 17 meter breed en 12 meter hoog) en creëert een subtiele dialoog tussen oud en nieuw.
Naast ‘Inverse Ruin’ zijn er nog twee andere kunstinterventies op de site te ontdekken. Ze maken deel uit van ‘Siris’, een artistiek project dat bezoekers het archeologische park op een verrassende manier laat ervaren. Gijs Van Vaerenbergh is internationaal bekend om permanente installaties zoals ‘Reading Between the Lines’, het doorkijkkerkje in Borgloon waarin architectuur en sculptuur samensmelten tot een bijna illusoire ruimtelijke ervaring. Ook in ‘Inverse Ruin’ komt het handelsmerk van de Belgische kunsten architectuurpraktijk duidelijk naar voren: ritmische fragmentatie en luchtige silhouetten die de tempel bijna doen zweven en uitnodigen om het archeologische verleden van de regio opnieuw te beleven, dit keer in een kunstzinnige context.
Wie zegt dat je kunst best in een gecontroleerde omgeving binnen vier muren beleeft, heeft wellicht nog nooit een sculpturenpark bezocht. Al wandelend en mee op het ritme van de seizoenen adem je er kunst in en krijg je letterlijk en figuurlijk zuurstof. Wij zetten de mooiste openluchtmusea wereldwijd op een rij: van monumentale sculpturen tot landschappelijke installaties, goed voor de perfecte mix van natuur, cultuur én beweging.
ARTIPELAG, ZWEDEN
Wie tijdens een citytrip in Stockholm de natuur wil opzoeken, kan een tussenstop maken bij Artipelag, een kunstsite waar beeldende kunst en landschap prachtig samenkomen. Naast binnenexposities biedt het museum de permanente outdoortentoonstelling ‘Sculpture in Nature’. Langs wandelpaden door het bos en langs de baai Baggensfjärden ontdek je sculpturen van internationale kunstenaars zoals Jaume Plensa en onze Belgische Berlinde De Bruyckere. Een flinke trekpleister is het werk van Bigert & Bergström: een eivormige, gouden sculptuur die boven het water lijkt te zweven. De installatie nodigt je uit om op een bankje te zitten en te genieten van het kunstwerk, het uitzicht en de ondergaande zon.
THE DONUM COLLECTION, VERENIGDE STATEN
In een zonnige vallei in Californië brengt The Donum Estate wijn- en kunstliefhebbers samen. Het domein herbergt een van de grootste toegankelijke privésculpturencollecties, met meer dan zestig monumentale werken die je tussen de pinot noir-ranken kan ontdekken. Onder de kunstenaars bevinden zich internationale namen zoals Keith Haring, Yayoi Kusama en Doug Aitken. Wie wil, kan het parcours verkennen met een rondleiding die kunst combineert met een wijnproeverij.
VERBEKE FOUNDATION, BELGIË
In het Oost-Vlaamse Kemzeke biedt de Verbeke Foundation een kijk in de eigenzinnige privécollectie van Geert en Carla Verbeke-Lens op een terrein van 12 hectare. Hedendaagse sculpturen, collages, assemblages en experimentele installaties zijn verspreid over het voormalige industriële domein, dat je via een grillig parcours vrij kan ontdekken. De collectie is vrij eclectisch: van grote monumentale werken tot bio-art en kunst die rechtstreeks inspeelt op natuur en omgeving. Zowel permanente werken als wisselende tentoonstellingen laten het park telkens anders aanvoelen, met kunst die cultuur, natuur en ecologie met elkaar verbindt.
Even ontsnappen aan de drukte van New York City? Iets verderop in de Hudson Valley ligt Storm King Art Center, waar je installaties en sculpturen van onder andere Alexander Calder en Richard Serra ontdekt in uitgestrekte velden, glooiende heuvels en bosrijk gebied. Het park kan je te voet verkennen of je huurt ter plaatse een fiets voor een kunstzinnig ritje door het uitgestrekte terrein.
CHÂTEAU LA COSTE, FRANKRIJK
Na een roadtrip langs de Route du Soleil kan je je benen strekken op het wijndomein Château La Coste in Aix-en-Provence. Het domein combineert een wijngaard, restaurant en hotel met een uitgebreide kunstsite en verschillende galerijruimtes. Hoogtepunt is de Art & Architecture Walk, die zich over het 500 hectare grote terrein slingert. Onderweg kom je sculpturen en architecturale werken tegen van grote namen zoals Tadao Ando, Frank Gehry, Renzo Piano en Richard Rogers, allemaal zorgvuldig geïntegreerd in het Provençaalse landschap.
KRÖLLER-MÜLLER MUSEUM, NEDERLAND
Midden in Nationaal Park De Hoge Veluwe ligt het Kröller-Müller Museum, internationaal bekend om zijn indrukwekkende Van Gogh-collectie en het uitgestrekte beeldenpark. Meer dan tweehonderd sculpturen staan verspreid over grasvelden, bosranden en vijvers, waaronder sitespecifieke werken zoals ‘Jardin d’émail’ van Jean Dubuffet en een drijvende sculptuur van Marta Pan. Architectuurliefhebbers ontdekken onderweg ook paviljoenen van Gerrit Rietveld en Aldo van Eyck, die naadloos samensmelten met het Veluwse landschap.
LABIOMISTA in Genk is het levenswerk van de Belgische kunstenaar Koen Vanmechelen. Op het terrein van de voormalige Zoo van Zwartberg legde hij een evoluerend openluchtmuseum aan waarin kunst, natuur en wetenschap samenkomen. Tijdens een wandeling ontdek je installaties én dieren, van zeldzame kippenrassen uit Vanmechelens ‘Cosmopolitan Chicken Project’ tot alpaca’s.
Net buiten Auckland strekt het sculpturenpark Gibbs Farm zich uit over 400 hectare glooiend grasland. Hier vormen weidse weilanden en zachte heuvels het decor voor indrukwekkende sculpturen van kunstenaars zoals Richard Serra en Anish Kapoor. Zijn naam heeft het park niet gestolen: tussen de kunstwerken kom je ook lokale bewoners tegen – koeien, schapen, geiten en zelfs giraffen die zich een weg banen door het landschap. Vergeet niet op voorhand te reserveren, want Gibbs Farm kan je enkel op afspraak bezoeken.
BENESSE ART SITE, JAPAN
LOUISIANA MUSEUM, DENEMARKEN
Het Louisiana Museum of Modern Art, op een korte treinrit van Kopenhagen, is een absolute must voor liefhebbers van kunst in de openlucht. Het museum combineert moderne en hedendaagse kunst met een uniek gelegen beeldenpark aan de Øresund. Hier staan werken van onder andere Alexander Calder en Henry Moore prachtig geïntegreerd in de bosrijke omgeving aan zee.
Eilandhoppen in Japan? Dan mag het kunsteiland Naoshima niet ontbreken. De Benesse Art Site combineert musea, openluchtinstallaties en iconische kunstwerken zoals de gele pompoen van Yayoi Kusama. Vlakbij ligt het beroemde Benesse House Museum van Tadao Ando, en vorig jaar werd het aanbod uitgebreid met een nieuw museum van dezelfde architect, dat hedendaagse kunst toont en uitkijkt over de Seto Inland Sea. Een must voor liefhebbers van kunst, architectuur en landschap.
Molenstraat 52 c 9860 Balegem (Oosterzele) 09 362 80 62
info@tuinensnaet.be www.tuinensnaet.be
Tim Van de Velde Photography
vragen
aan 6:AM
Wat krijg je wanneer je het eeuwenoude glasvakmanschap van het Venetiaanse eiland Murano in handen geeft van een jonge, vooruitstrevende Italiaanse designstudio? Het antwoord is 6:AM, de studio die acht jaar geleden in Milaan werd opgericht door Edoardo Pandolfo en Francesco Palù. Zowel hun achtergrond als hun ontwerppraktijk is diepgeworteld in de traditie van Muranoglas, een materiaal dat als rode draad door hun oeuvre van designobjecten en scenografische installaties loopt. Ook buiten de designwereld bleef hun werk niet onopgemerkt. Tijdens de modeshow van Bottega Veneta in 2025 nam het publiek plaats op kleurrijke glazen krukjes van de studio. Wij legden Edoardo en Francesco vijf vragen voor over hun visie, uitdagingen, toekomstplannen en natuurlijk ook glas.
Het duo achter de Italiaanse designstudio 6:AMEdoardo Pandolfo (links) en Francesco Palù (rechts). Fotograaf: Tommaso Mariniello.
01.
Waar zouden we vandaag meer over moeten praten binnen interieurdesign, architectuur en scenografie?
