9 minute read

Great Himalaya Trail

Next Article
Open rotsbeheerdag

Open rotsbeheerdag

Na vier maanden in de Himalaya, liepen mijn twee kompanen en ik het dorpje Simikot binnen. Op het moment dat we de laatste grote klim achter ons lieten, brak er voor iedereen iets.

PJ en Marylene zaten er fysiek door, na drie weken van ononderbroken kou en honger. Ik was mentaal en emotioneel gebroken. Het eindeloze staren, het gebrek aan voeding, de onzekerheid of we de finish zouden halen, de drama’s in de hoogte: allemaal hadden ze diepe sporen in mijn gedachten nagelaten. De laatste vijf dagen had ik mezelf vaak afgevraagd waarom we eigenlijk hebben doorgezet. Waarom we het niet zomaar konden laten gaan. Maar voor onszelf, voor al de ontelbare keren astronomische chance die ons onderweg zijn toegedeeld en uit respect voor de Himalaya, moesten we deze tocht afmaken. De laatste etappe naar Hilsa aan de grens met India was gesloten door sneeuw, maar Simikot was nog steeds bereikbaar. We moesten Simikot koste wat kost halen.

Advertisement

Zoals met alle lang-afstandsprojecten hadden we verwacht dat de hoogtes hoog zouden zijn en de laagtes laag. Maar net zoals de bergketen zelf, waren de hoogtes een stuk hoger en de laagtes een stuk dieper. Tijdens die 127 dagen had ik me vaak voorgesteld dat de aankomst zo’n immense hoogte zou zijn. Toen we onze zakken voor de laatste keer op de grond zetten, gaven we mekaar een warme proficiat en een intense knuffel, maar de grote emoties en euforie bleven weg. Het duurde tot maanden daarna voor het besef kwam dat we het echt geklaard hadden. Op het moment zelf was er opluchting, maar vooral een grote leegte. Twee dagen lang zaten we in Simikot zonder meer dan tien zinnen tegen elkaar te zeggen, alle drie met gedachten inwaarts in een poging om de eindjes van die laatste maanden aan mekaar te knopen.

Drie ‘rookies’ aan de startlijn

We waren zo onwetend, toen we eind september in Kathmandu op het vliegtuig stapten richting Taplejung. Het duurde niet lang voor we een harde realiteitscheck kregen: de eerste drie weken waren de zwaarste. Onze route ging via een afgelegen bergrug, de Milky Danda, naar Makalu nationaal park en dan over de meer dan 6000 meter hoge Sherpani Col, West Col and Amphu Labsta naar de Everest regio. De uitlopers van de monsoon speelden ons in het begin serieus parten. In de mist, de wolken en de gietende regen liepen we verloren, werden we ziek en raakten we uitgeput. Was het niet voor de goodwill van een Nepalese familie hadden we waarschijnlijk op de Milky Danda al opgegeven. Twee keer liepen we hen tegen het lijf en twee keer gaven ze ons onderdak en eten in de storm. De vader hielp ons met zijn machete om een baan te hakken door de jungle op weg van de Milky Danda naar het dal. De gastvrijheid van de Nepalezen zou ons blijven verbazen de komende maanden. Oké, we betaalden iedere keer wanneer een prive-persoon ons in huis nam, maar het bedrag dat ze vroegen was steeds zeer bescheiden. In de regel betaalden we hen meer, omdat zij, druk bezig met overleven in het harde klimaat dat de Himalaya hen oplegt, alles opzijschoven om ons toch maar te kunnen helpen. Zonder zelfbelang, zonder meer, zomaar. Veel van die mensen hadden zo weinig en gaven toch zo veel. We zouden er in het westen nog veel van kunnen leren, heb ik vaak gedacht. Telkens we het moeilijk hadden kwam er altijd wel iemand die ons met de glimlach dan toch terug opfleurde. Op die momenten was ik altijd enorm blij dat we besloten hadden om zonder gids te gaan, zodat we die spontane ontmoetingen niet misten.

We werden wel begeleid door een gids voor de technisch uitdagende passen en om regio’s te doorkruisen die de overheid als ‘restricted’ omschreef. In Manaslu moet je terugkeren als je de checkpoints voorbij wil zonder gids, hetzelfde in Kanchenjunga. Daarom besloten we uiteindelijk om niet naar Kanchenjunga basecamp te trekken maar rechtstreeks naar Makalu door te steken via de Milky Danda. Een deel van het Manaslu circuit volgden we wel, dit was een onmisbare verbindingsroute tussen de Ruby Valley en de Annapurna regio. Het was ook wel fijn om af en toe met een gids op stap te zijn. We leerden enorm veel over Nepalese gebruiken en cultuur, allemaal info die ons heel goed van pas kwam als we dan weer alleen verder trokken. Heel af en toe konden we dan eens onze gedachten op nul zetten en ons geen zorgen maken over waar we zouden slapen, wat en of we aan eten zouden raken of hoe ver we zullen stappen die dag. Af en toe was dat fijn, maar permanent met een gids wandelen had voor ons toch te veel van de uitdaging weggenomen.

In Nepal kruist de Great Himalaya Trail over vijf technische passen: Sherpani Col, West Col, Amphu Labsta, Tashi Labsta en Tilman’s pass. Tilman’s is algemeen een blinde vlek op de kaart en heel weinig mensen kennen de route over de pas of weten hoe de pas er momenteel uitziet, nu de gletsjers ook op hoogte aan ijl tempo smelten. Tilman’s hadden we daarom al vrij vroeg in de planning uitgesloten. Op 6180 en 6190 meter waren Sherpani Col en West Col de hoogste punten op onze route, maar het was niet tot 24 uur voor we uit Kathmandu vlogen dat we gidsen vonden die ons zouden begeleiden. We hadden op dat moment maar beperkte klim-ervaring en waren nog nooit in Nepal geweest, dus een gids meenemen over deze hoge, desolate en technisch uitdagende passen leek ons een goede voorzorgsmaatregel.