“Er zou opnieuw meer aandacht mogen gaan naar inhoud, en minder naar oppervlakkige storytelling. Liever minder projecten en objecten, maar wel gebracht met meer zorg, aandacht en engagement. Tegelijk draait deze sector onvermijdelijk ook rond geld, al blijft dat vaak een taboe. Daarom zou het interessant zijn mocht basiskennis over economie en financiën een meer prominente plaats krijgen binnen de opleidingen architectuur en design.”
02.
Welk recent project heeft jullie op onverwachte manieren uitgedaagd?
“Onze recente tentoonstelling tijdens Milan Design Week heeft ons op elk niveau uitgedaagd. ‘Over and Over and Over and Over’ was het resultaat van een intens proces dat niet alleen technische precisie en een sterke focus vereiste, maar ook de gevoeligheid om binnen een complex creatief ecosysteem te navigeren. Ons team heeft zich er volledig in vastgebeten. De bijhorende Bar Pieno, die gerealiseerd werd in samenwerking met Vicino Wine Club, groeide tijdens de designweek uit tot een ontmoetingsplek voor mensen uit de werelden van food, muziek, mode, design en architectuur.”
03.
Welke mogelijkheden binnen design prikkelen jullie vandaag het meest? Zijn er materialen, technologieën of conceptuele ideeën die jullie verder willen onderzoeken?
“Vandaag houden we ons steeds meer bezig met het idee van intellectuele eigendom. Ideeën circuleren sneller dan ooit, referenties lopen door elkaar en de grens tussen origineel en afgeleid werk vervaagt. Tegelijk zien we hoe grote merken steeds vaker ontwerpen kopiëren, terwijl AI-systemen zich voeden met alles wat collectief online wordt gedeeld. Dat zet het klassieke idee van auteurschap onder druk, terwijl het net essentieel blijft voor de duurzaamheid van onze praktijk. De objecten die we maken ontstaan vanuit specifieke kennis, processen en samenwerkingen die zich niet eenvoudig laten kopiëren. Daarom bekijken we intellectuele eigendom breder dan louter in juridische zin. Voor ons is het evenzeer een culturele en materiële kwestie. Wat betekent het vandaag nog om een idee te ‘bezitten’ wanneer de echte waarde schuilt in de manier waarop iets wordt gemaakt? En waar ligt auteurschap precies wanneer ambacht, techniek en samenwerking zo’n wezenlijk onderdeel van het werk vormen? Dat zijn vragen die ons sterk bezighouden in een wereld waar toegang tot beelden en ideeën steeds groter wordt, terwijl echte kennis en begrip zeldzamer lijken dan ooit.”
Installatie van 6:AM tijdens Milaan Design Week 2026. Fotograaf: Melania Dalle Grave van DSL Studio.
“We willen het traditionele vakmanschap van Muranoglas niet reproduceren, maar binnen een nieuwe, hedendaagse context plaatsen.”
04.
Jullie werken met traditioneel Muranoglas. Hoe vertalen jullie zo’n eeuwenoud en gerespecteerd vakmanschap naar een hedendaagse designtaal?
“We vertrekken altijd vanuit het idee. Een hedendaagse vormentaal draait voor ons niet alleen om esthetiek, maar vooral om een bepaalde houding tegenover het heden: hoe een object zich vandaag positioneert, welke elementen uit het verleden het samenbrengt en waarom. De vorm ontstaat pas daarna, bijna als een vanzelfsprekend gevolg van dat proces. Het is telkens opnieuw een evenwicht tussen rationeel denken en intuïtie.
Op die manier proberen we het traditionele vakmanschap van Muranoglas niet simpelweg te reproduceren, maar binnen een nieuwe, actuele context te plaatsen.”
De recente samenwerking met Bottega Veneta bracht jullie werk bij een veel breder publiek, tot ver buiten de designwereld en midden in de modesector. Wat hebben jullie geleerd uit die kruisbestuiving tussen verschillende disciplines?
“Mode heeft het unieke vermogen om veel verder te reiken dan haar eigen publiek. Bottega Veneta was niet onze eerste samenwerking met een modemerk, maar zonder twijfel wel het meest zichtbare platform waar we ooit deel van uitmaakten. Die samenwerking heeft ons een zichtbaarheid gegeven die we voordien nog nooit hadden ervaren. Net die wisselwerking tussen een groot, gevestigd modehuis en een opkomende studio zoals de onze kan bijzonder interessant zijn voor beide partijen. Een groot merk krijgt toegang tot iets specifieks en onverwachts, omdat een kleinere studio zichzelf tot het uiterste drijft wanneer zo’n kans zich aandient. Voor een jonge studio kan zo’n samenwerking dan weer een kantelpunt betekenen dat mee de verdere koers van het traject bepaalt. Het zijn kansen die je eenvoudigweg niet kan laten liggen.”
Glazen krukjes ontworpen voor de modeshow van Bottega Veneta.
Installatie van 6:AM tijdens Milaan Design Week 2026. Fotograaf: Melania Dalle Grave van DSL Studio.
Ons vak, is bouwen. Niet met onze handen, maar door de juiste handen. Het strijdgewoel dat een bouwproces soms is, is onze thuis. Zo wordt voor u de lange tocht vanaf de kriebels bij het eerste voorontwerp tot de verhuis een boeiende wandeling, vol verwondering, en doorspekt met prettige keuzes.
ABSBouwteam 092428565
www.absbouwteam.be
info@absbouwteam.be
villa DAMM
Villa DAMM. CAS architecten. Architectonisch beton, warme houtaccenten en pure materialen. De krachtige betonarchitectuur van de gevel loopt subtiel door in het interieur en wordt verzacht door natuurlijke houttinten en verfijnde details. Zwembad en poolhouse vormen een verlengde van de woning, waardoor een rustige en tijdloze binnen-buitenbeleving ontstaat.
PROJECT 2 5 • binnenkort te koop in St Denijs Westrem
•
In het hart van St Denijs Westrem - letterlijk op wandelafstand van een bloeiende huisartsen- en kinepraktijk, twee apotheken, twee warme bakkers, twee superettes, en, om de andere dag een uitstekende pizzatruckbouwen we straks een architecturaal pareltje met twee ruimtes voor vrije beroepen in de plint, en daarboven zeven elegante uitgepuurde en uiteraard geothermisch verwarmde appartementen. Veel beter wordt het niet.
@spectrum.vis
villa H&P
Verscholen in de Vlaamse Ardennen trekt het horizontale silhouet van een ABS-realisatie de aandacht. De woning intrigeert en nodigt uit, niet alleen door haar locatie en inplanting, maar ook door haar vormgeving, die tot de essentie werd herleid en met de omgeving communiceert. Hier vormt architectuur geen begrenzing, maar een voortzetting van de natuur.
Een rieten dak, je houdt ervan of niet. Maar als kroon op een hedendaagse woning – uitgepuurd, charmant en een tikkeltje exotisch tegelijk – kan je niet anders dan ervan houden. Aan de oevers van een Leiemeander in Oost-Vlaanderen realiseerde ABS Bouwteam samen met Ai&M architecten hedendaagse architectuur met rietbedekking.
Arne Schollaert ABS Bouwteam, Schoonzichtstraat 33, 9051 Sint-Denijs-Westrem, T 09 242 85 65 info@absbouwteam.be www.absbouwteam.be
REDACTIE www.savvy.be
LAY OUT
Emilie Favril
David Kino, www.newdays.be
BEELD
Tim Van De Velde: p. 6, p. 9, p. 12-23, p. 62-69
Alexander Popelier: cover, p. 40-41, p. 54-59
Melvin Kobe: p. 26, 29-33
ILLUSTRATIE
Leonard Cools: p. 86
REDACTIE BEREIKEN? redactie@absoluutmagazine.be
ADVERTEREN? contacteer Choisi – info@choisi.be of 0477 67 11 08
Uitgever en auteurs betrachten grote zorgvuldigheid bij de samenstelling van dit magazine. Zij aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die het gevolg is van onjuiste vermelding en/of zetfouten. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Ten aanzien van hetgeen in deze uitgave is opgenomen, is getracht voor zover deze niet bekend waren de auteursrechthebbenden te achterhalen. Voor zover er sprake is van onjuiste vermelding van auteursrechthebbende is dit gebaseerd op te goeder trouw verkregen gegevens. Uitgever aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventueel ontbreken van toestemming van auteursrechthebbenden.
Lees onze blog www.absoluutmagazine.be
modular kitchens, made in Belgium
sistem ontwerpt en produceert modulaire keukens op maat van elke ruimte. Tijdloos van vorm, vervaardigd in België.
Ontdek de collectie nu ook in de showroom van ARK38 in Aalst, waar keuken, interieur en design elkaar versterken.
François Laurentplein 4, 9000 Gent Zuidleiestraat 6, 9880 Aalter Pierre Corneliskaai 38, 9300 Aalst www.sistem.be