Toch ging het flink verkeerd op Sherpani Col. Uitgeput en hoogteziek viel ik tijdens de rappel een paar meter naar beneden en sloeg mijn hoofd hard tegen een rots. Had ik mijn rugzak niet aangehad, die het meeste van de klap opving, had ik hier nu niet gezeten om dit verhaal neer te schrijven. Ik liep een zware hersenschudding op maar had gelukkig geen fracturen of bloedingen. Instinctief wist ik dat er iets gevaarlijk verkeerd was in mijn hoofd, maar ik sloeg er niet meer in om coherente zinnen uit te brengen. De rest van de groep, meer ijlend door de hoogte dan ze zelf inzagen, besefte niet wat er gebeurd was. De gidsen waren ervan overtuigd dat ik acuut AMS (Acute Mountain Sickness) had gekregen boven de 6000 meter en dat ik zo snel mogelijk naar beneden moest. Ik kan het hen moeilijk kwalijk nemen, de symptomen voor AMS en een hersenschudding zijn identiek: overgeven, onevenwicht, verstoord spraakvermogen, hoofdpijn en slechte coördinatie. Ik slaagde erin om de 3 kilometer van Sherpani Col naar West Col te overbruggen op de Upper Barun gletsjer en rappelde nog 300 meter tot de gletsjers boven Honku Basin. Het is ongelooflijk waar een lichaam tot in staat is, wanneer overleven het enige is dat telt.

"Tashi Labsta over te steken. Ondanks het feit dat deze pas niet boven de 6000 meter ligt, is hij toch een van de meer beruchte in Nepal. Onstabiel weer en steenlawines maken de pas onvoorspelbaar en gevaarlijk."

Het duurde toch een tijdje vooraleer iedereen echt besefte hoe dicht we daar bij een catastrofe gestaan hadden. De eerste keer dat we er echt samen over praatten, was op weg naar Langtang, bijna twee maanden nadat de evenementen zich hadden afgespeeld. De herinnering aan het ongeval heeft mij nog veel langer parten gespeeld. Van een oncontroleerbare drang naar meer beheersing in klimmen, tot angst en depressie: twee jaar lang zou de val en de herinnering aan een mogelijk eenzame dood op de Upper Barun gletsjer mij nog parten spelen. Na het ongeval besloten we toch nog Tashi Labsta over te steken. Ondanks het feit dat deze pas niet boven de 6000 meter ligt, is hij toch een van de meer beruchte in Nepal. Onstabiel weer en steenlawines maken de pas onvoorspelbaar en gevaarlijk. We besloten ook hier gidsen met ons mee te nemen, maar we hadden deze keer minder geluk. Net voorbij de pas lieten ze ons staan, op een klif boven de Trakarding gletsjer, twee dagen voor we het dichtsbijzijnde dorp bereikten. We stonden machteloos en hadden deze keer een zieke PJ op sleeptouw. Ook deze episode liep goed af, maar we besloten daarna geen technische passen meer over te steken. We hadden ons geluk genoeg getest op dat moment.

Een van de weinige dingen die we in Simikot tegen elkaar vertelden, was hoeveel onvoorstelbaar geluk we hebben gehad. Terwijl we ‘s avonds de sterren boven de ongetemde pieken van west-Nepal zagen twinkelen, sprak ik vaak een inwendig dankwoordje uit. De 8000-ers die we onderweg tot de ‘white giants’ hadden gedoopt, waren niet meer zichtbaar aan onze horizon, maar niet ver uit onze gedachten. Keer op keer hadden de weersomstandigheden in ons voordeel gespeeld op de gevaarlijke passages. Keer op keer hadden we een storm aan ons zien voorbijgaan. Keer op keer had de sneeuw ons dan toch net gemist tijdens de wintermaanden. Niemand van ons was ervan overtuigd dat het allemaal maar toevallig was.

De hoge pieken van de Himalaya hebben een grote spirituele betekenis voor zij die er in de buurt van wonen en ook wij waren die spirituele connectie beginnen voelen.

Terug in Kathmandu bezochten we de stupa’s van Bouddhanath en Swayambhunath. Pas daar kregen de emoties vrije loop, tijdens de traditionele drie rondes rond de stupa. Het klinkt misschien raar, dat we allemaal zo’n diepe connectie met zoiets anoniem en veraf als de hoogste bergen ter wereld konden voelen, maar toch was het zo. We spraken meer woorden van dank uit, hingen gebedsvlaggen op en zaten in de zon. Het was lang geleden dat we allemaal zo opgelucht en spontaan waren geweest. Op de terugweg naar Europa zagen we ze nog een laatste keer passeren vanuit het raampje van het vliegtuig: Everest en Lhotse, Manaslu, Annapurna, Dhaulagiri. Ook terug thuis zou het nog lang duren voor de Himalaya naar de achtergrond van onze gedachten verdween.

Helemaal weg zullen ze waarschijnlijk nooit zijn. Stilaan begin ik uit te kijken naar een vervolg, een deel twee, naar het verder exploreren van afgelegen hoeken en onbekende paden in deze majestueuze bergketen. Want de Himalaya, die zijn een klasse apart.

Meer info op: www.greathimalayatrail.com

This article is from: